CConstaterende datMolenlanden
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage: Plan van Aanpak Implementatie Omgevingswet 2021

Raadsvergadering 26 januari 2021, gemeente MolenlandenBij agendapunt: Plan van Aanpak Omgevingswet 20218.428 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Plan van Aanpak Implementatie Omgevingswet 2021 12 december 2020

Inhoud Inhoud .............................................................................................................................. 2 Leeswijzer ......................................................................................................................... 3 1.

Programma Implementatie Omgevingswet .................................................................. 4 De opdracht ................................................................................................................... 4 De Omgevingswet in het kort ......................................................................................... 4 Wat is er al gebeurd? ...................................................................................................... 5

2 Uitgangspunten.............................................................................................................. 6 Organisatievisie Molenlanden ......................................................................................... 6 Visie Dienstverlening...................................................................................................... 6 Visie Kerngericht Werken ............................................................................................... 6 Sluit aan bij wat er al loopt ............................................................................................. 6 De implementatie ligt veelal bij de vakteams .................................................................. 6 Helderheid over het product, inhoud en vervolg ............................................................. 7 Focus op de wettelijke eisen én goede dienstverlening ................................................... 7 3 De Projecten ................................................................................................................... 8 4 Aanpak........................................................................................................................... 9 Producten ......................................................................................................................

9 Regionale samenwerking .............................................................................................. 11 Tijdspad....................................................................................................................... 12 Bestuurlijke betrokkenheid........................................................................................... 12 Risico’s en beheersmaatregelen ................................................................................... 13 Budget ......................................................................................................................... 14 Bijlage 1

Toelichting Projecten .................................................................................... 17

Omgevingsvergunning ................................................................................................. 17 Toezicht en Handhaving incl. Wet Kwaliteitsborging Bouw (WKB) .................................. 17 Omgevingstafel ............................................................................................................ 18 Omgevingsplan ............................................................................................................ 18 Omgevingsvergunning – bodemtaken .......................................................................... 19 Participatie Omgevingswet ........................................................................................... 19 Omgevingsvisie ............................................................................................................ 20 Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO) ............................................................................ 20 Communicatie en Cultuur............................................................................................. 21 Structurele financiële effecten Omgevingswet............................................................... 22 Toepasbare regels ........................................................................................................

22 Bijlage 2 Organisatie structuur ........................................................................................ 24

2

Leeswijzer Voor u ligt het herijkte plan van aanpak Implementatie Omgevingswet 2021. Dit document is het plan van aanpak 2020 dat is herzien naar aanleiding van het uitstel van de invoering van de Omgevingswet naar 1 januari 2022. Veel ervan zal dus bekend voorkomen, maar er zijn een aantal onderdelen gewijzigd en/of uitgediept. Hoofdstuk 1 begint met een korte toelichting op de opdracht, achtergrondinformatie over de Omgevingswet zelf en een terugblik op wat er is gebeurd sinds 2018. In hoofdstuk 2 staan de uitgangspunten die ongewijzigd zijn gebleven. In hoofdstuk 3 zijn de projecten genoemd die meer in detail zijn gedefinieerd ten opzichte van 2020. Een omschrijving van de projecten staat in bijlage 1 evenals de organisatiestructuur, die wederom is gewijzigd. In hoofdstuk 4 is de aanpak beschreven. Hier zijn vooral de producten in meer detail uitgewerkt en is het budget herzien. De volledig herziene begroting staat in bijlage 3. De implementatie van de Omgevingswet is een proces dat vol op in beweging is. Op basis van voortschrijdend inzicht, de uitgevoerde Omgevingswetscan en de nieuwe roadmap van de VNG is het plan van aanpak herzien en bijgesteld. Wekelijks komen er nieuwe inzichten en informatie binnen waardoor er in het programma een continu proces van aanpassingen gaande is. Mocht dit groot effect gaan hebben op dit plan van aanpak wordt u hierover geïnformeerd.

3

1.

Programma Implementatie Omgevingswet De opdracht

Op 22 maart 2016 heeft de Eerste Kamer het wetsvoorstel Omgevingswet aangenomen. Dit wetsvoorstel maakt deel uit van de stelselherziening van het Omgevingsrecht. Op 1 januari 2022 treedt de Omgevingswet in werking. Hiervoor moet gemeente Molenlanden aan een aantal wettelijke vereisten voldoen. Door het uitstel van de wet is het nodig om het oorspronkelijk door uw raad in maart 2020 vastgestelde plan van aanpak op onderdelen te herijken. Centraal in de opdracht staan de stappen die de ambtelijke organisatie in 2021 moet doorlopen. De raad wordt periodiek geïnformeerd en meegenomen over deze nog te nemen stappen in het implementatieproces.

De Omgevingswet in het kort Het kabinet wil met de Omgevingswet een belangrijke ontwikkeling die al langere tijd gaande is in de samenleving, ondersteunen en voor de toekomst vastleggen. Een beweging naar eenvoudiger regels en meer ruimte om samen met inwoners en bedrijven integrale keuzes te maken over de inrichting van de omgeving. Parallel daaraan moeten er voldoende waarborging zijn voor de kwaliteit van de fysieke leefomgeving. Daarmee is de implementatie van de wet te zien als een (verdere) aansporing tot vernieuwing en transformatie. De wet moet niet worden gezien als het doel, maar als het middel. De Omgevingswet bundelt 26 wetten, 120 algemene maatregelen van bestuur (AMvB's) en honderden ministeriële regelingen in één nieuwe wet en vier AMvB's. Een enorme operatie waar iedereen mee te maken krijgt: overheid, inwoners en het bedrijfsleven. Veel wetten worden ingetrokken, zoals de Crisis- en herstelwet, Tracéwet, Wet natuurbescherming en Wet ruimtelijke ordening. Van andere wetten gaan onderdelen op in de nieuwe Omgevingswet zoals de Mijnbouwwet, Wet bereikbaarheid en mobiliteit en de Woningwet. Het intrekken van wetten is mogelijk door de algemene zorgplicht en het algemeen verbod die onderdeel vormen van de Omgevingswet.

Beide zeggen dat iedereen in Nederland verantwoordelijk is voor een veilige en gezonde fysieke leefomgeving én dat je geen activiteiten mag verrichten die aanzienlijke nadelige gevolgen hebben voor de fysieke leefomgeving. Het sociaal domein is een welkome nieuwkomer in de wet over de fysieke leefomgeving. Door middel van omgevingstafel en participatie krijgen zij een prominente plek in de invulling én uitvoering van de nieuwe Omgevingswet. De wet treedt op 1 januari 2022 in werking. In de Kamerbrief van 13 november 2020 over de voortgang van Omgevingswet is bekend geworden dat de einddatum voor de transitie van deze omvangrijke stelselherziening ook met één jaar is uitgesteld. Dit betekent voor gemeenten dat uiterlijk op 31 december 2029 het gemeente dekkende Omgevingsplan in werking moet treden. Een tussentijdse mijlpaal is de gemeentelijke Omgevingsvisie die op 31 december 2024 uiterlijk in werking moet treden.

4

Wat is er al gebeurd? Op 11 september 2018 is in de gezamenlijke raden een plan van aanpak Omgevingswet vastgesteld. Dit plan van aanpak had een looptijd tot en met eerste helft van 2019 en richtte zich met name op het ‘waarom’ van de nieuwe Omgevingswet. Vanuit dit plan van aanpak is geïnvesteerd in bewustwording, samenwerking en het pilotproject Omgevingsplan ‘de Avonturenboerderij’. Er is ingezet op dienstverlening, cultuur, kerngericht werken en werkwijze vanuit het ‘ja, mits...’- principe. Het plan van aanpak implementatie Omgevingswet 2020 is 3 maart 2020 vastgesteld door uw raad. Dit plan van aanpak geeft een vervolg aan het plan van september 2018, door verder in te gaan op de invulling van de implementatie van de wet.

