Evaluatie nota verbonden partijen 2021-2026
Tekst van het document
Evaluatie Nota Verbonden Partijen 2021–2026 (Reacties van Verbonden Partijen Commissie, contactambtenaren en college) Inleiding In het voorjaar van 2025 is de uitvoering van de Nota Verbonden Partijen 2021–2026 geëvalueerd met de Verbonden Partijen Commissie (VPC), de contactambtenaren en het college. Daarbij is gekeken naar de werking van de nota in de praktijk: wat gaat goed, wat kan beter en welke onderdelen verdienen aanscherping richting de nieuwe raadsperiode. De evaluatie laat zien dat het beleid grotendeels goed functioneert, maar dat op enkele punten verduidelijking of aanpassing wenselijk is. Op basis van de evaluatie en de reacties van de Verbonden Partijen Commissie, contactambtenaren en het college is de Nota Verbonden Partijen aangepast. Hieronder staat een overzicht van de belangrijkste wijzigingen in de Nota Verbonden Partijen 2026–2030: ▪
▪ ▪ ▪ ▪
▪ ▪ ▪ ▪ ▪
Risicoprofielen worden na vaststelling van de nota verbonden partijen ‘vastgezet’ voor alle verbonden partijen. Uiteraard kan het risicoprofiel tussentijds gewijzigd worden wanneer zich wezenlijke ontwikkelingen voordoen die dit noodzakelijk maken (zie bijlage 1 bij de nota). De raad zet, mede op basis van de pilots uit 2025, het instellen van gemeenschappelijke adviescommissies samen met andere deelnemende gemeenten door (afspraak nr. 1). Contact met raadsleden uit deelnemende gemeenten is beperkt (zie afspraak 3). De attendering op vergaderstukken voor algemene besturen van verbonden partijen richting de raad kan verbeterd worden (afspraak nr. 6). Het overzicht van door verbonden partijen ontvangen zienswijzen van alle deelnemers met de reactie daarop van de verbonden partij zou standaard met de raad gedeeld moeten worden (afspraak nr. 6). Ook dit is onderdeel van de hiervoor vermelde te verbeteren attendering. De informatievoorziening richting de raad krijgt extra aandacht (afspraken 6, 7, 9 en 10). Verbonden partijen zijn in principe collegeregelingen (par. 4.1.3.). Nieuwe wettelijke instrumenten voor raden, zoals het regionaal enquêterecht en uitgebreidere rekenkamerbevoegdheden, zijn verwerkt in de nota (afspraak nr. 8).
De raad wordt ten minste een keer per raadsperiode geïnformeerd over de stand van zaken van ‘pluspakketten’ die belegd zijn bij verbonden partijen (afspraak nr. 9). De raad ontvangt jaarlijks een raadsinformatiebrief over de belangrijkste ontwikkelingen bij alle verbonden partijen, waarin tevens wordt ingegaan op de aandachtspunten uit de nota (afspraak nr. 10).
Verder zijn er reacties die niet tot wijziging van de nota leiden, maar meer praktijkervaringen zijn of de manier betreffen waarop met de inhoud van de nota wordt omgegaan, en die soms meer alertheid vragen. Hierna volgt gerubriceerd naar gremium een opsomming van deze reacties. Bevindingen VPC ▪ ▪
Raadsleden ervaren weinig grip; zienswijzen lijken beperkt effect te hebben, behalve bij tastbare GR’en (zoals Waardlanden). Raadsleden krijgen vaak een overvloed aan cijfers, maar te weinig duiding of bruikbare informatie.
▪
De VPC functioneert nuttig als technische commissie, maar opvolging van adviezen richting zienswijzen is beperkt.
Bevindingen ambtelijke organisatie ▪ ▪
▪
▪
Samenwerking in publiekrechtelijke organisaties heeft in de regel de voorkeur boven samenwerking in privaatrechtelijke organisaties. Dit volgt uit de Gemeentewet. Actiepunt over de gezamenlijke voorbereiding van kaderbrieven en zienswijzen; komt in de praktijk nog niet goed van de grond. Andere gemeenten blijken niet altijd dezelfde behoefte te voelen om daar actief op te sturen. Nieuwe onderzoeksinstrumenten moeten vooral worden benut om samen met partnergemeenten vanuit een gedeelde basis te evalueren. De evaluatie is primair een taak van de gemeenschappelijke regeling zelf, in het bijzonder van het algemeen bestuur in afstemming met de deelnemende raden. Als bestaande evaluaties voldoende inzicht bieden, hoeven geen extra instrumenten te worden ingezet. De bestaande uitgangspunten voor samenwerking blijven actueel. Wel kan worden toegevoegd dat sommige samenwerkingen wettelijk verplicht zijn.
Bevindingen college ▪
▪ ▪
▪
Informatiebijeenkomsten van verbonden partijen voor de gemeenteraad (en het college) worden positief gewaardeerd. De complexiteit vraagt aandacht voor en uitleg aan de raad. De onderlinge (ambtelijke) afstemming tussen gemeenten kan beter, maar de aard en omvang van een verbonden partij noopt tot ‘maatwerk’. De suggestie wordt gedaan om alle gemeenten te laten werken zoals wij en dan bijvoorbeeld regelmatig alle voorzitters van Verbonden Partijen Commissies met elkaar te laten overleggen. Het risico van een adviescommissies per verbonden partij is dat die ongeveer hetzelfde doet als onze Verbonden Partijen Commissie en dat tot verschillende output kan leiden. Aandacht voor de meer informele regionale samenwerkingsverbanden (bijvoorbeeld vanuit centrumgemeenten) die meer aandacht verdienen juist omdat die wat diffuser zijn georganiseerd.
De aandachtspunten met betrekking tot de Verbonden Partijen Commissie vallen buiten de reikwijdte van de Nota Verbonden Partijen, aangezien de werkwijze van de commissie is geregeld in de Verordening Verbonden Partijen Commissie 2021. ▪
▪
De timing van de adviezen van de Verbonden Partijen Commissie is een punt van aandacht bij leden van het college. Nu worden die adviezen parallel aan de besluitvorming door het college uitgebracht waardoor de adviezen daar niet bij betrokken kunnen worden. Dat wordt door leden van het college als een gemis ervaren. Is het wenselijk dat de mening van de Verbonden Partijen Commissie onderdeel worden van de op te stellen zienswijzen? En wat betekent dit voor de (raads)planning? De vraag wordt door leden van het college gesteld waarom de Verbonden Partijen Commissie geen gebruik maakt van ambtelijke bijstand?