CConstaterende datMolenlanden
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 5 - Quickscan ecologie Bleskensgraaf, Heulenslag 2

Raadsvergadering 1 juni 2021, gemeente MolenlandenBij agendapunt: Bestemmingsplan Bleskensgraaf, Heulenslag 23.752 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Quickscan ecologie Bleskensgraaf, Heulenslag 1 & 2

Datum Auteur Opdrachtgever Rapport code Wijze van citeren

06-03-2020 T.D. Breur, Msc Dhr. Jongeneel QS20013v1 Breur, T.D. 2020. Quickscan ecologie, Bleskensgraaf, Heulenslag Rapportcode: QS20013v1. Breur Ecologie & Onderzoek. Dordrecht

1

&

2.

Breur Ecologie & Onderzoek Schipbeekstraat 74 3313AR Dordrecht Disclaimer Op alle tekst, foto’s en afbeeldingen in dit rapport berust – tenzij anders vermeld – het auteursrecht van Breur Ecologie & Onderzoek. Deze rapportage, inclusief eventuele bijlage(s), is vertrouwelijk en uitsluitend bestemd voor de geadresseerde. Verstrekking aan en gebruik door anderen dan de geadresseerde is zonder toestemming niet toegestaan. Aan dit rapport kunnen geen rechten worden ontleend. Breur Ecologie & Onderzoek kan niet aansprakelijk worden gesteld voor eventuele schade als gevolg van een onjuiste of onvolledige weergave van de gegevens in dit rapport. Copyright © Breur Ecologie & Onderzoek 2020.

1

Quickscan ecologie – Bleskensgraaf, Heulenslag 1 & 2

Inhoudsopgave Samenvatting.............................................................................................................................................. 3 1 Aanleiding................................................................................................................................................ 4 2 Doel............................................................................................................................................................. 4 3 Werkwijze................................................................................................................................................. 4 4 Wettelijk kader beschermde soorten.............................................................................................. 5

4.1 Beschermde soorten...............................................................................................................................................5 4.2 Beschermde gebieden............................................................................................................................................6 4.3 Beschermde houtopstanden................................................................................................................................6 4.4 Zorgplicht....................................................................................................................................................................6

5 Plangebied & ontwikkeling................................................................................................................ 7

5.1 Huidige situatie.........................................................................................................................................................7 5.2 Geplande ontwikkeling..........................................................................................................................................9 5.3 Toekomstige situatie...............................................................................................................................................9 5.4 Planning.......................................................................................................................................................................9

6 Beschermde gebieden........................................................................................................................ 10

6.1 Wet natuurbescherming.....................................................................................................................................10 6.2 Verordening ruimte..............................................................................................................................................10

7 Beschermde soorten.......................................................................................................................... 12

7.1 Planten.......................................................................................................................................................................12 7.2 Vogels.........................................................................................................................................................................12 7.3 Grondgebonden zoogdieren..............................................................................................................................13 7.4 Vleermuizen............................................................................................................................................................13 7.5 Amfibieën.................................................................................................................................................................13 7.6 Overige soorten......................................................................................................................................................14

8 Conclusie & aanbevelingen.............................................................................................................. 15

8.1 Conclusies.................................................................................................................................................................15 8.2 Aanbevelingen........................................................................................................................................................15

Bronvermelding...................................................................................................................................... 16

2

Quickscan ecologie – Bleskensgraaf, Heulenslag 1 & 2

Samenvatting Breur Ecologie & Onderzoek heeft in opdracht dhr. Jongeneel een quickscan ecologie uitgevoerd op een terrein aan de Heulenslag 1 & 2, Gemeente Molenlanden. De aanleiding voor dit onderzoek betreft de voorgenomen herinrichting van dit terrein (kleinschalige sloop en nieuwbouw). Door middel van een bureaustudie en een veldbezoek is een compleet beeld verkregen van het (potentiële) voorkomen van beschermde soorten flora en fauna in het plangebied. Dit onderzoek heeft tot de volgende conclusies geleid: •

De ontwikkeling leidt niet tot negatief effect op beschermde natuurgebieden.

•

Het plangebied is geschikt als nestplaats voor algemene vogels, waarvan de nesten alleen beschermd zijn wanneer zij in gebruik zijn. Bij het plannen van de sloopwerkzaamheden wordt daarom aangeraden om de bebouwing hierop te controleren of rekening te houden met het vogel broedseizoen: grofweg van half maart t/m half juli.

