CConstaterende datMolenlanden
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage Kadernota 2025

Raadsvergadering 11 juli 2024, gemeente MolenlandenBij agendapunt: 4a. Kadernota 20254.729 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Kadernota 2025 ‘nieuwe stijl’

Inhoud Inhoud 1. Inleiding ....................................................................................... 3 2. Uitgangspunten Begroting 2025 en Meerjarenraming 2025-2028 . 4 2.1

Algemene en technische uitgangspunten ........................4

2.2

Uitgangspunten reserves ................................................6

3. Bezuinigingen .............................................................................. 7 4. Financieel perspectief ................................................................. 10

Kadernota 2025 2

1.

Inleiding

De Kadernota 2025 is anders dan de kadernota’s die u in de afgelopen jaren heeft kunnen lezen. Ook wijkt het format af van de op 19 maart jl. door de Raad vastgestelde Kadernota ‘nieuwe stijl’. Inmiddels zijn een aantal inzichten dusdanig veranderd dat wel de gedachte ‘Kadernota op hoofdlijnen’ is gebruikt, maar de concrete uitwerking toch een ander karakter heeft gekregen. Graag nemen wij u mee in onze overwegingen hierbij. Een korte terugblik Bij de Kadernota 2024 stelde het College voor om in jaarschijf 2024 een besparing van € 500.000 te realiseren en vervolgens in 2025 een vergelijkbare besparing nader te verkennen voor de jaarschijf 2025. Tijdens de beeldvormende avond ‘financiële uitdagingen’ op 12 maart jl. werd hierover met elkaar van gedachten gewisseld. Op dat moment was de gedachte dat met de aanvullende besparing ruimte in de meerjarenraming kon worden gecreëerd om bijvoorbeeld de kosten van het Integraal HuisvestingsPlan Onderwijs (IHP) te kunnen dekken. Actueel beeld Maar inzichten kunnen snel veranderen: Gemeenschappelijke Regelingen vragen een forse extra bijdrage, vanwege NIS2 regelgeving verwachten we extra kosten voor ICT en de meicirculaire valt tegen waardoor de Algemene Uitkering in 2025 lager wordt.

Dit nog los van andere ontwikkelingen die vragen om personele inzet, denk daarbij aan het uitvoeringsplan waarin de vertaling wordt opgenomen van de door u vastgestelde Visie Sociaal Domein 2024-2026. Als deze bedragen bij elkaar worden opgeteld ontstaat een negatief geprognosticeerd begrotingsresultaat. Zelfs als de voorgenomen dotatie van € 6 miljoen aan de Algemene Reserve wordt teruggedraaid resteert er een tekort.

dilemma: enerzijds zien we jaarlijks incidentele overschotten op uiteenlopende posten en anderzijds dreigen structurele tekorten op langere termijn. Daarbij gaat het ook om dusdanige bedragen dat oplossingen ‘onder de motorkap’ niet meer mogelijk zijn en dat mogelijk ook politieke keuzes over het te voeren beleid moeten worden genomen. Dergelijke keuzes moeten integraal worden afgewogen en in de Raad kunnen worden bediscussieerd. Daarom is de Kadernota 2025 anders dan de kadernota’s die u in de afgelopen jaren heeft kunnen lezen. Het zou niet passen om nu al enkele concrete voorstellen op te nemen, zonder de mogelijkheid te hebben een integrale afweging te kunnen maken. Daarom worden recente ontwikkelingen op hoofdlijnen geschetst en kaders voor het opstellen van de Begroting 2025 voorgesteld. In de tussentijd worden mogelijkheden tot politieke keuze verder voorbereid en komen we hierop terug bij het presenteren van de Begroting 2025. Leeswijzer In het vervolg van deze kadernota leest u eerst de uitgangspunten en kaders voor het opstellen van de Begroting 2025. Dit jaar zijn hier specifieke uitgangspunten opgenomen om te komen tot een sluitende begroting. Daarna volgt in een overzicht met nadere toelichting van de tot op heden in beeld gebrachte ontwikkelingen.

Hierbij wordt indicatief ook het begrotingssaldo getoond, uitgaande van de situatie dat deze ontwikkelingen onveranderd doorgang zouden vinden. Correcties op bestaande ramingen, autonome ontwikkelingen, correcties als gevolg van inflatie en/of noodzakelijke kleinere aanpassingen met een beperkte impact, zijn daar nog niet in opgenomen. Tot slot leest u een terugkoppeling op de mogelijkheden tot het realiseren van besparingen. Dit is een uitwerking van de in beeldvormende avond ‘financiële uitdagingen’ aangedragen onderwerpen.

