Bijlage Kadernota 2027
Tekst van het document
Kadernota 2026
Inhoud 1. Inleiding ....................................................................................... 3 Actueel financieel beeld ............................................................................... 3 Samenhang met andere P&C-producten ..................................................... 3 Leeswijzer ..................................................................................................... 3 2. Uitgangspunten Begroting 2027 en Meerjarenraming 2027-2030 . 4 2.1
Algemene en technische uitgangspunten ........................4
2.2
Uitgangspunten reserves ................................................5
2.3
Stelposten ......................................................................6
3. Financieel perspectief ................................................................... 7
1.
Inleiding
Voor u ligt de Kadernota 2027. Een nota die grotendeels voorbereid is in de vorige raadsperiode én het begin markeert van de nieuwe raadsperiode. Traditiegetrouw is de eerste Kadernota voor een nieuwe periode beleidsarm. Er is geen rekening gehouden met het coalitieakkoord.
van de tot op heden in beeld gebrachte ontwikkelingen. Hierbij tonen we ook indicatief het begrotingssaldo. Waarbij we er vanuit gaan dat deze ontwikkelingen onveranderd doorgaan. Correcties op bestaande ramingen, autonome ontwikkelingen, correcties als gevolg van inflatie en/of noodzakelijke kleinere aanpassingen met een beperkte impact, zijn daar nog niet in opgenomen.
Actueel financieel beeld De stijgende kosten voor enkele Gemeenschappelijke Regelingen, en in bijzonder de Serviceorganisatie Jeugd bepalen sterk het financiële beeld. En we verwachten hogere rentekosten om de geplande investeringen uit te kunnen voeren. Dit geeft een negatief beeld voor de komende vier jaar. Zoals gebruikelijk kijken we bij de Kadernota en Begroting niet verder dan vier jaar. Voor de periode daarna weten we al dat er in de toekomst hogere lasten voor het Integraal Huisvesting Plan Primair Onderwijs komen. Samenhang met andere P&C-producten De P&C-producten Jaarrekening 2025, Zomernota 2026 en Kadernota 2027 behandelt de gemeenteraad in dezelfde vergaderingen. Het positieve saldo van de Jaarrekening 2025 lijkt op gespannen voet te staan met het negatieve saldo dat wordt gepresenteerd in de Zomernota 2026 en Kadernota 2027. Hierbij moet echter wel worden meegenomen dat waar eerder nog werd gesproken over het Ravijnjaar 2026, we in Molenlanden deze terugval in de hoogte van de Algemene Uitkering inmiddels in 2028 verwachten. Daarnaast zien we al enkele jaren een golfbeweging in de kosten voor Jeugdzorg. In de afgelopen jaren is een opwaartse beweging meerdere keren gevolgd door een bijstelling in de loop van het jaar. Leeswijzer Na deze inleiding leest u eerst de uitgangspunten en kaders voor het opstellen van de Begroting 2027.
Daarna volgt in een overzicht Kadernota 2027
3
2.
Uitgangspunten Begroting 2027 en Meerjarenraming 2027-2030
2.1 Algemene en technische uitgangspunten Algemene uitgangspunten Bij opstelling van de (meerjaren)begroting 2027-2030 gaan we uit van de volgende algemene kaders: 1. De eerste jaarschijf (= 2027) van de meerjarenraming sluit zonder incidentele baten en lasten positief. Als dit niet lukt, moet in ieder geval de laatste jaarschijf (= 2030) structureel in evenwicht te zijn (richtlijn provinciaal toezicht). Ook streven we naar een duurzaam financieel evenwicht in iedere jaarschijf. 2. De Algemene Reserve kan conform het BBV (Besluit Begroting en Verantwoording in beperkte mate worden ingezet als structureel dekkingsmiddel. Van deze mogelijkheid wordt gebruik gemaakt om bezuinigingen af te wenden en/of golfbewegingen in kosten op te vangen. 3. De staat van incidentele baten en lasten is de basis waarop de provincie beoordeeld of de begroting structureel sluitend is. Dit overzicht maken we bij het opstellen van de Begroting 2027. In de Kadernota 2027 gebruiken we daarom in dit verband niet de term ‘sluitend’. 4. Belastingen en heffingen 2027 baseren we op de uitgangspunten en besluiten die zijn vastgesteld bij de harmonisatie van het belastingbeleid voor Molenlanden in 2019.
