Bijlage Startnotitie Omgevingsvisie
Tekst van het document
Startnotitie Omgevingsvisie Versie 15-03-2021
Inhoud Inhoud .....................................................................................................................2 Inleiding ..................................................................................................................4 De Omgevingswet.................................................................................................4 Eisen aan de Omgevingsvisie ................................................................................4 Doel startnotitie....................................................................................................5 Leeswijzer.............................................................................................................5 1.
Projectbeschrijving...............................................................................................6 Onze visie op de aanpak .......................................................................................6 Doel van de Molenlandse Omgevingsvisie .............................................................6 Beoogd resultaat...................................................................................................7 Uitgangspunten ....................................................................................................7 Afbakening ...........................................................................................................7 2. Werkwijze ............................................................................................................9 Procesbeschrijving ..............................................................................................11 Participatie..........................................................................................................12 Overheden en partners .......................................................................................14 Rol Raad/College ................................................................................................17 3.
Projectbeheersing ..............................................................................................18 Organisatie .........................................................................................................18
2
Informatie...........................................................................................................18 Communicatie ....................................................................................................18 Tijd.....................................................................................................................18 Geld....................................................................................................................18 Kwaliteit .............................................................................................................18 Risico’s ...............................................................................................................19
3
Inleiding Voor u ligt de ‘Startnotitie Omgevingsvisie Molenlanden’. In deze startnotitie wordt de aanpak geschetst om te komen tot een Omgevingsvisie waarin de inzichten, prioriteiten en keuzes ten aanzien van de fysieke leefomgeving zijn omschreven. Deze aanpak is gebaseerd op een aantal uitgangspunten en richtingen die eveneens in deze startnotitie worden voorgelegd.
De Omgevingswet In de Omgevingswet worden de regels voor de fysieke leefomgeving gebundeld. De komst van deze wet betekent dat er veel verandert. Zij brengt bijvoorbeeld regels samen uit 26 huidige wetten over onder meer bouwen, milieu, water, ruimtelijke ordening en natuur. Het is de bedoeling dat de wet op 1 januari 2022 in werking treedt. Het motto van de wet is: “Ruimte voor ontwikkeling, waarborgen voor kwaliteit”. Dit motto is vertaald in de volgende maatschappelijke doelen, namelijk het bereiken van •
een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit bereiken en in stand houden;
•
de fysieke leefomgeving doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen om er maatschappelijke behoeften mee te vervullen.
een balans tussen: Om deze maatschappelijke doelen te halen zijn er vier verbeterdoelen geformuleerd van de Omgevingswet:
Bron: aandeslagmetdeomgevingswet.nl
4
Eisen aan de Omgevingsvisie De Omgevingswet verplicht iedere gemeente haar integrale langetermijnvisie vast te leggen in een Omgevingsvisie. De wet bepaalt dat deze visie uiterlijk 2024 moet zijn vastgesteld. De Omgevingsvisie is vormvrij. Wel moet de visie in ieder geval de volgende onderdelen bevatten (artikel 3.2 en 3.3 OW):
de kwaliteit van de fysieke leefomgeving in hoofdlijnen
de hoofdlijnen van de voorgenomen ontwikkeling op het gebied van: o
de aanleg van woonwijken, bedrijventerreinen en infrastructuur
o
ondergronds bouwen, windturbines, energietransitie, klimaatbestendigheid en dergelijke
o
gebruik, beheer, bescherming en behoud van het grondgebied (zowel onder- en bovengrond als water)
de hoofdzaken van beleid op alle relevante terreinen van de fysieke leefomgeving
uitwerking van de vier milieubeginselen: het voorzorgbeginsel, beginsel van preventief handelen, beginsel bronaanpak en beginsel vervuiler betaalt.
Binnen deze wettelijke kaders is het zaak een omgevingsvisie op te stellen die de gemeente Molenlanden het beste past.
Doel startnotitie Deze startnotitie vormt het vertrekpunt voor onze omgevingsvisie. Met de startnotitie stelt de raad kaders vast voor de ambitie die we hebben met de omgevingsvisie en het proces van totstandkoming. Er staat in beschreven welke procesmatige keuzes worden gemaakt om het traject van de omgevingsvisie succesvol te laten verlopen. Nog niet alles is helemaal uitgewerkt. Deze startnotitie is gebaseerd op de huidige inzichten van de wet en het is een proces dat zich continu moeten kunnen aanpassen (een adaptief proces). Het is een nieuw beleidsinstrument, waarvoor (mede door het vormvrije karakter) nog geen maatstaf of referentiekader bestaat. Dit betekent dat er in het proces van totstandkoming voldoende flexibiliteit moet zijn om in te kunnen spelen op zaken die we nu nog niet kunnen overzien. De startnotitie fungeert daarmee als kompas. Mocht het nodig zijn om gedurende het traject uitgangspunten in deze startnotitie bij te stellen, dan wordt dit aan de gemeenteraad voorgelegd.