P&C producten laten een uiteenlopend beeld zien De spanning tussen dit verwachte tekort in combinatie met het positieve saldo van de Jaarrekening 2023 (en voorgaande jaren) komt hier duidelijk naar voren. Dit stelt het College ook voor een Kadernota 2025 3

2.

Uitgangspunten Begroting 2025 en Meerjarenraming 2025-2028

2.1 Algemene en technische uitgangspunten Algemene uitgangspunten Bij opstelling van de (meerjaren)begroting 2025-2028 gaan we uit van de volgende algemene kaders: 1. De eerste jaarschijf (= 2025) van de meerjarenraming sluit zonder incidentele baten en lasten positief. Indien dit niet kan worden gerealiseerd dient in ieder geval de laatste jaarschijf (= 2028) structureel in evenwicht te zijn (richtlijn Provinciaal toezicht). Daarnaast wordt gestreefd naar een duurzaam financieel evenwicht in iedere jaarschijf. 2. De staat van incidentele baten en lasten is de basis waarop de Provincie beoordeeld of de begroting structureel sluitend is. Dit overzicht wordt opgesteld bij het opstellen van de Begroting 2025. In de Kadernota 2025 wordt daarom in dit verband niet de term ‘sluitend’ gebruikt. 3. Belastingen en heffingen 2025 worden gebaseerd op de uitgangspunten en besluiten die zijn vastgesteld bij de harmonisatie van het belastingbeleid voor Molenlanden in 2019. Voor begraven zijn de tarieven in 2020 geharmoniseerd. 4. Om tot een sluitende begroting te komen is een aantal uitgangspunten gedefinieerd. Het college stelt voor om eerst de uitgangspunten in categorie A in te zetten, indien nodig vervolgens naar categorie B te kijken en in het uiterste geval categorie C te benutten.

Hierbij houden we rekening met de maatregelen die passend zijn bij de taakvelden, dit houdt in dat we per categorie een inschatting maken en niet per definitie alle maatregelen per categorie inzetten. Categorie A -

Voor 2025 wordt de 0-lijn gehanteerd, nieuw beleid volgens het principe ‘nieuw voor oud’;

-

-

Eventuele hogere budgetten voor bestaand beleid, worden gedekt binnen het programma in de begroting; Voor autonome ontwikkelingen mag breder dan binnen het programma naar dekking worden gezocht, zie ook Categorie B hieronder; Risicovoller ramen; Leges actualiseren; Investeringsportefeuille actualiseren Terughoudendheid met indexering budgetten en subsidies

Naast bovenstaande uitgangspunten past het om te zoeken naar alternatieve (incidentele) financiering en te sturen op bestedingsdicipline (wat over is vloeit terug). Categorie B - Inzet van de Algemene Reserve (hierna AR) behoort in tegenstelling tot voorgaande jaren tot de mogelijkheden o Anticiperen op de trend van incidentele overschotten: AR zou als algemeen dekkingsmiddel voor het laatste stuk van een eventueel tekort of als dekking voor een specifiek onderdeel kunnen dienen; o Dit pad brengt risico’s met zich mee. Eigenlijk blijft daarmee een stuk dekking ‘open’. Indien in de loop van 2025 zich tegenvallers voordoen, zal een nog groter beroep op de AR worden gedaan. o De inzet van de AR biedt mogelijk een deel van de oplossing voor 2025, dan resteert nog steeds het vraagstuk voor de verdere toekomst. - Bij het aanbieden van de Begroting 2025 legt het college politieke keuzes voor. Categorie C - Verhoging van de OZB. Technische uitgangspunten begroting 2025 Binnen de genoemde algemene kaders gelden de volgende technische uitgangspunten voor het opstellen van de Begroting en Meerjarenraming: Kadernota 2025 4

•

•

• •

• •

• • •

•

Realistische raming op basis van gegevens jaarstukken 2023 en begroting 2024 en daar waar mogelijk wordt risicovol(ler) geraamd. Inflatie nemen we volgens de notitie “Bezuinigingen, fase 1”, alleen en voor zover onvermijdelijk op voor bijdragen aan Gemeenschappelijke Regelingen en uitgaven voor contributies. In de nieuwe beheerplannen buitenruimte zijn inflatoire effecten meegenomen. Alle andere budgetten indexeren we vooralsnog niet . Geen toevoeging van rente aan reserves. Algemene uitkering uit het Gemeentefonds nemen we meerjarig op, op basis van lopende prijzen en voor inflatie vanaf 2025 (als stelpost) op basis van de gegevens van de mei- en septembercirculaire 2024. Ramingen voor Gemeenschappelijke Regelingen baseren we op de begroting van de betreffende Gemeenschappelijke Regeling. Dividenden van verbonden partijen baseren we op het ontvangen dividend 2024 of het door de vennootschap in het vooruitzicht gesteld in 2025 uit te keren dividend. Ramingen sociaal domein baseren we op verwachte uitgaven; er is geen relatie (meer) met de inkomsten uit het Gemeentefonds. Voor onvoorziene uitgaven nemen we € 0 op. We houden rekening met stijging van loonkosten (werkgeverslasten) en CAO-ontwikkelingen zoals aangegeven in de meicirculaire 2024. Lastenverzwaringen voor inwoners en ondernemers in principe niet hoger dan de inflatie.

