Bijlage 4g Kerndocument tbv J-K-L2
Tekst van het document
echter zeer kostbaar zijn, zeker in een gebied als het onze. Het behoort zelfs tot de kostbaarste archeologische onderzoeken in Nederland! Dit komt door meerdere factoren: Allereerst kent de Alblasserwaard een zogenaamd gestapeld landschap. Hier is op verschillende momenten door de >jd heen sediment afgezet en/of heeB veen gegroeid. Oude bewoningsniveaus zijn daardoor afgedekt met jongere afzeingen, waarop in een latere fase op dezelfde loca>e opnieuw bewoning kan hebben plaatsgevonden. Daarom moet rekening gehouden worden met meerdere archeologische niveaus boven elkaar (“stra>grafisch gescheiden”). Bijvoorbeeld een middeleeuwse woonheuvel, met in de diepere ondergrond een donk of stroomrug. Dit vergt een uitgekiende onderzoeksstrategie. Ten tweede leidt de afdekking met klei en/of veen van vindplaatsen tot een goede conservering daarvan. De Alblasserwaard is bekend om haar rijke vindplaatsen, waarop zelfs zeer oude, prehistorische structuren en voorwerpen van organisch materiaal (bijvoorbeeld hout, been, leer) bewaard zijn gebleven. Het is een kostbare en >jdrovende zaak om dergelijke zaken op te graven en te conserveren. Een goede conservering van vindplaatsen geldt juist ook voor die uit de steen>jd. Dit zijn zogenaamde vuursteenvindplaatsen. Het opgraven daarvan moet uiterst secuur gebeuren en is daardoor zeer >jdrovend en dus kostbaar.
Een opgraving van de loca>e van één windturbine, waar een vuursteenvindplaats aanwezig is, kan al in de tonnen zo niet in de miljoenen lopen! Tot slot is logis>ek gezien opgraven in een veengebied een uitdaging door het grondwater. Omdat met name de plaatsing van XXL windturbines maar ook de realisa>e van de onderheide bijbehorende infrastructuur een diepe verstoring van de bodem te weeg zal brengen, worden ook archeologische vindplaatsen die zich op grotere diepte bevinden bedreigd. Dit betekent bijvoorbeeld dat er maatregelen tegen wateroverlast moeten worden genomen, bijvoorbeeld bronbemaling (bij de opgraving van de donk bij Hardinxveld moesten zelfs damwanden worden geslagen). De conclusie is dat archeologisch onderzoek in de zoekgebieden uitermate kostbaar is en vertraging met zich mee zal brengen. Dat geldt niet alleen voor gravend onderzoek (proefsleuven, opgravingen) maar ook voor archeologisch vooronderzoek (booronderzoek). Een “standaard” booronderzoek is hier namelijk niet voldoende om (vuursteen)vindplaatsen op te kunnen sporen. Van de boringen zullen bijvoorbeeld de boorkernen bemonsterd en uitgezeefd moeten worden, waarbij ook materiaalspecialisten betrokken zullen moeten worden. Tevens dient er ook rekening mee gehouden te worden dat bij de uiteindelijke ontmanteling van het windturbinepark de bodem extra beschadigd zal raken.
Ook in dat geval dient archeologisch onderzoek uitgevoerd te worden. In dit document wordt per zoekgebied (J, K, L2) beschreven wat de bekende archeologische waarden zijn, wat de verwach>ng is voor archeologische resten op basis van de ondergrond én de structuur van het huidige landschap, en de regels die van Rijkswege en gemeentewege (AVK) hieraan verbonden zijn. De zoekgebieden worden van oost naar west behandeld. Aan het einde van dit document is ter verduidelijking een grotere versie van de getoonde kaarten opgenomen.
Zoekgebied L2
A"eelding 2: archeologische resten in zoekgebied L2. Het meest in het oog springende element in zoekgebied L2 is een terrein van zeer hoge archeologische waarde, zijnde een archeologisch Rijksmonument (Rijksmonumentnummer 47120; donkerpaars met rode rand op ab. 2). Dit terrein bevindt zich volledig binnen de grenzen van zoekgebied L2. Het gaat hier om de Hazendonk, een vindplaats waarvan gesteld is dat deze van algemeen belang is vanwege haar betekenis voor de wetenschap. Deze vindplaats herbergt resten van bewoning uit het neolithicum (midden-neolithicum A; 3925-3500/3400 voor Chr.) op een ondiep gelegen donk. Deze donk is zelfs heden ten dage nog goed herkenbaar aan het maaiveld. Tijdens een opgraving in de jaren 70 zijn hier onder andere typisch aardewerk, werktuigen van vuursteen en been, een kano en drie menselijke skeleEen gevonden. De vindplaats geniet zowel na>onaal als interna>onale bekendheid, niet alleen onder wetenschappers maar ook onder archeologischgeïnteresseerden. De neolithische Hazendonkcultuur is naar deze vindplaats genoemd! De Hazendonk is dus een zogenaamde type-loca>e. Onlangs is aan de rand van het Rijksmonument een bronzen bijl gevonden; deze vondst toont aan dat de Hazendonk ook later, in de brons>jd, door de mens bezocht is. Van deze bijl was zelfs een gedeelte van de houten steel bewaard gebleven.
Dit duidt op zeer goede conserveringsomstandigheden van de vindplaats. Ø Op dit terrein is geen enkele bodem verstorende ac>viteit toegestaan, deze vindplaats is van Rijkswege beschermd. Ø De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) vereist in dit geval naar alle waarschijnlijkheid de uitvoer van een Heritage Impact Assessment (HIA). Een HIA wordt gebruikt om het effect van voorgenomen ruimtelijke ontwikkelingen of ingrepen (in dit geval: het ontwikkelen van
een windturbinepark) op erfgoedwaarden te bepalen. Een HIA is een >jdrovend en kostbaar onderzoek.2 De Hazendonk maakt deel uit van een groter complex van donken dat zich in de diepere ondergrond van het oostelijke deel van gebied L2 bevindt. Voor dit donkencomplex geldt een hoge archeologische verwach>ng (rood op ab. 2, groen omlijnd). Er kunnen met name vindplaatsen uit het mesolithicum en neolithicum op verwacht worden. Ø Volgens de AVK is hier bij ingrepen groter of gelijk aan 250 m2 en dieper dan 150 cm archeologisch onderzoek noodzakelijk. Delen van dit complex van donken komen plaatselijk dichter onder het oppervlak voor. Hiervoor geldt een zeer hoge archeologische verwach>ng (lichtpaars op ab. 2). Binnen zoekgebied L2 gaat het om het deel van de Hazendonk dat niet binnen het beschermde archeologische Rijksmonument valt, direct grenzend aan het oosten, zuiden en zuidwesten van het Rijksmonument. Ø Volgens de AVK is hier bij ingrepen groter of gelijk aan 50 m2 en dieper dan 30 cm archeologisch onderzoek noodzakelijk. Binnen zoekgebied L2 zijn tot slot verschillende stroomruggen in de ondergrond aanwezig. Allereerst betreB het hier de Pinkenveer stroomrug. Voor deze stroomrug geldt een hoge archeologische verwach>ng (rood op ab. 2). Gezien de ouderdom van deze stroomrug kunnen hierop resten uit het laat-mesolithicum, het neolithicum en de brons>jd worden verwacht.
Ø Volgens de AVK is hier bij ingrepen groter of gelijk aan 250 m2 en dieper dan 150 cm archeologisch onderzoek noodzakelijk. Iets jonger is de Schoonrewoerd stroomrug. Hiervoor geldt een middelhoge verwach>ng voor resten uit de prehistorie tot en met de middeleeuwen, met name het midden- en laat-neolithicum tot en met de Romeinse >jd (oranje op ab. 2). In het verleden zijn op dezelfde stroomrug resten gevonden uit het neolithicum, de brons>jd, de ijzer>jd, Romeinse >jd en middeleeuwen. Ø Volgens de AVK is hier bij ingrepen groter of gelijk aan 500 m2 en dieper dan 30 cm archeologisch onderzoek noodzakelijk. Voor de overige, op ab. 2 niet-ingekleurde delen van zoekgebied L2 geldt een lage archeologische verwach>ng. Ø Volgens de AVK is hier bij ingrepen groter of gelijk aan 10.000 m2 en dieper dan 30 cm archeologisch onderzoek noodzakelijk.
