Concept Bijlage 4 Bijlagen bij de toelichting
Tekst van het document
Bijlagen bij de toelichting
69
Bijlage 1
Tekening op schaal
70
Linker zijgevel
Voorgevel
er
e we V
Nieu
eer
we V
Nieu
22 23
22 23
24
24
S
NS
N /CO
25
22a
25
28
Rechter zijgevel
/CO 22a
28
Achtergevel 27
27
Doorsnede A-A Situatie Gemeente Sectie Nummer Schaal
Brandwerende voorzieningen A
Symbool
Omschrijving
A
Bouwbesluitgegevens Indeling gebouw Omschrijving
Gebouwgegevens
Gebruiksfunctie
Gebruiksoppervlakte
Oppervlakte
Inhoud
Alle maten in het werk controleren
Benaming:
A
A
Plattegrond
Verdieping 3070mm+P
Nieuw te bouwen garage/berging/schapenstal
Schaal:
Formaat:
Omgevingsvergunning: activiteit bouwen Plattegrond, gevelaanzichten, doorsnede en situatie
1 : 100
A1
Opdrachtgever:
Datum:
Dhr. W. Westbroek Nieuwe Veer 27 2959 AJ Streefkerk Telefoon: Mobiel: 06-52118963 E-mail: info@cembv.nl
DLV Advies Postbus 511 5400 AM Uden
Bouwlocatie:
Projectleider:
Nieuwe Veer 27 2959 AJ Streefkerk
Telefoon:
Telefoon: E-mail:
E-mail:
22-10-2019
FvdA
Wijzigingen:
B
19-11-2019 16-12-2019 C 30-07-2024
FvdA E FvdA F FvdA G
D
H
A
0413-336800 info.bmt@dlvadvies.nl
Ing. C. de Ruijter 06-53169175 C.deruijter@dlvadvies.nl
Klantnummer:
267499
Werknummer:
B190340-11
Blad:
P11
Bijlage 2
Resultaten berekeningen Aerius Calculator
72
Oostwijk 5 5406 XT Uden
Postbus 511 5400 AM Uden
0413 33 68 00 info@dlvadvies.nl
www.dlvadvies.nl
TOELICHTING STIKSTOFDEPOSITIE-BEREKENING AANLEGFASE Dhr. W. Westenbroek Nieuwe Veer 27 2959 AJ Streefkerk
Ing. C. de Ruijter Projectleider Bouw 06-53169175
Datum 15-03-2023
DLV Bouw, Milieu en Techniek BV - KvK 09090426
INHOUD 1
INLEIDING ........................................................................................................................................ 3
2
WETTELIJK KADER ........................................................................................................................ 4
3
BEPALING STIKSTOFDEPOSITIE AANLEGFASE ....................................................................... 5
4
TOETSING EN CONCLUSIE ........................................................................................................... 7
5
BIJLAGE ........................................................................................................................................... 8
2
1
INLEIDING
Aan de Nieuwe Veer 27 in Streefkerk loopt het initiatief om een bijgebouw van 240 m2 te bouwen. Dit vindt plaats na sloop van enkele kleine bijgebouwen en de sloop van 155 m2 elders aan de Achterland 23a te Groot-Ammers. De bovengenoemde transformatie zal bestaan uit nieuwbouw- en sloopwerkzaamheden op twee verschillende locaties. De totale werkzaamheden zullen ongeveer 3 maanden duren. Om goed in beeld te brengen wat de gevolgen van deze werkzaamheden zijn op het gebied van stikstof is voorliggend onderzoek uitgevoerd. Het onderzoek brengt in beeld wat de emissies in stikstof van de beschreven fases is. Vervolgens wordt aan de hand van deze emissies berekend wat de stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden is. Tot slot worden de uitkomsten van deze berekeningen getoetst aan de geldende kaders in de natuurwetgeving in landelijk en provinciaal perspectief. De locatie is gelegen aan de Nieuwe Veer 27 te Streefkerk. De locatie ligt buiten de bebouwde kom. Het dichtstbijzijnde stikstofgevoelige Natura 2000-gebied is “Biesbosch” op ca 11 kilometer afstand. In dit document wordt in hoofdstuk 2 verder ingegaan op het wettelijke kader omtrent de natuurwetgeving. Daarna worden de stikstofemissies en -deposities in hoofdstuk 3 in beeld gebracht. Er wordt een beeld geschetst van enkel de aanlegfase van het project.
Tot slot worden in hoofdstuk 4 de in hoofdstuk 3 beschreven effecten getoetst aan de wettelijke kaders.
3
2
WETTELIJK KADER
Landelijke wetgeving Natuurwetgeving is in Nederland vastgelegd in de Wet natuurbescherming. Het beperken van de stikstofdepostitie is geregeld in het onderdeel gebiedsbescherming en kent zijn oorsprong vanuit de Europese Habitatrichtlijn. Een teveel aan stikstofdepositie heeft een negatieve werking voor stikstofgevoelige habitats in Natura 2000-gebieden. Is er sprake van een overbelasting op deze habitats, dan is uitbreiding van de stikstofdepositie op deze habitats niet mogelijk. In Nederland is momenteel op veel Natura 2000-gebieden een overbelast habitat aanwezig. Op basis van artikel 2.7, 2e lid van de Wet moet bij elk project beoordeeld worden of de mogelijkheid bestaat dat het project een significant verstorend effect heeft op de instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000-gebieden. Hiervan kan bijvoorbeeld sprake zijn als er stikstofdepositie plaatsvindt. Hierbij moet ook worden gekeken naar de aanlegfase van het project indien hierbij stikstofemissie plaatsvindt. Is er sprake van stikstofdepositie als gevolg van de aanlegfase, dan kan een vergunning in het kader van de Wet natuurbescherming nodig zijn. Het uitgangspunt is dat deze vergunning nodig is als de stikstofdepositie op overbelaste habitattypen toeneemt. Die toename dient vervolgens te worden gemitigeerd door middel van bijvoorbeeld extern salderen.
Er is sprake van extern salderen als stikstof van de ene naar de andere locatie wordt overgeheveld. Blijft een project binnen de eigen vigerende stikstofdepositie (intern salderen) dan is geen sprake van een vergunningplicht. Bij het bepalen of er sprake is van een (toename) in stikstofdepositie moet een verschilberekening worden gemaakt. Hierbij mag vergeleken worden ten opzichte van een vigerende natuurtoestemming of, bij het ontbreken hiervan, het bestaand gebruik op de referentiedatum. Dit is het bestaand gebruik dat aanwezig was op de datum dat de betreffende Natura 2000-gebieden zijn aangewezen en dat sindsdien onafgebroken aanwezig was of aanwezig kon zijn, zonder dat hier een natuurtoestemming voor vereist was. Is er sprake van een gelijkblijvende, afnemende of zelfs geen stikstofdepositie, dan is geen natuurvergunning nodig.
4
3
BEPALING STIKSTOFDEPOSITIE AANLEGFASE
Om inzicht te krijgen in de stikstofdepositie van het project is de stikstofemissie in kaart gebracht. Omdat het project nog gerealiseerd moet worden (en hier ook stikstofemitterend materieel voor wordt ingezet) worden de activiteiten van deze aanlegfase hieronder beschreven. Aanlegfase De aanlegfase bestaat uit het slopen van een deel van de bestaande bebouwing, het slopen van bebouwing elders en de nieuwbouw van het bijgebouw. Hiervoor zal vooral gebruik gemaakt worden van machines met verbrandingsmotoren. Deze machines stoten stikstof uit. Er is dus een stikstofdepositie te verwachten tijdens de aanlegfase. Om de hoogte van deze stikstofdepositie te bepalen is gekeken naar het gebruik van machines en het gebruik van transportvoertuigen.
Figuur 1: tekening van de beoogde situatie.
Voor de inzet van machines kan de emissie worden bepaald aan de hand van de categorie van de voertuigen. Deze kunnen in het wettelijk verplicht rekenprogramma AERIUS calculator worden ingevuld. De inzet van de machines kan in het programma worden ingevoerd als emissiebron. Omdat de exacte bewegingen van de machines op voorhand niet te voorspellen zijn, is gebruik gemaakt van een oppervlaktebron waarbinnen de machines werken (conform “Instructie gegevensinvoer voor AERIUS Calculator”). De oppervlaktebron beslaat de bouwlocatie. Hierbij is uitgegaan van de aanwezigheid van materiaal binnen of direct rondom de bron. Er kan een keuze gemaakt worden in stageklasse van het voertuig (op basis van de in AERIUS aanwezige opties). De gebruiker dient vervolgens het brandstofverbruik, het aantal draaiuren en (indien van toepassing) AdBlueverbruik in te voeren. AERIUS berekent op basis van deze gegevens de ingestelde emissie.
