Memo van werkgroep aan raad Veiligheidsplan.docx
Tekst van het document
Memo Onderwerp
:
Opvolging aanbevelingen rekenkamerrapport Veilig
Memo aan
:
Gemeenteraad
Memo van
:
Vergadering van
:
Voorwaarts
Commissie 14 oktober en raad 26 oktober 2021 Werkgroep Veilig Voorwaarts
Geachte leden van de raad, De afgelopen maanden hebben wij, op verzoek van uw raad/presidium, de volgende twee vragen opgepakt.
1. Wilt u aanbevelingen 6 en 7 van het rekenkamerrapport Veilig Voorwaarts uitwerken en agenderen in de raad?
2. Wilt u voor de portefeuillehouder/college als klankbord fungeren voor de aanbevelingen 1 t/m 5? Basis ligt in het raadsbesluit van 30 maart 2021
Het raadsbesluit d.d. 30 maart 2021 was onze basis. Toen besloot u om:
1. De conclusies en aanbevelingen uit het rekenkamerrapport Veilig Voorwaarts te onderschrijven; 2. Het college te verzoeken om de uitvoering van aanbeveling 1 t/m 5 uit te werken en de raad de wijze waarop deze aanbevelingen geïmplementeerd worden voor te leggen ter besluitvorming, daar waar de raad mandaat heeft;
3. Het presidium te verzoeken om de uitwerking van aanbeveling 6 en 7 op te pakken en deze uitwerking op een nader moment voor de raad te agenderen.
Met dit memo leggen wij verantwoording aan u af over onze bevindingen. U treft hieronder eerst onze uitwerking van aanbeveling 6 en 7 aan. In de bijlage treft u ter informatie aan hoe het college
aanbeveling 1 t/m 5 met ons besproken heeft en welke reactie wij daarop aan het college gegeven hebben.
Opvolging aanbeveling 6 en 7 Aanbeveling 6: Versterk de kaderstellende rol van de raad Wijze van invulling:
A. Vaststellen van een veiligheidsprogramma
Met het vaststellen van het veiligheidsplan legt de raad het kader vast waarbinnen het
veiligheidsbeleid uitgevoerd wordt. Ons inziens dient voor een goede invulling van de kaderstellende
rol eerst een raadsbesluit genomen te worden over de kaders. Vervolgens werkt het college die kaders uit in beleid. Dat beleid stelt de raad vervolgens ook vast omdat hiermee de controlerende rol van de
raad vorm gegeven wordt. Tot slot neemt het college de uitvoering ter hand. Wij pleiten dus voor een scheiding tussen een kaderstellend debat en een debat over de beleidsinvulling van die kaders.
1
2
Voor een goede kaderstelling is het nodig dat de raad inzicht heeft in alternatieve prioriteiten
(handhaafbaarheid, uitvoerbaarheid en financierbaarheid) zodat de raad eventueel andere prioriteiten
kan vaststellen. Op basis van volledige informatie kan de raad ook moties en amendementen indienen op het veiligheidsprogramma. Het toekennen van het budget, nodig voor de uitvoering van het
veiligheidsprogramma is ook onderdeel van de kaderstellende rol. Wij vinden het belangrijk dat het
college ook kijkt naar de praktische vertaling van het veiligheidsprogramma: hoe zijn zij betrokken bij de totstandkoming van Veiligheidsbeleid en wat merken ze er uiteindelijk van?
B. Maak gebruik van het initiatiefrecht als het nodig is.
Het opstellen van een initiatiefvoorstel is een bruikbare optie als de raad wil dat het college iets
oppakt wat niet in het veiligheidsprogramma vastligt. Stel bijvoorbeeld dat er een nieuwe, actuele
ontwikkeling is, dan kan een raadslid ervoor kiezen om een initiatiefvoorstel op te stellen waarin de hoofdlijnen aangegeven worden van het doel en de aanpak van dit (nieuwe) onderwerp. Aanbeveling 7: Versterk de controlerende rol van de gemeenteraad Wijze van invulling:
A. Bouw vaste momenten van informatievoorziening in van college aan raad.
Wij adviseren hier om in te stemmen met de informatiemomenten zoals het college deze presenteerde op de veiligheidsavond van 7 juni. Dit zijn de volgende momenten: •
Bij de P&C producten (kadernota, begroting, zomernota, eindejaarsnota en jaarrekening)
rapporteert het college standaard over de voortgang van het veiligheidsprogramma en het integraal handhavingsbeleid. •
Het college organiseert jaarlijks twee beeldvormende bijeenkomsten (bijvoorbeeld omstreeks het opstellen van de kadernota en omstreeks het opstellen van de
eindejaarsnota) waarin ze de raad bijpraat over (actuele) ontwikkelingen op het gebied van OOV. Deze avonden krijgen een openbaar karakter. Indien er behoefte is aan het
bespreken van concrete of vertrouwelijke informatie, is het mogelijk om een deel van deze avonden besloten te maken. •
De raad ontvangt relevante jaarverslagen ter kennisgeving. Denk daarbij aan jaarverslag BOA’s, buurtbemiddeling, Veiligheidsalliantie Rijnmond, RIEC, HALT,
beleidsplan/jaarverslag Veiligheidsregio etc.. Tevens ontvangt de raad de jaarrekening en begroting van de Veiligheidsregio voor een zienswijzeprocedure. •
De portefeuillehouder blijft het presidium vertrouwelijk over concrete casussen informeren. De dilemma’s die hij daarbij ervaart, zijn eventueel onderdeel van gesprek in een besloten deel van de raadsbrede beeldvormende sessies. Op deze manier blijven ook de overige raadsleden betrokken bij de lokale actuele problematiek.
•
Het college stuurt ‘losse’ Raadsinformatiebrieven alleen als dat vanuit actueel oogpunt noodzakelijk is, zoals na de jaarwisseling en bij een grote calamiteit.
B. Maak meer gebruik van de beschikbare controlerende instrumenten: • Vragen stellen. Het staat raadsleden vrij om op elk moment technische en politieke vragen aan het college te stellen. Door dit te benadrukken worden raadsleden zich bewust(er) van hun actieve rol. Achteraf zeggen dat er onvoldoende informatie van het college is
gekomen, is dan ook niet meer aan de orde. Er zijn immers genoeg opties om zelf om informatie te vragen.
2
3
•
De instrumenten ‘interpellatiedebat’ en ‘raadsonderzoek’ zijn vrij zware instrumenten die eigenlijk alleen bij uitzondering ingezet worden.
C. Investeer in het veiligheidsnetwerk en de kennisopbouw over veiligheid.
• De griffie neemt de kennismaking met veiligheidspartners mee in het
introductieprogramma van de nieuwe raad. Daarnaast is de Veiligheidsregio een
Gemeenschappelijke Regeling die bij de nota Verbonden Partijen valt in de hoge categorie. Daarom krijgt deze Gemeenschappelijke Regeling ook extra aandacht, conform de afspraken in de Nota Verbonden Partijen. Tot slot
Bovenstaande kaderstellende en controlerende instrumenten van de raad bestaan al en vereisen
daarom geen apart raadsbesluit. Het gaat om bewustwording en een beter gebruik van de bestaande
instrumenten. Daarom hebben wij ervoor gekozen om dit niet via een apart raadsvoorstel in de raad te agenderen, maar het als beslispunt 3 (ter kennisname) te integreren in het raadsvoorstel van het
veiligheidsprogramma. Op deze wijze vindt het debat op een logisch moment, én in de openbaarheid, plaats.
Bedankt voor uw vertrouwen in ons om deze vragen op te pakken. Dat hebben wij met plezier gedaan. Namens de werkgroep Veilig Voorwaarts, Wilma de Moel (voorzitter)
3
4
Bijlage: Aanbevelingen 1-5 Hieronder volgt de eerste uitwerking van het college van aanbevelingen 1 t/m 5. Wij hebben dit op 24 juni in onze werkgroep besproken. U treft onze reactie gebundeld onder de aanbevelingen aan. Aanbeveling 1 Wees ‘waakzaam en dienstbaar’
a. Het ontwikkelen van een cultuur van aanspreken b. Het betrekken van de inwoners als partner Wijze van invulling:
Alhoewel bij deze aanbeveling geen hele duidelijke voorstellen opgenomen zijn en dat het lastig
maakt om te beoordelen wat de Rekenkamer hier precies bedoeld en beoogd heeft, denken wij (wij = in deze bijlage: het college) hier invulling aan te kunnen geven door extra aandacht te besteden aan het onderwerp veiligheid in de collegevergadering en het presidium.
