Evaluatienotitie beleid tijdelijke werknemers Molenlanden
Tekst van het document
Evaluatie Beleidsnotitie tijdelijke werknemers Molenlanden september 2022
Eind 2019 stelde de gemeenteraad de beleidsnotitie arbeidsmigranten vast. In de beleidsnotitie is onder meer vastgelegd na twee jaar het beleid te evalueren. Onderdeel daarvan is het terugkijken naar de
gestelde kaders (normering, kwaliteitseisen et cetera), de werking van de kaders in de praktijk en de aansluiting bij ontwikkelingen in de conjunctuur.
Een ander aspect voor de evaluatie is een uitspraak van de rechtbank waaruit afgeleid kan worden dat de term ‘arbeidsmigranten’ en het onderscheid maken naar land van herkomst discriminatie is. Deze
uitspraak heeft gevolgen voor ons beleid en leidt tot aanpassingen. We spreken in de evaluatie vanaf nu dan ook van tijdelijke werknemers.
In deze evaluatie komen die punten aan de orde. Eerst is aandacht voor de aanpak van deze evaluatie.
Daarna vindt een korte duiding plaats van de ontwikkelingen in de conjunctuur die we tot op heden zien en verwachten. Daarna volgt de inhoudelijke evaluatie, waarbij we ingaan op de uitspraak van de rechtbank en vervolgens de hoofdstukindeling van de oorspronkelijke beleidsnotitie volgen. Daarbij beginnen we telkens met een kader met de kernpunten uit de oorspronkelijke beleidsnotitie. Aan het
einde van elk hoofdstuk volgen de te delen aandachtspunten en dilemma’s die voortkomen uit de evaluatie. 1.
Aanpak evaluatie
Voor de evaluatie is gebruikgemaakt van de ervaringen van de afgelopen jaren. In die jaren zijn op verschillende momenten gesprekken geweest met samenwerkingspartners (met name marktpartijen, bedrijven, inwoners, andere overheden) om de vinger aan de pols te houden. Specifiek voor deze
evaluatie heeft in december 2021 een apart overleg plaatsgevonden met het Platform van bedrijven,
huisvesters en uitzendbureaus die zijn verzameld rondom de Intentieverklaring Huisvesting Arbeidsmigranten. Ook is er voor de evaluatie contact geweest met het Expertisecentrum Flexwonen over de landelijke en lokale trends die zij ten opzichte van 2019 zien voor wat betreft de huisvesting van tijdelijke werknemers.
In de regionale ambtelijke werkgroep Arbeidsmigranten is de evaluatie aan de orde geweest en zijn verschillen en overeenkomsten tussen de diverse beleidsnota’s van regiogemeenten besproken. 2.
Ontwikkelingen in de conjunctuur
Relatief snel na vaststelling van de beleidsnotitie ving de ‘coronatijd’ aan. In die tijd is op meerdere momenten contact geweest met bedrijven, huisvesters en uitzendorganisaties over onder meer de gevolgen van de pandemie voor de vraag naar en mobiliteit van tijdelijke werknemers. Vorig jaar heeft
de raad een van deze gesprekken meegemaakt tijdens de beeldvormende avond van 30 juni, waarbij
diverse samenwerkingspartners waren aangesloten. Ook is contact geweest met het Expertisecentrum Flexwonen, om de landelijke ontwikkelingen te duiden.
In de eerste maanden van de pandemie kenden vraag en aanbod een kleine terugval. Na een aantal
maanden was men echter weer op het oude niveau. Sindsdien is de vraag naar tijdelijke werknemers bij Molenlandse bedrijven toegenomen. En daarmee ook de behoefte aan huisvesting voor deze doelgroep. Daarbij komt dat het woningaanbod in de afgelopen jaren steeds schaarser is geworden. Bedrijven,
huisvesters en uitzendbureaus geven aan dat passende huisvesting nauwelijks meer te vinden is en een urgent probleem is geworden. Het gaat zo ver dat sommige bedrijven aangeven geremd te worden in
1
hun ontwikkeling door een tekort aan personeel en alleen al voor het huidige (tijdelijke) personeel huisvesting tekortkomt. Bedrijven hebben in de evaluatie de urgentie van aanpak hiervan benadrukt.