5
Voor de aanlegfase zijn verschillende bronnen ingevoerd. In de onderstaande tabel is per bouwfase aangegeven welke activiteiten daarvoor zullen plaatsvinden. In de opvolgende kolommen is aangegeven welk materieel wordt ingezet (incl bouwjaar en vermogen), wat de gebruiksduur is van de voertuigen en hoeveel brandstof wordt vebruikt. Is er sprake van een werktuig met SRC, dan zal ook het adblueverbruik worden aangegeven.
Gebruik verbrandingsmotoren tijdens aanlegfase
Grondwerk bouwplaats incl inrichten Ontgraven bouwput In depot zetten Egaliseren Aanvullen Stationair draaien Kelder, fundering en vloeren BG vloer Lossen betonmortel Stationair draaien Staalconstructie Skelet plaatsen Gordingen leggen Stationair draaien Gevels Zijgevels plaatsen Topgevels plaatsen Stationair draaien Dak Sandwichtdakplaten monteren Stationair draaien Verhardingen Aanbrengen verharding Stationair draaien Totaal
emissie Verbruik Verbruik Ad stationair totaal Blue (bij (liter) SCR) (NOx g/uur)
(Gebruiks)duur voertuigen & bouwfase (uur)
Verbruik (liter per uur)
100 100 100 100
3,98 3,48 1,16 5,20 4,15
11,64 11,64 11,64 11,64
46,29 40,51 13,50 60,53
2000 2000 2018
200 200
1,39 6,78 2,45
22,69 22,69
31,58 153,84
AdBlue (Mobiele) kraan AdBlue (Mobiele) kraan Vrachtauto's > 20 ton GVW en trekkers
2000 2000 2018
100 100
4,30 3,66 2,39
11,64 11,64
AdBlue (Mobiele) kraan AdBlue (Mobiele) kraan Vrachtauto's > 20 ton GVW en trekkers
2000 2000 2018
100 100
1,26 0,82 0,31
11,64 11,64
(Mobiele) kraan AdBlue Vrachtauto's > 20 ton GVW en trekkers
2000 2018
100
0,81 0,24
11,64
9,37
AdBlue Shovel klein Vrachtauto's > 20 ton GVW en trekkers
2000 2018
100
9,24 2,77
11,64
107,61
Bouw jaar
Vermogen (kW)
AdBlue Rupskraan groot Trekker AdBlue Shovel groot AdBlue Shovel groot AdBlue Vrachtauto's > 20 ton GVW en trekkers
2000 2000 2000 2000 2018
AdBlue Betonpomp AdBlue AdBlue Betonmixer AdBlue Vrachtauto's > 20 ton GVW en trekkers
Activiteit
Materieel AdBlue
emissie totaal emissie stationair stationair (kg (NH3 g/uur) NOx)
totaal emissie stationair (kg NH3)
2 2 2 2 124,87
0,79
0,5182
0,0033
124,87
0,79
0,3059
0,0019
124,87
0,79
0,2984
0,0019
124,87
0,79
0,0387
0,0002
124,87
0,79
0,0300
0,0002
124,87
0,79
0,3459
0,0022
2 10
50,01 42,64
2 2
14,70 9,53
580,11
Transport bewegingen naar bouw
2 2
2
2 0,00
32
Figuur 2: tabel gebruik verbrandingsmotoren tijdens aanlegfase bouw
Gebruik verbrandingsmotoren tijdens aanlegfase
Activiteit Slopen Slopen In depot zetten Egaliseren Aanvullen Stationair draaien Totaal
Materieel
AdBlue Rupskraan groot AdBlue Trekker Shovel groot AdBlue AdBlue Shovel groot Vrachtauto's > 20 ton GVW en trekkers
AdBlue AdBlue AdBlue AdBlue
Bouw jaar
Vermogen (kW)
2000 2000 2000 2000 2018
100 100 100 100
(Gebruiks)duur voertuigen & bouwfase (uur)
Verbruik (liter per uur)
2,07 1,26 0,56 5,20 2,73
11,64 11,64 11,64 11,64
emissie Verbruik Verbruik Ad stationair totaal Blue (bij (liter) SCR) (NOx g/uur)
emissie totaal emissie stationair stationair (kg (NH3 g/uur) NOx)
totaal emissie stationair (kg NH3)
24,14 14,67 6,52 60,53
2 2 2 2 124,87
105,86
Transport bewegingen naar bouw
0,79
0,00
0,3409
0,0022 8
Figuur 3: tabel gebruik verbrandingsmotoren tijdens aanlegfase slopen van bebouwing elders
Voor de totstandkoming van de bovenstaande tabel is gebruik gemaakt van een reële inschatting van de inzet van materieel door de bouwkundige. De inschatting is gedaan op basis van ervaringen elders bij vergelijkbare bouwfases. Voor de berekening van het brandstofverbruik is uitgegaan van de AUBmethode van TNO die is opgesteld voor toepassing in AERIUS. Daarbij zijn het bouwjaar en vermogen van de werktuigen gebruikt. Tot slot zijn de transportbewegingen voor materiaal en werknemers meegenomen in de AERIUSberekening. Gedurende de gehele aanlegfase zal gemiddeld sprake zijn van twee vrachtwagens tbv aan- en afvoer van materialen en 8 lichte voertuigen tbv woon-werkverkeer van personeel. In AERIUS calculator zijn deze gegevens ingevoerd als lijnbron. De lijnbron strekt totdat het verkeer in het heersende verkeersbeeld is opgegaan in een verdunning tot enkele procenten. Dit is doorgaans bij de dichtstbijzijnde N- of A-weg (in dit geval de N480 en de N216). Voor de aanlegfase is een berekening uitgevoerd op basis van deze emissiebronnen. De berekening is bijgevoegd aan dit document. Op het nabijgelegen Natura 2000-gebied is een stikstofdepositie berekend van 0,00 mol/ha/jaar. Er is geen sprake van een stikstofdepositie op een ander Natura 2000-gebied.
6
4
TOETSING EN CONCLUSIE
In de vorige hoofdstukken zijn het wettelijk kader van de Wet natuurbescherming en de stikstofsituatie op de projectlocatie los van elkaar beschouwd. In dit hoofdstuk worden deze gegevens gecombineerd om zo conclusies te trekken over het project voor het aspect stikstof. Op basis van de AERIUS berekeningen is er geen sprake van stikstofdepositie in Natura 2000gebieden in de aanlegfase. Dit betekent dat er geen negatieve effecten plaatsvinden op Natura 2000gebieden als gevolg van dit project. Doordat er geen sprake is van stikstofdepositie hoeft ook geen vergunning in het kader van de Wet natuurbescherming te worden aangevraagd. Een toetsing aan de beleidsregels rondom extern salderen is hierdoor eveneens niet aan de orde, omdat de reikwijdte van deze beleidsregel zich beperkt tot aanvragen om een natuurtoestemming. Het bevoegd gezag omtrent de Wet natuurbescherming wordt nadrukkelijk verzocht te verklaren dat voor de beoogde situatie géén vergunningplicht in het kader van de Wet natuurbescherming geldt.
7
5
BIJLAGE
8
Projectberekening Dit document geeft een overzicht van de invoer en rekenresultaten van een Projectberekening met AERIUS Calculator. De berekening is uitgevoerd binnen stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden, op rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant, en waar tevens sprake is van een overbelaste of bijna overbelaste situatie voor stikstof.
