CConstaterende datMolenlanden
Koppel je AI →
Document · PDF

Inspraak dhr. Aanen op raadsvoorstel heziening bestemmingsplan grotewaard 33a

Raadsvergadering 15 juli 2021, gemeente MolenlandenBij agendapunt: Herzien besluit over vaststelling bestemmingsplan Noordeloos, Grotewaard 33a1.448 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Gemeenteraad Gemeente Molenlanden Betreft: Reactie op raadsvoorstel: “Herzien besluit over vaststelling bestemmingsplan “Noordeloos, Grotewaard 33a” (Zaaknummer 1105408).

Geachte leden van de gemeenteraad, Graag wil ik reageren op het voorstel: “herzien besluit over vaststelling bestemmingsplan “Noordeloos, Grotewaard 33a” (Zaaknummer 1105408) zoals dit op dinsdag 29 juli door de gemeenteraad besproken zal worden. Als omwonende en eigenaar van de direct omliggende agrarische percelen waar ik voor mijn bedrijfsvoering van afhankelijk ben maak ik mij ernstig zorgen over de gevolgen van dit plan. In het advies stelt het college van B&W de deskundigheid en zienswijze van de Raad van State – terecht benoemd als het hoogst rechtsprekende orgaan van Nederland - ter discussie. Het college van de gemeente Molenlanden denkt het echter wel beter te weten dan de Raad van State!! Heel bijzonder. Het zou het college mijn inziens goed doen om eens wat minder hoog van de toren te blazen. Het college is wel zo verstandig om zich te realiseren dat het geen zin heeft om de uitspraak publiekelijk in twijfel te trekken. Dit laat onverlet dat het college standvastig weigert te reflecteren en het bestemmingsplan conform de daartoe gelden richtlijnen en uitspraken aan te passen. Het college stelt dat zij er naar streeft om het bestemmingsplan zo goed en zo volledig mogelijk aan te passen aan de richtlijnen zoals die zijn verwoord in de tussenuitspraak van de raad van State.

In werkelijkheid biedt het college het plan met een aantal minimale aanpassingen die praktisch gezien (nagenoeg) geen verschil maken opnieuw ter vaststelling aan uw Raad aan. Waarom onderzoekt het college niet waarom / hoe de nieuw te bouwen woning op de meest aangewezen plaats gebouwd kan worden: namelijk op het driehoekig perceel waar ook de huidige woning 34 nog staat? Op dit perceel staat naast de huidige woning 34 inmiddels ook de noodwoning van de familie de Jong. Het is moeilijk uit te leggen en voor mij nog altijd volkomen onbegrijpelijk waarom de gewenste villa of een qua maatvoering enigszins aangepaste woning niet op dit perceel gerealiseerd zou kunnen worden. Mijn inziens zouden de omvang en de maatvoering van de door de familie de Jong gewenste villa en overige woonwensen niet het uitgangspunt mogen zijn van een nieuw bestemmingsplan. Als de familie de Jong hun woonwensen niet kan verwezenlijken op het perceel waar de huidige woning Grotewaard 34 staat, zullen zij mijn inziens op zoek moeten gaan naar een alternatieve locatie. Wat mij betreft is het ongewenst dat er een enorme villa op het perceel achter de wetering - wat nu agrarisch gebruikt wordt - gerealiseerd wordt. De provincie stelt in haar schrijven nadrukkelijk dat de optie om de woning voor de wetering te realiseren onderzocht zal moeten worden.

Dit is nimmer gebeurd! In de brief van de provincie wordt beschreven dat de richtpunten bij Linten aangeven dat de historische gaafheid van het lint richtgevend moet zijn. Zou de plaats waar de huidige woning staat dan niet het uitgangspunt moeten zijn en moeten blijven? Verder wordt het lineaire karakter van het lint door de provincie als belangrijk uitgangspunt genoemd. Hierbij zal volgens de richtlijn moeten gelden dat de voorzijde van de woning zoveel mogelijk aan – in dit geval – de openbare weg wordt gerealiseerd. De opmerkelijke sprong uit het lint zoals die nu terecht wordt benoemd als ongewenst is mijn inziens nergens voor nodig. Verder wordt in het aangepaste plan nog altijd onvoldoende rekening gehouden met de begrenzing tussen de contouren van de linten en het veenweidelandschap. Zoals de provincie in haar schrijven van 26 mei ook opmerkt, kan uit de tussenuitspraak van de Raad van State worden afgeleid dat uitgegaan moet worden van harde begrenzing en niet van een indicatieve grens zoals het college wenst te hanteren. Er is geen enkele reden om in deze situatie geen rekening te houden met deze harde grens. Dit geeft een ongewenste precedentwerking. Een villa van de door de familie de Jong gewenste omvang en hoogte midden in een agrarisch perceel is wat mij betreft niet passend op deze plaats en ook niet in de omgeving.