Figuur 1 Onderdelen Omgevingswet

De implementatie kun je verdelen in grofweg drie onderdelen (zie figuur 1): • De wet; • De cultuurverandering en • Het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO). De cultuurverandering waar de nieuwe wet om vraagt sluit precies aan op onze visie op Dienstverlening: Persoonlijke benadering, gemak bieden en samen doen. 2020 is voor de implementatie van de Omgevingswet in meerdere opzichten een bijzonder jaar. Op 1 april 2020 is er een brief naar de Eerste en Tweede kamer verstuurd waarin is aangegeven dat de inwerkingtreding van de Omgevingswet meer tijd kost en deze uitgesteld gaat worden tot nader order. In mei werd bekend dat de nieuwe datum 1 januari 2022 is. In de raadsinfomatiebrief van april 2020 is de raad geïnformeerd over waarom de implementatie van de wet is uitgesteld en wat dit voor Molenlanden betekent. Daarbij kwam vanaf medio maart de Corona-crises erbij wat ervoor zorgde dat het rondom de Omgevingswet in Molenlanden, mede gelet op andere prioriteiten, wel wat rustiger werd. We hebben zeker niet stilgestaan. In 2020 heeft er een keerpunt plaats gevonden van veelal abstractere en meer theoretische informatie naar meer op uitvoering en detailniveau gerichte informatie. Er zijn vele online webinars geweest georganiseerd door VNG en ‘aan de slag met Omgevingswet’.

Ook waren er vele online vragenuurtjes waarmee gemeenten uit het hele land vragen stelde aan specialisten om gezamenlijk te puzzelen met de vele vrijkomende informatie, zoals de nieuwe roadmap van de VNG. De kennis uit deze bijeenkomsten zijn input geweest voor het concretiseren van onze projecten. Ook hebben we een Omgevingswetscan laten uitvoeren dat ons inzicht heeft gegeven in welke stappen er nodig zijn voor de Omgevingsvergunning. Elke gemeente is druk geweest met de herijking, zo ook Molenlanden. Dit met voor ons als resultaat dit herijkte plan van aanpak, met een geactualiseerde planning en die is aangepast op de nieuwe invoeringsdatum 1-12022 en aanpassing in de projectenstructuur waarbij we 5 nieuwe projecten hebben toegevoegd. We hoeven dus wederom zeker niet vanaf ‘nul’ te beginnen. Er is vol op informatie beschikbaar en we hebben in Molenlanden een mooie fundering als organisatie. Vele tools zijn beschikbaar, maar de zoektocht naar de juiste puzzel blijft intensief.

5

2 Uitgangspunten De uitgangspunten voor de implementatie van de Omgevingswet zijn te vinden in de bestaande visiedocumenten van Molenlanden. Daarnaast worden er een aantal uitgangspunten benoemd die voor focus zorgen.

Organisatievisie Molenlanden Onze ambitie is een moderne plattelandsgemeente te zijn die intensief in verbinding staat, via dialoog met de samenleving in al zijn facetten. Hierin zijn onze belangrijkste speerpunten: Dienstverlening, Kerngericht Werken en Externe Oriëntatie. De kernwaarden die een leidraad voor ons handelen vormen zijn: actief leren, wendbaar, verbindend, vernieuwend en verantwoordelijk.

Visie Dienstverlening We willen inwoners in hun contact met de gemeente steeds weer aangenaam verassen. In dit contact waarderen we de verschillen tussen onze inwoners. We denken vanuit persoonlijke kracht en de behoefte van de inwoner. Wij stellen de kwaliteit van de ontmoeting centraal. Met de komst van de Omgevingswet kunnen we hier verder invulling aan gaan geven omdat meer maatwerk mogelijk wordt.

Visie Kerngericht Werken In Molenlanden staan de inwoners centraal. We stimuleren het creëren van draagvlak en staan voor tevredenheid en leefbaarheid in onze kernen. Ook hierin komt maatwerk naar voren. In deze visie is participatie een belangrijk thema waaraan met de komst van de Omgevingswet nog concreter invulling wordt gegeven.

Sluit aan bij wat er al loopt We maken in de implementatie van de Omgevingswet werk met werk. Er is al veel georganiseerd op het gebied van Dienstverlening en Kerngericht Werken. Er wordt al werk met werk gemaakt door de lopende ontwikkeling van het digitaal systeem, de Wet Private Kwaliteitsborging en het integraal Handhavingsbeleid. Ook liggen er al diverse visiestukken over de ruimtelijke ordening. Er wordt aangesloten bij bestaande trajecten en projecten. Zo ontsluiten we maximaal de informatie die al beschikbaar is en kunnen we dit aanvullen.

De implementatie ligt veelal bij de vakteams De Omgevingswet is geen doel op zich, maar een middel voor een betere Dienstverlening. Het programma Implementatie Omgevingswet organiseert en faciliteert de invoering binnen gemeente Molenlanden, maar de vakteams zijn zélf verantwoordelijk voor het kunnen uitvoeren van hun werkzaamheden vóór, maar ook na de inwerkingtreding van de wet op 1 januari 2022. Uiteindelijk zal werken ‘in de geest van’ de Omgevingswet bij de mensen vanzelfsprekend moeten worden. Dit organiseren we door middel van de leertuin en we gaan aansluiting zoeken bij de team profielen van 2021. Hierbij kunnen we de rolhouders van de verschillende teams betrekken.

6

Helderheid over het product, inhoud en vervolg Tijdens het proces is het voor alle partijen helder wat er wordt geleverd (product en inhoud). Er worden heldere afspraken gemaakt over het vervolg en ieders rol. Dit plan van aanpak wordt geschreven op hoofdlijnen. In de organisatie wordt het programma verder uitgewerkt in een projectplan. Hiermee wordt intern duidelijk wie welk product oplevert en wanneer.

Focus op de wettelijke eisen én goede dienstverlening De focus ligt in 2021 nog steeds op dat wat wettelijk noodzakelijk is om per 1 januari 2022 klaar te zijn voor de Omgevingswet. Samengevat is het wettelijk minimum: • Omgevingsplannen kunnen opstellen en publiceren. De huidige bestemmingsplannen worden van rechtswege per 1-1-2022 het Omgevingsplan. Om nieuwe ontwikkelingen mogelijk te maken die niet mogelijk zijn volgens het Omgevingsplan van rechtswege, is het nodig een partiele herziening van het Omgevingsplan op te stellen. In de periode na 1-1-2022 tot 31-12-2029 wordt er één gebiedsdekkend Omgevingsplan opgesteld. • Een vergunning en melding kunnen ontvangen met de juiste indieningsvereisten – aansluiten van het lokale (zaak) systeem op het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO). • Een vergunningcheck en aanvraagformulier met lokale regels in het Omgevingsloket plaatsen – regels toepasbaar maken (voor lokale regels, voor rijksregels maakt het Rijk toepasbare regels). Toepasbare regels zijn juridische regels, maar dan in ‘gewone’ taal. Overheden zetten hun juridische regels om naar toepasbare regels voor het Omgevingsloket. Zo kunnen initiatiefnemers via vragenbomen nagaan of ze een vergunning nodig hebben. En kunnen ze een aanvraag of melding indienen.

• Aanvragen vergunningen binnen 8 weken afhandelen – de termijn voor de vergunningprocedure wordt verkort van 26 weken naar 8 weken. • Nieuwe rijksregelgeving toepassen – de Rijksregels zijn één van de instrumenten in de komende Omgevingswet om activiteiten in de fysieke leefomgeving te reguleren. Het Rijk stelt algemene regels vast, zowel inhoudelijk als procedureel, voor een effectieve uitvoering van de doelstellingen van de Omgevingswet. Naast het wettelijke minimum willen we de dienstverlening na 2022 blijven borgen. Dit doen we met het nieuwe Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO), het Omgevingsplan van rechtswege, participatie en Toepasbare regels. Dit alles in combinatie met de dienstverlening door medewerkers van onze gemeente. Hierover meer uitleg in hoofdstuk 4.

