bijlage 5 nota zienswijzen ontwerpbestemmingsplan Ottoland_ B 17
Tekst van het document
Nota Zienswijzen Bestemmingsplan ‘Ottoland, B 17’
\
Gemeente Molenlanden Nota Zienswijzen Bestemmingsplan ‘Ottoland, B 17’
Datum: Oktober 2021 Versie 1.
Inhoudsopgave 1. INLEIDING ................................................................................................................. 2 2. ZIENSWIJZEN ............................................................................................................. 3 2.1 Zienswijze 1
1
1. Inleiding Toelichting plan Het doel van het bestemmingsplan ‘Ottoland, B 17’ is het toekennen van een nieuwe woonbestemming aan de locatie B 17 in Ottoland op grond waarvan op deze locatie (voortaan) maximaal twee woningen aanwezig mogen zijn. Volgens de huidige planregeling heeft deze locatie al een woonbestemming. Op basis van deze bestemming mag er echter maximaal één woning aanwezig zijn. Op dit perceel bevindt staat nu dan ook één (monumentale) woning. Het bestemmingsplan Ottoland B17 voorziet daarmee in de bouw van een extra woning op deze plek.
Terinzagelegging ontwerpbestemmingsplan Het ontwerpbestemmingsplan Ottoland, B 17 (NL.IMRO.1978.BPb17OTL-ON01) heeft (na rectificatie) vanaf 11 augustus 2021 voor zes weken ter inzage gelegen. De bekendmaking van deze terinzagelegging heeft plaatsgevonden in de Staatscourant, huis-aan-huisblad Kontakt en het Gemeenteblad. (Gemeenteblad nr. 255483, d.d. 11 augustus 2021). Binnen deze periode van ter inzagelegging kon een ieder schriftelijk of mondeling een zienswijze over dit ontwerpbestemmingsplan naar voren brengen. Over het ontwerpbestemmingsplan Ottoland, B 17 is één zienswijze ingediend. Deze zienswijze is op tijd, binnen de daarvoor geldende termijn ingebracht.
Leeswijzer In de volgende paragraaf van deze nota wordt de over het ontwerpbestemmingsplan Ottoland, B 17 ingediende zienswijze inhoudelijk behandeld en van een antwoord voorzien. De behandeling en beantwoording is als volgt opgezet. Eerst wordt een samenvatting van de zienswijze weergeven die vervolgens wordt beantwoord. Tenslotte wordt aangegeven of en zo ja in hoeverre de zienswijze aanleiding geeft tot een ten opzichte van het ontwerpplan gewijzigde vaststelling van het bestemmingsplan Ottoland, B 17. Voor zover er aanleiding is tot wijziging, wordt toegelicht hoe de aanpassing(en) worden doorgevoerd. Tenslotte is er, vanwege het (in voorbereiding zijnde) paraplubestemmingsplan ‘Huisvesting arbeidsmigranten’ nog aanleiding voor het doorvoeren van enkele ambtshalve wijzigingen/verbeteringen. Deze worden in paragraaf 3 nader toegelicht.
2
2. Zienswijzen 2.1 Zienswijze 1 Samenvatting Indiener vraagt om de in het ontwerpbestemmingsplan opgenomen bestemming Tuin in elk geval voor het deel dat in het verlengde van zijn achtertuin ligt om te zetten naar een bestemming Groen. Op die manier kan de mogelijkheid van vergunningsvrije bouw tot op de erfgrens, die indiener onwenselijk acht, worden uitgesloten. Eerder is door de gemeente ook aan indiener bericht dat deze strook grond bedoeld is als groenstrook waarop niet mag worden gebouwd. Ter Illustratie is in de zienswijze onderstaande afbeelding opgenomen. Het betreft in elk geval de Tuinbestemming (het lichtgroene vlak) binnen de rode elips.
Beantwoording Een bestemming Groen is bedoeld voor grotere groengebieden of groenstructuren die over het algemeen onderdeel uitmaken van het publieke domein. De plek waar de zienswijze op betrekking heeft behoort daar niet toe. Het gaat om grond die behoort tot het erf van een woning. Het toekennen van een groenbestemming aan deze strook grond is in dit opzicht niet logisch, ook omdat daarmee gebruik van deze grond voor normaal woondoeleinden zou worden uitgesloten. Een tuinbestemming sluit in dit opzicht beter aan bij de woonfunctie.