Rente • Het rentepercentage voor berekeningen van heffingen en retributies en doorbelasting aan overige taakvelden wordt berekend via een rente-omslagpercentage. Dit renteomslagpercentage is bepaald op 1,5%. • De rentebaten van de uitzettingen van de voormalige gemeente Giessenlanden nemen we niet mee in de berekening van het

• •

rentepercentage. Deze rentebaten maken deel uit van de algemene middelen. Rentepercentage voor eventueel kortlopende financiering (kasgeldleningen) is 4,0 % in 2025, 2026, 2027 en 2028. Rentebaten 2025 in verband met verwachte uitzettingen per ultimo 2024 verantwoorden we als algemeen dekkingsmiddel.

Opbrengsten • Indexatie tarieven voor verhuur van ruimten en diensten aan derden, zijn volgens de Consumenten Prijs Index (CPI) 2025 zoals die is opgenomen in de meicirculaire 2023, tenzij anders in het huurcontract is bepaald. • Opbrengsten gemeentelijke belastingen verhogen we volgens het vastgestelde Belastingbeleid Molenlanden 2019, verhoogd met de voor 2025 verwachte inflatie van 2,2%, zoals aangegeven in de meicirculaire 2024. Grondexploitaties • Jaarlijks stellen we een Nota Grondprijzen en Parameters vast, die onder meer inzicht geeft in de hoogte van de grondprijzen en parameters die als uitgangspunt gelden voor de jaarlijkse actualisatie van de grondexploitaties. Voor 2025 e.v. gelden de volgende parameters: Overzicht parameters: Kostenstijging

2025 3,0%

2026 2,0%

2027 2,0%

2028 2,0%

Opbrengstenstijging

3,0%

0,0%

2,0%

2,0%

Rente

0,2%

0,2%

0,2%

0,2%

Kostentoerekening • Integrale kostentoerekening gebeurt op basis van capaciteitsinzet aan projecten, investeringen civiele werken, grondexploitaties. Door tijdverantwoording per project geven we hier invulling aan. Dit geldt voor zowel interne- als externe medewerkers. Kadernota 2025 5

• •

•

•

Tarieven voor heffingen, retributies, en overige diensten baseren we op integrale kostprijstarieven. Specifiek voor de rioolheffing gaan we uit van de tariefontwikkeling, volgens het vastgestelde GRP 2020 (jaarlijks +3%). Specifiek voor de Begraafrechten houden we, zo mogelijk, rekening met de effecten van het in 2020 vastgesteld beleid voor begraafplaatsen en begraven. Vanaf vorig jaar wordt dit met 3% verhoogd, wat vergelijkbaar is met de rioolheffing. In de tarieven voor heffingen en retributies is btw-compensatie opgenomen.

2.2 Uitgangspunten reserves In de nota ‘Reserves en voorzieningen’ en in de ‘Raadsinformatiebrief belastingdruk inwoners en hoogte algemene reserve’ staan kaders voor de aanwending van de algemene reserve in drie niveaus.

Verloop algemene reserve Stand in jaarrekening 2023

27 mln

Resultaat jaarrekening 2023

10 mln

Storting ten laste van exploitatie in 2024

1 mln

In algemene reserve

Niet besteedbaar: 3x omvang risico’s à 4 miljoen Opvanglocaties Oekraiense vluchtelingen (raadsbesluit 12-12-2023

38 mln

-/- 12 mln -/- 3 mln

Zomernota (eerste indicatie saldo)

-/- 3 mln

Optie: resultaat jaarrekening 2023 reserveren voor IHP

-/- 10 mln -/- 28 mln

Beschikbaar deel algemene reserve per 31-12-2028

10 mln

De Algemene Reserve kan worden aangewend om de belastingdruk op de inwoners te verminderen en/of kan dienen als incidenteel dekkingsmiddel. Het verloop van de Algemene Reserve is als volgt, rekening houdend met het terugdraaien van de voorgenomen storting in 2025 en 2026.

