Bijlage 5 bijlagen toelichting ontwerpbestemmingsplan Oud-Alblas, Oosteinde 7
Tekst van het document
Figuur 1
De grote modderkruiper op de bodem (bron: Jelger Herder©).
Plangebied Het plangebied is gelegen ten oosten van Oud-Alblas en betreft een perceel met korenmolen (met een bedrijfsfunctie), twee woningen met tuin en een parkeerplaats omringt door een sloot (figuur 2). Aan de zuidwestzijde van één van de woningen zit een erker, welke tijdens de beoogde ontwikkeling gesaneerd zal worden. De parkeerplaats zal vernieuwd worden met daaraan aansluitend een nieuw terras behorende tot de korenmolen en winkel. De huidige sloot is aan de zuidwest zijde aan weerszijden beschoeid en bijna volledig begroeid met eendenkroos. Verder door richting het zuidoosten is de sloot alleen aan de woning zijde beschoeid en aan de weide zijde gaat het over op een semi-natuurvriendelijke oever met een redelijk steil talud en oevervegetatie als grote brandnetel en oeverzegge. De sloot zal gedempt en verlegt worden naar het zuidwesten waarbij er natuurvriendelijke oevers worden aangelegd. De directe omgeving van de planlocatie wordt gekenmerkt door agrarische weilanden met daaromheen afwateringssloten. De weide aan de zuidzijde van het perceel heeft meerdere ondiepe sloten welke aansluiten op een bredere sloot ten oosten van het plangebied welke aansluit op de Graafstroom. Deze sloten hebben allemaal een vrij steil talud begroeid met eendenkroos, grassen, oeverzegge en vederkruid.
2
Figuur 2
Het plangebied (bron kaart: Oriënterend onderzoek naar beschermde flora en fauna aan de Oosteinde 7 te Oud-Alblas).
Figuur 3
De sloten in het plangebied, welke gedempt en verlegt zullen worden. Van links naar rechts is respectievelijk van zuidwest naar zuidoost.
3
Methode Om de aanwezigheid van de grote modderkruiper vast te stellen of uit te sluiten is het ecologisch onderzoek uit het kennisdocument Grote modderkruiper (2017) aangehouden welke is opgesteld door BIJ12. Het inventariseren van de aanwezigheid van de grote modder kruiper kan op meerdere manieren: inventariseren met een schepnet, d.m.v. een elektroapparaat, eDNA, m.b.v. fuiken of met zichtwaarnemingen. Gezien het plangebied en de aanwezige sloot is gekozen voor het inventariseren d.m.v. een schepnet. De inventarisatie kan sterk bemoeilijkt worden door de sterke plantengroei die zich gedurende het seizoen ontwikkelt in de voor grote modderkruiper geschikt leefgebied. Dit is niet het geval voor deze betreffende locatie. De optimale periode van inventariseren met schepnet is van maart tot juni, in oktober-november kan tevens geïnventariseerd worden, indien de kou nog niet is ingetreden. Bij eventuele aanwezigheid van een levensvatbare populatie zouden eind september tevens individuen aangetroffen worden. Het plangebied is gedurende 1 uur onderzocht naar de aan- of afwezigheid van de grote modderkruiper op 26 september 2019 door ing. G. Fairhurst. De weersomstandigheden tijdens het veldbezoek waren; droog/lichte regen, 8/8 bewolkt, 16° Celsius en windkracht 2 (Bft).
Gedurende de veldbezoeken is in de sloot om de woningen van zuidwest naar zuidoost geschept naar de grote modderkruiper. Daarnaast is in de sloot ten zuiden midden in het weiland en de brede sloot ten zuidoosten van het plangebied geschept (figuur 4). Hierbij is tussen de vegetatie door geschept waarbij het schepnet goed over de bodem schraapte om ook alle, in de dieper gelegen modder, vissen mee te scheppen. De sloot om de woningen en door het weiland waren bijna volledig begroeiing met eendenkroos en hadden een dikke laag bagger, een sliblaag met daarin opgestapelde (deels onverteerde) organisch materiaal.
Figuur 4
4
De sloten in en om het plangebied, met blauw aangegeven waar geschept is naar de grote modderkruiper.
Figuur 5
De afgeviste sloten binnen het plangebied (a) en in de directe omgeving (b en c).
Resultaten Gedurende de veldbezoeken zijn 0 individuen van de grote modderkruiper waargenomen. Er zijn er 7 tiendoornige stekelbaarzen gevangen en 2 bastaardkikkers (ook enkel plonzen gehoord) in de sloot ten zuiden (B) van het plangebied en de brede sloot ten zuidoosten (C). In de sloot rondom de planlocatie zijn geen met het oog zichtbare levende organismen gevangen en/of waargenomen. In de twee sloten naast het plangebied is enkel macrofauna als rugzwemmers, waterroofkevers en larven waargenomen. Interpretatie resultaten Tijdens het veldbezoek zijn geen waarnemingen gedaan van de grote modderkruiper. De afwezigheid kan verschillende oorzaken hebben: (i) Daarnaast worden de sloten en watergangen in de omgeving van het plangebied gereguleerd en onderhouden omdat ze een afwateringsfunctie hebben voor de agrarische velden. Als sloten te ondiep zijn worden deze gebaggerd, soms gebeurt dit zelfs jaarlijks. De grote modderkruiper is erg gevoelig voor verkeerd beheer. Zo kan baggeren een direct en indirecte invloed hebben op de soort. Het moment van baggeren zelf kan veel exemplaren ‘per ongelijk’ mee scheppen, waarnaar de vissen niet meer terug het water in kunnen. Tevens wordt door het baggeren de sliblaag weggehaald, waardoor er uiteindelijk een te dunnen modderlaag overblijft op de bodem (Van Liefferinge & Meire, 2003; de Bruin et al, 2015).
Dit kan er voor zorgen dat de staat van instandhouding van de populatie wordt aangetast. (ii) Tevens bestond de bodem die tijdens het scheppen omhoog werd gehaald voornamelijk uit structuurloze, zwarte en stinkende sliblaag, die vaak ontstaat doordat de dunne mest (gier). Volgens het BIJ12 kennisdocument Grote modderkruiper (2017) behoort een baggerbodem niet tot het habitat van de grote modderkruiper. (iii) Daarnaast zijn in de sloot in de weide aan de zuidzijde en de brede sloot aan de zuidoostzijde tiendoornige stekelbaarzen waargenomen. Andere vissen en met name baarzen zorgen voor predatiedruk op de eieren en larven van de grote modderkruiper (Van Liefferinge & Meire, 2003). (iv) De waarnemingen van de grote modderkruipers uit 2011 liggen op een afstand van circa 1,2 km ten noorden van het plangebied. Doordat alle sloten met elkaar verbonden zijn en verbond met de Graafstroom is migratie mogelijk. Echter zijn deze sloten voornamelijk door duikers verbonden. Uit onderzoek (Nijboer & Verdonschot, 2006; de Bruin et al, 2015) blijkt dat duikers vaak minder goed voor verplaatsing wordt gebruikt door vis. Een duiker brengt een aantal nadelen met zich mee zoals: een hoge stroomsnelheid, gladde bodem, soms ophoping van organisch materiaal en hoogte verschillen, waardoor de duiker een barrière vormt voor vissen m.n. de grote modderkruiper.
