Bijlage 5 LAS
Tekst van het document
4.8. Opgave van klimaatadaptatie in relatie tot de andere opgaven Integrale opgave Om aan de nationale ambitie ‘een waterrobuuste en klimaat-bestendige inrichting van Nederland in 2050’ te voldoen, is doorvertaling van nationaal beleid op zowel regionaal als lokaal niveau nodig. Klimaatadaptatie verhoudt zich niet tot grenzen. Het is bij uitstek een integrale opgave, waarbij bij de voorbereiding van plannen en maatregelen de participatie van en tussen overheden, verschillende organisatieonderdelen, bedrijven en inwoners gevraagd wordt. Dit is uiteraard ook het geval in de gemeente Molenlanden. Er spelen momenteel vele opgaven in de gemeente en die hebben onderling veel raakvlakken, zowel bij het nemen van fysieke maatregelen als bij het proces om samen met de omgeving en stakeholders plannen te maken die kunnen rekenen op draagvlak. Een klimaatbestendige gemeente vraagt inspanningen op verschillende domeinen. In voorliggend document staat welke doelen de gemeente in 2050 wil behalen op het gebied van klimaatbestendigheid (de watvraag). Deze doelen dienen in beleidsstukken in samenhang met de andere opgaven vertaald te worden naar concrete inspanningen (de hoe-vraag). Het streven is om klimaatadaptatie business as
OP NA A R EE N KLI M AAT BE S T E ND I G M OL E N L A N D E N I N 2 0 5 0
usual te maken binnen enkele jaren. Het borgen van klimaatadaptief handelen moet ervoor zorgen, dat de komende 30 jaar bij nieuwbouw, renovatie of vervanging de juiste maatregelen worden genomen. Op deze manier kunnen de extra kosten van een klimaatbestendig Molenlanden sterk worden gereduceerd.
de gemeente mee aan de slag moet de komende periode. Voor vrijwel elke opgave is of komt een plan van aanpak waarin staat wat de opgave is, welke doelen de gemeente nastreeft en welke strategie daarbij hoort. Vervolgens is het aan de verschillende domeinen om deze doelen en strategieën te integreren en te vertalen naar concrete maatregelen en bijbehorende budgetten.
Raakvlakken fysieke maatregelen
Zo is in het onlangs vastgestelde Ambitiedocument Landbouw Alblasserwaard Vijfheerenlanden de opgaven klimaatadaptatie, bodemdaling, energietransitie, stikstofproblematiek en biodiversiteit opgenomen. Deze opgaven bespreekt de gemeente in samenhang met onder andere agrariërs in gebiedsprocessen. En in het handboek voor duurzame gebiedsontwikkeling komen uitgangspunten voor klimaatadaptief, energieneutraal, biodivers en circulair bouwen. Ook dit wordt in samenhang bekeken.
In het traject om te komen tot de Nationale Omgevingsvisie zijn ‘botsproeven’ gedaan tussen de ruimtelijke claim van klimaatadaptatie in relatie tot de ruimtelijke claim van de andere opgaven, zoals de energietransitie. Hieruit blijkt dat veel maatregelen op het gebied van klimaatadaptatie bijdragen aan de andere opgaven. Zo verhogen groene daken, door hun koelend effect, het rendement van zonnepanelen. En daar waar het ‘botst’ zijn goede voorbeelden van multifunctioneel ruimtegebruik, zoals een speelplein dat ook dient als waterberging bij extreme neerslag.
Raakvlakken in de planvorming Belangrijk is dat inwoners en organisaties niet de ene week worden gevraagd om mee te denken over klimaatadaptatie en de andere week over de energietransitie. De inzet is om deze opgaven zoveel als mogelijk in samenhang mee te nemen in het participatieproces om te komen tot nieuw beleid. In figuur 4.3 staan de verschillende opgaven waarmee
Domeinen Opgaven
RO/Gebiedsontwikkeling
Landschap en recreatie
Raakvlak met de Omgevingsvisie Molenlanden De doelen voor een klimaatbestendig Molenlanden neemt de gemeente ook op in de Omgevingsvisie net zoals de doelen voor de andere opgaven. Daarbij is het van belang om de ruimtelijke consequenties van klimaatadaptatie in samenhang te brengen met de ruimtelijke consequenties van anderen opgaven. Bij het uitwerken van de Omgevingsvisie in Omgevingsplannen wordt dit vertaald naar concrete regels voor de fysieke leefomgeving.