Wel zien we dat de omvang van de groei samenhangt met de ontwikkeling binnen bepaalde sectoren.
Ook in ons gebied. In de transport-, logistieke en de technische sector is sprake van een duidelijke
groei. Die groei is beperkter geweest in de scheepsbouw. Wat we in ons gebied nog niet zien, maar wat wel een mogelijke toekomstige trend is: het werken met tijdelijke werknemers in de zorgsector. Ook
hier doet zich in toenemende mate een schaarste aan arbeidskrachten voor. Verwacht wordt dat er vanuit landen als Spanje een beweging van tijdelijke werknemers op gang komt voor deze sector. Landelijk
zien we hier al de eerste signalen van. Het is goed om op deze manier breed naar vraag en aanbod op de arbeidsmarkt te blijven kijken.
Tegen het einde van de evaluatieperiode ontstond de crisis in Oekraïne. En als gevolg daarvan een
grootschalige vluchtelingenstroom die ook in Nederland en in Molenlanden gevolgen heeft. Deze actualiteit raakt mogelijk op korte en langere termijn de huisvestings- en arbeidsvraagstukken die in de
beleidsnotitie centraal staan. Uit deze gebeurtenissen blijkt hoe snel er soms geanticipeerd moet worden op nieuwe ontwikkelingen. Het laat ook zien hoe betrekkelijk het formuleren van beleid op een bepaald moment kan zijn.
In de beleidsnotitie werd rekening gehouden met een jaarlijkse toename van 5% van het aantal tijdelijke werknemers in Molenlanden. We zien in contacten met Molenlandse bedrijven echter een toenemende
behoefte aan (huisvesten van) tijdelijke werknemers. Molenlandse bedrijven geven aan knel te lopen in hun bedrijfsvoering, omdat zij niet voldoende personeel kunnen vinden en huisvesten. Op basis van input van Molenlandse bedrijven lijkt de geschatte behoefte beduidend groter te zijn dan de officiële cijfers die we in 2018/2019 verwachtten. De verwachting is dat deze trend aanhoudt en verder gevoed
wordt door nieuwe behoeften, bijvoorbeeld in andere werksectoren. Gecombineerd met de toenemende
woningschaarste is het vinden van passende huisvesting alleen maar urgenter en complexer geworden.
“Het komt bijvoorbeeld voor dat een van onze arbeidsmigranten elke dag uit Vlissingen moet komen om hier te werken.” – bedrijf uit Molenlanden
3.
Inhoudelijke evaluatie
Over het algemeen zien we dat veel punten uit de oorspronkelijke beleidsnotitie inmiddels zijn opgepakt. Het vaststellen van het beleid heeft een belangrijke bijdrage geleverd aan de bewustwording en de
aandacht voor dit onderwerp vanuit verschillende disciplines: ruimtelijke ordening, toezicht en
handhaving, burgerzaken en het sociaal domein. Wel heeft de focus duidelijk gelegen op de huisvesting , aangezien het knelpunt daar het meest (en in toenemende mate nog altijd) wordt ervaren. In mindere mate
zijn
er
concreet
stappen
gezet
op
bijvoorbeeld
het
vlak
van
integratie.
