CConstaterende datMolenlanden
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage Startnotitie Omgevingsplan Molenlanden

Raadsvergadering 7 juli 2022, gemeente MolenlandenBij agendapunt: Omgevingsagenda en Startnotitie Omgevingsplan10.175 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Wat heeft de voorkeur? Bij het koppelen van regels aan werkingsgebieden zal worden bekeken of en in welke gevallen het nodig is om maatwerkvoorschriften of -regels te stellen.

4.13 Zorgplichten bij specifieke gevallen In de Omgevingswet is een algemene zorgplicht opgenomen. Dit houdt in dat naast de overheid ook inwoners en ondernemers verantwoordelijk zijn voor een veilige en gezonde fysieke leefomgeving. Deze algemene zorgplicht is vooral een vangnet als er geen specifieke gemeentelijke regels of rijksregels van toepassing zijn. Als deze specifieke gemeentelijke of rijksregels er wel zijn, geldt de algemene zorgplicht niet meer. In de AMvB’s zijn specifieke zorgplichten opgenomen. Deze borduren voort op de algemene zorgplicht, maar zijn concreter. Een specifieke zorgplicht is toegespitst op specifieke activiteiten voor concreet genoemde belangen. Zowel in het Besluit activiteiten leefomgeving als het Besluit bouwwerken leefomgeving staan specifieke zorgplichten. Het gaat bijvoorbeeld om zorgplichten voor milieubelastende activiteiten, het uitvoeren van bouw- en sloopwerkzaamheden en brandveilig gebruik van bouwwerken. Deze specifieke zorgplichten maken duidelijk wat er wel en niet moet gebeuren. Bijvoorbeeld dat degene die verantwoordelijk is voor een activiteit, de beste beschikbare technieken gebruikt.

27

De specifieke zorgplichten in de AMvB’s zijn algemene regels. Deze regels gelden direct voor inwoners en bedrijven. Daarnaast kunnen ook in het Omgevingsplan nog specifieke zorgplichten worden opgenomen. Het handhaven op een (specifieke) zorgplicht is mogelijk. Wel vraagt de eis van de rechtszekerheid dat inwoners en ondernemers slechts kunnen worden aangesproken op naleving van de zorgplicht als zij vooraf hadden kunnen weten dat hun handelen of nalaten onmiskenbaar in strijd is met de zorgplicht. Het bevoegd gezag moet een in het kader van bestuurlijke handhaving gegeven last concreet invullen, zodat degene tot wie de last is gericht niet in het duister hoeft te tasten over wat te doen of na te laten. Het is niet voldoende om in de last uitsluitend aan te geven dat de zorgplicht moet worden nageleefd. Wat heeft de voorkeur? In 2022 zal worden bekeken of en in welke gevallen het wenselijk is om in de regels van het omgevingsplan specifieke zorgplichten op te nemen.

4.14 Meewerken aan initiatieven bij voorkeur via BOPA Als een initiatief niet in het (tijdelijke) omgevingsplan past, kan op twee manieren aan het initiatief medewerking worden verleend: via het wijzigen van het omgevingsplan of via het verlenen van een vergunning om af te wijken van het omgevingsplan, de zogenaamde Buitenplanse Omgevingsplan Activiteit (BOPA). Voor de verschillen, zie hiervoor ook hoofdstuk 2. Voor afgegeven BOPA’s heeft de gemeente de verplichting om deze periodiek te verwerken in het nieuwe omgevingsplan. Wat heeft de voorkeur? Wanneer er initiatieven zijn dan heeft de voorkeur om deze te laten plaatsvinden met toepassing van een BOPA. Dit is immers de snelste procedure. Op voorhand is echter niet uit te sluiten dat iedere ontwikkeling met een BOPA kan worden vergund of dat iedere initiatiefnemer altijd de voorkeur geeft aan toepassing van de BOPA. Daarom werken we in 2022 aan de regelset. Deze regelset kan gebruikt worden om snel en adequaat een wijziging van het tijdelijk omgevingsplan op te stellen en in routing te brengen en op die manier het betreffende initiatief te faciliteren.

