Bijlage 4d. Bijlage BP dorpsstraat 18 te Oud-Alblas - Quickscan Ecologie
Tekst van het document
2023
QUICKSCAN ECOLOGIE Oud Alblas
Dorpstraat 18
Bureau Natuurzorg - Mail: natuurzorg@ziggo.nl W: www.bureaunatuurzorg.nl - M: 06 1243 7949
Flora en fauna Inventarisaties — Flora en fauna werkplannen — Ecologisch werkprotocol — Project begeleiding — Project management — Bevorderen biodiversiteit — Kartering van vegetatie — Aquatische ecologie — Onderzoek en aanpak exoten — Natura 2000 projecten — Beheerplannen — Ontheffingen — Soorten monitoring — Bever, Otter en Das — Vleermuizen — Weidevogels — Waterkwaliteit — Biologische teelt
QuickScan Wnb – Dorpstraat 18
Onderzoek:
Inventarisatie flora, fauna en habitats
Locatie:
Dorpstraat 18 te Oud-Alblas
Project:
Sloop woning en schuur t.b.v. nieuwbouw
Datum scan:
2 augustus 2023
Opdrachtgever:
Tuytel Heiweg 3 2969 LC Oud-Alblas i.o.v. dhr. A. Tuytel
Onderzoek: Tekst en samenstelling: Foto’s in het rapport: Projectnummer:
Theo de Kreij Theo de Kreij Theo de Kreij BN_TOA_QS_2023_062
Rapportage: Status rapport:
Beknopte versie (quickscan) V1-Concept
Bronnen:
o.a. NDFF (Nationale Database Flora en Fauna). Documenten opdrachtgever.
2023
QuickScan Wnb – Dorpstraat 18
2023
Bureau Natuurzorg Klaproostuin 31 2724PG Zoetermeer Tel: 06 - 1243 7949 Mail: natuurzorg@ziggo.nl Web: www.natuurzorg.eu Bureau Natuurzorg is actief op het gebied van ecologisch onderzoek, advisering en projectbegeleiding. We zijn het meest bekend vanwege de volgende werkzaamheden: Ecologie Inventarisaties flora en fauna Planvormen en werkprotocollen Projectbegeleiding Toename biodiversiteit (o.a. Kleurkeur) Soort specifieke onderzoeken Natura-2000 projecten Bevers, Otters en Dassen Weidevogels Exoten Inventarisatie en bestrijding (invasieve) exoten Beheersplannen exoten Projectvoering of projectbegeleiding exotenaanpak Onderzoek bestrijdingsmethoden en effecten Overige Zie www.bureaunatuurzorg.nl
Dit rapport is vervaardigd op verzoek van de opdrachtgever zoals hierboven aangegeven en is zijn/haar eigendom. Niets uit deze rapportage mag worden vermenigvuldigd of openbaar gemaakt worden door middel van scanning, druk, internet, (foto)kopie of andere wijze zonder schriftelijke toestemming van de opdrachtgever en Bureau Natuurzorg, noch mag het zonder deze toestemming voor een ander doel gebruikt worden dan waarvoor het is vervaardigd. Bureau Natuurzorg is niet aansprakelijk voor vervolgschade, alsmede schade die voortvloeit uit toepassingen van de resultaten van de werkzaamheden of andere gegevens verkregen van Bureau Natuurzorg. De opdrachtgever vrijwaart Bureau Natuurzorg voor aanspraken van derden in verband met deze toepassing. Omdat een flora en fauna inventarisatie een momentopname is, kan de aanwezigheid van beschermde soorten niet altijd worden uitgesloten of bevestigd. Daarnaast is de natuurwetgeving aan verandering en jurisprudentie onderhevig. Wij zijn niet aansprakelijk voor de gevolgen van onverwacht verschijnende of verdwijnende flora of fauna, noch voor de gevolgen van veranderende wetgeving of jurisprudentie. © 2023 Bureau Natuurzorg, te Zoetermeer
1
QuickScan Wnb – Dorpstraat 18
2023
Inhoudsopgave 1
Inleiding ............................................................................................................................... 3
1.1 1.2
Aanleiding ...................................................................................................................................................... 3 Doel quickscan ............................................................................................................................................... 3
2
Wet- en regelgeving beknopt ................................................................................................ 4
2.1 2.2 2.3 2.4
Wet natuurbescherming ................................................................................................................................ 4 Exoten wetgeving – Wet natuurbescherming en EU-wet .............................................................................. 5 Natuurnetwerk Nederland NNN .................................................................................................................... 5 Natura-2000 gebied ....................................................................................................................................... 5
3
Methodiek onderzoek in relatie tot beoogde werkzaamheden............................................... 6
3.1 3.2 3.3 3.4
Algemeen ....................................................................................................................................................... 6 Uitleg bureauonderzoek................................................................................................................................. 6 Uitleg veldonderzoek ..................................................................................................................................... 6 Effectbeoordeling ........................................................................................................................................... 8
4
Resultaten onderzoek en effectbeoordeling .......................................................................... 9
4.1 4.2 4.3 4.4 4.5
Te slopen opstanden ...................................................................................................................................... 9 Flora en fauna / ecologie.............................................................................................................................. 10 Effectbeoordeling werkzaamheden ............................................................................................................. 12 Natuurnetwerk Nederland (NNN) ................................................................................................................ 12 Natura-2000 ................................................................................................................................................. 12
5
Conclusies (opsomming) en aanbevelingen ......................................................................... 13
5.1 5.2
Wet- en regelgeving ..................................................................................................................................... 13 Aanbevelingen.............................................................................................................................................. 13
6
Enkele foto’s veldbezoek .................................................................................................... 14
7
Bijlagen .............................................................................................................................. 16
2
QuickScan Wnb – Dorpstraat 18
1 1.1
2023
Inleiding Aanleiding
Men is voornemens om op het adres Dorpstraat 18 te Oud-Alblas een nieuw te bouwen woning te realiseren. Om dat te kunnen uitvoeren moeten voorbereidende werkzaamheden worden uitgevoerd, waaronder het slopen van de bestaande woning en de schuur. Om conflictsituaties met de Wet natuurbescherming te voorkomen, heeft Tuytel, ons Bureau Natuurzorg verzocht een onderzoek (Quickscan Wnb) te doen naar de aanwezige natuurwaarden op en nabij het voorgenomen plangebied. De geplande werkzaamheden kunnen mogelijk negatieve gevolgen hebben voor reeds aanwezige (beschermde) natuurwaarden.
Kaart plangebied (bij benadering) 1.2
Doel quickscan
Deze QuickScan ecologie is uitgevoerd door middel van een bureaustudie en veldbezoek. Veldbezoeken hebben plaatsgevonden op 6 juni en 12 juli 2023 en zijn uitgevoerd in de vorm van een habitatgeschiktheidsbeoordeling. Een habitatgeschiktheidsbeoordeling is een veldonderzoek waarbij op grond van fysieke, landschappelijke en vegetatie kenmerken, een indicatie verkregen wordt van het voorkomen (ook mogelijk voorkomen) van beschermde soorten flora, fauna, alsmede schadelijke invasieve exoten. Deze beoordeling, in combinatie met beschikbare verspreidingsgegevens, vormen de basis van de QuickScan. De resultaten zijn opgenomen in dit rapport.