Openbare ruimte
Social domein
Veiligheid
Klimaatadaptatie
Programma klimaatadaptatie bodemdaling
Energietransitie
Regionale Energie Strategie & Transitievisie Warmte
Biodiversiteit
Work in progress
Woningbouwopgave
Woonvisie
Circulariteit
Work in progress
Stikstofproblematiek
Work in progress
Bodemdaling
Programma klimaatadaptatie en bodemdaling
Duurzaamheids onderzoek Omgevings plannen
Ambitie document landbouw Toeristische agenda Molenlanden
HIOR
Hitteplan
GRP Integrale beheerplan Buitenruimte
Omgevings visie
Figuur 4.2: Opgaven waarmee de gemeente aan de slag kan.
O P N A A R E E N K L I M A AT B E S T E N D I G M O L E N L A N D E N I N 2 0 5 0
27
5
WERKEN: Uitvoering 2021-2024
In het vorige hoofdstuk staan de doelen voor 2050 waar de gemeente naar streeft en op stuurt. De doelen A t/m S geven aan wat er in 2050 gerealiseerd moet zijn. Het zegt nog niet hoe dat moet gebeuren en welke middelen daarvoor nodig zijn. Deze stap heeft een inhoudelijk kant (welke maatregelen moeten we nemen) en een menselijke kant (hoe krijgen we iedereen in beweging). In deze lokale adaptatie strategie staat waar de gemeente de komende jaren op gaat sturen en welke inspanningen daarbij horen. Hierbij wordt gekozen voor een programmatische aanpak. Programmatisch werken past goed bij het sturen op doelen. Een programma biedt een tijdelijke
28
hulpstructuur om de gestelde ambitie en doelen te realiseren met de beschikbare middelen en budget. Door te sturen op deze doelen worden alleen de relevante projecten en inspanningen opgenomen in het programma. De doelen zijn erop gericht dat het klimaatadaptief handelen in de reguliere organisatie wordt belegd. Als dat gelukt is kan het programma (en bijhorende tijdelijke organisatie) opgeheven worden. Daarnaast bundelt een programma de lopende initiatieven en kracht van de organisatie. Het maakt sturing op bestaande en nieuwe initiatieven mogelijk, zonder eigenaarschap over te nemen. Dit past bij uitstek bij een uitdaging als klimaatadaptatie.
OP NA A R EE N KLI M AAT BE S T E ND I G M OL E N L A N D E N I N 2 0 5 0
5.1. Ambitie voor 2024: we handelen dan klimaatadaptief De uitvoering van de lokale adaptatie strategie wordt gestart in een tijdspad van vier jaar. Daarbij is het fijn om een ambitie te formuleren waar we aan werken. Om deze ambitie te bepalen maken we gebruik van de ambitieladder klimaatadaptatie. Deze ambitieladder Ambitie
Wat
Doel
0
Niet weten
Onbewust van de gevolgen van klimaatverandering en de effecten op de directe leefomgeving.
-
1
Weten
Bewust van de gevolgen en risico’s van klimaatverandering op de directe omgeving.
• Het grotere publiek bereiken
2
Willen
Urgentie en verantwoordelijkheid voelen om de gevolgen van klimaatverandering te beperken.
• Gerichte doelgroep bereiken
3
Kunnen
Beschikking hebben tot de juiste middelen (kennis, beleid, financiën= handelingsperspectief) om de gevolgen van klimaatverandering op de directe leefomgeving te beperken
• Toegang tot de nodige middelen verschaffen
Individuele actie ondernemen om de gevolgen van klimaatverandering op de directe leefomgeving te beperken.
• Bewoners handelen individueel klimaatadaptief • Gemeente handelt sectoraal klimaatadaptief
Collectieve actie om de gevolgen van klimaatverandering op de directe en indirecte leefomgeving te beperken en de omgeving hierin mee te nemen (vanaf trede 1).