Kadernota 2025 6

3.

Bezuinigingen

Bij het opstellen van de Kadernota 2024 is voorgesteld om bij het opstellen van de Begroting 2024 € 500.000 te bezuinigen en daar bovenop in hetzelfde bedrag bij het opstellen van de Kadernota 2025. Tijdens de beeldvormende avond ‘financiële uitdagingen’ op 12 maart jl. heeft de Raad hiervoor een aantal onderwerpen aangedragen. Voor een deel is deze opgave ingevuld. bedragen x € 1.000

2025

2026

2027

2028

GR Regio A&V

75

84

84

84

Verkeer en vervoer

15

15

15

15

Openbaar groen

0

3

6

8

Verhoging begraafrechten

88

88

88

88

Subsidie peuterspeelzalen

15

15

15

15

Kwetsbare ouderen

10

10

10

10

OZB subsidie

160

160

160

160

Ingevulde bezuiniging

363

375

378

380

De hierboven genoemde onderwerpen worden in het vervolg toegelicht; ook als er (nog) geen bezuiniging is gerealiseerd. Gemeenschappelijke regelingen De begrotingen voor 2025 van onze verbonden partijen zijn reeds in concept verzonden naar de raden en de tijd om hier nog kortingen in op te nemen is hiervoor te kort. We stellen daarom voor deze zomer zowel op ambtelijk- als bestuurlijk niveau voorbereidingen te treffen om regionaal tot eenheid te komen en vanaf 2026 en verdere jaren bezuinigingen te vinden. Vanaf eind dit jaar zullen alle betrokken partijen al gaan starten met de ontwerp-begrotingen van 2026 en de bedoeling is om hier tijdig genoeg invloed op uit te oefenen.

Verkeer en Vervoer Voor groot onderhoud verkeersmaatregelen zien we de mogelijkheid om € 15.000 te besparen. Daarnaast is de mobiliteitsvisie in meerdere delen begroot over de afgelopen jaren. Dit zal geen structureel onderdeel blijven van onze begroting. Verder bestaat onze begroting voor het merendeel uit advieskosten en subsidies. Deze kosten staan grotendeels al van tevoren vast en worden dan ook niet te ruim begroot. Wet maatschappelijke ondersteuning Er heeft een nadere verkenning plaatsgevonden om besparingen te realiseren, daarbij is gekeken of dat deze ‘kansrijk’ zijn. Dat wil zeggen dat er een globale inschatting is gemaakt of dat de maatregel meer oplevert dan dat deze kost (in- en uitvoering/ maatschappelijk). Uit deze verkenning blijken onderstaande onderwerpen 1 t/m 4 kansrijk: 1. Ritbijdrage van de Molenhopper verhogen (per zone) en/of een aparte opstapzone invoeren. 2. Legeskosten Gehandicapten Parkeerkaart verhogen of invoeren van extra leges door dit op te laten nemen. 3. Meer woonvoorzieningen/hulpmiddelen als algemeen gebruikelijk aanmerken. 4. Meer controle op declaratiegedrag bij aanbieders (wat is ingezet en wat is gedeclareerd). Wij stellen voor om bovenstaande onderwerpen verder te onderzoeken of er mogelijkheden zijn om vanaf 2026 besparingen te kunnen realiseren.

Bestuur Het was naar aanleiding van de raadsbijeenkomst in maart niet goed duidelijk wat hier hiervoor als besparingsopties gevonden moesten worden. Wel is het verzoek gedaan de kosten te onderzoeken en waar mogelijk te herzien. Hiervoor zijn geen aanknopingspunten gevonden. Kadernota 2025 7

Openbaar groen Om te kunnen vergroenen zijn vanuit het integraal beheerplan enkele investeringsbudgetten beschikbaar gesteld om meer groen aan te kunnen leggen. Zo zijn er budgetten om meer bomen te kunnen planten, extra plantvakken te creëren én natuurontwikkelingslocaties aan te leggen. In het kader van de vraag of bezuinigen op openbaar groen mogelijk zijn zien we alleen mogelijkheden door een deel van deze investeringen voor de aanleg van extra groen niet uit te voeren. We zouden hiermee een investering van naar schatting € 50.000 achterwege kunnen laten. Aangezien het hier om investeringsbedragen gaat kunnen alleen de kapitaallasten hiervan als bezuiniging worden gezien. Meer inkomsten genereren Belastingen Toeristenbelasting Een analyse van de huidige tarieven van de toeristenbelasting levert het beeld op dat we momenteel, voor overnachtingen die niet in een hotel plaatsvinden (zoals bij ons), rond het gemiddelde van de regio vallen. Het gemiddelde tarief is bij de heffende gemeente € 1,49 ten opzichte van ons tarief van € 1,44. De tarieven zijn ook niet laag ten opzichte van het hele land. De totale opbrengst uit de toeristenbelasting bedraagt momenteel € 218.000. Een verhoging van de toeristenbelasting heeft dan ook maar beperkte invloed op de inkomsten. Precario Het heffen van precariobelasting heeft in onze gemeente geen toegevoegde waarde.