Daarnaast kan input van inwoners benut worden doordat het meldpunt Openbare Ruimte ook gebruikt kan worden voor veiligheidsmeldingen van inwoners. Dit wordt ook regelmatig door inwoners gedaan. Anoniem is ook mogelijk, alhoewel het onze voorkeur geniet als wij contact op kunnen nemen met de melder. Daarnaast worden signalen/meldingen van de Klankbordgroepen via de verbinders naar het
team Veiligheid gebracht. Als door de Rekenkamer bedoeld werd dat inwoners niet makkelijk genoeg kunnen melden zouden we het meldpunt voor dit onderwerp meer onder de aandacht kunnen
brengen door op de website nadrukkelijker aan te geven dat het ook voor veiligheids-onderwerpen gebruikt kan worden. Daarnaast wordt nadrukkelijk input van inwoners gevraagd door hen te
betrekken bij de voorbereidingen voor het Veiligheidsprogramma. Wij denken dat hiermee acties in gang zijn gezet die invulling geven aan aanbeveling 1.
Aanbeveling 2: Stel een beleidskader veiligheid en toezicht op voor Molenlanden binnen een duidelijk geformuleerde termijn Wijze van invulling:
In oktober wordt het Veiligheidsprogramma 2022-2025 naar de gemeenteraad gebracht ter
besluitvorming. Daarin worden de kaders opgenomen. Tijdens de Veiligheidsavond is voorgesteld om de huidige informeringsmomenten uit te breiden met een jaarlijkse verantwoording van het Veiligheidsprogramma. Hiermee is in onze optiek aan deze aanbeveling voldaan. Aanbeveling 3 Maak een afweging in de sturingsfilosofie Wijze van invulling:
Na het moment van schrijven van de aanbevelingen door de Rekenkamer is het beleidskader op het
gebied van integrale handhaving vastgesteld (waarover u via rib geïnformeerd bent). Daarin zijn alle beleidsvelden op het gebied van veiligheid en aanverwant waarop ook handhaving plaatsvindt, integraal opgenomen. Daarnaast zal de sturingsfilosofie onderdeel zijn van het nog door de gemeenteraad vast te stellen Veiligheidsprogramma.
Aanbeveling 4: Versterk de (positief ervaren) samenwerking tussen boa’s en politie Wijze van invulling:
De samenwerking wordt inderdaad als positief ervaren en er zijn vele afstemmingsmomenten.
Alhoewel er dus kennelijk geen lacune of tekortkoming is geconstateerd door de Rekenkamer wordt deze samenwerking de komende periode geïntensiveerd door samen te werken bij meerdere
intensieve integrale controles in de kernen van Molenlanden. Bij deze controles wordt gebruik 4
5
gemaakt van elkaars inzet en kennis. Hiermee is in onze optiek begonnen met het nog verder
versterken van de samenwerking tussen boa’s en politie, en zal dit de komende jaren doorgezet worden.
Tegelijkertijd willen wij ervoor waken dat gemeente al te makkelijk taken overneemt van politie, zonder dat daarvoor ruimte is (gecreëerd) bij de boa’s. Dit vraagt voortdurende bespreking van
diverse onderwerpen met politie, wie pakt wat op en welke capaciteit is er bij politie. Afhankelijk van de prioriteiten die uw raad stelt en de ambities vraagt dit mogelijk meer capaciteit van de boa’s. Aanbeveling 5: Ontwikkel een veiligheidsmonitor Wijze van invulling:
Molenlanden is onderdeel van het Gezamenlijk Veiligheidsbeeld zoals die tweemaal per jaar op wordt gesteld voor alle gemeenten, met specifieke informatie per gemeente, in de politieregio Rotterdam.