Uitspraak Rechtbank
Voorafgaand aan het paraplubestemmingsplan dat kamergewijze verhuur van woningen verbiedt
(parapluplan Huisvesting arbeidsmigranten), is een voorbereidingsbesluit genomen dat kamergewijze
verhuur per direct aan banden legde. Over dit voorbereidingsbesluit heeft de rechtbank een oordeel gegeven. De uitspraak van de rechtbank houdt onder meer in dat uitsluitend regels gesteld mogen
2
worden over ruimtelijke relevante thema’s zoals ‘kamergewijze verhuur’. De term ‘arbeidsmigranten’ en
het onderscheid maken naar land van herkomst wordt bestempeld als discriminatie. In de beleidsnotitie houden we daarmee rekening en wordt geen onderscheid gemaakt naar land van herkomst. De titel
wordt aangepast naar Beleidsnotitie tijdelijke werknemers. De term ‘tijdelijke werknemers’ dekt beter de lading en discrimineert niet naar land van herkomst.
Voor ruimtelijke afwegingen wordt alleen gekeken naar tijdelijkheid van werknemers en de behoefte aan tijdelijke huisvesting en niet naar land van herkomst. In sociaal opzicht kan het land van herkomst wel relevant zijn vanwege taal en culturele verschillen. Bij het beheer zal daarom wel gelet worden op het aansluiten op de specifieke groep tijdelijke werknemers en hun behoeften.
Hieronder volgt een beknopte evaluatie per hoofdstuk uit de beleidsnotitie van 2019.
3.1 Shortstay / centrale huisvesting Kernpunten beleidsnotitie 2019
- De gemeente zet in op centrale huisvesting voor de groep shortstay;
- Het aantal plaatsen op centrale huisvestingslocatie(s) bedraagt in aanvang in totaal maximaal 120, met groei tot 210;
- Initiatieven beoordelen we aan de hand van de in de beleidsnotitie geformuleerde gemeentelijke eisen; - Onderzocht wordt of vrijkomende agrarische bebouwing een optie kan zijn voor centrale huisvesting;
- Er wordt alleen een omgevingsvergunning afgegeven voor bepaalde tijd, bij voorkeur vijf jaar. Na vijf jaar volgt een evaluatiemoment.
Het aanvankelijke initiatief rondom Camping De Put is uiteindelijk niet doorgegaan voor de huisvesting van tijdelijke werknemers. Vervolgens zijn in de afgelopen periode diverse verkennende gesprekken gevoerd over andere ideeën/initiatieven vanuit de samenleving en markt. En zijn we met belangrijke
marktpartijen tot een gedeeld uitgangspunt gekomen in de Intentieovereenkomst Huisvesting Arbeidsmigranten van september 2021. Rol gemeente bij initiatieven
Concrete initiatieven zijn nog niet verder gekomen dan de verkennende fase. Een uitzondering hierop
is een ontwikkeling waarvoor een positief principebesluit is genomen en een stedenbouwkundige uitwerking door het college is vastgesteld waarin een aantal zoeklocaties voor huisvesting tijdelijke
werknemers zijn opgenomen. Het blijkt in de praktijk lastig om tot concrete voorbeelden van geschikte
locaties te komen. Als er een initiatief of principeverzoek voorligt, voldoen deze tot nu toe niet aan alle gemeentelijke vereisten uit de beleidsnotitie. Ook is er in situaties in het buitengebied vaak sprake van
strijdigheid met provinciaal beleid. Te zien is dat er hierdoor in Molenlanden, maar ook breder in de
provincie Zuid-Holland, weinig initiatieven echt concreet worden. In andere provincies, zoals NoordBrabant en Gelderland, komt dit sneller op gang. De provincie Zuid-Holland is momenteel haar
omgevingsbeleid voor onder andere huisvesting van tijdelijke werknemers aan het herzien waarbij een beperkte verruiming en tegelijkertijd een extra onderzoek plicht worden geïntroduceerd.
Tegelijkertijd blijft het nastreven van centrale huisvesting (met georganiseerde faciliteiten en voorzieningen) een belangrijke pijler in de oplossing voor het huisvestingsvraagstuk. Dit om invulling
te geven aan de verwachte benodigde huisvesting in Molenlanden. De oorspronkelijke lijn volgend uit
de beleidsnotitie is dat marktpartijen/initiatiefnemers zelf geschikte locaties aandragen voor centrale
huisvesting. Overwogen kan worden om als gemeente een meer actieve rol in te nemen, om de synergie tussen verschillende initiatiefnemers en plannen te bevorderen. De gemeente heeft deze rol in de afgelopen periode gaandeweg al meer opgepakt, wat zijn vruchten lijkt af te werpen.