Hierdoor is waarschijnlijk de verspreiding van de grote modderkruiper in de omgeving erg laag. (v) In de omgeving van het waargenomen individu kan tevens voldoende leefgebied voor de soort aanwezig zijn, waardoor migratie (op zoek naar nieuw leefgebied) niet noodzakelijk is. Mogelijk kan in de toekomst bij uitbreiding van de populatie wel sprake zijn van migratie, echter door bovengenoemd argumenten (ii en iv) is de kans op vestiging binnen het plangebied zeer laag.
5
Door een van bovengenoemde oorzaken of een combinatie hiervan, kan verklaard worden waarom er geen grote modderkruiper is aangetoond tijdens het veldbezoek.
Conclusie Tijdens het veldbezoek zijn 0 individuen van de grote modderkruiper waargenomen. Tevens is het aannemelijk dat door de afwezigheid van optimaal functioneel leefgebied, waterbeheer, predatie en slechte paseerbaarheid van duikers, de soort niet voorkomt in en om het plangebied. Negatieve effecten ten aanzien van de grote modderkruiper zijn uitgesloten. De beoogde ontwikkelingen leiden derhalve niet tot overtreding van de Wet natuurbescherming. Vervolgstappen Voor de uitvoering van de beoogde ontwikkelingen is ontheffing van de Wet natuurbescherming niet noodzakelijk t.a.v. de grote modder kruiper.
Te treffen maatregelen • Tijdens het dempen van de sloot dient er één werkrichting aangehouden te worden, zodat de mogelijk aanwezige soorten een uitvluchtroute hebben in het kader van Algemene Zorgplicht. Literatuur •
BIJ12, 2017. Kennisdocument Grote modderkruiper Misgurnus fossilis, versie 1.0. Publicatie: BIJ12, Utrecht.
•
De Bruin, A., R. Ter Harmsel & J. Kranenbarg, 2017. Instandhouding grote modderkruiper in Gelderland. Noodzakelijke beheer- en inrichtingsmaatregelen voor het behoud en de uitbreiding van populaties. Stichting RAVON, Nijmegen.
•
Van Liefferinge C & P. Meire, 2003. Onderzoek naar het voorkomen van de Grote modderkruiper in Vlaanderen en meer specifiek naar de populatiegrootte en de overlevingskansen in het natuurreservaat het Goorken te Arendonk. Universiteit Antwerpen, Antwerpen.
•
Nijboer, R & P. Verdonschot, 2006. Dispersie van aquatische organismen. Alterra, Wageningen
Websites www.ravon.nl www.ndff.nl www.soortenbank.nl www.verspreidingsatlas.nl
6
Wij hopen u met deze notitie voldoende te hebben geïnformeerd. Mochten er vragen zijn kunt u vrijblijvend contact opnemen.
Met vriendelijke groet,
Blom Ecologie B.V., ing. Ginger Fairhurst Auteur
Blom Ecologie B.V., ing. ir. K.J. Rebergen Collegiale toets
© BLOM ECOLOGIE B.V. ZANDWEG 46A - 4181 PM WAARDENBURG Niets uit deze rapportage mag zonder schriftelijke toestemming van de opdrachtgever en Blom Ecologie B.V. worden gebruikt door derden. Onder gebruik worden alle vormen van kopie, openbaarmaking en elke andere toepassing begrepen. Deze rapportage mag alleen gebruikt worden voor het doel waarvoor het is samengesteld. Blom Ecologie B.V. is niet aansprakelijk voor schade die voortkomt uit toepassing van de resultaten van werkzaamheden en/of gegevens verkregen van Blom Ecologie B.V.
7
1 1.
INLEIDING EN DOELSTELLING In opdracht van dhr. G.J. de Groot is door Bakker Milieuadviezen een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd op een deel van het perceel Oosteinde 7 te Oud-Alblas, kadastraal bekend sectie E, nummer 995. Het doel van het onderzoek is vast te stellen of de grond en/of het grondwater ter plaatse van het onderzoeksterrein verontreinigingen bevatten welke een belemmering of beperking zouden kunnen vormen bij de voorgenomen wijziging van een bedrijfswoning in een burgerwoning. In hoofdstuk 2 wordt ingegaan op de terreinsituatie van de onderzoekslocatie. Hoofdstuk 3 beschrijft de uitgevoerde werkzaamheden. Hoofdstuk 4 geeft de resultaten van het onderzoek weer. In hoofdstuk 5 zijn de conclusies en aanbevelingen opgenomen. NB: Bakker Milieuadviezen heeft het bodemonderzoek uitgevoerd onder certificaat BRL SIKB 2000 conform de onderliggende protocollen 2001 en 2002. Middels ondertekening van onderhavig rapport wordt verklaard dat er geen sprake is van eigendom van het te onderzoeken onroerend goed en tevens dat het bodemonderzoek onpartijdig en onafhankelijk van de opdrachtgever is uitgevoerd. De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd door O. Bakker.
2.
ACHTERGRONDINFORMATIE.
2.1
Terreinsituatie. De onderzoekslocatie is gelegen aan de zuidzijde van de weg Oosteinde. De plaats van de locatie ten opzichte van de omgeving is op bijlage 1 weergegeven. De oppervlakte van het onderzochte terreindeel bedraagt ca 350 m2. Voor historische informatie zijn de opdrachtgever, de Omgevingsdienst ZHZ (afdeling Dossiers), het eigen bodemonderzoeksarchief en de websites `TOPO-tijdreis' en Bodemloket.nl geraadpleegd. De afdeling Dossiers van de OZHZ heeft per email medegedeeld dat men geen informatie van het terrein heeft. Terreinbeschrijving. Op het terrein staat een pand waarbinnen zich een oude molen bevindt. Het overige pand betreft een loods of magazijn, een winkel en een woongedeelte. De molen dateert van midden 19e eeuw. Inpandig ligt overal een degelijke betonvloer. Het erf ten noordwesten van het pand is geheel geasfalteerd. Ten zuiden van het pand ligt tegelbestrating en ten oosten van de woning bevindt zich een klein terras en voor het overige tuin. Zowel de oostelijke als zuidelijke perceelsgrenzen zijn slootjes. Bij de terreininspectie zijn geen morsingen, brandplekken of zwerfasbest aangetroffen. Huidig gebruik. Het te onderzoeken perceelsdeel (perceel E 995) is in gebruik als erf en tuin bij de woning.