• Bewoners handelen als collectief klimaatadaptief • Gemeente handelt integraal klimaatadaptief
4
5
Individueel klimaatadaptief handelen
Collectief klimaatadaptief handelen
geeft verschillende ambitieniveaus weer. Van trede 0: niet weten naar trede 5: collectief handelen gaat in stappen. Deze stapsgewijze benadering wordt met de ambitieladder weergegeven. De ambitieladder kan op zowel een organisatie (zoals de gemeente) als op inwoners, ondernemers en organisaties (de omgeving) toegepast worden.
5. Collectief klimaatadaptief handelen
4. Individueel klimaatadaptief handelen
3. Kunnen
2. Willen
1. Weten
0. Niet weten
De ambitielader is een samenvoeging van de volgende reeksen: Methodiek Deltaprogramma Ruimtelijke Adaptatie: Weten-willen-werken Onderzoek bewonersparticipatie bij klimaatadaptatie: Onbewust – bewust – kwetsbaarweerbaar (Twynstra Gudde, 2019)
Figuur 5.1: De ambitieladder.
O P N A A R E E N K L I M A AT B E S T E N D I G M O L E N L A N D E N I N 2 0 5 0
29
De ambitie voor de lokale adaptatie strategie klimaat en bodemdaling luidt: om in 2050 klimaatbestendig te zijn...
Deel 3: Actieve inwoners, ondernemers en organisaties hebben toegang tot kennis en een financiële bijdrage om klimaatadaptief te kunnen handelen (trede 2 naar trede 3)
.... handelt de gemeentelijke organisatie gericht klimaatadaptief vanaf 2024,
• Een deel van de inwoners, ondernemers en organisaties in de gemeente Molenlanden is zich al bewust van de risico’s door extremer weer (trede 1 ambitieladder) en wil ook aan de slag op het eigen perceel (trede 2 ambitieladder). Er zijn dus geen inspanningen nodig bij deze groep om van trede 1 naar trede 2 te gaan. • Deze inwoners, ondernemers en organisaties in de gemeente hebben de kennis of toegang tot die kennis om de voor hun meest effectieve maatregelen te realiseren en te onderhouden (trede 3 ambitieladder). • Deze inwoners, ondernemers en organisaties in de gemeente hebben toegang tot voldoende financiële middelen voor de implementatie (trede 3 ambitieladder).
.... zijn alle inwoners, ondernemers en organisaties in Molenlanden zich bewust van de risico’s van klimaatverandering op de eigen leefomgeving in 2024 .... hebben de actieve inwoners, ondernemers en organisaties in Molenlanden toegang tot kennis en een financiële bijdrage om klimaatadaptief te kunnen handelen vanaf 2021.
Deel 1: De gemeentelijke organisatie handelt klimaatadaptief (van trede 1 naar trede 5) • De ambtenaren van de gemeente zijn zich bewust van de effecten van klimaatverandering (trede 1 ambitieladder), voelen de urgentie en verantwoordelijkheid (trede 2 ambitieladder) en hebben de juiste kennis en vaardigheden (trede 3 ambitieladder). • Er zijn voldoende middelen beschikbaar om klimaatadaptatie in de organisatie te borgen (trede 3 ambitieladder). • Alle organisatieonderdelen nemen klimaatadaptatie op in hun reguliere werk (trede 4 ambitieladder). • Klimaatadaptatie is integraal geborgd in relevant beleid en regelgeving in 2024 (trede 5 ambitieladder). De gemeente stimuleert en faciliteert de omgeving om zich bewust te worden van de gevolgen van klimaatverandering op de directe leefomgeving (trede 5 ambitieladder).
Deel 2: Inwoners en ondernemers zijn zich bewust van de risico’s door extremer weer (van trede 0 naar trede 1) • Inwoners en ondernemers in de gemeente Molenlanden weten wat de effecten van klimaatverandering op hun directe leefomgeving zijn (trede 1 ambitieladder) • Inwoners en ondernemers in de gemeente Molenlanden weten welke maatregelen zij kunnen nemen om hun eigen leefomgeving klimaatbestendig te maken (trede 1 ambitieladder).
