CConstaterende datMolenlanden
Koppel je AI →
Document · PDF

bijlage 4 Toelichting herzien bestsemmingsplan ‘Noordeloos, Grotewaard 33a

Raadsvergadering 15 juli 2021, gemeente MolenlandenBij agendapunt: Herzien besluit over vaststelling bestemmingsplan Noordeloos, Grotewaard 33a15.045 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Toelichting bestemmingsplan ‘Noordeloos, Grotewaard 33a’

Toelichting bestemmingsplan ‘Noordeloos, Grotewaard 33a’

Identificatiecode: NL.IMRO.1978.BPgrotewaard33aNDL-VG02 Status: Gewijzigd vastgesteld Datum: 15-07-2021

Inhoudsopgave 1. Inleiding ............................................................................................................... 3 1.1 Aanleiding ....................................................................................................... 3 1.2 Ligging en begrenzing plangebied .................................................................. 3 1.3 Vigerend bestemmingsplan ............................................................................ 4 1.4 Leeswijzer ....................................................................................................... 4 2. Bestaande situatie .............................................................................................. 5 2.1 Ontstaansgeschiedenis en ruimtelijke structuur ............................................. 5 2.2 Huidig gebruik ................................................................................................. 5 3. Planbeschrijving ................................................................................................. 7 3.1 Plan ................................................................................................................. 7 3.2 Verkeer en parkeren ....................................................................................... 9 3.3 Beeldkwaliteit en landschappelijke inpassing ............................................... 10 4.

Beleidskader ..................................................................................................... 13 4.1 Rijksbeleid .................................................................................................... 13 4.1.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) ......................................................... 13 4.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) ............................ 13 4.1.3 Besluit ruimtelijke ordening (Bro) ........................................................... 14 4.2 Provinciaal beleid .......................................................................................... 15 4.2.1 Omgevingsvisie Zuid-Holland ................................................................ 15 4.2.2 Omgevingsverordening Zuid-Holland .................................................... 19 4.3 Regionaal Beleid ........................................................................................... 20 4.3.1 Regionale structuurvisie Visie 2030 ‘Open voor elkaar’ ........................ 20 4.3.2 Regionale woonvisie Alblasserwaard-Vijfheerenlanden ........................ 21 4.4 Gemeentelijk beleid ...................................................................................... 21 4.4.1 Omgevingsvisie Giessenlanden ............................................................

21 4.4.2 Woonvisie 2020-2024 ............................................................................ 22 4.5 Conclusie ...................................................................................................... 23 5. Milieuaspecten .................................................................................................. 24 5.1 Milieueffectrapportage (vormvrije m.e.r.) ...................................................... 24 5.2 Geluid ........................................................................................................... 25 5.3 Bedrijven en milieuzonering ......................................................................... 26 5.4 Bodem .......................................................................................................... 28 5.5 Archeologie en cultuurhistorie ...................................................................... 31 5.6 Watertoets .................................................................................................... 33 5.7 Flora en fauna ............................................................................................... 38 5.8 Luchtkwaliteit ................................................................................................ 42 5.9 Externe veiligheid ......................................................................................... 43 6.

Juridische planopzet ........................................................................................ 45 6.1 Inleiding ........................................................................................................ 45 6.2 Systematiek van de regels ........................................................................... 45

1

6.3 Bestemmingen .............................................................................................. 45 6.4 Aanduidingen ................................................................................................ 46 7. Economische uitvoerbaarheid ........................................................................ 46 7.1 Exploitatie ..................................................................................................... 46 8. Maatschappelijke uitvoerbaarheid .................................................................. 46 8.1 Vooroverleg .................................................................................................. 46 8.2 Zienswijzen ................................................................................................... 46 8.3 Beroep .......................................................................................................... 47 Bijlage 1 2

3

4

5 6 7 8 9

Omschrijving Landschappelijk inpassingsplan Akoestisch onderzoek wegverkeerlawaai Verkennend + aanvullend bodemonderzoek Grotewaard 33a Verkennend bodemonderzoek Grotewaard 34 Archeologisch onderzoek Digitale watertoets Ecologisch onderzoek Nota Zienswijzen Reactiebrief provincie ZuidHolland

Auteur Lagendijk tuin- en landschapsarchitecten Voortman Ingenieurs

Referentie LTL21003

Datum 13-09-2017

R-JVO/1223

09-11-2017

LAWIJN advies & management

16.2992-A1

24-05-2017

Linge Milieu bv

17-2085

16-06-2017

ADC ArcheoProjecten

Rapport 4468

23-02-2018

Waterschap Rivierenland Blom Ecologie

20170926-916096 BE/2017/415/r

26-09-2017

Gemeente Molenlanden Provincie Zuid-Holland

Versie 2.2

24-01-2019

PZH-2021777096494 DOS-20180008784

26-05-2021

23-02-2018

2

1. Inleiding 1.1 Aanleiding Het perceel Grotewaard 33a te Noordeloos is jarenlang in gebruik geweest als agrarisch bedrijf. De agrarische bedrijvigheid is inmiddels beëindigd. Sinds de bedrijfsbeëindiging hebben de agrarische bedrijfsgebouwen geen actieve functie meer. Het plan is om in ruil voor de sloop van een groot deel van de voormalige agrarische bedrijfsbebouwing, de huidige bedrijfswoning en het verwijderen van de terreinverharding twee vrijstaande burgerwoningen te realiseren. Het voorgenomen plan is strijdig met het vigerend bestemmingsplan ‘Buitengebied Giessenlanden’, vastgesteld op 11 maart 2015 door de gemeenteraad van de voormalige gemeente Giessenlanden. Het perceel heeft de bestemming ‘Agrarisch met waarden – Cultuurhistorische waarden’. Op gronden met de bestemming ‘Agrarisch met waarden – Cultuurhistorische waarden’ is het niet toegestaan om burgerwoningen te realiseren. Het bestemmingsplan ‘Noordeloos, Grotewaard 33a’ (IMRO-codering NL.IMRO. 1978.BPgrotewaard33aNDL-VG01) is op 7 mei 2019 door de gemeenteraad van de gemeente Molenlanden vastgesteld. Op dit besluit is beroep ingesteld, waarna de Raad van State op 10 maart 2021 een tussenuitspraak (uitspraak 201904761/1/R3) heeft gedaan waarin wordt opgedragen om: a. Het Raadsbesluit te wijzigen of een nieuw besluit te nemen.

Voor zover de raad het bouwvlak deels in het veenweidegebied wil handhaven, kan dit indien blijkt dat daarvoor provinciale toestemming bestaat. De raad kan ook het deel van het bouwvlak dat is gelegen in veenweidegebied laten vervallen of ervoor kiezen om een bouwvlak op een andere locatie binnen het lint vast te stellen; b. Publiekrechtelijk te borgen, bijvoorbeeld door middel van een voorwaardelijke verplichting, dat de schuur over de wetering zal worden gesloopt dan wel een ander besluit te nemen waarmee op dit punt wordt voorzien in een goede ruimtelijke ordening. Naar aanleiding van de tussenuitspraak van de Raad van State zijn wijzigingen doorgevoerd in het bestemmingsplan en is het bestemmingsplan gewijzigd vastgesteld.

1.2 Ligging en begrenzing plangebied Het plangebied is gelegen in het buitengebied ten zuidwesten van de dorpskern Noordeloos. Het plangebied wordt aan de noordzijde begrensd door een perceelgrens met het naastgelegen perceel Grotewaard 31 te Noordeloos. Aan de zuidwest grenst het plangebied aan de Grotewaard. Aan de oostzijde grenst het plangebied aan het open slagenlandschap.

3

Afbeelding 1: Begrenzing plangebied

1.3 Vigerend bestemmingsplan Het plangebied valt binnen het bestemmingsplan ‘Buitengebied Giessenlanden’, (vastgesteld op 11 maart 2015). De grond waarop het plangebied is gelegen heeft de enkelbestemming: • •

Agrarisch met waarden - Cultuurhistorische waarden; Water.

