CConstaterende datMolenlanden
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 7 - Notitie vormvrije m.e.r. beoordeling

Raadsvergadering 20 juni 2023, gemeente MolenlandenBij agendapunt: 6a. Ontwerpverklaring van geen bedenkingen Parallelweg 2 te Schelluinen2.936 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Aanmeldingsnotitie vormvrije m.e.r

- beoordeling

aan:

Gemeente Molenlanden

van:

SAB

kenmerk:

170588

datum:

2 7 juli 2020

betreft:

vormvrije m.e.r. - beoordeling Parallelweg Schelluinen

INLEIDING Het voornemen bestaat om de bestaande bedrijfslocatie aa n de Parallelweg 2 te Schelluinen uit te breiden . In 2013 is reeds een bestemmingsplan vastgesteld dat een eerdere uitbre iding mogelijk maakte; de bedoeling is het bedrijfsperceel nu nog verder uit te bre iden in westelijke richting (locatie Parallelweg 2 Rietweg Om de uitbreiding van het bedrijf mogelijk te maken, wordt met toepassing van artikel 2.1 eerste lid onder c, in samenhang met a r tikel 2.12 eerste lid onder a sub 3, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) een omgevingsvergunning a angevraagd. Het plan kan worden beschouwd als een uitbreiding van een industrieterrein en een stedelijk ontwikkelingsproject als bedoeld in onderdeel D van de bijlage bij het Besluit m.e.r. Op basis van het Besluit m.e.r. en de Wet milieubeheer dient in dat geval een m.e.r-beoordelingsbesluit te worden genomen door het bevoegd gezag voorafgaand aan het ontwerpbesluit inzake de voornoemde omgevingsvergunning. Het bevoegd gezag neemt de beslissing of, vanwege de belangrijke nadelige gevolgen die de activite it mogelijk voor het milieu kan hebben, een m.e.r. moet worden doorlopen. In het kader van deze besluitvorming is voorliggende aanmeldingsnotitie opgesteld.

Op basis van deze aan meldingsnotitie kan het bevoegd gezag de gevolgen beoordelen van het plan en d e beslissing nemen of er een m.e.r.( -beoordeling) noodzakelijk is in het kader van dit plan.

M. E.R. Algemeen De milieueffectrapportage (m.e.r.) is een hulpmiddel om bij diverse procedures het milieubelang een volwaardige plaats in de besluitvorming te geve n. Een m.e.r. is ve rplicht bij de voorbereiding van plannen en besluiten van de overheid over initiatieven en activiteiten van publieke en private partijen die belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kunnen hebben. De m.e.r. is wettelijk verankerd in hoofdstuk 7 van de Wet milieubeheer en het Besluit m.e.r.

pagina 1 van 16

In de bijlage van het Besluit m.e.r zijn twee onderdelen (C en D) opgenomen. In onderdeel C zijn activiteiten genoemd waarbij direct sprake is van een m.e.r. -plicht als bij besluiten de genoemde drempelwaarden worden overschreden. Voor de activiteiten die zijn genoemd in onderdeel D geldt dat als de drempelwaarden worden overschreden een m.e.r. -beoordeling dient plaats te vinden. Voor besluiten met een omvang onder de drempelwaarden moet een zogenaamde vormvrije m.e.r.-beoordeling worden gedaan.

Figuur 2: Uitgeb reid perceel met uitzicht op nieuwe b edrijventerrein Schelluinen en links de Rietweg (noordkant)

: Dit perceel dient buiten beschouwing I gelaten te worden worden Glob ale b egrenzing projectgebied, het projectgebied is geel omkaderd (b ron: pdokviewer.pdok.nl)

Toetsing Onderhavig plan kan worden gekwalificeerd als: De aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen, zoals genoemd in onderdeel D.11.2 van de bijlage van het Besluit m.e.r. De drempelwaarde is als volgt geformuleerd: “in gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op: 1 een oppervlakte van 100 hectare of meer, 2 een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen omvat, of 3 een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m 2 of meer.” de aanleg, wijziging of uitbreiding van een industrieterrein als genoemd in onderdeel D.11.3 van de bijlage van het Besluit m.e.r. De drempelwaarde die hiervoor is opgenomen betreft alle gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op een oppervlakte van 75 hectare of meer. Onderhavig project betreft zoals gesteld de uitbreiding van een bedrijf. Het totale projectgebied bedraagt circa 1,2 hectare. De omvang van onderhavig project blijft hiermee ver onder de

pagina 2 van 16

indicatieve drempelwaarden en er kan in eerste instantie met een vormvrije m.e.r. -beoordeling worden volstaan. In deze vormvrije m.e.r.-beoordeling moet worden beoordeeld of de activiteit daadwerkelijk geen belangrijke nadelige milieugevolgen kan hebben. Hierbij moet in het bijzonder worden nagegaan of er sprake is van de omstandigheden als bedoeld in bijlage III van de Europese Richtlijn betreffende de milieueffectbeoordeling. Daarbij dient te worden ingegaan op de volgende onderdelen: de kenmerken van het project; de plaats waar de activiteit plaatsvindt;

de kenmerken van het potentiële effect.