Technische uitgangspunten begroting 2027 Binnen de genoemde algemene kaders gelden de volgende technische uitgangspunten voor het opstellen van de Begroting en Meerjarenraming: • Realistische raming op basis van gegevens jaarstukken 2025 en begroting 2026 en daar waar mogelijk wordt risicovol(ler) geraamd. Kadernota 2027
• •
• •
• • •
•
Geen toevoeging van rente aan reserves. Algemene uitkering uit het Gemeentefonds nemen we meerjarig op, op basis van lopende prijzen en voor inflatie vanaf 2027 (als stelpost) op basis van de gegevens van de mei- en septembercirculaire 2026. Ramingen voor Gemeenschappelijke Regelingen baseren we op de begroting van de betreffende Gemeenschappelijke Regeling. Dividenden van verbonden partijen baseren we op het ontvangen dividend 2026 of het, door de vennootschap, in het vooruitzicht gesteld in 2027 uit te keren dividend. Ramingen sociaal domein baseren we op verwachte uitgaven; er is geen relatie (meer) met de inkomsten uit het Gemeentefonds. Voor onvoorziene uitgaven nemen we € 0 op. We houden rekening met stijging van loonkosten (werkgeverslasten) en CAO-ontwikkelingen zoals aangegeven in de meicirculaire 2026. Lastenverzwaringen voor inwoners en ondernemers zijn in principe niet hoger dan de inflatie.
Rente • Het rentepercentage voor berekeningen van heffingen en retributies en doorbelasting aan overige taakvelden wordt berekend via een renteomslagpercentage. Dit renteomslagpercentage is bepaald op 1,5%. • Rentepercentage voor eventueel kortlopende financiering (kasgeldleningen) is 3,75%. • Rentebaten 2027 die samenhangen met verwachte uitzettingen per ultimo 2026 verantwoorden we als algemeen dekkingsmiddel. Opbrengsten • Indexatietarieven voor verhuur van ruimten en diensten aan derden, zijn volgens de Consumenten Prijs Index (CPI) 2027 zoals die is opgenomen in de meicirculaire 2026, tenzij anders in het huurcontract is bepaald. 4
•
Opbrengsten gemeentelijke belastingen verhogen we volgens het vastgestelde Belastingbeleid Molenlanden 2019 met de voor 2027 verwachte inflatie van 2,1%, zoals aangegeven in de meicirculaire 2026. Voor begraven, riolering en afval stijgen de tarieven met 3% naast de inflatiestijging.
Grondexploitaties • Jaarlijks stellen we een Nota Grondprijzen en Parameters vast, die onder meer inzicht geeft in de hoogte van de grondprijzen en parameters die als uitgangspunt gelden voor de jaarlijkse actualisatie van de grondexploitaties. Voor 2027 en daarna gelden de volgende parameters:
•
In de tarieven voor heffingen en retributies is btw-compensatie opgenomen.
2.2 Uitgangspunten reserves In de nota ‘Reserves en voorzieningen’ staan kaders voor de aanwending van de algemene reserve in drie niveaus. De Algemene Reserve kan worden aangewend om het begrotingstekort op te vangen. Het is toegestaan om éénmalig tien procent van het vrije deel van de algemene reserve in te zetten. Het verloop van de Algemene Reserve is als volgt:
Overzicht parameters:
Berekening maximale inzet algemene reserve
Kostenstijging
2027 3,0%
2028 3,0%
2029 3,0%
2030 3,0%
Stand in jaarrekening 2025-par.weerstandsvermogen
25.035.519
Opbrengstenstijging (sociaal)
2,0%
2,0%
2,0%
2,0%
Resultaat jaarrekening 2025
11.885.786
Opbrengstenstijging (betaalbaar/duur)
3,0%
3,0%
3,0%
3,0%
Vrijval reserve duurzaamheidsinvesteringen
82.850
Rente
2,0%
2,0%
2,0%
2,0%
Vrijval reserve Leefbaarheid Kinderdijk
63.818
Kostentoerekening • Integrale kostentoerekening gebeurt op basis van capaciteitsinzet aan projecten, investeringen civiele werken, grondexploitaties. Door tijdverantwoording per project geven we hier invulling aan. Dit geldt voor zowel interne- als externe medewerkers. • Tarieven voor heffingen, retributies en overige diensten baseren we op integrale kostprijstarieven. • Specifiek voor de rioolheffing gaan we uit van de tariefontwikkeling, volgens het vastgestelde GRP 2020 (jaarlijks +3%). • Specifiek voor de Begraafrechten houden we, zo mogelijk, rekening met de effecten van het in 2020 vastgesteld beleid voor begraafplaatsen en begraven. De tarieven worden met 3% verhoogd. Dat is vergelijkbaar met de rioolheffing.