•

De rugstreeppad en heikikker komen voor in de omgeving van het plangebied. Hoewel het plangebied niet behoort tot essentieel functioneel leefgebied van deze soorten, zijn maatregelen nodig om te voorkomen dat dieren zich incidenteel in het plangebied bevinden tijdens de werkzaamheden: langzaam één kant op werken bij het bouwrijp maken, en braakliggend terrein in de periode maart – augustus afrasteren met een damwand of amfibieënscherm.

•

Overige beschermde soorten worden niet verwacht in het plangebied.

•

Naast soorten met een wettelijk beschermde status geldt voor alle soorten flora en fauna te allen tijde de zorgplicht. Dit betekent dat de initiatiefnemer verplicht is om zorgvuldig te werken en dat onnodige schade aan planten of dieren altijd dient te worden voorkomen.

3

Quickscan ecologie – Bleskensgraaf, Heulenslag 1 & 2

1 Aanleiding Breur Ecologie & Onderzoek heeft in opdracht dhr. Jongeneel een quickscan ecologie uitgevoerd op een terrein aan de Heulenslag 1 & 2, Gemeente Molenlanden. De aanleiding voor dit onderzoek betreft de voorgenomen herinrichting van dit terrein. Een quickscan ecologie was noodzakelijk om te beoordelen of deze geplande ontwikkeling effect heeft op beschermde soorten en gebieden in het kader van de Wet natuurbescherming.

2 Doel Het doel van dit ecologisch onderzoek is om antwoord te geven op de volgende vragen: •

Is het plangebied gelegen in/nabij beschermde natuurgebieden?

•

Zijn beschermde soorten flora en fauna (potentieel) aanwezig in het plangebied?

•

Leidt de geplande ontwikkeling tot een overtreding van de Wet natuurbescherming?

•

Dienen er vervolgstappen genomen te worden in het kader van de Wet natuurbescherming?

3 Werkwijze Door middel van een bureaustudie en een veldbezoek is een compleet beeld gekregen van het (mogelijke) voorkomen van beschermde soorten flora en fauna in en om het plangebied. •

Bureaustudie Door middel van een literatuur- en internetstudie is onderzocht welke beschermde soorten (potentieel) voor kunnen komen in en om het plangebied. Hierbij zijn onder andere verspreidingsatlassen en openbaar beschikbare waarnemingen bestudeerd.

•

Oriënterend veldbezoek Een verkennend veldbezoek is uitgevoerd door T.D. Breur op 24-02-2020. Het gehele plangebied is onderzocht, belangrijke elementen zijn gefotografeerd en indien nodig geïnspecteerd met behulp van verrekijker, zaklamp, inspectiespiegel en endoscoop camera.

4

Quickscan ecologie – Bleskensgraaf, Heulenslag 1 & 2

4 Wettelijk kader beschermde soorten 4.1 Beschermde soorten De bescherming van flora en fauna is in Nederland vastgelegd in de Wet natuurbescherming. Deze soortbescherming onderscheidt drie categorieën: •

Vogelrichtlijnsoorten Gebaseerd op de Europese Vogelrichtlijn (1979). Dit heeft betrekking op alle in Europa natuurlijk voorkomende vogelsoorten. Nesten zijn te allen tijde beschermd wanneer zij in gebruik zijn. Van enkele specifieke vogelsoorten is in Nederland de nest- of verblijfplaats jaarrond beschermd, ook wanneer hier niet gebroed wordt.

•

Habitatrichtlijnsoorten Gebaseerd op de Europese Habitatrichtlijn (1992). Onder deze categorie vallen specifieke soorten uit verschillende groepen (vaatplanten, zoogdieren, vissen etc.) waarvoor op Europees niveau instandhoudingsdoelstellingen zijn vastgesteld.

•

Nationaal beschermde soorten In de wet worden dit ook wel “andere soorten” genoemd. Dit betreft specifieke soorten verschillende groepen (vaatplanten, zoogdieren, vissen etc.) die op nationaal niveau beschermd zijn. Let wel: Als bevoegd gezag mogen provincies soorten uit deze derde categorie vrijstellen van een ontheffingsplicht. De bescherming van deze soorten verschilt hierdoor tussen provincies.