3
QuickScan Wnb – Dorpstraat 18 2
2023
Wet- en regelgeving beknopt
Op 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming ingegaan. Wat ten opzicht van de oude wetgeving praktisch gezien is veranderd, zijn de lijsten met te beschermen soorten. Er zijn soorten die zowel nationaal als binnen de Europese unie beschermd zijn. Nederland behoort tot die EU en de te beschermen EU-soorten zijn ook onze soorten om te beschermen. De term “strikt beschermt (voorheen tabel 3)” bestaat niet meer. Alle soorten zijn even zwaar beschermd. Er zijn onder de Wet natuurbescherming soorten toegevoegd, maar er zijn ook wat soorten, die werden beschermd door de oude Flora- en faunawet, geschrapt. Dat houdt echter niet in dat deze “geschrapte” soorten in hun voortbestaan bedreigd mogen worden. Ook daarvoor geld de wettelijke Zorgplicht Flora en Fauna als bescherming. Niet (meer) beschermde soorten kunnen door het lokaal bevoegd gezag per gebied worden toegevoegd aan een “gebiedslijst”. Bijvoorbeeld vanwege een belang voor de lokale ecologie of behoud van de biodiversiteit. Zo zijn de mieren in de Veluwe opnieuw beschermd omdat zij een belangrijke voedselbron zijn voor de beschermde Zwarte Specht. De lijsten met te beschermen soorten zijn dus dynamisch en kunnen per provincie of gebied van elkaar verschillen. Raadpleeg bij twijfel Bureau Natuurzorg.
2.1
Wet natuurbescherming
De Wet natuurbescherming is een 'kaderwet'. Dat betekent dat er alleen algemene principes en verantwoordelijkheden in staan. De details zijn geregeld in een groot aantal algemene maatregelen van bestuur en ministeriële regelingen. In de ingevoegde bijlage 1 treft u de relevante meest wetteksten aan, plus uitleg. In bijlage 2 treft u de lijsten aan met de huidige te beschermen soorten en soorten die zijn vervallen. De Zorgplicht geld altijd voor álle flora en fauna, dus ook de niet beschermde soorten. Tekst Zorgplicht onder de Wet natuurbescherming (artikel 1.11) 1. Een ieder neemt voldoende zorg in acht voor Natura 2000-gebieden, bijzondere nationale natuurgebieden en voor in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving. 2. De zorg, bedoeld in het eerste lid, houdt in elk geval in dat een ieder die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat door zijn handelen of nalaten nadelige gevolgen kunnen worden veroorzaakt voor een Natura 2000-gebied, een bijzonder nationaal natuurgebied of voor in het wild levende dieren en planten: a. dergelijke handelingen achterwege laat, dan wel, b. indien dat achterwege laten redelijkerwijs niet kan worden gevergd, de noodzakelijke maatregelen treft om die gevolgen te voorkomen, of c. voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen, deze zoveel mogelijk beperkt of ongedaan maakt.
Het zinsgedeelte “een ieder die weet of redelijkerwijs kan vermoeden”, slaat met name op iedereen die professioneel werkt. Achter de uitleg “ik wist het niet”, kunt u zich niet meer verschuilen. Tevens heeft er een decentralisatie van het bevoegd gezag plaatsgevonden: per 1 januari 2017 zijn de provincies verantwoordelijk voor de vergunningen en ontheffingen. De rol van de RVO is overkoepelend. De Wet natuurbescherming is grofweg in 3 hoofdlijnen op te delen: 1. Bescherming van Natura-2000 gebieden, hun specifieke habitats en hun aangewezen instandhoudingsdoelstellingen. 2. Bescherming van soorten die zowel nationaal als in EU verband zijn aangewezen als uniek tot bijna verdwenen. 3. Bescherming van houtopstanden en met name op instandhouding van het bosareaal. Bij houtopstanden groter dan 10 are of 20 rijbomen en gelegen buiten de bebouwde kom geldt een meldplicht, herplantplicht en mogelijke oplegging van een kapverbod.
4
QuickScan Wnb – Dorpstraat 18
2023
Verbodsbepalingen Wet natuurbescherming (uitleg in de ingevoegde bijlage) Artikel 3.1 Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn Artikel 3.5 Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn Artikel 3.10 Beschermingsregime andere (nationale) soorten
2.2
Exoten wetgeving – Wet natuurbescherming en EU-wet
Exoten zijn flora, fauna en organismen die van nature niet in Nederland voorkomen. Invasieve exoten zijn dat ook, echter zijn die dieren, planten en micro-organismen door menselijk toedoen in een nieuw gebied terechtkomen en veroorzaken bij vestiging en verspreiding schade aan bijvoorbeeld de inheemse planten en dieren, de volksgezondheid of aan de economie. Nederland sluit met haar natuurwetgeving aan bij de Europese wetgeving op exoten, de “Verordening Invasieve Uitheemse soorten” (EU Regulation 1143/2014 on Invasive Alien Species). Op grond van deze verordening is in december 2015 in Brussel de Europese Unielijst aangenomen. Voor meerdere aangewezen ‘invasieve exoten van EU-belang’ die op deze Unielijst staan, gelden onder andere een import-, handels- en bezitsverbod. De Unielijst is een dynamische lijst. Op basis van risicobeoordeling kunnen soorten aan de lijst worden toegevoegd, of er weer worden afgehaald. Nederland heeft ook haar eigen probleem veroorzakende exoten aan die lijst toegevoegd. Voor de op de EU-lijst staande invasieve exoten is de volgende samengevatte stelregel van toepassing: U dient, als gebiedbeheerder, de benoemde invasieve exoten op te sporen en vervolgens te verwijderen, of dusdanig te beheersen dat verspreiding onmogelijk is.
Bij in gebreke blijven is een wettelijke beoordeling, op basis van het toebrengen van schade aan het economisch belang, van toepassing. In de ingevoegde bijlage 1 vindt u hiervan een verkorte uitwerking en treft u de wetteksten aan, plus uitleg.
2.3
Natuurnetwerk Nederland NNN
Het NNN is het Nederlandse netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden en de onderlinge verbindingszones. Voor het NNN op het land zijn de provincies verantwoordelijk. In het geval van deze scan is dat de Provincie Zuid-Holland. Uitwerking van de effecten van het werk op het NNN vindt u onder hoofdstuk 4.
2.4
Natura-2000 gebied
Natura 2000-gebieden zijn beschermde natuurgebieden die worden aangewezen ter uitvoering van twee Europese richtlijnen: de Habitatrichtlijn en de Vogelrichtlijn. De doelen die in Natura 2000-gebieden moeten worden bereikt, worden instandhoudingsdoelstellingen genoemd. Het uiteindelijke doel van Natura2000 is het bereiken van op lange termijn gunstige staat van instandhouding voor alle door de richtlijnen beschermde soorten en habitats. Uitwerking van de effecten van het werk op een Natura-2000 gebied vindt u onder hoofdstuk 4.
5
QuickScan Wnb – Dorpstraat 18 3 3.1
2023
Methodiek onderzoek in relatie tot beoogde werkzaamheden Algemeen
Het onderzoek naar het voorkomen van beschermde soorten en ligging van beschermde gebieden is opgebouwd uit twee onderdelen: 1. Bureaustudie naar waarnemingen van beschermde soorten uit het (recente) verleden en ligging van beschermde gebieden waarop het project van invloed kan zijn; 2. Veldbezoek naar de (mogelijke) aanwezigheid van beschermde soorten of geschikte habitats. Onderzoeksvragen Om het onderzoek te complementeren worden onder andere de volgende vragen beantwoord: 1. Zijn er te beschermen soorten flora en fauna, of sporen daarvan, binnen het plangebied? 2. Zijn er beschermde soorten flora en fauna in het omgelegen gebied die op termijn (uitvoeringsduur) het plangebied kunnen betreden? 3. Zijn er, door de opdrachtgever aangewezen, bijzondere natuurwaarden om te behouden? 4. Kunnen er tijdens de uitvoering conflictsituaties ontstaan met de regel- en wetgeving? 5. Welke maatregelen moeten worden genomen om conflictsituaties te voorkomen of te verzachten. 6. Is een ontheffingsaanvraag of vervolgonderzoek nodig?