De kosten voor de controle en bijhouden van de administratie zijn naar verwachting hoger dan de opbrengst die hiermee gerealiseerd kan worden. Hondenbelasting Deze belasting is bij de herindeling afgeschaft. De keuze voor het afschaffen van de hondenbelasting is in veel gemeenten gemaakt, ongeveer een derde van alle gemeenten heft nog hondenbelasting. In onze regio heffen alleen Alblasserdam, Hardinxveld-Giessendam,

Sliedrecht en Lopik nog hondenbelasting, de overige gemeenten hebben deze heffing afgeschaft. De heffing van hondenbelasting is een relatief dure belasting. De aangiftebereidheid voor de hondenbelasting ligt relatief laag en om heffing correct uit te kunnen voeren moeten daarom dure huis-aan-huis controles uitgevoerd worden. De hondenbelasting leverde voor de herindeling circa € 183.000 aan inkomsten op. Daar tegenover staan wel hoge perceptiekosten tegenover. Een grove schatting van de kosten voor de controle van de hondenbelasting bedragen jaarlijks € 30.000. Daarnaast zijn er de gewone administratieve werkzaamheden die aan het heffen van belastingen zijn. Verhoging OZB De verhoging van de belastingopbrengst is het eenvoudigst te realiseren via een verhoging van de OZB. Een verhoging van de OZB levert per procentpunt € 91.000 op. Aan deze belastingverhoging zijn we in zijn geheel geen perceptiekosten kwijt. Begraafrechten In de meerjarenbegroting van vorig jaar is al € 88.000 ingevuld door de jaarlijkse verhoging van 3% van de begraafrechten. Dit is meerjarig verwerkt zodat in 2028 een kostendekking van 80 procent behaald wordt. In feite is dit een deel van de besparingsopgave van dit jaar en daarom in deze bezuinigingsronde meegenomen.

Leges Komende zomer zal onderzoek- en uitwerking plaatsvinden rondom de kostendekkendheid van alle leges en de bijbehorende tariefstelling (m.u.v. begraven) binnen onze gemeente. De afgelopen jaren zijn met name de legestarieven binnen het domein van Ruimtelijke-Ordening niet aangepast vanwege de komst van de Omgevingswet. Deze wet werd alleen telkens uitgesteld waardoor het pad van kostendekkendheid ook opschoof. Deze zomer willen we benutten om inzicht te geven welke kosten we maken op alle onderdelen waarvoor we als gemeente leges in rekening brengen en hoe deze gekoppeld zijn aan nieuwe Kadernota 2025 8

wetgeving, kortom: hoeveel aanvragen vallen onder welke wetgeving en hoeveel kosten staan hier tegenover in combinatie met een juist tarief voor de desbetreffende leges. De uitkomsten zullen gevolgen hebben voor de meerjarenbegroting, zowel aan de opbrengsten- als aan uitgaven kant. Overige bezuinigingen Subsidie Peuterspeelzalen Bij peuteropvang maken kinderen van 2 tot 4 jaar gebruik van opvang, dat kan door hele dagen of meer dan twee dagdelen per week. Door structurele afname van het aantal peuters bij de reformatorische peuterspeelzaal kan het budget met 15K structureel worden afgeraamd. Kwetsbare ouderen Jaarlijks is € 30.000 beschikbaar voor de het in stand houden van de dementievriendelijke gemeente. Wij verwachten hierop 10K te kunnen besparen, door de uitvoering anders te in regelen en gebruik te maken van de gelden uit het integraal zorgakkoord. OZB Subsidie De OZB subsidies worden verleend aan sportverenigingen, De Til Groep, kerken, buurthuizen en een aantal kleine verenigingen. Zij krijgen: een waarderingssubsidie, subsidie voor ondersteuning van de accommodatie, een vergoeding voor zelfbeheer en een subsidie als compensatie voor OZB-lasten. De compensatie van de OZB-lasten is in 2020 op basis van een motie van de raad ingesteld. Dit bedrag komt alleen ten goede aan verenigingen met eigen onroerend goed.