Aanpassing Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.
Verder is het zo dat voor dit deel van het perceel volgens het nu geldende bestemmingsplan een woonbestemming van toepassing is. Op grond van deze bestemming is bebouwing tot op de erfgrens in beginsel (ook al) toegestaan. In het nieuwe bestemmingsplan Ottoland, B 17 krijgt deze strook grond de bestemming Tuin. Op gronden met deze bestemming mag niet worden gebouwd, behoudens bouwwerken, geen gebouw zijnde ten behoeve van het tuingebruik. Voor het overige resteren voor deze strook grond dan, zoals indiener terecht opmerkt, de bouwmogelijkheden voor vergunningsvrije bouw conform de daarvoor landelijk geldende regelgeving. Die vergunningsvrije bouw is overigens ook binnen de huidige en nieuwe woonbestemming mogelijk. Het ontwerpbestemmingsplan Ottoland, B 17 betekent daarmee voor indiener geen nadelige verandering van de bouwmogelijkheden op of nabij de erfgrens. Ten opzichte van de nu nog geldende woonbestemming zijn de bebouwingsmogelijkheden van de nieuwe tuinbestemming kleiner omdat deze laatste bestemming in tegenstelling tot de eerste geen bebouwing in de vorm van gebouwen mogelijk maakt. Aldus is het toekennen van de bestemming Tuin voor deze strook grond voor indiener zelfs eerder ruimtelijke verbetering dan een verslechtering.
Overname van de suggestie van indiener zou er toe leiden dat er op deze strook grond geen enkel bouwwerk ten behoeve van het wonen zou kunnen worden gebouwd, zelfs geen tuinhek of erfafscheiding. Het is echter in bebouwde woonomgeving niet ongebruikelijk 3
en op voorhand stedenbouwkundig ook niet onacceptabel dat erfbebouwing bij woningen (gedeeltelijk) op of nabij de erfgrens plaatsvindt. De landelijke vergunningsvrije bouwmogelijkheden maken dit dan ook mogelijk. Daar komt nog bij dat op het aangrenzende perceel van indiener zelf zowel volgens het bestemmingsplan als de regels voor het vergunningsvrij bouwen bijgebouwen, overkappingen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde ook nabij of op de betreffende erfgrens kunnen worden gebouwd. Op basis daarvan valt stedenbouwkundig niet in te zien waarom de mogelijkheid van vergunningsvrije bouw niet zou mogen gelden voor deze strook grond achter het woonperceel van indiener. Ter bescherming van het woonen leefklimaat van omliggende percelen is in deze vergunningsvrije regels de toegestane bouwhoogte van bijbehorende bouwwerken (zoals een bijgebouw) bovendien afhankelijk van de afstand van het bouwwerk tot de erfgrens (hoe dichter bij de erfgrens, hoe lager de toegestane hoogte).