5
Leeswijzer De startnotitie bestaat uit 3 hoofdstukken. In hoofdstuk 1 wordt het project Omgevingsvisie omschreven. Het doel van de visie, de uitgangspunten voor het proces en het resultaat, de Omgevingsvisie, komen hier aan bod. In hoofdstuk 2 wordt het proces concreet beschreven met aandacht voor de rol van de verschillende stakeholders. De organisatie van het project worden in hoofdstuk 3 toegelicht.
6
1. Projectbeschrijving Onze visie op de aanpak Het opstellen van een omgevingsvisie is voor de gemeente Molenlanden een kans om ons grondgebied integraal te benaderen, maar met oog voor de ontwikkelingen in de afzonderlijke dorpskernen en het buitengebied. De huidige structuurvisies oriënteren zich op de Ruimtelijke Ordening en andere beleidsvisies zijn soms vanuit sectoraal oogpunt opgesteld. De Omgevingsvisie vormt het strategisch kader voor alle aspecten van de fysieke leefomgeving. Belangen en doelstellingen uit het sociale domein wegen dus ook mee. Zo zullen onderwerpen zoals leefbaarheid, veiligheid, gezondheid, duurzaamheid, klimaat, identiteit, wonen, bodem, water, werken, recreëren, natuur, detailhandel, voorzieningen, mobiliteit en cultureel erfgoed opgenomen worden in de omgevingsvisie. Een goede omgevingsvisie vormt de basis voor de Programma's en het Omgevingsplan. Bij de invulling van onze omgevingsvisie worden bestaande documenten meegenomen. Door de bestaande beleidsdocumenten aan elkaar te koppelen ontstaat een integraal beeld waar de kansen en afwegingen liggen voor onze fysieke leefomgeving.
Ook wordt afstemming gezocht met de omgevingsvisies van de buurgemeenten en de provincie, evenals met de in ontwikkeling zijnde Toekomstvisie Molenlanden 2040, de Regionale Energie Strategie (RES), de Transitievisie warmte en de Regionale Klimaatadaptatie Strategie (RAS). De ambities en doelstellingen uit en de ontwikkelingen rondom deze visies, worden integraal verwerkt in de Omgevingsvisie voor Molenlanden. Het proces om te komen tot een Omgevingsvisie en vervolgens het bijsturen gebeurt op een lerende manier en samen met onze partners/inwoners. Dit is passend bij de Molenlandse werkwijze.
Doel van de Molenlandse Omgevingsvisie De Omgevingsvisie is een integrale visie. Integraal betekent dat de visie betrekking heeft op alle terreinen van de fysieke leefomgeving: ruimte, duurzaamheid, water, gezondheid, milieu, bodem, landschap, verkeer en vervoer, infrastructuur en
7
cultureel erfgoed. Het gaat hier om een samenhangende visie op strategisch niveau, niet om een optelsom van beleidsvisies voor de diverse domeinen. Dit geldt voor iedere omgevingsvisie in Nederland. Voor Molenlanden is de Omgevingsvisie het instrument waarin het gezamenlijke beeld van inwoners, ondernemers, organisaties én gemeente is vastgelegd en concreet is vertaald. De visie is gebaseerd op de uitkomsten van gezamenlijke analyse en verkenning en er is op die manier draagvlak voor het volgen van deze gezamenlijke lijn.
Beoogd resultaat In lijn met deze doelstelling omvat het document de ambities voor de gemeente en de prioriteiten bij de versterking van het woon-, werk- en leefklimaat.
Uitgangspunten Op verschillende aspecten wordt hieronder een keuze gemaakt die leidend is voor het proces naar en de inhoud van de visie. Deze punten zijn aanvullend op de wettelijke uitgangspunten voor een Omgevingsvisie (omschreven op bladzijde 3). Inhoud: 1. De Omgevingsvisie bevat beleid op hoofdlijnen over de volle breedte van de fysieke leefomgeving als bedoeld in de Omgevingswet 2. De Omgevingsvisie is integraal en tegelijkertijd zowel gebiedsgericht als themagericht opgesteld 3. De Omgevingsvisie vormt een stevige basis voor regelgeving en uitvoeringsplannen 4. De Molenlandse Omgevingsvisie heeft, net zoals de Toekomstvisie, 2040 als tijdshorizon 5. Het betreft een visie voor het gemeentelijke grondgebied en géén gezamenlijke Omgevingsvisie met buurgemeenten. De Omgevingsvisie wordt wel afgestemd met buurgemeenten 6. Keuzes die in de Omgevingsvisie worden gemaakt dienen duidelijk kenbaar en gemakkelijk vindbaar te zijn in de Omgevingsvisie 7. De Omgevingsvisie bevat een uitvoeringshoofdstuk waarin staat hoe de in Omgevingsvisie beschreven ambities voor ontwikkeling van de fysieke leefomgeving kunnen worden behaald Vorm en stijl:
8
1. Inhoudelijk is het een goed leesbaar product en (in woord en beeld) een begrijpelijke integrale strategische visie van de gemeente met betrekking tot de fysieke leefomgeving 2. De Omgevingsvisie is digitaal ontsloten 3. De Omgevingsvisie werkt uitnodigend en biedt ruimte voor maatschappelijk initiatief Proces: 1. De Omgevingsvisie wordt in samenwerking met onze stakeholders opgesteld 2. De Omgevingsvisie is een pragmatisch groeidocument dat klein begint met het vaststellen van een Omgevingsagenda. Vervolgens ontstaat een Omgevingsvisie die telkens gefaseerd wordt bijgesteld volgens de beleidscyclus 3. De Omgevingsvisie komt tot stand op basis van bestaand beleid, aangevuld met beleid dat nodig is om toekomstige opgaven voor onze gemeente integraal, uitvoeringsgericht en in samenhang te kunnen beantwoorden
Afbakening De Omgevingsvisie is een visie voor de fysieke leefomgeving. De Toekomstvisie Molenlanden 2040 gaat (ook) over thema’s breder dan de fysieke leefomgeving. De Omgevingsvisie is:
niet bindend voor inwoners en ondernemers
wel bindend voor het bestuursorgaan dat het vaststelt.