7

3 De Projecten Het programma Implementatie Omgevingswet is na herijking van de projectenstructuur onderverdeeld in 11 projecten. De Omgevingswet is voor iedere medewerker en gemeente een nieuw thema waarbij het een zoektocht is naar de juiste invulling ervan. Er ligt nergens een draaiboek klaar waarin staat hoe het moet. Om de juiste keuze te kunnen maken worden regionale én landelijke ontwikkelingen nauwlettend gevolgd. De projecten binnen het programma zijn: 1. Omgevingsvergunning: voor een integraal stelsel van Omgevingsvergunning in de geest van de Omgevingswet. 2. Omgevingstafel; voor het goed inrichten van het vooroverleg, zowel intern als met ketenpartners, wat het mogelijk maakt om in 8 weken de Omgevingsvergunning af te geven. 3. Omgevingsvisie: voor het opstellen van één integraal visie document voor het ruimtelijk domein. 4. Omgevingsplan: in eerste instantie voor het kunnen behandelen van Omgevingsplanwijzigingen vanaf 2022. Daarna voor het opstellen van één gebiedsdekkend Omgevingsplan. 5. Toezicht en Handhaving incl. Wet Kwaliteitsborging Bouw; voor een goede implementatie van beide nieuwe wetten binnen Toezicht en Handhaving. De Wet Kwaliteitsborging Bouw is een wet die tegelijk met de Omgevingswet inwerking treedt en waarvan het werkproces veel invloed heeft op de werkprocessen voor Omgevingswet. 6.

Participatie Omgevingswet; voor een juiste doorvertaling van het handelingsperspectief participatie, dat nu in de maakt is, naar participatie zoals deze verplicht in binnen de Omgevingswet. 7. Financiële effecten Omgevingswet; voor het doorrekenen van de financiële effecten naar aanleiding van keuzes die voor Omgevingswet worden gemaakt. 8. Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO); voor een digitale omgeving c.q. digitale systemen, inclusief bijbehorende (beheer)processen en procedures, die voldoen aan de kaders uit de Omgevingswet. 9. Communicatie en Cultuur; voor de informatievoorziening op maat voor zowel in- als extern én het aanbieden van trainingen voor de cultuuromslag. 10. Warme overdracht bodemtaken; voor het goed beleggen van de nieuwe verantwoordelijkheid van gemeenten voor de bodemtaken. 11. Toepasbare regels; voor de vertaling van juridische regels naar toepasbare regels ten behoeve van de vragenboom van het DSO. Een toelichting op de projecten is omschreven in bijlage 1.

8

4 Aanpak Zoals eerder vermeld ligt de focus op het kunnen voldoen aan de wettelijke verplichtingen voor 1 januari 2022 en een goede dienstverlening. Wat niet is opgeschoven in de tijd is de Omgevingsvisie. Deze is niet wettelijk verplicht voor de invoering, maar gaat Molenlanden wel erg helpen in de verdere ontwikkeling van het ruimtelijk domein. Na 1-1-2022 is Molenlanden nog niet in lijn met de bedoeling van de Omgevingswet. Alleen de werkprocessen zijn dan dusdanig ingericht dat we voldoen aan de wettelijke basiseisen van het kunnen werken in het kader van de nieuwe wet. Na 2022 moet er onder andere nog een gebiedsdekkend Omgevingsplan en eventueel programma’s (beleidsdocumenten onder de Omgevingswet) worden opgesteld. Programma’s zijn hierin een vrije keuze en geen verplichting. Ook moet er verdere invulling aan de toepasbare regels worden gegeven en moeten we investeren in de cultuuromslag en samenwerking met ketenpartners. Dat betekent dat er na 1 januari 2022 nog veel te doen is. Onderdeel van dit implementatieplan is dat er in de eerste helft 2022 ook een plan van aanpak voorgesteld wordt voor het vervolg voor na de implementatie datum. In onderstaande afbeelding is het wettelijke tijdpad van de Omgevingswet visueel weergegeven. Fase 1

Fase 2

Fase 3

Wet 2020 – 2022

Visievorming 2022 – 2024

Planvorming 2024 – 2029

Producten De implementatie van de Omgevingswet is ondergebracht in een aantal activiteiten en producten. De belangrijkste activiteiten en producten staan hieronder vermeld, onderverdeeld in dat wat nodig is om aan het wettelijk minimum te voldoen en dat wat extra is voor een goede dienstverlening. Daarnaast zijn de belangrijkste keuzenmogelijkheden van de gemeenteraad die de Omgevingswet biedt voor 1-1-2022 uiteengezet.

Producten en activiteiten voor het wettelijk minimum 1. Aangepast werkproces Omgevingsvergunning – de vergunningprocedure wordt teruggebracht van 26 weken naar 8 weken. Er komen minder vergunningen en het werk voor de handhavers wordt meer. Zo gaan hogere overheden projectbesluiten maken die gehandhaafd moeten worden door de gemeenten. Hiervoor is een aangepast werkproces nodig. 2. Tijdelijk Omgevingsplan – het gebiedsdekkend Omgevingsplan hoeft pas op 31 december 2029 afgerond te zijn. Gemeenten krijgen vanaf 1-1-2022 een Omgevingsplan van rechtswege, het zogenoemde tijdelijke Omgevingsplan. Dit bestaat uit het samenvoegen van bestaande bestemmingsplannen, de bruidsschat (een set rijksregelgeving die gedecentraliseerd gaat worden naar gemeenten ten waterschappen), en verordeningen. Met het tijdelijke Omgevingsplan moeten we in 2022 Omgevingsplan wijzigingen kunnen doorvoeren. 3. Communicatie aanpak en opleiding – zowel intern als extern moeten mensen geïnformeerd worden over de Omgevingswet en de veranderingen die daarbij komen kijken. Hiervoor is een communicatie aanpak nodig. Daarnaast moet de

9

organisatie worden opgeleid om volgens de Omgevingswet te kunnen werken. De verantwoording ligt hier bij project Cultuur & Communicatie. 4. Aansluiting DSO – de aansluiting op het landelijk Digitaal Stelsel Omgevingswet is verplicht. Hiervoor moet software worden aangeschaft en koppelingen worden gemaakt. Verantwoordelijk hiervoor is project Digitaal Stelsel Omgevingswet. 5. Inrichting vooroverleg – Om vergunningen binnen 8 weken te kunnen verlenen wordt het vooroverleg belangrijk. Hier wordt onder andere de omgevingstafel voor ingericht. Het doel is het optimaal inrichten en opzetten van het proces voor het verkennen en begeleiden van een initiatief voor een Omgevingsvergunning. 6. Participatie Omgevingswet – bij de Omgevingswet wordt participatie een wettelijke verplichting, maar hoe dit precies wordt ingevuld is aan de gemeente om te bepalen. Daarom wordt in 2021 participatiebeleid opgesteld. 7. Structurele financiële effecten in beeld – in het traject voor de implementatie van de Omgevingswet worden verschillende keuzes gemaakt die kunnen leiden naar financiële effecten. In 2021 starten we met het analyseren van deze effecten. 8. Aangepast werkproces Toezicht en Handhaving inclusief de implementatie Wet Kwaliteitsborging Bouw (Wkb) – de Wkb is een nieuwe wet die naast de Omgevingswet op 1-1-2022 inwerking treedt.

Omdat voor zowel voor Omgevingswet als voor de Wkb het werkproces VTH moet worden herzien is de Wkb onderdeel van programma implementatie Omgevingswet. 9. Bodemtaken ingericht in de gemeente – vanaf 2022 is de gemeente bevoegd gezag voor de bodemtaken. Momenteel ligt dit bij de provincie.