3
Aantal plaatsen in centrale huisvesting
Anderzijds geeft de evaluatie aanleiding om een andere benadering van de uitgangspunten van de
beleidsnotitie te hanteren. Dat vraagt in de eerste plaats om een minder stringent onderscheid tussen short- en midstay dan in de beleidsnotitie is opgenomen, omdat dit onderscheid in de praktijk op
voorhand lastiger te maken is. We stellen daarom voor om het onderscheid minder leidend te laten zijn bij de beoordeling van initiatieven. Dat kan ertoe leiden dat ook werknemers met een midstay verblijf in een centrale huisvesting terechtkomen.
Dat heeft ook gevolgen voor hoe we met de aantallen te huisvesten werknemers omgaan. De aantallen die genoemd worden in de beleidsnotitie zijn gebaseerd op de aanname dat 30% van de werknemers shortstay is. Dat is niet vol te houden als we zien dat deze groepen in de praktijk niet goed te onderscheiden zijn. Dit vraagt een flexibeler omgang met de aantallen. De manier waarop werknemers gehuisvest zijn (humaan en aansluitend op behoeften van deze werknemers, met een goed functionerend beheer en goed ingepast in de omgeving) vinden we een belangrijker en meer doorslaggevend argument dan aantallen. Dit kan leiden tot een hoger aan plaatsen dan 210. Deze mogelijkheid bieden we ook vanwege de signalen van huisvesters en bedrijven over de grote en verder groeiende behoefte aan huisvestingsmogelijkheden voor tijdelijke werknemers. Daarbij kijken we uiteraard naar de Molenlandse context. We zijn een gemeente met veelal kleine dorpen. Een centrale huisvestingslocatie moet passen bij de schaal en aard van de omgeving. Daarbij hoort een afweging over de omvang van de huisvesting in relatie tot de omgeving. Het huidige ruimtelijk kader biedt daarvoor een handvat, doordat gesteld is dat de omvang van het initiatief passend moet zijn in de (landelijke) omgeving. Een onderdeel van de beoordeling is de vraag of het aantal te huisvesten werknemers past bij de kern en omgeving.
Het totale aantal huisvestingsmogelijkheden voor tijdelijke werknemers overstijgt in ieder geval niet het totaal aantal te verwachten tijdelijke werknemers in de gemeente volgens de beleidsnotitie. Tijdelijke omgevingsvergunning voor centrale huisvesting
Vanwege de doelstelling om grip te blijven houden op locaties voor tijdelijke huisvesting is in de
huidige beleidsnotitie opgenomen dat er voor maximaal 5 jaar een omgevingsvergunning kan worden verstrekt. In de praktijk blijkt dit niet voldoende zekerheid te bieden voor een investering. Het
omslagpunt om een investering in tijdelijke huisvesting terug te verdienen ligt op circa 12 jaar. Een vergunningsperiode van 10 tot maximaal 15 jaar past daarom beter. Om ook recht te doen aan de doelstelling om grip te blijven houden en het beheer zo nodig bij te kunnen sturen zullen goede evaluatiemomenten met sturingsmogelijkheden voor de gemeente ingebouwd worden in een
dergelijke omgevingsvergunning. Het is juridisch gezien mogelijk een omgevingsvergunning te
verlenen voor een periode van 15 jaar wanneer een initiatiefnemer een aanvraag doet voor deze periode.