Kadernota 2027
Vrijval reserve afval
2.099.069
In algemene reserve
39.167.042
Liquidatie GR Souburgh
-850.000
Verzelfstandiging Schoonenburg
-25.000
Verzelfstandiging De Dompelaar
-38.726
Onttrekkingen
-913.726
Toevoegingen
0
Stand algemene reserve 1-1-2027
38.253.316
Niet besteedbaar: omvang risico’s (2x)
-9.991.196
Beschikbaar deel algemene reserve
28.262.120
10% hiervan
2.826.212
5
Onze solvabiliteit blijft met 57,3% ruim boven de ondergrens van de 20% die nodig is om de reserve in te mogen zetten.
2.3 Stelposten Vanaf 2027 is het mogelijk om een stelpost op te nemen voor personeelskosten en kapitaallasten. Hiermee wordt ingespeeld op het later dan gepland invullen van vacatures of later uitvoeren van investeringen. Het is nog onduidelijk hoe dit berekend moet worden en aan welke voorwaarden moet worden voldaan. We verwachten dat dit voor het opstellen van de begroting bekend wordt gemaakt.
Kadernota 2027
6
3.
Financieel perspectief
Het financiële perspectief van deze kadernota is als volgt samen te vatten: Bedragen x € 1.000
2027
2028
2029
2030
A. Vastgestelde begroting 2026
1.671
172
72
72
B. Verbonden Partijen
-2.677
-2.441
-2.427
-2.427
C. Mutaties
-1.183
-1.063
-1.652
-2.068
D. Uitkomsten december- en meicirculaire
1.286
984
1.076
2.676
Prognose begroting 2027-2030
-903
-2.348
-2.931
-1.747
Conclusie: Bij raadsbesluit kan de algemene reserve worden ingezet om het tekort af te wenden. Dit werken we bij de begroting verder uit. Toelichting: A. Vastgestelde begroting De basis voor deze berekening is de vorig jaar vastgestelde begroting 2026-2029. Voor 2030 is als basis hetzelfde saldo als 2029 opgenomen. B. Verbonden partijen De begrotingen van de verbonden partijen laten zien dat er een hogere bijdrage aan de deelnemende gemeenten wordt gevraagd voor met name de Service Organisatie Jeugd. Hieronder zijn de grootste gemeenschappelijke regelingen opgenomen. De hogere bijdrage aan Waardlanden is hier niet opgenomen, omdat dit geen gevolg heeft voor het begrotingssaldo. Deze hogere bijdrage van € 650.000 zorgt voor een stijging van het kostendekkende tarief van de afvalstoffenheffing van 10,7%. De Kadernota 2027
afgelopen twee jaar waren de kosten lager dan de afvalstoffenheffing. Het verschil is aan de voorziening afvalstoffenheffing toegevoegd. Deze voorziening heeft een saldo van € 928.000. We stellen voor om de afvalstoffenheffing in 2027 niet met 10,7% maar met 3% plus inflatie te verhogen. Net als bij riolering en begraven. Het verschil wordt ten laste van deze voorziening gebracht. Voor het saldo van de Kadernota geeft dit geen verschil. Het risico hiervan is wel dat de afvalstoffenheffing in 2028 enorm stijgt als er weer een dergelijke stijging van de kosten komt. In de voorziening zit nu te weinig om dit nog een keer op te vangen. Bedragen x € 1.000
2027
2028
2029
2030
Service Organisatie Jeugd
-2.019
-1.913
-1.899
-1.899
Dienst Gezondheid en Jeugd
-204
-156
-156
-156
Avres
-86
-86
-86
-86
Veiligheidsregio Zuid Holland Zuid
-211
-211
-211
-211
Omgevingsdienst Zuid Holland Zuid
-157
-75
-75
-75
-2.677
-2.441
-2.427
-2.427
Totaal