Afb eelding van de voorgenomen inrichting van het plangebied

pagina 3 van 16

Kenmerken van het project Algemeen Het project betreft de uitbreiding van het bedrijfsperceel aan de Parallelweg 2 te Schelluinen. Het bedrijf is gericht op het opknappen, gereed maken en verhuren van cabins. Het bedrijfsperceel wordt aan de westzijde uitgebreid richting de Rietweg. Op het perceel zal één nieuwe loods worden gerealiseerd. Voor de rest wordt het perceel hoofdzakelijk gebruikt voor stalling en buitenopslag. Het perceel wordt met twee in-/ uitritten ontsloten op de Parallelweg. Omvang van het project Onderhavig plan betreft zoals gesteld de uitbreiding van een bedrijfsperceel en de realisatie van een loodsen. Het totale plangebied is circa 1,2 ha groot. Cumulatie met andere projecten Cumulatie met andere projecten is niet aan de orde. Gebruik van natuurlijke hulpbronnen De nieuwe functies binnen het plan maken geen gebruik van natuurlijke hulpbronnen in de direct nabijheid van het plangebied. In het geheel legt het project hiermee geen bijzonder beslag op natuurlijke hulpbronnen. Productie van afvalstoffen, verontreiniging en hinder en risico van ongevallen Afgezien van de tijdelijke aanlegfase is geen sprake van een betekenisvolle productie van afvalstoffen, verontreiniging en hinder. Ook brengt het plan geen bijzondere risico’s voor ongevallen met zich mee. De uitbreiding van het bedrijf zal een verkeersaantrekkende werking hebben.

Dit heeft onder meer consequenties voor de aspecten verkeer, lucht en geluid.

Plaats van het project Het bestaande grondgebruik De percelen die worden benut voor de uitbreiding van het bedrijfsperceel zijn momenteel braakliggende gronden. Op het perceel zijn verschillende watergangen en bomen aanwezig. Het perceel is ingesloten tussen het bestaande bedrijfsperceel, aangrenzende bedrijfsbebouwing, de Rietweg en de Parallelweg

pagina 4 van 16

Huidige situatie van het plangeb ied (b ron: google maps)

Het opnamevermogen van het natuurlijk milieu

pagina 5 van 16

Het opnamevermogen van het natuurlijke milieu heeft te maken met de gevoeligheid van gebieden voor ontwikkelingen. In het kader van deze vormvrije m.e.r.-beoordeling is een korte analyse gedaan naar het voorkomen van en het mogelijke effect van de ontwikkeling op zogenaamde gevoelige gebieden, zoals gedefinieerd in bijlage III van de EU-Richtlijn, of gebieden die krachtens nationale en provinciale regels zijn aangewezen. Hieruit ontstaat het volgende beeld: • Speciale beschermingszones, door de lidstaten aangewezen krachtens Richtlijn 79/409/EEG (Vogelrichtlijn) en Richtlijn 92/43/EEG (Habitatrichtlijn): Binnen 3 kilometer van het plangebied liggen Natura 2000-gebieden die op grond van de Wet natuurbescherming beschermd zijn. • Gebieden met hoge bevolkingsdichtheid: Het plangebied is niet gelegen in een bestaand stedelijk gebied met hogere dichtheden (dichtheden hoger dan 100 personen per 100 m 2). •

•

Landschappen van archeologisch of cultureel belang (Verdrag van Valetta, Erfgoedwet): Ter plaatse van het plangebied is een archeologisch bureauonderzoek1 en inventariserend veldonderzoek uitgevoerd. Uit dit onderzoek volgt dat het projectgebied een lage archeologische verwachting heeft en dat er geen aanvullende maatregelen noodzakelijk zijn voor wat betreft het behoud van archeologische waarden in het besluitgebied. Ecologische Hoofdstructuur / Natuurnetwerk Nederland (Provinciale verordening): Het plangebied ligt niet in een gebied dat is gelegen in het Natuurnetwerk Nederland (voorheen de EHS geheten). 2018