2
Voor meer informaAe, zie: hCps://www.cultureelerfgoed.nl/onderwerpen/werelderfgoed/heritage-impactassessment
Zoekgebieden K (oost) en J (oost)
A"eelding 3: archeologische resten in zoekgebieden K (oost) en J (oost). In zoekgebied K (oost) is in de diepere ondergrond een uitgestrekt complex van donken aanwezig, met name in het zuidwestelijke deel ervan, dat zich eveneens uitstrekt tot in het westen van zoekgebied J (oost). Voor deze zone geldt een hoge archeologische verwach>ng (rood op ab. 3, groen omlijnd). Er kunnen met name vindplaatsen uit het mesolithicum en neolithicum op verwacht worden. Ø Volgens de AVK is hier bij ingrepen groter of gelijk aan 250 m2 en dieper dan 150 cm archeologisch onderzoek noodzakelijk. Een deel van deze donken komt op geringere diepte ten opzichte van het huidige maaiveld voor. Voor dat gedeelte geldt daarom een zeer hoge archeologische verwach>ng (lichtpaars op ab. 3). Er kunnen vindplaatsen uit alle archeologische perioden worden verwacht, van het mesolithicum tot heden. Ø Volgens de AVK is hier bij ingrepen groter of gelijk aan 50 m2 en dieper dan 30 cm archeologisch onderzoek noodzakelijk. Dat op deze donken daadwerkelijk archeologische resten aanwezig zijn, blijkt uit vondsten die zijn gedaan ten westen van het gascompressiesta>on. Hier zijn op een ondieper gelegen gedeelte van een donk sporen van bewoning gevonden uit het mesolithicum en neolithicum, bestaande uit afvallagen met houtskool en bot (AMK-terrein3 6457, terrein van zeer hoge archeologische waarde, donkerpaars
3
Een AMK-terrein omvat behoudenswaardige archeologische resten en staat vermeld op de landelijke Archeologische MonumentenKaart.
op ab. 3). De aanwezigheid van deze vindplaats is zelfs de reden geweest dat het gascompressiesta>on meer oostelijk dan het oorspronkelijke plan is gebouwd. Tevens heeB de AWN Lek- en Merwestreek eerder in de zone met donken, binnen de contouren van zoekgebied K, een vuurstenen artefact gevonden. Binnen zoekgebied K (oost) zijn verder verschillende stroomruggen in de ondergrond aanwezig. Allereerst betreB het hier de Vuilendam stroomrug, in het noordelijke en oostelijke deel van zoekgebied K (oost). Voor deze stroomrug geldt een hoge archeologische verwach>ng (rood op ab. 3). Gezien de ouderdom van deze stroomrug kunnen hierop resten uit het laat-mesolithicum en het neolithicum worden verwacht. Ø Volgens de AVK is hier bij ingrepen groter dan of gelijk aan 250 m2 en dieper dan 150 cm archeologisch onderzoek noodzakelijk. Verder bevindt zich in het oostelijke deel van het zoekgebied K (oost), alsmede in zoekgebied J (oost), de Schoonrewoerd stroomrug. Hiervoor geldt een middelhoge verwach>ng voor resten uit de prehistorie tot en met de middeleeuwen, met name uit het midden- en laat-neolithicum tot en met de Romeinse >jd (oranje op ab. 3). In het verleden zijn op dezelfde stroomrug resten gevonden uit het neolithicum, de brons>jd, de ijzer>jd, de Romeinse >jd en de middeleeuwen.
Direct grenzend aan het westen van zoekgebied K (oost) bevindt zich een archeologisch Rijksmonument (Rijksmonumentnummer 46142, donkerpaars met rode rand op ab. 3). Op dit terrein zijn resten van bewoning in de Romeinse >jd aanwezig, op de Schoonrewoerd stroomrug. Dat betekent dat het realis>sch is te veronderstellen dat ook binnen zoekgebied K (oost) op de Schoonrewoerd stroomrug archeologische resten van een dergelijke ouderdom aanwezig zullen zijn. Ook de AWN Lek- en Merwestreek heeB hier eerder vondsten uit de Romeinse >jd gedaan. Ø Volgens de AVK is hier bij ingrepen groter of gelijk aan 500 m2 en dieper dan 30 cm archeologisch onderzoek noodzakelijk. Ten derde is in zoekgebied K (oost) ook een uitloper van de Alblas stroomrug aanwezig. Voor deze stroomrug geldt een middelhoge archeologische verwach>ng. Gezien de ouderdom van deze stroomrug kunnen resten uit de Romeinse >jd tot en met de nieuwe >jd worden verwacht. Ø Volgens de AVK is hier bij ingrepen groter of gelijk aan 500 m2 en dieper dan 30 cm archeologisch onderzoek noodzakelijk. Tot slot wordt zoekgebied K (oost) van west naar oost doorkruist door een lineair gebied met een zeer hoge verwach>ng voor archeologische resten uit de middeleeuwen en de nieuwe >jd (lichtpaars op ab. 3). Het gaat hier om het oudste bewoningslint van Wijngaarden, langs de voormalige Wijngaardse Achterdijk.
De AWN Lek- en Merwestreek, in het bijzonder Teus Koorevaar, heeB vanaf 1985 jarenlang en systema>sch onderzoek gedaan naar dit verlaten bewoningslint. Door veldlopen, boringen en het graven van proefputjes op vele plaatsen op en langs de voormalige Wijngaardse Achterdijk zijn vondsten gedaan uit de 11e en (voornamelijk) 12e eeuw. Het zijn de resten van de eerste ontginningsnederzeing Wijngaarden die hier van het einde van de 11e eeuw tot rond 1200 langs de Achterdijk lag, en zich in de 13e eeuw verplaatste naar de zuidelijke poldergrens, de huidige loca>e van het dorp. Binnen het nederzeingslint moet ook een kerk geweest zijn, gezien de 12eeeuwse vermelding van de kerk van Wijngaarden. De onderzoeken door de AWN leidden tot de ontdekking van zo’n der>g loca>es binnen het bewoningslint, waarop restanten van middeleeuwse bewoning aanwezig zijn. Deze loca>es
kenmerken zich meestal door een spreiding van aardewerk en houtskool. Op één van de huisplaatsen is in de boringen zelfs een haardplaats herkend. In deze haardplaats waren nog verkoolde granen aanwezig. Dit laatste geeB aan dat archeologische resten ter plaatse goed in de ondergrond bewaard zijn gebleven, en ook nog veel informa>e herbergen over het oudste Wijngaarden. Teus Koorevaar heeB al in de jaren 90 van de twin>gste eeuw gepleit voor bescherming van dit bewoningslint. Voor de Alblasserwaard is een dergelijke verlaten nederzeings-as tot nu toe namelijk uniek! Ø Volgens de AVK is hier bij ingrepen groter of gelijk aan 30 m2 en dieper dan 30 cm archeologisch onderzoek noodzakelijk. Voor de overige, op ab. 3 niet-ingekleurde delen van zoekgebieden K (oost) en J (oost) geldt een lage archeologische verwach>ng. Ø Volgens de AVK is hier bij ingrepen groter of gelijk aan 10.000 m2 en dieper dan 30 cm archeologisch onderzoek noodzakelijk.
Zoekgebieden K (midden en west) en J (midden en west)
A"eelding 4: archeologische resten in zoekgebieden K (midden en west) en J (midden en west). Delen van zoekgebied J (midden en west) en de zuidoostpunt van zoekgebied K (midden) liggen ter plaatse van het al bij zoekgebieden K (oost) en J (oost) genoemde uitgestrekte complex van donken. Voor die zone geldt een hoge archeologische verwach>ng (rood op ab. 4, groen omlijnd). Er kunnen op de donken met name vindplaatsen uit het mesolithicum en neolithicum verwacht worden. Ø Volgens de AVK is hier bij ingrepen groter of gelijk aan 250 m2 en dieper dan 150 cm archeologisch onderzoek noodzakelijk. Een deel van deze donken komt op geringe diepte ten opzichte van het huidige maaiveld voor. Deze zone is in dit geval opgenomen op de Archeologische MonumentenKaart (AMK) als behoudenswaardig AMK-terrein 6457, een terrein van zeer hoge archeologische waarde (donkerpaars op ab. 4). Dit AMK-terrein strekt zich uit tot in het noorden van zoekgebied J (midden). Op dit terrein zijn bij eerder archeologisch onderzoek resten van bewoning uit het mesolithicum en neolithicum aangetroffen, bestaande uit afvallagen met houtskool en bot. Ø Voor alle op de AMK aangegeven terreinen dient behoud in situ te worden nagestreefd. Volgens de AVK is hier bij ingrepen groter of gelijk aan 30 m2 en dieper dan 30 cm archeologisch onderzoek noodzakelijk.