Producten en activiteiten voor het borgen van een goede dienstverlening 10. Toepasbare regels ingericht voor de topactiviteiten – via toepasbare regels wordt beschikbare en vastgestelde lokale informatie op de juiste wijze aangeleverd aan het Digitaal Stelsel Omgevingswet. Hiermee kunnen initiatiefnemers per 1-1-2022 in het nieuwe Omgevingsloket een complete vergunningencheck uitvoeren voor topactiviteiten en via een digitaal aanvraagformulier, waarin alle indieningsvereisten zijn opgenomen, een aanvraag indienen bij het juiste bevoegd gezag. 11. Nota van uitgangspunten Omgevingsvisie – een Omgevingsvisie is een complex integraal document. Om goed te weten wat voor Molenlanden de Omgevingsvisie gaat inhouden wordt er begin 2021 een nota van uitgangspunten afgerond en vastgesteld door de raad. 12. Omgevingsvisie – De nieuwe Omgevingswet verplicht gemeente op voor 2025 één integrale Omgevingsvisie te hebben. Vanuit zowel de organisatie als het bestuur is na de fusie van Giessenlanden en Molenwaard de behoefte aan een Omgevingsvisie groot. Bij de nota van uitgangspunten wordt er een voorstel gedaan voor het verder opstellen van de Omgevingsvisie.

Keuzeopgaven Omgevingswet voor de Gemeenteraad 1. Adviesrecht – vaststellen wanneer (voor welke activiteiten, in welke omstandigheden) de gemeenteraad in de toekomst gebruik wil maken van het adviesrecht voor buitenplanse Omgevingsplanactiviteiten. 2. Participatieverplichting – het aanwijzen van specifieke (buitenplanse) Omgevingswetactiviteiten waarbij participatie verplicht wordt gesteld en het vaststellen van het participatie beleid. 3. Uitgebreide procedure van toepassing – anders dan bij de bestemmingspannen van nu, staan in het Omgevingsplan straks algemene regels. Als de gemeenteraad kiest voor meer algemene regels in het Omgevingsplan, dan zijn er minder vergunningsprocedures nodig.

10

4. Commissie ruimtelijke kwaliteit – de gewenste invulling van de commissie, het inrichten van de commissie, over welke activiteiten de commissie advies mag uitbrengen en wijze van regelen (Omgevingsplan of afzonderlijke verordening). 5. Delegatie van bevoegdheden – vaststellen van de rolverdeling tussen college en raad, waaronder het delegeren van het vaststellen van delen van het Omgevingsplan aan het college en hoelang het college uitvoering moet geven aan de al dan niet gedelegeerde bevoegdheid. 6. Mandatering en financiële arrangementen met uitvoeringsdiensten herzien – vaststellen van mandatering en financiële arrangementen. 7. Legesverordening – vaststellen van de legesverordening 8. Omgevingsvisie – niet wettelijk verplicht voor 1-1-2022, maar wel aan de orde in 2021. Mate van integratie van bestaand en nieuw beleid, al dan niet werken met sectorale plannen, al dan niet werken met programma’s. 9. Strategie- en scenariobepaling vergunningverlening – keuze maken tussen dereguleren of loslaten en vergunning, melding of vergunningsvrij. 10. Transitieperiode (Omgevingsplan) – hier wordt in 2021 een start mee gemaakt voor het tijdelijk Omgevingsplan. Keuzes zijn bruidschatregels overnemen of wijziging, mate van uitwerking van toepasbare regels en overnemen, vereenvoudigen of schrappen van verordeningen.

Regionale samenwerking Op het niveau van Zuid-Holland Zuid wordt sinds 2015 tussen gemeenten, provincie, waterschappen, Rijkswaterstaat en de drie uitvoeringsdiensten veiligheidsregio, GGD en omgevingsdienst ambtelijk samengewerkt bij de invoering van de Omgevingswet. Bewustwording, verdieping en het leren van elkaars ervaringen stonden in de eerste fase van deze samenwerking centraal. Naarmate de invoeringsdatum dichterbij komt is er meer inzicht wat ketenpartners concreet moeten doen om zich voor te bereiden Daarmee is ook het project in een andere fase terecht gekomen en wordt er gewerkt aan concrete producten en activiteiten om op 1-1-2022 hiervoor gesteld te staan. Het gaat hierbij om organisatie overstijgende (samenwerkings)vraagstukken en onderwerpen waar een gezamenlijke aanpak meerwaarde oplevert. Die meerwaarde zit in: • Efficiënt werken: wat we in deze projecten doen hoeven de partijen niet meer ieder voor zichzelf uit te zoeken. We verdelen dus het werk. • Versterking van de samenwerking: door deze projecten samen op te pakken leren we dezelfde taal te spreken en weten we elkaar ook later makkelijker te vinden. De projectorganisatie bestaat uit: 1. Een stuurgroep met gemeentesecretarissen, programmamanager van de provincie en directeuren; 2. Een projectgroep met de programmamanagers/projectleiders; 3.

Vier werkgroepen met inhoudelijk adviseurs waar gewerkt wordt aan de concrete producten; a. Werkgroep taken en bevoegdheden/harmonisering; b. Werkgroep Werkprocessen vergunningverlening met daarin ook de onderwerpen: i. Vooroverleg ii. Toezicht en handhaving iii. Bezwaar en beroep c. Werkgroep samenwerking drie diensten d. Werkgroep DSO voor het uitwisselen van informatie.

11

De Drechtsteden zijn in deze samenwerking vertegenwoordigd door twee gemeenten en de gemeenten Hoeksche Waard, Gorinchem en Molenlanden zijn rechtstreeks betrokken. De projecten worden bemenst met medewerkers vanuit de verschillende organisaties. Hierdoor ontstaat er verbinding en olievlekwerking naar de betrokken organisaties. De inzet is op basis van gesloten beurzen; alle deelnemende organisaties betalen mee aan een materieel budget voor het organiseren van bijeenkomsten en zo nodig inhuren van ondersteuning. Vanuit het regio-brede project worden zowel ambtelijke werksessies, pilots als bestuurlijke bijeenkomsten georganiseerd waarvoor alle gemeenten worden uitgenodigd.

Tijdspad De feitelijke onderliggende planning zal in de uitvoering gedetailleerder zijn. Op weekniveau wordt de planning volledig uitgewerkt door de projectteams. Meerdere processen gaan parallel lopen. In het najaar van 2020 zijn een aantal producten opgeleverd die ons helpen een goede planning te maken. Dit zijn de roadmap van de VNG, de minimale eisen van de VNG, de Omgevingswetscan voor de Omgevingsvergunning en de brief van de raad aan het college waarin zij vanuit kaderstellende rol mede invulling geeft aan keuzen en prioriteiten. De periode na bekend worden van het uitstel hebben we benut om door middel van een Omgevingswetscan in beeld brengen wat de gemeente nog concreet moet gaan doen voor de Omgevingsvergunning om in 2022 te voldoen aan de wet. Op deze wijze komt er verdiept inzicht in samenhang en afhankelijkheden in de tijd. Dit vormt voor de leden van de projectgroep belangrijke sturingsinformatie. Het proces rondom de implementatie van de Omgevingswet is vol op in beweging. Zo zijn er in oktober 2020 nog nieuwe minimale eisen bekend geworden. Hierdoor wordt de planning tussendoor ook gewijzigd en aangepast waar nodig. De planning voor de implementatie van de Omgevingswet is herijkt. Als uitgangspunten voor de planning hebben we ons gebaseerd op de zogenaamde roadmap van de VNG.

In het document ‘Planning Implementatie Omgevingswet 2020-2021’ is een planning weergegeven die de grote lijnen van de uitvoering van het programma voor 2020-2021 laat zien. Deze is opgesteld met de kennis van nu en zal naar alle waarschijnlijkheid aangepast gaan worden door nieuwe inzichten. Een belangrijke start voor de uitvoering van dit plan van aanpak zijn de beeldvormende avonden met de raad, naar aanleiding van de brief aan het college, in het eerste kwartaal van 2021. Naast dat er verschillende thema’s met de raad worden verkend bieden deze avonden ook belangrijk input voor de verdere implementatie van de wet.