Gebied geschikt voor beschermde soorten (Wet natuurbescherming): In het plangebied is begroeiing aanwezig. Het plangebied vormt daarmee geschikt leefgebied voor in het wild levende planten en dieren. Kenmerken van het potentiële effect Algemeen

1

Schelluinen, Parallelweg 2 Gemeente Giessenlanden (ZH) Archeologisch bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek, verkennende fase, Transect Archeologisch onderzoek, concept 15-12-

pagina 6 van 16

Het project betreft de uitbreiding van een bedrijfsperceel. De omgeving van het projectgebied kent een beperkt aantal kwetsbaarheden. Gezien voorgaande zijn de milieugevolgen voor de volgende aspecten nader beoordeeld: • Natuur: flora en fauna: het project kan voor wat betreft soortenbescherming leiden tot negatieve milieueffecten op beschermde flora en fauna en wat betreft gebiedsbescherming tot negatieve externe effecten op nabije beschermde natuurgebieden; • Verkeer: het project kan leiden tot negatieve milieueffecten op de verkeerssituatie (doorstroming, congestie, etc.); • Geluid: er kan sprake zijn van milieueffecten op de omgeving als gevolg van geluid veroorzaakt door onderhavig project; • Lucht: er kan sprake zijn van milieueffecten op de omgeving als gevolg van de uitstoot van luchtverontreinigende stoffen, veroorzaakt door onderhavig project; • Water: bij onderhavig plan neemt het verharde oppervlak toe en worden watergangen gedempt. Dit kan leiden tot negatieve effecten op het water en/of de waterhuishouding. Onderstaand is onder ‘water’ beoordeeld of hier sprake van is; Voor de overige milieuaspecten geldt dat op voorhand geen negatieve effecten hoeven te worden verwacht. Hierover kan heel kort het volgende worden gesteld: • Archeologie: Uit archeologisch onderzoek volgt dat ter plaatse van het plangebied een lage archeologische verwachting geldt.

Een negatief effect op archeologische waarden hoeft daarom niet te worden verwacht. • Externe veiligheid: onderhavig plan brengt geen activiteiten met zich mee die leiden tot externe veiligheidsrisico’s op de omgeving. •

•

Bodem: bij onderhavig plan wordt een momenteel nog niet benut perceel nabij reeds aanwezige bedrijvigheid ingevuld. Er hoeft niet te worden verwacht dat deze bouwactiviteiten bodemverontreiniging met zich meebrengen; de beoogde functies zijn niet-bodembedreigend. Landschap en cultuurhistorie: in het plangebied zelf zijn geen waardevolle landschaps- en/of bebouwingselementen gesitueerd. Het aspect cultuurhistorie vormt geen belemmering voor onderhavig plan.

Natuur

pagina 7 van 16

Er is een quick scan natuur 2 uitgevoerd in het kader van de planvorming, waarbij is ingegaan op zowel de gebiedsbescherming als de soortenbescherming. Gebiedsbescherming Uit de quick scan natuur blijkt dat in de omgeving van het projectgebied Natura 2000gebieden liggen. Natura 2000-gebied ‘Biesbosch’ ligt op ongeveer 3 kilometer afstand, Natura 2000gebied ‘Lingegebied & Diefdijk-Zuid’ op ongeveer 5 kilometer afstand en Natura 2000-gebied ‘Loevestein, Pompveld & Kornsche Boezem’ op ongeveer 6 kilometer afstand. Door de afstand tot het Natura 2000-gebied zijn verstoringen door bijvoorbeeld licht en geluid op voorhand uitgesloten. Met behulp van een Aerius -stikstofberekening is ook uitgesloten dat een toename van stikstofdepositie op stikstofgevoelige habitattypen van omliggende Natura 2000-gebieden teweeg wordt gebracht door onderhavig plan 3. De bescherming van Natura 2000 staat de ontwikkeling niet in de weg en aanvullend onderzoek is niet nodig. Negatieve milieueffecten voor het aspect gebiedsbescherming zijn uitgesloten. Soortenbescherming In en rondom het plangebied kunnen in het wild levende planten en dieren aanwezig zijn. Iedereen dient voldoende zorg in acht te nemen voor deze soorten en hun directe omgeving.

