Kadernota 2024
Tekst van het document
4.2 Uitgangspunten reserves In de nota ‘Reserves en voorzieningen’ en in de ‘Raadsinformatiebrief belastingdruk inwoners en hoogte algemene reserve’ staan kaders voor de aanwending van de algemene reserve in drie niveaus. Per niveau typeren we de mate van aanwendbaarheid met de kleuren: rood, oranje, groen. De Algemene Reserve kan worden aangewend om de belastingdruk op de inwoners te verminderen en/of kan dienen als incidenteel dekkingsmiddel voor het realiseren van nieuw beleid. Uitgaande van de in deze Kadernota genoemde stand van de Algemene Reserve per eind 2027 van € 35,9 miljoen, is de ondergrens € 19,9 miljoen. Deze is gebaseerd op 3x de omvang van de risico’s ad. € 5,0 miljoen zoals geïnventariseerd in de paragraaf ‘Weerstandsvermogen en risicomanagement’ in de Jaarrekening 2022 en het bestemd vermogen. Het deel dat deze grens overstijgt is in principe aanwendbaar voor dekking van incidenteel nieuw beleid. Hierdoor ontstaat de volgende verdeling van de Algemene Reserve:
16,0
> 19,9 mln.: 16,0 mln. Dit bedrag kan worden ingezet als incidenteel dekkingsmiddel voor het realiseren van nieuwe bestuurlijke prioriteiten zoals vermeld in de kadernota/programmabegroting. >14,9 < 19,9 mln.: Dit deel van de algemene reserve kan worden ingezet als buffer voor risico’s met meerjarige nadelige effecten.
5,0 10,0 4,9
4,9 < 14,9 mln.: Dit gedeelte van de algemene reserve is direct gerelateerd aan de omvang van de geïnventariseerde risico’s. 0 < 4,9 mln.: Bestemd vermogen van de voormalige gemeente Giessenlanden voor de afrit A27
Kadernota 2024 24
Bijlage: Financiële ontwikkelingen 2023-2033 Disclaimer In deze bijlage is een globale inschatting gemaakt van de financiële effecten van een aantal grote opgaven. Voor de cijfers die in het vervolg van dit stuk worden genoemd, geldt dat deze vooralsnog niet zijn opgenomen in de meerjarenraming. Enerzijds omdat ze (gedeeltelijk) buiten de planperiode vallen, maar vooral omdat er eerst nadere uitwerking en besluitvorming nodig is. De in deze bijlage genoemde cijfers zijn daarmee geen formele invulling of aanvulling op enig ander document. Ook kunnen aan de gepresenteerde cijfers geen rechten worden ontleend, noch kunnen hier conclusies aan worden verbonden als het gaat om het al dan niet inhoudelijk uitvoeren van enig plan. Doel van deze notitie is een globaal inzicht te verstrekken in de opgaven en financiële ontwikkelingen waarvoor de Gemeente Molenlanden in de komende jaren gesteld staat.
Inleiding De opgaven en ontwikkelingen voor de komende jaren relateren we in deze bijlage aan de Algemene Reserve, exploitatie en liquiditeit. Zaken die zijn opgenomen in de Kadernota 2024 noemen we nietd. In onderstaande tabellen benoemen we de specifieke opgaven en ontwikkelingen. Daar waar mogelijk geven we een indicatie van de benodigde uitname (of: uitgave?) uit de algemene reserve en/of de jaarlijkse exploitatielasten.