De dubbelbestemming: • Waarde – Archeologie – 2; • Waarde – Archeologie – 4; • Waarde – Archeologie – 5; • Waarde – Archeologie – 8; • Waterstaat – Waterkering. Met de gebieds- en overige aanduidingen: • Gebiedsaanduiding ‘vrijwaringszone – dijk’. • Bouwvlak; • Figuur relatie.

1.4 Leeswijzer Deze toelichting bestaat uit de volgende hoofdstukken. -

Hoofdstuk 2: Bestaande situatie; Hoofdstuk 3: Planbeschrijving; Hoofdstuk 4: Beleidskader; Hoofdstuk 5: Milieuaspecten; Hoofdstuk 6: Juridische planopzet; Hoofdstuk 7: Economische uitvoerbaarheid; Hoofdstuk 8: Maatschappelijke uitvoerbaarheid.

4

2. Bestaande situatie 2.1 Ontstaansgeschiedenis en ruimtelijke structuur De kern van Noordeloos is gelegen langs een natuurlijk veenriviertje, genaamd de Noordeloos. Vanuit de klei houdende stroomrug langs dit riviertje is het oorspronkelijke dorpje ontstaan. Deze hoger gelegen stroomruggen waren namelijk droger en beter van ondergrond om op te bouwen. Vanuit het dorp heeft men het achterliggende polderlandschap ontgonnen, iets wat goed te zien is in de huidige ligging van de slagen in het landschap. Het centrum van Noordeloos kenmerkt zich door een dichte soms stedelijke bebouwingsdichtheid. Rond de kerk is van oudsher een concentratie aan bebouwing ontstaan. Anno 2017 is de kern door latere uitbreiding, daterend uit de 20ste eeuw, zowel aan de noord- als de zuidzijde omsloten. Ondanks de latere uitbreidingen wordt het dorpsbeeld grotendeels bepaald door met name monumentale boerderijen. Het dorp Noordeloos is daarmee een karakteristiek voorbeeld van een nederzettingsvorm die rechtstreeks is ontstaan uit de wijze van ontginnen in de Middeleeuwen in een groot deel van het Holland-Utrechtse veengebied. De ruimtelijke structuur van de kern Noordeloos is in hoofdlijnen nagenoeg onveranderd gebleven. Het plangebied is gelegen ten zuidwesten van de kern Noordeloos, aan de Grotewaard.

Het plangebied is gelegen in het karakteristieke slagenlandschap en het slotenpatroon, de grote en brede slagen en het open karakter zijn daarin kenmerkend. Het plangebied is gelegen in de historische lintbebouwing. De lintbebouwing langs de Grotewaard kenmerkt zich door een afwisseling van (grotere) historische (woon)boerderijen, vervangende vrijstaande nieuwbouwwoningen en kleinere (arbeiders)woningen. Kenmerkend voor de woonpercelen in het cultuurhistorische bebouwingslint langs de Grotewaard is dat hoofdgebouwen doorgaans zijn gerealiseerd in de eerste bebouwingslijn (aan de weg) en de bijbehorende bijgebouwen in de tweede bebouwingslijn. De bebouwing langs de Grotewaard, zowel de traditionele bebouwing als de latere nieuwbouw, heeft overwegend een traditionele landelijke uitstraling. De gebruikte bouwmaterialen zijn bij zowel de traditionele bebouwing als de latere nieuwbouw overwegend traditioneel. De gebruikte kleuren zijn ingetogen en in harmonie met het omliggende landschap. Ter plaatse van het plangebied is landschappelijk gezien sprake van een unieke situatie, want binnen het plangebied loopt de wetering naar de Grotewaard toe, buigt de wetering af en loopt de wetering vervolgens direct grenzend aan de Grotewaard verder. Historische kaarten laten zien dat deze wetering in het verleden was aangesloten op de Giessen (de Noordeloos).

Ten oosten van de wetering ligt een agrarisch bouwvlak waarbinnen in de huidige situatie uitsluitend een agrarische wagenloods is gerealiseerd. Ter plaatse van het plangebied is, door de dichte begroeiing en voormalige agrarische bebouwing, geen sprake van openheid en landschappelijke doorzichten.

2.2 Huidig gebruik Het perceel Grotewaard 33a te Noordeloos is jarenlang in gebruik geweest door een agrarisch bedrijf. De bedrijfsactiviteiten zijn geruime tijd geleden beëindigd. De voormalige agrarische bebouwing bevindt zich thans in een verslechterde staat van onderhoud. De begroeiing verkeert tevens in een slechte van onderhoud, waardoor het perceel thans een verwilderde en verrommelde uitstraling heeft.

5

Afbeelding 2: Bestaande vervallen schuur en silo

Afbeelding 3: Bestaande voormalige agrarische opstallen

Afbeelding 4: Bestaande situatie

6

3. Planbeschrijving 3.1 Plan Het perceel Grotewaard 33a te Noordeloos is jarenlang in gebruik geweest als agrarisch bedrijf. De agrarische bedrijvigheid is inmiddels beëindigd. Sinds de bedrijfsbeëindiging hebben de agrarische bedrijfsgebouwen geen actieve functie meer. Het plan is om de bedrijfswoning, ter grootte van circa 140 m2, een groot deel van de voormalige agrarische bedrijfsbebouwing (1230 m2) te slopen en de betonplaat (360 m2) te verwijderen. In totaal wordt 1617 m2 bebouwing/verharding gesaneerd. De voormalige veestal en mestopslag (nummer 2 en 3) blijven behouden. De opstallen worden gerenoveerd in een passende landelijke uitstraling en zullen worden gebruikt als privéopslag en/of hobbymatige doeleinden.

Afbeelding 5: Overzicht bebouwing/verharding perceel Grotewaard 33a Noordeloos

Tabel 1: Overzicht bebouwing/verharding perceel Grotewaard 33a Noordeloos Nummer Omschrijving Oppervlakte (m2) Sloop/behoud 1 Tijdelijke bedrijfswoning 85 m2 Sloop 2 Voormalige veestal 408 m2 Behoud 3 Voormalige mestopslag 238 m2 Behoud 4 Vervallen houten schuur 245 m2 Sloop 5 Vervallen houten hooitas 160 m2 Sloop 6 Vervallen woonboerderij 140 m2 Sloop 7 Wagenloods 465 m2 Sloop 8 Silo’s en ingestorte schuur 100 m2 Sloop 9 Schuur 35 m2 Sloop 10 Mestkelder 27 m2 Sloop 11 Betonplaat 360 m2 Sloop Totaal sloop/ verwijdering

1617 m2

7

In ruil voor de sloop van de voormalige agrarische bedrijfsbebouwing en het verwijderen van de terreinverharding worden twee vrijstaande woningen gerealiseerd. De woningen worden minimaal 7 meter van de weg gepositioneerd. De woning Grotewaard 33a Noordeloos is inmiddels gerealiseerd ter plaatse van de vervallen houten schuur (nummer 4). De woning Grotewaard 33a is 25 meter van de westelijke erfgrens gepositioneerd in verband met de geurcirkel van het naastgelegen agrarisch bedrijf. De woning Grotewaard 34 wordt gerealiseerd ten oosten van de wetering. Het agrarisch bouwvlak ten oosten van de wetering wordt opgedeeld in twee delen, een woonkavel en het overige (overgrote) deel wordt agrarisch grasland. Op het achterste deel van het woonkavel is de functieaanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch - hobbymatig agrarisch gebruik’ waarmee het mogelijk is ter plaatse hobbymatige agrarische activiteiten uit te oefenen. Wat betreft de maatvoering van de woningen en bijbehorende bouwwerken is aangesloten bij de bouwregels voor de bestemming ‘Wonen’ in het vigerende bestemmingsplan ‘Buitengebied Giessenlanden’. De sloop van de agrarische schuur (wagenloods) is publiekrechtelijk geborgd in het bestemmingsplan door middel van een voorwaardelijke sloopverplichting, waarmee wordt voorzien in een goede ruimtelijke ordening.