Binnen zoekgebieden K (midden en west) en J (midden en west) zijn verder verschillende stroomruggen in de ondergrond aanwezig. Dominant in het gebied aanwezig is de Oud-Alblas stroomrug, die in zuidelijke rich>ng overgaat in de Papendrecht stroomrug. Deze stroomruggen zijn zelfs met het blote oog tegenwoordig nog goed waar te nemen aan het oppervlak. De Oud-Alblas stroomgordel reikt vanuit het noorden tot in zoekgebied K (west). Op deze stroomrug zijn eerder resten van bewoning uit de Romeinse >jd en vroege middeleeuwen gevonden. Gezien de datering
van de stroomrug, kunnen hier archeologische resten de ijzer>jd tot en met de late middeleeuwen en nieuwe >jd aanwezig zijn. Voor deze stroomrug geldt een hoge archeologische verwach>ng (rood op ab. 4). Archeologische resten kunnen zich al vlak onder het huidige oppervlak bevinden. Ø Volgens de AVK is hier bij ingrepen groter dan of gelijk aan 250 m2 en dieper dan 30 cm archeologisch onderzoek noodzakelijk. De Papendrecht stroomrug doorkruist zoekgebied K (west) en zoekgebied J (west). Verder zijn uitlopers van deze stroomrug aanwezig in zoekgebied K (midden) en zoekgebied J (midden en west). Voor de hoofdstroomrug zelf geldt een hoge archeologische verwach>ng (rood op ab. 4) en voor de uitlopers ervan een middelhoge archeologische verwach>ng (oranje op ab. 4). Op de Papendrecht stroomrug bevindt het archeologische niveau zich al vlak onder het huidige oppervlak. Er kunnen archeologische resten uit ijzer>jd tot en met vroege middeleeuwen op worden verwacht. Op de stroomrug zijn resten bekend uit de ijzer>jd, Romeinse >jd en middeleeuwen. Ø Hoofdstroomrug: volgens de AVK is hier bij ingrepen groter dan of gelijk aan 250 m2 en dieper dan 30 cm archeologisch onderzoek noodzakelijk. Ø Uitlopers: volgens de AVK is hier bij ingrepen groter dan of gelijk aan 250 m2 en dieper dan 30 cm archeologisch onderzoek noodzakelijk.
Van de Papendrecht stroomrug is een zone opgenomen op de AMK als behoudenswaardig AMKterrein 6445, een terrein van hoge archeologische waarde (paars op ab. 4). Dit terrein reikt tot vlak aan zoekgebied J (west). Ter plaatse zijn resten aangetroffen uit de ijzer>jd-Romeinse >jd, waaronder een houtskoollaag (op slechts ca. 80 cm onder het huidige maaiveld), Romeins aardewerk, enkele kuilen uit de Romeinse >jd en brandplaatsen en nederzeingsafval uit de midden- en late ijzer>jd. Deze vondsten tonen aan dat dit terrein in de ijzer>jd en Romeinse >jd door de mens bezocht en gebruikt is. Ø Voor alle op de AMK aangegeven terreinen dient behoud in situ te worden nagestreefd. Volgens de AVK is hier bij ingrepen groter of gelijk aan 30 m2 en dieper dan 30 cm archeologisch onderzoek noodzakelijk. Noemenswaardig in dit kader zijn ook de resten van een Romeinse nederzeing die onder de toenmalige ligweide van het Papendrechtse zwembad zijn gevonden. De AWN Lek- en Merwestreek heeB hier archeologisch onderzoek verricht, waarbij onder andere een grote hoeveelheid Romeinse bouwmaterialen en Romeins importaardewerk zijn gevonden. Dit duidt op de aanwezigheid van een geromaniseerde nederzeing.
Alhoewel deze vindplaats zich bevindt buiten de huidige zoekgebieden is deze hier wel noemenswaardig, omdat deze Romeinse nederzeing is gevonden op de Papendrecht stroomrug en nogmaals aantoont dat deze stroomrug in de Romeinse >jd (intensief) bewoond is geweest. In het noordoosten van zoekgebied K (midden) is tot slot een uitloper van de Alblas stroomrug aanwezig. Voor deze stroomrug geldt een middelhoge archeologische verwach>ng. Gezien de ouderdom van deze stroomrug kunnen resten uit de Romeinse >jd tot en met de nieuwe >jd worden verwacht. Ø Volgens de AVK is hier bij ingrepen groter of gelijk aan 500 m2 en dieper dan 30 cm archeologisch onderzoek noodzakelijk. Tot slot doorkruist het bij onderzoekgebied K (oost) al aangehaalde oudste bewoningslint van Wijngaarden ook het oostelijke deel van zoekgebied K (midden). Dit gebied heeB een zeer hoge verwach>ng voor archeologische resten uit de middeleeuwen en nieuwe >jd (lichtpaars op ab. 4).
Ø Volgens de AVK is hier bij ingrepen groter of gelijk aan 30 m2 en dieper dan 30 cm archeologisch onderzoek noodzakelijk. Specifiek voor zoekgebied K (midden) moet nog genoemd worden de vondst in de jaren 50 van de twin>gste eeuw van een zogenaamd knuppelpad, een pad gemaakt van houten stammetjes, dat door het veen liep. De datering ervan is niet exact bekend en is globaal gesteld op de periode neolithicummiddeleeuwen. Onlangs is iets ten zuiden van zoekgebied J (midden), precies in het verlengde van het huidige, uit de 13e eeuw stammende bewoningslint van Wijngaarden, een bijzondere vondst gedaan: een middeleeuws zegelstempel van de heren van Wijngaarden! Dit gebied levert dus de nodige archeologische verrassingen op. Voor de overige, op ab. 4 niet-ingekleurde delen van zoekgebieden K (midden en west) en J (midden en west) geldt een lage archeologische verwach>ng. Ø Volgens de AVK is hier bij ingrepen groter of gelijk aan 10.000 m2 en dieper dan 30 cm archeologisch onderzoek noodzakelijk.
Drs. M. Tump, senior KNA-archeoloog (op persoonlijke >tel) Wijngaarden, 25 mei 2024
A"eelding 1: donken in zoekgebieden J, K en L2. In het kaartbeeld zijn alleen de donken weergegeven die de drie zoekgebieden raken.
A"eelding 2: archeologische resten in zoekgebied L2.
A"eelding 3: archeologische resten in zoekgebieden K (oost) en J (oost).
A"eelding 4: archeologische resten in zoekgebieden K (midden en west) en J (midden en west).
Bijlage - Leefbaarheid
Klankbordgroep Bleskensgraaf Klankbordgroep (KBG) Bleskensgraaf (gemeente Molenlanden) Contactgegevens: www.klankbordgroepbleskensgraaf.nl info@klankbordgroepbleskensgraaf.nl Facebook: Klankbordgroep Bleskensgraaf Instagram: Klankbordgroep Bleskensgraaf Secretariaat: Amandelhof 3, 2971CB Bleskensgraaf Bleskensgraaf, mei 2024
LEEFBAARHEID DORP BLESKENSGRAAF Aan gemeenteraden van Gorinchem en Molenlanden Beknopte beschrijving over leefbaarheid in ons dorp. Maar trappen af met reactie op windmolens! Betreft Reactie op Shortlist Windturbinemolens in Vak K Ø De KBG is tegen het plaatsen van extreem hoge windturbine molens in Bleskensgraaf-zuid. ‘’Vak K’’ ligt op een afstand van ca. 500 meter van ca. 200 woningen langs de dorpslinten wijk Abbekesdoel en wijk Heulenslag. Beide wijken hebben een lengte van ca. 4 kilometer. Het is onverantwoordelijk om dicht op woningen kolossale windmolens ca. 250 meter hoog te plaatsen. De schade aan wonen (mensen) en landschap is niet overzien en de schade is onomkeerbaar en bovendien zijn grote windmolens een bedreiging voor gezondheid.
De Klankbordgroep Bleskensgraaf De Klankbordgroep zijn een groep mensen uit het dorp. Houden ca. 5x per een openbare vergadering en bespreken allerlei onderwerpen die gaan over: wonen, verkeer en parkeer, leefbaarheid, cultuur, schoon, heel en veilig wonen. De KBG wordt ondersteund door een functionaris /verbinder van gemeente Molenlanden. De vergadering wordt bezocht door inwoners en er wordt verslag gemaakt. Verslagen zijn te vinden op de website. Dorp Bleskensgraaf Het dorp telt 2900 inwoners. Ons dorp is 1 van de 20 kernen van gemeente Molenlanden (45300 inwoners). Het dorp ligt in de Alblasserwaard-west. Het is een prachtig dorp. Toeristen weten deze plek te vinden. Bijzondere plekken: Dorpscentrum; Kerk; Korenmolen De Vriendschap; Wipwatermolens; Historische Boerderij Gijbeland en het riviertje De Graafstroom sieren het dorp. Het dorp heeft met 4 dorpslinten. Je kunt het vergelijken met de hoofdletter ‘’H’’ Hoofdverkeersontsluiting dorp is via de Wervenkampweg naar de provinciale weg N214. Omgeving Bleskensgraaf Het gebied is omringd door rivieren. zuid: De Merwede; noord De Lek en west De Noord. In het midden, gebied, langs de dorpen, stroomt het riviertje De Graafstroom, dat uitmondt in rivier De Lek. Bleskensgraaf ligt in het middendeel. Dit gebied is veenweide land. Ook genoemd het platteland. Het veenweide land wordt voornamelijk benut voor veeteelt.