Wij stellen voor om bovenstaand onderwerp verder te onderzoeken of dat er mogelijkheden zijn om vanaf 2026 besparingen te kunnen realiseren.

Kadernota 2025 9

4.

C. Voorgenomen bezuinigingen

Financieel perspectief

Het financiële perspectief van deze kadernota is als volgt samen te vatten: bedragen x € 1.000

2025

2026

2027

2028

A. Vastgestelde begroting 2024

-1.743

-1.997

-232

626

B. Terugdraaien voorgenomen dotatie alg.reserve

6.000

2.000

0

0

C. Voorgenomen bezuiniging **

500

500

500

500

D. Mutaties Verbonden Partijen

-2.784

-2.784

-2.784

-2.784

E. In deze Kadernota voorgesteld nieuw beleid

-2.924

-2.340

-2.177

-2.177

F. Uitkomsten december- en mei-circulaire

-96

1.310

724

556

G. Nog niet ingevulde bezuinigingen

-137

-125

-122

-120

-1.184

-3.436

-4.091

-3.399

H. Prognose begroting 2025-2028

Toelichting: A. Vastgestelde begroting De basis voor deze berekening is de vorig jaar vastgestelde begroting 2024-2027. Hieraan is de jaarschijf 2028 toegevoegd die gunstiger uitpakt door de algemene uitkering. B. Terugdraaien voorgenomen dotatie algemene reserve Het leek erop dat de jaren 2025 en 2026 enorm gunstig zouden zijn. De jaarschijven waren dusdanig positief dat er een deel van het begrotingsoverschot in die jaren toegevoegd zou kunnen worden aan de algemene reserve. Nu het beeld is gekanteld wordt voorgesteld deze toevoeging niet te doen.

Vorig jaar is besloten om twee keer € 500.000 te bezuinigen. Het eerste deel is vorig jaar in de begroting verwerkt. Het tweede deel is nu in deze tabel opgenomen. D. Mutaties verbonden partijen De begrotingen van de verbonden partijen geven aan dat er een hogere bijdrage aan de deelnemende gemeenten wordt gevraagd. Hieronder zijn de grootste gemeenschappelijke regelingen opgenomen. De hogere bijdrage aan Waardlanden is niet in het exploitatiesaldo doorgerekend omdat dit een verhoging van de afvalstoffenheffing betreft. Een indicatie van de extra bijdrage van € 360.000 is ongeveer € 25 per huishouden. bedragen x € 1.000

2025

2026

2027

2028

Dienst Gezondheid en Jeugd

-109

-109

-109

-109

-1.855

-1.855

-1855

-1855

Avres

-660

-660

-660

-660

Veiligheidsregio Zuid Holland Zuid

-25

-25

-25

-25

Omgevingsdienst Zuid Holland Zuid

-135

-135

-135

-135

Waardlanden

-360

-360

-360

-360

Verhoging afvalstoffenheffing door hogere bijdrage Waardlanden

360

360

360

360

-2.784

-2.784

-2.784

-2.784

Service Organisatie Jeugd

Totaal

E. Voorgesteld nieuw beleid In het financieel perspectief van deze kadernota is rekening gehouden met deze ontwikkelingen:

Kadernota 2025 10

Voorgesteld nieuw beleid E1. ICT

-635

-435

-335

-335

E2. Uitvoeringsprogramma sociaal domein

-970

-970

-970

-970

E3. Personele uitbreiding

-914

-914

-851

-851

E4. Overige nieuwe wensen

-405

-21

-21

-21

E5. Integraal HuisvestingsPlan Onderwijs

p.m.

p.m.

p.m.

p.m.

-2.924

-2.340

-2.177

-2.177

Totaal nieuw beleid

E1: ICT De gemeentelijke informatiebeveiliging moet voldoen aan de Baseline Informatievoorziening Overheid (BIO). In 2024 is een analyse gemaakt op welke (toekomstige) onderdelen van deze wet de gemeente Molenlanden nog niet voldoet en een inhaalslag moet maken. Dit zijn zowel technische als organisatorische maatregelen. Waar mogelijk sluiten we aan op landelijke ontwikkelingen. De VNG heeft bijvoorbeeld een aanbesteding georganiseerd voor het inrichten van een 24/7 monitoring en responsesysteem voor cybersecurity dreigingen. We ondersteunen de vakteams voor het opleidings- en bewustwordingstraject (Cyberhygiëne in NIS2/BIO2). De digitale transformatie is in volle gang. In Europa worden allerlei wetgeving en plannen voorbereid in het kader van The Digitale Decade. In Nederland speelt het initiatief Common Ground wat onder andere tot gevolg heeft dat er een nieuw informatiemodel voor de WOZ komt. Verder lopende er diverse wetgevingstrajecten met een informatiecomponent (bv. Nieuwe Archiefwet). Ook in de vernieuwde visie op dienstverlening staan ambities op het gebied van digitalisering en monitoring. Al deze ontwikkelingen hebben invloed op onze gemeentelijke informatievoorziening. E2: Uitvoeringsprogramma sociaal domein Het uitvoeringsprogramma is uitwerking van het vastgestelde Visie Sociaal Domein geldend voor 2024 tot 2027 (Z1198096).