Combinaties met andere doelgroepen
Een andere mogelijke aanvulling op het beleid is om bij centrale huisvesting combinaties te maken met andere groepen. Met een goede ruimtelijke scheiding kan dit zowel van toegevoegde waarde zijn voor het draagvlak van de omgeving, als voor het bevorderen van het contact, de integratie en het beheer. Mogelijkheden op bedrijventerreinen
Voorgesteld wordt te kijken in hoeverre bedrijventerreinen alsnog een rol kunnen spelen in de huisvesting van tijdelijke werknemers. In de afweging voor midstay huisvesting (zie 3.2) is in de
oorspronkelijke beleidsnotitie opgenomen dat dit op bedrijventerreinen uitgesloten is. Ook bij shortstay
locaties werd ervan uitgegaan dat dit niet op een bedrijventerrein gerealiseerd zou moeten worden. Het
4
werd onwenselijk geacht dat tijdelijke werknemers op bedrijventerreinen verblijven, vanuit sociaal perspectief, (milieu)veiligheid en een acceptabele woonomgeving. Er zijn echter landelijk goede
voorbeelden van huisvesting op bedrijventerreinen, waaruit geleerd kan worden onder welke voorwaarden huisvesting wel een mogelijkheid is. Ook lokaal zijn er bedrijven die hierin kansen en
verantwoordelijkheden zien. Dit vraagt om een uit te werken kader, waarin naast ruimtelijke eisen ook sociale aspecten van groot belang zijn. Aanbevelingen voor het vervolg •
Benadrukken dat meerdere centrale huisvestingslocaties binnen de gemeente mogelijk zijn,
waarbij afweging plaatsvindt op basis van locatie, passendheid in omgeving en omvang voorziening in relatie tot mogelijkheden tot beheer. • •
Centrale huisvesting blijft een (belangrijk) deel van de oplossing van het vraagstuk.
Als gemeente een meer actieve rol te spelen in de zoektocht naar centrale huisvesting door: 1. te stimuleren dat synergie ontstaat tussen verschillende initiatiefnemers en plannen,
2. middels startgesprekken sneller vragen beantwoorden en reageren op ideeën voor initiatieven van huisvesters. •
Het belang van een goede huisvesting voor tijdelijke werknemers een nadrukkelijke plek geven bij de behandeling van initiatieven en locaties.
•
Bij centrale huisvesting de nadruk op shortstay te houden als doelgroep, maar een meer
flexibel onderscheid te hanteren tussen short- en midstay. Aan de voorkant is dit onderscheid immers moeilijk te maken. Ook is het goed te verkennen op kansen voor combinaties met andere doelgroepen spoedzoekers. •
We lopen ertegenaan dat de termijnen van een omgevingsvergunning voor vijf jaar voor
ondernemers niet haalbaar blijken in de business case. Voorgesteld wordt deze termijn te verlengen naar tien tot 15 jaar, mits er goede tussentijdse evaluatiemomenten met sturingsmogelijkheden voor de gemeente ingebouwd worden. •
Sommige bedrijven/huisvesters/uitzendbureaus geven aan behoefte te hebben aan grotere
aantallen om nu al centraal te kunnen huisvesten. Dit om te voorzien in de huidige en
groeiende behoefte. Om deze reden en omdat het verschil tussen shortstay en midstay in de praktijk niet altijd te maken valt, gaan we flexibeler om met het aantal te huisvesten werknemers. De passendheid van een initiatief in de omgeving is leidend bij de beoordeling van een initiatief. •
Huisvesting van tijdelijke werknemers op bedrijventerreinen voor primair shortstay in de
vorm van een logiesvoorziening mogelijk maken, met inachtneming van nader te formuleren voorwaarden. Uitwerking van deze voorwaarden betreft een nieuwe actie.