Bestuurlijke betrokkenheid De implementatie van de Omgevingswet binnen gemeenten is een veranderopgave die vraagt om richting en focus. Wat is de vertreksituatie, wat zijn de grootste juridische veranderingen, wat zijn de belangrijkste kansen of problemen, wat zijn de doelen en accenten van het lokaal bestuur? Vaak blijft het redelijk abstract en ongrijpbaar. Het komende jaar wordt de raad periodiek geïnformeerd en meegenomen in het proces van de implementatie van de Omgevingswet. Met de griffie zal een planning worden gemaakt met daarin wanneer de raad over welk thema geïnformeerd, geïnspireerd of bijgepraat wordt. Dit gaat over zowel inhoudelijke thema’s zoals bijvoorbeeld de Omgevingsvisie als over onderdelen van de implementatie

12

van de Omgevingswet die ambtelijk en/of maatschappelijk veel impact hebben zoals het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO).

Risico’s en beheersmaatregelen In dit programma komen veel gangbare projectrisico’s voor die zijn uit te drukken in de GROTIK-onderdelen (geld, risico’s, organisatie, tijd, informatievoorziening en kwaliteit). Specifiek zijn ICT, budget en capaciteit de grootste risico’s. Risico is dat er kwalitatief onvoldoende “producten” ontstaan als gevolg van een samenloop van de risico’s op het gebied van overgangsfasen, budget en/of beschikbare (deskundige) capaciteit. • Budget – deze overgang is voor iedere gemeente nieuw. Er is geen ervaring met de Omgevingswet, maar in 2019 was er een referentie model: het financieel effecten model van de VNG. Op basis van dit model en de deskundigheid van collega’s en externen gaat de gemeente een inschatting maken van de structurele financiële effecten van de Omgevingswet. Er blijft een risico dat inschattingen later bijgesteld moeten worden. • Capaciteit – Molenlanden is een gemeente met veel bedrijvigheid. Er is constante druk in prioritering van werkzaamheden. Het risico is dat er als gevolg van prioritering en capaciteitsproblemen vertraging in werkzaamheden ten opzichte van de planning kan ontstaan. Dit moet in voorkomend geval ondervangen worden met inzet van extra capaciteit en daaraan verbonden budgetten. • De overgangsfase Omgevingsvergunning – aanvragen kunnen tot en met 2021 worden ingediend via het bestaande Omgevingsloket.

Deze aanvragen dienen daar ook afgehandeld te worden binnen 6 maanden. Vanaf 2022 komen de aanvragen binnen via het Digitaal Stelsel Omgevingswet. Er is dus een periode dat met twee systemen gewerkt moet worden. Mogelijk worden er voor 2022 nog veel aanvragen ingediend volgens het ‘oude’ systeem. Het risico van tijdelijk werken met twee systemen of extra aanvragen in het oude systeem kan zich uiten in capaciteitsproblemen waar in voorkomend geval extra budget voor benodigd is. • Overgangsfase bestemmingsplan naar Omgevingsplan - als er geen ontwerp ter inzage ligt in 2021 mag het bestemmingsplan niet afgemaakt worden in 2022. Dit houdt in dat we halverwege mei geen bestemmingsplannen meer kunnen aannemen als gemeente. Hiervoor wordt een tijdelijke strategie ontwikkeld met als doel dat nieuwe initiatieven niet stil komen te liggen en initiatiefnemers niet merken dat we intern bezig zijn met een wetswijziging. • Marktomstandigheden: alle gemeenten in Nederland vragen gelijktijdig kennis en kunde van een beperkt aantal automatiserings- en adviesbureaus, die gespecialiseerd zijn in begeleiding van implementaties van de Omgevingswet binnen gemeenten. Dit kan leiden tot capaciteits- en planningsproblemen. Dit risico uit zich in mogelijk hogere kosten die gemoeid zijn met het moeten inlopen van achterstanden.

Het is nu al bekend dat er medio 2021 landelijk druk komt te staan om de markt voor definitieve aansluitingen op het landelijke DSO. Ontwikkelingen hierom volgen we op de voet. • Lagere legesinkomsten: het risico bestaat dat er na 1 januari 2022 door deze systeemwijziging minder vergunningen afgegeven worden en de gemeente hierdoor lagere legesinkomsten ontvangt. In de uitwerking wordt dit de komende periode nader beoordeeld om hier in afstemming met collega-gemeente en VNG een zo goed mogelijke benadering van te verkrijgen. Dit zal spelen vanaf het jaar 2021. • Corona-Crisis: ondanks dat de implementatie niet stil komt te liggen door de corona-crisis maakt dat het al ingewikkelde traject zeker niet makkelijker. Zowel interne afstemming als de afstemming met ketenpartners wordt lastiger. Daarnaast

13

kan er door de crisis ook uitval ontstaan van mensen waardoor de planning uitloopt. Nu niet aan de orde voor 2021, maar wel noemenswaardig vanaf 2022 is dat er dwangsommen aan de orde kunnen komen die de gemeente moet betalen. In paragraaf 4.1.3.2 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) staat vermeld dat wanneer een beslistermijn van een vergunning is verstreken er een dwangsomregeling geldt. Voorheen werd een vergunning dan automatisch verleend. In de P&C-cyclus worden voor de uitvoering van dit plan van aanpak en de hierin genoemde risico’s een actualisatie gemaakt zodat zoveel mogelijk bekende financiële wijzigingen in die producten verwerkt worden.

De risico’s beheersen we zo goed mogelijk door: • Bovenstaande risico’s in het project specifiek te monitoren en waar mogelijk te voorzien van beheersmaatregelen; • Landelijke en regionale ontwikkelingen nauwlettend te volgen; • Het wiel niet opnieuw uit te vinden als dat niet nodig is en zoveel mogelijk gebruik te maken van, indien mogelijk, beproefde bestaande producten; • Zo goed mogelijk incalculeren van benodigd budget, ook voor capaciteit; • Aansluiten bij bestaande visies en opleidingen; • Inhuren van specialistische inhoudelijk adviseur(s); • Een detailplanning te maken waar inzicht gegeven wordt in afhankelijkheden en samenhang van benodigde acties en onderwerpen die mogelijk op het kritieke pad liggen, dan wel specifieke besluitvorming vragen. • De projecten rapporteren tweewekelijks aan de programmamanager en de programmamanager vervolgens aan stuurgroep en college zodat tijdig bijgestuurd kan worden. Door de onderlinge afhankelijkheid van werkzaamheden en korte tijdsspanne is het van groot belang goed vinger aan de pols te houden. De voortgang zal worden besproken met: 1. Het kernteam Omgevingswet (programmamanager, financieel consulent, communicatieadviseur, adviseur ICT, adviseur ruimtelijk domein); 2. Eén op een gesprekken tussen programmamanagers en de projectleiders; 3.

De stuurgroep met ambtelijk opdrachtgever Han Dankaart en de bestuurlijk opdrachtgever Arco Bikker; 4. Het college; 5. De raad via gespreksavonden. De organisatiestructuur is schematisch weergegeven in bijlage 2.

Budget Voor de implementatie van de Omgevingswet is budget nodig. Het gaat om een nieuwe ontwikkeling waar nog geen ervaringscijfers over bekend zijn. Er is een zo goed mogelijke inschatting gemaakt die mede is gebaseerd op het financieel dialoogmodel van de VNG. Voor 2021 zijn de kosten geraamd op €1.895.852,-. Van het budget in 2021 is 38% bestemd voor de aansluiting op het DSO, 30% voor het aanpassen van de werkprocessen zoals Omgevingsplan, Omgevingsvergunning, Toezicht en Handhaving, 19% voor de Omgevingsvisie en 9% voor cultuur en communicatie. De overige 4% wordt besteed aan het

14

inzichtelijk maken van financiële effecten en de algemene kosten zoals de inhoudelijke expertise voor het programma.