Het plan is gebaseerd op twee jaar 2024 en 2025 om tussentijds te kunnen bijstellen voor de jaren 2026 en 2027. Hierbij is ook gekeken naar integraliteit (wonen), omdat vraagstukken (speerpunten) domein

overstijgend zijn. Hierin zijn de volgende speerpunten voor 2025 opgenomen: Training meldcode huiselijk geweld, Platform NL voor elkaar, Subsidie De Gezel. nieuwe wet Bibliotheekvoorziening, aanpak relatieproblematiek, toekomstscenario, nieuwe samenwerkingsafspraken, jeugdmodule/ huisartsen, stimuleren alternatieve vervoersvoorzieningen, Inclusieagenda, jongerenwerk en uitvoering van de motie respect. E3: Personele uitbreiding Op een aantal gebieden is het wenselijk om personele uitbreiding in de begroting op te nemen. Met name in de buitenruimte is meer inzet nodig vanwege de diverse maatschappelijke ontwikkelingen (onder andere klimaat, duurzaamheid, circulariteit), de woningbouwopgaven en de daarmee gepaard gaande uitbreiding van het areaal. Door deze al ingezette ontwikkelingen neemt de druk op de openbare ruimte en op de bestaande capaciteit toe. Het betreft alle facetten binnen Buitenruimte. Dit geldt voor zowel de binnen- als buitendienst. Ook is extra inzet wenselijk voor de omgevingsvisie, water en ruimte voor energiesysteem van de toekomst. Daarnaast is bij het sociaal domein behoefte aan inzet voor jongerenplekken, bestrijding van eenzaamheid en inclusieagenda. De totale personele wensen worden verder uitgewerkt en betrokken bij de begrotingsbehandeling in november. E4: Overige nieuwe wensen Komgrenzen In de afgelopen jaren zijn diverse komgrenzen verplaatst.

Om dit juridisch en beheermatig af te ronden dienen er besluiten genomen te worden. Deze moeten afgestemd worden met wegbeheerders en Provincie. Verder zijn enkele fysieke aanpassingen nodig en dient dit ook kadastraal geregeld te worden.

Kadernota 2025 11

Verkeersoverlast Voorstraat-Sluis In het raadsbesluit van 22 april 2024 is besloten om te komen tot vermindering van de beleefbare verkeersoverlast aan de VoorstraatSluis in Groot-Ammers. In 2025 zijn de kosten voor gedragsbeïnvloeding en voor 2026 en verder betreffen dit kapitaallasten. Beheerplannen Het huidige Integraal Beheerplan Buitenruimte 2022-2026 loopt vijf jaar en dient geactualiseerd te worden. In 2025 zal gestart worden met het actualiseren van het Integraal beheerplan Thuiswerkplekken Voor Corona was Molenlanden een voorloper op het gebied van plaats- en tijdonafhankelijk werken. Inmiddels is dat gemeengoed geworden bij veel organisaties. Ook onze nieuwe werklocatie is erop gericht dat medewerkers een belangrijk deel van hun tijd thuis werken. Hiervoor hebben we in het kader van een goed werkgeverschap een opgave waarbij gedacht wordt aan een bijdrage voor het inrichten van thuiswerkplekken. Landschap We willen regie houden op de ontwikkeling van ons karakteristieke open veenweidelandschap, met het oog op de komende grote ontwikkelingen als energietransitie, bodemdaling, klimaatadaptatie en circulaire landbouw. Hiervoor zijn extra inspanningen nodig met de noodzakelijke inzet van meer personeelskracht op dit onderdeel onder meer op vakinhoudelijke adviezen, technische input en projectmatig werken te versterken.