We dragen als gemeente hieraan ook financieel bij. Tevens wordt bij deze monitor gebruik gemaakt van input van de landelijke veiligheidsmonitor met name ten aanzien van de cijfers voor de
subjectieve veiligheid. Het zelf uitvoeren van een dergelijke monitor is zeer arbeidsintensief met bijbehorende kosten, en ontneemt ons de mogelijkheid om goed te vergelijken met andere
gemeenten in de eenheid. De cijfers van het Gezamenlijk Veiligheidsbeeld worden steeds aangeboden aan uw raad, en mede naar aanleiding van het Rekenkamer rapport worden in de raadsinformatiebrief de cijfers en ontwikkelingen in specifiek Molenlanden uitgebreid door ons geduid.
Een mogelijkheid is om de subjectieve veiligheidscijfers (elke twee jaar worden die via een uitgebreid onderzoek onder de inwoners opgesteld) uit te laten splitsen per kern binnen de gemeente. De
eerstvolgende Veiligheidsmonitor is al een aantal maanden geleden gestart, daarin is dat niet meer
mogelijk maar in de Veiligheidsmonitor daarna wel. Daarvoor zal specifiek opdracht gegeven moeten
worden. Daarnaast stellen wij voor om op de concrete doelen die in het Veiligheidsprogramma gesteld worden jaarlijks te rapporteren.
Reflectie van de werkgroep op deze uitwerking: De volgende reflecties geeft de werkgroep aan het college mee: • Aanbeveling 1: veiligheid raakt ons allemaal en hoe betrek je inwoners laagdrempelig bij het veiligheidsprogramma? Reactie portefeuillehouder: er is al veel info bij het college bekend uit de monitor, uit het betrekken van klankbordgroepen en uit TipMolenlanden en ondernemersverenigingen. Zij zijn dus goed betrokken bij het opstellen van dit veiligheidsprogramma. • Aanbeveling 1: het is goed om info op te halen bij inwoners, maar het is ook belangrijk om voortgang en informatie terug te koppelen (binnen de ruimte die de AVG biedt). Deze terugkoppelingen (kan bv via veiligheidsbeelden per kern) dragen positief bij aan de veiligheidscultuur. • Het is belangrijk om aanbevelingen 2, 3 en 5 in samenhang met elkaar te beschrijven. Je hebt het Molenlands veiligheidskader, je hebt je sturingsfilosofie en dat verbind je aan elkaar via de monitor aan het beleid. • Aanbeveling 4: Hoe worden de knelpunten die daar door de rekenkamer zijn geconstateerd verbeterd? Reactie portefeuillehouder: Dit was een lastige aanbevelingen om uit te werken omdat de rekenkamer constateert dat de samenwerking goed is, maar er toch een aanbeveling aan koppelt. Los daarvan speelt er wel een takendiscussie tussen politie en boa over de reikwijdte van ieders takenpakket.
Deze discussie is op enig moment wel van belang op de prioriteitstelling want als boa’s meer taken moeten doen, kost dat de gemeente meer geld en dat kan niet aan andere zaken uitgegeven worden. • Aanbeveling 5: De veiligheidsmonitor moet wel aansluiten op de prioriteiten in het veiligheidsprogramma. Een algemene monitor voorziet niet in de lokale situatie en lokale meetmomenten. Reactie portefeuillehouder: In de P&C cyclus duidt het college de voortgang wel lokaal. Een echt lokale veiligheidsmonitor is erg tijdrovend en duur. Wat wel 5
6
• •
kan is dat het lopende veiligheidsbeeld (vanuit de Veiligheidsalliantie Rijnmond) uitgebreid wordt met extra vragen (en daar betaal je dan voor). Algemeen: Compliment aan college dat getracht wordt goede en volledige info te verstrekken. Algemeen: We hebben veel lokale regels en afspraken, maar zijn ze nog actueel en hoe weten we of we de goede dingen doen? Kunnen de inwoners het nog begrijpen? Passen de regels nog wel bij de huidige tijd? Reactie portefeuillehouder: sinds de fusie zijn alle regels geharmoniseerd en geactualiseerd en bekeken op nut en noodzaak. Dus ja, ze zijn actueel, nuttig en nodig.
6