3.2
Uitleg bureauonderzoek
In het bureauonderzoek wordt gekeken naar de beschermde soorten die vallen onder de Wet Natuurbescherming en gebiedslijsten met doelsoorten. De soorten zijn nationaal beschermd of hebben een bescherming binnen de Europese Unie. Daarnaast wordt gekeken naar de huidige rechtsgeldigheid van een mogelijk te gebruiken gedragscode. Treden door het werk negatieve effecten op, of worden verbodsbepalingen overtreden, dan zijn er maatregelen nodig om deze effecten te voorkomen, te verzachten of te compenseren om zodoende te voldoen aan de natuurwetgeving. Bronnen Er worden doorgaans diverse bronnen geraadpleegd om een beeld te krijgen van de verspreiding van de beschermde soorten in en rond het plangebied. Afhankelijk van het project worden specifieke internetsites en databases geraadpleegd (bijvoorbeeld van Ravon.nl, NDFF, Vlindernet.nl, Libellennet.nl, Naturalis.nl) en wordt nagegaan of in het verleden beschermde soorten zijn aangetroffen in of zeer dicht nabij het plangebied. Buiten de NDFF maken deze sites maken veelal gebruik van atlasblokken. Deze gegevens hebben daarom veelal betrekking op de regio en niet altijd specifiek op het plangebied. Aan de hand van de resultaten van de bureaustudie wordt een inschatting gemaakt of en welke soorten in het plangebied voor zouden kunnen komen. Deze gegevens zijn meegewogen tijdens het veldbezoek.
Naast de bronnen met soortinformatie, is voor het bepalen van de ligging van beschermde gebieden gebruik gemaakt van de gebiedendatabase van het Ministerie van LNV en de provinciale website.
3.3
Uitleg veldonderzoek
Locaties die niet vrij toegankelijk of onbereikbaar zijn, worden, indien toegelaten, met de drone of boot onderzocht. Het veldonderzoek is onderdeel van deze quickscan en derhalve een momentopname. Naar aanleiding van de uitkomsten van de bureaustudie is bepaald in hoeverre de aanwezigheid van beschermde soorten aannemelijk gesteld kan worden op basis van aanwezig geschikt habitat in het plangebied. Het bezoek aan het plangebied is afgelegd om te bepalen in hoeverre aan de hand van de soorten uit de bureaustudie en
6
QuickScan Wnb – Dorpstraat 18
2023
aan de hand van het visueel voorkomen van geschikt habitat beschermde soorten kunnen voorkomen of voorkomen. Het gaat hier om een deskundigenoordeel op basis van de fysieke gesteldheid van het terrein (biotopenonderzoek). Daarnaast zijn de aangetroffen belangwekkende soorten opgetekend. De volgende groepen worden gewogen: Broedvogels en VRVP’s Binnen de soortgroep broedvogels wordt in eerste instantie voornamelijk gekeken naar de mogelijkheden die het plangebied biedt of kan bieden aan jaarrond beschermde vogelsoorten. Veel voorkomende soorten in huizen/gebouwen uit deze groep zijn de huismus, gierzwaluw, kerkuil en steenuil. In andersoortige plangebieden kunnen dit soms ook o.a. de ooievaar, buizerd, havik, torenvalk, ransuil, bosuil en grote gele kwikstaart zijn. Daarnaast wordt er gekeken naar met name de mogelijkheden voor algemene broedvogelsoorten als voortplantingsplaats en eventueel als foerageergebied. Algemene broedvogelsoorten zijn alleen beschermd in dit verband wanneer er sprake van een nest met eieren en/of jongen binnen het plangebied. Van de term “broedseizoen” is geen sprake meer. Het is vooral van belang of er gevallen van voortplanting binnen het plangebied aanwezig zijn of niet. Voor diverse soorten zoals de Meerkoet, Merel en de Houtduif kan de aanwezigheid van een broedgeval vrij vroeg of vrij laat in het jaar nog het geval zijn.
Vleermuizen Binnen de zoogdieren zijn de vleermuizen een aparte groep. Gedurende het veldbezoek wordt gekeken welke in de literatuur naar voren gekomen vleermuizen in het plangebied voor kunnen komen, of daar gebruik van maken. Alle vleermuissoorten binnen Nederland zijn strikt beschermd door de Wet Natuurbescherming. Diverse locaties kunnen worden gebruikt als kraamverblijf, balts-/paarverblijf en/of overwinteringsplaats. In plangebieden of delen van deze, kunnen aspecten vanuit de quickscan worden gevormd door het al dan niet aanwezig zijn van holten, spleten en losse schors in bomen die als verblijfplaats kunnen dienen. Ook wordt er in dat geval gelet op de mogelijkheden van het plangebied voor vleermuizen als trekroute en/of foerageergebied. Flora Voor de soortgroep flora moet bij voorkeur de quickscan worden uitgevoerd in het groei- en bloeiseizoen van de potentieel te verwachten soorten. Echter is dit niet altijd mogelijk. Ook buiten de voorkeursperiode kunnen soms nog afgestorven resten worden gevonden van verschillende beschermde soorten. Andere soorten zijn soms nog lang vegetatief aanwezig.
Lukt dit alles niet, dan wordt in combinatie met de bekende verspreidingsgegevens en de aangetroffen biotopen een inschatting gemaakt in het plangebied of verschillende soorten in het plangebied voor kunnen komen en of zo mogelijk nader onderzoek nodig is, dan wel de algemene zorgplicht van toepassing is ten aanzien van ook beschermde soorten. De voorspelde looptijd van het project wordt meegewogen in relatie tot de groei-, bloei-, en zaaiperioden. Zoogdieren (overige) Gedurende het veldbezoek wordt gekeken welke in de literatuur naar voren gekomen beschermde zoogdieren in het plangebied voor kunnen komen. Niet iedere diersoort vindt een geschikt leefgebied binnen een plangebied. Biotoopkenmerken kunnen soorten uitsluiten of bevestigen, dus of er wel of geen nader onderzoek naar een specifieke soort dient plaats te vinden. Daarnaast moet dit wel matchen met het aantreffen van bewoningssporen, uitwerpselen, prooiresten, prenten en potenties voor geschikte verblijfplaatsen. In de quickscan worden hier antwoorden op gegeven en zo nodig advies aangedragen hoe verder te handelen. De voorspelde looptijd van het project wordt meegewogen in relatie tot de voortplantingsperioden. Amfibieën & reptielen Amfibieën en reptielen leven veelal in specifieke milieus. Doorgaans zullen veel van de beschermde soorten niet snel buiten een geschikt habitat voorkomen.
Echter, dit is nooit volledig uit te sluiten. Daarom
7
QuickScan Wnb – Dorpstraat 18
2023
wordt in de uitvoering van de quickscan gekeken naar geschikte voortplantingslocaties en biotopen van de soorten binnen het plangebied. Vooral wanneer ook de bekende verspreidingsgegevens aangeven dat een soort ergens in de omgeving voorkomt, krijgen deze soortgroepen extra aandacht tijdens het veldwerk. De voorspelde looptijd van het project wordt meegewogen in relatie tot de voortplantingsperioden. Overige soortgroepen Beschermde soorten uit de overige soortgroepen, bijvoorbeeld paddenstoelen en mossen, zijn doorgaans aan zeer specifieke biotopen gebonden zoals zeer schoon stilstaand water of zeer oud eikenbos met veel dood hout. Wanneer uit de bekende literatuur naar voren komt dat een dergelijke soort in de regio voorkomt zal extra worden gelet op de aanwezigheid of de potenties in leefgebied voor deze. Exoten Nu er door de Europese Unie verschillende soorten exoten zijn opgenomen in de EU-exotenwetgeving zal er ook zoveel als mogelijk worden uitgekeken naar de aanwezigheid daarvan. Inventarisatie daarvan is echter alleen gewezen op de tijdens het veldbezoek bezochte locaties en is niet minutieus uitgevoerd, tenzij dat in de opdracht staat vermeld. Aanwezigheid binnen een groter gebied kan daardoor niet worden uitgesloten.
3.4
Effectbeoordeling
Aan de hand van de bevindingen uit het bureauonderzoek en de resultaten van het onderzoek in het veld, kan worden bepaald of bijvoorbeeld een vervolgonderzoek nodig is om beschermde soorten uit te sluiten en om te bepalen wat de effecten zijn. Tevens kan worden geadviseerd over de te volgen procedure inzake de natuurwetgeving.