V.O. Oosteinde 7, Oud-Alblas
Bakker Milieuadviezen
2 Voormalig gebruik. Op TOPO-tijdreis is te zien dat de molen zowel een korenmolen als een watermolen is geweest. Vroeger was de molen alleen als zodanig aanwezig. Nadien is de molen volledig `ingebouwd' met een woning en een loods. Calamiteiten. Geen gegevens van bekend. Ophogingen/dempingen/stort. Op het terrein liggen op basis van TOPO-tijdreis geen gedempte sloten. Onder het asfalt aan de noordwestzijde (buiten het onderzoeksoppervlak) is gebroken puin aangebracht ter fundatie. Boven- en ondergrondse tanks. Volgens dhr. de Groot sr is door De Rotonde begin jaren '90 een ondergrondse tank aan de voorzijde van het winkelpand (ofwel aan de straatzijde) gesaneerd. De tank is leeggezogen, gereinigd en nadien gevuld met zand. De buiten gebruik gestelde tank ligt onder het geasfalteerde terreindeel, ofwel op tenminste 10 m afstand van het nu te onderzoeken kadastrale perceel E 995. Omgeving. De locatie ligt in een extensief bebouwde lintbebouwingszone met oude woningen en boerderijen. Bodemonderzoeken locatie en omgeving. Op Bodemloket.nl worden op het perceel noch op aangrenzende percelen bodemonderzoeken aangegeven. Uit eigen archief zijn aan het Oosteinde enkele eerdere bodemonderzoeken bekend. De bodem is hier algemeen licht verontreinigd met gangbare metalen en met PAK. Hypothese.
Op grond van de verkregen informatie is gezien het kleine oppervlak in dit onderzoek qua onderzoeksinspanning (aantal boringen en analyses) uitgegaan van een onverdachte locatie met wel de verwachting van maximaal lichte verhogingen in de bovengrond. PFOA. In juni 2018 heeft de Omgevingsdienst ZHZ met een nieuwe handreiking vereist dat de bodem binnen een bepaalde zone (zone 2 en 3) in hoofdzakelijk de Alblasserwaard extra onderzocht moet worden op de stof Perfluoroctaanzuur (afgekort PFOA) en andere Perfluorverbindingen (stofgroep PFAS). Deze stof is decennialang uitgestoten door o.a. een chemisch bedrijf uit Dordrecht. De stof is via de lucht aantoonbaar in de bodem terechtgekomen in een tamelijk groot gebied. Onderhavige locatie ligt niet in zone 2 of 3. Om deze reden is de grond niet onderzocht op PFAS.
V.O. Oosteinde 7, Oud-Alblas
Bakker Milieuadviezen
3 2.2
Bodemopbouw en geohydrologische situatie. Informatie over de bovenste 1.20 meter van de ongeroerde bodem ter plaatse is verkregen via de geologische kaart van Nederland. Het bodemtype valt onder de zogenoemde poldervaaggronden, welke worden gekarakteriseerd door humeuze klei op een eveneens kleiig ondergrond. De grondwaterstromingsrichting wordt hier met name bepaald door de zowel drainerende als stuwende werking van rondom liggende watergangen en is daarmee niet eenduidig.
3.
ONDERZOEKSOPZET.
3.1
Algemeen. Het onderzoek is opgezet volgens de NEN 5740+A1, "Onderzoeksstrategie voor verkennend onderzoek" (Nederlands Normalisatie-Instituut, april 2016). De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd volgens de BRL SIKB 2000 en de onderliggende protocollen 2001 en 2002.
3.2
Veldwerkzaamheden. Op 26 juli 2019 zijn op de onderzoekslocatie de veldwerkzaamheden verricht. Voor het boren is een Edelmanboor gebruikt. De locaties van de boringen en de peilbuis zijn weergegeven in bijlage 2. Er zijn 4 boringen verricht. Boring 1 is uitgevoerd tot 2.2 m-mv (meter beneden maaiveld) en is voorzien van een peilbuis. Boring 2 is 1.7 m diep en de overige boringen zijn 0.5 m diep uitgevoerd. De uitkomende grond is zintuiglijk onderzocht op de aanwezigheid van eventuele verontreinigingen en beschreven. De beschrijvingen van de boorprofielen zijn opgenomen in bijlage 3.
3.3
Laboratoriumonderzoek De chemische analyses van de grond- en grondwatermonsters zijn uitgevoerd in het geaccrediteerde laboratorium AL-west. Grond. Van de grondmonsters zijn 2 mengmonsters samengesteld. De samenstelling ervan, het betreffende terreindeel en de bijbehorende resultaten staan beschreven in paragraaf 4.2. Deze mengmonsters zijn geanalyseerd op het standaard analysepakket (NEN 5740) voor grondmonsters. Dit pakket omvat de volgende parameters: Zware metalen: Barium, Cobalt, Molybdeen, cadmium, koper, kwik, lood, nikkel en zink. De meeste metalen komen van nature reeds in lage concentraties in de bodem voor en worden daarbij niet aangemerkt als een verontreiniging. Verontreinigingen met zware metalen kunnen onder andere worden aangetroffen op terreinen van bedrijven waar met metaaloplossingen (bijv. galvanische bedrijven) en metaalpigmenten (keramische industrie) wordt gewerkt en voorts op stookplaatsen, in sintelverhardingen en in combinatie met puin in de bodem. In stedelijke gebieden blijkt vaak sprake van een diffuse (niet zeer sterke maar over een groot gebied verspreide) verontreiniging met zware metalen, voornamelijk lood en in mindere mate koper en zink; Polychloorbifenylen (PCB). Minerale olie. Minerale olie is een verzamelnaam voor de verschillende soorten aardolieprodukten zoals benzine, gasolie en petroleum.