Afbeelding 6: Nieuwe situatie

8

3.2 Verkeer en parkeren Verkeer Het perceel Grotewaard 33a te Noordeloos heeft thans vier uitritten op de Grotewaard. In de nieuwe situatie behoudt het plangebied twee uitritten. Beide woonkavels krijgen een aparte in- en uitrit. Ten behoeve van de woning Grotewaard 34 wordt een nieuwe brug gerealiseerd over de wetering. Op deze ontsluiting ligt een recht van overpad voor de eigenaar van de aanliggende agrarische gronden. Per saldo neemt het aantal inritten af, waardoor vanuit verkeerstechnisch en – veiligheidsoogpunt is sprake van een verbeterde situatie. Parkeren Nota Parkeernormen Molenlanden 2020 Voor de berekening van de parkeerbehoefte is uitgegaan van de 'Nota Parkeernormen Molenlanden 2020'. Dit parkeerbeleid is gebaseerd op de CROWpublicatie 381 (Toekomstbestendig parkeren, 2018). In het CROW-beleid wordt uitgegaan van een bandbreedte van een minimale tot een maximale parkeernorm. In de 'Nota Parkeernormen Molenlanden 2020' wordt uitgegaan van het gemiddelde. De gemeente Molenlanden valt qua stedelijkheidsgraad – in zijn geheel - in de categorie ‘niet stedelijk’. Het plangebied is gelegen in het gebiedstype ‘buitengebied’. Parkeerbehoefte In de nieuwe situatie is sprake van twee vrijstaande woningen op het perceel Grotewaard 33a/34 te Noordeloos.

Voor het woningtype ‘koop, vrijstaand’ liggend in ‘het buitengebied’ van een ‘niet stedelijk gebied’ stelt het parkeerbeleid een parkeernorm van 2,4 parkeerplaatsen per woning. Dit resulteert in een totale parkeerbehoefte van vijf parkeerplaatsen. Parkeeroplossing De parkeerbehoefte wordt volledig op eigen terrein opgelost. Op beide woonkavels is voldoende ruimte voor het parkeren van minimaal drie auto’s. Hiermee wordt voldaan aan de gestelde parkeernorm.

9

3.3 Beeldkwaliteit en landschappelijke inpassing Om de ruimtelijke kwaliteit te behouden dan wel te versterken is het bij nieuwe ontwikkelingen in het buitengebied wenselijk zorg te dragen voor een passende vormgeving van de bebouwing (beeldkwaliteit) en landschappelijke inpassing van de nieuwe bebouwing. Het plan zorgt met het wegnemen van het agrarisch bouwvlak, de sloop van het overgrote deel van de voormalige agrarische bedrijfsbebouwing, het verwijderen van de overtollige terreinverharding en de nieuwbouw van twee vrijstaande woningen voor een aanzienlijke verandering. In het kader van een goede ruimtelijke ordening is daarom een beeldkwaliteitparagraaf opgesteld. Het doel van deze beeldkwaliteitsparagraaf is om ongewenste situaties te voorkomen. Daarnaast biedt het een handvat voor het bevoegd gezag om te komen tot een verantwoorde en gewenste invulling van het plangebied. Gebiedsomschrijving Het plangebied is gelegen in het karakteristieke slagenlandschap en het slotenpatroon, de grote en brede slagen en het open karakter zijn daarin kenmerkend. Het plangebied is gelegen in de historische lintbebouwing. De lintbebouwing langs de Grotewaard kenmerkt zich door een afwisseling van (grotere) historische (woon)boerderijen, vervangende vrijstaande nieuwbouwwoningen en kleinere (arbeiders)woningen.

Kenmerkend voor de woonpercelen in het cultuurhistorische bebouwingslint langs de Grotewaard is dat hoofdgebouwen doorgaans zijn gerealiseerd in de eerste bebouwingslijn (aan de weg) en de bijbehorende bijgebouwen in de tweede bebouwingslijn. Ter plaatse van het plangebied is landschappelijk gezien sprake van een unieke situatie, want binnen het plangebied loopt de wetering naar de Grotewaard toe, buigt de wetering af en loopt de wetering vervolgens direct grenzend aan de Grotewaard verder. Historische kaarten laten zien dat deze wetering in het verleden was aangesloten op de Giessen (de Noordeloos). Ten oosten van de wetering ligt een agrarisch bouwvlak waarbinnen in de huidige situatie uitsluitend een agrarische wagenloods is gerealiseerd. Ter plaatse van het plangebied is, door de dichte begroeiing en voormalige agrarische bebouwing, geen sprake van openheid en landschappelijke doorzichten.

Afbeelding 7: Bestaande landschappelijke situatie

10

De hoofdgebouwen zijn overwegend opgebouwd uit bakstenen gevels met een gebakken antracieten pan als dakbedekking en hebben daarmee een landelijke en traditionele uitstraling. De historische hoofdgebouwen hebben overwegend een rechthoekige opzet en zijn zowel haaks als parallel aan de Grotewaard gepositioneerd. Overwegend zijn er zadeldaken toegepast of een afgeleide hiervan (bijv. wolfseind.) De gebruikte kleuren voor o.a. gevelstenen, overstekken, kozijnen, deuren zijn over het algemeen ingetogen en in harmonie met het landschap. Bij de historische lintbebouwing ziet men ingetogen architectonische detailleringen aan de gevels (o.a. sierlijke metselverbanden, rollagen, raamluiken en/of uitbouwen waaronder erkers). Aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen hebben tevens een rechthoekige opbouw met een heldere of eenduidige kapvorm. De aan- en uitbouwen bouwen en bijgebouwen zijn overwegend opgetrokken uit baksteen of potdekselwerk en hebben doorgaans een donkerdere kleur dan de hoofdgebouwen en hebben daarmee een ondergeschikte uitstraling in relatie tot het hoofdgebouw. Beeldkwaliteit Vanuit beeldkwaliteitsoogpunt is het wenselijk aan te sluiten bij de huidige karakteristiek van het lint. In de huidige situatie zijn de tijdelijke bedrijfswoning Grotewaard 33a en de bedrijfswoning in de eerste bebouwingslijn gelegen.

De nieuwe woningen eveneens in de eerste bebouwingslijn gerealiseerd. De woningen worden minimaal 7 meter van de weg gepositioneerd. De woning Grotewaard 33a Noordeloos is inmiddels gerealiseerd ter plaatse van de vervallen houten schuur. De woning Grotewaard 33a is 25 meter van de westelijke erfgrens gepositioneerd in verband met de geurcirkel van het naastgelegen agrarisch bedrijf. De woning Grotewaard 34 wordt gerealiseerd ten oosten van de wetering. Bij de architectonische uitwerking van de nieuwe woningen is aangesloten bij de bestaande cultuurhistorische lintbebouwing en het karakter van het gebied. De nieuwe vrijstaande woningen worden opgebouwd uit bakstenen gevels met een zadeldak bedekt met een gebakken of keramische pan als dakbedekking. De nieuwe woningen worden vormgegeven in een landelijke stijl. De te behouden schuren worden gerenoveerd in eveneens een landelijke uitstraling. De nieuwe vrijstaande woningen worden zowel haaks als parallel op de Grotewaard gepositioneerd. De gebruikte kleuren voor o.a. gevelstenen, overstekken, kozijnen, deuren zijn over het algemeen ingetogen en in harmonie met het landschap (een landelijke uitstraling). De eventuele vrijstaande bijgebouwen krijgen een soberdere kleur dan de hoofdgebouwen, waardoor de bijgebouwen een ondergeschikte uitstraling heeft ten opzichte van de woningen.

Afbeelding 8: Referentiebeelden vrijstaande woningen

11

Afbeelding 9: Referentiebeelden vrijstaande woningen

Landschappelijke inpassing Om de nieuwe woning op een passende wijze landschappelijk in te passen is een landschappelijk inpassingsplan opgesteld. Het uitgangspunt van het landschappelijk inpassingsplan is om de bestaande landschappelijke en cultuurhistorische waardevolle elementen te behouden dan wel te versterken en woningen op een passende wijze in te passen. In het kader van een goede ruimtelijke ordening is door Bureau Lagendijk tuin- en landschapsarchitecten een landschappelijke analyse uitgevoerd wat heeft geresulteerd in een landschappelijk inpassingsplan opgesteld. De schets is uitvergroot toegevoegd in de bijlage.