Investeringen ten laste van de Algemene Reserve of ten laste van de exploitatie? Investeringen moeten we volgens de regelgeving activeren op de balans, waarop vervolgens wordt afgeschreven. Hieruit volgen kapitaallasten die onder te verdelen zijn in afschrijvingskosten en rente. Deze kapitaallasten moeten worden opgenomen als exploitatielasten of worden gedekt door een kapitaallastenreserve. In het recente verleden werden de afschrijvingslasten voor nieuwe investeringen voor scholen, sportvelden en wegen ten laste gebracht van een kapitaallastenreserve. De kapitaallastenreserve moet echter wel toereikend zijn én blijven om alle afschrijvingskosten gedurende de gehele afschrijvingstermijn te kunnen onttrekken. Daarom moet bij iedere nieuwe investering voor scholen en sportaccommodaties de kapitaallastenreserve aangevuld worden. Deze aanvulling werd meestal gevoed? uit de Algemene Reserve. Gezien het beperkte ‘groene gedeelte’ (zie hoofdstuk 4.2 van de Kadernota 2024) van de Algemene Reserve gaan we in deze bijlage uit van verwerking van de kapitaallasten als exploitatielasten. Eventuele desinvesteringen als gevolg van het voor het einde van de afschrijvingstermijn vervangen van investeringen, brengen we in deze notitie wel ten laste van de Algemene Reserve.
Liquiditeit Als gemeente is het verkrijgen van liquide middelen op de geld- en kapitaalmarkt over het algemeen geen beperkende factor. De beperking zit echter wel in de dekking voor de kapitaallasten. Tegelijkertijd is de rente van belang, die de gemeente Molenlanden betaalt over de opgenomen geldleningen. Deze wordt ook aan de taakvelden toegerekend en is daarmee medebepalend voor de totale exploitatielasten. Daar waar in de afgelopen jaren gerekend werd met 0,5%, is in de Kadernota 2024 1,5% opgenomen. Afhankelijk van het rentepercentage waartegen die tijd liquiditeit aangetrokken Bijlage Financiële Ontwikkelingen 2023-2033
1
kan worden, kan ook de rekenrente in toekomstige begrotingen (nog verder) stijgen of dalen. Dit heeft vanzelfsprekend effect op de hierna opgenomen cijfers.
afgesproken dat er per project sprake is van cofinanciering. De hoogte hiervan hangt samen met de te behalen exploitatievoordelen.
Samenvattende tabel In de hieronder opgenomen tabel staan de geschatte bedragen voor een aantal opgaven. Onder de tabel volgt per opgave een korte toelichting.
De gemeenteraad is in het voorjaar van 2023 geïnformeerd dat het noodzakelijk is om tot een verfijning van het IHP te komen. Een externe partij zal een scan uitvoeren. Daarom is nu niet aan te geven hoe de groei in kapitaallasten zich verdeeld over de jaren gaat ontwikkelen.
Exploitatie (structureel) Lasten Baten
Algemene Reserve Uitname
Integraal Huisvestingsplan primair onderwijs
€ 2.300.000
P.M.
€ 9.000.000
Accommodatiebeleid
€
P.M.
€
Kinderdijk: ontwikkeling entreezone
P.M.
P.M.
-
Randweg Groot Ammers
€ 1.200.000
Energietransitie/Klimaatadaptatie
P.M.
P.M.
-
De invoering van de Omgevingswet
P.M.
P.M.
-
Stijgende lasten integraal beheerplan
€ 1.100.000
-
-
Ontwikkeling Gemeentefonds
P.M.
P.M.