Oude boerderijen en moderne agrarische bedrijven zijn wisselend aanwezig. Het veenweide land levert een hoge bijdrage aan melkproductie. Het behoud van deze unieke streek vraagt behoedzaamheid om stedelijke opstallen en opvallende installaties zo mogelijk te weren. Leefbaarheid Bleskensgraaf De leefbaarheid is als goed te kwantificeren. Dit uit zich in, het dorp heeft winkels voor de eerste levensbehoefte. In de kern vind je het gemeentekantoor, de plek waar de inwoners van de gemeente fysiek documenten kunnen regelen en afhalen. Naast het gemeentekantoor heeft politie een 2024-05-24 Dorp Bleskensgraaf_leefbaarheid_uniek.docx
kantoorlocatie voor de regio. Ook de brandweer beschikt over een professionele huisvesting en materialen. Knelpunt is de woningbouw. Overheden komen niet tot een akkoord. Met gevolg?! Jongeren – Ouderen – Zorg – Welzijn en Openbaar vervoer Dorp Bleskensgraaf heeft 2-basisscholen. Capaciteit ca. 450 kinderen. Je vindt er verblijf kinderopvang en vóórschoolse- en naschoolse opvang. Je vindt in het dorp De Spil dorpshuis/annex sportzaal en een fitnessruimte. Je vindt in het centrum 4-ouderen centrums. Ca. 250 WLZ-ouderen wonen hier. Je vindt er drie kerkgenootschappen. Ieder beschikt over bijzondere huisvesting. Je vindt er COA-huisvesting. Eerst een periode in 2015 en vanaf 2023 opnieuw vol. Je vindt er een huisartsenpost met 2,0 fte arts + verschillende praktijkondersteuners. In het dorp zijn veel vrijwilligers actief voor het verenigingsleven en bij zorginstellingen. Het hele jaar bezoeken sportievelingen, recreanten, gasten en motorenclubs deze streek. Het openbaar vervoer heeft bushaltes in het dorp en de buurtbus past in het dienstrooster. Ons dorp ligt dicht bij de plaatsen van Drechtsteden. Ruim aanbod van producten en diensten. Politiek Politieke voorkeuren. Dorpsinwoners stemmen als gemiddeld Nederland waarbij de christelijke rechtse politiek zich ten opzichte van het stedelijke gebied onderscheidt. Gezichtsbepalende bedrijven Het dorp heeft een bedrijventerrein.
In 2025 is het terrein vol. Alle bedrijven behoren tot de categorie schone industrie. Sommige bedrijven leveren goederen internationaal. Vanouds is in het dorp te vinden kaasfabriek De Graafstroom. Miljoenen kilo’s kaas worden afgezet naar binnen- en buitenland. Waarom deze beschrijving hierboven De Klankbord Bleskensgraaf hecht grote waarde aan dat het dorp Bleskensgraaf en omgeving VEILIG en LEEFBAAR blijft voor iedereen. Jong en Oud. Uit publicaties over windturbinemolens blijkt dat de VEILIGHEID & GEZONDHEID dicht bij de windmolen in het geding raakt, als het plaatsen van XXL-windmolens doorgaan vindt: Hinder kan verwacht worden van: geluid, windturbulentie, slagschaduw, overlast allerlei, milieugevolgen, door defecte motoren en ouderdom van de rotorbladen. Dit materiaal brokkelt af en de composiet verspreid zich over het veenweide land. Gemeente en Provincie Grote windmolens wekken veel energie op. De vraag blijft staan hoeveel schade moeten mensen accepteren als windmolens dichtbij wonen staan. Doe het niet. Kies een plek voor windturbinemolens waar de woondichtheid laag is en streef naar een afstand van minimaal 2 km tot wonen.
Plaatje van het platteland. Gezien vanuit noordoost in de verte het dorp Bleskensgraaf.
2024-05-24 Dorp Bleskensgraaf_leefbaarheid_uniek.docx
Voetgangersbrug Spillegang Bleskensgraaf-centrum over de Graafstroom ‘’ Brug een symbool van verbinding’’ Als voorbeeld voor het dossier windopwekking in de Alblasserwaard.
Klankbordgroep Wijngaarden
Wijngaarden, kleine parel aan de rand van de Alblasserwaard Over een lengte van zo’n 5 kilometer slingert het lintdorp Wijngaarden langs de grens van de gemeenten Molenlanden, Hardinxveld-Giessendam, Sliedrecht en Papendrecht. Wijngaarden is een klein dorp; 280 woningen en 730 inwoners. Wat inwoners betre de kleinste kern van de gemeente Molenlanden. Iedereen kent elkaar, is vaak familie van elkaar. Men ontmoet elkaar bij de basisschool, in de kerk, bij één van de vele verenigingen en bij de ac viteiten die worden georganiseerd. Het was al jd rus g wonen in Wijngaarden. Weinig winkels en faciliteiten; een school, een verenigingsgebouw, een ijsjeswinkel. Dat is genoeg. Geen industrie of andere grote bedrijven. En daardoor weinig vraag naar energie. Ook de mensen uit de omgeving zien de schoonheid van het dorp, fietsen of wandelend genieten ze van de oude boerderijen en het weidse uitzicht op de prach ge polder.
Hechte samenleving Doordat Wijngaarden zo’n klein dorp is, is de samenleving hecht. Mensen zien naar elkaar om en helpen elkaar. Door de plannen voor windturbines ontstaan er nu tegenstrijdige belangen. Grondeigenaren, veelal veehouders, zien een mogelijkheid om hun bedrijf rendabel te houden c.q. te krijgen. Een welkome aanvulling op het bedrijfsinkomen in een periode waarin het boerenbedrijf onder druk staat. Daar staat een groep inwoners tegenover, die zich erns g zorgen maakt over de gevolgen van de komst van windturbines dicht bij de lintbebouwing. Het verdwijnen van het open landschap van de Alblasserwaard. De bedreiging voor weide- en trekvogels. Geluidsoverlast, wég is de s lte. Maar vooral maakt men zich zorgen over de gezondheidsrisico’s, onder andere door mogelijke nachtrustproblemen. De verschillende belangengroepen komen steeds meer tegenover elkaar te staan. Dit gee onrust binnen families en tussen buren. Nu al, terwijl het nog helemaal niet zeker is dat de windturbines daadwerkelijk zo dichtbij gaan komen. Hoe gaat dat verder?
Wijngaarden, zon op het dak Ook in Wijngaarden zoekt men een goede manier om bezig te zijn met schone energie. Wie de moeite neemt om het dorp door te fietsen zal zien dat op veel daken van woningen en bedrijven zonnepanelen zijn gemonteerd. De eerste zonnepanelen verschenen al in 2012, láng voor het akkoord van Parijs, láng voor de eerste RES-plannen.
Rondom het dorp Wijngaarden – Klankbordgroep Wijngaarden – 10 mei 2024 – blz. 1 van 4
Klankbordgroep Wijngaarden Wijngaarden, van alle kanten bedreigd Inmiddels lijkt het met de rust gedaan en blijkt Wijngaarden niet meer zo’n gezonde leefomgeving als gedacht. Er komt van alles op ons af:
PFAS-vervuiling door Dupont/Chemours o Jarenlang hee de fabriek van Dupont/Chemours PFAS vervuiling verspreid over de regio. Wijngaarden ligt "in de rook van" deze fabriek, ook hier blijkt dat de grond erns g is vervuild, dat blijkt uit onderzoek van het moestuincomplex. Het (vaak) eten van groenten uit eigen tuin en de eieren van eigen kippen wordt afgeraden.
Sliedrecht-Noord – nieuwe wijk in de polder o Ten zuiden van Wijngaarden gaat de gemeente Sliedrecht de wijk Sliedrecht-Noord bouwen, hier moeten 2500 woningen komen, gedeeltelijk hoogbouw. Het open polderlandschap tussen Sliedrecht en Wijngaarden wordt gevuld. o De provinciale weg tussen Sliedrecht en Bleskensgraaf doorkruist het Oosteinde van Wijngaarden. Nu al is het een groot probleem om hier over te steken, vooral in de spits. Vooral voor schoolkinderen is dit een zorg. Als de nieuwe wijk Sliedrecht-Noord wordt gerealiseerd en de nieuwe fly-over naar Sliedrecht is gebouwd, is de verwach ng dat deze provinciale weg nog veel drukker zal worden. o Ook op de andere routes door en rond Wijngaarden verwachten we toename van verkeer door deze nieuwe wijk.