Per beschermingscategorie gelden verschillende verbodsbepalingen, deze zijn in onderstaande tabel weergegeven. Uitgangspunt voor de soortbescherming is het “nee, tenzij” principe: handelingen met negatief effect op soorten in verboden tenzij dit uitdrukkelijk is toegestaan. Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn § 3.1 Wnb

Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn § 3.2 Wnb

Art 3.1 lid 1 Het is verboden in het wild levende vogels opzettelijk te doden of te vangen.

Art 3.5 lid 1 Het is verboden soorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen. Art 3.5 lid 4 Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren te beschadigen of te vernielen. Art 3.5 lid 3 Het is verboden eieren van dieren in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen. Art 3.5 lid 2 Het is verboden dieren opzettelijk te verstoren.

Art 3.1 lid 2 Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen. Art 3.1 lid 3 Het is verboden eieren te rapen en deze onder zich te hebben. Art 3.1 lid 4 en lid 5 Het is verboden vogels opzettelijk te storen, tenzij de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort. Niet van toepassing

Art 3.5 lid 5 Het is verboden plantensoorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.

Beschermingsregime Nationaal beschermde soorten (andere soorten) § 3.3 Wnb Art 3.10 lid 1a Het is verboden soorten opzettelijk te doden of te vangen. Art 3.10 lid 1b Het is verboden de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren opzettelijk te beschadigen of te vernielen. Niet van toepassing

Niet van toepassing

Art 3.10 lid 1c Het is verboden plantensoorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.

Tabel 1: Verbodsbepalingen Wet natuurbescherming per beschermingscategorie.

5

Quickscan ecologie – Bleskensgraaf, Heulenslag 1 & 2

4.2 Beschermde gebieden De bescherming van natuurgebieden is vastgelegd in de Wet natuurbescherming en in de provinciale Verordening Ruimte. •

Wet natuurbescherming De gebiedsbescherming in deze wet heeft uitsluitend betrekking op Natura 2000gebieden. Deze gebieden hebben instandhoudingsdoelstellingen vastgesteld op Europees niveau. Invloeden (ook van buitenaf) mogen deze instandhoudingsdoelstellingen niet in gevaar brengen.

•

Verordening Ruimte In de verordening ruimte is het Natuurnetwerk Nederland (NNN) vastgelegd. Dit is een nationaal netwerk van groene gebieden, voorheen bekend als de Ecologische Hoofdstructuur (EHS). Het ruimtelijke beleid voor het NNN is gericht op ‘behoud, herstel en ontwikkeling van de wezenlijke waarden en kenmerken’ van het NNN. Aanvullend op dit nationale netwerk kan de provincie ook andere gebieden een planologische bescherming toekennen, dit gebeurt bijvoorbeeld bij belangrijke provinciale landschappen of belangrijke weidevogelgebieden.

4.3 Beschermde houtopstanden De kap van houtopstanden (bos, lanen, houtwallen, hagen, struwelen etc.) is onderhevig aan de regelgeving van de Wet natuurbescherming indien: •

de houtopstand buiten de 'bebouwde kom Wet natuurbescherming' ligt.

•

de houtopstand groter is dan 10 are (1.000 m 2), of het om bomen gaat in een rijbeplanting van meer dan 20 bomen.

In het onderzoeksgebied is geen sprake van houtopstanden die voldoen aan bovenstaande criteria. De bescherming van houtopstanden komt in deze rapportage dan ook niet verder aan de orde.

4.4 Zorgplicht Overkoepelend geldt voor alle in het wild levende planten en dieren de zorgplicht. Deze zorgplicht houdt in dat onnodige schade aan dieren en planten te allen tijde dient te worden voorkomen. Bij werkzaamheden met negatief effect op planten en dieren dienen maatregelen genomen te worden (binnen wat redelijkerwijs van de initiatiefnemer verwacht mag worden) om dit negatieve effect zoveel mogelijk te voorkomen of te verminderen.