Het moet vervolgens nog doorvertaling krijgen in de regels.
9
2. Werkwijze Een gefaseerde aanpak
Om te komen tot een Omgevingsvisie voor de gemeente Molenlanden wordt een gefaseerde aanpak voorgesteld. Met een fasering kan zorgvuldig in stappen en lerenderwijs worden toegewerkt naar een Omgevingsvisie die passend is bij de Molenlandse samenleving. De leerpunten en ervaringen die worden opgedaan op inhoud en rol worden verwerkt gedurende het proces. Dit geldt ook voor de ervaring en kennis die parallel worden opgedaan bij andere instrumenten (zoals het Omgevingsplan). Begonnen wordt bij de kern: ‘wat voor gemeente wil de gemeente Molenlanden zijn in het fysieke domein?’ En bij wat wij al hebben gedaan: de bestaande visies en input uit reeds doorlopen participatietrajecten. Uiteindelijk wordt doorgewerkt naar de concrete gebiedsgerichte verwoording van de visie. Als fusiegemeente beschikken we op dit moment nog over visies uit de voormalige gemeenten. Bij deze fasering houden we rekening met de actuele wens om zo snel mogelijk visie te ontwikkelen op de fysieke leefomgeving. Dit biedt houvast bij de te realiseren ontwikkelingen. Toelichting op de verschillende fases: Fase 1 – De Omgevingsagenda De eerste fase leidt tot een Omgevingsagenda en Kansenkaart. In de Omgevingsagenda staan de belangrijkste ambities, kansen en opgaven voor de toekomst van de fysieke leefomgeving in Molenlanden . Het bevat een inhoudelijk deel en een deel over de rolopvatting van de gemeente.
De wetgever schrijft voor dat de ambitie en rolkeuze van de gemeente voor het fysieke domein doorwerkt in alle instrumenten, te beginnen bij de Omgevingsvisie, de programma’s en het Omgevingsplan, uiteindelijk eindigend bij Toezicht & Handhaving. Welke rol wil de gemeente in de fysieke leefomgeving innemen? De Omgevingsagenda besteedt aandacht aan deze rol en bepaalt de eerste richting. De rol wordt stapsgewijs in het proces tot Omgevingsvisie steeds concreter. Het inhoudelijk deel van de agenda bevat een overzicht van beleidsstukken en visies die geheel of gedeeltelijk meegaan in de Omgevingsvisie. Zaken die conflicteren worden uitgelicht en geagendeerd in dit document. Deze Omgevingsagenda maakt
10
daarmee inzichtelijk over welke thema’s het gesprek nog gevoerd gaat worden. Hiervoor wordt een procesvoorstel opgenomen over hoe we samen met inwoners, ondernemers en andere belanghebbenden willen komen tot de Omgevingsvisie. Bij deze agenda hoort ook een Kansenkaart. Deze kaart geeft de kansen voor ontwikkeling globaal weer en dient richting Omgevingsvisie verder uitgewerkt te worden. Het is belangrijk dat de gemeenteraad, wanneer er besluiten worden genomen, de
milieueffecten bij haar afwegingen betrekt. Afhankelijk van het detailniveau van de
Omgevingsvisie, wordt het beste moment bepaald om een milieueffectrapportage te laten opstellen. Deze rapportage brengt de milieueffecten van een plan in beeld. De Omgevingsagenda helpt bij het afwegen van ruimtelijke initiatieven en ontwikkelingen. Het bevat namelijk een samenvatting van het bestaande beleid en een overzicht van kansen en dilemma’s. De concrete gebiedsgewijze vertaling en de keuze hoe om te gaan met de kansen/dilemma’s vindt plaats in de Omgevingsvisie en de juridische vertaling in het Omgevingsplan. Wel geeft de Omgevingsagenda meer dan de verschillende huidige visies (van de voormalige gemeenten) - een integraal overzicht van het bestaande beleid. In het proces wordt rekening gehouden met het feit dat de RES en de Transitievisie Warmte periodiek geactualiseerd moeten worden (de RES elke twee jaar en de Transitievisie Warmte iedere 5 jaar). Dit betekent dat er na de vaststelling van de Omgevingsvisie ruimte moet zijn om de Omgevingsvisie desgewenst op bepaalde onderdelen aan te vullen/aan te passen. Fase 2 – De Omgevingsvisie In de tweede fase wordt een Omgevingsvisie opgesteld. Deze is een stuk concreter