30
5.2. Programmadoelen voor 2024 Om de ambities te kunnen waarmaken stuurt de gemeente op de volgende programmadoelen:
Programmadoel 1: klimaatadaptief handelen reguleren en borgen in gemeentelijk beleid Het handelen gebeurt nu grotendeels op basis van intrinsieke motivatie van ambtenaren. Om klimaatadaptatie succesvol te integreren in de organisatie is het van belang dit te borgen in beleid en (lokale) regelgeving. De volgende inspanningen zijn voorzien: 1.1 Doelen A, C, E, F, G, L, J K, L, M, O en S opnemen in het Handboek Duurzaamheid voor gebiedsontwikkelingen. 1.2 Doelen A t/m S verwerken in de Omgevingsvisie en omgevingsplannen. 1.3 Doelen L, M en N verwerken in het groenbeleid en HIOR. 1.4 Doelen E, F, G en O verwerken in het Gemeentelijk rioleringsplan en HIOR. 1.5 Doelen H verwerken in het Hitteplan (zowel lokaal als onderdeel van GGD inzet en het of calamiteitplan hitte & droogte van de Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid). 1.6 Doelen J verwerken in het gemeentelijk vastgoedbeleid.
OP NA A R EE N KLI M AAT BE S T E ND I G M OL E N L A N D E N I N 2 0 5 0
Programmadoel 2: Meekoppelkansen benutten in de periode 2021-2024 Er komen in de gemeente vele kansen voorbij om in te spelen op ontwikkelingen en bestaande projecten. Hierin kan klimaatadaptief handelen ook meegenomen worden. Om deze kansen om klimaatadaptatie beter te benutten zal in lokale adaptatie strategie budget gereserveerd worden om deze extra inzet te kunnen bekostigen. Dit fonds kan aangevuld worden tot 33% met Impulsgelden vanuit het Deltaprogramma Ruimtelijke Adaptatie.
De volgende inspanningen zijn op het moment van schrijven van dit document voorzien. Uiteraard is een integratie en meekoppelkansen in nieuwe projecten mogelijk: 2.1 Meekoppelen in Project Bleskensgraaf-West. 2.2 Meekoppelen in Project Oud Alblas-Zuid. 2.3 Meekoppelen in Bassischool Giessen-Oudekerk. 2.4 Meekoppelen bij uitrol Bomenplan.
Programmadoel 3: Samen met partijen klimaatrisicodialogen voeren De gemeente moet weten wat wordt verstaan onder klimaatadaptief handelen. Men moet dus weten welke
maatregelen, werkwijze of normen nodig zijn om de gevolgen van extreem weer te verkleinen naar een acceptabel niveau. Dit gaan we samen met partijen uit de regio onderzoeken in een aantal risicodialogen. De risicodialoog is één van de zeven ambities uit het DPRA. Het is de stap tussen de stresstest en het maken van een uitvoeringsprogramma voor klimaatadaptatie. Het is een proces dat bestaat uit meerdere gesprekken met allerlei partijen. Tijdens een risicodialoog komen de kwetsbaarheden aan bod voor wateroverlast, hittestress, droogte en overstromingsrisico’s. Hiermee worden afgewogen keuzes gemaakt welke worden beschreven in de klimaatadaptatiestrategie. Het voeren van een goede risicodialoog kost tijd en inzet. We kunnen dan ook niet alle opgaven tegelijk oppakken. Om te bepalen met welke risicodialogen de gemeente aan de slag gaat in deze strategie zijn de doelen 2050 verdeelt op de volgende assen (figuur 5.2): • Is het een lokale of regionale opgave? Het kan ook een regionale opgave zijn als de gesprekspartner een meer regionale partij is zoals een Veiligheidsregio of Netwerkbeheerder. • Heeft de gemeente een wettelijke formele taak bij dit doel of is het enkel een bestuurlijk speerpunt.
Figuur 5.2: Lokaal of regionale opgave?
O P N A A R E E N K L I M A AT B E S T E N D I G M O L E N L A N D E N I N 2 0 5 0
31
De doelen die regionaal opgepakt dienen te worden (de rechterkant van het kwadrant) gaat de gemeente inbrengen in het regionale uitvoeringsprogramma. De doelen die horen bij een lokale opgaven zijn de risicodialogen die de gemeente gaat oppakken als onderdeel van de uitvoering van deze strategie.
worden gemeentemedewerkers geschoold en leren zij over het onderwerp klimaatadaptatie. 4.4 Ontdekken: ‘Learning by doing’ is bij deze leervoorkeur het credo. Men kan hier bijvoorbeeld denken aan het opzetten van pilot en creëren van proeftuinen.