Overzicht Samenvatting situaties Resultaten Detailgegevens per emissiebron Deze PDF is een digitaal bestand dat weer in te lezen is in AERIUS. Meer toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via:
www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers
Projectberekening
Contactgegevens Rechtspersoon Inrichtingslocatie
Activiteit
Omschrijving Toelichting
Berekening
AERIUS kenmerk Datum berekening Rekenconfiguratie
Totale emissie
Aanlegfase - Beoogd
Resultaten
Aanlegfase - Beoogd Gekarteerd oppervlak met toename (ha) Gekarteerd oppervlak met afname (ha) Grootste toename van depositie Grootste afname van depositie
RuF2Q4xwxp31 (09 maart 2023)
Dhr. W. Westbroek Nieuwe Veer 27, 2959 AJ Streefkerk B190340 aanlegfase bijgebouw RuF2Q4xwxp31 09 maart 2023, 21:14 Wnb-rekengrid Rekenjaar
Emissie NH₃
Emissie NOₓ
Hoogste bijdrage
Hexagon
Gebied
2023 -
55,4 g/j
24,0 kg/j
2/11
Projectberekening
Aanlegfase (Beoogd), rekenjaar 2023 Emissiebronnen 3 Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning | Slopen 4 Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning | Grondwerk bouwplaats incl inrichten 5 Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning | Kelder, fundering en vloeren 6 Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning | Staalconstructie 7 Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning | Gevels 8 Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning | Dak 9 Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning | Verhardingen 10 Anders... | Anders... | Stationaire bronnen Slopen 11 Anders... | Anders... | Stationaire bronnen Grondwerk bouwplaats incl inrichten 12 Anders... | Anders... | Stationaire bronnen Kelder, fundering en vloeren 13 Anders... | Anders... | Stationaire bronnen Staalconstructie 14 Anders... | Anders... | Stationaire bronnen Gevels 15 Anders... | Anders... | Stationaire bronnen Dak 16 Anders... | Anders... | Stationaire Verhardingen Verkeersnetwerk
RuF2Q4xwxp31 (09 maart 2023)
Emissie NH₃
Emissie NOₓ
0,0 kg/j 1,2 g/j 1,4 g/j 0,0 kg/j 0,0 kg/j 0,0 kg/j 0,0 kg/j 2,2 g/j 3,3 g/j 1,9 g/j 1,9 g/j 0,0 kg/j 0,0 kg/j 2,2 g/j 38,3 g/j
3,3 kg/j 4,9 kg/j 5,6 kg/j 2,8 kg/j 0,8 kg/j 0,3 kg/j 3,3 kg/j 0,3 kg/j 0,5 kg/j 0,3 kg/j 0,3 kg/j 38,7 g/j 30,0 g/j 0,3 kg/j 1,2 kg/j
3/11
Projectberekening
Hoogste af- en toename op (bijna) overbelaste stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden.
2 km Habitatrichtlijn Vogelrichtlijn Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn Niet bepaald
Grootste afname van depositie Grootste toename van depositie Hoogste totale depositie
De bronnen op de kaart horen bij de Beoogde situatie.
RuF2Q4xwxp31 (09 maart 2023)
4/11
Projectberekening
Resultaten stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden situatie "Aanlegfase" (Beoogd) incl. saldering e/o referentie Berekend (ha gekarteerd)
Totaal
RuF2Q4xwxp31 (09 maart 2023)
-
Hoogste totale Met toename Grootste depositie (mol (ha gekarteerd) toename (mol N/ha/jr) N/ha/jr)
-
-
-
Met afname (ha Grootste gekarteerd) afname (mol N/ha/jr)
-
-
5/11
Projectberekening
Aanlegfase, Rekenjaar 2023 1
Wegverkeer | Weg
Naam Locatie Lengte Wegtype Rijrichting Tunnelfactor Type hoogteligging Weghoogte Verkeer
aan en afvoer X:112428,39 Y:435557,56 1.823,27 m Buitenweg Beide richtingen 1 Normaal 0m
Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer 2
Max. snelheid
Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren
-
manoeuvreren binnen inrichting X:111807,56 Y:435898,63 Type scherm 71,31 m Hoogte Buitenweg Afstand tot de weg Beide richtingen 1 Normaal 0m
Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer
Max. snelheid
Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren
-
Aantal voertuigen
0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 %
Links Rechts NOₓ - NO₂ - NH₃
-
-
Aantal voertuigen
Naam
Slopen X:119434,86 Y:435676,34 0,03 ha
Stageklasse
100,0 % 100,0 % 100,0 % 0,0 %
NOₓ NH₃
Brandstofverbruik Draaiuren AdBlue verbruik
rupskraan groot (slopen)
Stage-I, <= 2001, 75-560 kW, diesel, 24 l/j SCR: nee
2 u/j
Trekker (in depot zetten)
Stage-I, <= 2001, 75-560 kW, diesel, 15 l/j SCR: nee
1 u/j
Shovel (egaliseren) Stage-I, <= 2001, 75-560 kW, diesel, 7 l/j SCR: nee
1 u/j
Shovel (aanvullen) Stage-I, <= 2001, 75-560 kW, diesel, 61 l/j SCR: nee
5 u/j
RuF2Q4xwxp31 (09 maart 2023)
74,3 g/j 22,7 g/j 1,4 g/j
In file
240 p/jaar 0 p/jaar 152 p/jaar 0 p/jaar
Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning
Naam Locatie Oppervlakte
1,0 kg/j 0,3 kg/j 34,0 g/j
In file
240 p/jaar 0 p/jaar 152 p/jaar 0 p/jaar
Wegverkeer | Weg
Naam Locatie Lengte Wegtype Rijrichting Tunnelfactor Type hoogteligging Weghoogte Verkeer
3
Links Rechts NOₓ - NO₂ - NH₃
Type scherm Hoogte Afstand tot de weg
3,3 kg/j 0,0 kg/j Stof Emissie
NOₓ NH₃ NOₓ NH₃ NOₓ NH₃ NOₓ NH₃
0,7 kg/j 0,0 kg/j 0,5 kg/j 0,0 kg/j 0,2 kg/j 0,0 kg/j 1,9 kg/j 0,0 kg/j 6/11
Projectberekening
4
Naam
Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning
Locatie Oppervlakte Naam
Grondwerk bouwplaats incl inrichten X:111830,84 Y:435864,06 0,02 ha
Stageklasse
NOₓ NH₃
Brandstofverbruik Draaiuren AdBlue verbruik
rupskraan groot (ontgraven)
Stage-I, <= 2001, 75-560 kW, diesel, 46 l/j SCR: nee
4 u/j
Trekker (in depot zetten)
Stage-I, <= 2001, 75-560 kW, diesel, 41 l/j SCR: nee
4 u/j
Shovel (egaliseren)
Stage-I, <= 2001, 75-560 kW, diesel, 14 l/j SCR: nee
1 u/j
Stage-I, <= 2001, 75-560 kW, diesel, 61 l/j SCR: nee
5 u/j
Shovel (aanvullen)
5
4,9 kg/j 1,2 g/j
Stof Emissie
NOₓ NH₃ NOₓ NH₃ NOₓ NH₃ NOₓ NH₃
Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning
Naam Locatie Oppervlakte Naam
Kelder, fundering en vloeren X:111830,84 Y:435864,06 0,02 ha Stageklasse
NOₓ NH₃
Brandstofverbruik Draaiuren AdBlue verbruik
betonpomp (BG)
Stage-I, <= 2001, 75-560 kW, diesel, 32 l/j SCR: nee
1 u/j
betonmixer (lossen mortel)
Stage-I, <= 2001, 75-560 kW, diesel, 154 l/j SCR: nee
7 u/j
RuF2Q4xwxp31 (09 maart 2023)
1,4 kg/j 0,0 kg/j 1,3 kg/j 0,0 kg/j 0,4 kg/j 0,0 kg/j 1,9 kg/j 0,0 kg/j 5,6 kg/j 1,4 g/j
Stof Emissie
NOₓ
1,0 kg/j NH₃ 0,0 kg/j NOₓ 4,7 kg/j NH₃ 1,2 g/j
7/11
Projectberekening
6
Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning
Naam Locatie Oppervlakte Naam
Staalconstructie X:111830,84 Y:435864,06 0,02 ha
Stageklasse
(mobiele) kraan (skelet plaatsen)
Stage-I, <= 2001, 75-560 kW, diesel, SCR: nee
(mobiele) kraan (gordingen leggen)
Stage-I, <= 2001, 75-560 kW, diesel, SCR: nee
7
2,8 kg/j 0,0 kg/j
Brandstofverbruik Draaiuren AdBlue Stof Emissie verbruik
50 l/j
4 u/j
NOₓ NH₃
43 l/j
4 u/j
NOₓ NH₃
Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning
Naam Locatie Oppervlakte Naam
Gevels X:111830,84 Y:435864,06 0,02 ha
Stageklasse
(mobiele) kraan (zijgevels Stage-I, <= 2001, 75-560 kW, plaatsen) diesel, SCR: nee (mobiele) kraan (topgevels Stage-I, <= 2001, 75-560 kW, plaatsen) diesel, SCR: nee 8
NOₓ NH₃
NOₓ NH₃
0,8 kg/j 0,0 kg/j
Brandstofverbruik Draaiuren AdBlue Stof Emissie verbruik
15 l/j
1 u/j
NOₓ NH₃
10 l/j
1 u/j
NOₓ NH₃
Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning
Naam Locatie Oppervlakte Naam
Dak X:111830,84 Y:435864,06 0,02 ha
Stageklasse
(mobiele) kraan (dakplaten Stage-I, <= 2001, 75-560 kW, monteren) diesel, SCR: nee
RuF2Q4xwxp31 (09 maart 2023)
1,5 kg/j 0,0 kg/j 1,3 kg/j 0,0 kg/j
NOₓ NH₃
0,5 kg/j 0,0 kg/j 0,3 kg/j 0,0 kg/j
0,3 kg/j 0,0 kg/j
Brandstofverbruik Draaiuren AdBlue Stof Emissie verbruik
9 l/j
1 u/j
NOₓ NH₃
0,3 kg/j 0,0 kg/j
8/11
Projectberekening
9
Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning
Naam Locatie Oppervlakte Naam
Verhardingen X:111830,84 Y:435864,06 0,02 ha
Stageklasse
shovel klein (aanbrengen Stage-I, <= 2001, 75-560 kW, verharding) diesel, SCR: nee 10
Anders... | Anders...