8
QuickScan Wnb – Dorpstraat 18 4
2023
Resultaten onderzoek en effectbeoordeling
Het onderzoek is gericht op soorten die door de geplande werkzaamheden negatieve gevolgen kunnen ondervinden. Het visueel waarnemen van soorten flora en fauna is mede afhankelijk van het tijdstip op de dag en van het jaargetijde dat een scan wordt uitgevoerd. Specifiek is gelet of er binnen en nabij het plangebied soorten en hun habitats voorkomen die door de werkzaamheden in hun ontwikkeling en rijkdom direct of op termijn negatief kunnen worden beïnvloed. Daarnaast is ook uitgekeken naar invasieve exoten.
4.1
Te slopen opstanden
De te slopen woning heeft enkellaags stenen muren zonder open spouwvoegen. De woning is goed onderhouden. Het dak sluit goed aan op de woning en de dakpannen liggen gesloten aaneen. Voor isolatie zijn enkele kieren afgedicht. Er zijn geen openingen waardoor fauna de woning kan ingaan. In de tuin staan geen beschermde soorten flora. De te slopen schuur is goed afgesloten en heeft enkellaags buitenwanden zonder isolatie. Het dak bestaat uit golfplaten zonder isolatie. Er zijn geen openingen waardoor fauna de schuur kan ingaan.
De voorgenomen werkzaamheden zijn in hoofdlijnen: Slopen bestaande woning. Opruimen terrein. Bouw nieuwe woning. Bijkomende werkzaamheden.
9
QuickScan Wnb – Dorpstraat 18
4.2
2023
Flora en fauna / ecologie
Noot: ongeacht de uitkomst van onderzoeken is de wettelijke Zorgplicht flora en fauna te allen tijde, dus jaarrond van kracht. Broedvogels binnen de invloedsfeer werkzaamheden: - NDFF: Huismussen nabij. Geen van belang zijnde zwaluwsoorten, uilen en andere roofvogels. Daarvan zijn wel waarnemingen in de omgeving. -
-
Veldbezoek: de huismus en zwaluwsoorten hebben extra aandacht gekregen. Aan en om de woning en schuur zijn geen recente nesten van enige vogelsoorten aangetroffen en ook geen sporen van oude nesten. De huismus is niet waargenomen rond de woning. Conclusie broedvogels: 1. Er zijn geen vogelnesten en nestlocaties in en aan de woning, noch op de kavel. Deze worden ook niet meer verwacht. 2. Mitigerende maatregelen zijn niet nodig.
Vleermuizen binnen de invloedsfeer werkzaamheden: Vleermuizen zijn afhankelijk van bestaande situaties, zoals holtes waarin zij kunnen verblijven. Zij gebruiken diverse locaties voor verschillende vormen van verblijfplaatsen (o.a. zomerverblijf, kraamverblijf winterverblijf). Zij verhuizen in de lente van hun winterverblijf naar ander verblijven. Daarbij leggen ze vaak vele kilometers af. Een oriëntatieroute, vaak in rechte lijnen, is daarom belangrijk. Dit geld overigens ook voor oriëntatie tijdens vluchten naar en van foerageerlocaties. -
NDFF: waarnemingen van de Gewone- en Ruige dwergvleermuis in de omgeving van het plangebied.
-
Veldbezoek: in beide opstanden zijn geen vleermuizen of enige sporen daarvan aangetroffen en worden ook niet meer verwacht. Open spouwvoegen zijn niet aanwezig en het dak en de dakpannen van de woning sluiten goed aan. Kieren zijn afgesloten met isolatiemateriaal. De schuur heeft geen isolatie en ook geen mogelijkheden voor verblijfplaatsen. Conclusie vleermuizen:
-
10
QuickScan Wnb – Dorpstraat 18
2023
1. Er zijn geen verblijfplaatsen aanwezig binnen de woning en schuur. Deze worden ook niet verwacht. 2. Enig essentieel onderdeel van een habitat voor vleermuizen wordt door de sloop niet aangetast. 3. Mitigerende maatregelen zijn niet nodig. 4. Vervolgonderzoeken zijn niet nodig.
Grondgebonden zoogdieren binnen de invloedsfeer werkzaamheden: - NDFF: geen. -
Veldbezoek: geen waarnemingen van te beschermen soorten.
-
Conclusie zoogdieren: 1. Er zijn geen te beschermen grondgebonden soorten zoogdieren aanwezig. 2. Mitigerende maatregelen zijn niet nodig.
Amfibieën en reptielen binnen de invloedsfeer werkzaamheden: - NDFF: geen. -
Veldbezoek: Geen waarnemingen van beschermde soorten.
-
Conclusie amfibieën en reptielen: 1. Geen beschermde soorten of enig habitat aanwezig. 2. Mitigerende maatregelen zijn niet nodig.
Vaatplanten binnen de invloedsfeer werkzaamheden: - NDFF: geen waarnemingen van beschermde soorten. -
Veldbezoek: Geen waarnemingen van beschermde soorten.
-
Conclusie vaatplanten: 1. Geen beschermde soorten aangetroffen. 2. Mitigerende maatregelen zijn niet nodig.
(Invasieve) exoten binnen de invloedsfeer werkzaamheden: - NDFF: geen. -
Veldbezoek: geen soorten aangetroffen.
11
QuickScan Wnb – Dorpstraat 18
-
4.3
2023
Conclusie invasieve exoten: 1. Geen soorten aanwezig. Effectbeoordeling werkzaamheden
Negatieve effecten op beschermde soorten worden niet verwacht indien de voorgaande conclusies worden gerespecteerd en de natuurwetgeving wordt nageleefd. Aanvullend onderzoek Aanvullend onderzoek is voor de uitvoering van deze werkzaamheden niet nodig.
4.4
Natuurnetwerk Nederland (NNN)
De beoogde werkzaamheden hebben geen negatieve invloed op de doestellingen en functies van het NNN. Derhalve heeft hierop geen uitgebreide toetsing plaatsgevonden.
4.5
Natura-2000
De werkzaamheden hebben geen negatieve invloed op de doestellingen en functies van de nabij gelegen Natura-2000 gebieden “Boezems Kinderdijk” (Vogelrichtlijn, geen overbelasting stikstof) en “Donkse Laagten” (Vogelrichtlijn, geen overbelasting stikstof). Derhalve heeft hierop geen uitgebreide toetsing plaatsgevonden.
12
QuickScan Wnb – Dorpstraat 18
5 5.1
2023
Conclusies (opsomming) en aanbevelingen Wet- en regelgeving
De geplande werkzaamheden kunnen plaatsvinden met in achtneming van het onderstaande. Ongeacht de uitkomst van onderzoeken is de wettelijke Zorgplicht flora en fauna ten allen tijde jaarrond van kracht. -
-
-
-
-
-
Conclusie broedvogels: 1. Er zijn geen nesten, nestlocaties in en aan de woning en schuur, noch op de kavel. Deze worden ook niet verwacht. 2. Mitigerende maatregelen zijn niet nodig. Conclusie vleermuizen: 1. Er zijn geen verblijfplaatsen aanwezig binnen de woning en de schuur. Deze worden ook niet verwacht. 2. Enig essentieel onderdeel van een habitat voor vleermuizen wordt niet aangetast. 3. Mitigerende maatregelen zijn niet nodig. 4. Vervolgonderzoeken zijn niet nodig. Conclusie zoogdieren: 1. Er zijn geen te beschermen grondgebonden soorten zoogdieren aanwezig. 2. Mitigerende maatregelen zijn niet nodig. Conclusie amfibieën en reptielen: 1. Geen beschermde soorten of enig habitat aanwezig. Volg wel het gegeven advies. 2. Mitigerende maatregelen zijn niet nodig. Conclusie vaatplanten: 1. Geen beschermde soorten aangetroffen. 2. Mitigerende maatregelen zijn niet nodig. Conclusie invasieve exoten: 1. Geen exoten aangetroffen.