dan de Omgevingsagenda. We werken de verschillende ambities, kansen en opgaven die onderdeel zijn van de Omgevingsvisie, integraal en gebiedsgericht uit. Hiervoor gaan we aan de hand van verschillende thema’s (voortkomend uit de
Omgevingsagenda) met de stakeholders in gesprek. Gedacht kan bijvoorbeeld
worden aan: woningbouw op de juiste plek of energietransitie in het landschap. Fase 3 – De Beleidscyclus
Een omgevingsvisie opstellen, vraagt tijd en aandacht en het is een continu proces. Na vaststelling van de Omgevingsvisie in fase 2 vindt monitoring en evaluatie plaatsvinden van de doelen. In fase 2 wordt bepaald op welke manier en hoe
11
frequent dit plaatsvindt. Dit betekent niet dat de Omgevingsvisie elke keer in zijn geheel aangepast moet worden. Dit kan modulair, waarbij alleen dat deel wordt aangepast waar, gezien de ontwikkelingen, behoefte aan is.
Bron: aandeslagmetdeomgevingswet.nl
12
Dit is een samenvatting van de verschillende fases:
F1: Omgevingsagenda
F2: Omgevingsvisie
F3: Beleidscyclus
• Adresseren kansen/dilemma's fysieke leefomgeving (kansenkaart) • Gespreksthema's • Bouwstenen uit bestaand beleid • Rolneming gemeente fysiek domein
• Strategische visie op hoofdlijnen
• Monitoring en evaluatie
• Ambities voor de gemeente en de prioriteiten bij de versterking van het woon-, werk- en leefklimaat.
Procesbeschrijving Het proces om te komen tot de Omgevingsagenda wordt in deze startnotitie concreet beschreven. Het proces om te komen van Omgevingsagenda tot Omgevingsvisie is globaler in beeld gebracht en afhankelijk van de inhoud van de Omgevingsagenda. De volgende stappen worden in de eerste fase doorlopen: Stappen
Acties
Planning
1. Verkenning
Beleidsinventarisatie
April-Mei
Samenvatting huidige beleid
Verzamelen bouwstenen Omgevingsvisie 2. Bepalen hoofdopgaven en ambities
2021
Interne inventarisatie: gesprek organisatie en
Mei 2021
2 werksessies raad:
Juni 2021
college
1. Rol van de gemeente in de fysieke leefomgeving
2. Kansen en dilemma’s fysieke leefomgeving
Externe inventarisatie: ons DNA, waarover wilt u
Juni-Juli
Afstemming partners en overheden
Juni 2021
meepraten?
13
2021
3. Omgevingsagenda
Opstellen Omgevingsagenda en Kansenkaart
Augustus-
september 2021
Vervolgproces bepalen om te komen tot
Omgevingsvisie: wat is nodig en waarover gaan we het gesprek nog voeren?
September 2021
Beeldvormende avond met de gemeenteraad
Oktober
Bestuurlijke besluitvorming (gemeenteraad)
Oktober-
over concept-Agenda
2021
november 2021
Na vaststelling van de Omgevingsagenda en kansenkaart wordt gestart met de uitwerking tot Omgevingsvisie. Op basis van de agenda worden gesprekken gevoerd met de samenleving en partners en wordt de visie uitgewerkt volgens de eisen uit de Omgevingswet. De gesprekken worden gevoerd in themabijeenkomsten. Voorbeelden van thema’s zijn woningbouw op de juiste plek, energietransitie en het
landschap etc. Globaal wordt het volgende proces voorgesteld: Stappen
Acties
Planning
1. Voorbereiden
Voorbereiden participatie
Q1 2022
2. Themabijeenkomsten
Gesprekken op basis van de
Q2 2022
themabijeenkomsten
Omgevingsagenda 3. Concept-Omgevingsvisie
Samenvoegen resultaten uit gesprekken
Q2-Q3
4. Dag van de Omgevingswet
Terugleggen resultaten aan alle
Q3 2022
betrokkenen. Toelichting wat gebeurd is met
2022
de inbreng. 5. Ontwerp-omgevingsvisie
(formele) inspraakperiode
Q4 2022
5.Vaststelling Omgevingsvisie
Bestuurlijke besluitvorming
Q4 2022
Participatie Door eerst aan de slag te gaan met een Omgevingsagenda zorgen we ervoor dat we op basis daarvan gericht met de verschillende doelgroepen (ook de unusual
suspects), over thema’s en over gebieden in gesprek kunnen gaan. We maken daarbij gebruik van hetgeen we in Molenlanden al eerder hebben gedaan. Dit schept duidelijkheid naar de betrokkenen en voorkomt dat inwoners en partners het gevoel hebben dat ze overvraagd worden (de zogenaamde participatiemoeheid).