Verder wil ik bezwaar aantekenen omdat de voorgenomen bouwplannen en de voorgestelde wijziging van het bestemmingsplan in belangrijke mate van invloed kunnen zijn op mijn bedrijfsvoering. Ik vind het ongewenst dat er een woning en een riante tuin wordt gerealiseerd tussen de agrarische percelen waar ik bedrijfseconomische werkzaamheden verricht. Stank en geluidsoverlast zijn onlosmakelijk verbonden met agrarische activiteiten en regelgeving hieromtrent wordt steeds verder aangescherpt in het nadeel van de ondernemer. Op de omliggende percelen zal ik regelmatig mest moeten uitrijden. Klachten over stank en geluidsoverlast zijn zeker niet ondenkbaar. Ik zit niet te wachten op discussies en / of vergaande problemen met ( toekomstige) buren. De geuroverlast kan zeker beperkt worden indien de woning op het driehoekig perceel voor de wetering gerealiseerd wordt. Een ander belangrijk argument waarom ik bezwaar aanteken tegen de wijziging van het bestemmingsplan is het gegeven dat ik deels afhankelijk ben van de inkomsten die ik genereer uit agrarisch natuurbeer. De afnemer van de melk die ik produceer – zuivelonderneming Royal FrieslandCampina – stelt dergelijke inspanningen ook verplicht aan haar leden / melkveehouders. Een bijdrage aan het agrarisch natuurbeheer vormt een randvoorwaarde om melk in bepaalde segmenten te mogen / kunnen leveren.

Ik maak mij veel zorgen over de verandering van de situatie. De weidevogels zullen naar mijn verwachting niet meer in de ruime omtrek van de nieuw te bouwen woning gaan nestelen. Het perceel waarop familie de Jong de woning wil bouwen en hun tuin wil realiseren grenst direct aan mijn weilanden waarop ik contracten met agrarische natuurbeheersorganisaties heb afgesloten. Ik maak mij veel zorgen over de potentiële verandering van de situatie. Weidevogels zijn zeer gevoelig voor verandering en verstoring. Ik maak mij zorgen dat de bouw van een woning en aanleg van een tuin - op de plaats waar de familie de Jong dit wenst - verstoring met zich mee zal brengen. Ook nadat de woning gerealiseerd is zullen er (menselijke ) bewegingen / activiteiten plaatsvinden waardoor vogels verstoord worden. De weidevogels zullen naar mijn verwachting niet meer in de ruime omtrek van de nieuw te bouwen woning gaan nestelen. Naast mijn bedrijfseconomisch belang ben ik van mening dat bescherming van bedreigde weidevogelsoorten een zwaarwegend algemeen belang vormt. Tenslotte kan de bouw van een woning op de voorgestelde plaats van invloed zijn op mogelijke uitbreidingen of verkoopwaarde van mijn bedrijf. Op grond van deze argumenten ben ik van mening dat het onwenselijk is om het bestemmingsplan op de voorgestelde manier te wijzigen en daarmee ruimte te bieden voor de bouw van een woning.

Zeker niet nu er geen noodzaak is. Sloop schuur familie Vonk - Witzier In dit project vervangt de familie de Jong de oude bedrijfswoning. Door de familie Vonk – Witzier is een extra woning gerealiseerd. Dit was mogelijk vanwege de regeling “ruimte voor ruimte “. De schuur die hiertoe zou worden afgebroken staat er echter nog altijd. Dit terwijl de familie Vonk -Witzier de woning inmiddels al geruime tijd bewoond. Het lijkt me aangewezen dat er maatregelen worden getroffen die er voor zorgen dat deze schuur nu binnen afzienbare tijd daadwerkelijk wordt weggehaald. In het voorstel is aangegeven dat de sloop van de schuur, conform de opdracht van de Raad van State inmiddels publiekrechtelijk is geborgd door in het bestemmingsplan ‘Noordeloos, Grotewaard 33a’ een voorwaardelijke verplichting op te nemen. Had deze sloopverplichting niet van begin af aan gekoppeld moeten zijn aan Grotewaard 33a? Het is wat mij betreft onacceptabel / niet juist dat de schuur mag blijven staan tot het moment dat de woning nummer Grotewaard 34 in gebruik genomen wordt. Conform de gedachte van de regeling ruimte voor ruimte zou er toegevoegde waarde voor natuur – en landschap moeten ontstaan. De toegenomen ruimte in de polder door afbraak van de schuur over de wetering zal bij goedkeuring van het bestemmingsplan direct teniet gedaan worden als er een villa over de wetering in de polder gebouwd wordt.

Dit lijkt me niet de bedoeling.

Conclusie Indien betrokken instanties het Groene Hart binnen het drukke Randstedelijk gebied open wil houden, zal zij wensen tot nieuwbouw zeer kritisch conform de daartoe geldende richtlijnen moeten beoordelen. Het Groene Hart dient daadwerkelijk beschermd te worden en de regeling “ruimte voor ruimte” moet toegevoegde waarde hebben voor de natuur en het landschap. Het kan niet als vrijbrief gebruikt worden om naar eigen smaak en inzicht in de polder te bouwen als daarvoor geen goede argumenten aan te voeren zijn. Ik had verwacht dat de vertegenwoordigers van de gemeente Molenlanden dit belang zeer serieus zouden bewaken. Dit lijkt niet het geval. Voor dit project zijn er mijn inziens geen goede argumenten aan te voeren waarom er niet op de plaats gebouwd kan worden waar nu een boerderij staat. Dit zal mijn inziens daarom ook het uitgangspunt moeten blijven. Met vriendelijke groet,

F. Aanen

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Molenlanden&id=781b996c-f9ef-480e-992b-36429c5ee0e7