Sluipverkeer o Doordat de verbreding van de A15 is uitgesteld komt jdens de spits veel sluipverkeer door Wijngaarden, zowel Noord-Zuid als Oost-West. o Zoals hierboven beschreven wordt door de bouw van Sliedrecht-Noord meer sluipverkeer verwacht.
Geluidsoverlast o Ten zuiden van Wijngaarden lopen 3 grote verkeersaders, de A15, de Merwede-Lingelijn en de Betuwelijn. Dit levert een flinke hoeveelheid geluidsoverlast. Waar er al geluidsscherm zijn geplaatst, is dat om het geluid weg te houden van Sliedrecht. En kaatst het geluid naar het noorden, daar waar Wijngaarden ligt.
RES-Drechtsteden o Ten zuiden van Wijngaarden is in de RES-Drechtsteden een uitwerkgebied voor zonnevelden en een onderzoeksgebied voor wind opgenomen. Deze gebieden sluiten aan op het plangebied SliedrechtNoord.
Uitbreiding hoogspanningsnetwerk Tennet o Ten noorden en oosten van Wijngaarden lopen drie van de hoogspanningslijnen van Tennet.
en zoektracés voor de nieuwe
Gaspompsta on o Ten noordwesten van Wijngaarden ligt een groot gaspompsta on. Nu er plannen zijn voor windturbines vlak bij dit gaspompsta on, maken veel mensen zich zorgen over de risico’s die we daardoor lopen.
Rondom het dorp Wijngaarden – Klankbordgroep Wijngaarden – 10 mei 2024 – blz. 2 van 4
Klankbordgroep Wijngaarden Wijngaarden, van alle kanten bedreigd (vervolg)
Zoekgebieden wind, vlakken J, K en L2 o De zoekgebieden voor wind, vlakken J, K en L2 omringen Wijngaarden. Het oostelijke deel van zoekgebied J ligt zelfs op minder dan 400 meter afstand van de lintbebouwing. Minder dan 400 meter!!! Zoekgebieden K en L2 liggen op zo’n 700 tot 850 meter van de lintbebouwing. Zodanig dichtbij dat de zorg voor geluidsoverlast en daarmee gezondheidsproblemen, reëel is.
Wijngaarden hee uw zorg nodig! Beste gemeenteraad van onze gemeente Molenlanden, wij doen vanuit dit kleine dorp aan de rand van uw gemeente een dringend beroep op u: laat de zorgplicht voor uw inwoners voorgaan op andere overwegingen in de zoektocht naar windgebieden. Uw invloed op alles wat er rondom aan plannen wordt gemaakt is over het algemeen zeer beperkt. Niet in dit geval! Kies voor een verantwoorde afstand van windturbines tot woningen, spreek u uit voor een afstand van minimaal twee kilometer! Klankbordgroep Wijngaarden
Wordt dit de nieuwe skyline van Wijngaarden?
Rondom het dorp Wijngaarden – Klankbordgroep Wijngaarden – 10 mei 2024 – blz. 3 van 4
Klankbordgroep Wijngaarden
Rondom het dorp Wijngaarden – Klankbordgroep Wijngaarden – 10 mei 2024 – blz. 4 van 4
Bijlage - Natuur
RAPPORTAGE WAAROM GEEN WINDMOLENS IN VAK-K
IMPACT WINDMOLENS OP FLORA EN FAUNA IN VAK-K “Beter 10 vogels in de lucht, dan één in de hand.” Rapportage samengesteld namens Stichting Polderlandschap Bleskensgraaf West door: -
R. Leeuwis
Foto: Purperreiger in polder Bleskensgraaf Zuid (Ron Leeuwis)
Een rapportage gebaseerd op de informatie van diverse onderzoeken van verschillende organisaties die ook als zodanig door de overheid erkent zijn en nationale en internationale wetgeving (zie bronvermelding).
INHOUD SAMENVATTING GEBIEDSOMSCHRIJVING: •
1.1 Vak -K en zijn omgeving
•
1.2 Natura 2000 gebieden
•
1.3 Overige Natuurgebieden
•
1.4 NNN-gebieden en ecologische verbindingszones
•
1.5 Reeds aanwezige risicovolle infrastructuur
ROL VAN VAK-K IN DE OMGEVING: •
2.1 Foerageergebied
•
2.2 Migratie gebied
•
2.3 Broed en/of voortplantingsgebied
SOORTEN BEKEND IN VAK-K •
3.1 Flora
•
3.2 Insecten
•
3.3 Vissen
•
3.4 Reptielen en amfibieën
•
3.5 Zoogdieren
•
3.6 Vogels
INTERNATIOLE, NATIONALE EN PROVINCIALE WETGEVING EN AANBEVELINGEN: •
4.1 Internationale wetgeving - 4.1.1. Vogelrichtlijn - 4.1.2. Habitatrichtlijn - 4.1.3. Convenant van Bern en Bonn
•
4.2 Nationale wetgeving en/of aanbeveling - 4.2.1 Omgevingswet - 4.2.2 Soorten van de leefgebieden benadering
•
4.3 Provinciaal beleid
•
4.4 Bronvermeldingen
CONCLUSIE
2
SAMENVATTING In verband met de plannen voor het plaatsen van windmolens in vak-K, hebben we een rapport willen opstellen, waarin duidelijk wordt dat vak-K geen geschikte locatie is. Dit vanuit het oogpunt van natuur, omdat die met name in dit deel van de Alblasserwaard een enorm belangrijke rol speelt, anders dan in verschillende andere delen. Het is niet dat we als Stichting Polder Bleskensgraaf West tegen duurzame energie zijn of tegen energietransitie, maar deze vorm en de locatie in vak-K, heeft een te grote impact op met name de fauna. Deze ligt sowieso al onder druk door het aantal slachtoffers langs de N214 en de aanwezige hoogspanningsmasten, waardoor de rek qua procentueel aanvaardbare slachtoffers, er wel uit is. Onderstaand benomen we een aantal belangrijke bezwaren tegen het plaatsen van windmolens in Vak K.
Vak-K ligt in de verbindingszone tussen Natura 2000 gebieden Tussen Natura 2000 gebieden De Biesbosch en de Donkse Laagten migreren dagelijks grote aantallen vogels( zie 1.2). Specifiek Vak K ligt in de volle breedte in de migratiegebied ( zie afbeelding ). Het plaatsen van grote windmolens in Vak K verstoren deze dagelijkse verplaatsing van vooral ook beschermde vogelsoorten zoals o.a. de kolganzen, brandganzen en de kleine zwaan. In het rapport van Arcadis is geen rekening gehouden met de verbinding tussen de Natura 2000 gebieden. Daarbij bedenke men dat er een dusdanig aantal dieren voorkomt, die zo verstoringsgevoelig zijn, waardoor de natuurdoelstellingen die we in het gebied hebben, maar ook dat van het Natura 2000 gebied “De Donkse Laagten”, zwaar onder druk komen te staan en mogelijk verloren zullen gaan. (zie 1.2) Vak K vormt een ecologische verbindingszone tussen Natuurnetwerk-Nederland-gebieden De ecologische verbindingszones tussen natuurgebieden vallen onder Natuurnetwerk Nederland gebieden. De provincie Zuid-Holland heeft daarvoor in Vak-K, de hele strook langs de N214 gekozen tussen Alblasserbos en Kraaienbos. ( zie 1.4) In Vak K verblijven vogels die volgens de Europesche wetgeving een beschermde status hebben. Vak-K vervult een heel belangrijke functie als foerageergebied.
Vanaf eind oktober tot eind maart vooral voor ganzen, kleine zwaan (leeft hoofdzakelijk in dit stuk Alblasserwaard en hoort tot de vijf gebieden van grootste populaties in Nederland). Met name de brandgans staat Europees gezien op de rode lijst. (zie 2.1en 4.1) Echter er zijn nog meerder vogels die broeden in het NNN-gebied, zoals visdief, veldleeuwerik, uilen, torenvalk, buizerd, maar ook aan de rand van het gebied de bruine kiekendief en purperreiger ten noorden van het Kraaienbos.
Vak K en de nieuwe omgevingswet In de nieuwe omgevingsvisie die is vastgesteld door de provincie Zuid-Holland is heel duidelijk aangegeven dat de provincie er alles aan doet om de natuur en biodiversiteit te willen gaan verbeteren.
3
Legenda: De roodomrande gebieden, zijn de vier Natura 2000gebieden, te weten: •
Kinderdijk (links boven).
•
De Donkse Laagten (midden boven).
•
De Zouweboezem (rechts boven) (Op de purperreiger na misschien, heeft de Zouweboezem weinig impact op vak-K en wordt verder in de rapportage niet genoemd).