Afbeelding 10: Landschappelijk inpassingsplan

Het uitgangspunt van het landschappelijke inpassingsplan is om de huidige waardevolle landschapselementen te behouden dan wel te versterken. Zo worden de bestaande beplantingsgroepen met streekeigen soorten binnen het plangebied behouden en in een goede staat van onderhoud teruggebracht. Het bestaande verkavelings- en slotenpatroon blijft gehandhaafd. De woonkavels worden op een passende en verantwoorde wijze landschappelijk ingericht. Hierbij kan gedacht worden aan het planten van knotwilgen- en /of elzenrijen langs de watergangen. De situering van de woningen in het landschappelijk inpassingsplan is indicatief.

12

4. Beleidskader 4.1 Rijksbeleid 4.1.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie in werking getreden. Deze visie bevat de hoofdzaken van het strategisch rijksbeleid voor de fysieke leefomgeving. Dit is een combinatie van beleid uit de bestaande beleidsdocumenten, met en zonder wettelijke grondslag, en nieuw strategisch beleid. De grote en complexe opgaven zoals klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw zullen Nederland gaan veranderen. De NOVI schrijft een toekomstperspectief met de ambities van het Rijk. In de NOVI zijn 21 nationale belangen met bijbehorende opgaven geformuleerd. Deze nationale belangen komen samen in vier prioriteiten: • Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; • Duurzaam economisch groeipotentieel; • Sterke en gezonde steden en regio's; • Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Voor de vier NOVI-prioriteiten geldt steeds dat er zowel maatregelen op korte termijn als maatregelen op lange termijn nodig zijn. Deze maatregelen dienen in de praktijk voortdurend op elkaar in te spelen. Bij de afweging van de belangen staat een evenwichtig gebruik van de fysieke leefomgeving centraal voor zowel de boven- als de ondergrond. Het plan is kleinschalig van aard en er worden geen Rijksbelangen geschaad.

4.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Kern van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) is dat alle overheden hun ruimtelijke belangen vooraf kenbaar maken en aangeven via welke weg zij die belangen denken te realiseren. Het Rijk geeft dit aan in de AMvB Ruimte. De nieuwe AMvB Ruimte, het Barro (Besluit algemene regels ruimtelijke ordening) is gebaseerd op enkele hoofdstukken uit de voorgaande AMvB Ruimte en enkele nieuwe toevoegingen. Het Barro omvat alle ruimtelijke Rijksbelangen uit eerder uitgebrachte PKB's (planologische kernbeslissingen) die juridisch doorwerken op het niveau van bestemmingsplannen. Het gaat om kaders voor onder meer het bundelen van verstedelijking, de bufferzones, nationale landschappen, de ecologische hoofdstructuur, de kust, grote rivieren, militaire terreinen, mainportontwikkeling van Rotterdam en de Waddenzee. Met het Barro maakt het Rijk proactief duidelijk waar provinciale verordeningen en gemeentelijke bestemmingsplannen aan moeten voldoen. Het plan is kleinschalig van aard en maakt geen onderdeel uit van de genoemde ruimtelijke Rijksbelangen in het Barro.

13

4.1.3 Besluit ruimtelijke ordening (Bro) In artikel 3.1.6, lid 2 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is de verplichting opgelegd aan gemeenten en provincies om in de toelichting van een bestemmingsplan waarmee een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk wordt gemaakt, een beschrijving op te nemen over de behoefte aan de voorgenomen stedelijke ontwikkeling. Indien het bestemmingsplan een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, dient de toelichting, aanvullend op de beschrijving van de behoefte en het resultaat van het nodige overleg, een motivering te bevatten waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in de behoefte kan worden voorzien. Voordat een stedelijke ontwikkeling plaats kan vinden zal deze moeten worden getoetst aan de ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’. Ladder voor duurzame verstedelijking Of toetsing van het plan aan de hand van de ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’ wettelijk verplicht is hangt af van het feit of er sprake is van een ‘stedelijke ontwikkeling’. Een voorziene ontwikkeling dient voldoende substantieel te zijn om als stedelijke ontwikkeling te kunnen worden aangemerkt. Inmiddels biedt jurisprudentie een beoordelingskader van welke ontwikkelingen als nieuwe ‘stedelijke ontwikkeling’ worden aangemerkt.

In artikel 1.1.1, lid 1, onder i van het Bro is de volgende definitie van stedelijke ontwikkeling opgenomen: ‘Ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen’. De bouw van één woning is niet aan te merken als een stedelijke ontwikkeling in de zin van de ladder (ABRvS 14 januari 2014, ECLI:NL:RVS:2014:156). Ook een plan dat voorziet in de planologische inpassing van drie woningen is niet aan te merken als een stedelijke ontwikkeling (ABRvS 5 november 2014, ECLI:NL:RVS: 2014:3929). De ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’ is tevens niet van toepassing op een ontwikkeling waarbij zes woningen mogelijk worden gemaakt (ABRVS 18 december 2013, ECLI: NL:RVS:2013: 2471). Wanneer een bestemmingsplan voorziet in niet meer dan 11 woningen die gelet op hun onderlinge afstand als één woningbouwlocatie als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, van het Bro, kunnen worden aangemerkt, kan deze ontwikkeling in beginsel niet als een stedelijke ontwikkeling worden aangemerkt (ABRvS 28 juni 2017, ECLI:NL: RVS: 2017:1724, Uitspraak 201608869/1/R3).’ Toetsing aan ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’ In dit plan worden per saldo één woning toegevoegd.

Op basis van bovenstaande jurisprudentie is daarmee geen sprake van een stedelijke ontwikkeling, waardoor de ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’ niet van toepassing is. De woning is regionaal gemeld en meegenomen in de herijking van de woningbouwmonitor Alblasserwaard-Vijfheerenlanden 2020-2030.

14

4.2 Provinciaal beleid 4.2.1 Omgevingsvisie Zuid-Holland Op 20 februari 2019 hebben de Provinciale staten van Zuid-Holland het Omgevingsbeleid vastgesteld. De Omgevingsvisie van Zuid-Holland biedt een strategische blik op de lange(re) termijn voor de gehele fysieke leefomgeving en bevat de hoofdzaken van het te voeren integrale beleid van de provincie ZuidHolland. De Omgevingsvisie vormt samen met de Omgevingsverordening en het Omgevingsprogramma het provinciale Omgevingsbeleid van de provincie ZuidHolland. Het Omgevingsbeleid beschrijft hoe de provincie werkt aan een goede leefomgeving, welke plannen daarvoor zijn, welke regels daarbij gelden en welke inspanningen de provincie daarvoor levert. Op 10 oktober 2020 is een herziening van de Omgevingsvisie Zuid-Holland Koers 2020 gepubliceerd (ontwerpOmgevingsvisie Zuid-Holland - Koers 2020). De provincie Zuid-Holland heeft in de Omgevingsvisie zeven richtinggevende ambities geformuleerd. Deze ambities dienen als stip op de horizon: 1. Samen werken aan Zuid-Holland: inwoners, organisaties en bedrijven in een vroeg stadium betrekken bij besluiten. 2. Bereikbaar Zuid-Holland: efficiënt, veilig en duurzaam over weg, water en spoor. 3. Schone energie voor iedereen: op zoek naar schone energie, haalbaar en betaalbaar voor iedereen. 4. Een concurrerend Zuid-Holland: diversiteit, de economische kracht van Zuid-Holland. 5.