Aangezien het hier gaat om een bestaande woonomgeving waar de bouw op of nabij de erfgrens voor bouwwerken ten behoeve voor woondoeleinden, al dan niet op basis van de landelijke regels voor vergunningsvrije bouw, al gewoon mogelijk is en in de landelijke regeling voor vergunningsvrij bouw met betrekking tot bijbehorende bouwwerken al een begrenzing is opgenomen ten behoeve van het woon- en leefklimaat van omliggende percelen, impliceert de beoogde tuinbestemming geen ontoelaatbare aantasting van het woon- en leefklimaat van de woning van indiener. Er is aldus ruimtelijk geen aanleiding om het in deze zienswijze gedane voorstel tot het toekennen van een bestemming Groen of het uitsluiten van de vergunningsvrije bouwmogelijkheden over te nemen. In reactie op de opmerking in de zienswijze dat eerder door de gemeente is bericht dat dat de strook grond in het verlengde van de achtertuin van indiener is bedoeld als groenstrook waarop niet mag worden gebouwd tenslotte nog het volgende. Indiener heeft eerder een email een vraag gesteld over het in voorbereiding zijnde bouwplan. Deze vraag is in mei 2021 via een email ambtelijk beantwoord door een gemeentelijke medewerker vergunningverlening. In die email is met behulp van een afbeelding van de verbeelding 4
verwezen naar het voorontwerpbestemmingsplan waarbij is aangegeven dat tussen de twee bouwvlakken voor de woningen (vooralsnog) een groenstrook komt waarbinnen niet mag worden gebouwd. Met deze groenstrook is gedoeld op de tuinbestemming die ook al in het eerdere voorontwerpbestemmingsplan Ottoland, B 17 is opgenomen. Hoogstwaarschijnlijk is met dit antwoord bedoeld te zeggen dat er sprake is van een tuinbestemming waar volgens de planregels geen bebouwing in de vorm van bijbehorende bouwwerken mogelijk is, maar is dit per ongeluk ruimer verwoord. Toegegeven moet worden dat het gebruik van de term ‘groenstrook’ in dit verband heeft kunnen leiden tot enige verwarring omdat het hier in werkelijkheid gaat om een tuinbestemming (waar vergunningsvrije bouw in principe mogelijk is) en niet om groen. Aan de andere kant is echter duidelijk dat er hier door het gebruik van het woord ‘vooralsnog’ tussen haakjes en de verwijzing naar het voorontwerpbestemmingsplan sprake is van een voorlopig antwoord. Er wordt in dit antwoord niet ingegaan op het ontwerpbestemmingsplan of de verdere bestemmingsplanprocedure. Het voorontwerpbestemmingsplan Ottoland B 17 was bovendien toen ook in te zien via de website ruimtelijke plannen.nl.
Door raapleging daarvan had voor indiener redelijkerwijze kenbaar kunnen zijn dat dit voorontwerpbestemmingsplan met betrekking tot de strook grond tussen de twee bouwvlakken iets anders is opgezet dan uit deze ambtelijke email kan worden afgeleid, dan wel de uitleg die indiener daar in zijn zienswijze aan lijkt te geven. In elk geval kan deze antwoord-email niet worden opgevat als een aan burgemeester en wethouders toe te rekenen toezegging over de wijze van bestemmen van de betreffende strook grond in het ontwerpbestemmingsplan. De inhoud van de door indiener ontvangen gemeentelijke email van mei 2021 kan daarmee geen aanleiding geven om toch over te gaan tot het toekennen van een bestemming Groen aan de strook grond tussen de twee woonbestemmingen in het plangebied in afwijking van de hiervoor gegeven toelichting dat dit geen passende bestemming is.
5
3. Ambtshalve wijzigingen Ambtshalve wijzigingen
Aanpassing Momenteel is de gemeente Molenlanden bezig met de afronding van het ‘paraplubestemmingsplan huisvesting arbeidsmigranten’. Anticiperend op dit bestemmingsplan zijn de nieuw geldende begrippen en gebruiksregels hieruit reeds toegevoegd aan onderhavig bestemmingsplan. Dit betekent de toevoeging/wijziging van de onderstaande begrippen/artikelen in de regels van het bestemmingsplan (onder dienovereenkomstige vernummering van de overige artikelen): ‘1.18 bestaand gebruik Het gebruik, zoals aanwezig op het tijdstip van de ter inzage legging van het ontwerp van dit bestemmingsplan en in gebruik genomen is conform de geldende gebruiksregels of een onherroepelijke omgevingsvergunning. 1.47 huishouden Één of meer personen die in vast verband samenleven en gebruik maken dezelfde voorzieningen zoals bijvoorbeeld een keuken, woonkamer, sanitaire voorzieningen en de entree, waarbij sprake is van onderlinge verbondenheid en continuïteit in de samenstelling daarvan; 1.54 Midstay verblijf Tijdelijk verblijf in een woning tussen de vier maanden en maximaal twee jaar; 1.68 Wonen Het gehuisvest zijn in een woning conform het begrip woning; 1.69 Woning Een complex van ruimten, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden.’ Daarnaast wordt in artikel 4.4 van de woonbestemming (specifieke gebruiksregels) na sub c. de volgende bepaling toegevoegd: ‘d.
Het gebruik van een woning voor huisvesting van een groep personen die niet als huishouden is aan te merken is niet toegestaan, met uitzondering van het bestaande gebruik, in welk geval het bestaande gebruik tevens is toegestaan.’
6