4.15 Kostenverhaal gebiedsontwikkeling. Wat verandert er? Voor nieuwe bouwontwikkelingen zijn in de Wet ruimtelijke ordening regels opgenomen over het verhalen van kosten. Het gaat dan om onder meer over ambtelijke uren, maar ook over ingrepen in het openbaar gebied. Ook in de Omgevingswet zullen regels gaan gelden voor kostenverhaal. Deze regels worden via de Aanvullingswet grondeigendom Omgevingswet toegevoegd. Als gevolg daarvan zullen ook voor het onderwerp kostenverhaal keuzes gemaakt moeten worden. Te denken valt bijvoorbeeld aan een verdeelsleutel voor kosten voor de verschillende activiteiten. Het is onder de omgevingswet mogelijk om regels over het kostenverhaal in het omgevingsplan op te nemen, in plaats van dit via privaatrechtelijke overeenkomsten (meestal anterieure overeenkomsten) of als voorschriften bij omgevingsvergunning te regelen. In het Omgevingsbesluit

28

is vastgelegd voor welke activiteiten dit is toegestaan. Om dit vast te leggen in het omgevingsplan moet in ieder geval in het omgevingsplan worden opgenomen: 1. 2. 3. 4.

Binnen welk gebied de kosten worden gemaakt; Welke kostensoorten aan het kostenverhaalgebied worden toegerekend; Hoe de kosten over de activiteiten verdeeld worden; Hoe de eindafrekening wordt geregeld.

Wat heeft de voorkeur? Het opnemen van regels over kostenverhaal in het omgevingsplan heeft als voordeel dat in gebieden waar veel ruimte in de regels is gelaten voor initiatieven de regels voor het kostenverhaal al aan de voorkant transparant zijn voor initiaitiefnemers. Het heeft de voorkeur om kostenverhaalregels in het omgevingsplan op te nemen in gebieden waar we met het omgevingsplan verschillende ontwikkelingen willen faciliteren.

4.16 Delegatie De rol van de gemeenteraad bij het omgevingsplan onder de Omgevingswet blijft in grote lijnen hetzelfde. De gemeenteraad stelt nu bestemmingsplannen vast en stelt straks ook wijzigingen van het omgevingsplan vast. Nieuw is dat de Omgevingswet de mogelijkheid biedt om bepaalde wijzigingen te delegeren aan het college. Hoewel delegatie onder de huidige wetgeving niet mogelijk is, komt het ook nu voor dat het college beslist over ruimtelijke projecten en niet de raad. Denk hierbij aan de wijzigingsbevoegdheden en uit-te-werken-bestemmingen zoals opgenomen in de bestemmingsplannen of aan vergunningen waarvoor het Besluit Verklaring van geen bedenkingen van toepassing is. Voor dit laatste heeft de raad al besloten dat het college in die gevallen geen gebruik hoeft te maken van het adviesrecht van de raad (zaaknummer 1101104, 1 juni 2021). Wat heeft de voorkeur? De bevoegdheid om het omgevingsplan vast te stellen ligt bij de raad. Het is mogelijk om gevallen aan te wijzen waarbij het college die bevoegdheid heeft. Het voordeel van de bevoegdheid toekennen aan het college is een kortere proceduretijd, daarmee verhoging van de dienstverlening en minder belasting van de organisatie en het bestuur. Een raadsvoorstel hierover zal volgen. Het voorstel zal uitgaan van de volgende lijn: • •

primaat in het toekennen van functies aan locaties blijft bij de raad liggen (wettelijke verplichting) bij gevallen waarvoor nu al de bevoegdheid bij het college ligt, kan vanaf 1 januari 2023 voor het instrument omgevingsplan de bevoegdheid ook bij het college gelegd worden. Hierbij wordt gedacht aan het continueren van de huidige wijzigingsbevoegdheden en uit-tewerken-bestemmingen zoals opgenomen in de bestemmingsplannen en de huidige gevallen waarvoor het niet nodig is advies te vragen aan de raad om af te kunnen wijken van het omgevingsplan.

29

5 Aanpak omgevingsplan In de voorgaande hoofdstukken is een beeld geschetst van waar we staan, wat we nog te doen hebben in onze voorbereidingen en welke keuzes we maken om de komende jaren aan het omgevingsplan te werken. Dit hoofdstuk geeft een beeld in de manier waarop we dat willen gaan doen in relatie tot het betrekken van specialisten en hoe we stapje voor stapje komen tot het omgevingsplan vanuit een gebiedsgerichte benadering.