Minerale olie kan als verontreiniging worden aangetroffen bij tankstations, ondergrondse opslagtanks e.d.; Polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK). Polycyclische aromatische koolwaterstoffen is een verzamelnaam voor teerachtige produkten welke bestaan uit twee of meer
V.O. Oosteinde 7, Oud-Alblas
Bakker Milieuadviezen
4 aromatische ringen. Verontreinigingen met polycyclische aromaten kunnen worden aangetroffen op voormalige gasfabrieksterreinen, bij asfaltmolens, op stookplaatsen, in combinatie met verontreinigingen met aardolieprodukten en bij aanwezigheid van kooldeeltjes, sintels en asfalt in de grond. Diffuse verontreinigingen met polycyclische aromaten tengevolge van depositie vanuit de lucht komen eveneens voor. Voor onderzoek naar bodemverontreiniging met polycyclische aromaten worden bepaalde stoffen geanalyseerd. De zogenaamd VROM-reeks welke is opgenomen in het toetsingskader uit de Leidraad Bodembescherming omvat 10 stoffen (10 PAK van VROM). Grondwater. Het grondwater is geanalyseerd op het standaardpakket voor grondwater. Dit pakket bestaat uit de volgende parameters: benzeen, tolueen, ethylbenzeen,xyleen, naftaleen en styreen; vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen (13); cobalt, barium, molybdeen, cadmium, koper, kwik, lood, nikkel, zink; minerale olie; tribroommethaan en dichloorpropanen(1,1-1,2-1,3).
V.O. Oosteinde 7, Oud-Alblas
Bakker Milieuadviezen
5 4.
ONDERZOEKSRESULTATEN
4.1
Bodemopbouw en veldwaarnemingen. Uit de boorbeschrijvingen (bijlage 3) blijkt dat de bodem in de tuin nauwelijks geroerd is en bestaat uit zwakzandige matig humeuze klei en daaronder uit sterk humeuze klei. Vanaf 1.3 m-mv wordt ongeroerde veen aangetroffen. De toplaag bevat bevat lichte bijmengingen van kooldeeltjes. Er zijn geen noemenswaardige puinbijmengingen aangetroffen. Om deze reden was er geen aanleiding voor onderzoek naar asbest in de bodem. Op de datum van grondwatermonstername (12 augustus 2019) werd grondwater op 0.8 m-mv aangetroffen. De overige veldwaarnemingen staan in bijlage 3.
4.2
Analyseresultaten De analyserapporten zijn opgenomen als bijlage 4. Voor de beoordeling van de analyseresultaten wordt gebruik gemaakt van onderstaande normen: Achtergrondwaarde AW 2000 (streefwaarden voor water). Deze waarde geeft het niveau aan waarbij sprake is van een duurzame bodemkwaliteit. Dit komt overeen met het niveau waarbij de functionele eigenschappen, die de bodem voor mens, dier en plant heeft, zijn veiliggesteld. Interventiewaarde: Deze waarde geeft het verontreinigingsniveau aan waarboven sprake kan zijn van een geval van ernstige bodemverontreiniging. Hierbij is sprake van een zodanige bodemverontreiniging, dat de functionele eigenschappen die de bodem heeft voor mens, dier en plant kunnen verminderen. De interventiewaarden zijn gebaseerd op een uitgebreide studie van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM), naar zowel de humaan- als ecotoxicologische effecten van bodemverontreinigende stoffen. Er is sprake van een ernstig geval van bodemverontreiniging indien in meer dan 25 m3 grond of in meer dan 100 m3 grondwater sprake is van een overschrijding van de interventiewaarde door een of meer parameters. Tussenwaarde: Voor de waarde voor nader onderzoek, de tussenwaarde genaamd, wordt het gemiddelde van de AW 2000 en de interventiewaarde gehanteerd.
De genoemde waarden zijn voor een aantal stoffen afhankelijk gesteld van de percentages lutum en organische stof van de grond. De berekening van deze waarden voor de bepaalde of geschatte percentages is opgenomen in bijlage 5.
V.O. Oosteinde 7, Oud-Alblas
Bakker Milieuadviezen
6 In het hierna volgende overzicht staan per geanalyseerd monster de overschrijdingen van de toetsingswaarden als volgt weergegeven: > AW >T >I
overschrijding achtergrondwaarde AW 2000 (lichte verontreiniging); overschrijding tussenwaarde (matige verontreiniging); overschrijding interventiewaarde (ernstige verontreiniging).
Grond. Mengmonster
Bodemlaag
Gehalte > AW
Gehalte > T
Gehalte > I
1 t/m 4
bovengrond tuin
lood,PAK,PCB
-
-
1.2+1.3+2.2
ondergrond zware humeuze klei
-
-
-
Grondwater peilbuis 1 In het grondwater is onderstaand verhoogd gehalte aangetroffen. Parameter
Barium
V.O. Oosteinde 7, Oud-Alblas
Gehalte in ug/l 93
*
Streefwaarde
Tussenwaarde
50
340
Interventiewaarde
625
Bakker Milieuadviezen
7 5.
CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN.
Op basis van het hierboven beschreven bodemonderzoek kan voor het onderzochte terreindeel het volgende worden geconcludeerd: -
De bovengrond in de tuin ten oosten en zuiden van de woning is licht verontreinigd met lood, PAK en PCB. Deze tamelijk gangbare lichte verhogingen hebben geen consequenties voor de bestemming wonen;
-
De sterk humeuze kleiige ondergrond is geheel schoon voor alle parameters uit het NEN 5740 pakket;
-
In het grondwater overschrijdt het gehalte aan barium de streefwaarde. Dit is geen relevante verhoging.
Op grond van de resultaten van het uitgevoerde onderzoek vormt de bodemkwaliteit geen belemmering voor de bestemming wonen. Derhalve is er ook geen belemmering voor de omzetting van de bedrijfswoning tot burgerwoning.
V.O. Oosteinde 7, Oud-Alblas
Bakker Milieuadviezen
Omgevingskaart
Klantreferentie: oudalblase995
0m
125 m
625 m
Deze kaart is noordgericht. Hier bevindt zich Kadastraal object Oud-Alblas E 995 Oosteinde 7, 2969AS Oud-Alblas CC-BY Kadaster.
Schaal 1: 12500
Uittreksel Kadastrale Kaart
Uw referentie: oudalblase995
307
N t e in Oos
de
994 7- 7 a
winkel molen 550
kl.