6

Quickscan ecologie – Bleskensgraaf, Heulenslag 1 & 2

5 Plangebied & ontwikkeling 5.1 Huidige situatie Het plangebied is gelegen aan de Heulenslag 1 & 2, aan de westelijke rand van de bebouwde kom van Bleskensgraaf, gemeente Molenlanden, provincie Zuid-Holland. Het plangebied bestaat deels uit grasland, de oostzijde is verhard, hier bevindt zich een oude mestput en een oude schuur. Op het terrein bevinden zich enkele bomen: een rij van 8 essen, 1 berk en 1 esdoorn (op de afscheiding tussen het verharde deel en het grasland) en enkele knotwilgen ten noorden van de schuur.

Afbeelding 1: Ligging van het onderzoeksgebied (rood omkaderd). De regionale ligging is aangegeven rechtsonder in de rode cirkel.

Afbeelding 2: Zicht op de oude schuur en de essen (links), de oude mestopslag bevindt zich onder de betonplaat.

7

Quickscan ecologie – Bleskensgraaf, Heulenslag 1 & 2

Afbeelding 3: Zicht richting het plangebied vanuit het noordoosten.

Afbeelding 4: Zicht op het plangebied vanuit het westen.

Afbeelding 5: Zicht op het poldergebied ten noorden van het plangebied.

8

Quickscan ecologie – Bleskensgraaf, Heulenslag 1 & 2

5.2 Geplande ontwikkeling De oude schuur in het plangebied zal worden gesloopt. Het terrein wordt bouwrijp gemaakt en er zal een woonhuis gebouwd worden, tevens wordt hier extra parkeergelegenheid gerealiseerd. De oeverzone van de watergang aan de noordzijde van het plangebied zal mogelijk aangepast worden, dit betreft enkel kleine wijzigingen, het totaaloppervlak aan water zal gehandhaafd blijven.

5.3 Toekomstige situatie In de nieuwe situatie bevindt zich in het plangebied een woonhuis omringd door een tuin. Een exacte inrichting van het kavel is nog niet bekend.

5.4 Planning Een exacte planning van de werkzaamheden is nog niet bekend.

9

Quickscan ecologie – Bleskensgraaf, Heulenslag 1 & 2

6 Beschermde gebieden 6.1 Wet natuurbescherming Het Natura-2000 gebied wat het dichtst bij het plangebied is gelegen is de Donkse Laagten (ca. 1 km ten noorden van het plangebied). Het plangebied maakt geen onderdeel uit van dit gebied en er is geen sprake van fysieke aantasting. Vanwege de afstand is ook negatief effect ten gevolge van trilling, geluid of lichtvervuiling uitgesloten. Dit Natura-2000 gebied bevat tevens geen stikstofgevoelige habitattypen. Negatief effect op dit gebied ten gevolge van stikstofdepositie is hierom niet aan de orde. Stikstofgevoelige habitattypen bevinden zich in Natura-2000 gebieden zoals de Biesbosch (>6 km afstand tot plangebied). De geplande ontwikkeling (kleinschalige sloop- en bouwwerkzaamheden) leidt niet tot een dusdanige stikstofdepositie dat drempelwaardes in deze gebieden over overtreden. Ten aanzien van Natura-2000 is de ontwikkeling niet vergunningsplichtig.

Afbeelding 6: Ligging van Natura-2000 gebied (lichtgroen gearceerd) in de omgeving van het plangebied (rode cirkel).

6.2 Verordening ruimte Het plangebied is niet gelegen in onderdelen van het Natuurnetwerk Nederland (NNN), noch in belangrijk weidevogelgebied. De meest nabijgelegen belangrijke groene zone is het belangrijk weidevogelgebied op ca. 300 m ten noorden van het plangebied (lichtgroen gearceerd op Afb. 7). Gezien de aard en de kleinschaligheid van de ontwikkeling is er geen significant negatief effect op de wezenlijke waarden en kenmerken, de oppervlakte of de samenhang van deze groengebieden. Er is geen sprake van een conflict met de Provinciale Ruimtelijke Verordening.

10

Quickscan ecologie – Bleskensgraaf, Heulenslag 1 & 2

Afbeelding 7: Onderdelen van het Natuurnetwerk Nederland (met kleur gearceerd) rondom het plangebied (rode cirkel).