Bovenstaande tabel is samenvattend en gaat voorbij aan de nodige nuances achter deze cijfers. Voor meer inzicht in deze ontwikkelingen verwijzen wij naar de begrotingen die de verbonden partijen hebben aangeboden. Deze zijn terug te vinden bij de agenda van de raadsvergadering van 22 juni. C. Mutaties Sinds twee jaar stellen we een ‘Kadernota nieuwe stijl’ op. Dit betekent dat er alleen cijfers voor nieuw beleid en de gemeenschappelijke regelingen zijn opgenomen. Er zijn enkele mutaties binnen het bestaand beleid van een dusdanige omvang dat dit voor het totaal financieel beeld belangrijk is om te melden. Het gaat om:
7
Bedragen x € 1.000
2027
2028
2029
2030
C1.Structurele posten uit de Zomernota
-239
-213
-213
-213
C2.Toeristenbelasting
147
147
147
147
C3.Rente
0
-745
-1.277
-1.429
C4.Kapitaallasten IHP
0
0
0
-124
C5.Organisatie IHP Onderwijs
-120
0
0
0
C6.Bilbiotheken
-133
-133
-133
-133
C7.Grondexploitaties
1.072
477
337
197
C8.Onderzoekskosten cultuurbudget
-35
0
0
0
C9.Indexatie semiprofessionele instellingen
-281
-281
-281
-281
C10.Ondersteuning en uitvoering Europese aanbestedingen C11.Vergroten soevereiniteit, digitale weerbaarheid en innovatie C12.Herkenbaar toeristisch profiel
-250
0
0
0
-180
-80
-80
-80
-75
-75
-75
-75
C13.Webbeheer voor twee jaar
-83
-83
0
0
C14.Betrekken van inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties op de Molenlandse Manier C15.Participatietraject
-125
0
0
0
-40
0
0
0
C16a.Uitbreiding BOA capaciteit
-80
PM
PM
PM
C16b.Versteviging sociale teams
-570
PM
PM
PM
C16c.Bestuursadviseur Regionale Samenwerking
-114
PM
PM
PM
C17.Gemeentekantoor in Bleskensgraaf
PM
PM
PM
PM
C18.Vastgoed- en accommodatiebeleid
PM
PM
PM
PM
C19.Weerbaarheid
PM
PM
PM
PM
C20.Programma Onderwijshuisvesting 2026
-77
-77
-77
-77
-1.183
-1.086
-1.652
-2.068
Totaal mutaties
C1. Structurele posten uit de Zomernota In de Zomernota zijn mutaties opgenomen die structureel van aard zijn. Een nadeel is de mutatie van de Service Organisatie Jeugd die bij de verbonden partijen al is genoemd. Het gaat om ruim twee ton aan structurele lasten. Zo is bijvoorbeeld het over 2025 ontvangen dividend van Stedin structureel opgenomen (risicovol ramen).
Kadernota 2027
C2. Toeristenbelasting De opbrengst van de toeristenbelasting neemt toe door de wijziging van de heffing die nu per persoon gaat en de uitbreiding van het Familie Resort Molenwaard. C3. Rente Vanaf 2027 laat onze liquiditeitsplanning tekorten zien. Volgens de laatste doorrekeningen (die we elk kwartaal een update geven) moet volgend jaar een verwacht bedrag van € 33 miljoen worden geleend. Investeringen die we doen, zijn de belangrijkste oorzaak hiervan. Dit zelfde beeld zien we voor daarop volgende jaren. Samenvattend ziet dat er als volgt uit: 2027 € 33.000.000 2028 € 33.000.000 2029 € 14.000.000 Bovenstaande cijfers hebben een gevolg voor de gemeentelijke exploitatie waarbij de extra rentelasten gedekt moeten worden in onze meerjarenbegroting. In onze doorrekeningen wordt altijd rekening gehouden met bepaalde aannames. We zien namelijk dat de planning van investeringen en het verloop ervan grillig te noemen zijn. Soms worden projecten ineens een jaar of soms twee jaar vertraagd dan vooraf was gepland. We dienen dus altijd rekening te houden met een onzekerheidsmarge waarbij bedragen minder snel tot besteding komen als de planning aangeeft. C4. Kapitaallasten IHP Op 24 september 2024 is het Integraal HuisvestingsPlan Primair Onderwijs (IHP) vastgesteld.