Naam Stationaire bronnenUittreedhoogte Slopen Warmteinhoud Locatie X:119434,86 Spreiding Y:435676,34 Oppervlakte 0,03 ha Wijze van ventilatie Niet geforceerd Temporele variatie Continue Emissie 11
Naam
Anders... | Anders...
Stationaire bronnenUittreedhoogte Grondwerk Warmteinhoud bouwplaats incl Spreiding inrichten Locatie X:111830,84 Y:435864,06 Oppervlakte 0,02 ha Wijze van ventilatie Niet geforceerd Temporele variatie Continue Emissie 12
Naam
Anders... | Anders...
Stationaire bronnenUittreedhoogte Kelder, fundering enWarmteinhoud vloeren Spreiding Locatie X:111830,84 Y:435864,06 Oppervlakte 0,02 ha Wijze van ventilatie Niet geforceerd Temporele variatie Continue Emissie 13
Anders... | Anders...
Naam Stationaire bronnenUittreedhoogte Staalconstructie Warmteinhoud Locatie X:111830,84 Spreiding Y:435864,06 Oppervlakte 0,02 ha Wijze van ventilatie Niet geforceerd Temporele variatie Continue Emissie
RuF2Q4xwxp31 (09 maart 2023)
NOₓ NH₃
3,3 kg/j 0,0 kg/j
Brandstofverbruik Draaiuren AdBlue Stof Emissie verbruik
108 l/j
10 u/j
NOₓ NH₃
3,3 kg/j 0,0 kg/j
0,0 m 0,000 MW 0m
NOₓ NH₃
0,3 kg/j 2,2 g/j
0,0 m 0,000 MW 0m
NOₓ NH₃
0,5 kg/j 3,3 g/j
0,0 m 0,000 MW 0m
NOₓ NH₃
0,3 kg/j 1,9 g/j
0,0 m 0,000 MW 0m
NOₓ NH₃
0,3 kg/j 1,9 g/j
9/11
Projectberekening
14
Anders... | Anders...
Naam Stationaire bronnenUittreedhoogte Gevels Warmteinhoud Locatie X:111830,84 Spreiding Y:435864,06 Oppervlakte 0,02 ha Wijze van ventilatie Niet geforceerd Temporele variatie Continue Emissie 15
Anders... | Anders...
Naam Stationaire bronnenUittreedhoogte Dak Warmteinhoud Locatie X:111830,84 Spreiding Y:435864,06 Oppervlakte 0,02 ha Wijze van ventilatie Niet geforceerd Temporele variatie Continue Emissie 16
Anders... | Anders...
Naam Stationaire Uittreedhoogte Verhardingen Warmteinhoud Locatie X:111830,84 Spreiding Y:435864,06 Oppervlakte 0,02 ha Wijze van ventilatie Niet geforceerd Temporele variatie Continue Emissie 17
NOₓ NH₃
38,7 g/j 0,0 kg/j
0,0 m 0,000 MW 0m
NOₓ NH₃
30,0 g/j 0,0 kg/j
0,0 m 0,000 MW 0m
NOₓ NH₃
0,3 kg/j 2,2 g/j
Wegverkeer | Weg
Naam Locatie Lengte Wegtype Rijrichting Tunnelfactor Type hoogteligging Weghoogte Verkeer
aan en afvoer (slopen) X:119714,28 Y:435999,85 813,33 m Buitenweg Beide richtingen 1 Normaal 0m
Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer 18
0,0 m 0,000 MW 0m
Type scherm Hoogte Afstand tot de weg
Max. snelheid
Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren
Wegverkeer | Weg
Naam Locatie Lengte Wegtype Rijrichting Tunnelfactor Type hoogteligging Weghoogte Verkeer
manoeuvreren binnen inrichting (slopen) X:119425,14 Y:435713,21 Type scherm 43,77 m Hoogte Buitenweg Afstand tot de weg Beide richtingen 1 Normaal 0m
Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer RuF2Q4xwxp31 (09 maart 2023)
Max. snelheid
Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren
Links Rechts NOₓ - NO₂ - NH₃
-
-
Aantal voertuigen
40 p/jaar 0 p/jaar 28 p/jaar 0 p/jaar
Links Rechts NOₓ - NO₂ - NH₃
-
-
Aantal voertuigen
40 p/jaar 0 p/jaar 28 p/jaar 0 p/jaar
80,9 g/j 23,7 g/j 2,7 g/j
In file
0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 %
8,3 g/j 2,6 g/j 0,0 kg/j
In file
100,0 % 100,0 % 100,0 % 0,0 %
10/11
Projectberekening
Disclaimer Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden. Rekenbasis Deze berekening is tot stand gekomen op basis van AERIUS versie 2022_20230221_e1cb893112 Database versie 2022_e1cb893112 Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/
RuF2Q4xwxp31 (09 maart 2023)
11/11
Bijlage 3
Quickscans flora en fauna
92
FAUNACHECK NIEUWE VEER 27 STREEFKERK
In opdracht van familie Westbroek
faunacheck familie Westbroek
December 2022
NOTITIE-FAUNACHECK Bouw schuur Nieuwe Veer 27 (gemeente Molenlanden) De familie Westbroek is van voornemens een schuur te bouwen naast de woning aan de Nieuwe Veer nummer 27 in Streefkerk (zie figuur 1). Om de bouw van de schuur doorgang te kunnen laten vinden moet eerst gecontroleerd worden of de realisering (mogelijk) conflicten oplevert met de Wet Natuurbescherming. Daarvoor is op dinsdag 27 december 2022 een faunacheck uitgevoerd door R.Slagboom (ecoloog VeenWeide Natuur en Landschap) Om de bouw van de schuur mogelijk te maken dienen twee solitaire essen (Fraxinus excelsior) gekapt te worden en een deel van de beukenhaag (Fagus sylvatica) verwijderd te worden (zie figuur 2). Een jonge beuk, die ook op de beoogde locatie groeit, kan worden verplaatst naar een andere plek in de tuin van de familie Westbroek.