Van de totaal €1.895.852,- in 2021 is € 1.738.282,- incidenteel en € 157.570,- structureel. De structurele kosten bestaan uit licentie/onderhoudskosten van aan te schaffen ICTtoepassingen. Vorig jaar is door de raad budget beschikbaar gesteld voor de voorbereiding. In de eindejaarsnota 2020 is voorgesteld om de resterende budgetten (afgerond €812.000,-) hiervan over te hevelen naar 2021. Daarnaast is in de meerjarenbegroting 2020-2024 een voorbereidingskrediet van €850.742,- opgenomen voor het jaar 2021. Dit voorbereidingskrediet is opgenomen met de kanttekening dat de implementatie vol op in beweging is en dat het benodigd krediet wellicht aangepast moet worden. Dat vanwege de onzekerheid van wat het gaat kosten. Daarmee is wel de opgave benoemd. Rekening houdend met de reeds beschikbare middelen (totaal €1.662.742,-) en het in ieder geval benodigd bedrag voor 2022 (totaal 1.895.852,-) is er in 2021 een tekort van afgerond € 239.000,- (zie tabel 1). Tabel 1 Meerjarenbegroting programma Omgevingswet

Onderdeel Bedrag 2020 Bedrag 2021 Totaal beschikbaar € 978.775 € 850.742 Overheveling van 2020 naar 2021 € -812.000 € 812.000 Verwachte uitgaven projecten € 166.047 € 1.895.852 Totaal saldo € 728 € -239.022

Bedrag 2022 Bedrag 2023 Bedrag 2024 Meerjarig € 1.163.864 € 318.614 € 159.014 € 1.098.900 € € 58.970 €

290.400 € 26.630 €

158.400 614 € -152.080

De reden van het tekort is het capaciteitstekort in de vakteams binnen het ruimtelijk domein en bij communicatie door de invoering van de Omgevingswet. Het tekort is deels opgevangen door het percentage onvoorzien in de begroting terug te brengen van 15% naar 11%. Doordat we nu beter inzicht hebben in wat de projecten behelzen is het mogelijk geweest de post onvoorzien naar beneden bij te stellen. Totaal wordt het resterende tekort op € 152.080 geschat. Dit tekort kan gedekt worden door een uitnamen te doen uit de bestemmingsreserve Omgevingswet (de huidige benaming is bestemmingsreserve Bestemmingsplannen). Deze reserve heeft op 1-1-2021 een begroot saldo van € 152.983 en is hiermee voldoende om het tekort aan te vullen. Om het tekort van 2021 te dekken moet de meerjarenbegroting worden aangepast. De uitgaven van 2022, 2023 en 2024 tot een totaalbedrag van € 86.942 komen namelijk al in 2021. Deze wijziging kan in de Zomernota 2021 budgettair verwerkt worden door in de begroting van 2022-2025 de jaarschijven naar beneden bij te stellen. Bijkomend voordeel hiervan is dat nieuwe inzichten op dat moment nog kunnen resulteren in een exactere aanpassing mocht dit nodig zijn. Het begrotingssaldo 2021 is voldoende ter dekking hiervan. Hiermee is de meerjarenbegroting voor de Omgevingswet sluitend.

Financiële compensatie Rijk Op 25 september 2020 is er een motie in de ALV-VNG ingediend, gesteund door ruim 40

15

gemeenten waaronder Molenlanden, voor een budget neutrale overgang op de middellange termijn (<10 jaar). Vooralsnog is de reactie dat de transitiekosten gedragen moeten worden door de eigen organisatie. De afspraken rondom de financiën van de Omgevingswet zijn in drie akkoorden vastgelegd, het Bestuursakkoord Implementatie Omgevingswet (2015), het Hoofdlijnenakkoord financiële afspraken Stelselwijziging Omgevingswet (2016) en het Beheerakkoord DSO-Landelijke Voorziening (2018). De kern van de akkoorden is: • De transitiekosten worden gedragen door de ‘eigen’ organisatie • Besparingen die samenhangen met de invoering van de Omgevingswet komen ten gunste van de betrokken partijen ter dekking van de te maken transitiekosten • Alle bevoegd gezagen dragen via een verdeelsleutel bij aan de beheerkosten van het DSO-Landelijke Voorziening, de gemeenten dragen samen 70% van deze kosten. • Er worden verschillende onderzoeken en evaluaties uitgevoerd die gezamenlijk zullen leiden tot een integraal beeld van de effecten van de stelselwijziging. Daarvoor zijn de volgende momenten afgesproken: 1. Integraal beeld op basis van de onderzoeken een half jaar voor inwerkingtreding (najaar 2020) 2. Evaluatie een jaar na inwerkingtreding (verwacht 2023) 3. Evaluatie vijf jaar na inwerkingtreding (verwacht 2027) Deze onderzoeksresultaten kunnen leiden tot herijking van de gemaakte afspraken.

16

Bijlage 1

Toelichting Projecten

Omgevingsvergunning Voor vergunningverleners gaat er veel veranderen. Met de Wabo is begonnen met het vereenvoudigen van vergunningverlening voor burgers. Met de Omgevingswet wordt deze trend voortgezet. Vergunning vrij bouwen en burgerparticipatie worden gestimuleerd, zodat er minder vergunningen hoeven te worden verleend en toezicht minder nodig is. Daarnaast zullen we meer dan nu worden geconfronteerd met meer algemene regels, meer doelvoorschriften (voorschriften met een norm) en open normen. Dit vergt andere competenties. Ook zal de Omgevingswet leiden tot een verschuiving van het zwaartepunt van vergunningverlening, naar toezicht en handhaving. De Omgevingswet vraagt een andere manier van werken: van achteraf toetsen en handhaven naar aan de voorkant meedenken over de visievorming. Waar onder de Wabo toezicht en handhaving achteraf plaatsvindt, zal in de geest van de Omgevingswet de kennis van toezicht en handhaving ook aan de voorkant benut worden bij visie- en regelvorming. De toezichthouders en handhavers krijgen daarmee een adviestaak erbij.

Doelstelling Het doel voor project Omgevingsvergunning is vanuit de aanvrager inzetten op transparante, adequate en snelle dienstverlening en procedures. Hierbij wordt een integraal stelsel van Omgevingsvergunningen in de geest van de Omgevingswet gehanteerd.

Resultaat Per 1-1-2022 kunnen we de vergunningsaanvragen afhandelen volgens de beoordelingsregels van de Omgevingswet, met een gewijzigde vergunningprocedure met 8 weken als standaard termijn. De interne werkprocessen zijn aangepast aan de Wet private kwaliteitsborging (Wkb).

Toezicht en Handhaving incl. Wet Kwaliteitsborging Bouw (WKB) Tegelijkertijd met de Omgevingswet zal op 1 januari 2022 de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (WKB) in werking treden. Het proces voor vergunningverlening voor bouwwerken wordt in tweeën opgeknipt: de ruimtelijk component (toets aan Omgevingsplan en -veiligheid) loopt via de gemeente en de bouwtechnische component via een melding. Hiertoe wordt de papieren toets vooraf op het bouwplan vervangen door toetsing in de praktijk op het bouwwerk zoals gebouwd. De vergunninghouder wordt verplicht een onafhankelijke kwaliteitsborger in te schakelen die tijdens de bouw op conformiteit met de bouwtechnische voorschriften uit het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl, voorheen Bouwbesluit) toetst en verklaart of de getoetste onderdelen aan de voorschriften voldoen. Dit wordt bij private partijen (kwaliteitsborgers) belegd. Dit alles vraagt een aanzienlijk aantal wijzigingen in processen, legesverordening, competenties en informatievoorziening die de gemeente in 2022 dient te implementeren.

Doelstelling Het doel van het project is om werkprocessen van toezicht en handhaving aan te passen volgens de Omgevingswet en de WKB te implementeren in de organisatie. Het effect van

17

dit project is dat het stelsel van toezicht en handhaving conform Omgevingswet én de WKB is ingericht.

Resultaat Toezichthouden en handhaven conform Omgevingswet en de WKB.