11

Quickscan ecologie – Bleskensgraaf, Heulenslag 1 & 2

7 Beschermde soorten 7.1 Planten In het plangebied is geen sprake van ecologisch beheerd terrein, het aanwezige grasland is zelfs sterk bemest, hetgeen ongunstig is voor zeldzame beschermde planten. Beschermde soorten vaatplanten in de omgeving van het plangebied zijn vooral gebonden aan schrale graslanden of andere zeer specifieke natuurlijke habitats. Tijdens het veldbezoek zijn enkel vrij algemene soorten aangetroffen zoals: grote brandnetel, gestreepte witbol, paardenbloem en kleefkruid. Dit zijn overwegend soorten die duiden op voedselrijke omstandigheden. Aanwezigheid van beschermde flora wordt uitgesloten op basis van dit habitat.

Afbeelding 8: Het grasland waarin de strepen van de mestinjectie nog zichtbaar zijn.

7.2 Vogels De schuur biedt geen geschikte openingen of structuren die gebruikt kunnen worden door gebouwbroedende vogels met een jaarrond beschermde rust- of verblijfplaats (zoals de huismus of gierzwaluw). Sporen van uilen (veren, braakballen, uitwerpselen) zijn eveneens niet aangetroffen in de schuur. De omgeving van het plangebied (open landelijk gebied) is echter zeer geschikt voor de steenuil en kerkuil. Het is dan ook niet uitgesloten dat deze soorten wel voorkomen in de omgeving van het plangebied, zij kunnen hierom ook incidenteel bij de schuur waargenomen worden (bijvoorbeeld 's nachts, rustend op een dakspant). De schuur heeft echter geen essentiële functie voor deze uilen, er zijn geen donkere ruimtes of nisjes waar uilen (steenuil en kerkuil) zouden kunnen nestelen. De sloop van de schuur leidt hierom niet tot een overtreding van een verbodsbepaling ten aanzien van deze uilen. De schuur is wel geschikt als nesthabitat voor algemene vogels. Te denken valt aan een merel of Turkse tortel die in een hoek van de dakspanten een nest zou kunnen maken. Nesten van deze vogels zijn alleen beschermd wanneer zij in gebruik zijn. Bij het plannen van de werkzaamheden wordt hierom aangeraden om rekening te houden met het vogel broedseizoen. Dit broedseizoen loopt grofweg van half maart t/m half juli.

Let wel: dit is geen vaste periode, afhankelijk van weersomstandigheden kunnen vroege of late broedgevallen zich

12

Quickscan ecologie – Bleskensgraaf, Heulenslag 1 & 2

voordoen. Bij twijfel over de aan- of afwezigheid van nesten dient een deskundige ingeschakeld te worden.

Afbeelding 9: Oud nest in de schuur.

7.3 Grondgebonden zoogdieren In de omgeving van het plangebied komen een aantal beschermde soorten zoogdieren voor welke met name gebonden zijn aan waterrijke natuurlijke habitats (zoals de bever en noordse woelmuis). Het plangebied biedt geen geschikt habitat voor deze soorten. De steenmarter kan wel in dergelijk habitat voorkomen, maar deze soort is erg zeldzaam in de regio en sporen van de steenmarter zijn niet aangetroffen (verblijfplaatsen kernmerken zich door prooiresten en grote hoeveelheden uitwerpselen). Wel is het plangebied geschikt voor algemene soorten zoogdieren waarvoor in de provincie Zuid-Holland een vrijstelling geldt. Dit betreft soorten zoals de egel en algemene muizensoorten. Voor deze soorten is geen ontheffing of aanvullend onderzoek noodzakelijk. Wel geldt ten aanzien van deze dieren de zorgplicht, zie Hfst. 8.2.

7.4 Vleermuizen De schuur is ongeschikt voor vaste rust- en verblijfplaatsen van gebouwbewonende vleermuizen. Dergelijke vleermuizen verkiezen nauwe donkere wegkruipruimtes, deze plekken zijn niet aanwezig in de constructie met enkelwandige golfplaten als dak- en gevelbekleding. Deze golfplaten hebben daarnaast een zeer laag temperatuurbufferend vermogen: ze warmen relatief snel op en koelen snel af. Om deze redenen is de schuur ongeschikt als verblijfplaats. De bomen in het plangebied zijn eveneens ongeschikt als vleermuisverblijfplaats, geschikte holtes of scheuren zijn niet waargenomen. Aanvullend vleermuisonderzoek is niet nodig.