figuur 1 locatie nieuw te bouwen schuur aan de Nieuwe Veer 27 in Streefkerk (gemeente Molenlanden)
De westelijke es (linker op de foto van figuur 2) is dicht begroeid met klimop (Hedera helix) en helt enigszins over naar de tuin van de buren.In de boom zitten een aantal dode takken, vermoedelijk door essentaksterkfte. In de klimop zit een (leeg) nest van vermoedelijk vink (Fringilla coelebs). Ook vertelde de initatiefnemer dat er afgelopen jaar een houtduif (Columba palumbus) in de boom heeft gebroed. Tijdens de inspectie werden geen sporen (uitwerpselen/braakballen) van ransuilen (Asio otus) aangetroffen (mogelijke roestplaats). De es is geïnspecteerd met verrekijker, waarbij geen grote holten, scheuren, grote plakkaten loshangende bast en (jaarrond beschermde) nesten konden worden gezien. De oostelijke es is tevens aangetast door essentaksterfte. Ook deze es is geïnspecteerd met verrekijker, waarbij geen grote holten, scheuren, grote plakkaten loshangende bast en (jaarrond beschermde) nesten werden aangetroffen. Beiden solitaire bomen maken geen (onder)deel uit te maken van essentieel foerageergebied of vliegroute voor vleermuizen. In de te verwijderen vrij smalle en open beukenhaag waren geen huismussen (Passer domesticus) te zien/horen. Volgens de initatiefnemer zitten die vooral in de dichte laurierhaag aan de westzijde van het woonhuis en broedden de mussen in de holtes van oude fruitbomen in de naastgelegen tuin van de buren. 1
faunacheck familie Westbroek
figuur 2 beide essen (midden in de foto) in de tuin van de familie Westbroek
De knotwilgen en fruitbomen langs de sloot aan de oostzijde van de beoogde schuur kunnen gehandhaafd blijven. Ter compensatie van de te kappen essen heeft de initatiefnemer inmiddels 6 nieuwe bomen aangeplant in zijn tuin. De grote (natuurlijke) tuin van de familie Westbroek is een eldorado voor vogels en andere dieren. De initatiefnemer gaf ook aan dat de nieuwe schuur natuurinclusief gebouwd zal worden met rieten dak (voor o.a. wilde bijen) en houten planken waarachter vleermuizen weg kunnen kruipen. Zorgplicht In het kader van de zorgplicht dient men sowieso rekening te houden met alle in het wild levende planten en dieren. Onnodige schade dient te allen tijde te worden voorkomen. Op deze locatie betekent dit het volgende: - Werk buiten het broedseizoen (dus kap voor maart en/of pas na september) - Let goed op, in de begroeiing of onder de te verwijderen kas kunnen bijvoorbeeld bruine kikkers (Rana temporaria) en gewone padden (Bufo bufo) aanwezig zijn. Deze kunnen verplaatst worden naar een rustig droog ruigtehoekje elders in de tuin. - Natuur is onvoorspelbaar in de tijd tussen deze inspectie en de uitvoering van het project kunnen altijd beschermde natuurwaarden in het plangebied opduiken. Probeer daar altijd rekening mee te houden!
Conclusie
De realisatie van de schuur bij de familie Westbroek aan het Nieuwe Veer 27 in Streefkerk levert geen conflict op met de Wet Natuurbescherming, mits dat het kappen van de beide essen en het verwijderen van de beukhaag zal plaatsvinden in het winterseizoen (oktober-februari) en er rekening wordt gehouden met de zorgplicht. De faunacheck is uitgevoerd door Richard Slagboom op: dinsdagmiddag 27 december 2022 van 13:00 - 14:15 uur
faunacheck familie Westbroek
2
ECOLOGISCHE QUICKSCAN Onderzoek naar beschermde natuurwaarden ten behoeve van ruimtelijke ontwikkeling
Locatie: Achterland 23 Groot Ammers Rapportnummer: 2022-BE-0390 In opdracht van: DLV Advies Oostwijk 5 5406 XT Uden
Ecologische quickscan Achterland 23 Groot Ammers, BE-0390
Colofon Rapportage Brabant Eco Rapportnummer 2022-BE-0390 Opdrachtgever DLV Advies Contactpersoon De heer C. de Ruijter Locatie Achterland 23, Groot Ammers Auteur Freek Rovers Verantwoordelijke controle Frenk van de Wal Opleverdatum 15 augustus 2022
De Lange Kant 27 5061 PX Oisterwijk 06-24218274 www.brabanteco.nl
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
Overname, verveelvoudiging of openbaarmaking van dit rapport is niet toegestaan zonder vermelding van bron.
Dit rapport is met de grootste zorg samengesteld. Desondanks aanvaardt Brabant Eco geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit het gebruik van de resultaten van dit onderzoek door toepassing van adviezen.
1
Ecologische quickscan Achterland 23 Groot Ammers, BE-0390
Inhoudsopgave SAMENVATTING ............................................................................................................... 3 1.
INLEIDING EN ONDERZOEK ........................................................................................ 4 1.1 Aanleiding......................................................................................................................... 4 1.2 Doelstelling ...................................................................................................................... 4 1.3 Centrale vraagstelling ...................................................................................................... 4 1.4 Criteria.............................................................................................................................. 4
2.
BELEIDSKADER .......................................................................................................... 5 2.1 Gebiedsbescherming ........................................................................................................ 5 2.2 Soortenbescherming ........................................................................................................ 5 2.3 Bescherming van houtopstanden .................................................................................... 7 2.4 Zorgplicht ......................................................................................................................... 7
3.
PLANGEBIEDSBESCHRIJVING ..................................................................................... 8 3.1 Huidige situatie ................................................................................................................ 8 3.2 Voorgenomen ontwikkeling ............................................................................................. 9
4.
PRAKTIJK ECOLOGISCHE QUICKSCAN ....................................................................... 11 4.1 Bureauonderzoek ........................................................................................................... 11 4.2 Veldonderzoek................................................................................................................ 12 4.3 Beschrijving plangebied ................................................................................................. 12
5.
BESCHERMDE NATUURWAARDEN ........................................................................... 14 5.1 Gebiedsbescherming ...................................................................................................... 14 5.2 Soortenbescherming ...................................................................................................... 16
6.
RESULTATEN EN ADVIES .......................................................................................... 24 6.1 Resultaten ...................................................................................................................... 24 6.2 Advies en aanbevelingen ................................................................................................ 24
7.
BRONNEN ............................................................................................................... 25
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
2
Ecologische quickscan Achterland 23 Groot Ammers, BE-0390
SAMENVATTING
Initiatiefnemer heeft concrete plannen voor herbestemming van een agrarisch bedrijf naar een woonbestemming aan Achterland 23 Groot Ammers. Het voornemen is om twee van de huidige bedrijfsgebouwen te slopen in het kader van een aanvullende verbetering van de ruimtelijke kwaliteit. In totaal zal ongeveer 160 m2 aan voormalige stallen worden gesloopt. Bij deze werkzaamheden is de opdrachtgever gebonden aan de Wet natuurbescherming. Omdat overtreding van de Wet natuurbescherming op voorhand niet uitgesloten kan worden is aan Brabant Eco de opdracht gegeven voor het uitvoeren van een ecologische quickscan op de planlocatie in het kader van de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling. Dit voorliggend rapport geeft een beschrijving van het plangebied en het uitgevoerde onderzoek. Daarnaast geeft dit rapport inzicht in de mogelijke knelpunten in het kader van de natuurwetgeving en beleid en de mogelijke effecten op beschermde flora en fauna en op beschermde natuurgebieden als gevolg van het project. Het rapport kan voor de opdrachtgever als bewijsstuk dienen voor het verrichtte natuuronderzoek. Op basis van uitgevoerd onderzoek zijn geen effecten met werkzaamheden te verwachten die van negatieve invloed zijn op de gunstige staat van instandhouding van de waargenomen soorten of mogelijk aanwezige soorten en hun functioneel leefgebied.
Natuurgebieden worden niet aangetast door de ontwikkeling in het plangebied. Nader onderzoek of een ontheffingsaanvraag is dan ook niet nodig. De zorgplicht is altijd van toepassing. Natuurinclusief verbeteren wordt aanbevolen. Frenk van de Wal Brabant Eco Augustus 2022
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
3
Ecologische quickscan Achterland 23 Groot Ammers, BE-0390
1. INLEIDING EN ONDERZOEK
1.1 Aanleiding Volgens opdrachtgever DLV Advies zullen de stallen aan Achterland 23 Groot Ammers gesloopt worden om daarna in het kader van verbetering van de ruimtelijke kwaliteit aan de Nieuwe Veer 27 te Streefkerk een nieuw bijgebouw (van ca. 240m2) te realiseren. Bij deze werkzaamheden is opdrachtgever gebonden aan de Wet natuurbescherming. In opdracht heeft Brabant Eco een ecologische quickscan uitgevoerd voor de planlocatie in het kader van de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling.
1.2 Doelstelling Het doel van dit verkennend onderzoek is om vast te stellen of de geplande ontwikkeling mogelijk effect heeft op de beschermde flora en fauna en op beschermde natuurgebieden. Er wordt een eerste inzicht verkregen in de mogelijke effecten op deze beschermde natuurwaarden in en om het plangebied en de mogelijke vervolgstappen die moeten worden ondernomen met betrekking tot aanvullend veldonderzoek, nader effectonderzoek en nadere procedures. Het doel van dit onderzoek is het vaststellen of uitsluiten van aanwezigheid van beschermde soorten die zijn opgenomen in paragraaf 3.1, 3.2 en 3.3 van de Wet natuurbescherming. Naast soorten die bijzondere bescherming genieten, geldt er een algemene zorgplicht om planten en dieren niet onnodig te verstoren. Daarom dienen flora en fauna en eventuele effecten in kaart gebracht te worden om deze te kunnen toetsen aan de natuurwetgeving. Dit rapport geeft inzicht in de mogelijke knelpunten in het kader van natuurwetgeving en -beleid en de mogelijke effecten als gevolg van het project en kan voor de opdrachtgever als bewijsstuk dienen voor het verrichtte natuuronderzoek.