-
364.000
450.000
Integraal HuisvestingsPlan primair onderwijs Molenlanden (IHP) In de raadsvergadering op 20 april 2021 is het Integraal Huisvestingsplan primair onderwijs Molenlanden 2021 – 2032 vastgesteld. Onderdeel van dit besluit is dat ter uitvoering van het Integraal HuisvestingsPlan aparte besluiten worden genomen over de exacte invulling en de financiële effecten van de projecten. Op basis van de beschikbare informatie, huidige inzichten en diverse aannames is berekend dat de kapitaallasten in totaal met € 2,3 miljoen structureel toenemen. Tegelijkertijd moeten we rekening houden met € 9 miljoen aan desinvesteringen. Bij de geraamde investeringskosten is nog geen rekening gehouden met bijkomende kosten (bijvoorbeeld tijdelijke huisvesting) en opbrengsten (bijvoorbeeld opbrengst vertreklocaties, herontwikkelingspotentieel). Daarnaast is er met de schoolbesturen
In het raadsvoorstel staat dat de uitvoering van het IHP forse investeringen vergt en een structurele stijging van de jaarlijkse lasten voor de gemeente met zich meebrengt. Daarnaast is ook de actuele financiële positie van de gemeente op het besluitvormingsmoment bepalend voor de wijze waarop het IHP wordt ingevuld. Dit is ook bij de behandeling in de raad door de portefeuillehouder benadrukt. Accommodatiebeleid In de raadsvergadering op 20 april 2021 is het vastgoed-, accommodatie- en tarievenbeleid vastgesteld. Dit voorstel heeft als doel om goede randvoorwaarden (accommodaties, beheer en tarieven) te creëren voor ontplooiing van verenigingen en stichtingen op het gebied van bewegen, ontmoeten, sport, welzijn en zorg. Voor de accommodaties voor binnensport, buitensport, welzijn (dorpshuizen/MFA’s) en zwembaden wordt in het voorstel een investeringsbedrag van circa € 10,4 miljoen genoemd. Deze investering heeft tot gevolgd dat de kapitaallasten in totaal met € 364.000 structureel zullen toenemen. Hierbij komt een desinvestering van ongeveer € 450.000. De exacte omvang van de investeringen werken we de komende jaren uit via haalbaarheidsstudies per individuele investering. Afhankelijk van de financiële positie van de gemeente volgt hierna een afweging. Bijlage Financiële Ontwikkelingen 2023-2033
2
Ontwikkeling Werelderfgoed Kinderdijk In de raadsvergadering van 19 april 2022 is het Stedenbouwkundig plan Entreegebied Kinderdijk besproken. In het bijbehorende raadsvoorstel staat dat de kosten van de uitvoering van de voorgelegde visie een totale investering van circa 18 – 20 miljoen vragen (prijspeil 2022 en de onderbouwing van deze schatting werd als vertrouwelijke notitie toegevoegd). Inzet is dat een groot deel van de investeringen wordt bekostigd vanuit externe financiers (zoals andere overheden). Dit gezien het bovenlokale en zelfs nationale belang dat aan de herontwikkeling van het entreegebied gehecht wordt. Voor elk van de (deel)projecten wordt een apart voorstel opgesteld en ter goedkeuring aan de raad voorgelegd. Op die manier heeft de raad optimaal grip op deze investeringen. Ook volgt uit het Financieel Arrangement Kinderdijk dat uiteindelijk weer gelden terugvloeien naar de gemeente Molenlanden. Deze complexiteit heeft tot gevolg dat in deze bijlage geen cijfermatige raming is opgenomen. Randweg Groot Ammers Gelijktijdig met de voorbereidingen voor de Kadernota 2024 wordt ook een separaat voorstel voor de Randweg Groot-Ammers voorbereid. Uitgaande van de variant 'randweg Zuid 60 km/u' wordt een investering van 20 tot 25 miljoen gevraagd waaruit een bedrag van circa € 1,1 miljoen jaarlijkse kapitaallasten volgt. Daar komt het beheer en onderhoud nog bij.