7.5 Amfibieën In het poldergebied rondom Bleskensgraaf komen de rugstreeppad en de heikikker voor. Het plangebied is in de huidige staat echter niet aantrekkelijk voor deze soorten. Het grasland is intensief beheerd en bemest en hiermee marginaal geschikt als foerageerhabitat. De watergang ten noorden van het plangebied bevat zeer veel slib en is ten gevolgde van de bemesting erg voedselrijk, er is geen sprake van een brede natuurvriendelijke oeverzone (nadelig voorde kwaliteit als voortplantingswater). Ook de ligging van het plangebied aan de

13

Quickscan ecologie – Bleskensgraaf, Heulenslag 1 & 2

rand van de bebouwde kom maakt aanwezigheid van de heikikker minder waarschijnlijk, deze soort prefereert open gebieden en mijdt bebouwing. De waterpartij blijft daarbij ook behouden, er vindt enkel een kleinschalige herstructurering van de oever plaats. Om deze redenen is vast te stellen dat de geplande ontwikkeling niet leidt tot het verdwijnen van essentieel functioneel leefgebied van de beschermde rugstreeppad of heikikker. Aanvullend onderzoek of het aanvragen van een ontheffing is niet nodig. Desalniettemin bestaat er altijd een (weliswaar kleine) kans dat deze dieren incidenteel in het plangebied kunnen voorkomen. Met name de rugstreeppad kan in de trektijd grote afstanden overbruggen en ook buiten het bekende verspreidingsgebied worden waargenomen (deze soort vertoont sterk opportunistisch pioniersgedrag). Hierom dienen er maatregelen getroffen te worden die voorkomen dat deze soorten zich tijdens de werkzaamheden op het terrein vestigen: •

Bij het bouwrijp maken van het terrein dient er langzaam één kant op gewerkt te worden, richting het open grasland ten westen van het terrein.

•

Tijdelijke plassen op bouwrijpe grond kunnen geschikt zijn als voortplantingswater, hierom dient dergelijk bouwrijp/braakliggend open terrein afgezet te worden met een amfibieënscherm in de periode maart – augustus. Dit amfibieënscherm dient naar buiten toe te hellen, waardoor dieren het terrein wel uit, maar niet in kunnen kruipen. Bij bouwwerkzaamheden wordt echter ook vaak gebruik gemaakt van een stalen stalen damwand rondom het terrein, ten behoeve van de ontwatering. Een dergelijke damwand kan eenzelfde functie vervullen als een amfibieënscherm waardoor extra maatregelen ten aanzien van de rugstreeppad niet nodig zijn. Bij twijfel dient contact opgenomen te worden met een deskundig ecoloog.

Hiernaast bestaat er kans op aanwezigheid van algemene vrijgestelde amfibieën in het plangebied, zoals de bruine kikker en de gewone pad. Ten aanzien van deze soorten geldt enkel de zorgplicht. Bovenstaande maatregelen geven hier al deels invulling aan. In dit geval wordt tevens aandacht gevraagd voor hopen met puin in het plangebied. Dergelijke plekken zijn aantrekkelijk voor amfibieën als verstop of overwinteringsplaats. Om negatief effect op deze soorten te voorkomen wordt geadviseerd om het bouwterrein gedurende de werkzaamheden zoveel mogelijk vrij te houden van dergelijke verstopplekken voor amfibieën.

7.6 Overige soorten In het plangebied bestaat geen potentie voor andere beschermde diersoorten (vissen, reptielen, libellen, weekdieren). Habitat voor deze soorten is afwezig (zoals natuurvriendelijke oevers, schrale graslanden) of het plangebied is gelegen buiten het bekende verspreidingsgebied van deze soorten. De grote modderkruiper (vis) en platte schijfhoren (waterslak) komen wel verspreid voor in poldersloten in de omgeving van het plangebied. Hoewel het water ten noorden van het plangebied marginaal geschikt is voor deze soorten (onder invloed van bemesting, veel slib en waarschijnlijk veel algen), kan niet met zekerheid worden uitgesloten dat deze dieren voorkomen in het slotensysteem waar deze waterpartij op aangesloten is. Er vinden echter geen ingrijpende werkzaamheden plaats aan deze watergang: er is enkel sprake van kleinschalige herstructurering van de oeverzone, het totaaloppervlak aan water blijft behouden. Negatief effect op de grote modderkruiper en platte schijfhoren is daarom uitgesloten mits er zorgvuldig gewerkt wordt (altijd richting het open water werken, geen grote hoeveelheden water op de kant scheppen). Overige soorten die in het plangebied kunnen voorkomen betreffen enkel onbeschermde en algemene soorten. Ten aanzien van deze soorten geldt alleen de zorgplicht: onnodige schade dient altijd te worden voorkomen.