De volgende inspanningen zijn voorzien: 3.1 Risicodialoog over het doel om meer scholen en andere publieke gebouwen te voorzien van adequate (en CO2) neutrale koeling. 3.2 Risicodialoog over het doel om te komen tot een robuustere groenstructuur in de bebouwde kom. 3.3 Risicodialoog over het doel om minder schade aan woningen en bedrijven te hebben bij extreme neerslag. 3.4 Risicodialoog over het doel om minder schade aan woningen en bedrijven te hebben bij droogte. 3.5 Risicodialoog over het doel dat meer inwoners het gevaar kennen van hitte en weten wat ze moeten doen. 3.6 Participeren in het Regionale Adaptatie Strategie (RAS) proces om zorg te dragen dat regionale issues opgenomen worden in RAS (door DPRA regio) en af te stemmen welke rol de gemeente Molenlanden bij de realisatie van de RAS kan spelen om regionale issues die ook voor Molenlanden relevant zijn te borgen.
Programmadoel 5: stimuleren en faciliteren van inwoners en organisaties in de gemeente
Programmadoel 4: stimuleren en faciliteren van de gemeentelijke organisatie Het klimaatbestendig handelen vraagt om bewustwording van de gevolgen van extreem weer en over de opgave in de gehele gemeentelijke organisatie. Daarnaast zijn mogelijk aanvullende inspanningen nodig zodat de ambtenaren die daadwerkelijk klimaatadaptief moeten handelen de juiste vaardigheden en kennis hebben. Bij de verdere uitwerking van dit programmadoel is het goed om rekening te houden dat iedereen anders leert. Zo beschrijft Manon Ruijters in haar boek Liefde voor leren vijf verschillende leervoorkeuren. Op basis hiervan zijn de volgende inspanning bedacht: 4.1 Kunst afkijken: excursies bij andere gemeentes met mooie voorbeelden. 4.2 Participeren: interne sessies waarbij ambtenaren van de gemeente van elkaar leren en reflecteren. Het spelen van de klimaatadaptatie escaperoom zou hiervoor een mooie introductie zijn. 4.3 Kennis verwerven: opleidingen en informatiebijeenkomsten door ‘vakmensen’ met veel gebieds- en thematische kennis. Hiermee
32
Om tot een klimaatbestendig Molenlanden te komen is het belangrijk om niet alleen de gemeentemedewerkers mee te nemen maar ook om inwoners en organisaties in de gemeente te stimuleren en te faciliteren om klimaatadaptief te gaan handelen. De gemeente ziet de volgende inspanningen voor zich waarbij reeds lopende inspanningen zijn overgenomen: 5.1 Gemeentebrede 3-jarige campagne om inwoners en organisaties bewust te maken van de risico’s. 5.2 Aansluiten bij projecten waar de publieke ruimte op de schop gaat, zoals het vervangen van riolering, renoveren van de weg en grootschalige werkzaamheden inzake de energietransitie. Hierbij kan de gemeente lokale initiatieven en bedrijven betrekken. Mensen staan namelijk het meest open voor verandering rondom het eigen huis bij grote verandering, zoals dergelijk projecten maar ook bij verhuizingen. 5.3 Promoten en ondersteunen van initiatieven door inwoners en organisaties. 5.4 Middelen ter beschikking stellen aan inwoners om hun woonomgeving klimaat adaptief te maken. Hierbij is een samenwerking met bedrijven, zoals tuincentra, zonnepanelenbedrijven en hoveniers mogelijk. • Regentonnen beschikbaar stellen via tuincentra. • Subsidieregeling voor groene daken. • Aansluiting zoeken bij Stichting duurzaam Molenlanden.