3.2 Midstay / huisvesting bestaande woningvoorraad Kernpunten beleidsnotitie 2019
- Nieuwe kamergewijze verhuur is niet toegestaan;
- Nieuwe huisvesting beoordelen we aan de hand van geformuleerde gemeentelijke eisen;
- Bestaande situaties mogen blijven bestaan en worden naar aanleiding van meldingen en aanvragen getoetst aan het Bouwbesluit;
- We spelen woningen vrij in gesprek met huisvesters;
- De huisvesting van tijdelijke werknemers (midstay) is op bedrijventerreinen uitgesloten. Uitgangspunten van de beleidsnotitie voor de huisvesting in bestaande woningvoorraad zijn voor een
belangrijk gedeelte geland in het paraplubestemmingsplan ‘Bijzondere woonvormen’ (‘huisvesting arbeidsmigranten’), vastgesteld in oktober 2021. Daarin is geregeld dat woningen niet zonder
5
vergunning mogen worden bewoond door meerdere huishoudens. Daarvoor zijn al voorbereidingen getroffen in het voorbereidingsbesluit van juli 2020. Gevolg is dat de gemeente voor nieuwe situaties
op deze manier kan toetsen en beoordelen aan de hand van de criteria uit de beleidsnotitie. In de beleidsnotitie
is
ook
nog
gesproken
van
het
opnemen
van
regels
in
de
regionale
huisvestingsverordening, maar op basis van voortschrijdend inzicht is gekozen om volledig in te zetten op het bestemmingsplan om dubbele regelgeving te voorkomen.
Het vrijspelen van woningen is op dit moment nog niet concreet geworden, omdat dit gekoppeld is aan het realiseren van centrale huisvesting. Wel is op dit punt overeenstemming gevonden in de
Intentieovereenkomst met marktpartijen. Bij de locaties voor centrale huisvesting sturen we minder hard op aantallen, omdat we zien dat shortstay en midstay vaak in elkaar overlopen. Daardoor willen we wel
steviger inzetten op het vrijspelen van woningen in samenwerking met huidige huisvesters van tijdelijke werknemers.
Tot slot geldt voor alle vormen van huisvesting van tijdelijke werknemers de aanvullende notie dat
gezorgd moet worden voor een goede scheiding tussen werk- en huurcontract. Dit ter bescherming van de positie van de tijdelijke werknemer. Dit is een van de adviezen die voort is gekomen uit de Commissie Roemer,
die
in
de
afgelopen
jaren
landelijk
onderzoek
heeft
gedaan
arbeidsmigrantenvraagstuk. We stellen voor deze aanbeveling over te nemen in ons beleid.
naar
het
“Het is goed mogelijk op een bedrijventerrein kwalitatief goede huisvesting te realiseren. Bedrijven kennen hun mensen, houden zodoende een oogje in het zeil en weten wat nodig is zodat arbeidsmigranten goed integreren.” – bedrijf uit Molenlanden
Aanbevelingen voor het vervolg •
Op het gebied van ‘midstay / huisvesting bestaande woningvoorraad’ handhaaft de gemeente de bestaande koers, op basis van het recent vastgestelde beleidsinstrumentarium.
•
Daarnaast wordt ingezet op centrale huisvestingslocatie(s) om ook (voor een deel) te voorzien in de behoefte aan midstay.
•
Duidelijke scheiding te vereisen tussen werk- en woonovereenkomst ter bescherming van de positie van de tijdelijke werknemer.
3.3 Integratie / communicatie Kernpunten beleidsnotitie 2019
- De gemeente kan samen met werkgevers, huisvesters en maatschappelijke partners een rol spelen bij het wegwijs maken van tijdelijke werknemers in de Nederlandse samenleving. De eerste
verantwoordelijkheid ligt bij werkgevers en/of huisvesters. Via convenanten kunnen afspraken worden gemaakt. De inzet is afhankelijk van de verblijfsduur.
Op het gebied van integratie heeft tot op heden niet de prioriteit van de inzet gelegen. In de beleidsnotitie is dit op voorhand ook aangegeven. Intussen zijn er wel stappen op dit onderdeel gezet, voor wat betreft het wegwijs maken van de tijdelijke werknemer in de Nederlandse samenleving. Dit is
van belang omdat de tijdelijke werknemer als volwaardig onderdeel zijn/haar plek in de samenleving
6
inneemt. Veelal liggen de eerste verantwoordelijkheid en directie acties op dit onderdeel bij werkgevers en/of huisvesters. De gemeente sluit hierop aan door op deze doelgroep toegespitste informatie
concreter aan te bieden. Bijvoorbeeld door te verwijzen naar de meertalige website van de Rijksoverheid, of door brochures aan te bieden op de servicepunten.