•
De Biesbosch (midden onder).
De groen omrande gebieden, zijn de NNN-gebieden en overige natuurgebieden, te weten: •
Alblasserbos Papendrecht (linksonder bij vak K2).
•
NNN-gebied en ecologische verbindingszone langs N214, tussen bovengenoemd gebied en …
•
Kraaienbos (noord en zuid van N214 aan rechterkant).
•
Daarnaast een paar kleine NNN-gebieden rondom de Donkse Laagten. Ook elders in de Alblasserwaard zijn NNN-gebieden, maar zijn niet ingetekend, om de tekening duidelijk te houden.
De groene pijlen staan voor dagelijkse migrerende bewegingen van vogels tussen broed en foerageergebied, en/of tussen foerageergebied en rust of slaapplaats. De gele sterren geven aan waar broed en/of slaap/rust gebied is voor vogels en/of vleermuizen.
4
GEDIEDSOMSCHRIJVING 1.1 Vak-K en zijn omgeving Vak-K wordt voor het overgrote deel bedekt door agrarisch weidelandschap. Aan het noorden begrenst door de lintbebouwing en dorpskern Bleskensgraaf. In het midden door de N214 met de ecologische verbindingszone (NNN-gebied). In het zuiden door de lintbebouwing en dorpskern van Wijngaarden. In het oosten door natuurgebied het Kraaienbos en in het westen door het natuurgebied het Alblasserbos. De biodiversiteit in Vak-K is de laatste decennia, ontzettend verarmd, doordat bloemrijke graslanden, plaats hebben moeten maken voor productierijke graslanden. En de sterke verdroging, waardoor het steeds minder geschikt weidevogelgebied is geworden (omdat het veen inklinkt, verdicht en waardoor er minder regenwormen en emelt als voedsel te vinden zijn voor weidevogels). Langs de N214, is de biodiversiteit groter, door de afwisseling van bomen, struiken en op sommige plaatsen afgewisseld door bloemrijke graslanden. Zeker ook één van de oudste historische landschapselementen met een grote natuurwaarde die hier worden gevonden zijn de houtkades. Deze zone is in hoofdzaak samengesteld uit wilgen, essen en zwarte els. Knotwilgen en pest of geriefhout bosjes, zijn op een paar knotwilgen na, helaas uit het landschap rond en in Vak-K zo goed als verdwenen.
De vele sloten en weteringen bevatten nog veel watervogels, reigersoorten als purperreiger en kikkers als b.v. heikikker. De groene ecologische zone is zowel een goed vogelbroedgebied voor met name zangvogels en spechten, maar ook door diverse vleermuizen. Dit zal verder uitgewerkt worden in hoofdstuk 3. 1.2 Natura 2000 gebieden Als we de cirkel rond Vak-K die relevant zijn voor de waarde van Vak-K, dan zijn dat er drie: Allereerst de Biesbosch. Dit ligt buiten Molenlanden, maar hemelsbreed is het maar een paar kilometer. De impact van de Biesbosch is enorm groot op Vak-K. Dit Natura 2000 gebied heeft qua doelstellingen en doelsoorten enorme aantallen qua flora en fauna. De meest relevante doelstellingen voor Vak-K, zijn wel dat de Biesbosch een slaap en rustgebied is voor ganzen, kleine zwaan en watervogels. Maar ook een plaats waar trekvogels in voor- en najaar daar verzamelen om zogenaamd; “op te vetten”. Dat betekent in de praktijk dat trekvogels (die een poos blijven rondhangen in de omgeving, voordat ze verder trekken) in die periode boven Vlak-K de “landing” in gaan zetten naar, of het stijgen vanuit de Biesbosch in gaan zetten. Met andere woorden, trekvogels die direct doorvliegen, zitten meestal veel hoger. Veel doelsoort vogels vanuit de Biesbosch die daar rusten of slapen, foerageren ook in het gebied van Vak-K. En migreren dagelijks een aantal keer heen en weer.
Migrerende vogels vliegen nooit hoog, om energie te sparen, men denkt dan aan hoogtes tussen de 100 en 300 meter. Wanneer we het over migratie hebben, komende we vanzelf bij het tweede Natura 2000 gebied. Naast de wintergasten, ook de zeearend en visarend, die een bijlage 1 soort is van de Vogelrichtlijn. Aangetoond doorjarenlange uitvlieg tellingen van de Biesbosch, die hoofdzakelijk noordwaarts gaat, dus over Vak-K
5
-
-
6
De Donkse Laagten. Dit Natura 2000 gebied (Vogelrichtlijn Hfdst 4.1.1), ligt ten noorden van Bleskensgraaf. De doelstelling en doelsoorten voor dit gebied zijn op basis van de internationale Vogelrichtlijn, het bieden van rust en slaapplaatsen en foerageergebied voor met name de brandgans (hoogste beschermingsstatus, zie hoofdstuk 4), kolgans en grauwe gans en tegenwoordig ook slaapplaats voor de ernstig bedreigde kleine zwaan. Dat zijn dezelfde Natura 2000 doelstellingen en doelsoorten, als ook die van de Biesbosch. Het foerageergebied ligt hoofdzakelijk dus tussen deze beide natuurgebieden in. Dus de dagelijkse migratie over en weer is zeker van medio oktober t/m medio eind maart, heel groot. Daarnaast heeft de Donkse Laagten een beheertype toegewezen gekregen van N13.03, wat betekent: “nat weidevogelgrasland”. Volgens de habitatrichtlijn (Hfdst 4.1.2) moet er dus gezorgd worden dat het een optimaal weidevogel broedgebied is voor o.a. grutto, kievit, scholekster, veldleeuwerik, visdief en tureluur.en de laatste jaren de extreem zeldzame broedvogel, de Woudaap. Dat is het kader van de doelstelling van het Natura 2000 gebied, maar uiteraard kan het niet als postzegel bestaan. En dat zien we dan ook wel aan de concentratie weidevogels in de omgeving van de Donkse Laagten, waar ook steeds meer agrariërs zich voor inzetten.
Dus naast het Natura 2000 gebied, zien we de doelsoorten vanuit de Vogelrichtlijn, ook in hoge concentraties in polder Bleskensgraaf noord. Deze doelsoorten van de directe doelstelling van het Natura 2000 gebied, migreren dus dagelijks met het Natura 2000 gebied de Biesbosch. Bij ingrijpende natuuractiviteiten in Vak-K, zal het Natura 2000 gebied, ernstig in zijn voortbestaan bedreigd kunnen worden, omdat het volledig afhankelijk is en in symbiose leeft door de migratie, met de Biesbosch. Kinderdijk is het derde natura 2000 gebied. Doelstelling en doelsoorten zijn met name instandhouding en verbetering van het gebied als broedplaats voor met name purperreiger en zwarte stern en porseleinhoen, op basis van de vogelrichtlijn, maar ook het in standhouden van soorten als visdief, bruine kiekendief, blauwborst en kleine karekiet. Daarnaast het in standhouden van het gebied als N05.03, wat staat voor “veenmoeras” en de daarbij behorende soorten, volgens de habitatrichtlijn. Kinderdijk heeft mede zorg gedragen dat de purperreiger niet zou uitsterven in Nederland en de populatie is stabiel. Kinderdijk vecht voor het behoud van de zwarte stern, door nestvlonders te leggen. Wat betreft purperreiger, die broeden ook in de Biesbosch, maar voor VlakK nog belangrijker, is in het natuurgebied Kraaienbos. Dit zorgt dat de purperreiger voortdurend foerageert in Vak-K.
De zwarte stern zal meer migreren richting Donkse Laagten, maar de visdief waarvoor gestreden wordt in de Donkse Laagten, foerageert ook vaak in Vak-K. Dan nog de bruine kiekendief, die broedt in alle genoemde natuurgebieden en foerageren ook in Vak-K. Van de bruine kiekendief is bekend dat die heel gevoelig zijn voor windmolens en veel slachtoffers vallen daaraan. Niet geheel onbelangrijk om te vermelden is, met betrekking tot Kinderdijk, dat het moeilijk is om de doelstelling van Kinderdijk te halen als Natura 2000 gebied en dat de provincie onlangs bekend gemaakt heeft om grote stukken land op te kopen en die als natuur in te richten. Dit om toch de doelstelling van Kinderdijk te halen en te verbeteren. Dit betekent ook dat daarmee de onderlinge verhoudingen in het Natuurnetwerk, in de driehoek Biesbosch, Donkse Laagten en Kinderdijk, steeds groter wordt. Voetnoot daarbij is wel dat dit ook met de waterkwaliteit te maken heeft.