De investeringsvoorstellen leggen we per project voorg aan de gemeenteraad, maar we nemen wel alvast stelposten op in de meerjarenraming. De kapitaallasten die tot en met 2029 ingaan stonden al in onze meerjarenbegroting. Dat doen we nu ook voor de kapitaalasten die in 2030 ingaan. Het gaat om de 8
investering voor OBS De Boomgaard in Streefkerk (124k). Dit bedrag is berekend op basis van de uitgangspunten van het IHP. C5. Organisatie IHP Onderwijs Voor de uitvoering van het Integraal Huisvestingsplan primair onderwijs is een interne organisatie nodig die dit effectief en toekomstbestendig kan uitvoeren. Op basis van een uitgevoerd extern onderzoek, waarin is geadviseerd over een passende organisatievorm, maken we een uitwerking voor een goede inpassing in de organisatie en bijbehorend budget. C6. Bibliotheken We verwachten dat de wet Stelsel Openbare Bibliotheekvoorzieningen (WSOB) met ingang van 1 januari 2027 in werking treedt. De besluitvorming hierover vindt plaats in 2026. Met deze wetswijziging wordt een zorgplicht ingevoerd, waarbij gemeenten verantwoordelijk zijn voor het realiseren van een toegankelijke en kwalitatief volwaardige bibliotheekvoorziening voor al hun inwoners. In de jaren 2025 en 2026 hebben gemeenten via een decentralisatie-uitkering middelen ontvangen om zich voor te bereiden op deze zorgplicht. We verwachten dat deze middelen vanaf 2027 worden structureel zijn toegevoegd aan het gemeentefonds. Voor Molenlanden gaat het om een bedrag van ongeveer € 133.000. Deze middelen zijn niet geoormerkt. Het is wel een wettelijke verplichting om aan de zorgplicht te voldoen. Het bedrag dat de gemeente ontvangt, wijzen we toe aan de bibliotheken.
Voorwaarde hierbij is dat de wet daadwerkelijk in werking treedt en dat inzet van de middelen noodzakelijk is om aan de wettelijke verplichtingen te voldoen. Het is mogelijk dat slechts een deel van het bedrag hoeft te worden aangewend, bijvoorbeeld als al gedeeltelijk aan de gestelde eisen wordt voldaan. De exacte financiële impact is op dit moment nog niet volledig inzichtelijk. Daarom reserveren we voorlopig het volledige bedrag.
Kadernota 2027
C7. Grondexploitaties De grondexploitaties zijn geactualiseerd. Dit is terug te vinden als bijlage bij de Zomernota. De komende jaren verwachten we winst op deze exploitaties. C8. Onderzoekskosten cultuurbudget In 2027 willen we nieuw cultuurbeleid vaststellen. Mogelijk voeren we een cultuurpas in als de gemeenteraad dat besluit. De pas bieden we dan , in 2027aan. Extra budget is nodig om cultuur in Molenlanaden goed te laten landen. C9. Indexatie semiprofessionele instellingen In 2024 heeft het college besloten om voor semiprofessionele instellingen maximaal de zogeheten OVA-PPC-indexering toe te passen en jaarlijks te bepalen of indexatie wordt toegekend. OVA staat voor Overheidsbijdrage in de Arbeidskostenontwikkeling en PPC voor de Prijsindexcijfer Particuliere Consumptie. De VNG adviseert deze indexering te hanteren in het sociaal domein. Voor 2025 is besloten geen indexering toe te passen, voor 2026 is deze wel doorgevoerd. In 2026 is aan de betreffende partijen in totaal een bedrag van circa 5,7 miljoen verstrekt. De indexatie voor 2027 is op dit moment nog niet vastgesteld. De OVA-PPC indexering voor 2026 bedraagt 5,13%. Als we deze indexering ook voor 2027 hanteren, leidt dit tot een bijraming van € 281.000. Zonder indexering bestaat het risico dat organisaties door stijgende personeelskosten hun dienstverlening moeten verminderen, of dat de kwaliteit achteruitgaat.