Programmadoel 6: Doorvertalen van calamiteitenplannen naar fysieke maatregelen Niet alle gevolgen van klimaatverandering kunnen worden opgevangen. Er blijft altijd een risico bestaan dat het mis gaat. Zodra een dergelijke situatie optreedt is vaak sprake van een calamiteit. De hulpdiensten en de gemeente, al dan niet onder aansturing/coördinatie van de VRZHZ, zijn dan aan zet. De veiligheidsregio heeft calamiteitenplannen voor de situaties 1) extreme neerslag, 2) hitte en droogte, 3) kou en ijzel en 4) Storm en windstoten. De Veiligheidsregio is bezig met het opstellen van een Impactanalyse, waarbij ze
OP NA A R EE N KLI M AAT BE S T E ND I G M OL E N L A N D E N I N 2 0 5 0
kijken naar de gevolgen van een overstroming. Ze kijken naar de vitale functies en het evacueren van mensen en vee. Hieruit kan een calamiteitenplan volgen. Deze calamiteitenplannen worden regelmatig geactualiseerd, waarbij men rekening houdt met klimaatverandering. Aandacht voor klimaatadaptatie zal ook terugkomen in het nieuwe beleidsplan van de veiligheidsregio die dit jaar geactualiseerd wordt. De volgende inspanning is voorzien: 6.1 Impactanalyse van de Veiligheidsregio bespreken binnen de gemeente en doorvertalen wat dat betekent aan te nemen maatregelen (bijvoorbeeld evacuatieroutes via N214 en N216).
5.3. Organisatie en financiering van de lokale adaptatie strategie De programmadoelen geven aan waar de gemeente op gaat sturen de komende 4 jaar. Om de voortgang te kunnen monitoren en te rapporteren is een nadere uitwerking nodig om te komen tot indicatoren. De eerste stap na het vaststellen van deze strategie is het opstellen van een programmaplan. Hierin staat ook de gewenste programmaorganisatie. Dit zal grofweg neerkomen op het benoemen van een programmamanager binnen de gemeentelijke
organisatie die naar schatting 2 dagen in de week de uitvoering leidt. De programmamanager zal waarschijnlijk bijgestaan worden door een kernteam klimaatadaptatie bestaande uit medewerkers uit de verschillende vakteams in de gemeentelijke organisatie. Deze medewerkers zijn als het ware de ambassadeurs en verbinding met hun vakteam en het programma. Zodra de lokale adatpatie strategie klimaat en bodemdaling bestuurlijk is vastgesteld wordt er een programmaplan opgesteld. Dat programmaplan zal een begroting bevatten voor de uitvoering tot en met 2024. Het reeds begrote budget voor de Lokale Verkenning klimaatadaptatie en bodemdaling is toereikend voor het opstellen van dit programmaplan. Voor de uitvoering van het programma voor 2022 t/m 2024 zal het reeds begrote budget niet toereikend zijn. Via het uitvoeringsprogramma Duurzaamheid zal daar budget voor gevraagd worden. Het uitvoeringsprogramma Duurzaamheid (oplevering 4e kwartaal 2021) geeft inzicht in de meerjarige kosten voor de uitvoering van met name de RES en Transitievisie Warmte en klimaatadaptie. Dit programma actualiseren we regelmatig op basis van nieuwe ontwikkelingen en vrijkomende (Rijks) financiering. Ook zal bij die begroting budget gevraagd worden voor cofinanciering bij de regionale impulsgelden. Om die manier kan de regionale samenwerking doorgang krijgen na 2021.