In en nabij het plangebied kunnen ook soorten voorkomen die zijn beschermd onder de Wet natuurbescherming, maar waarvoor een provinciale vrijstelling geldt, voor werkzaamheden die men uitvoert in het kader van ruimtelijke ontwikkeling en inrichting. Door de provinciale vrijstelling staat de aanwezigheid van deze soorten de geplande ontwikkeling niet in de weg. In de quick scan natuur is geconstateerd dat essentiële elementen, zoals essentieel leefgebied of verblijfplaatsen, van andere beschermde soorten waarvoor geen provinciale vrijstelling geldt of in gebruik zijnde nesten van algemene broedvogels, mogelijk aanwezig kunnen zijn in het plangebied. Het gaat om de ringslang, heikikker en rugstreeppad. Naar deze soorten is nader onderzoek 4 uitgevoerd. Deze beschermde soorten zijn in het plangebied niet aangetroffen, waardoor aanwezigheid van deze soorten uitgesloten kan worden. In de quick scan natuur worden daarnaast een aantal algemene maatregelen en zorgplichtmaatregelen genoemd, waaraan moet worden voldaan om verstoring van (beschermde) soorten te voorkomen. Er kan van worden uitgegaan dat rekening zal worden gehouden met deze maatregelen en aanbevelingen, dat rekening wordt gehouden met de broedperiode voor vogels, de zorgplicht en het voorkomen van vestiging van de heikikker.

Op basis van het voorgaande kan worden uitgesloten dat sprake is van een belangrijk nadelig gevolg voor het milieu.

2

Quick scan rapportage ecologische quick scan, Parallelweg 3 te Schellu inen, De Jong Beheer &

Exploitatie Maatschappij B.V., Habitus Onderzoek stikstofdepositie, Parallelweg 2 en 3c te Schelluinen, SAB, kenmerk: 170588, 7 februari 2020 4 Rapportage soortgerichtonderzoek Locatie tussen Parallelweg 2 en Rietweg Schelluin en, De Jong 3

Beheer & Exploitatie Maatschappij B.V., Habitus, 11 juli 2019

pagina 8 van 16

pagina 9 van 16

Verkeer

Uit het akoestisch onderzoek industrielawaai4 blijkt dat in de nieuwe situatie sprake is van maximaal 4 vrachtwagenbewegingen per dag (2 vrachtwagenbezoeken). Deze rijden via de route Parallelweg / rotonde op de provinciale weg N216. Deze bewegingen vinden allemaal plaats in de dagperiode. Naast vrachtwagenbewegingen is er een beperkte verkeersaantrekking van bestelauto’s voor het brengen halen van producten (dit wordt ingeschat als marginaal) en personenauto’s (10 verkeersbewegingen per dag, 5 personenautobezoeken). De verkeersaantrekking is hiermee marginaal en zal kunnen worden opgenomen binnen het bestaande verkeersbeeld. Als algemene conclusie geldt hiermee dat er op het gebied van verkeer geen sprake is van negatieve milieueffecten. Geluid

4 Akoestisch onderzoek Industrielaw aai De Jong Group BV Parallelw eg 2 Schelluinen, HGO Advies, kenmerk

201727-AO, 28 februari 2020. 6 SAB (2020) Akoestisch onderzoek Industrielawaai, Werklandschap fase 2, projectnummer: 190506.01, d.d. 7 februari 2020 pagina 10 van 16

Onderhavig plan kan leiden tot meer geluidshinder op de bestaande omgeving als gevolg van het geluid van de bedrijfsactiviteiten in en buiten de bedrijfsgebouwen en verkeersbewegingen op het buitenterrein. Er is een akoestisch onderzoek naar industrielawaai6 uitgevoerd in het kader van dit plan. Directe hinder In het genoemde onderzoek is ingegaan op de directe hinder van de bedrijfsactiviteiten en de verkeerbewegingen op het terrein. Uit de berekeningen blijkt dat kan worden voldaan aan een goed woon- en leefklimaat. De grenswaardes vanuit het ‘Activiteitenbesluit’ worden niet overschreden op de omliggende geluidsgevoelige objecten. Er is geen sprake van negatieve effecten wat betreft het geluid op de omliggende (bedrijfs)woningen. Er wordt daarmee voldaan aan een goed woon- en leefklimaat. Indirecte hinder Er kan ook sprake zijn van geluidshinder van verkeer dat van en naar de dienstverlenende functies rijdt. Gelet op het aantal transport- en verkeersbewegingen binnen de inrichting en het feit dat de transportafwikkeling na het verlaten van de inrichting richting de provinciale weg N216 plaatsvindt, is de indirecte hinder op woningen aan de Parallelweg marginaal en voor het akoestisch onderzoek industrielawaai niet relevant bevonden. Op voorhand zijn daarmee negatieve milieueffecten uitgesloten.