Conclusie overige: 1. Negatieve effecten op beschermde soorten en de Natura-2000 gebieden worden niet verwacht indien de voorgaande conclusies worden gerespecteerd en de natuurwetgeving wordt nageleefd. Vervolgonderzoeken zijn niet nodig.
5.2
Aanbevelingen
1. Zorg er altijd voor dat in alle seizoenen altijd een deskundig ecoloog ter beschikking staat wanneer er onverwachte problemen dreigen voor te komen die indruisen tegen de natuurwetgeving.
13
QuickScan Wnb – Dorpstraat 18 6
2023
Enkele foto’s veldbezoek
14
QuickScan Wnb – Dorpstraat 18
2023
15
QuickScan Wnb – Dorpstraat 18
7
2023
Bijlagen
Bijlage 1: Informatie Wet natuurbescherming Wetgeving soortenbescherming in het kort Beschermingsregimes van soorten onder de Wet natuurbescherming en de Flora- en faunawet Een belangrijk verschil met de Flora- en faunawet is dat in de Wet natuurbescherming voor elke categorie soorten aparte verboden zijn opgesteld, terwijl de Flora- en faunawet één uniform verbodsstelsel kende. Hierdoor golden voor nationale soorten dezelfde (strenge) verbodsbepalingen als voor de soorten beschermd onder de Europese natuurrichtlijnen. Om hier in de praktijk toch pragmatisch mee om te kunnen gaan, kende de Flora- en faunawet verschillende uitzonderingsregimes, onder meer in de toetsingscriteria voor het verlenen van ontheffing. Hiertoe waren nationale soorten ingedeeld in zogenaamde tabel 1, tabel 2 en tabel 3 soorten. Alle Europese soorten vielen onder tabel 3. Voor tabel 1 en 2 soorten gold voor een aantal handelingen een vrijstelling. Indien hier geen gebruik van gemaakt kon worden en toch een ontheffing vereist was, behoefde enkel getoetst te worden aan het criterium van een gunstige staat van instandhouding. Voor tabel 3 soorten moest aan drie toetsingscriteria (geldig belang; ontbreken van alternatieven; geen afbreuk staat van instandhouding) zijn voldaan.
Onder de Wet natuurbescherming wordt één op één aangesloten bij de beschermingsartikelen uit de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn van de EU. Voor ‘nationale’ andere soorten geldt nu een kleiner aantal verbodsbepalingen. Het meest in het oog springend is het vervallen van het verbod op het verstoren van soorten. Daarnaast zijn voor alle nationale soorten (of zij nu vroeger onder tabel 1, 2 of 3 vielen) de toetsingscriteria gelijkgesteld en moet aan de drie voorwaarden bij het verlenen van een ontheffing of vrijstelling voldaan worden. Wel kennen de ‘nationale’ andere soorten ruimere ontheffingsmogelijkheden dan de soorten van de Vogel- en Habitatrichtlijn. De Wet natuurbescherming kent drie categorieën beschermde soorten: Ten eerste worden alle van nature in Nederland in het wild levende vogels beschermd volgens het beschermingsregime van de Vogelrichtlijn. Ten tweede worden soorten (geen vogels) beschermd op grond van de Habitatrichtlijn, het Verdrag van Bern en het Verdrag van Bonn. Tenslotte is er een beschermingsregime voor ‘andere soorten’ waaronder soorten vallen die vanuit nationaal oogpunt bescherming behoeven. Zorgplicht: Artikel 1.11 – de Zorgplicht onder de Wet op natuurbescherming 1. Een ieder neemt voldoende zorg in acht voor Natura 2000-gebieden, bijzondere nationale natuurgebieden en voor in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving. 2.
De zorg, bedoeld in het eerste lid, houdt in elk geval in dat een ieder die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat door zijn handelen of nalaten nadelige gevolgen kunnen worden veroorzaakt voor een Natura 2000-gebied, een bijzonder nationaal natuurgebied of voor in het wild levende dieren en planten: a. dergelijke handelingen achterwege laat, dan wel, b. indien dat achterwege laten redelijkerwijs niet kan worden gevergd, de noodzakelijke maatregelen treft om die gevolgen te voorkomen, of
16
QuickScan Wnb – Dorpstraat 18
c.
2023
voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen, deze zoveel mogelijk beperkt of ongedaan maakt.
Verbodsbepalingen Artikel 3.1 Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn 1. Het is verboden opzettelijk van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn te doden of te vangen. 2. Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen. 3. Het is verboden eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te rapen en deze onder zich te hebben. 4. Het is verboden vogels als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te storen. 5. Het verbod, bedoeld in het vierde lid, is niet van toepassing indien de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort. Artikel 3.5 Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn 1. Het is verboden in het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn, in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen. 2. Het is verboden dieren als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te verstoren. 3. Het is verboden eieren van dieren als bedoeld in het eerste lid in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen. 4.
Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in het eerste lid te beschadigen of te vernielen. 5. Het is verboden planten van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel b, bij de Habitatrichtlijn of bijlage I bij het Verdrag van Bern, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. Artikel 3.10 Beschermingsregime andere soorten 1. Onverminderd artikel 3.5, eerste, vierde en vijfde lid, is het verboden: a. in het wild levende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen en kevers van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel A, bij deze wet, opzettelijk te doden of te vangen; b. de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in onderdeel a opzettelijk te beschadigen of te vernielen, of c. vaatplanten van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel B, bij deze wet, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. De verboden, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a, en b, zijn niet van toepassing op de bosmuis, de huisspitsmuis en de veldmuis voor zover deze dieren zich in of op gebouwen of daarbij behorende erven of roerende zaken bevinden.
Uitzonderingen op de verbodsbepalingen Verstoring van vogels is niet verboden indien de verstoring niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort (artikel 3.1 lid 4 en lid 5). Het is aan de initiatiefnemer om zich ervan te vergewissen - en waar nodig aan te kunnen tonen - dat de op zich verstorende activiteit geen bedreiging vormt voor de vogelsoort en aldus niet leidt tot verslechtering van de staat van instandhouding van de betreffende soort. Het verbod om dieren opzettelijk te doden of te vangen en het verbod om vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen opzettelijk te beschadigen of vernielen, is níet van toepassing op de bosmuis, huisspitsmuis of veldmuis, voor zover deze dieren zich in of op gebouwen of daarbij behorende erven of roerende zaken bevinden (artikel 3.10 lid 3). De volgende vragen dient u te kunnen beantwoorden: Vraag 1. Komen er beschermde soorten voor in het gebied? Vraag 2. Zijn er jaarrond beschermde vaste rust- en verblijfsplaatsen?
17
QuickScan Wnb – Dorpstraat 18
2023
Vraag 3. Worden door de handeling de verbodsbepalingen overtreden? Vraag 4. Vallen de handelingen onder een vrijstelling? Vraag 5. Kan een ontheffing soortenbescherming worden verleend? Zorgplicht flora en fauna Of dier- en plantensoorten nu wettelijk beschermd zijn of niet, iedereen moet voldoende rekening houden met in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving. De wet erkent daarmee de intrinsieke waarde van in het wild levende soorten. De Memorie van Toelichting zegt het zo: “De zorgplicht houdt in dat een ieder voldoende zorg in acht moet nemen voor de in het wild levende dieren en planten, alsmede voor hun directe leefomgeving. Overtreding van de zorgplicht is niet strafbaar gesteld; de zorgplicht kan wel door toepassing van bestuursdwang worden gehandhaafd”. Deze formulering van de zorgplicht brengt met zich mee dat wanneer u een bepaalde handeling wilt verrichten die gevolgen voor natuurwaarden zou kunnen hebben, u zich daaraan voorafgaand op de hoogte stelt van de aanwezige natuurwaarden, de kwetsbaarheid ervan en de mogelijke gevolgen daarvoor van uw handelen. Zo nodig raadpleegt u een ecoloog. Bij de uitvoering van die handeling moet u negatieve gevolgen zoveel mogelijk voorkomen dan wel beperken of ongedaan maken.