Dit kan ertoe leiden dat kwetsbare inwoners minder of niet tijdig passende ondersteuning ontvangen, onder meer door een afname van het aanbod of oplopende wachttijden. C10. Ondersteuning en uitvoering Europese aanbestedingen In aanloop naar de fusie tot de gemeente Molenlanden zijn via Europese aanbestedingstrajecten selecteerden we diverse softwareleveranciers. Enkele langlopende contracten hebben een einddatum van 31-12-2028. Dit betekent dat we in 2027 moeten 9
starten met een nieuw Europees aanbestedingstraject. Zo kunnen we tijdig, eventueel met een andere leverancier, een nieuw systeem implementeren. Dit geldt bijvoorbeeld voor software die gebruikt wordt door Burgerzaken, het Sociaal Domein en Belastingen. Verder leiden diverse prijsstijgingen ertoe dat sommige contracten over de Europese drempelbedragen heen gaan en ook opnieuw moeten worden aanbesteed. Ook is er een aantal contracten dat we volgens ons eigen inkoop- en aanbestedingsbeleid meervoudig onderhands of via een mini-competitie met de VNG opnieuw willen aanbesteden. Dit vraagt niet alleen veel tijd van de organisatie, ook is budget nodig voor externe juridische begeleiding van deze trajecten en het controleren van opgestelde documenten. C11. Vergroten soevereiniteit, digitale weerbaarheid en innovatie Zoals bekend is de wereld van automatisering en informatisering volop in ontwikkeling. De afgelopen jaren volgden we de Europese en landelijke ontwikkelingen nauwgezet. Om minder afhankelijk te zijn van Big Tech bedrijven onderzoeken veel partijen de mogelijkheden om onze soevereiniteit te vergroten. Eén van de doelen daarvan is verhogen van onze weerbaarheid. In 2027 willen we onderzoeken of we één van onze back-ups kunnen verplaatsen naar een andere opslaglocatie. En of de functionaliteiten van EuroOffice (op termijn) een volwaardig alternatief kan zijn.
Ook willen we onze koppelingenarchitectuur minder afhankelijk maken van externe leveranciers en transparanter, flexibeler en beheersbaarder maken. Tot slot gaan we verder met de verkenning en waar mogelijk veilige implementatie van nieuwe AI-toepassingen. C12. Herkenbaar toeristisch profiel We creëren de komende jaren fysieke recreatieve toegangspoorten om samenhang en zichtbaarheid maar zeker ook spreiding te verbeteren. Deze strategisch plekken zijn bedoeld om bezoekers te stimuleren het gebied verder te ontdekken. Verder streven wij naar één professionele, zelfstandige destinatiemarketingorganisatie (DMO) om verder te bouwen aan een herkenbaar toeristisch profiel van Molenlanden en samenwerking binnen de sector te Kadernota 2027
bevorderen.Deze organisatie borduurt voort op Platform Ontdek de Alblasserwaard. Vóór definitieve oprichting van deze professionele destinatiemarketingorganisatie (DMO) leggen we een uitwerkingsvoorstel ter vaststelling voor aan de raad. C13. Webbeheer voor twee jaar De digitale communicatie wordt momenteel uitgevoerd door drie medewerkers (2,5 fte), die verantwoordelijk zijn voor onder meer de website, het intranet en sociale media. Het werk is sterk specialistisch, waardoor de onderlinge overdraagbaarheid beperkt is. Op dit moment zijn er geen kortetermijnoplossingen om deze kwetsbaarheid binnen de organisatie te verminderen. Om de kwaliteit en continuïteit te borgen, wordt voorgesteld om voor een periode van twee jaar 1 fte extra capaciteit in te zetten. Deze tijdelijke uitbreiding biedt ruimte om de werkdruk op te vangen en de afhankelijkheid te verkleinen. Tegelijkertijd wordt deze periode benut om inzichtelijk te maken of de inzet van 1 fte op termijn binnen de organisatie kan worden opgevangen. Deze tijdelijke uitbreiding richt zich nadrukkelijk op het borgen van de operationele continuïteit en het uitvoeren van lopende werkzaamheden. De strategische doorontwikkeling, verbetering en vernieuwing van het intranet en de gemeentelijke website worden de komende jaren integraal opgepakt vanuit meerdere teams. C14.