Energietransitie Een betaalbare en betrouwbare duurzame energievoorziening voor onze inwoners en bedrijven, met opwekken en gebruik van energie zo dicht mogelijk bij elkaar, gelieerd aan de klimaatdoelstellingen vinden we erg belangrijk. Een versnelling in de afname van energiegebruik is één van de doelen. We willen toewerken naar een decentraal- en daarmee ook toekomstbestendig energiesysteem, waarbij energie besparen, vraag en aanbod van duurzame

elektriciteit, warmte en koude en opslag voortdurend op elkaar worden afgestemd en daarmee het energienet wordt ontlast. Klimaatadaptatie Versterking van het aantrekkelijke woon- en leefklimaat door klimaatbewust handelen is ons doel. Ook hiervoor zijn extra inspanningen nodig en de daarvoor noodzakelijke inzet van meer personeelskracht op dit onderdeel onder meer op vakinhoudelijke adviezen, technische input en het borgen van een goede projectmatige aanpak. E5: Integraal HuisvestingsPlan Onderwijs (IHP) Onderwijshuisvesting, en met name de vernieuwing van schoolgebouwen zal de komende 15-20 jaar gaan plaatsvinden. Dit is bij elkaar een forse investeringsopgave. De raming van de vernieuwing is momenteel op normbedragen geraamd op 60 miljoen, prijspeil 2024. Dit proces zal goed ingebed moeten zijn in de organisatie en vergt de juiste capaciteit en middelen. Door hier de juiste en adequate expertise op in te zetten kan het traject goed worden doorlopen, binnen de (financiële) kaders. In september 2024 zal de raad worden gevraagd in te stemmen met het herijkte IHP. In dit besluit zal de raad ook worden gevraagd de benodigde middelen voor de uitvoering van het plan beschikbaar te stellen.

Denk daarbij onder andere aan kosten voor de organisatie van het proces, afstemming met de schoolbesturen, het bijhouden van relevante wet- en regelgeving, en regievoering op de uitvoering van de diverse projecten uit het IHP. Ook zal gevraagd worden in te stemmen met het voorbereidingskrediet t.b.v. het eerste uit te voeren vernieuwingsproject. F. Uitkomsten mei- en decembercirculaire gemeentefonds De recent ontvangen mei-circulaire is nadelig in 2025 maar pakt gunstiger uit in de jaren daarna die overigens in 2027 en 2028 nog steeds negatief zijn. In de voorjaarsnota van het Rijk is opgenomen Kadernota 2025 12

dat de opschalingskorting komt te vervallen. Dit is vanaf 2026. Daar staat een éénmalige korting van het gemeentefonds tegenover in 2025. Voor ons is dit € 1,9 miljoen in 2025. Tegenover dit grote nadeel staan twee voordelen. Allereerst een incidenteel voordeel in 2025. Er is opgenomen dat de geraamde extra besparing van het Rijk van € 500 miljoen voor 2025 komt te vervallen, omdat de maatregelen die tot besparing moeten leiden nog niet zijn gerealiseerd. Uitgangspunt is dat het vervallen van de extra korting geen budgettair effect heeft. Het verloopt budgettair neutraal, omdat gemeenten in de begroting voor Jeugdzorg rekening mochten houden met de voorgenomen besparing en een lagere raming van de uitgaven. Wij hebben er vorig jaar bewust voor gekozen om deze korting op de uitgaven niet in te boeken. Daarom hebben we in deze circulaire een voordeel van € 950.000. Dit is alleen voor 2025.

G. Nog niet ingevulde bezuinigingen Het doel om voor € 500.000 te bezuinigingen is nog niet bereikt zoals in het vorige hoofdstuk te zien is.

Het BTW compensatiefonds is een fonds waar gemeente hun compensabele BTW mogen declareren. De afspraak is dat als er meer gedeclareerd wordt dan dat in het fonds zit, dit ten laste van het gemeentefonds komt. Omgekeerd is afgesproken dat wat er jaarlijks overblijft aan het gemeentefonds wordt toegevoegd. Dit laatste is het geval in 2023. De provincie staat toe om de meest recente afrekening van het BTW-compensatiefonds structureel voor de komende jaren in de begroting op te nemen. Het gaat bij ons om € 740.000. In deze Kadernota is het bedrag volledig structureel ingeboekt. Als de afrekening van 2023 een incidentele uitschieter blijkt te zien moet dit voordeel later weer teruggedraaid worden. De december-circulaire was iets positief. Een groot bedrag staat in deze regel bij 2028. Omdat we nu voor het eerst naar de jaarschijf 2028 kijken komt de jaarschijf uit het gemeentefonds in beeld. In dit bedrag is rekening gehouden met de toename van het gemeentefonds in 2028 ten opzichte van 2027.

Kadernota 2025 13

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Molenlanden&id=9d2432e8-9984-43b5-abab-ca445c7d4361