Drie beschermingsregimes De Wet op natuurbescherming kent een apart beschermingsregime voor soorten van de Vogelrichtlijn, een apart beschermingsregime voor soorten van de Habitatrichtlijn, het Verdrag van Bern en het Verdrag van Bonn en een apart beschermingsregime voor andere soorten, die vanuit nationaal oogpunt beschermd worden. Elk van deze beschermingsregimes kent zijn eigen verbodsbepalingen en vereisten voor vrijstelling of ontheffing van de verboden. Alle vogels, in totaal ruim 700 soorten, zijn (beschermd). Daarnaast worden ongeveer 230 overige Europese en nationale soorten beschermd. Om af te mogen wijken van de verbodsbepalingen via een ontheffing of vrijstelling moet aan drie criteria zijn voldaan: Ten eerste mag alleen van de verbodsbepaling afgeweken worden als er geen andere bevredigende oplossing voor de handeling mogelijk is. Ten tweede moet tegenover de afwijking van het verbod een in de wet genoemd belang staan. De wet geeft voor de verschillende beschermingsregimes aan wat die belangen zijn zoals volksgezondheid of openbare veiligheid. Tenslotte mag de ingreep geen afbreuk doen aan de staat van instandhouding van de soort. Als aan deze drie criteria is voldaan, kan een ontheffing worden verleend. Voor een aantal handelingen zijn bovendien vrijstellingen mogelijk, bijvoorbeeld in de vorm van een provinciale verordening of een gedragscode.
De verbodsbepalingen voor vogels en Habitatrichtlijnsoorten in de Wet natuurbescherming sluiten vrijwel één op één aan bij de bepalingen uit de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn. De verbodsbepalingen zijn gericht op de bescherming van individuen van soorten. De drie criteria op grond waarvan van de verbodsbepalingen afgeweken kan worden, zijn eveneens uit deze twee richtlijnen overgenomen. Dat betekent dat de verbodsbepalingen niet overtreden mogen worden, tenzij men een ontheffing kan krijgen (het zogenoemde ‘nee, tenzij-principe’). Komen er beschermde soorten voor in het gebied? U onderneemt een handeling op plaatsen waar zich mogelijk beschermde planten of dieren bevinden. Om vast te stellen of beschermde soorten daadwerkelijk voorkomen in het gebied, moet u eerst weten wélke soorten beschermd zijn. Ook moet u weten welk gebied u moet (laten) inventariseren op het voorkomen van deze beschermde soorten. Welke soorten zijn beschermd: Ten eerste worden alle van nature in Nederland in het wild levende vogels beschermd volgens het beschermingsregime van de Vogelrichtlijn. Van de soorten die worden beschermd onder de Vogelrichtlijn is geen limitatieve lijst beschikbaar. Het gaat om ca. 700 soorten die van nature op het grondgebied van de Europese Unie voorkomen.
In de praktijk betreft het alle soorten die in Nederland als broedvogel, standvogel, wintergast of doortrekker aanwezig kunnen zijn*, in totaal ca. 290 soorten. Op alle vogels is het beschermingsregime van paragraaf 3.1 van de Wet natuurbescherming van toepassing. * Met uitzondering
18
QuickScan Wnb – Dorpstraat 18
2023
van exoten (die hier ook kunnen broeden, zoals de nijlgans) en verwilderde soorten (zoals soepganzen, eenden, -duiven). Ten tweede worden soorten beschermd op grond van de Habitatrichtlijn, het Verdrag van Bern en het Verdrag van Bonn. De Europees beschermde soorten, niet vogels zijnde, bestaan uit soorten van de Habitatrichtlijn bijlage IV onderdeel a inclusief het Verdrag van Bern bijlage II en het Verdrag van Bonn bijlage I, voor zover hun natuurlijk verspreidingsgebied zich in Nederland bevindt. Op deze soorten (zie pagina 22) is het beschermingsregime van paragraaf 3.2 van de Wet natuurbescherming van toepassing. Ten derde is er een beschermingsregime voor ‘andere soorten’ waaronder soorten vallen die vanuit nationaal oogpunt bescherming behoeven. De andere, ‘nationale’ soorten staan vermeld op in een bijlage van de wet die hoort bij artikel 3.10. Op deze bijlage staan soorten uit de soortgroepen zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen, kevers en vaatplanten. Het betreft een limitatieve lijst. Op deze soorten is het beschermingsregime van paragraaf 3.3 van de Wet natuurbescherming van toepassing. Let op: soortgroepen die niet opgenomen zijn in de bij de Wet Natuurbescherming gepubliceerde lijsten met beschermde soorten, bijvoorbeeld paddenstoelen en mossen, zijn nog steeds beschermd. Laat u door een ecoloog op de hoogte brengen.
Inventarisatie plangebied, onderzoeksgebied De bepalingen van de Wet natuurbescherming zijn alleen van toepassing als op of rondom de locatie waar u aan het werk gaat beschermde planten en/of dieren voorkomen of als zich daar hun nesten, voortplantingsplaatsen of rustplaatsen bevinden. Het plangebied is het gebied waar de daadwerkelijke handeling wordt uitgevoerd. Afhankelijk van de kenmerken van de activiteit kunnen storende factoren ook optreden buiten het plangebied. Denk aan verstoring door geluid, waardoor u bijvoorbeeld het verbod om soorten opzettelijk te verstoren overtreedt. Hoe groot het onderzoeksgebied is hangt dan ook af van de invloedssfeer van de werkzaamheden. Het onderzoeksgebied is vaak groter dan het plangebied. Het is belangrijk om het onderzoeksgebied te inventariseren op het voorkomen van diersoorten en op de aanwezigheid van voortplantingsplaatsen, rustplaatsen of nesten van diersoorten en het voorkomen van plantensoorten. Het is immers verboden om soorten te doden of te vangen en om dergelijke plaatsen te beschadigen of vernielen. Om een goed beeld te krijgen van de verschillende aanwezige soortgroepen is het noodzakelijk om op meerdere momenten in het jaar veldonderzoek te verrichten. Dit veldonderzoek moet niet alleen in beeld brengen welke soorten aanwezig zijn, maar ook welke functie het gebied heeft voor de soort.
Voor een aantal vogelsoorten geldt dat hun nesten jaarrond beschermd zijn, ook als de soort op het moment van de handeling geen gebruik maakt van het nest. Dit is het geval wanneer een vogelsoort jaarlijks terugkeert naar zijn nest en niet of nauwelijks in staat is om elders in zijn leefgebied een vervangend nest te vinden of te maken. Ook voor andere diersoorten kan gelden dat voortplantings- en rustplaatsen beschermd moeten worden, ook wanneer zij niet gebruikt worden. De bescherming van voortplantings- en rustplaatsen tegen beschadiging en vernieling moet worden opgevat als een waarborg dat de ecologische functionaliteit van deze plaatsen gegarandeerd wordt. Andere leefgebieden van een diersoort, zoals foerageergebieden of vaste vliegroutes, worden volgens de uitleg van het Guidance document niet beschermd, tenzij deze samenvallen met de voortplantings- of rustplaatsen. Jurisprudentie maakt echter duidelijk dat in het geval van Habitatrichtlijnsoorten het zodanig verstoren van vaste vliegroutes en/of beschadigen van foerageergebied dat de soort om die reden deze vaste voortplantings- of rustplaatsen (die buiten het plangebied zijn gelegen) zal verlaten, wel onder het verbod van de Habitatrichtlijn valt*. De redenering hierbij is dat bij een dergelijke verstoring de ecologische functionaliteit van de voortplantings- of rustplaatsen niet meer gegarandeerd is.
In deze gevallen is dan ook artikel 3.5 van de Wet natuurbescherming van toepassing. * ECLI:NL:RVS:2012:BY2464 en ECLI:NL:RVS:2012:BX8942 Worden de verbodsbepalingen overtreden? U gaat na of door uw handeling de verbodsbepalingen worden overtreden. Ook wordt beoordeeld welke wettelijke uitzonderingen er gelden voor het overtreden van de verbodsbepalingen en of er maatregelen mogelijk zijn om overtreding te voorkomen.