1.3 Centrale vraagstelling Is de voorgenomen ontwikkeling op basis van de gevonden resultaten in strijd met de natuurwetgeving en dienen eventuele vervolgstappen genomen te worden voordat met de uitvoering gestart kan worden?
1.4 Criteria Op dit natuuronderzoek zijn de volgende criteria van toepassing: o Het onderzoek is uitgevoerd door deskundige ecologen volgens de definitie van de Rijksdienst voor ondernemend Nederland (ecologisch deskundige/RVO.nl). o Het onderzoek is uitgevoerd door een onafhankelijk bureau. Brabant Eco en Frenk van de Wal verklaren hierbij geen enkel belang te hebben in de uitkomst van dit onderzoek. o De resultaten zijn zo objectief en betrouwbaar mogelijk verkregen. o Het onderzoek voldoet aan de interne proces- en kwaliteitseisen van Brabant Eco.
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
4
Ecologische quickscan Achterland 23 Groot Ammers, BE-0390
2. BELEIDSKADER
De Wet natuurbescherming is de Nederlandse wet die de bescherming van natuurgebieden en soorten regelt. Met deze wet worden de Europese natuurbeschermingsrichtlijnen (de vogel- en habitatrichtlijn) zo helder mogelijk geïmplementeerd. Bovendien sluit het instrumentarium van de Wet natuurbescherming aan op het huidige omgevingsrecht en de toekomstige Omgevingswet. Het eerste aanspreekpunt voor de aanvraag van een omgevingsvergunning is de gemeente. De bevoegdheden om te toetsen aan de Wet natuurbescherming is bij de provincie gelegd. Het uitgangspunt van de wet is dat er geen schade mag worden toegebracht aan beschermde dieren of planten, tenzij dit nadrukkelijk is toegestaan.
2.1 Gebiedsbescherming 2.1.1 Natura 2000 Natura 2000 is een Europees netwerk van beschermde natuurgebieden. In Nederland worden deze gebieden aangewezen binnen de EU-vogelrichtlijn en de EU-habitatrichtlijn. In Natura 2000 gebieden worden bepaalde diersoorten en hun natuurlijke leefomgeving beschermd om de biodiversiteit te behouden. In het opgestelde beheerplan wordt beschreven hoe de instandhoudingsdoelstellingen bereikt dienen te worden. Nederland heeft ruim 160 Natura 2000 gebieden.
2.1.2 Natuurnetwerk Nederland (NNN) Het Natuurnetwerk Nederland (NNN), vroeger de Ecologische hoofdstructuur genoemd (EHS), is het Nederlandse netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden. Het bestaat uit gebieden die samen een netwerk vormen door Nederland waar de natuur voorrang heeft. Het netwerk helpt voorkomen dat planten en dieren in geïsoleerde gebieden uitsterven en dat natuurgebieden hun waarde verliezen. In het NNN geldt het ‘nee, tenzij’ principe. Dit houdt in dat ruimtelijke ingrepen niet zijn toegestaan, tenzij er geen alternatieven zijn en er sprake is van een groot openbaar belang. De effecten van de ingreep moeten bovendien worden gecompenseerd. Naast ongeveer 20 Nationale parken, meren, rivieren en de kustzone van de Noordzee en de Waddenzee vallen alle Natura 2000 gebieden onder het NNN. De landbouwgebieden worden beheerd volgens agrarisch natuurbeheer.
2.2 Soortenbescherming De Wet natuurbescherming beschermt de in Nederland voorkomende wilde planten- en diersoorten via een zogenaamde zorgplicht. Voor deze beschermde soorten is het uitgangspunt dat activiteiten moeten worden voorkomen die deze beschermde soorten aantasten. Wanneer dit niet mogelijk is, dan is het uitvoeren van een dergelijke activiteit alleen toegestaan met een ontheffing van de provincie.
2.2.1 Beschermde planten en dieren De Wet natuurbescherming kent drie algemene beschermingsregimes waarin de voorschriften van de Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn en twee verdragen (Bern en Bonn) zijn geïmplementeerd en waarin aanvullende voorschriften zijn gesteld voor de dier- en plantensoorten die niet onder die specifieke voorschriften vallen, maar wel bescherming behoeven. Elk van deze beschermingsregimes kent zijn eigen verbodsbepalingen en vereisten voor vrijstelling of ontheffing van de verboden. Om af te mogen wijken van de verbodsbepalingen via een ontheffing of vrijstelling moet aan drie criteria zijn voldaan: o Ten eerste mag alleen van de verbodsbepaling afgeweken worden als er geen andere bevredigende oplossing voor de handeling mogelijk is.
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
5
Ecologische quickscan Achterland 23 Groot Ammers, BE-0390
o
o
Ten tweede moet tegenover de afwijking van het verbod een in de wet genoemd belang staan. De wet geeft voor de verschillende beschermingsregimes aan wat die belangen zijn zoals volksgezondheid of openbare veiligheid. Tenslotte mag de ingreep geen afbreuk doen aan de staat van instandhouding van de soort.
Als aan deze drie vereisten voldaan is kan een ontheffing worden verleend. Voor een aantal handelingen zijn bovendien vrijstellingen mogelijk, bijvoorbeeld in de vorm van een provinciale verordening of een gedragscode. Bij het besluit of een afwijking van het verbod kan worden toegestaan, wordt evenwel niet naar de gevolgen van deze afwijking voor het individuele plant of dier gekeken, maar naar de gevolgen voor de instandhouding van de betrokken soort. Wel zal rekening gehouden moeten worden met de zorgplicht en het dierenwelzijn.
2.2.2 EU-Vogelrichtlijn Het doel van de Vogelrichtlijn is het in stand houden van alle natuurlijke, in Europa in het wild levende, vogelsoorten. De Vogelrichtlijn vereist dat EU-lidstaten alle nodige maatregelen nemen om de populatie van alle vogelsoorten op een niveau te houden of te brengen, dat met name beantwoordt aan de ecologische, wetenschappelijke en culturele eisen. Daarnaast moeten de lidstaten alle nodige maatregelen nemen om voor deze vogels een 'voldoende gevarieerdheid van leefgebieden en een voldoende omvang ervan te beschermen, in stand te houden of te herstellen'. De richtlijn is dus van toepassing op vogels, hun eieren, hun nesten en ook hun leefgebieden. De EU-Vogelrichtlijn is in 1981 van kracht geworden. De Wet natuurbescherming bevat een aantal verboden handelingen die van toepassing zijn op alle inheemse vogels. Deze verboden gelden in heel Nederland. De wet verbiedt: o Het opzettelijk doden of vangen van vogels (artikel 3.1 lid 1); o Het opzettelijk vernielen of beschadigen van nesten, rustplaatsen en eieren van vogels, of het wegnemen van nesten (artikel 3.1 lid 2); o Het rapen en onder zich hebben van eieren van vogels (artikel 3.1 lid 3); o Het opzettelijk storen van vogels (artikel 3.1 lid 4); o Het bezit, het vervoer en de handel in vogels, dood of levend, dan wel delen of producten daarvan (artikel 3.2).
Van de soorten die beschermd worden onder de Vogelrichtlijn is geen limitatieve lijst beschikbaar. Het gaat om ca. 700 soorten die van nature voorkomen op het grondgebied van de Europese Unie. In de praktijk betreft het alle soorten die in Nederland als broedvogel, standvogel, wintergast of doortrekker aanwezig kunnen zijn, met uitzondering van exoten. Op alle vogels is het beschermingsregime van paragraaf 3.1 van de Wet natuurbescherming van toepassing.
2.2.3 EU-Habitatrichtlijn Het doel van de Habitatrichtlijn is het waarborgen van de biologische diversiteit in de Europese Unie door de natuurlijke habitat en wilde dier- en plantensoorten die van Europees belang zijn in een gunstige staat van instandhouding te behouden of te herstellen. Dit zijn soorten die genoemd zijn in bijlage IV van de Habitatrichtlijn, bijlage II van het Verdrag van Bern en bijlage I van het Verdrag van Bonn, voor zover hun natuurlijke verspreidingsgebied zich in Nederland bevindt. Op deze soorten (zie bijlage 2) is het beschermingsregime van paragraaf 3.2 van de Wet natuurbescherming van toepassing. De EUHabitatrichtlijn is in 1992 van kracht geworden.