Versterken natuur in Zuid-Holland: een aantrekkelijk landelijk gebied draagt bij aan de kwaliteit van de leefomgeving. 6. Sterke steden en dorpen in Zuid-Holland: versnellen van de woningbouw met behoud van ruimtelijke en sociale kwaliteit. 7. Gezond en veilig Zuid-Holland: beschermen en bevorderen van een gezonde, veilige leefomgeving. De provincie streeft naar een optimale wisselwerking tussen gewenste ruimtelijke ontwikkelingen en een goede omgevingskwaliteit. Onder ‘omgevingskwaliteit’ wordt verstaan het geheel aan kwaliteiten die de waarde van de fysieke leefomgeving bepalen. Hierbij gaat het om een samenvoeging van ruimtelijke kwaliteit (belevingswaarde, gebruikswaarde en toekomstwaarde) en milieukwaliteit (gezondheid en veiligheid). Stedelijke ontwikkelingen De provincie streeft naar een compact, samenhangend en kwalitatief hoogwaardig bebouwd gebied en wil de bebouwde ruimte daarom beter benutten. De provincie zet ten eerste in op verdichting, concentratie, diversiteit en specialisatie binnen het bestaand stads- en dorpsgebied, en ten tweede op een hiërarchie van complementaire knooppunten en centra met een goede onderlinge bereikbaarheid. Niet alle vraag naar wonen en werken kan en hoeft te worden opgevangen binnen bestaand stads- en dorpsgebied (BSD).

Stedelijke ontwikkelingen die niet binnen BSD gerealiseerd kunnen worden en kleinschalige stedelijke ontwikkelingen, kunnen in het landelijk gebied plaatsvinden in aansluiting op BSD of in bebouwingslinten. Bij nieuwe stedelijke ontwikkelingen buiten BSD dient de Ladder voor duurzame verstedelijking te worden doorlopen en dient het plan te voldoen aan het provinciaal beleid voor ruimtelijke kwaliteit. Stedelijke ontwikkelingen groter dan 3 hectare buiten BSD dienen eerst door Provinciale Staten worden afgewogen en worden op de kaart ‘woningbouwlocaties, bedrijventerreinen en andere stedelijke ontwikkelingen’ (ook wel genoemd: ‘3 ha kaart’) gezet.

15

Het plangebied is gelegen buiten bestaand stads- en dorpsgebied (BSD). Het plangebied betreft een voormalige agrarische bedrijfslocatie. De agrarische bedrijfsactiviteiten zijn reeds beëindigd. Door de schaalvergroting in de landbouw is het exploiteren van een nieuw agrarische bedrijf op deze locatie niet mogelijk. De bijbehorende grond is onvoldoende voor het opstarten van een nieuw agrarisch bedrijf. Om langdurige leegstand en verpaupering van de bedrijfsbebouwing en bijbehorend terrein te voorkomen is besloten de locatie een nieuwe invulling te geven in de vorm van wonen. Middels het plan wordt de huidige agrarische bestemming weg bestemd en wordt de volledige bedrijfsbebouwing, behoudens een tweetal, gesloopt. In ruil daarvoor worden twee vrijstaande woningen gerealiseerd. De woningen worden gerealiseerd in het cultuurhistorisch lint. Het plan past daarmee binnen het woningbouwbeleid van de provincie ZuidHolland en het streven van de provincie Zuid-Holland naar het beter benutten en opwaarderen van de ‘bebouwde ruimte. Het plan leidt tot een opwaardering van de lintbebouwing aan de Grotewaard. Vanuit jurisprudentie is in dit geval geen sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling, waardoor toetsing aan de ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’ niet noodzakelijk is.

Ruimtelijke kwaliteit De provincie geeft richting en ruimte aan een optimale wisselwerking tussen ruimtelijke ontwikkelingen en gebiedskwaliteit : een evenwicht en samenspel van toekomstwaarde, gebruikswaarde en belevingswaarde. Ruimtelijke kwaliteit speelt op verschillende niveaus: veelal plek gebonden, maar ook op het niveau van de gehele provincie en soms daarbuiten. In de gehele provincie, zowel in het stedelijk gebied als in het landelijk gebied, beoogt het kwaliteitsbeleid een ‘ja, mits-beleid’: ruimtelijke ontwikkelingen zijn mogelijk, met behoud of versterking van de ruimtelijke kwaliteit (waarborg ruimtelijke kwaliteit). De essentie van ‘verbeteren van ruimtelijke kwaliteit’ is dat initiatiefnemers van ruimtelijke ontwikkelingen enerzijds inspelen op de aanwezige kwaliteiten in de omgeving (zeker als de omgeving hoge cultuurhistorische of identiteitsbepalende waarden vertegenwoordigt) en er anderzijds specifieke kwaliteiten aan toevoegen die te maken hebben met de samenleving van vandaag. Het plan voorziet in een verbetering van de ruimtelijke kwaliteit. Het plan voorziet in het opruimen van voormalige agrarisch bedrijfsbebouwing, verwildering van verrommeling in het landschap. Verder wordt een agrarisch bouwvlak (dat voor 67% mag worden bebouwd) weggenomen, waardoor de bebouwingsmogelijkheden in het landschap aanzienlijk zijn ingeperkt.

De sloop van de agrarische schuur (wagenloods) ten oosten van de wetering is publiekrechtelijk geborgd in het bestemmingsplan door middel van een voorwaardelijke sloopverplichting, waarmee wordt voorzien in een goede ruimtelijke ordening. De nieuwe woningen worden op een passende en verantwoorde wijze landschappelijk ingepast, waarbij het uitgangspunt van is om de bestaande landschappelijke en cultuurhistorische waardevolle elementen te behouden dan wel te versterken. Kwaliteitskaart De kwaliteitskaart is voor de provincie Zuid-Holland een belangrijk instrument om ruimtelijke ontwikkelingen zodanig te sturen dat ze een bijdrage leveren aan de ruimtelijke kwaliteit. De provincie wil de karakteristieken van de Zuid-Hollandse landschappen, herkenbaar en beleefbaar houden en tegelijk ook ruimte bieden voor nieuwe ontwikkelingen. De kwaliteitskaart geeft een beschrijving van de gebiedskenmerken en kwaliteiten van Zuid-Holland, waar rekening mee gehouden dient te worden in de planvorming. De kwaliteitskaart biedt een middel om vroeg in het planproces een integrale afweging te maken die de ruimtelijke kwaliteit ten goede komt. Het verbinden van nieuwe ontwikkelingen aan de bestaande gebiedskenmerken vormt hierbij uitgangspunt.

16

Het plangebied is gelegen in het ‘veen(weide)landschap’ en in de ‘linten’.

Gebiedsprofiel ‘Veen(weide)landschap’

Gebiedsprofiel ‘Linten’ Afbeelding 11: Uitsnede kwaliteitskaart (laag van de cultuur- en natuurlandschappen)

De begrenzing van de contouren van het lint en het veenweidelandschap op de kwaliteitskaart zijn indicatief van aard en functioneren niet als harde begrenzing bij de beoordeling van de vraag aan welke richtpunten dient te worden getoetst. Daarbij dient opgemerkt te worden dat de gehele lintbebouwing van de dorpskern Noordeloos binnen de ‘Veenweidelandschap’ is gelegen. Richtpunten veen(weide)landschap De ruimtelijke structuur in het veen(weide)gebied wordt sterk bepaald door de rivieren en veenstromen, de op enige afstand daarvan aangelegde weteringen en andere ontginningsbasissen. Haaks hierop staan de verkavelingspatronen. Kenmerkend voor het veen(weide)landschap is de openheid van het gebied met lange zichtlijnen. Andere kenmerken zijn de smalle kavels omringd door sloten. Voor ontwikkelingen in het veen(weide)landschap heeft de provincie de volgende richtpunten vastgesteld: • Bewaren diversiteit aan verkavelingspatronen.