14
De participatieaanpak voor de Omgevingsvisie sluit aan bij het algemene Participatiebeleid van de gemeente Molenlanden. Dit is het overkoepelende document dat beschrijft hoe gemeente Molenlanden omgaat met participatie. In dit document zijn een aantal beloftes voor de manier van werken gedefinieerd. Bij de participatieaanpak Omgevingsvisie wordt daarbij aangesloten. Deze paragraaf licht de participatie om te komen tot een Omgevingsagenda toe.
Doelstelling van participatie bij Omgevingsvisie Een speerpunt in het Participatiebeleid Molenlanden is ‘wij denken vanuit het doel’. “Waarom willen we inwoners laten participeren?” Of te wel: wat is het doel van het participatietraject? De Omgevingsvisie wordt in samenwerking met ondernemers en inwoners opgesteld. De visie is gebaseerd op de uitkomsten van gezamenlijke analyse en verkenning en er is op die manier draagvlak voor het volgen van deze gezamenlijke lijn.
Doelgroepen van participatie We zoeken de balans tussen ‘niemand uitsluiten, toegankelijk voor iedereen’ en ‘gericht ophalen van reflectie, zorgen dat bepalende partijen in ieder geval betrokken zijn’. We beseffen dat elke vorm van participatie sommige mensen uitsluit. Dat geldt zowel online als offline, en hangt onder andere samen met voorkeuren, vaardigheden, beschikbare tijd en mobiliteit. We kiezen dus zoveel als mogelijk voor een brede mix en vermengen offline en online met elkaar. De verschillende doelgroepen zijn:
Inwoners: verschillende leeftijdscategorieën, (dorpsoverleggen)
Ondernemers: klein tot groot,
Buurgemeenten,
Medeoverheden: rijk, provincie, waterschap,
Relevante organisaties die van invloed zijn op de fysieke leefomgeving zoals Woningbouwcorporaties, LTO etc.
Per doelgroep hanteren we een maatwerkbenadering in participatie en communicatie. Het Participatiebeleid voor Molenlanden is hierbij het handvat.
15
Participatieniveau Om het participatieniveau aan de duiden wordt in het Participatiebeleid van Molenlanden de Participatieladder gebruikt: Trede
Omschrijving
Voorbeeld
Meeweten
We informeren doelgroepen over een
Een brief aan inwoners over een
bepaalde ontwikkeling in de buurt.
ontwikkeling in de buurt, een persbericht naar de krant, info in social media.
Meedenken
Een dialoog tussen overheid en
Een informatieavond over een
doelgroepen.
buurtontwikkeling wordt gehouden via Youtube of op locatie, waarbij uitwisseling van meningen en ideeën plaatsvindt.
Meewerken
We gaan de samenwerking aan met
Inwoners verzorgen in samenwerking met
verschillende doelgroepen.
team Buitenruimte het groenbeheer in hun straat.
Meebeslissen
We geven inwoners de mogelijkheid
Referendum of een stemming in een
een keuze te maken (bindend).
bijeenkomst (digitaal, hand opsteken, formulier invullen, etc.).
Participatie kan worden ingericht vanuit verschillende perspectieven:
Gebiedsgericht
Themagericht
Doelgroepgericht
Deze verschillende participatievormen zijn in de afgelopen periode toegepast. Een aantal voorbeelden: jongeren zijn via TIP Molenlanden gevraagd hoe ze betrokken willen worden (doelgroepgericht), participatie bij de Omgevingsvisie Giessenlanden (gebiedsgericht), participatie bij de Woonvisie (themagericht). Op twee verschillende momenten wordt besloten hoe om te gaan met het participatieniveau. Met de vaststelling van deze startnotitie wordt het participatieniveau voor Fase 1 (komen tot Omgevingsagenda) bepaald en met de vaststelling van de Omgevingsagenda wordt het participatieniveau van Fase 2 (komen tot Omgevingsvisie) bepaald.