2.2.4 Overig beschermde soorten Dit zijn soorten genoemd in bijlage A van de Wet natuurbescherming. Het gaat hier om de bescherming van zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen, kevers en vaatplanten voorkomend in Nederland. Het betreft een limitatieve lijst (zie bijlage 3). De beschermde status van soorten kan per provincie verschillen. Provincies hebben de bevoegdheid om bij provinciale verordening vrijstelling te verlenen voor nationaal beschermde soorten. Er is dan geen ontheffing nodig voor werkzaamheden. Voor soorten die niet in de bijlagen van de Wet natuurbescherming worden genoemd, fungeert de zorgplichtbepaling (artikel 1.11 Wet natuurbescherming) als vangnet. Op grond van deze bepaling moeten schadelijke handelingen voor alle in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving in
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
6
Ecologische quickscan Achterland 23 Groot Ammers, BE-0390 beginsel achterwege worden gelaten, dan wel moeten maatregelen worden genomen om schadelijke gevolgen (zoveel mogelijk) te voorkomen.
Tabel: Beschermingsregime van de Wet natuurbescherming
2.3 Bescherming van houtopstanden De belangrijkste elementen m.b.t. de bescherming van houtopstanden zijn de meldingsplicht, de herplantplicht en het kapverbod. De provincies bepalen welke gegevens bij een melding moeten worden aangeleverd. Als het gaat om beplantingen van bomen groter dan 10 are of als het een rijbeplanting betreft die uit meer dan 20 bomen bestaat, dan valt bos, mits het buiten de bebouwde kom ligt, onder de Wet natuurbescherming. De gemeente kan voor de Wet natuurbescherming een andere ‘bebouwde kom Wet natuurbescherming’ vaststellen dan de bebouwde kom volgens de Wegenverkeerswet.
2.4 Zorgplicht Voor alle in het wild levende planten en dieren, ook niet wettelijk beschermde soorten, kent de Wet natuurbescherming een zorgplicht. Deze zorgplicht houdt in dat eenieder voldoende zorg in acht moet nemen voor het in het wild levende planten en dieren, alsmede voor hun leefomgeving. Dit betekent dat handelingen (of het nalaten hiervan) waarvan men weet, of redelijkerwijs kan vermoeden, dat ze nadelig zijn voor planten en/of dieren, niet mogen worden uitgevoerd.
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
7
Ecologische quickscan Achterland 23 Groot Ammers, BE-0390
3. PLANGEBIEDSBESCHRIJVING
3.1 Huidige situatie De planlocatie is gelegen aan de Achterland 23, zuidwestelijk van de kern van Groot Ammers, in de gemeente Molenlanden. Molenlanden is een gemeente in de provincie Zuid-Holland en heeft een totale oppervlakte van 192 km2. De gemeente telt 44.660 inwoners (31 januari 2022) en bestaat uit de plaatsen Molenwaard en Giessenlanden. Groot Ammers ligt ten zuidwesten van Nieuwegein en noordoostelijk van Dordrecht, aan rivier de Lek, in de landstreek Alblasserwaard, wordt oostelijk begrensd door de N216 en noordelijk door de N210. Het plangebied ligt in het buitengebied van Groot Ammers. Aan de voorzijde stroomt de Achterlandse Wetering. De directe omgeving van het plangebied bestaat voornamelijk uit agrarische percelen, bedrijfsbestemmingen en water. De ligging van het plangebied in de wijdere omgeving is weergegeven in onderstaande afbeelding.
Nieuwegein
Dordrecht
Satellietfoto omgeving plangebied, planlocatie is rood omcirkeld. Bron: Google Earth.
Het plangebied bestaat uit bebouwing, grasvelden en verharding. Op onderstaande afbeelding wordt het plangebied globaal aangegeven.
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
8
Ecologische quickscan Achterland 23 Groot Ammers, BE-0390
Globaal omlijnde planlocatie in blauw. Bron: Google Earth.
3.2 Voorgenomen ontwikkeling Opdrachtgever heeft het plan voor herbestemming van de planlocatie aan Achterland 23. De stallen (160m2) zullen worden gesloopt, om daarna in het kader van verbetering van de ruimtelijke kwaliteit aan de Nieuwe Veer 27 te Streefkerk een nieuw bijgebouw (van ca. 240m2) te realiseren. De bestemming wordt een woonbestemming.
Uitsnede verbeelding geldend bestemmingsplan. Bron: DLV Advies
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
9
Ecologische quickscan Achterland 23 Groot Ammers, BE-0390
Te slopen stal met zadeldak (ongeveer 55 m2) Bron: DLV Advies
Te slopen gebouwen achteraan (ongeveer 105m2)
Te slopen gebouwen met rood kruis aangegeven. Bron: DLV Advies
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
10
Ecologische quickscan Achterland 23 Groot Ammers, BE-0390
4. PRAKTIJK ECOLOGISCHE QUICKSCAN
Een ecologische quickscan is de eerste stap van ecologisch onderzoek dat uitgevoerd wordt in het kader van een ruimtelijke ingreep. Een aanvraag voor een omgevingsvergunning wordt getoetst aan de Wet natuurbescherming. In het kader van deze wet is het noodzakelijk te weten welke flora- en faunasoorten potentieel voorkomen in het plangebied. Naast het effect op beschermde soorten kan het nodig zijn om onderzoek te verrichten naar eventuele negatieve effecten van de ingreep op de kwaliteit van beschermde gebieden in de omgeving. Bij een ecologische quickscan worden de ecologische waarden van een omgeving in kaart gebracht middels een bureaustudie en veldonderzoek. De ingreep wordt goed en duidelijk omschreven. Er worden eventueel mitigerende en compenserende maatregelen aanbevolen waarmee de overtreding van de Wet natuurbescherming voorkomen wordt. De ecologische quickscan, ook wel quickscan flora en fauna genoemd, geeft de mogelijke effecten van een ruimtelijke ingreep weer op beschermde planten en dieren.
Door middel van een quickscan worden de volgende vragen beantwoord: o Welke beschermde soorten (flora en fauna) zijn in het plangebied aanwezig? o Wat zijn de effecten van de voorgenomen plannen op deze aanwezige soorten? o Wordt de Wet natuurbescherming overtreden? o Welke mogelijkheden zijn er om negatieve effecten op de beschermde soorten te minimaliseren of te voorkomen? o Is er een aanvullend onderzoek nodig naar soorten of functies? o Is het noodzakelijk om voor de voorgenomen plannen een ontheffing van de Wet natuurbescherming aan te vragen bij de provincie Zuid-Holland? De quickscan flora en fauna is een toets van de ecologische potenties van het plangebied en de directe omgeving en betreft geen volwaardig specifiek soortenonderzoek. Er zijn in dit onderzoek geen inventarisaties uitgevoerd van soorten en soortgroepen. Een ecologische inventarisatie bestaat uit meerdere veldbezoeken gedurende de voor de soortgroep meest gunstige periode van het jaar.
4.1 Bureauonderzoek Het bureauonderzoek heeft zich gericht op bekende ruimtelijke plannen, zowel lokaal, provinciaal, nationaal als Europees. Door middel van literatuuronderzoek is onderzocht of zich in de nabijheid van de planlocatie gebieden bevinden die beschermd zijn in het kader van de natuurwetgeving en is er een inschatting gemaakt op het voorkomen van beschermde soorten. Hierbij is gebruik gemaakt van de database quickscanhulp.nl, zie bijlage 1, aangevuld met gegevens uit relevante recente verspreidingsatlassen en actuele websites, onder andere RAVON, Sovon, FLORON en Waarneming.nl. NDFF Verspreidingsatlas is een naslagwerk met afbeeldingen en informatie over duizenden soorten die in de Nederlandse natuur voorkomen. De verspreidingskaarten worden gemaakt met gevalideerde gegevens uit de Nationale Databank Flora en Fauna. De inhoud van de atlas wordt mede verzorgd door zes verenigingen en stichtingen: de Nederlandse Mycologische Vereniging (NMV), FLORON, het Landelijk Informatiecentrum Kranswieren (LIK) en stichting ANEMOON, stichting RAVON en de Zoogdiervereniging. Voor de gebiedsgerichte bescherming is onderzoek uitgevoerd naar aanwezigheid van relevante natuurterreinen in de omgeving, het betreft de Natura 2000 gebieden en het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Daarvoor is o.a.
gebruik gemaakt van de website van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en die van de provincie Zuid-Holland.