Lengtesloten zijn beeldbepalend en worden behouden; • Ontwikkelingen houden rekening met het behoud van kenmerkende landschapselementen; • Ontwikkelingen dragen bij aan behoud van de maat en weidsheid van de poldereenheden; • Nieuwe bebouwing en bouwwerken worden geplaatst binnen de bestaande structuren/linten en niet in de veenweidepolders; • Nieuwe agrarische bedrijven liggen aan bestaande ruilverkavelingslinten of op een zeer goed bereikbare locatie voor zwaar verkeer. Ze vormen visuele eilanden in het veenweidelandschap door stevige, passende beplanting en een ligging op ruime afstand van elkaar. Richtpunten linten Linten blijven linten als onderscheidende bebouwingsvorm in het gebied. Bij nieuwe ontwikkelingen zijn de huidige korrel, profiel, transparantie en respect voor historische gaafheid van een lint richtinggevend. Voor ontwikkelingen in de linten heeft de provincie de volgende richtpunten vastgesteld: • Linten blijven linten als onderscheidende bebouwingsvorm in het gebied; • Linten behouden hun lineaire karakter, waarbij de achterzijde van de bebouwing een direct contact met het landschap heeft en de voorzijde aan de openbare weg of waterloop grenst; • Bij nieuwe ontwikkelingen zijn de huidige korrel, profiel, transparantie en respect voor historische gaafheid van een lint richtinggevend; 17

•

Bij grootschalige ontwikkelingen blijft het lint herkenbaar als bebouwingsvorm. Dit betekent dat op gepaste afstand van het lint gebouwd wordt, waarbij het landschap, het lint en de nieuwe ontwikkeling bepalend zijn voor deze afstand. Het lint behoudt zijn eigen gezicht.

Toetsing plan aan kwaliteitskaart Het plan is in overeenstemming met de kwaliteitskaart en daarmee richtpunten voor ontwikkelingen in de gebieden ‘veenweidelandschap’ en ‘linten’: Het plangebied betreft een voormalige agrarische bedrijfslocatie. De agrarische bedrijfsactiviteiten zijn reeds beëindigd. Door de schaalvergroting in de landbouw is het exploiteren van een nieuw agrarische bedrijf op deze locatie niet mogelijk. De bijbehorende grond is onvoldoende voor het opstarten van een nieuw agrarisch bedrijf. Om langdurige leegstand en verpaupering van de bedrijfsbebouwing en bijbehorend terrein te voorkomen is besloten de locatie een nieuwe invulling te geven in de vorm van wonen. Middels het plan wordt de huidige agrarische bestemming wegbestemd en wordt de volledige bedrijfsbebouwing, behoudens een tweetal schuren, gesloopt. In ruil daarvoor worden twee vrijstaande woningen gerealiseerd. De woningen worden in het lint gesitueerd. De diepte van het bestemmingsvlak en bouwvlak ten oosten van de wetering is vergelijkbaar met die van andere woonpercelen aan de Grotewaard en Overslingeland. Vanwege een recht van overpad voor de eigenaar van de aanliggende agrarische gronden is niet mogelijk om het bouwvlak verder naar de wetering te verschuiven.

Bij de vormgeving van de woningen is rekening gehouden met de huidige korrel, profiel, transparantie en respect voor historische gaafheid van het lint. Hierbij dient benadrukt te worden dat dit plan niet voorziet in de realisatie van een woonperceel op een stuk agrarisch weiland. Het gaat om de realisatie van een woning ter vervanging van een agrarisch bedrijf met een bouwvlak voor én over de wetering. De afmetingen van het agrarisch bouwvlak over de wetering zijn 155 meter diep en 70 meter breed. Van het bouwvlak over de wetering is feitelijk 55 meter bij 32 meter bebouwd en als erf ingericht. Het nieuwe woonkavel heeft vergelijkbare afmetingen. Tot slot, het plan draagt bij aan het bewaren van het verkavelingspatroon en lengtesloten. Er is rekening gehouden met het behoud van kenmerkende landschapselementen. Voor het plan is een landschappelijk inpassingsplan opgesteld. Voor de inrichting van de tuinen wordt gebruik gemaakt van streekeigen beplanting die passend is in het veenweidelandschap. Hiermee is sprake van vloeiende overgang van ‘het lint’ naar het ‘veenweidelandschap’.

18

4.2.2 Omgevingsverordening Zuid-Holland Gelijktijdig met de omgevingsvisie hebben de Provinciale staten van Zuid-Holland op 20 februari 2019 de Omgevingsverordening vastgesteld. Op 10 oktober 2020 is een herziening van de Omgevings- verordening gepubliceerd (ontwerpOmgevingsverordening Zuid-Holland - Koers 2020). Deze verordening vormt de vertaling van het provinciaal beleid, in algemene regels (zoals bedoeld in artikel 4.1 van de Wet ruimtelijke ordening). Hiermee is het beleid van de provincie juridisch verankerd. In de verordening zijn regels gesteld over de inhoud van bestemmingsplannen ende inhoud van de toelichting van bestemmingsplannen. Bij het opstellen van bestemmingsplannen dient daarom ook rekening te worden gehouden met provinciaal beleid. Het gaat daarbij verder vooral om het integrale ruimtelijke beleid dat is opgenomen in de provinciale Omgevingsvisie. Ruimtelijke kwaliteit In artikel 6.9 van de Omgevingsverordening zijn regels opgenomen voor ruimtelijke kwaliteit. Een bestemmingsplan kan voorzien in een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling, onder de volgende voorwaarden ten aanzien van ruimtelijke kwaliteit: a. De ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, voorziet geen wijziging op structuurniveau, past bij de aard en schaal van het gebied en voldoet aan de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart (inpassen); b.

Als de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, maar wijziging op structuurniveau voorziet (aanpassen), wordt deze uitsluitend toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft door: i. zorgvuldige inbedding van de ontwikkeling in de omgeving, rekening houdend met de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart; en ii. het zo nodig treffen van aanvullende ruimtelijke maatregelen; c. Als de ruimtelijke ontwikkeling niet past bij de bestaande gebiedsidentiteit (transformeren), wordt deze uitsluitend toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit van de nieuwe ontwikkeling is gewaarborgd door: i. Een integraal ontwerp, waarin behalve aan de ruimtelijke kwaliteit van het gehele gebied ook aandacht is besteed aan de fysieke en visuele overgang naar de omgeving en de fasering in ruimte en tijd, alsmede rekening is gehouden met de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart; en ii. Het zo nodig treffen van aanvullende ruimtelijke maatregelen. Om te kunnen bepalen of een ruimtelijke ontwikkeling passend is, is vooral de ruimtelijke impact van belang.

Daarbij hanteert de provincie met het oog op de wisselwerking tussen gebiedskwaliteiten en ontwikkelingen twee uitgangspunten: • Een kleinschalige ontwikkeling heeft in beginsel minder ruimtelijke impact op gebiedskwaliteiten dan een grootschalige ontwikkeling en vraagt daarom weinig tot geen provinciale betrokkenheid; • Hoe hoger en specifieker de kwaliteit van een gebied is, des te groter is in beginsel de ruimtelijke impact en des te eerder raken ze provinciale doelen of belangen. Inpassen In dit licht kan het plan kan worden geschaard in de categorie ‘inpassen’. Dit betreft een ontwikkeling die sterk aansluit bij de bestaande identiteit en structuur van het landschap. De ontwikkeling is gebiedseigen, passend bij de maat en de aard van de bestaande kenmerken van een gebied. De ontwikkeling speelt zich af op het niveau van een bestaand agrarisch perceel in het lint. Bij het plan veranderen bestaande structuren en kwaliteiten niet tot nauwelijks en wordt voldaan aan de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart.

19

Gebiedseigen De ontwikkeling is gebiedseigen, passend bij de maat en de aard van de bestaande kenmerken van een gebied. Het plan betreft een gebiedseigen ontwikkeling of functie dat naadloos aansluit op de bestaande kenmerken en gebruikswaarden van het gebied. Een gebiedseigen ontwikkeling draagt bij aan behoud en versterking van de ruimtelijke kwaliteit van de omgeving en heeft daarmee geen negatieve invloed op de (kenmerken) van de omgeving. Het gaat hier niet om een gebied dat valt binnen de beschermingscategorieën.

Stedelijke ontwikkelingen (Ladder voor duurzame verstedelijking) In artikel 6.10 van de Omgevingsverordening zijn regels opgenomen voor stedelijke ontwikkelingen. Een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, voldoet aan de volgende eisen: a. De toelichting van het bestemmingsplan gaat in op de toepassing van de ladder voor duurzame verstedelijking overeenkomstig artikel 3.1.6, tweede, derde en vierde lid van het Besluit ruimtelijke ordening; b. Indien in de behoefte aan de stedelijke ontwikkeling niet binnen bestaand stads- en dorpsgebied kan worden voorzien en voor zover daarvoor een locatie groter dan 3 hectare nodig is, wordt gebruik gemaakt van locaties die zijn opgenomen in het Programma ruimte. Het plan betreft een kleinschalige woningbouwontwikkeling in het lint. Vanuit jurisprudentie is in dit geval geen sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling, waardoor toetsing aan de ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’ niet noodzakelijk is.