14

Quickscan ecologie – Bleskensgraaf, Heulenslag 1 & 2

8 Conclusie & aanbevelingen 8.1 Conclusies •

De geplande ontwikkeling heeft geen negatief effect op beschermde natuurgebieden (zowel op provinciaal als op Europees niveau).

•

Het plangebied is geschikt als nesthabitat van algemene gebouwbroedende vogels. Nesten van deze vogels zijn alleen beschermd wanneer zij in gebruik zijn. Bij het plannen van de sloopwerkzaamheden wordt daarom aangeraden om de bebouwing hierop te controleren of rekening te houden met het vogel broedseizoen: grofweg van half maart t/m half juli.

•

De rugstreeppad en heikikker komen in de omgeving van het plangebied voor. Het plangebied behoort niet tot essentieel functioneel leefgebied van deze soorten, maar maatregelen zijn nodig om te voorkomen dat dieren zich incidenteel in het plangebied bevinden tijdens de werkzaamheden: ◦

Bij het bouwrijp maken van het terrein dient er langzaam één kant op gewerkt te worden, richting het open grasland ten westen van het terrein.

◦

Bouwrijp/braakliggend open terrein dient afgezet te worden amfibieënscherm (of damwand) in de periode maart – augustus.

met

een

•

Overige beschermde soorten worden niet verwacht in het plangebied.

•

Aanvullend onderzoek of het aanvragen van een ontheffing ten aanzien van de Wet natuurbescherming is niet nodig.

•

Het plangebied is geschikt voor onbeschermde dan wel vrijgestelde soorten (zoals algemene muizensoorten, egel, gewone pad). Het aanvragen van een ontheffing is voor deze soorten niet nodig, wel geldt te allen tijde de zorgplicht (zie aanbevelingen).

8.2 Aanbevelingen •

In het kader van de zorgplicht dient men zorg te dragen voor alle in het wild levende planten en dieren. Onnodige schade dient te allen tijde te worden voorkomen. In de praktijk betekent dit bijvoorbeeld dat wanneer er zich een egel of een pad in het werkveld bevindt dat deze verplaatst wordt, dan wel de gelegenheid dient te krijgen om het werkgebied op eigen kracht te verlaten.

•

Een eventuele herinrichting van het terrein biedt ook kansen voor de natuur. Ten aanzien van eventueel nieuw aan te brengen plant- en boomsoorten wordt aanbevolen om te kiezen voor inheemse soorten die passen in het cultuurlandschap (zoals knotwilgen, els, es, ligusterhagen). Inheemse beplanting is van een veel grotere waarde voor inheemse dieren dan exotische beplanting. Ook biedt de nieuwe woning kansen voor het treffen van natuurinclusieve maatregelen, zoals het plaatsen van inbouwstenen voor vogels of vleermuizen. Indien er gekozen wordt voor een dak met dakpannen, dan kan men met de maatvoering hier relatief eenvoudig rekening houden met de toegankelijkheid voor de huismus en zodoende veel nestgelegenheid creëren voor deze soort. Breur Ecologie & Onderzoek kan u desgewenst adviseren in het benutten van deze kansen voor biodiversiteit.

15

Quickscan ecologie – Bleskensgraaf, Heulenslag 1 & 2

Bronvermelding Ministerie van Economische zaken. 2016. Soortenbescherming bij ruimtelijke ingrepen.

Kaartmateriaal: http://pdokviewer.pdok.nl

Beschermde gebieden: https://www.synbiosys.alterra.nl/natura2000/googlemapszoek2.aspx https://www.zuid-holland.nl/overons/feiten-cijfers/interactieve/ https://calculator.aerius.nl/calculator/#

Overig: https://bagviewer.kadaster.nl https://www.bij12.nl/onderwerpen/natuur-en-landschap/kennisdocumenten-soortenontheffingen-wet-natuurbescherming/ https://www.verspreidingsatlas.nl https://waarneming.nl/

16

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Molenlanden&id=b0b6d824-52d5-4700-82e8-69ceec3f4c42