woning
995
4
2 3
tuin
1
Bijlage 2: situatietekening Oosteinde 7, Oud-Alblas 1 : 500 Boring 0.5 m-mv Boring 2.0 m-mv Peilbuis Bakker Milieuadviezen BM 25122-2019 Get. A.F. Bakker
Bijlage 3
Boorstaten
Boring:
1
Boring:
GWS: Opmerking:
80 pH 7,5 Ec mS/m 105 46 NTU
GWS: Opmerking:
0
0
2 -40
-50
50
100
50
Klei, zwak siltig, matig humeus, donkerbruin
1,2
0
0
Klei, zwak zandig, matig humeus, zwak koolhoudend, grijsbruin
1
2
-100
-130
150
Veen, sterk kleiïg, donkerbruin
2,3 Veen, mineraalarm, donkerbruin
1,4
Klei, zwak siltig, sterk humeus, donkerbruin
2,2 100
1,3
Klei, matig zandig, matig humeus, zwak koolhoudend, grijsbruin
150 -170
200 -220
Boring:
3
Boring:
GWS: Opmerking:
GWS: Opmerking:
0
0
Klei, matig zandig, matig humeus, zwak koolhoudend, grijsbruin
3 50
4
-50
Projectcode: 25122
Klei, matig zandig, matig humeus, zwak koolhoudend, grijsbruin
4 50
Oosteinde 7 Oud-Alblas
0
0
-50
Bijlage 4 Analyserapporten
AL-West B.V. - AL-West B.V. Dortmundstraat 16B NL - 7418 BH Deventer. Tel: +31 570 788110 Fax: +31 570 788108
Toetsingsinstellingen Versie Toetsingsmethode
2.0.0 Beoordeling kwaliteit van grond volgens Wbb [T.12]
De toetsing is uitgevoerd volgens de vigerende wetgeving waarbij gebruik gemaakt is van de BOTOVA webservice (zie https://www.BOTOVA-service.nl/) Opdracht Opdrachtnummer Laboratorium Matrix Project Datum binnenkomst Rapportagedatum CRM
872304 AL-West B.V. Vaste stoffen 25122 Oosteinde 7 OA 26.07.2019 31.07.2019 Dhr. Henk Berenpas
AL-West B.V. - AL-West B.V. Dortmundstraat 16B NL - 7418 BH Deventer. Tel: +31 570 788110 Fax: +31 570 788108
Monster Analysenummer Monsteromschrijving Datum monstername Monstersoort Versie
329878 MIX: 1 2 3 4 25.07.2019 Bodem / Eluaat 1
Gehanteerde waarden voor dit monster Humus (%) Lutum (%)
5 29
Resultaat voor dit monster Toetsingsresultaat
Parameter IJzer (Fe2O3) Fractie < 2 µm Cadmium (Cd) Kwik (Hg) Barium (Ba) Kobalt (Co) Zink (Zn) Nikkel (Ni) Molybdeen (Mo) Lood (Pb) Koper (Cu) Indeno-(1,2,3c,d)pyreen Chryseen Fenanthreen Benzo(a)anthraceen Benzo(k)fluorantheen Benzo(ghi)peryleen Anthraceen Benzo-(a)-Pyreen Fluorantheen Naftaleen Koolwaterstoffractie C10-C40 Koolwaterstoffractie C10-C12 Koolwaterstoffractie C12-C16 Koolwaterstoffractie C16-C20 Koolwaterstoffractie C20-C24 Koolwaterstoffractie C24-C28 Koolwaterstoffractie C28-C32 Koolwaterstoffractie C32-C36 Koolwaterstoffractie C36-C40 PCB 28 PCB 52 PCB 101 PCB 118 PCB 138 PCB 153 PCB 180 som 10 polyaromatische koolwaterstoffen (VROM) som 7 polychloorbifenylen PCB28, 52, 101, 118, 138, 153, 180
Gemeten waarde Gemeten waarde
Overschrijding Achtergrondwaarde
Resultaat
Eenheid
Resultaat BOTOVA(G_standaard) eenheid 3,5 % 29 % 0,55 mg/kg 0,089 mg/kg 133 mg/kg 8,89 mg/kg 126 mg/kg 24,2 mg/kg 1,05 mg/kg 111 mg/kg 30,5 mg/kg 0,25 mg/kg
Toetsing
IRW
<5 29 0,5 0,09 150 10 130 27 < 1,5 110 30 0,25
% Ds % Ds mg/kg Ds mg/kg Ds mg/kg Ds mg/kg Ds mg/kg Ds mg/kg Ds mg/kg Ds mg/kg Ds mg/kg Ds mg/kg Ds
0,27 0,35 0,25 0,15 0,17 < 0,05 0,27 0,58 < 0,05 < 35
mg/kg Ds mg/kg Ds mg/kg Ds mg/kg Ds mg/kg Ds mg/kg Ds mg/kg Ds mg/kg Ds mg/kg Ds mg/kg Ds
0,27 0,35 0,25 0,15 0,17 0,035 0,27 0,58 0,035 49
mg/kg mg/kg mg/kg mg/kg mg/kg mg/kg mg/kg mg/kg mg/kg mg/kg
<3
mg/kg Ds
4,2
mg/kg
N
<3
mg/kg Ds
4,2
mg/kg
N
<4
mg/kg Ds
5,6
mg/kg
N
8
mg/kg Ds
16
mg/kg
N
10
mg/kg Ds
20
mg/kg
N
9
mg/kg Ds
18
mg/kg
N
<5
mg/kg Ds
7
mg/kg
N
<5
mg/kg Ds
7
mg/kg
N
< 0,001 < 0,001 0,0015 0,0013 0,0053 0,0041 0,0023
mg/kg Ds mg/kg Ds mg/kg Ds mg/kg Ds mg/kg Ds mg/kg Ds mg/kg Ds
1,4 1,4 3 2,6 10,6 8,2 4,6 2,36
ug/kg ug/kg ug/kg ug/kg ug/kg ug/kg ug/kg mg/kg
31,8
ug/kg
<= Achtergrondwaarde <= Achtergrondwaarde
N N N N N N N N N N N N
AW
I
T-index
Toets oordeel
0,6 0,15
13 36
-1 -1
<= AW <= AW
15 140 35 1,5 50 40
190 720 100 190 530 190
-1 -1 -1 -1 0,13 -1
<= AW <= AW <= AW <= AW > AW en <= T <= AW
190
5000
-1
<= AW
Wonen
N N N N N N N N
1,5
40
0,022
> AW en <= T
Wonen
N
20
1000
0,012
> AW en <= T
<= Achtergrondwaarde <= Achtergrondwaarde <= Achtergrondwaarde <= Achtergrondwaarde Wonen <= Achtergrondwaarde
<= Achtergrondwaarde
N N N N N N N N N N
AL-West B.V. - AL-West B.V. Dortmundstraat 16B NL - 7418 BH Deventer. Tel: +31 570 788110 Fax: +31 570 788108
Monster Analysenummer Monsteromschrijving Datum monstername Monstersoort Versie
329879 MIX: 1.2 1.3 2.2 25.07.2019 Bodem / Eluaat 1
Gehanteerde waarden voor dit monster Humus (%) Lutum (%)
9,3 38
Resultaat voor dit monster Toetsingsresultaat