Omgevingstafel Voor de invoering van de Omgevingswet zijn er minimale eisen die met de ingang van 1-12022 in werking dienen te treden. Voor het onderdeel vergunningverlening dienen er een aantal opgaven uitgevoerd te worden voor deze datum. Een van deze opgaven is het verkennen en begeleiden van het proces rond de intake van een Omgevingsvergunning. Bij deze opgave wordt gekeken hoe een zo integraal mogelijke beoordeling nagestreefd kan worden door dit proces anders op te zetten. Dit kan bereikt worden met de juiste vooroverleggen en een Omgevingstafel. De Omgevingstafel is een overleg tussen ketenpartners wat vooraf aan een aanvraag van een complexe vergunning plaats dient te vinden Wanneer de Omgevingstafel goed is ingericht kan dit zorgen voor een vergunningverlening binnen 8 weken. De inhoud en structuur van de Omgevingstafel dient optimaal ingericht te worden om de dienstverlening (één van de kernwaarden van de gemeente Molenlanden) zo goed mogelijk te kunnen uitvoeren.

Doelstelling Het optimaal inrichten en opzetten van het proces voor het verkennen en begeleiden van een initiatief voor een Omgevingsvergunning in de vorm van een Omgevingstafel, die als methode wordt ingezet.

Resultaat Per 1-1-2022 zijn de processen voorafgaand aan de definitieve vergunningaanvraag ingericht op een manier dat een initiatiefnemer goed gefaciliteerd wordt bij een vergunningaanvraag. Door een goede voorbereiding van de vergunningsaanvraag via een goed vooroverleg is het mogelijk om een vergunning te verlenen binnen de gestelde termijn van 8 weken.

Omgevingsplan Het Omgevingsplan vervangt de huidige bestemmingsplannen. De Omgevingswet bepaalt dat iedere gemeente per 31-12-2029 over één gebiedsdekkend Omgevingsplan moet beschikken. Tot die tijd heeft iedere gemeente, per 1-1-2022, van rechtswege een Omgevingsplan (tijdelijk Omgevingsplan) dat hoofdzakelijk bestaat uit alle bestemmingsplannen van die gemeente, verordeningen en de zogenaamde ‘bruidsschat’.

Bruidsschat Op het moment dat de Omgevingswet in werking treedt, gaat de regelgeving over verschillende onderwerpen over van het Rijk naar decentrale overheden (gemeenten en waterschappen). Denk bijvoorbeeld aan regelgeving over geluid en geur voor horeca, verlichting rondom sportvelden, geluid voor fokkerijen, et cetera gemeenten kunnen hiervoor hun eigen afwegingen maken. Voor een goede overgang van de oude naar de nieuwe situatie is er de bruidsschat: een set regels over de door de Rijksoverheid naar gemeenten gedecentraliseerde onderwerpen. Een deel van deze regels wordt toegevoegd aan het gemeentelijke Omgevingsplan en een

18

deel aan de waterschap verordening. Per 1-1-2022 heeft iedere gemeente van rechtswege een Omgevingsplan dat bestaat uit alle bestemmingsplannen van die gemeente en de bruidsschat. Door de bruidsschat krijgen gemeenten (en waterschappen) na 1-1-2022 de tijd om zelf een afweging over deze onderwerpen te maken. Gemeenten kunnen de regels uit de bruidsschat vanaf dag één van de Omgevingswet aanpassen of laten vervallen, binnen de kaders van de Omgevingswet.

Doelstelling Voor wat betreft het Omgevingsplan zijn er geen wettelijke eisen die de Omgevingswet stelt voor 1 januari 2022. Wel houdt de invoering van de Omgevingswet behoorlijk wat veranderingen in. Het doel voor project Omgevingsplan is dus dat de gemeente deze veranderingen goed in beeld heeft én kan werken met het tijdelijke Omgevingsplan. Bijvoorbeeld: Wat is het gevolg van het Omgevingsplan van rechtswege en de bruidsschat?

Resultaat Om klaar te zijn voor het tijdelijke Omgevingsplan moeten we het huidige ruimtelijkeplannen.nl opschonen zodat het gekoppeld kan worden aan het DSO, de bruidsschat kennen en ermee kunnen werken, de gemeentelijke verordeningen in kaart brengen. Daarnaast vindt er in 2020 een overgangsperiode plaats van bestemmingsplan naar Omgevingsplan. Hiervoor wordt een strategie opgesteld.

Omgevingsvergunning – bodemtaken Een deel van de vergunningverlening op het gebied van Bodem wordt overgedragen van de provincies aan gemeenten. Het gaat hierbij om vergunningen die zien op de sanering van forse(re) verontreinigingen van de bodem.

Doelstelling Dit project loopt in samenwerking met provincie Zuid-Holland in het traject ‘Warme overdracht bodemtaken’. En doel is dat de gemeente goed in kaart heeft gebracht wat de bevoegdheid in gaat houden en welke financiële effecten dit heeft.

Resultaat De voor de gemeente nieuwe bodemtaken moet intern worden belegd. Eventueel met werkafspraken met Omgevingsdienst Zuid-Holland-Zuid. Ook moeten de financiële effecten worden meegenomen in de legesverordening.

Participatie Omgevingswet Om de vergunningprocedure in 8 weken te kunnen voltooien is een goed participatietraject voorafgaand van belang. Participatie staat hoog in het vaandel binnen gemeente Molenlanden en wordt een belangrijk onderdeel van de Omgevingswet. Project Participatie Omgevingswet gaat invulling geven aan hoe Molenlanden met participatie om zal gaan in het kader van de Omgevingswet. De paraplunota participatie dat eind 2020 wordt opgesteld zal hiervoor als kader dienen.

Doelstelling Het aanwijzen van specifieke (buitenplanse) Omgevingsplanactiviteiten waarbij participatie verplicht wordt gesteld en het vaststellen van het participatie beleid in samenwerking met de gemeenteraad.

19

Resultaat Voor participatie bij de Omgevingswet zal voor ruimtelijke initiatieven een document ‘Spelregels Participatie’ worden opgesteld.

Omgevingsvisie De Omgevingsvisie komt in plaats van de huidige structuurvisie(s). De Omgevingswet bepaalt dat iedere gemeente per 31-12-2024 over een gemeente dekkende Omgevingsvisie moet beschikken. In mei 2019 is door de SGP-fractie een motie ingediend waarin, onder andere, wordt aangegeven dat er behoefte is aan een geharmoniseerd en gemeente breed ruimtelijk ordeningsbeleid en toetsingskader voor ruimtelijke initiatieven. Aan deze behoefte wordt tegemoetgekomen door het opstellen van een Omgevingsvisie. In 2020 wordt het opstellen van de Omgevingsvisie Molenlanden voorbereid, in overleg met de raad. Dan vindt er een GO – NO GO moment plaats om te bezien of we de Omgevingsvisie in 2021 opstellen of in 2022. Dit heeft te maken met de prioritering van de projecten om te kunnen voldoen aan de minimale eisen bij de invoering van de Omgevingswet.

Doelstelling Voor wat betreft de Omgevingsvisie zijn er geen wettelijke eisen die de Omgevingswet stelt voor 1 januari 2022. Wel is de behoefte voor een Omgevingsvisie in Molenlanden groot. Het doel voor project Omgevingsvisie is dus in eerste instantie het opstellen van een uitgangspuntennotitie zodat we beter weten wat de Omgevingsvisie voor Molenlanden behelst. Daarna vindt er een GO-NO GO moment plaats om te bepalen of we meteen doorgaan met het opstellen van een Omgevingsvisie of dit doen na invoering van de wet. Dit in verband met de prioriteiten van het programma.

Resultaat Het resultaat van dit project bestaat uit twee onderdelen: 1) voorbereid zijn op het opstellen van een Omgevingsvisie, 2) het opstellen van de Omgevingsvisie zelf.

Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO) ICT is een cruciale en kritische factor. Het verzorgt op basis van de aansluiting op het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO) de verbinding op de drie domeinen van de Omgevingswet te weten VTH, Planruimte en Toepasbare regels. Het DSO biedt het digitale loket waar initiatiefnemers, overheden en belanghebbenden snel kunnen zien wat is toegestaan in de fysieke leefomgeving. Via het DSO kunnen zij: • Vergunningen aanvragen en meldingen doen; • Zien welke regels en beleid van toepassing zijn op een locatie. De basis hiervoor zijn de omgevingsdocumenten die in het DSO zitten. Dit zijn bijvoorbeeld Omgevingsvisies, omgevingsverordeningen en -plannen, projectbesluiten en programma’s. Overheden leggen daarin onder meer vast wat wel en niet mag op een locatie; • Op termijn informatie raadplegen over de kwaliteit van de fysieke leefomgeving. Denk bijvoorbeeld aan gegevens over water- of luchtkwaliteit en geluidbelasting. Op dit moment zijn er nog verschillende digitale loketten voor deze diensten: het Omgevingsloket Online (OLO), de Activiteitenbesluit Internet Module (AIM) en Ruimtelijkeplannen.nl. Met de komst van het DSO kunnen gebruikers terecht bij één digitaal loket.

20

Voor de aansluiting op het DSO moeten we onze eigen systemen verbeteren/aanpassen aan de nieuwe processen van de Omgevingswet (zaakgericht werken, gegevensbeheer en gegevensuitwisseling, maak- en beheersoftware voor Omgevingswetinstrumenten). Dit betekent ook iets voor de leveranciers van onze applicaties. Wanneer de aansluiting op het DSO niet op tijd af is zal de aanvrager geen goede en snelle dienstverlening gaan ervaren.

Doelstelling Een digitale omgeving c.q. digitale systemen, inclusief bijbehorende (beheer)processen en procedures, die voldoen aan de kaders uit de Omgevingswet.

Resultaat Per 1 januari 2022 is de gemeente Molenlanden met haar informatievoorziening waar mogelijk aangesloten op de DSO in overeenstemming met geldende afspraken en procedures. Waar mogelijk omdat de landelijke DSO ook nog steeds in ontwikkeling is.

Communicatie en Cultuur De nieuwe Omgevingswet sluit precies aan op onze visie op Dienstverlening. Voor beide geldt namelijk dat we meer ruimte bieden aan inwoners en uitgaan van eigen talent en verantwoordelijkheid. Onze dienstverlening richt zich op persoonlijke benadering, gemak bieden en samendoen, die krijgt dus nu een wettelijk steuntje in de rug. Onze trainingen in de Leertuin zijn al gericht op de uitgangspunten van de Omgevingswet en is de wet hooguit een extra aansporing om daar gebruik van te maken. Voor vakspecialisten komen er aanvullend inhoudelijke trainingen over de Omgevingswet. En omdat we er allemaal mee te maken kunnen krijgen, houden we iedereen goed op de hoogte als deel van het programma ‘Implementatie Omgevingswet’. De Omgevingswet biedt bewoners ook meer ruimte om actief mee te denken over ontwikkelingen in hun buurt, dorp of stad. Dat is ook al niet bepaald nieuw voor Molenlanden. Wel gaan we afspraken formuleren voor meer duidelijkheid over participatie in het omgevingsrecht. Daarmee maken we ons eigen werk ook in het omgevingsrecht meer zinvol en plezierig door goed te luisteren naar wat inwoners en ondernemers willen en na te gaan waarom dat wel kan. Altijd met oog voor reële verwachtingen en het algemeen belang. Kortom, zó kan het dus ook, juist met de Omgevingswet!

Doelstelling Betrokken partijen zijn zich bewust van elkaars rollen en verantwoordelijkheden in de Omgevingswet. Informatie en uitleg wordt zoveel als mogelijk op maat gegeven en is eenvoudig toegankelijk. Vanuit de gemeente denken we mee, communiceren we duidelijk en zoeken we continu naar een goede balans tussen het algemeen en individuele belang.

Resultaat Medewerkers staan ervoor gesteld om in de geest van de Omgevingswet te werken en ervoor te zorgen dat betrokkenen weten waar ze terecht kunnen met vragen voor uitleg. We werken nauw samen met professionals. Inwoners, ondernemers en partners weten wat de Omgevingswet inhoudt en waar ze informatie kunnen vinden.

21

Structurele financiële effecten Omgevingswet De Omgevingswet omvat veel veranderingen, ook voor de financiën van de gemeente. Om te kunnen inschatten wat de impact is van de wet is het belangrijk om te weten wat de reikwijdte is van de veranderingen. Hiervoor moeten een aantal zaken in kaart worden gebracht zoals: • • • • • •

Welke vergunningen die momenteel vergunning plichtig zijn, worden straks vergunningsvrij? Blijft de tijdsinvestering per vergunning gelijk aan de huidige tijdsinvestering? Welke wijziging brengt de Omgevingswet met zicht mee voor de huidige verhouding tussen toetsing, administratie en toezicht? Blijft het functieniveau gelijk of verandert het salarisniveau? Welke mogelijkheden zijn er straks om leges te heffen bij het vooroverleg? Over welke milieuactiviteiten ontstaat straks de mogelijkheid om leges te heffen?

Doelstelling In project moet duidelijk worden welke financiële gevolgen de invoering van de Omgevingswet heeft op gemeente Molenlanden.

Resultaat Het resultaat van dit project is een nieuwe legesverordening en een overzicht met de financiële consequenties.

Toepasbare regels De projectgroep ICT en Techniek zorgt voor de aanschaf en/of aansluiting van bestaande systemen op de nieuwe landelijke voorziening. De projectgroep Toepasbare Regels zorgt ervoor dat via deze systemen ook informatie (content) wordt geplaatst in de landelijke voorziening. Hiermee kunnen toekomstige initiatiefnemers een vergunningencheck uitvoeren en eventueel aansluitend een melding of aanvraag indienen. Er zal een vertaling/omzetting moeten plaatsvinden van (lokale) vastgestelde juridische regels naar regels in begrijpelijke taal. Aan de hand van vragenbomen komen initiatiefnemers vervolgens bij de juiste antwoorden uit. De focus van de projectgroep zal in eerste instantie liggen op de toptaken en de lokale regelgeving die niet via de landelijke bruidsschat wordt aangeleverd. Indien geen informatie wordt aangeleverd dan verschijnt in het DSO de melding ‘uw gemeente heeft geen informatie aangeleverd’ en wordt een initiatiefnemer geadviseerd contact op te nemen met de gemeente. Dit sluit niet aan op de dienstverleningsambities van de gemeente Molenlanden. Voor de toptaken willen we dit voorkomen. Toepasbare regels worden ook gebruikt voor indieningsvereisten, oftewel het formulier waarmee een initiatiefnemer een vergunning kan aanvragen of een melding kan doen. Hier geldt de keuze voor topactiviteiten niet.

Voor elke vergunnings- of meldingsplicht moeten er toepasbare regels zijn om een verzoek in te kunnen dienen. Verder is er een mogelijkheid voor een lager bevoegd gezag om (binnen een bepaalde bandbreedte) regelgeving van een hoger bevoegd gezag aan te passen aan de regels die beter aansluiten bij de lokale wensen. Ook is het mogelijk om indien gewenst ‘bewijzen’ van een participatieproces als indieningsvereiste op te nemen in het aanvraagproces. Ook dit moet dan via de software van de Toepasbare Regels worden geregeld. Indien qua tijd en het tijdstip waarop (landelijke) info beschikbaar wordt gesteld het mogelijk is, wordt dit

22

gelijk meegenomen door de projectgroep. Anders schuiven deze aanpassingen door naar fase II van het project (vanaf 2021).

Doelstelling Beschikbare en vastgestelde informatie op de juiste wijze aanleveren aan het Digitaal Stelsel Omgevingswet. We starten met de veelvoorkomende activiteiten, de lokale activiteiten die geen onderdeel uitmaken van de bruidsschat en alle indieningsvereisten voor vergunnings- en meldingsplichtige activiteiten.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Molenlanden&id=df5fa004-5c4b-4681-8aed-426eeaeeb85f