16
Fase 1 – Het opstellen van de Omgevingsagenda Een externe inventarisatie is essentieel om te komen tot de Omgevingsagenda. De agenda maken we als gemeente niet alleen. Het is van belang dat de verschillende doelgroepen: vanuit hun ervaring en (gebieds)kennis meedenken welke onderwerpen op de agenda moeten terugkomen en aangeven hoe ze hierbij betrokken wensen te worden. De input die gevraagd wordt in deze fase is niet zeer concreet en het is van belang om rekening te houden met bouwstenen uit de bestaande visies. Daarom wordt gekozen voor het participatieniveau: meedenken en is het aan de gemeenteraad om, alles wegende, de Omgevingsagenda te bepalen. Het Participatiebeleid Molenlanden wordt gebruikt om de juiste (meedenk) instrumenten in te zetten, passend bij de verschillende doelgroepen. In paragraaf ‘overheden en partners’ wordt aangegeven waarom het van belang is om de betreffende doelgroep mee te laten denken over de agenda. Fase 2 – De gesprekken om te komen tot Omgevingsvisie Met de vaststelling van de Omgevingsagenda worden gespreksthema’s vastgesteld. Elk thema’s formuleert op welke manier, op welk niveau en met wie de gesprekken over dit thema plaatsvinden. Het is mogelijk om dit per thema te laten verschillen. Per thema wordt gekeken worden welke doelgroepen relevant zijn.
Minimaal wordt gekozen voor het participatieniveau: meedenken en de gemeenteraad geeft met de Omgevingsagenda aan op welke onderdelen van de agenda ze overgaat op het niveau meebeslissen. Meewerken is bij de Omgevingsvisie nog niet aan de orde, omdat dit gaat over de praktische uitwerking.
F1: Omgevingsagenda Meedenken
F2: Omgevingsvisie meedenken/meebepalen op verschillende thema's (exacte invulling wordt vastgesteld met Omgevingsagenda)
17
F3: Beleidscyclus
Overheden en partners De Omgevingswet zegt dat een bestuursorgaan bij de uitoefening van zijn taken of bevoegdheden rekening houdt met de taken van andere bestuursorganen. En zo nodig met andere bestuursorganen afstemt. De omgevingsvisie is 'zelfbindend' voor de bestuurslaag die het heeft opgesteld. Zelfbindend betekent dat het opgestelde document (de Omgevingsvisie) alleen verplichtingen schept voor degene die het document heeft gemaakt. De omgevingsvisies van het Rijk en van de provincies werken dus niet rechtstreeks door in de omgevingsvisie van de gemeente. De Omgevingswet kent wel het zorgvuldigheids- en motiveringsbeginsel. Dit betekent dat de gemeenteraad in haar omgevingsvisie laat zien dat zij de omgevingsvisies van andere relevante bestuursorganen hebben betrokken bij het opstellen van hun eigen visies.
Rijksoverheid Het Rijk heeft in september 2020 de Nationale omgevingsvisie (NOVI) vastgesteld waarin het Rijk een langetermijnvisie geeft op de toekomstige ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. Samen met de NOVI is een Uitvoeringsagenda 20212024 uitgebracht. In deze Uitvoeringsagenda staat met welke instrumenten wordt gewerkt aan de verschillende beleidskeuzes uit de NOVI. De NOVI wordt uitgewerkt in algemene rijksregels, inzet van financiële middelen, kennisontwikkeling en bestuurlijke afspraken, programma’s en gebiedsgericht in Omgevingsagenda’s en NOVI-gebieden. Eén van de aangewezen NOVI-gebieden is het Groene Hart, waar Molenlanden onder valt. Rijk en regio gaan aan de slag met een gezamenlijke investeringsagenda . Op dit moment vindt orïentatie plaats op welke niveaus de governance binnen dit gebied gaat plaatsvinden. Vanuit bestaande visies en lopende het proces wordt input gegeven voor deze investeringsagenda.
Provincie Zuid-Holland De provincie heeft afgelopen periode haar beleid eenvoudiger, transparanter en toegankelijker gemaakt voor initiatiefnemers in Zuid-Holland. In het Omgevingsbeleid is al het bestaande provinciale beleid voor de fysieke leefomgeving samengevoegd in een Omgevingsvisie en een Omgevingsverordening. Omdat onderdelen uit het Programma ruimte naar het visiedeel zijn omgezet, is het resterende deel hiervan nu onderdeel van het Omgevingsbeleid. Het gehele Omgevingsbeleid is alleen redactioneel gewijzigd, de beleidsinhoud is niet veranderd. Het beleid wordt nu modulair aangepast en daarmee wordt het
18
Omgevingsbeleid doorontwikkeld richting inwerkingtreding van de Omgevingswet. Eén van de modules is de vertaling van de RES. De gemeente is hierbij reeds betrokken. Het is van belang om de provincie te betrekken bij het opstellen van de Omgevingsagenda en visie. Zo wordt de visie van de Provincie op een juiste manier vertaald naar onze gemeentelijke Omgevingsvisie. Waar nodig wordt beargumenteerd waarom de gemeentelijke omgevingsvisie hiervan afwijkt.