19
QuickScan Wnb – Dorpstraat 18
2023
Niet-opzettelijke handelingen waarbij de verbodsbepalingen overtreden worden, zijn nu niet langer verboden. Welopzettelijke handelingen waarbij de verbodsbepalingen overtreden worden, zijn verboden. Daarbij is van belang dat het Europees Hof van Justitie in zijn jurisprudentie heeft bepaald dat onder opzet ook voorwaardelijke opzet moet worden begrepen6): “Daarvan is sprake als iemand een handeling verricht en daarbij bewust de aanmerkelijke kans aanvaardt dat zijn gedragingen schadelijke gevolgen hebben voor een dier of plant…”. Indien maatregelen kunnen worden getroffen waardoor negatieve effecten kunnen worden voorkomen, vindt geen overtreding van de verbodsbepalingen plaats. Maatregelen die overtreding kunnen voorkomen zijn bijvoorbeeld: het aanpassen van de werkvolgorde; het gebruik maken van andere werkapparatuur; of de werkzaamheden faseren in ruimte en tijd (zoals in het voorbeeld van bomenkap). Als ondanks het treffen van maatregelen niet kan worden voorkomen dat de verbodsbepalingen worden overtreden, is ontheffing nodig.
Deze ontheffing kan mogelijk verleend worden, als door de maatregelen geen verslechtering van de staat van instandhouding van de vogelsoort optreedt en/of geen afbreuk wordt gedaan aan het streven de populaties van de overige Europees en nationaal beschermde soorten in hun natuurlijk verspreidingsgebied in een gunstige staat van instandhouding te laten voortbestaan. Maatregelen die de effecten op de plek van handeling herstellen, zijn mitigerend van aard; maatregelen die de effecten voor de populatie opheffen door herstel of verbetering op een andere plek zijn compenserend van aard. Overigens wordt bij soortenbescherming geen scherp onderscheid gemaakt tussen mitigerende en compenserende maatregelen (dit in tegenstelling tot gebiedenbescherming). Belangrijk is dat de staat van instandhouding gegarandeerd wordt. Ontheffing of niet? Het volgende stappenplan helpt u te bepalen of een ontheffingsaanvraag noodzakelijk is. Hou rekening met een afhandelingstijd van 20 weken vanaf het indienen van een aanvraag.
20
2023
QuickScan Wnb – Dorpstraat 18
STAPPENPLAN SOORTENBESCHERMING 1
Komen er beschermde soorten voor in het gebied? JA
2
NEE
Vallen de handelingen onder een vrijstelling? NEE
Geen ontheffing nodig Let op: elke categorie beschermde soorten heeft eigen verbodsbepalingen.
Worden de verbodsbepalingen overtreden? JA
3
NEE
Let op: er zijn drie categorieën beschermde soorten: vogels, overige Europees beschermde soorten en andere (‘nationaal’) beschermde soorten.
Geen ontheffing nodig Let op: afhankelijk van het type handeling en de aangetroffen soorten kunnen verschillende vrijstellingen gelden via bijvoorbeeld een gedragscode of provinciale verordening.
JA
Geen ontheffing nodig
JA
Doorloop de stappen opnieuw met het alternatief
4a Is er een alternatieve oplossing mogelijk? NEE
Let op: elke categorie beschermde soorten heeft eigen lijst met belangen.
4b Is er sprake van een wettelijk belang? JA
NEE
Geen ontheffing nodig
4c Is er een effect op de staat van instandhouding? NEE
JA
Geen ontheffing mogelijk
Ontheffing kan onder voorwaarden worden verleend Onder de Wet natuurbescherming is niet altijd een ontheffing nodig bij handelingen met gevolgen voor beschermde plant- en diersoorten. In (veel) gevallen kunt u gebruik maken van een vrijstelling. Een vrijstelling is een uitzondering op een wettelijk verbod, die wordt vastgesteld voor een van te voren bepaalde categorie van gevallen. Er zijn verschillende vrijstellingen van de verboden voor beschermde soorten mogelijk. Een bekende en al in de praktijk toegepaste vorm van vrijstelling is die van de gedragscode. In de Wet natuurbescherming zijn voor beschermde soorten ook andere vormen van vrijstelling geïntroduceerd, zoals door middel van een Programmatische Aanpak of via een provinciale verordening. Overigens is ook een vrijstelling in de vorm van een ministeriële regeling mogelijk.
Ontheffing aanvragen Voor handelingen is een ontheffing van de verbodsbepalingen nodig als: Er geen maatregelen mogelijk zijn om het overtreden van de verbodsbepalingen te voorkomen; Er geen vrijstelling geldt op grond van een provinciale verordening, gedragscode, beheerplan Natura 2000, programmatische aanpak of een ministeriële regeling.
21
QuickScan Wnb – Dorpstraat 18
2023
Een ontheffing wordt aangevraagd door de initiatiefnemer waarna een besluit over de aanvraag wordt genomen door het bevoegd gezag. In de regel moet een aparte ontheffing soortenbescherming worden aangevraagd bij de provincie waarbinnen de handeling plaatsvindt. Alleen ten aanzien van handelingen die tot de Rijksbevoegdheden behoren is RVO.nl namens het Rijk bevoegd gezag. Daarbij moet gedacht worden aan activiteiten en handelingen van nationaal, provincie-overschrijdend belang, zoals de aanleg en onderhoud van Rijkswegen, -wateren en spoorwegen of schelpdiervisserij. In zijn algemeenheid moet in een aanvraag soortenbescherming aandacht besteedt worden aan: Een beschrijving van de handelingen die uitgevoerd zullen worden; Voor welke beschermde soorten een ontheffing wordt aangevraagd; Voor welke verbodsbepalingen uit de Wet natuurbescherming een ontheffing wordt aangevraagd. Het doel en belang van de handelingen die zullen plaatsvinden en de afwezigheid van andere bevredigende oplossingen hiervoor. Welke maatregelen getroffen zullen worden om schade aan soorten te beperken en/of herstellen. Aanvragen moeten in ieder geval vergezeld gaan van een projectbeschrijving, een ecologische gebiedsinventarisatie en van een effectstudie, waarin de gevolgen van de handeling op de staat van instandhouding van de soorten beschreven zijn.
Na ontvangst van de aanvraag wordt de aanvraag met bijbehorende stukken beoordeeld op volledigheid. Dat wil zeggen dat het bevoegd gezag zich ervan vergewist dat alle noodzakelijke informatie aanwezig is om een zorgvuldig en gemotiveerd besluit te nemen. Als de aanvraag aanhaakt bij een omgevingsvergunning wordt deze volledigheidstoets uitgevoerd door de gemeente; als het een aparte ontheffing soortenbescherming betreft, wordt deze toets in het algemeen uitgevoerd door de provincie. Als de verstrekte gegevens onvoldoende zijn voor een beoordeling van de aanvraag, wordt de aanvrager in de gelegenheid gesteld om een aanvulling te doen. Het is aan het bestuursorgaan om hiervoor een redelijke termijn te geven. Als de aanvraag onvolledig of niet is aangevuld, nadat de geboden termijn hiervoor is verstreken, dan moet het bestuursorgaan binnen vier weken beslissen om de aanvraag niet te behandelen. Een ontheffing (of een vrijstelling) wordt uitsluitend verleend, als voldaan is aan elk van de volgende drie cumulatieve voorwaarden: Geen andere bevredigende oplossing. Sprake van een in de wet genoemd belang. Geen verslechtering/afbreuk aan de staat van instandhouding van de soort. Om te beoordelen of aan deze voorwaarden wordt voldaan zal een toetsing van de belangen en de alternatieven plaatsvinden en een ecologische toetsing.
De termijn voor het behandelen van een aanvraag bedraagt 13 weken met de mogelijkheid om dit eenmalig te verlengen met 7 weken.