Bron: Image van Stichting Polderlandschap Bleskensgraaf West
1.3 Overige natuurgebieden Dan blijven er nog drie natuurgebieden over rond Vak-K, te weten: Het Alblasserbos Papendrecht, een bio divers bos wat veel broedvogels herbergt. Met name één van de laatste bolwerken waar nog enkele paren van soorten als wielewaal en nachtegaal voorkomen. Soorten die hard achteruitgaan. Elders in de omgeving van Vlak-K en hele omgeving komen ze niet voor. Nu zullen die niet snel slachtoffer worden van wieken, maar zijn wel heel verstoringsgevoelig. De kans is groter dat met name uilen als bosuil, kerkuil, ransuil en buizerd slachtoffer worden. Maar het grootste risico door de rol van het Alblasserbos en de daaraan verbonden NNN-gebieden zijn wel de vleermuizen (zijn allen beschermd). Met name in zulke natuurgebieden, planten diverse vleermuizen zich voort, met het grootste risico voor de ruige dwergvleermuis, omdat die het meeste trekken in de omgeving om te jagen. Ook al staan de soorten die hier voorkomen nog niet op de rode lijst betekent, maar hun aantallen gaan landelijk hard achteruit en zeker bij ons ook, vanwege dat er te weinig insecten meer zijn en te weinig plaatsen om voort te planten. - Het natuurgebied ten noorden langs de N214 en ten westen van de N284 van Staatsbosbeheer met het beheertype N12.02, wat betekent Kruiden- en Faunarijk grasland.
Dit natuurgebied kan zijn doelstellingen niet meer behalen, door het kleine oppervlakte, direct aan de N214, de hoogspanningskabels en het tekort aan insecten. Een typisch voorbeeld van een natuurgebied, dat te veel negatieve effecten van de mens ervaart en daarom niet meer aan zijn doelstellingen kan voldoen.
7
-
Het derde natuurgebied aan de oostkant van Vak-K, is het Kraaienbos, dat zowel ten noorden, als ten zuiden van de N214 ligt. Het Kraaienbos heeft een heel belangrijke functie, omdat die ook twee rode lijst soorten bevat die er broeden, de purperreiger en bruine kiekendief. Maar ook de enige plaats is in de regio, waar met zekerheid vastgesteld is dat de baardvleermuis zich daar voortplant. Vlak-K is dus het foerageergebied voor deze soorten. Het aanvarings- en verstoringsrisico (zie tabel Hfdst. 3.2) en mate van bedreiging van de soort, is voor de bruine kiekendief heel groot en de purperreiger behoorlijk groot (Bron: Sovon onderzoek windenergie gevoeligheidskaart, in opdracht van ministerie LNV)
1.4 NNN-gebieden en ecologische verbindingszones De ecologische verbindingszones tussen natuurgebieden vallen onder Natuurnetwerk Nederland gebieden. De provincie Zuid-Holland heeft daarvoor in Vak-K, de hele strook langs de N214 gekozen tussen Alblasserbos en Kraaienbos. Dat kunt u zien aan de hieronder geplaatste kaart van de provincie. Omdat natuurgebieden in de Alblasserwaard schaars zijn en vaak klein, zijn deze NNN-gebieden van enorme waarde voor de natuur. Mede ook doordat er weinig over is van een natuur inclusief Landschapsbeleid is (dit in tegenstelling tot de Krimpenerwaard). Deze strook is met name belangrijk voor zangvogels, roofvogels als bosuil, ransuil, sperwer, torenvalk en buizerd, die er rusten, maar ook broeden. Maar ook als voortplantingsgebied voor vleermuizen. Uiteraard jagen die dieren in hun omgeving en daar dit NNN-gebied in Vlak-K (er zijn er natuurlijk meer) ligt, jagen de dieren dus ook in Vlak-K. In de winter is het ook nog op bepaalde plaatsen een rustgebied voor de houtsnip en die is enorm gevoelig voor verstoring door windmolens. Evenzo de roek die steeds minder voorkomt, maar nog wel aanwezig en de sperwer. Voor de sperwer geldt niet alleen dat deze verstoringsgevoelig is, maar ook vaak slachtoffer van de wieken.
Dat geldt ook voor een soort die landelijk hard achteruitgaat en waar windmolens ook een behoorlijke mate van bedreiging heeft voor het voortbestaan van de soort, is de veldleeuwerik. Komt in Vlak-K en Donkse Laagten nog wel als broedvogel voor, maar gaan hard achteruit. Vandaar de extra maatregelen in de kleine NNN-gebieden aan de rand van de Donkse Laagten, om deze soort te helpen.
Ransuil en Kerkuil (slachtoffer) in Vlak-K
8
Bron: pzh.maps.arcgis.com
1.5 Reeds aanwezige risicovolle infrastructuur Veel elementen in onze infrastructuur zien we als gewoon en behoren gewoon bij onze samenleving. Toch willen we er een paar benoemen, omdat die in een optelsom, relevant zijn voor Vlak-K. - De provinciale weg N214. Het NNN-gebied grenst daar direct aan. Door veel voorstanders van windmolens wordt het argument gebruikt dat er meer vogels en vleermuizen het dodelijk slachtoffer
-
worden van het verkeer, dan van windmolens. Dat klopt, daar hebben ze gelijk in en dat erkent de overheid ook, vandaar de plaatsing van bijvoorbeeld schermen (mitigerende maatregel) ten gunste van vleermuizen bij het hoge kruispunt op de N214 met de N216. Het risico bij Vlak-K is hoger voor onder andere kleine zangvogels, uilen, weidevogels en vleermuizen, omdat die laag vliegen naar de beschutte plaatsen waar ze rusten, broeden en slapen in het NNN-gebied. Hiervoor is misschien ooit een aanvaardbare risicoanalyse gemaakt, die meestal tussen <1% tot <5% is. Als je nu er ook windmolens bij zet, wordt het risico aannemelijk hoger. Ten tweede loopt er al een hoogspanningsnetwerk door Vak-K wat ook dodelijke slachtoffers maakt. Ook hier zou het aanvaardbaar risicoanalyse toegepast moeten zijn van, < 1% tot < 5%.
Wanneer er nu ook nog windmolens zouden worden geplaatst van deze omvang, dan ligt het aanvaardbaar risico al vooraf eigenlijk op 0%, omdat we ons geen verder risico kunnen veroorloven voor zo’n belangrijk kruispunt van vogels in de Alblasserwaard. Dat gaat absoluut de kwaliteit van de natuur, de doelstellingen van de Natura 2000 gebieden en het aantal vogelsoorten, die Europese rode lijst soorten zijn en dus juist extra beschermd moeten worden, negatief beïnvloeden (zie tabel Hfdst 3.2). En mocht er dan in de toekomst ook nog een bovengrondse uitbreiding komen van het hoogspanningsnetwerk, dan zal het effect zo groot zijn, dat er veel soorten het niet gaan overleven als populatie (zie migratie gebied Hfdst.2.2 en we ons niet aan de Europese wetgeving hebben gehouden. Dat zijn oorzaken die voorzien kunnen worden en dat mag niet zomaar (zie speciale zorgplicht omgevingswet Hfdst. 4), maar moeten we bovenal niet willen wensen. Belangrijk gegeven is: .dat landelijk gezien zijn de laatste 10 jaar de wintergasten redelijk stabiel zijn. Alleen de brandgans laat een lichte daling zien, echter de kleine zwaan (ernstig bedreigde soort, zie “gevoeligheidstabel”), een sterk verontrustende daling. Daarentegen gaat de helft van de broedvogels hard achteruit in met name agrarische gebieden en kwelders. In bosgebieden en moerassen (dat geldt landelijk,
9
maar niet voor Kinderdijk en de Donkse Laagten) zijn ze redelijk stabiel of gaat het iets beter. Aangezien we op kwelders na, alle natuurtypen hier hebben in deze hoek, hebben we een mooie, maar moeilijke taak en uitdaging, omdat we een specifieke zorgplicht hebben (zie Hfdst 4.2.1) . (Informatie landelijke trends, Bron: Sovon – Vogelbalans)
ROL VAN VAK-K IN DE OMGEVING
2.1 Foerageergebied Vak-K vervult een heel belangrijke functie als foerageergebied. Vanaf eind oktober tot eind maart vooral voor ganzen, kleine zwaan (leeft hoofdzakelijk in dit stuk Alblasserwaard en hoort tot de vijf gebieden van grootste populaties in Nederland). Met name de brandgans staat Europees gezien op de rode lijst, waar maatregelen moeten worden genomen om het habitat te beschermen (convenant van Bonn), hoewel er meer kolganzen (gemiddeld per dag in januari en februari 1500 de laatste 10 jaar) en grauwe ganzen (2000, zijn de laatste 10 jaar als enige gans toegenomen, mede doordat ze ook meer broedvogel zijn geworden) foerageren en de grootste populatie brandganzen doen dat ten noorden van Bleskensgraaf (zie migratie gebied), maar komen steeds dichter bij de Graafstroom dus richting Vak-K. In de lente en zomer is het vooral foerageergebied voor onder andere purperreiger, kievit, grutto, visdief, veldleeuwerik en bruine kiekendief en nog een beperkt aantal wulpen en scholeksters, qua vogels. Ook al denk je er vaak niet zo snel aan, maar ook de zeearend en visarend, jagen steeds vaker hier, het betreft dan vaak jonge vogels en trekkende vogels, vanuit de Biesbosch. Ook voor vleermuizen als baardvleermuis, gewone dwergvleermuis en ruige dwergvleermuis.