O P N A A R E E N K L I M A AT B E S T E N D I G M O L E N L A N D E N I N 2 0 5 0
33
BODEM DALING
moeilijking laden en ssen scheepvaart or toename hogere waterstanden
Legenda NAS adaptatietool voor de analyse van klimaatrisico’s
Bijlage 1: NAS (Nationale Adaptatie Strategie) bollenschema’s Molenlanden toename CO2
afname ontwateringsdiepte
uitstoot
Trends
Het wordt warmer Het wordtverdwijnen droger landbouwgronden
toename oxidatie en inklinking veenbodems
Legenda Legenda
Het wordt natter De zeespiegel stijgt
Sectoren
NAS adaptatietool voor de analyse van klimaatrisico’s NAS adaptatietool voor de analyse van klimaatrisico’s Trends Trends
Water en ruimte verlies aan
Natuur
soorten en
Legenda NAS adaptatietool voor de analyse van klimaatrisico’s Trends Het wordt warmer
habitats
Landbouw, tuinbouw en visserij
Het wordt droger
Het wordt warmer
Gezondheid
Het wordt natter
Het wordt warmer Het wordt droger
Recreatie en toerisme
De zeespiegel stijgt
Het wordt droger Het wordt natter
Infrastructuur
Bodemdaling
Het wordt natter De zeespiegel stijgt
Energie
toename
bewustwording waterbeheer
De zeespiegel stijgt Bodemdaling toename vraag naar Bodemdaling
Aard gevolgen Aard gevolgen
Gevolg is bedreiging Gevolg is bedreiging Gevolg is kans Gevolg is kans Gevolg is onduidelijk Gevolg is onduidelijk
water
Aard gevolgen
ICT en telecom
Gevolg is bedreiging
Veiligheid
Gevolg is kans
Impact Groot gevolg - deze eeuw Middelgroot tot groot gevolg – dit decennium
Disclaimer: Deze visualisatie is een vereenvoudigde weergave van de werkelijkheid en daarmee Disclaimer: Dezealle visualisatie is een vereenvoudigde onvolledig. Niet causale verbanden zijn weergave van de werkelijkheid weergegeven. Meer informatie: en daarmee onvolledig. Niet alle causale verbanden zijn www.ruimtelijkeadaptatie.nl/nas 3 4weergegeven. OP NA AMeer R EEinformatie: N KLI M AAT BE S T E ND I G M OL E N L A N D EGevolg N I N 2 0is5 0bedreiging www.ruimtelijkeadaptatie.nl/nas cadran-analytics-2020.01 - 01-01-2020
Aard gevolgen
Gevolg is kans
Gevolg is onduidelijk Disclaimer: Deze visualisatie is een vereenvoudigde weergave van de werkelijkheid en daarmee onvolledig. Niet alle causale verbanden zijn weergegeven. Meer informatie: www.ruimtelijkeadaptatie.nl/nas cadran-analytics-2020.01 - 01-01-2020
De gevolgen van zeespiegelstijging in Molenlanden
meer kansen voor soorten en habitats in brak water
toename problemen waterafvoer
bemoeilijking laden en lossen scheepvaart door toename hogere waterstanden
verandering kwaliteit oppervlaktewater door stijgende zeespiegel verlies soorten en habitats zoet water
hogere waterstanden
De zeespiegel STIJGT
vaker sluiting Maeslantkering / beperking scheepvaart
toename verzilting riviermonding door stijgende zeespiegel
afname zoetwaterbeschikbaa rheid door verzilting
hogere overstromingskans (slachtoffers en schade)
uitval vitale en kwetsbare infrastructuur bij overstroming
O P NA A R EEN KLIMA ATBESTEND IG MO LENLA ND EN IN 20 50
35
De gevolgen van natter weer in Molenlanden verandering van kwaliteit van oppervlaktewater door afspoeling en overstort van rioolwater
frequenter overstromingen buitendijks door toename en grilliger rivierafvoer
verandering kwaliteit oppervlaktewater door afstroming neerslag
toename overstromingsrisico primaire en regionale wateren
meerdaagse natte periodes nemen toe
oogstschade landbouw door toename natte periodes en weerextremen
verandering ecosysteem / verschuiving soorten door toename natte periodes
extreme piekneerslag neemt toe
toename wateroverlast
toename risico's buitenevenementen
mogelijk meer blootstelling aan wateroverdraagbare ziekteverwekkers door water op straat
afname beschikbaarheid infrastructuur
toename kans uitval electriciteitsvoorzienin gen toenemende schade aan woningen, gebouwen, voertuigen
OP NA A R EE N KLI M AAT BE S T E ND I G M OL E N L A N D E N I N 2 0 5 0
transportbeperking binnenvaart