Parameter IJzer (Fe2O3) Fractie < 2 µm Cadmium (Cd) Kwik (Hg) Barium (Ba) Kobalt (Co) Zink (Zn) Nikkel (Ni) Molybdeen (Mo) Lood (Pb) Koper (Cu) Indeno-(1,2,3c,d)pyreen Chryseen Fenanthreen Benzo(a)anthraceen Benzo(k)fluorantheen Benzo(ghi)peryleen Anthraceen Benzo-(a)-Pyreen Fluorantheen Naftaleen Koolwaterstoffractie C10-C40 Koolwaterstoffractie C10-C12 Koolwaterstoffractie C12-C16 Koolwaterstoffractie C16-C20 Koolwaterstoffractie C20-C24 Koolwaterstoffractie C24-C28 Koolwaterstoffractie C28-C32 Koolwaterstoffractie C32-C36 Koolwaterstoffractie C36-C40 PCB 28 PCB 52 PCB 101 PCB 118 PCB 138 PCB 153 PCB 180 som 7 polychloorbifenylen PCB28, 52, 101, 118, 138, 153, 180 som 10 polyaromatische koolwaterstoffen (VROM)
Tabelinformatie
Gemeten waarde Gemeten waarde
Voldoet aan Achtergrondwaarde
Resultaat
Eenheid
Resultaat BOTOVA(G_standaard) eenheid 3,5 % 38 % 0,3 mg/kg 0,03 mg/kg 134 mg/kg 7,83 mg/kg 78,7 mg/kg 27,7 mg/kg 1,05 mg/kg 39,3 mg/kg 19,1 mg/kg 0,035 mg/kg
Toetsing
IRW
<5 38 0,33 < 0,05 190 11 100 38 < 1,5 45 23 < 0,05
% Ds % Ds mg/kg Ds mg/kg Ds mg/kg Ds mg/kg Ds mg/kg Ds mg/kg Ds mg/kg Ds mg/kg Ds mg/kg Ds mg/kg Ds
0,088 < 0,05 < 0,05 < 0,05 < 0,05 < 0,05 < 0,05 0,18 < 0,05 < 35
mg/kg Ds mg/kg Ds mg/kg Ds mg/kg Ds mg/kg Ds mg/kg Ds mg/kg Ds mg/kg Ds mg/kg Ds mg/kg Ds
0,088 0,035 0,035 0,035 0,035 0,035 0,035 0,18 0,035 26,3
mg/kg mg/kg mg/kg mg/kg mg/kg mg/kg mg/kg mg/kg mg/kg mg/kg
<3
mg/kg Ds
2,26
mg/kg
N
<3
mg/kg Ds
2,26
mg/kg
N
<4
mg/kg Ds
3,01
mg/kg
N
<5
mg/kg Ds
3,76
mg/kg
N
<5
mg/kg Ds
3,76
mg/kg
N
<5
mg/kg Ds
3,76
mg/kg
N
<5
mg/kg Ds
3,76
mg/kg
N
<5
mg/kg Ds
3,76
mg/kg
N
< 0,001 < 0,001 < 0,001 < 0,001 0,0022 0,0017 < 0,001
mg/kg Ds mg/kg Ds mg/kg Ds mg/kg Ds mg/kg Ds mg/kg Ds mg/kg Ds
0,75 0,75 0,75 0,75 2,37 1,83 0,75 7,96
ug/kg ug/kg ug/kg ug/kg ug/kg ug/kg ug/kg ug/kg
0,55
mg/kg
<= Achtergrondwaarde <= Achtergrondwaarde
N N N N N N N N N N N N
AW
I
T-index
Toets oordeel
0,6 0,15
13 36
-1 -1
<= AW <= AW
15 140 35 1,5 50 40
190 720 100 190 530 190
-1 -1 -1 -1 -1 -1
<= AW <= AW <= AW <= AW <= AW <= AW
190
5000
-1
<= AW
<= Achtergrondwaarde
N N N N N N N N
20
1000
-1
<= AW
<= Achtergrondwaarde
N
1,5
40
-1
<= AW
<= Achtergrondwaarde <= Achtergrondwaarde <= Achtergrondwaarde <= Achtergrondwaarde <= Achtergrondwaarde <= Achtergrondwaarde
<= Achtergrondwaarde
N N N N N N N N N N
AL-West B.V. - AL-West B.V. Dortmundstraat 16B NL - 7418 BH Deventer. Tel: +31 570 788110 Fax: +31 570 788108
Toetsing BOTOVA IRW AW I T-index Toets oordeel
Toetsresultaat uit BOTOVA Indicatieve Referentie Waarden (Bijlage 1, Tabel 2, Staatscourant 2013 nr 16675) Achtergrondwaarde Interventiewaarde Index voor de afwijking van Gstandaard tov gemiddelde van Streefwaarde en Interventiewaarde Parameteroordeel op basis van de waarde bij 'T Index'
Tabelinformatie Index < 0 0 < Index < 0,5 0,5 < Index < 1 Index > 1
GStandaard < AW GStandaard ligt tussen de AW en de oude T GStandaard ligt tussen de oude T en I I overschreden
BIJLAGE 5b: TOETSINGSTABEL GRONDWATER. Parameter
Streefwaarde(ug/l)
Tussenwaarde(ug/l)
Interventiewaarde
Barium
50
340
625
Cadmium
0,4
3,2
6
Cobalt
20
60
100
Koper
15
45
75
Kwik
0,05
0,18
0,3
Lood
15
45
75
Nikkel
15
45
75
Zink
65
433
800
Molybdeen
5
153
300
Benzeen
0.2
15
30
Tolueen
7
504
1000
Ethylbenzeen
4
77
150
Xyleen
0.2
35
70
Naftaleen
0.02
35
70
Styreen
6
153
300
Vinylchloride
0.01
2.5
5
Dichloormethaan
0.2
500
1000
1,1-dichloorethaan
7
454
900
1,1-dichlooretheen
0.01
5
10
1,2-Dichloorethaan
7
204
400
cis-1,2-dichlooretheen
0.2
10
20
Trans1,2-dichlooretheen
0.2
5
10
Trichloormethaan
6
203
400
1,1,1-trichloorethaan
0.2
150
300
1,1,2-trichloorethaan
0.2
65
130
Trichlooretheen(tri)
24
262
500
Tetrachloormethaan
0.2
5
10
Tetrachlooretheen (per)
0.2
20
40
Dichloorpropanen
0.01
500
1000
tribroommethaan
1
315
630
Minerale olie
50
325
600
Nota Zienswijzen Bestemmingsplan ‘Oud-Alblas, Oosteinde 7’
Nota Zienswijzen Bestemmingsplan ‘Oud-Alblas, Oosteinde 7’
Datum 16-07-2021
Versie 1.2
2
Inhoud 1.
Inleiding............................................................................................................ 4
2.
Zienswijzen ....................................................................................................... 5 2.1
3.
Volgnummer 1 ............................................................................................ 5
Ambtshalve wijzigingen .................................................................................... 8
3
1.