Waterschap Het Waterschap Rivierenland (WSRL) heeft in september 2020 een Watervisie 2050 vastgesteld. Met de Watervisie geeft het Waterschap voor een langere termijn richting aan waterkundige kennis en kunde, waarmee ook andermans besluitvorming sterker wordt. Overheden, bedrijven en mensen krijgen handvatten voor de toekomst. Het Waterschap is een belangrijke partner voor de gemeente ten aanzien van weg-, water- en dijkbeheer. Deze 'zusteroverheid’ wordt dan ook zeker betrokken bij het opstellen van de Omgevingsagenda, zodat deze thema’s een plek krijgen.
Uitvoeringsdiensten De uitvoeringsdiensten Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid (OZHZ), de Dienst Gezondheid & Jeugd (DGJ) en de Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid (VRZHZ) adviseren en ondersteunen ons bij ontwikkeling en beheer van de fysieke leefomgeving. Bij het bepalen van de kansen/dilemma’s voor de Omgevingsagenda zijn zij een belangrijke gesprekspartner, alsook bij de uitwerking tot een Omgevingsvisie. De Omgevingswet schrijft voor dat bij het ontwikkelen van gebieden zo vroeg mogelijk wordt nagedacht over het realiseren van een gezonde fysieke leefomgeving. De eigen gezondheidsambities worden vastgelegd en uitgewerkt in verschillende instrumenten van de Omgevingswet, te beginnen bij de Omgevingsvisie. Door vroegtijdig met de uitvoeringsdiensten in gesprek te gaan over dit thema worden aandachtvelden besproken en aan de raad ter besluitvorming voorgelegd (in de Omgevingsagenda en uiteindelijk in de Omgevingsvisie). De Omgevingswet schrijft voor dat de vier milieubeginselen een plek moeten krijgen in de Omgevingsvisie (zie bladzijde 3 onder Eisen aan de Omgevingsvisie). Omdat de Omgevingsvisie kaderstellend is en ontwikkelingen kan faciliteren is daarnaast het opstellen van een PlanMilieueffectrapportage (PlanMER) verplicht: een MER voor
19
een strategisch plan. Dit is een formele procedure. Het doel van een milieueffectrapportage is dat (milieu)effecten integraal worden meegewogen bij een beleidskeuze en dat alternatieven zijn bezien. Om de MER optimaal te kunnen gebruiken, is het van belang om deze zoveel mogelijk parallel te laten oplopen met het proces Omgevingsvisie. Op dit moment zijn veel gemeenten nog zoekende in het proces Omgevingsvisie in relatie tot deze MER-procedure. Daarom zal in de fase tot Omgevingsagenda zal met de OZHZ het gesprek gevoerd worden over:
Kansen en dilemma’s voor de fysieke leefomgeving in Molenlanden.
De vertaling van de vier milieubeginselen in de Omgevingsvisie: wat is hiervoor nodig?
PlanMER: hoe kan dit het beste gestroomlijnd worden met het opstellen van een Omgevingsvisie?
Regio De gemeente Molenlanden is actief binnen verschillende samenwerkingsverbanden in de regio. Met name op het niveau Regio Alblasserwaard-Vijfheerenlanden (AV) vindt directe samenwerking plaats (de Regionaal Maatschappelijke Agenda). Op onderdelen bestaan ook samenwerkingen met Hardinxveld-Giessendam, Sliedrecht, Papendrecht en Alblasserdam. Gemeenten (aan de overzijde) van de Lek hebben gezamenlijke opgaven. Omdat veel opgave niet bij de gemeentegrenzen ophouden, is het van belang om ook bij het opstellen van de agenda bij onze directe buurgemeenten op te halen waar zij dilemma’s en kansen zien. In Fase 2 wordt per gespreksonderwerp bekeken welke (buur)gemeenten hierbij relevant zijn. Relevante organisaties Verschillende organisaties en instellingen zijn direct en indirect betrokken of hebben belang bij de fysieke leefomgeving van de gemeente Molenlanden. Voorbeelden zijn: LTO en woningbouwcorporaties, maar ook organisaties zoals zorg- en onderwijsinstellingen. Deze organisaties zijn waardevol vanwege hun gebieds- en inhoudelijke kennis. Ze worden bij de externe inventarisatie (fase 1) betrokken en worden uitgenodigd deel te nemen aan de themasessies na vaststelling van de Omgevingsagenda bij de voor hen relevante thema’s (fase 2).
Rol Raad/College De Omgevingsvisie is het instrument van de raad om de ambities voor de fysieke leefomgeving vast te leggen. Dit werkt vervolgens door naar de verschillende andere
20
instrumenten.