overige weerextremen nemen toe (freq. en intens. windstoten, bliksem en hagel)
Het wordt NATTER
36
toename rivierafvoer en grilliger door seizoenen heen
toename piekafvoer en overstromingskans primaire kering
De gevolgen van zeespiegelstijging in Molenlanden
toename fijnstof
hogere blootstelling wateroverdraagbare infectieziekten
verlies soorten en habitats a.g.v. hogere concentraties contaminanten
lagere luchtvochtigheid
verandering kwaliteit oppervlaktewater door toenemende droogteperiodes
oogstschade landbouw door toename extreme droogteperiodes en verzilting
verandering ecosysteem / verschuiving soorten door toename droge periodes en verzilting
extreme droogteperiodes nemen toe
Het wordt DROGER
toename verzilting grondwater in kuststreek door toename zoute kwel
drogere veenondergrond / toename overstromingsrisico regionale keringen
bemoeilijking laden en lossen scheepvaart door toename lage rivierstanden
drogere bodems in de zomer
afname rivierafvoer zomer
toename blootstelling aan pollen door toename CO2
toename vraag naar water
verlies aan soorten en habitats
vervoersbeperking scheepvaart
O P NA A R EEN KLIMA ATBESTEND IG MO LENLA ND EN IN 20 50
37
Legenda
NAS adaptatietool voo analyse van klimaatrisi
De gevolgen van warmer weer in Molenlanden
Trends minder ongevallen en doden door gladheid en ijzel
toename dagtoerisme
toename overlevingskans insecten en exoten in de winter
Het wordt warmer
toename blootstelling ziekteverwekkers door meer waterrecreatie
Het wordt droger Het wordt natter
toename luchtverontreiniging
mogelijke toename van ziekteverwekkers in water (zoals blauwalg)
De zeespiegel stijgt
meer gebruik van natuur, openb. groen en sted. recreatie ruimte
Sectoren hogere temperatuur oppervlaktewater
Water en ruimte
langer toeristenseizoen
Natuur
toename behoefte aan koeling
zachte winters
mogelijke toename ziekten en plagen in landbouw
Landbouw, tuinbouw en
verandering kwaliteit oppervlaktewater door hogere temperaturen
warme zomers en toename meerdaagse warme periodes
Gezondheid Recreatie en toerisme Infrastructuur Energie
toename risico op uitzetting rails en bruggen en smelten asfalt
ICT en telecom Het wordt WARMER
onkruid neemt toe (beheerskosten openbare ruimte nemen toe)
Veiligheid
Impact
groeiseizoen begint eerder en duurt langer
afname kwaliteit nachtrust
Groot gevolg - deze ee
verschuiven klimaatzones meer hittestress vee stijging van aantal 'allergiedagen'
Middelgroot tot groot ge decennium
Aard gevolgen Gevolg is bedreiging
verandering vectoroverdraagbare ziekteverwekkers door toename leefgebied (b.v. muggen)
meer druk op eerste hulpdiensten
toename blackouts & kans op uitval IT
38
OP NA A R EE N KLI M AAT BE S T E ND I G M OL E N L A N D E N I N 2 0 5 0
verschuiven of uitsterven soorten
toename risico voor grote evenementen
periodes met extreem hoge temperaturen nemen toe
meer hittestress en zomersmog (meer zieken, ziekenhuisopnamen en doden)
Gevolg is kans Gevolg is onduidelijk
Disclaimer: Deze visualisatie is een vere weergave van de werkelijkheid en daarm onvolledig. Niet alle causale verbanden weergegeven. Meer informatie: www.ruimtelijkeadaptatie.nl/nas cadran-analytics-2020.01 - 01-01-2020
De gevolgen van bodemdaling in Molenlanden toename kans lokale hemelwateroverlast
toename grondwateroverlast
afname ruimte ondergrondse
afname bereikbaarheid
waterberging
toename CO2
afname ontwateringsdiepte
toename hoogteverschillen
uitstoot
verzakkingen panden met funderingen op staal
verdwijnen landbouwgronden
toename negatieve kleef bij panden met paalfunderingen
toename
toename schade aan bebouwing
oxidatie en inklinking veenbodems
BODEM DALING
verlies aan soorten en habitats
hogere kosten instandhouding infrastructuur
toename schade aan infrastructuur
toename bewustwording waterbeheer
continue vernieuwing huisaansluitingen
toename vraag naar water
bij panden op palen
O P NA A R EEN KLIMA ATBESTEND IG MO LENLA ND EN IN 20 50
39