Betrekken van inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties op de Molenlandse Manier bij participatie en dienstverlening Om de Molenlandse Manier van participeren daadwerkelijk in de praktijk te brengen, is extra inzet nodig. Deze vorm van participatie, gericht op gelijkwaardigheid, co-creatie en mede-eigenaarschap, vraagt meer tijd, capaciteit en begeleiding dan traditionele werkwijzen. Hiervoor zijn investeringen nodig in vaardigheden, cultuurverandering en praktische ondersteuning van participatietrajecten, evenals ruimte voor experimenteren, leren en verbeteren. Door te investeren kan de ambitie daadwerkelijk in de praktijk worden gebracht en wordt toegewerkt naar gedragen oplossingen, vanuit vertrouwen en samenwerking.
10
Ook voor de verdere ontwikkeling en versterking van dienstverlening is een gerichte investering noodzakelijk. In de visie Dienstverlening is vastgelegd dat de gemeente Molenlanden staat voor zichtbare, toegankelijke en benaderbare dienstverlening. Daarbij blijven de drie principes gemak bieden, samendoen en een persoonlijke benadering leidend en vormen deze, samen met de Molenlandse Manier, de basis voor de dienstverlening. Om deze principes verder te concretiseren en in de praktijk herkenbaar en merkbaar te maken voor inwoners, ondernemers en organisaties, is het noodzakelijk het uitvoeringsprogramma Dienstverlening te actualiseren en uit te voeren. Hiermee wordt gericht gestuurd op de doorontwikkeling van werkwijzen, houding en organisatie. Participatie, dienstverlening en de Molenlandse Manier zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden en vragen om een samenhangende aanpak. Om deze werkwijze verder te ontwikkelen en duurzaam te verankeren, wordt voorgesteld om voor 2027 het volgende budget beschikbaar te stellen: • € 50.000 voor activiteiten, experimenten en onderzoeken in het kader van participatie; • € 50.000 voor het opstellen en uitvoeren van het uitvoeringsprogramma dienstverlening; • € 25.000 voor de doorontwikkeling van de Molenlandse Manier.
C15.Participatietraject voor de visie positionering sociaal teams, jeugd- en gezinsteam en gemeentelijke toegang De rol van de gemeentelijke toegang en sociale teams wordt steeds belangrijker binnen het sociaal domein. Een belangrijke rode draad in diverse landelijke akkoorden is dat gemeenten zorgdragen voor een laagdrempelige toegang tot ondersteuning. Ook staat de gemeente aan de lat voor krachtige, goed bereikbare lokale teams die aanwezig zijn op plekken waar inwoners van nature komen, direct hulp bieden en, als nodig, schakelen met gemeentelijke afdelingen. Ook bieden zij, collectieve voorzieningen en aanvullende expertise. De teams vormen voor inwoners het vertrouwde gezicht en blijven aanspreekpunt zo lang als nodig. Kadernota 2027
De afgelopen 10 jaar ontwikkelden wij een sociale structuur samen met onze partners. Door middel van een breed participatietraject op de Molenlandse Manier In 2027 willen we komen tot een toekomstgerichte visie op de doorontwikkeling van de sociale structuur in Molenlanden. Zo willen we zorgen voor een toekomstbestendige sociale structuur, passend bij de landelijke opgaven, maar ook bij de Molenlandse Manier. toekomstbestendig doorontwikkelen. Deze visie geeft richting aan (toekomstige) inhoudelijke ontwikkelopgaven en huisvestingsvraagstukken. Het biedt ook een kwalitatief en toekomstbestendig kader om de huisvesting (vastgoed) van de toegang en Sociaal Teams te toetsen. C16. Personele ontwikkelingen Voor een aantal vacatures zijn vorig jaar extra middelen gevraagd. We hebben aangegeven dit niet te doen zonder ook kritisch te kijken naar de ambtelijke organisatie als geheel. De uitbreiding van de formatie van vorig jaar is structureel, alleen zijn deze budgetten voor de duur van één jaar aangevraagd. Dit omdat tegelijkertijd de opbouw van de interne organisatie nader zou worden beoordeeld. Op basis van de uitkomsten van het onderzoek worden de meerjarig benodigde budgetten bepaald. Omdat het onderzoek binnenkort pas van start gaat worden deze budgetten opnieuw voor één jaar in de Kadernota opgenomen.