Inleiding
Toelichting plan Het doel van het bestemmingsplan is het wijzigen van de bestemming van de locatie Oosteinde 7, Oud-Alblas van “bedrijf” naar “gemengd” ten behoeve van specifieke bedrijfsmatige activiteiten rondom de molen, kleinschalige horeca en detailhandel. Inspraak Het college van de gemeente Molenlanden heeft op 4 december 2020 bekend gemaakt (Gemeenteblad nr. 320437) dat het ontwerp-bestemmingsplan ‘Oud-Alblas, Oosteinde 7’ (NL.IMRO.1978.BPoosteinde7ABS-ON01) vanaf 4 december 2020 voor zes weken ter inzage ligt. In deze periode kon een ieder schriftelijk of mondeling zijn zienswijze omtrent het ontwerp-bestemmingsplan kenbaar maken. Tijdens de terinzagelegging van het ontwerp-bestemmingsplan is er 1 zienswijze door het Waterschap Rivierenland ingediend. De zienswijze is binnen de daarvoor geldende termijn ingediend. In deze ‘Nota Zienswijzen is de ingediende zienswijze inhoudelijk behandeld en van een antwoord voorzien. Leeswijzer De behandeling van een zienswijze ziet er als volgt uit: een samenvatting van de zienswijze, de beantwoording van de zienswijze en tenslotte zal worden aangegeven of de zienswijze aanleiding geeft tot het aanpassen van het bestemmingsplan en welke aanpassingen dit dan betreft.
4
2.
Zienswijzen
2.1 Volgnummer 1 (Waterschap Rivierenland) # a.
Samenvatting Reclamant maakt bezwaar op het toevoegen van een Bed & Breakfast en de recreatieve verhuur van kano’s en fietsen in het bestemmingsplan, zonder dat deze functies zijn meegenomen in de parkeerberekening
Beantwoording Ten opzichte van het voorontwerpbestemmingsplan zijn de functies Bed & Breakfast, verhuur van vergaderruimten alsmede het (laten) organiseren van workshops, dagrecreatie en verhuuractiviteiten ten behoeve van recreatief gebruik, zoals kano-, boot- en fietsverhuur, toegevoegd. Per abuis waren niet alle functies niet meegenomen in de parkeerbehoefteberekening. Na onderzoek is gebleken dat inderdaad niet kan worden voldaan aan het oplossen van de parkeerbehoefte. Derhalve is besloten om de Bed & Breakfast, de verhuur van vergaderruimten alsmede het (laten) organiseren van workshops, dagrecreatie en verhuuractiviteiten ten behoeve van recreatief gebruik, zoals kano-, boot- en fietsverhuur te verwijderen uit het bestemmingsplan, zodat het plan deze functies niet meer toestaat en deze functies niet meegenomen hoeven te worden in de parkeerbehoefteberekening. Daarnaast worden de toegestane winkel en lunchroom met terras in de regels begrensd met een bruto vloeroppervlak van respectievelijk 192 m² en 224 m². Daarbij mag het bruto vloeroppervlak van de horeca in het gebouw niet groter zijn dan 120 m² en het buitenterras niet groter dan 104 m².
Aanpassing Artikels 3.1.1 lid c, e, f en h, artikel 3.1.2 en artikel 3.1.3 van de regels zijn verwijderd. Artikel 3.1.1 lid b en d worden uitgebreid met een maximum bruto vloeroppervlak. Artikel 9.2 is toegevoegd, waarin is benoemd dat voldoende parkeerplaatsen gerealiseerd moeten worden ten behoeve van de winkel- en horecafunctie. De parkeerbehoefteberekening in paragraaf 2.2.2 ‘Ontsluiting en parkeren’ van de toelichting is aangepast. In paragraaf 5.4 is de functieaanduiding ‘parkeerterrein’ toegevoegd.
Daarnaast was de parkeerbehoefte berekend op basis van de CROWpublicatie 381. Op 27 oktober 2020 is de ‘Nota Parkeernormen Molenlanden 2020’ door de gemeenteraad vastgesteld. De parkeerbehoefteberekening op basis van de CROW-publicatie in de toelichting van het bestemmingsplan 5
is vervangen door een parkeerbehoefteberekening op basis van de gemeentelijke parkeernota. In de regels is een artikel toegevoegd (artikel 9.2) waarin is geregeld dat het gebruik van gebouwen en gronden ten behoeve van de winkel- en horecafunctie uitsluitend is toegestaan indien kan worden aangetoond dat er voldoende parkeerplaatsen zijn gerealiseerd, waarbij de parkeernormen uit de ‘Nota Parkeernormen Molenlanden 2020’ (of diens rechtsopvolger) gelden. Tenslotte is in de verbeelding de aanduiding ‘parkeerterrein’ toegevoegd. In artikels 8.3 en 9.1 van de regels is toegevoegd dat minimaal 16 parkeerplaatsen binnen deze aanduiding gerealiseerd moeten worden en de overige parkeerplaatsen elders groen gerealiseerd moeten worden. b. Reclamant stelt dat de parkeerbehoefte ten opzichte van de vastgestelde parkeernormen wordt gehalveerd en dat reclamant de bijbehorende onderbouwing daarvan niet toereikend vind.
De parkeerbehoefteberekening is aangepast. Er is aangesloten bij de vastgestelde parkeernormen uit de Nota Parkeernormen Molenlanden 2020.
De parkeerbehoefteberekening in paragraaf 2.2.2 ‘Ontsluiting en parkeren’ van de toelichting is aangepast.
c.
De Nota Parkeernormen Molenlanden 2020 heeft geen parkeerkencijfers voor een lunchroom met terras. De lunchroom met terras kan niet worden vergeleken met een restaurant. Een restaurant is gericht op meerdere bezoekers welke een relatief lange tijd verblijven. Daarnaast biedt een restaurant een groter assortiment aan eten en drinken en worden er alcoholische dranken aangeboden. De beoogde lunchroom met terras biedt uitsluitend biologische en veganistische producten met een
Deze reactie heeft niet geleid tot aanpassingen.
Reclamant stelt dat voor wat betreft het terras en het serveren van broodjes wordt aangesloten bij de categorie ‘café/bar/ cafetaria’. Reclamant is van mening dat de voorliggende ontwikkeling beter past bij de categorie ‘restaurant’.