Voor de langere termijn is het goed meer aandacht te hebben voor integratie van tijdelijke werknemers
die hier langer verblijven. Deels vindt dit nu al plaats in het kader van taalonderwijs, maar aangezien het veelal EU-inwoners betreffen, komen veel tijdelijke werknemers niet in aanmerking voor de Wet Inburgering.
Op basis van de evaluatie blijkt op dit moment geen aanleiding het beleid op dit punt te heroverwegen.
3.4 Samenwerking met andere partijen Kernpunten beleidsnotitie 2019
- De gemeente is regelmatig in gesprek met werkgevers, huisvesters en uitzendbureaus;
- Regionale en landelijke samenwerking gericht op kennisuitwisseling, delen huisvestingsplannen en uitwisselen beleidsinstrumentaria;
- Bij concrete initiatieven betrekken van inwoners/omwonenden. Er is regelmatig overleg met lokale bedrijven, zowel rondom concrete initiatieven en principeverzoeken
als over beleid. Dit overleg leidde in september 2021 tot een intentieovereenkomst met een aantal bedrijven. In de intentieovereenkomst zijn onder meer afspraken gemaakt over huisvesting, registratie en integratie en over het Platform. Dat is de paraplu waaronder gemeente en bedrijven hun overleg
voortzetten. De overeenkomst en het Platform staan nadrukkelijk open voor andere partijen die aan willen sluiten.
Een voorbeeld van de goede samenwerking is het contact tussen gemeenten en uitzendbureaus en huisvesters rond corona. Informatie over de regels en het vaccineren voor de doelgroep tijdelijke werknemers werd gedeeld door de gemeente. Andersom voorzagen uitzendbureaus en huisvesters de gemeente van input, reacties en vragen. Zo hielden we met elkaar voeling bij de impact van corona op de vraag naar tijdelijke werknemers en de veiligheid en gezondheid van tijdelijke werknemers.
Behalve met bedrijven is de samenwerking gezocht met andere overheden. Samen met regiogemeenten wordt op reguliere basis overlegd over beleid en concrete initiatieven. Dit biedt de mogelijkheid om te
zorgen voor voldoende huisvesting, afstemming over beleid en gezamenlijk te sturen op voorkomen van het “waterbedeffect". Molenlanden is aangesloten bij het provinciale Gemeentenetwerk huisvesting arbeidsmigranten. Dit is vooral een kennisnetwerk, waarbij kennis en goede voorbeelden uitgewisseld
worden. Zuid-Holland gaat hierin niet zo ver als bijvoorbeeld de provincie Noord-Brabant, die als aanjager, regisseur en verbinder optreedt en een uitgebreide aanpak heeft vastgesteld. Zuid-Holland ondersteunt gemeenten, stimuleert een integrale aanpak, ontwikkelt en deelt kennis.
7
Op basis van de evaluatie blijkt op dit moment geen aanleiding het beleid op dit punt te heroverwegen.
“Het is positief dat de gemeente de problematiek onder ogen ziet. (…) Een zorg zit in de snelheid van de marktontwikkelingen: hoe houden we dat bij en kunnen we versnellen?” – uitzendorganisatie/huisvester actief in Molenlanden
3.5 Registratie, toezicht en handhaving Kernpunten beleidsnotitie 2019
- Aandacht voor passende registratie/inschrijving van tijdelijke werknemers;
- Toezicht en handhaving op veiligheid en legaliteit bewoning tijdelijke werknemers. Het Bouwbesluit en de brandveiligheid zijn de speerpunten geweest in de eerste jaren na de beleidsnotitie.