Het gaat om: C16a: Uitbreiding BOA capaciteit C16b: Versteviging sociale teams C16c: Bestuursadviseur Regionale Samenwerking C17. Gemeentekantoor in Bleskensgraaf Na twee jaar intensief gebruik van het gemeentekantoor wordt zichtbaar dat de inventaris te maken krijgt met toenemende slijtage, schades en defecten. Om de kwaliteit, veiligheid en functionaliteit van de werkomgeving op het gewenste niveau te houden, is het noodzakelijk om middelen te reserveren voor vervanging. 11
Bij de ingebruikname van het gebouw is, vanuit kostenoverwegingen, bestaand meubilair uit Hoornaar meegenomen. Dit meubilair is in belangrijke mate verouderd en grotendeels aan het einde van de technische en economische levensduur. Daarbij is destijds geen voorziening getroffen voor afschrijving of planmatige vervanging. Inmiddels leidt dit tot een toename van kapotte bureaus en stoelen, met directe gevolgen voor de ergonomie, veiligheid en inzetbaarheid van werkplekken. Daarnaast sluit een deel van het meubilair niet langer aan bij het huidige gebruik van ruimtes, waaronder vergadervoorzieningen en belplekken. Vanaf 2027 willen we starten met een gefaseerde vervanging van meubilair en inventaris, zodat beheersbaar en doelmatig kan worden toegewerkt naar een toekomstbestendige en veilige werkomgeving. De financiële uitwerking van deze vervanging zal door middel van een meerjaren investeringsprogramma worden uitgewerkt in de begroting 2027. C18. Vastgoed- en accommodatiebeleid Op dit moment vindt de evaluatie en actualisatie van het vastgoeden accommodatiebeleid plaats. Later dit jaar zal de gemeenteraad hierover besluiten. De financiële consequenties van deze beleidsactualisatie en -evaluatie worden later in de begroting opgenomen. C19. Weerbaarheid In 2027 ronden we de implementatie van het project maatschappelijke weerbaarheid af.
Dit betreft het versterken van de voorbereiding van zowel de gemeentelijke organisatie als de samenleving op langdurige verstoringen (zoals uitval van stroom of communicatie). We doen dit onder andere door het realiseren en in gebruik nemen van noodsteunpunten, het versterken van risico- en crisiscommunicatie, het uitvoeren van (crisis) oefeningen en het borgen van continuïteitsmaatregelen binnen de organisatie. Er is Kadernota 2027
incidenteel budget nodig voor de uitvoering van de maatregelen en structureel budget voor het beheer en de instandhouding daarvan. De exacte omvang en verdeling van de kosten is op dit moment nog niet volledig uitgewerkt en wordt in 2026 nader bepaald. Ook na 2027 blijft verdere investering nodig om de maatschappelijke weerbaarheid te versterken en op peil te houden. Dit betreft onder andere investeringen in noodstroomvoorzieningen, digitale weerbaarheid en langdurige bevolkingszorg. Daarnaast blijft blijvende inzet nodig op risico- en crisiscommunicatie en het versterken van zelf- en samenredzaamheid, zodat inwoners ook bij langdurige verstoringen weten wat zij zelf kunnen doen en waar zij terecht kunnen. C20. Programma Onderwijshuisvesting 2026 CBS De Bron en OBS De Tuimelaar hebben aanvragen ingediend voor uitbreiding van hun huisvesting. De aanvragen zijn na de reguliere begrotingscyclus 2026 uitgewerkt waardoor de benodigde middelen niet waren opgenomen in de begroting 2026. De raad heeft daarom op 16 december 2025 het programma Onderwijshuisvesting 2026 vastgesteld en deze budgetten beschikbaar gesteld. De kapitaallasten hiervan worden in de meerjarenbegroting opgenomen. D. Uitkomsten mei- en decembercirculaire gemeentefonds De recent ontvangen meicirculaire is voor voordelig voor onze gemeente. Ook de decembercirculaire liet een voordeel in de inkomsten zien.
In 2030 gaat het om een fors voordeel.
12