Bijna jaarrond, is het een foerageergebied voor ooievaar, roofvogels als torenvalk, sperwer, havik, bosuil, kerkuil en ransuil. Natuurlijk zijn er meer soorten te noemen, maar de soorten die hier benoemd worden, staan allemaal op de Europese lijst, als zijnde soorten die beschermd moeten worden, dan wel hun habitat.
2.2 Migratie gebied Veel vogels foerageren of broeden niet direct in Vlak-K, maar wel in de directe omgeving, zoals bv. Het Natura 2000 gebied de Donkse Laagten, en de polders ten noorden van Bleskensgraaf en polder Wijngaarden. Wintergasten als met name brandganzen zitten meer ten noorden van Bleskensgraaf (duizenden per dag, in januari en februari de laatste 10 jaar) en dat geldt ook voor kolganzen. In kleine aantallen komt de brandgans ook voor in polder Wijngaarden (gemiddeld 150 in de maanden januari en
10
februari de laatste 10 jaar). Deze soort migreert in het winterseizoen dagelijks tussen hun slaapplaats in de Biesbosch. Dat geldt ook voor kleine zwaan, die zoals boven genoemd, hoofdzakelijk in polder Bleskensgraaf zuid en Wijngaarden zit (deze soort is de laatste 10 jaar van gemiddeld 250 per dag, naar een tiental gemiddeld achteruitgegaan). In het voorjaar voor het broedseizoen, migreren ook heel wat grutto’s en kieviten en watersnippen. In de trektijd praten we over nog meer soorten die ook vaak aankomen in de Biesbosch na de winter en dan vervolgens doortrekken, onze polder in om te broeden, of verder naar het noorden trekken. Veel vogels hebben één ding gemeen; vogels die opstijgen of juist gaan landen vanuit of in de Biesbosch, zitten in Vlak-K niet hoog, die niet ver meer trekken. Dat betekent dat het risico naast de dodelijke aanvliegschade, de windmolens met name ook het ontwijkingsgedrag gaan bewerkstelligen! Dat is zeker schadelijk voor soorten die bijvoorbeeld broeden in de Donkse Laagten en het boezemgebied (zie impact doelstellingen Natura 2000 gebied Donkse Laagten eerdergenoemd Hfdts 1.5). Dan denk je onder andere ook aan de blauwborst die op veel plaatsen waar water en riet is broedt, maar ook de kleine karekiet (de grote karekiet is ondertussen verdwenen), Woudaap, kwak en roerdomp. Of sterns als de visdief.
De zeearend en visarend staan bij het foerageergebied genoemd, maar behoren eigenlijk meer tot de migratie soorten, die ook in het boezemgebied jagen en dan dus migrant zijn. Aangezien er maar enkele broedparen van deze zeldzame soort in de regio zijn, kan een dodelijke aanvaring met een windmolen, al een aanslag op het evenwicht van deze populaties betekenen, ook als het de uitgevlogen en zwervende jongen betreft (de ouderparen blijven meestal wel in de Biesbosch). Opvallend daarbij is te noemen, dat juist de trek vanuit de Biesbosch, nauwelijks plaats vindt ter hoogte van de windmolens van Boven-Hardinxveld. De migratie vindt dus hoofdzakelijk plaats over Hardinxveld-Giessendam en Sliedrecht. Trekvogels die vanuit de Biesbosch wel direct in noordelijke richting vliegen, maken meteen grote hoogte, en daar is de impact van de daar aanwezige windmolens minder groot.
Dagelijkse migratie ganzen
Foto: Ron Leeuwis
2.3 Broed en/of voortplantingsgebied Vak-K is ondanks dat de biodiversiteit verdwenen is en sterk verdroogd (dat alles ten gunste van de agrarische sector), nog steeds een broed en voortplantingsgebied. Mede doordat er in Polder Bleskensgraaf zuid en Wijngaarden, een paar boeren zijn die een actief weidevogelbeheer toepassen. De intensivering van
11
de veehouderij heeft er helaas wel voor gezorgd dat weidevogels en zangvogels, grotendeels terug gedrongen zijn naar het Natura 2000 gebied de Donkse Laagten, doordat er nauwelijks nog wilde bloemen groeien en daarmee nauwelijks insecten zijn en doordat de grondwaterstand veel te laag gehouden wordt, waarvan de grutto het grootste slachtoffer is. Dit maakt de populaties zeer kwetsbaar. De andere kant is wel dat juist ganzen in de winter er enorm van profiteren van de hoge voedselkwaliteit van het Engels raaigras, echter door mede verdroging, profiteert de Kleine Zwaan er niet van. Daarom is er des te meer reden om erg zorgvuldig met het gebied Vak-K om te gaan. Vooral omdat ook de grutto’s en kieviten, die hebben moet uitwijken naar de noordkant van Bleskensgraaf, ontzettend gevoelig zijn voor de aanwezigheid van windmolens. Met name de verstoring speelt de grootste factor en daarnaast voor de kievit ook nog de behoorlijk grote kans om aanvlieg slachtoffer te worden zie eerdergenoemde onderzoek van Sovon voor het ministerie van LNV onder aan dit hoofdstuk. Met name ook omdat ze in het voorjaar vanuit de Biesbosch aankomen op lage hoogte < 500 meter. Echter er zijn nog meerder vogels die broeden in het NNN-gebied, zoals ransuilen, torenvalk, buizerd, maar ook aan de rand van het gebied de bruine kiekendief en purperreiger ten noorden van het Kraaienbos.
Naast vogels planten ook de eerdergenoemde vleermuizen, zoals de baardvleermuis (Kraaienbos), gewone dwergvleermuis en ruige dwergvleermuis, zich voort in het NNN-gebied en de hoog beschermde blauwborst. Qua aanvlieg slachtoffers, heeft de vleermuis nog een tweede probleem. Met name bij grote windmolens, ontstaat een onderdruk rond de punten van de wieken, waardoor er nog meer slachtoffers vallen. Uit onderzoek in Duitsland, waar ze ook honden voor gebruikten, bleek het aantal slachtoffers onder vleermuizen, aanzienlijk groter dan men dacht. In Nederland is er nog nauwelijks betrouwbaar onderzoek gedaan en worden de prognoses gebaseerd op het onderzoekswerk in Duitsland in vergelijkbaar gebied. (Bron: onderzoek zoogdieren vereniging Nederland)
Maar een soort die we niet moeten vergeten is een amfibie. En wel de zeldzame heikikker. Een kikker die al voor heel wat bouwvertraging heeft gezorgd. Ze vliegen weliswaar niet tegen de wieken, maar bij de aanleg zal er toch veel moeite gedaan moeten worden, om de soort geen schade te berokkenen. Daarvoor zijn mitigerende maatregelen vereist. Definitie “mitigerende maatregelen”: verzachtende-, matigende-, verlichtende maateregelen; het nemen van maatregelen waardoor maatschappelijk noodzakelijk geachte aantastingen van natuurwaarden worden verzacht
Waarom deze definitie er even uitgelicht? Omdat deze maatregel erg populair is bij projectontwikkelaars. Mitigerende maatregelen zijn alleen van toepassing wanneer er echt geen andere oplossing meer is en is meer bedoeld voor flora en fauna activiteiten in bestaande woonwijken en industrieterreinen. Daar mag soms een habitat in de winter vernietigd worden en elders een geschikt habitat worden gecreëerd, dat geldt echter niet voor nieuwe projecten in het buitengebied. De mitigerende maatregelen zijn een pleister op
12
bestaande wond. Ten tweede, is de effectiviteit op de langere termijn niet bewezen. Daarmee zou volgens de WUR, de effecten van de mitigerende maatregelen op de langere termijn gemonitord moeten worden. https://edepot.wur.nl/365958
“meten is weten”
Tabel behorende bij de gevoeligheidskaart van vogels bij windenergie Tabel met broedvogels en niet broedvogels die voorkomen in Vak-K in meer of mindere mate, met een kwetsbaarheidsscore. Bron: Sovon windenergie gevoeligheiskaart vogels. Rood is zeer groot risico, oranje behoorlijk groot, geel matig en wit nauwelijks of geen.