4.3 Regionaal Beleid 4.3.1 Regionale structuurvisie Visie 2030 ‘Open voor elkaar’ In navolging van de regionale structuurvisie Alblasserwaard Vijfheerenlanden, heeft de regio recent een nieuwe visie, de visie 2030 opgesteld. Deze visie is een actualisering van het beleid uit de regionale structuurvisie en worden de beleidskeuzes bepaald met het oog op 2030. Binnen de Visie 2030 komen onderwerpen als de regionale woonvisie, beleid op het gebied van recreatie & toerisme, bedrijventerreinen, water & klimaat, een regionaal verkeer & vervoersplan naar voren. In de visie speelt de leefbaarheid en behoud en versterking van voorzieningen in het gebied een grote rol. De centrale visie uit de nota is de vorming van een vitale regio, gericht op het duurzaam vernieuwen van zowel het landelijk als het stedelijk gebied, tezamen met het versterken van het overwegende open, rustige en authentieke karakter van de regio, waardoor bewoners, bedrijven en bezoekers zich thuis blijven voelen en zich verder kunnen ontplooien. De opvolgende visie ‘open voor elkaar’ (2012) benadrukt het bijzondere cultuurhistorische landschap, de grote sociale cohesie en de innovatiekracht van het bedrijfsleven als kernwaarden. In het kader van de regionale centrale visie, de vorming van een vitale regio, zijn niet in gebruik zijnde agrarische bedrijfspercelen niet wenselijk.

Middels het plan wordt verpaupering van de voormalige agrarische bedrijfslocatie voorkomen. Het terrein wordt op een passende en verantwoorde wijze landschappelijk ingericht, waarbij o.a. de openheid van het landschap en doorzichten als uitgangspunt zijn genomen. De nieuwe bebouwing wordt op een passende wijze vormgegeven en landschappelijk ingepast. Het plan draagt daarmee bij de versterking van het overwegende open, rustige en authentieke karakter van het landschap en is daarmee in overeenstemming met het regionaal beleid.

20

4.3.2 Regionale woonvisie Alblasserwaard-Vijfheerenlanden In 2017 is in de regio Alblasserwaard-Vijfheerenlanden een actualisatie van de Regionale woonvisie 2020 (2013) vastgesteld. De regio AV wil een aantrekkelijk en onderscheidend woongebied in de luwte van de randstad zijn. De regio kent een bijzondere combinatie van een rustig middengebied en een dynamische stedelijke zone. Elke gemeente en kern heeft kwaliteiten en weet sommige groepen te binden, maar andere weer minder. De verschillende woonmilieus in de regio moeten elkaar goed aanvullen. Hiervoor is het noodzakelijk dat er voldoende kwalitatieve woonmilieus zijn en er sprake is van een goede balans tussen vraag en aanbod op regionaal niveau. Om die goede balans te bereiken, trekken de gemeenten gezamenlijk op om plannen af te stemmen en te realiseren. Zo wordt onnodige concurrentie tussen gemeenten voorkomen en kan snel en efficiënt op de markt worden ingespeeld. Door een jaarlijkse woonmonitor worden bereikte resultaten en de planning voor volgende jaren geregistreerd. In de actualisatie van de woonvisie zijn de afspraken rond het afstemmen opgenomen. Daarbij is gebruik gemaakt van de jongste demografische cijfers van de provincie Zuid-Holland. Van belang is dat er voldoende flexibel geprogrammeerd wordt.

Ook is besloten gebruik te blijven maken van de benadering waarbij woonmilieus en mentality milieus als handreiking gebruikt worden. We sturen niet in exacte aantallen op de samenstelling van programma’s. In plaats daarvan hanteren we een kwalitatieve leidraad, die gemeenten helpt om lokaal de juiste keuzes te maken, in overleg met ontwikkelende partijen. Noordeloos is aangeduid als een woondorp. Woondorpen vinden voorzieningen op korte afstand in het naastgelegen voorzieningendorp. Woondorpen hebben een hechte gemeenschap dat gebruik maakt van een sterk lokaal sociaal netwerk. Uitbreiding van de woningvoorraad speelt in op de lokale vraag. Voor het woondorp Noordeloos geldt dat voor het realiseren van 5 wooneenheden (of minder), mits de totale groei van het aantal wooneenheden in Noordeloos niet groter is dan 0,7% van de totale woningvoorraad in de planperiode 2010-2019, regionale afstemming niet noodzakelijk is. In het plan wordt per saldo één woning toegevoegd. De groei van het aantal wooneenheden in de kern Noordeloos is echter groter dan 0,7% van de totale woningvoorraad in de planperiode 2010-2020, waardoor regionale afstemming noodzakelijk is. Voor plannen in een woonkern waarbij de groei van het aantal woning is gelegen tussen de 0,8% en de 1,5% geldt dat uitsluitend een melding in het regionaal overleg voldoende is.

De extra woning is regionaal gemeld en opgenomen in de woningbouwmonitor Alblasserwaard-Vijfheerenlanden 20202030.

4.4 Gemeentelijk beleid 4.4.1 Omgevingsvisie Giessenlanden Op 14 december 2017 heeft de voormalige gemeente Giessenlanden de Omgevingsvisie Giessenlanden vastgesteld. De Omgevingsvisie Giessenlanden heeft de formele status van een structuurvisie als bedoeld in artikel 2.1 Wet ruimtelijke ordening. Deze omgevingsvisie beschrijft de visie hoe de gemeente Molenlanden in samenwerking met de inwoners willen zorgen voor het gemeentelijk grondgebied De visie geeft aan: 1. Waar bestaande kwaliteiten liggen en waar ruimte ligt voor nieuwe ontwikkelingen (behoud bestaande omgevingswaarden en –kwaliteiten en versterken identiteit); 2. Op welke wijze het gemeentebestuur als partner, bij wil en bij kan dragen aan plannen en wensen van inwoners en ondernemers, passend bij de visie. In totaal zijn er acht omgevingskwaliteiten geformuleerd: 1. Wij koesteren, versterken en stimuleren de identiteit van onze dorpen en hun ommeland. Dit door o.a. te bewaken dat het karakter van ieder dorp behouden blijft.

21

2. De ondergrond, cultuurhistorie en ontstaansgeschiedenis van een dorp en zijn ommeland dragen in belangrijke mate bij aan de huidige kwaliteit, karakteristiek en identiteit van dat dorp. Deze aspecten zijn een belangrijk vertrekpunt bij toekomstige ontwikkelingen. 3. Zorgvuldig ruimtegebruik is uitgangspunt. Nieuwe ontwikkelingen sluiten aan bij de huidige en toekomstige vraag; 4. De kwaliteiten van de onderlinge samenhang tussen de dorpen, het landschap en het water worden beschermd, benut en versterkt. 5. De fysieke leefomgeving van de dorpen dient niet alleen functioneel te zijn, maar ook kwaliteit te bieden in beleving, veilig te zijn en bij te dragen aan de gezondheid van haar inwoners. 6. Wij stimuleren duurzame maatregelen welke een positieve bijdrage leveren aan het milieu. 7. Wij bieden ruimte aan innovatie, zolang deze geen afbreuk doet aan de overige omgevingskwaliteiten. 8. Wij behouden het evenwicht tussen een doeltreffende waterhuishouding en het karakteristieke slagenlandschap. Het landschap dankt haar karakteristiek mede aan het water en staat daar tegelijkertijd door onder druk. Het plan sluit aan bij de relevante omgevingskwaliteiten van de Omgevingsvisie. Het plan betreft een inbreidingsplan in ter plaatse van een voormalige agrarische bedrijfslocatie in het cultuurhistorische bebouwingslint.