Illustratie gebruikt in beeldvormende avond Omgevingswet 16-02-2021
De raad wordt in het proces tot Omgevingsagenda betrokken via twee werksessies. In deze werksessies gaan raadsleden aan de slag met de vraag: Welke rol wil de gemeente in de fysieke leefomgeving nemen? Dit is het uitgangspunt bij het proces om te komen tot de Omgevingsvisie. In de beeldvormende avonden Omgevingswet werd illustratief gesproken over de scheidsrechter, de VAR en de coach. De rol werkt vervolgens door in het volledige instrumentarium, met hierbij de kans om in de rol te groeien en werkenderwijs aan te scherpen. In de werksessie wordt ook de volgende vraag behandeld: Wat zijn kansen en dilemma’s voor de fysieke leefomgeving in de gemeente? De sessies worden in samenhang met het proces Toekomstvisie Molenlanden 2040 voorbereid. De raad zal de Omgevingsagenda via de reguliere besluitvormingscyclus vaststellen. De gemeenteraad wordt na vaststelling van de Omgevingsagenda betrokken bij de themabijeenkomsten. De Omgevingsvisie wordt ter vaststelling voorgelegd aan de gemeenteraad.
21
3. Projectbeheersing Het project Omgevingsvisie krijgt op hoofdlijnen als volgt vorm.
Organisatie Na de vaststelling van de startnotitie wordt een uitvraag gedaan voor een bureau dat het visieproces samen met de projectleider vanuit de gemeente gaat begeleiden. Er wordt intern een integraal (intern) projectteam gevormd dat inhoudelijk adviseert over de kansen en dilemma’s in de gemeente. Te denken valt aan: groen, verkeer/vervoer, beheer, water, sociaal domein, ruimtelijke ordening, duurzaamheid, cultuurhistorie, milieu, etc.
Informatie We willen gebruik maken van de informatie/kennis die er nu al is, bij ons, maar ook bij onze inwoners/ondernemers en partners. Daarom vindt in de eerste fase een inventarisatie plaats. Op dat moment wordt ook geconstateerd waar informatie/gegevens ontbreken. Waar dit het geval is, wordt een onderzoek opgestart.
Communicatie Het volledige proces van ontwikkeling Omgevingsagenda tot Omgevingvisie vraagt om communicatieve ondersteuning in de meest brede zin van het woord. Hoe deze vormt krijgt, wordt gedurende het ontwikkelingsproces duidelijk. In deze fase is het nog te vroeg om doelen, doelgroepen, boodschappen en communicatiemiddelen te formuleren. Hieraan zal gedurende het ontwikkelingsproces inhoud worden gegeven.
Tijd Omgevingsagenda Stap 1: Verkenning
Q2 2021
Stap 2: Bepalen hoofdopgaven en ambities
Q2-Q3 2021
Stap 3: Omgevingsagenda en Kansenkaart
Q3-Q4 2021
Omgevingsvisie Stap 1: voorbereiden participatie
Q1 2022
Stap 2: themabijeenkomsten
Q2 2022
Stap 3: concept-Omgevingsvisie
Q3 2022
Stap 4: ontwerp-Omgevingsvisie
Q3 2022
Stap 5: definitieve Omgevingsvisie
Q4 2022
22
Geld Binnen het Programma Omgevingswet is een bedrag ad € 305.000 geraamd voor het onderdeel Omgevingsvisie. Met dit budget kan het proces om te komen tot een Omgevingsvisie worden doorlopen. Dit budget wordt met de voorgestelde fasering in deze startnotitie verdeeld over 2021-2022. Via de P&C cyclus zal dit - als onderdeel van het totaalbeeld Omgevingswet - aan uw raad worden voorgelegd.
Kwaliteit De kwaliteit van de Omgevingsvisie wordt op verschillende punten geborgd:
Fasering in de aanpak waarborgt kwaliteit. De raad stelt met de vaststelling van de Omgevingsagenda het vervolgproces tot Omgevingsvisie vast.
De interne projectgroep Omgevingswet bestaat uit een integrale vertegenwoordiging uit de organisatie.
Bij de participatieaanpak is aandacht voor alle doelgroepen in Molenlanden.
Risico’s Bij het proces tot Omgevingsvisie spelen een aantal risico’s. Op deze risico’s kan worden ingespeeld door de voorgestelde fasering: Risico
Aanpak
De Omgevingswet wordt naar verwachting
Ongeacht de invoeringsdatum van de
moment wordt er op rijksniveau nog
op de fysieke leefomgeving voor
op 1 januari 2022 ingevoerd. Op dit
Omgevingswet is er behoefte aan een visie
gesproken over deze invoeringsdatum
Molenlanden. Deze visie kan ook zonder invoering van de Omgevingswet worden vastgesteld.
Recent vastgesteld beleid wordt opnieuw ter discussie gesteld.
Met de vaststelling van de
Omgevingsagenda wordt hier uitgebreid bij stilgestaan en ontstaat duidelijkheid voor toekomstige ontwikkelingen.
De planning en de verkiezingen
De Omgevingsagenda wordt vastgesteld in de huidige gemeenteraad en de
Omgevingsvisie – na de verkiezingen – in de nieuwe gemeenteraad.
23