6
hoge variatie aan nuttige voedingsstoffen aan en er wordt geen alcohol geschonken. De lunchroom richt zich daarmee op een kleinere en specifieke doelgroep. Tevens zal de hoogste parkeerplaatsbezetting voor een restaurant in de avonduren plaatsvinden. Bij een lunchroom met terras zal dat op de middag met mooi en zonnig weer zijn. De beoogde lunchroom kan derhalve niet met een restaurant vergeleken worden, ook niet op het gebied van parkeerbehoefte. Om toch tot een parkeernorm te komen voor de lunchroom met terras is op basis van de kenmerken en de bezoekersaantrekkende werking van een lunchroom met terras beschreven om zo tot een parkeernorm te komen.
7
3.
Ambtshalve wijzigingen
# Aanpassing Volgnummer Toelichting 1, reactie a. De parkeerbehoefteberekening in paragraaf 2.2.2 ‘Ontsluiting en parkeren’ van de toelichting is aangepast. De parkeerbehoefteberekening is opgesteld op basis van de Nota Parkeernormen Molenlanden 2020. In paragraaf 5.4 is de functieaanduiding ‘parkeerterrein’ toegevoegd. Algemene tekstuele aanpassingen naar aanleiding van het gewijzigd plan. Regels De volgende artikels uit de bestemmingsomschrijving zijn verwijderd (doorstreept) en tekstueel toegevoegd (met groen aangegeven): 3.1 Bestemmingsomschrijving 3.1.1 Algemeen De voor 'Gemengd' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. woningen al dan niet in combinatie met aan huis gebonden beroepen ter plaatse van de aanduiding ''wonen''; b. detailhandel en retail met een maximum bruto vloeroppervlakte van 192 m²; c. bed & breakfast, met inachtname van het bepaalde in artikel 3 lid 1.2; d. horeca in de categorie 1a en 1b van de Staat van Horecaactiviteiten met een maximum bruto vloeroppervlakte van 224 m², met dien verstande dat het bruto vloeroppervlak in het gebouw maximaal 120 m2 bedraagt en het bruto vloeroppervlak van het buitenterras 104 m2 maximaal bedraagt; e. verhuur van vergaderruimten, alsmede het (laten) organiseren van workshops; f. dagrecreatie; g. extensief recreatief medegebruik; h.
verhuuractiviteiten ten behoeve van recreatief gebruik, zoals een kano-, boot- of fietsverhuur; i. ter plaatse van de aanduiding "specifieke vorm van gemengd – molen" tevens het behoud, beheer en herstel van de bestaande molen als werktuig en beeldbepalend element alsmede het uitvoeren van daaraan verbonden bedrijfsmatige activiteiten; j. ter plaatse van de aanduiding "cultuurhistorische waarden" tevens het behoud, beheer en herstel van de cultuurhistorische waarden van de bebouwing; k. bij deze bestemming behorende voorzieningen, zoals erven, groen, tuin, water, parkeervoorzieningen, nutsvoorzieningen, speelvoorzieningen en toegangswegen.
8
3.1.2 Bed & breakfast Een bed & breakfast wordt uitsluitend toegestaan indien het voldoet aan de volgende voorwaarden: a. het aantal bedden bedraagt ten hoogste 4; b. de bed & breakfast mag uitsluitend in bestaande bebouwing gerealiseerd worden; c. parkeren dient op eigen terrein plaats te vinden. 3.1.3 Recreatief medegebruik Ter ondersteuning van het recreatief medegebruik worden recreatieve voorzieningen, zoals paden, banken, picknicktafels, bewegwijzering e.d, toegestaan. 8.3 Parkeren en 9.1 Parkeren Een omgevingsvergunning voor het bouwen, het uitbreiden en/of het wijzigen van de functie van gebouwen en/of gronden wordt slechts verleend indien bij de aanvraag om een omgevingsvergunning wordt aangetoond dat gelet op de omvang of de bestemming van het gebouw en/of gronden in voldoende mate wordt voorzien in ruimte voor het parkeren of stallen van motorvoertuigen in, op of onder het gebouw, dan wel op of onder het onbebouwde terrein dat bij dat gebouw behoort. Hierbij gelden de parkeernormen, zoals vastgelegd in de 'Nota Parkeernormen Molenlanden 2020'. Indien deze beleidsregels gedurende de planperiode worden gewijzigd, dient getoetst te worden aan diens rechtsopvolger.
Met dien verstande dat minimaal 16 parkeerplaatsen worden gerealiseerd ter plaatse van de aanduiding 'parkeerterrein' en de overige parkeerplaatsen elders groen worden uitgevoerd, bijvoorbeeld middels een roosterconstructie of grasbetontegels. 9.2 Parkeren winkel- en horecafunctie Het gebruik van gebouwen en/of gronden van de winkelfunctie als bedoeld in artikel 3 lid 1.1 sub b en het gebruik van gebouwen en/of gronden van de horecafunctie als bedoeld in artikel 3 lid 1.1 sub c is uitsluitend toegestaan als is aangetoond dat gelet op de omvang of de bestemming van het gebouw en/of gronden in voldoende mate wordt voorzien in ruimte voor het parkeren of stallen van motorvoertuigen in, op of onder het gebouw, dan wel op of onder het onbebouwde terrein dat bij dat gebouw behoort. Hierbij gelden de parkeernormen, zoals vastgelegd in de 'Nota Parkeernormen Molenlanden 2020'. Indien deze beleidsregels gedurende de planperiode worden gewijzigd, dient getoetst te worden aan diens rechtsopvolger. Verbeelding De aanduiding ‘parkeerterrein’ is toegevoegd. Volgnummer Toelichting 1, reactie b. De parkeerbehoefteberekening in paragraaf 2.2.2 ‘Ontsluiting en parkeren’ van de toelichting is aangepast. De parkeerbehoefteberekening is opgesteld op basis van de Nota Parkeernormen
9
Molenlanden 2020. In paragraaf 5.4 is de functieaanduiding ‘parkeerterrein’ toegevoegd. Algemeen
Tenslotte zijn enkele algemene ambtshalve wijzigingen aangebracht: Toelichting De verhardingsbalans en verhardingstoename in paragraaf 4.2 en 7.2 zijn aangepast als gevolg van de toevoeging van parkeerplaatsen. Regels Ter verduidelijking zijn de begrippen ‘aan huis gebonden bedrijf’ (artikel 1.3) en ‘aan huis gebonden beroep’ (artikel 1.4) toegevoegd. Artikel 3.2 lid a is gewijzigd naar ‘gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, met uitzondering van erf- en terreinafscheidingen, zijn uitsluitend binnen het bouwvlak toegestaan;’ zodat ook bankjes en tafeltjes op het terras zijn toegestaan; Verbeelding In het voorontwerp-bestemmingsplan was de aanduiding ‘wonen’ opgenomen. Per abuis is de aanduiding ‘wonen’ in het ontwerpbestemmingsplan weggevallen. Met een ambtshalve wijziging wordt deze aanduiding weer teruggebracht.
10