Bij de vormgeving en positionering van de vrijstaande woningen wordt aandacht besteed aan de cultuurhistorisch waardevolle kenmerken van de omliggende bebouwing in het bebouwingslint. De historische waarde van het bebouwinglint en de openheid/ gaafheid van het landschap zijn gewaarborgd. De nieuwe woningen worden op een passende wijze in het bebouwingslint ingepast en de percelen worden op een passende wijze landschappelijke ingericht, waarbij het behoud van de cultuurhistorisch waardevolle landschapselementen het uitgangspunt is. 4.4.2 Woonvisie 2020-2024 In oktober 2020 heeft de gemeente Molenlanden de Woonvisie 2020-2024 vastgesteld. Relevant voor het plan is het gemeentelijk beleid ten aanzien van woningbouw. Op het vlak van woningbouw luidt de visie als volgt: • •

•

• •

•

Er worden voldoende woningen gebouwd om te voorzien in de lokale woningvraag, het gaat daarbij om de realisatie van +1.460 woningen in de periode 2020 t/m 2029. De focus in de nieuwbouw gaat uit naar het bouwen van betaalbare woningen voor starters, jonge doorstromers en nultredenwoningen voor senioren. Daarbij gaat het met name om een vraag naar betaalbare koopwoningen. De gemeente stuurt meer op de juiste prijs-kwaliteit van woningen, gericht op die doelgroepen waar de grootste vraag zit. Tegelijkertijd versnel de gemeente de woningproductie, zodat voorkomen wordt dat woningzoekenden naar andere gemeenten uitwijken. Nieuwbouw voldoet minimaal aan de landelijke eisen met betrekking tot duurzaamheid en energieverbruik. Dit betekent dat woningen bijna energieneutraal zijn (BENG) en aardgasloos. Bij de ontwikkeling van nieuwe woningbouwlocaties en herstructurering van bestaande wijken is het belangrijk om voldoende aandacht te hebben voor klimaatadaptatie, om de gevolgen van droogte en wateroverlast op te kunnen vangen. Nieuwbouw wordt primair gerealiseerd op transformatieplekken binnen de kernen (sloop / nieuwbouw of herbestemming leegstaand vastgoed).

Het plan betreft een kleinschalige woningbouwontwikkeling dat inspeelt op een concrete woningvraag voor eigen gebruik. De nieuwe woning voldoet aan de landelijke eisen met betrekking tot duurzaamheid en energieverbruik. Het plan

22

draagt bij aan de doorstroming op de woningmarkt te bevorderen. Doorstroming is essentieel voor een gezonde woningmarkt.

4.5 Conclusie Op basis van hoofdstuk 4 ‘Beleidskaders’ kan worden geconcludeerd dat: • Vanuit jurisprudentie is in het plan geen sprake van een nieuwe ‘stedelijke ontwikkeling’ en is toetsing aan de ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’ niet noodzakelijk; • Het plan resulteert in een verbetering van de ruimtelijke kwaliteit; • De extra woning is regionaal gemeld en opgenomen in de woningbouwmonitor Alblasserwaard-Vijfheerenlanden 2020-2030. • Het plan past binnen de rijks-, provinciale, regionale en gemeentelijke beleidskaders.

23

5. Milieuaspecten 5.1 Milieueffectrapportage (vormvrije m.e.r.) Beleidskader In het Besluit milieueffectrapportage (m.e.r.) wordt onderscheid gemaakt tussen activiteiten, die m.e.r.-plichtig zijn (de zogenaamde bijlage C activiteiten) en activiteiten, die m.e.r.-beoordelingsplichtig zijn (de zogenaamde bijlage D activiteiten). Tot slot is voor activiteiten die wel genoemd zijn bij bijlage D, maar die niet voldoen aan de gestelde drempelwaarde, de verplichting tot het vaststellen op grond van de selectiecriteria in de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling of sprake is van geen m.e.r.-beoordelingsplicht in het ruimtelijk plan. Onderzoek De activiteit, het realiseren van woningen, wordt genoemd in de bijlage onderdeel D 11.2 van het besluit m.e.r. Het plan betreft een kleinschalige woningbouwontwikkeling (twee woningen). Er is daarmee geen directe m.e.r-plicht voor het opstellen van milieueffectrapportage of m.e.r.-beoordeling. Bij dit aantal woningen, onder de grenswaarde van 2.000 woningen waarvoor een direct m.e.r-plicht geldt, geldt wel de vergewisplicht. Voor de vergewisplicht dient voor de voorgenomen activiteit te worden beoordeeld of er vanwege de activiteit belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kunnen optreden.

Kenmerken van het plan Middels het bestemmingsplan wordt het juridisch-planologisch mogelijk gemaakt om op het perceel Grotewaard 33a/34 te Noordeloos twee vrijstaande woningen te realiseren. Behoudens de standaard toegestane aan-huis-gebonden beroepen en bedrijven zullen er geen andere bedrijfsactiviteiten plaatsvinden. Ligging van het plangebied Het plangebied maakt geen deel uit van een beschermd gebied en/of locatie betreffende: Natura 2000, Beschermd natuurmonument, Wetland, Nationaal Park of Natuurnetwerk Nederland. Er zijn geen karakteristieke landschapselementen aanwezig in het plangebied die weggenomen worden ten gevolge van de beoogde ingreep. Kenmerken van de potentiële effecten van het plan In de bestaande situatie is juridisch-planologisch een agrarisch bedrijf toegestaan op het perceel Grotewaard 33a Noordeloos. Als gevolg van de ruimtelijke ontwikkeling worden de agrarische bedrijfsactiviteiten en de hieraan gerelateerde verkeersbewegingen weggenomen. Middels dit bestemmingsplan wordt de bouw van twee vrijstaande woningen mogelijk gemaakt en wordt de nieuwvestiging van een agrarisch bedrijf op deze locatie uitgesloten. Hiermee is voor de omgeving (hoofdzakelijk woonpercelen) vanuit milieukundig oogpunt sprake van een verbetering ten opzichte van de bestaande situatie. Conclusie Voor dit plan hoeft geen m.e.r.-beoordelingsprocedure te worden gevolgd.

Er kan worden volstaan met een vormvrije m.e.r. beoordeling. In het kader van de vormvrije m.e.r. heeft een beoordeling plaats gevonden van diverse milieuaspecten. In de volgende hoofdstukken worden de verschillende milieuaspecten nader onderbouwd. Er is hiermee afdoende aangetoond dat hier geen sprake is van belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zoals omschreven in artikel 17.7 van de Wet milieubeheer.

24

5.2 Geluid Beleidskader In het kader van de Wet geluidhinder dient voor de ontwikkeling van geluidsgevoelige functies een akoestisch onderzoek te worden verricht. De kern van de wet is dat geluidsgevoelige bestemmingen worden beschermd tegen geluidhinder uit de omgeving ten gevolge van wegverkeer, spoorweg en industrie. De Wet geluidhinder kent de volgende geluidsgevoelige functies: 1. Woningen, 2. Onderwijsgebouwen (behoudens voorzieningen zoals een gymnastieklokaal), 3. Ziekenhuizen en verpleeghuizen en daarmee gelijk te stellen voorzieningen zoals verzorgingstehuizen, psychiatrische inrichtingen, medische centra, poliklinieken, medische kleuterdagverblijven, etc. De Wet Geluidhinder (Wgh) stelt grenzen aan de geluidsbelasting waaraan woningen en andere geluidsgevoelige functies en terreinen mogen worden blootgesteld. De gestelde eisen verschillen per geluidsbron (industrie, spoorwegen, wegverkeer) en per belast object of terrein (bijvoorbeeld woning, school, etc.). Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen aanwezige objecten en aanwezige geluidsbronnen en nieuwe objecten en nieuwe geluidsbronnen. Onderzoek Het plangebied is niet gelegen binnen de invloedsfeer van enig spoorwegtraject en/of een gezoneerd industrieterrein dus kan buiten beschouwing worden gelaten.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Molenlanden&id=7d54e703-0636-4fae-bb64-f856a8b6c1a1