Rol provincie en gemeente Met de Wet natuurbescherming komt de bevoegdheid voor het verlenen van ontheffingen en vrijstellingen bij ruimtelijke ingrepen in principe bij de provincies te liggen. Provincies nemen hiermee de taak over die tot nu toe werd uitgevoerd door de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO.nl). Daarmee is de provincie bevoegd gezag voor de toetsing van werkzaamheden en activiteiten (hierna genoemd ‘handelingen’) bij Natura 2000- gebieden (de gebiedsbeschermingsbepalingen) en dier- en plantensoorten (de soortenbeschermingsbepalingen). Alleen bij ruimtelijke ingrepen waarmee grote nationale belangen zijn gemoeid, blijft het Rijk bevoegd gezag. Ook gemeenten hebben een belangrijke rol bij de uitvoering van de Wet natuurbescherming. Als sprake is van locatie gebonden activiteiten met gevolgen voor wettelijk beschermde dier- en plantensoorten, moet ofwel een natuurtoets deel uitmaken van de procedure bij het verkrijgen van een omgevingsvergunning, ofwel er wordt voorafgaand aan het aanvragen van de omgevinsgvergunning apart een ontheffing aangevraagd. In het eerste geval geeft de initiatiefnemer bij de aanvraag omgevingsvergunning aan dat er sprake is van handelingen met gevolgen voor beschermde dieren plantensoorten. Deze werkwijze staat bekend als vrijwillig aanhaken.
Het is aan de gemeente (als bevoegd gezag voor de omgevingsvergunning) om te controleren of de aanvraag voor een omgevingsvergunning volledig is, of dat de aanvrager al apart ontheffing heeft aangevraagd. Essentieel is dat de gemeente toetst of de initiatiefnemer al dan niet terecht heeft aangegeven of de handeling gevolgen heeft voor beschermde soorten. Als
22
QuickScan Wnb – Dorpstraat 18
2023
een initiatiefnemer vooraf géén aparte ontheffing soortenbescherming heeft aangevraagd, dan moet de natuurtoets aanhaken en kan geen afzonderlijke ontheffing meer worden aangevraagd. Bij aanhaken legt de gemeente de aanvraag voor aan de provincie als het bevoegd gezag voor de natuurtoets. De provincie geeft op grond van de inhoudelijke toetsing al dan niet een Verklaring van geen bedenkingen (Vvgb) af. Overigens geldt dezelfde procedure bij handelingen met gevolgen voor beschermde Natura 2000-gebieden. Exoten Exoten – EU wetgeving Nederland sluit aan bij de Europese wetgeving op exoten. De “Verordening Invasieve Uitheemse soorten” (EU Regulation 1143/2014 on Invasive Alien Species). Op grond van deze verordening is in december 2015 in Brussel de Europese Unielijst aangenomen. Voor 37 aangewezen ‘invasieve exoten van EU-belang’ die op deze Unielijst staan, gaan onder andere een import-, handels- en bezitsverbod gelden. De Unielijst is een dynamische lijst. Op basis van risicobeoordeling kunnen soorten aan de lijst worden toegevoegd, of er weer worden afgehaald. Exoten – Wet op Natuurbescherming Artikel 1.1 – sub invasieve exoten Exoten die wanneer zij zich gevestigd hebben of zouden vestigen in de Nederlandse natuur: a. een gevaar kunnen opleveren voor het voortbestaan van dier- of plantensoorten die van nature in Nederland of elders voorkomen, of b.
een aanmerkelijke verslechtering kunnen veroorzaken van omstandigheden die voor het voortbestaan van soorten als bedoeld in onderdeel a noodzakelijk zijn; Artikel 3.19 1. Onze Minister wijst soorten invasieve exoten aan die in het belang van de bescherming van de wilde flora, de wilde fauna of de instandhouding van natuurlijke habitats worden bestreden. 2. Gedeputeerde staten dragen er zorg voor dat in hun provincie het aantal van de invasieve exoten, bedoeld in het eerste lid, zoveel mogelijk wordt teruggebracht. 3. De aanwijzing, bedoeld in het eerste lid, vindt plaats in overeenstemming met de gedeputeerde staten, bedoeld in het tweede lid. 4. Gedeputeerde staten kunnen aan personen of samenwerkingsverbanden van personen opdracht geven tot het terugbrengen van het aantal planten van bij de opdracht aangeduide soorten, aangewezen krachtens het eerste lid. Artikel 3.18, tweede en derde lid, is op de uitvoering van deze opdracht van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat in artikel 3.18, derde lid, in plaats van «dieren» wordt gelezen: planten. Artikel 3.34 1. Het is verboden dieren of eieren van dieren uit te zetten. 2. Het verbod, bedoeld in het eerste lid, geldt niet voor het uitzetten van dieren van soorten die op grond van artikel 1, tweede lid, van de Visserijwet 1963 zijn aangewezen als «vis», of voor het uitzetten van hun eieren. 3.
Gedeputeerde staten kunnen ontheffing en provinciale staten kunnen vrijstelling verlenen van het verbod, bedoeld in het eerste lid. 4. Het is verboden exoten behorende tot bij algemene maatregel van bestuur aangewezen plantensoorten te planten of te zaaien. 5. Onze Minister kan, in zoverre in afwijking van het derde lid, ontheffing of vrijstelling verlenen van de verboden, bedoeld in het eerste en vierde lid, ten behoeve van de herintroductie van soorten, of voor het uitzetten, planten of zaaien van exoten. Onze Minister verleent een ontheffing of vrijstelling als bedoeld in de vorige volzin in overeenstemming met gedeputeerde staten van de provincie waar de herintroductie of uitzetting plaatsvindt. Artikel 3.39 Het is verboden invasieve exoten behorende tot bij algemene maatregel van bestuur aangewezen soorten, of eieren van deze exoten te verhandelen of in bezit te hebben. Artikel 7.2 1. Gedeputeerde staten zijn bevoegd tot het opleggen van een last onder bestuursdwang ter handhaving van het bepaalde bij of krachtens deze wet.
23
2023
QuickScan Wnb – Dorpstraat 18
2.
Onze Minister is bevoegd tot het opleggen van een last onder bestuursdwang in plaats van gedeputeerde staten ter handhaving van het bepaalde bij of krachtens: Ad c. artikel 3.34, eerste of vierde lid, voor zover de last betrekking heeft op het uitzetten, planten of zaaien van exoten.
BIJLAGE 2 - Informatie beschermde soorten (niet vogels) De nationale (Nederlandse) lijst is dynamisch en kan door lokaal gezag nog worden aangevuld met andere soorten. Raadpleeg bij twijfel Bureau Natuurzorg. De hieronder gepubliceerde lijst is de algemene lijst. NEDERLAND - Wet op Natuurbescherming Lijst van nationaal beschermde soorten Nederlandse naam
Wetenschappelijk
Amfibieën Alpenwatersalamander Bruine kikker
Amfibieën Triturus alpestris
EUROPESE UNIE - EU-wet Lijst van soorten die door de EU wet beschermd zijn volgens: bijlage IV van de habitatrichtlijn bijlage II van Bern bijlage I van Bonn staan. Nederlandse naam
Wetenschappelijk
Rana temporaria
24
2023
QuickScan Wnb – Dorpstraat 18
Gewone pad Kleine watersalamander Meerkikker amfibie Middelste groene kikker Vinpootsalamander Vuursalamander
Bufo bufo
Reptielen Adder Hazelworm Levendbarende hagedis Ringslang
Reptielen
Dagvlinders Aardbeivlinder Bosparelmoervlinder Bruin dikkopje Bruine eikenpage Donker pimpernelblauwtje Duinparelmoervlinder Gentiaanblauwtje Grote vuurvlinder Grote parelmoervlinder Grote vos dagvlinder Grote weerschijnvlinder Iepepage Kleine heivlinder Kleine ijsvogelvlinder Kommavlinder Pimpernelblauwtje Sleedoornpage Spiegeldikkopje Veenbesblauwtje Veenbesparelmoervlinder Veenhooibeestje Veldparelmoervlinder Zilveren maan