5.1

In welk tempo willen we het omgevingsplan realiseren?

We zien een drietal mogelijkheden voor ons om het omgevingsplan te realiseren. • • •

Versneld (van 2023 tot en met 2026) Stapsgewijs (van 2023 – tot en met 2027) Pieken aan het einde (van 2026 tot 1 januari 2030)

Versneld (bv van 2022-2026) Deze aanpak vereist een planmatige manier van werken, met als doel om het omgevingsplan te realiseren in één raadsperiode. Voordelen • • •

(Versneld) uitvoering geven aan toekomstbeeld, omgevingsvisie, opgaven en dienstverlening; (Bestemmings)plannen worden geharmoniseerd (herstellen van ‘dubbelingen’ uit bestemmingsplannen); Initiatiefnemers weten eerder waar ze aan toe zijn.

Nadelen • Al aan de slag voor de Omgevingsvisie geaccordeerd is; • Sterke interne druk op gereed krijgen van het omgevingsplan.

Stapsgewijs (2022-2027) Deze aanpak is het meest wendbaar, met als doel om zoveel mogelijk aan te sluiten bij bestaande initiatieven en zelf in staat zijn om het zelf te gaan kunnen Voordelen • • •

Meer ruimte om (delen) parallel te ontwikkelen aan de Omgevingsvisie; Wendbare aanpak: meer focus op voeren van regie, leren en verbeteren; Toewerken naar het zelf kunnen wijzigen van het omgevingsplan.

Nadelen • • • •

Beslaat meerdere raadsperiode’s; Minder snel toewerken naar een juridisch kader; Toename van BOPA’s die verwerkt moeten worden in nieuw omgevingsplan; Druk op de organisatie over langere periode. 30

Piek aan het eind (2027-2030) Zo lang mogelijk uitstellen. Te beginnen met het (verplicht) verwerken van BOPA’s van de afgelopen jaren. Voordelen • •

Afwachten biedt ruimte om (enigszins) gebruik te maken van ervaringen andere gemeenten; Minder tijdsdruk bij de invoering van de Omgevingswet.

Nadelen • • • •

Langere periode waarin afwegingen moeten worden gemaakt op basis van huidig regime; Lange tijd blijven werken met meerdere regimes. BOPA’s moeten elke vijf jaar verwerkt; worden in nieuw omgevingsplan. Druk zal starten met verwerken van de BOPA’s; Druk op de organisatie over langere periode en harde deadline. Initiatieven die niet met een BOPA kunnen worden gerealiseerd, leiden tot een wijzigen van het omgevingsplan.

•

5.2

Stapsgewijs leren

Het stapsgewijs ontwikkelen sluit het beste aan op de lerende aanpak die we voor ogen hebben. Vanuit een geleidelijke doorontwikkeling van de huidige regels werken we toe richting een nieuw omgevingsplan. Met de ervaring spelen we in op het proces en ontwikkelingen binnen de gemeente Molenlanden of ervaringen bij andere gemeentes of omgevingspartners. Binnen deze manier van werken, werken we planmatig en doelgericht, waarbij tussentijdse mijlpalen en evaluatiemomenten een belangrijke rol spelen en waar wordt bijgestuurd waar nodig. In deze aanpak zullen we meerdere keren per jaar een wijzigingsbesluit nemen, waarmee we het omgevingsplan wijzigen. We hebben binnen deze aanpak de volgende resultaten voor ogen: Jaartal

Aanvliegroute

2022, 23

Visie vertalen in regelset voor dorpskernen en linten. Wijzigen omgevingsplan voor 2 dorpskernen en linten

2024

Doorvertaling omgevingsplan naar 6 dorpskernen en linten

2025

Doorvertaling overige dorpskernen en linten

2026

Vertalen visie in regelset voor bedrijventerrein en buitengebieden. Omzetten OP voor 1 bedrijventerrein en buitengebied

2027

Wijzigen omgevingsplan overige bedrijventerreinen en buitengebieden

2028

Resterende gebieden, zoals parken en groengebieden

31

32

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Molenlanden&id=b40423ef-07e3-4d9c-85ce-592652c55ebb