De
mogelijkheden
zijn
uitgebreid
sinds
recente
vaststelling
van
het
paraplubestemmingsplan Bijzondere woonvormen. In de afgelopen jaren is een steeds beter beeld
gevormd van situaties waarin tijdelijke werknemers in Molenlanden gehuisvest zijn. Dit op basis van
contacten met huisvesters, signalen vanuit de omgeving en waarnemingen door de gemeente. Meldingen over woonoverlast worden zelden aan de gemeente gericht. In de praktijk blijkt vaak dat huisvesters en uitzendbureaus hier waar nodig goed voor aanspreekbaar zijn en problemen meestal in goed overleg verholpen kunnen worden. In de belastingverordening is in december 2021 de mogelijkheid tot een
speciaal tarief en praktische werkwijze voor tijdelijke werknemers opgenomen. Ook is er contact over het bevorderen van het goed in- en uitschrijven van tijdelijke werknemers en in de Basisregistratie Personen, mochten tijdelijke werknemers hier voor langere tijd verblijven.
Op basis van de evaluatie blijkt op dit moment geen aanleiding het beleid op dit punt te heroverwegen. Wel speelt op dit moment dat de gemeente in afwachting is van een rechterlijke uitspraak inzake handhaving op basis van het voorbereidingsbesluit uit 2020. Nog duidelijk zal moeten worden in hoeverre deze procedure tot mogelijke aandachtspunten leidt voor dit en andere beleidsinstrument(en) volgend uit de beleidsnotitie.
Op basis van kennis bij de gemeente zijn er op dit moment ruim honderd verschillende locaties waar tijdelijke medewerkers wonen in Molenlanden. Deze zijn verspreid over alle dorpen en stad. Daarbij is het beeld dat er in enkele dorpen relatief meer verblijven dan in andere kernen.
3.6 Monitoring en evaluatie Kernpunten beleidsnotitie 2019
- De gemeente wordt een keer per jaar een monitor aangeboden;
8
- Na twee jaar vindt een evaluatie plaats. De jaarlijkse monitor is aan de hand van raadsinformatiebrieven gepresenteerd. Dit omvatte vooral een kwalitatieve beschrijving van de voortgang. Dit omdat data, zoals exacte aantallen woningen, vaak nog
te onzeker waren. Het beeld wordt wel steeds scherper. Voorgesteld wordt deze tussentijdse updates te blijven geven, waarbij de insteek is deze informatie steeds concreter te maken.
Op basis van de evaluatie blijkt op dit moment geen aanleiding het beleid op dit punt te heroverwegen.
3.7 Capaciteit
In 2019 is afgesproken dat de uitvoering van de beleidsnotitie grotendeels binnen de bestaande formatie uitgevoerd zou worden. Hiervan is inderdaad sprake geweest. Tegelijkertijd blijkt uit de evaluatie dat
een aantal punten om nadere uitwerking vraagt (bijvoorbeeld rondom bedrijventerreinen) en dat op
onderdelen een intensivering van de rol van de gemeente benodigd is. Waar nodig kan binnen de P&Ccyclus hierover een voorstel worden gedaan.
3.8 Conclusie
Samenvattend is er de afgelopen jaren veel terrein gewonnen om de rol en positie van tijdelijke werknemers in onze samenleving beter in beeld te brengen en beleid op dit vlak te ontwikkelen. Het
thema staat op de agenda, is geland in concreet beleid en concrete regelgeving en heeft geresulteerd in actieve
samenwerking
met
verschillende
partners.
De
nadruk
heeft
veelal
op
de
huisvestingsproblematiek gelegen, waarop nog steeds een knelpunt bestaat. De evaluatie heeft een aantal voorgestelde beleidsaanpassingen voor het vervolg geleverd.
Tegelijkertijd is het goed de komende jaren ook oog te hebben en te houden voor de plek van de
tijdelijke werknemer in de Molenlandse samenleving. Dit om op een steeds betere manier in verbinding met elkaar te leven en te werken.
9