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
11
Ecologische quickscan Achterland 23 Groot Ammers, BE-0390
4.2 Veldonderzoek Op donderdag 4 augustus 2022 in de middag hebben ecologen Freek Rovers en Frenk van de Wal in het kader van het natuurwaardenonderzoek het veldonderzoek uitgevoerd aan het plangebied en de directe omgeving. De weersomstandigheden waren zonnig, licht bewolkt met een westenwind met windkracht 3 en droog. De gemiddelde temperatuur lag rond de 30 graden Celsius. Tijdens het veldonderzoek werd de ecologische potentie van de locatie en de directe omgeving in relatie met het mogelijk voorkomen van beschermde soorten onderzocht. Op de locatie werden alle aanwezige habitats opgenomen. De aanwezige habitats tijdens het veldbezoek en de waarnemingen uit het NDFF werden vergeleken met de habitatvereisten van beschermde planten- en diersoorten. Hierdoor werd ingeschat welke soorten potentieel voorkomen. Daarbij zijn de in het plangebied aanwezige ruimtelijke structuren en ecotopen geïnventariseerd. Naast de biotopen zijn directe en indirecte aanwijzingen opgenomen die kunnen duiden op het voorkomen van beschermde soorten. Behalve het fysiek aantreffen van exemplaren van soorten is er ook gelet op bijv. holen, uitwerpselen, prooiresten, braakballen vraat-, loop- en veegsporen. Deze waarnemingen zijn bij de beoordeling betrokken. Op basis van deze vergelijking en expert judgement is beoordeeld welke van deze soorten in het plangebied kunnen voorkomen.
De bebouwing is zowel aan de binnenzijde als buitenzijde uitgebreid visueel onderzocht.
4.3 Beschrijving plangebied Binnen het plangebied staan zes gebouwen. Het plan is om twee van deze gebouwen, beide oude ongebruikte stallen, te slopen. De gebouwen die niet gesloopt worden zijn een rundveestal die nog in gebruik is, een loods die nog in gebruik is als opslag voor een landbouwvoertuig en gereedschap, een schuurtje dat nog in gebruik is voor de opslag van tuingereedschap en het woonhuis. De rundveestal bestaat uit vanden die gemaakt zijn van betonstenen en een golfplaten dak, de loods bestaat voor zowel de muren als het dak volledig uit damwand, het schuurtje heeft planken wanden en een golfplaten dak en het woonhuis is gebouwd van bakstenen wanden met een pannendak. De te slopen stal die het dichtst aan de straatzijde staat is gemaakt van een steense muur van ongeveer 60 centimeter hoog, op deze muur ligt een balk en staan de houten wanden zonder spouw waaruit de rest van de muren bestaat. Het dak is een pannendak zonder isolatie aan de onderzijde. Direct aan deze stal is een aanbouw geplaatst. Deze bestaat volledig uit houten wanden met een golfplaten dak en deze aanbouw zal op zichzelf blijven staan als een schuurtje. De te slopen stal verkeert in een vervallen staat. De te slopen stal dieper in het plangebied bestaat uit drie golfplaten wanden van metaal en een houten wand aan de slootzijde (oosten). Het gebouw is ongeveer 6.5 meter hoog.
De golfplaten wanden worden ondersteund door een raamwerk van houten spanten. Het dak is bedekt met golfplaten zoals de wanden. Zowel de wanden als het dak zijn niet geïsoleerd. De vloer is een zandbodem met stro. Net als het andere gebouw verkeert ook deze stal in een vervallen staat, vanwege de hoogte is de bewoner zelfs bezorgd voor een mogelijke instorting bij storm. Het plangebied is verder omringd door sloten en aan de overkant van de straat ligt de Achterlandsche Wetering. De bestrating op het plangebied zelf bestaat uit betonplaten en grind. Achter de golfplaten stal ligt een mestplaat en een voeropslagplaat. Aan de slootzijdes van het plangebied groeien knotwilgen, verder staat er Engels raaigras en enkele algemene kruiden, waaronder rode klaver en smalle weegbree.
Te slopen houten stal met aanbouw (te behouden)
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
Onderzijde niet-geïsoleerde dak houten stal
12
Ecologische quickscan Achterland 23 Groot Ammers, BE-0390
Binnenzijde houten stal
Houten wand slootzijde te slopen stal
Golfplaten wand te slopen stal
Binnenzijde te slopen stal
Overzicht grasland plangebied met te behouden loods
Te behouden woonhuis
Te behouden rundveestal
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
13
Ecologische quickscan Achterland 23 Groot Ammers, BE-0390
5. BESCHERMDE NATUURWAARDEN
Het volledig overzicht van de output van beschermde soorten van tabel 2 en 3 en vogels met mogelijk jaarrond beschermde nesten is door middel van quickscanhulp.nl opgenomen in bijlage 1. Bijlage 2 is een opsomming van beschermde soorten onder paragraaf 3.2 van de wet natuurbescherming. Bijlage 3 geeft een opsomming van de beschermde soorten onder paragraaf 3.3. Bij het veldonderzoek is het plangebied onderzocht op het voorkomen van beschermde soorten of resten hiervan. Er is met name geïnspecteerd op potentiële groei-, rust-, nest-, en verblijfplaatsen voor beschermde soorten. Per soortgroep wordt in onderstaande beschreven welke soorten er zijn waargenomen tijdens veldbezoek, welke soorten voorkomen in de omgeving, welke soorten worden verwacht in het plangebied, en welke effecten (mogelijk) aan de orde zijn.
5.1 Gebiedsbescherming 5.1.1 Natura 2000 Het plangebied ligt zuidwestelijk op minimaal 4,3 kilometer afstand van gronden die tot Natura 2000 gebied Uiterwaarden Lek behoren. Op 6,2 kilometer naar het zuidwesten bevindt zich Natura 2000 gebied Donkse Laagten. Op onderstaande afbeelding wordt de ligging van Natura 2000 gebieden in de omgeving van het plangebied weergegeven. De ligging van het plangebied wordt met een rode cirkel aangegeven. Natura 2000 gebieden zijn in geel, groen en blauw aangegeven.
Minimaal 4,3 kilometer tussen het plangebied en gronden behorend tot Natura 2000
Natura 2000 gebieden. De afstand tussen het plangebied en Natura 2000 is met een pijl aangegeven. Bron: Natura 2000.
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
14
Ecologische quickscan Achterland 23 Groot Ammers, BE-0390
Doordat het plangebied buiten het Natura 2000 gebied ligt kunnen alleen effecten optreden als gevolg van externe werking. Ten aanzien van Natura 2000 gebieden dient er o.a. zekerheid geboden te worden betreffende het niet optreden van een verslechtering van de kwaliteit van de natuurlijke habitats en de habitats van soorten. Gezien de aard en omvang van het voornemen, de locatie, de effectafstand tot Natura 2000 gebieden en het effectbereik, zijn externe effecten op voorhand uit te sluiten. Een Aerius berekening kan dit staven.
5.1.2 Natuurnetwerk Nederland Het plangebied ligt op minimaal 740 meter afstand ten westen van gronden die tot het Natuurnetwerk Nederland behoren. Ook op 870 meter naar het zuiden bevindt zich NNN gebied. Op onderstaande afbeelding wordt de ligging van het Natuurnetwerk Nederland in de omgeving van het plangebied weergegeven. De ligging van het plangebied wordt met een rode cirkel aangegeven. De NNN gebieden in diverse kleuren.
Minimaal 740 meter tussen het plangebied en gronden behorend tot Natuurnetwerk Nederland
Natuur Netwerk Nederland gebieden. De afstand tussen het plangebied en NNN is met een pijl aangegeven. Bron: Atlasleefomgeving Holland.
In of in de directe nabijheid van een NNN-gebied zijn geen ontwikkelingen toegestaan die de ‘wezenlijke kenmerken of waarden’ aantasten. Het plangebied ligt niet in, of direct aangrenzend aan het NNN-gebied. De significante aanpassing van en negatieve effecten door externe werking op de wezenlijke kenmerken en waarden van de NNN zijn, gezien de omvang, de aard, het effectbereik en de locatie van het voornemen, op voorhand uit te sluiten.
5.1.3 Conclusie Het plangebied behoort niet tot het Natuurnetwerk Nederland of Natura 2000 gebied. Vanwege de ligging buiten het Natuurnetwerk Nederland, leiden de voorgenomen activiteiten niet tot wettelijke consequenties. Het is niet aannemelijk dat de voorgenomen activiteiten een negatief effect hebben op instandhoudingsdoelen van Natura 2000 gebied. Een toets met compensatieplicht is daarmee niet aan de orde.