Conclusie Gezien voorgaande worden voor wat betreft geluid geen negatieve milieueffecten verwacht.

pagina 11 van 16

Lucht

12 van 16

Onderhavig plan kan leiden tot meer luchtverontreiniging in de omgeving als gevolg van het wegverkeer van en naar het onderhavige plangebied. Met behulp van de NIBM-rekentool is de verslechtering van de luchtkwaliteit ten gevolge van het plan berekend. Een plan is in betekenende mate wanneer de toename van de luchtverontreiniging (NO2 of PM10) meer is dan 1,2 μg/m³. Wanneer een plan “niet in betekenende mate” (NIBM) bijdraagt aan de luchtkwaliteit, is toetsing van het plan aan de grenswaarden op grond van de Wm niet noodzakelijk. Bij het opstellen van de NIBMrekentool is uitgegaan van een worstcase situatie met een toename van 100 extra voertuigbewegingen. Naar verwachting is de verkeersaantrekking beduidend lager. Verder is uitgegaan van een aandeel vrachtverkeer van 75%.

Uit de berekening met de NIBM-tool blijkt dat de planbijdrage van het plan kleiner is dan de NIBM-grens van 1,2 μg/m 3. Dat de berekende waarden hier ver onder blijven is een belangrijke aanwijzing dat geen sprake is van een negatief milieueffect. In het kader van een goede ruimtelijke ordening is ook gekeken naar de concentraties fijn stof (PM10 en PM2.5) en stikstofdioxide (NO 2) in de nabijheid van het plangebied. In dit kader zijn de meest actuele luchtkwaliteitskaarten uit de Atlas Leefomgeving bestudeerd. Uit de kaarten van de Atlas Leefomgeving blijkt dat ter plaatse van het plangebied lokaal sprake is van deels een betrekkelijk hoge achtergrondconcentratie voor wat betreft stikstof NO 2. Deze ligt op circa 30 µg/m 3. De achtergrondconcentratie bij PM10 is vrij gemiddeld: deze ligt op circa 19 µg/m 3. De achtergrondconcentratie zeer fijnstof (PM2,5) ligt op circa 12 µg/m3. In alle gevallen blijven de achtergrondwaarden ruim beneden de pagina 13 van 16

grenswaarden. Ook wanneer de resultaten van de NIBM-tool worden opgeteld op de concentraties zoals de atlas leefomgeving aangeeft, zal er geen sprake zijn van een (dreigende) overschrijding van de grenswaarden. De blootstelling aan luchtverontreiniging is hierdoor beperkt en leidt niet tot onaanvaardbare gezondheidsrisico's. Er is geen sprake van een negatief milieueffect voor het aspect lucht.

14 van 16

Water Onderhavige ontwikkeling zal zorgen voor een toename van het verharde oppervlak. Daarnaast worden er sloten gedempt. Dit wordt gecompenseerd door de realisatie van twee watergangen aan de oostzijde van het plangebied en een open water aan de westzijde van het plangebied met een oppervlakte van 1.470,65 m2. Het project is in het kader van de watertoets voorgelegd aan het waterschap. Het waterschap heeft bij brief van 17 oktober 2018 (kenmerk 2018090261 / 2018112240) een watervergunning gegeven voor de voornoemde werkzaamheden. Het plan ligt niet binnen de kern- of beschermingszone van een waterkering en het plan veroorzaakt geen nadelige gevolgen voor of door het oppervlaktewatersysteem in de omgeving. Er is daarmee geen sprake van een negatief milieueffect voor het aspect water.

Conclusie In deze aanmeldingsnotitie is een vormvrije m.e.r.-beoordeling uitgevoerd. Hieruit volgt dat er geen sprake is van bijzondere omstandigheden ten aanzien van de kenmerken en locatie van het project die leiden tot belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu ter plaatse. Voor de beoordeelde milieuaspecten geldt dat er geen (of een zeer beperkt effect) optreedt. De conclusie is dan ook dat belangrijke nadelige milieugevolgen zijn uitgesloten. Het volgen van een m.e.r.-(beoordelings-) procedure is daarom niet nodig.

pagina 15 van 16

16 van 16

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Molenlanden&id=fe1476f9-c09f-46dd-bf51-dd7381c226af