Energietransitie/Klimaatadaptatie De afgelopen jaren is jaarlijks een uitvoeringsprogramma Duurzaamheid en Klimaat opgesteld waarbij een budgetvraag zat om met de Energietransitie, Klimaatadaptatie en Circulariteit aan de slag te kunnen. Hier is destijds voor gekozen vanwege de complexiteit van de onderwerpen, de rijksbijdragen onzeker waren en het College van mening was dat het thema een eigen besluitmoment in de Raad verdiende. Doordat jaarlijks het uitvoeringsprogramma (in november) aan de Raad wordt aangeboden zitten er (bijna) geen meerkosten voor dit thema in de
meerjarenraming. Ook was de rijksbijdrage de afgelopen jaren een onzekere factor. Inmiddels hebben we zicht op de rijksbijdragen voor 2023, 2024 en 2025, maar nog niet voor de jaren daarna terwijl de opgaven tot 2050 doorlopen. De invoering van de Omgevingswet Voor de invoering van de Omgevingswet per 1 januari 2024 verwachten we geen extra kosten ten opzichte van de Begroting 2023. Mogelijk brengt de Omgevingswet wel ontwikkelingen in de personele organisatie met zich mee. Deze ontwikkelingen kunnen zowel positief als negatief uitpakken, maar zijn op dit moment nog niet voldoende concreet om financieel te vertalen. Stijgende lasten beheerplan De jaarlijkse stijging van de lasten voor de uitvoering van het Integraal beheerplan buitenruimte loopt ook na de planperiode door. In de vastgestelde beheerplannen verhogen we jaarlijks de budgetten voor het basisbeheer met 2,5%. Dit staat los van eventuele investeringen en eventuele areaaluitbreiding. In onderstaande tabel staat een cijfermatige weergave: Bedragen x € 1.000
2022
2023
2024
2025
2026
2027
2028
2029
2030
2031
2032
Beheerkosten basis
5.006
5.131
5.259
5.391
5.525
5.664
5.805
5.950
6.099
6.251
6.408
135
273
414
560
708
861
1.017
Groei t.o.v. laatste jaarschijf Begroting 2022
Uit de beheerplannen volgt een ingroeimodel waardoor de toevoeging aan de bestemmingsreserve jaarlijks stijgt. Bedragen x € 1.000
2022
2023
2024
2025
2026
2027
2028
2029
2030
2031
2032
Toevoeging aan reserve (ingroeimodel)
57
114
171
228
285
342
399
456
513
570
627
57
114
171
228
285
342
399
Groei t.o.v. laatste jaarschijf Begroting 2022
Daarnaast bestond vanuit de voormalige gemeente Molenwaard een ingroeimodel waardoor de toevoeging aan de bestemmingsreserve jaarlijks stijgt. Bijlage Financiële Ontwikkelingen 2023-2033
3
Bedragen x € 1.000 Toevoeging aan reserve (ingroeimodel)
2022
2023
2024
2025
2026
2027
2028
2029
2030
2031
2032
1.970
2.010
2.050
2.090
2.130
2.170
2.210
2.250
2.290
2.330
2.370
40
80
120
160
200
240
280
Groei t.o.v. laatste jaarschijf Begroting 2022
De gemiddelde extra lasten in de periode na 2027 bedragen (of: zijn) afgerond €1,2 miljoen per jaar. Gemeentefonds Het kabinet kondigt in de Voorjaarsnota aan de € 1,1 miljard die in 2026 aan het gemeente- en provinciefonds (gezamenlijk) is toegevoegd structureel door te trekken. De keuzes in het coalitieakkoord hebben echter geleid tot een verlaging van deze fondsen van ruim € 4,5 miljard. Per saldo zijn er (ondanks deze Voorjaarsnota) vanaf 2026 dus € 3,4 miljard minder middelen beschikbaar ten opzichte van 2025. Dit komt vooral door het lager vaststellen van het accres en de terugkeer van de opschalingskorting. Omdat gemeenten een meerjarig sluitende begroting moeten presenteren, hebben deze vooruitzichten nu al invloed op de investeringen en ambities op lokaal niveau. De VNG heeft duidelijkheid van het kabinet gevraagd over de gevolgen van de disbalans tussen de taken en de gezamenlijke ambities van het rijk en de decentrale overheden enerzijds en de middelen anderzijds. Het antwoord op deze vraag was ten tijde van het opstellen van dit stuk nog niet duidelijk.
Bijlage Financiële Ontwikkelingen 2023-2033
4