Bijlage 4 R210007 Harmonisatie Buitensport
Tekst van het document
Harmonisatie Buitensport Accommodatiebeleid
Aan
De gemeente Molenlanden
Van
Hospitality Group Nijverheidsweg-Noord 78 Postbus 2186 3800 CD AMERSFOORT Auteur(s)
Dick Leijen Project
Accommodatiebeleid Betreft
Harmonisatie Buitensport Ons kenmerk
001663/210007d.02/DL Datum
19 februari 2021
© 2021 Hospitality Group Behoudens uitzonderingen door de wet gesteld mag, zonder uitdrukkelijke schriftelijke toestemming van de rechthebbenden c.q. door de rechthebbenden gemachtigden, niets uit deze uitgave worden vermenigvuldigd en/of openbaar worden gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of anderszins, hetgeen ook van toepassing is op de gehele of gedeeltelijke bewerking.
2
Inhoud 1
De context ................................................................................................ 4
2
De verschillen ............................................................................................ 5
3
4
2.1
Het beleid van de voormalige gemeenten................................................ 5
2.2
De financiële gevolgen van dat beleid ..................................................... 6
2.3
Samengevat ......................................................................................... 9
Harmonisatievoorstel................................................................................ 10 3.1
Voormalig Molenwaard als vertrekpunt ................................................. 10
3.2
De oplossing voor voormalig Giessenlanden ......................................... 12
3.3
De oplossing voor VV de Zwerver......................................................... 14
3.4
De kosten na harmonisatie .................................................................. 14
3.5
Ingangsdatum.................................................................................... 15
Overige aspecten van harmonisatie ............................................................ 16 4.1
Het begrip basisvoorziening ................................................................ 16
4.2
Overige spelregels.............................................................................. 18
4.3
De financiële bijdrage ......................................................................... 19
3
1
De context
De gemeente Molenlanden ontwikkelt nieuw accommodatie- en vastgoedbeleid. Directe aanleiding is de herindeling, waardoor het beleid van de voormalige gemeenten Giessenlanden en Molenwaard geharmoniseerd moet worden. Het project is gestart in april 2020 en zal in de eerste helft van 2021 worden afgerond. Al snel na de start van het project werd duidelijk dat het beleid van de beide voormalige gemeenten voor de buitensportaccommodaties sterk verschillend was. Vooral voor voetbalaccommodaties bleek dat de voormalige gemeenten anders omgingen met eigendom, beheer, subsidiering en instandhouding. Die constatering is aanleiding geweest om aan de voetbalaccommodaties bijzondere aandacht te schenken in dit project. In deze notitie is het harmonisatievoorstel voor de buiensportaccommodaties in het algemeen en de voetbalaccommodaties in het bijzonder neergelegd. Deze notitie is het resultaat van: ▪ Een inventarisatie van het aanbod aan voetbalaccommodaties, het gebruik en de situatie met betrekking tot eigendom, beheer en tarieven. ▪ Uitgangspunten voor het toekomstige Vastgoed- en Accommodatiebeleid. Deze uitgangspunten zijn ontwikkeld op basis van de inventarisatie en vervolgens vastgesteld door de gemeenteraad. ▪ Individuele gesprekken met alle voetbalverenigingen. ▪ Twee werkbijeenkomst met de gezamenlijke voetbalverenigingen.
▪ Een vragenlijst die is uitgezet onder de voetbalverenigingen. Op basis van die vragenlijst is inzicht gekregen in de kosten die de verschillende voetbalverenigingen dragen voor de instandhouding van hun accommodaties. Deze notitie is als volgt opgebouwd: Er wordt gestart met het inzichtelijk maken van de verschillen in het accommodatiebeleid tussen de voormalige gemeenten Molenwaard en Giessenlanden. In dat hoofdstuk wordt het beleid van de beide voormalige gemeenten op hoofdlijnen beschreven en wordt inzichtelijk gemaakt welke gevolgen die verschillen hebben voor de accommodatiekosten per vereniging. In het hoofdstuk daarna wordt beschreven op welke wijze deze verschillen kunnen worden weggenomen. In dat hoofdstuk is ook weergegeven welke effecten de harmonisatie heeft op de financiële huishouding van de verenigingen. Als laatste worden nog enkele andere onderwerpen van het toekomstige accommodatiebeleid beschreven. Ter inleiding op deze notitie nog het volgende: De notitie is volledig gericht op voetbal. Echter, de principes zijn ook één op één toepasbaar voor de situatie van de korfbal in Nieuwpoort.
4
2
De verschillen
2.1 Het beleid van de voormalige gemeenten Het is al eerder vermeld, maar er zijn grote verschillen tussen het beleid van de beide voormalige gemeenten. Sterk samengevat geldt: Giessenlanden In de gemeente Giessenlanden zijn de voetbalaccommodaties in het jaar 2015 verzelfstandigd. Die verzelfstandiging hield het volgende in: ▪ De verenigingen werden vanaf dat moment volledig verantwoordelijk voor de instandhouding van de accommodaties en gingen alle kosten voor de instandhouding voor hun rekening nemen. Het betrof niet alleen kosten voor het dagdagelijkse onderhoud, maar bijvoorbeeld ook de kosten voor renovatie/vernieuwing van velden en parkinfrastructuur. ▪ Vanaf 2015 bestond er geen subsidierelatie meer tussen de gemeente en de verenigingen, noch voor de accommodatie, noch voor de verenigingen zelf (bijvoorbeeld geen subsidie meer voor het aantal jeugdleden). ▪ Het eigendom van de accommodaties werd, door middel van erfpacht, voor 50 jaar overgedragen aan de verenigingen. ▪ De verenigingen ontvingen elk een verzelfstandigingsbijdrage. Deze verzelfstandigingsbijdrage is na een intensief proces tussen de gemeente en verenigingen overeengekomen.
Belangrijk om te vermelden is dat deze bijdrage nog niet de helft bedroeg van het bedrag dat eerder – via een onafhankelijke opname van de gebouwen, velden en parkinfrastructuur – was becijferd om de parken 15 jaar lang in stand te kunnen houden. Molenwaard In de gemeente Molenwaard gold een constructie die in de meeste gemeenten in Nederland van toepassing is. Voor vijf van de zes verenigingen is de gemeente eigenaar van de velden. De gemeente verhuurt deze velden aan de verenigingen. De verenigingen hebben vervolgens de keuze om (delen van) onderhoud aan de velden en de parkinfrastructuur uit te voeren. Afhankelijk van de mate waarin de verenigingen zelf onderhoudswerkzaamheden uitvoeren ontvangen zij een financiële bijdrage in het onderhoud van de gemeente. Overigens geldt voor de VV De Alblas dat de constructie daar iets complexer is (een gemeenschappelijke regeling met de buurgemeente), maar de systematiek is gelijk. Alleen voor VV De Zwerver geldt een andere constructie. Deze vereniging huurt de velden van een woningbouwvereniging en komt niet in aanmerking voor een financiële bijdrage in het onderhoud van de velden. Voor de kleed-/clubgebouwen geldt in voormalig Molenwaard dat de meeste verenigingen eigenaar zijn van deze accommodatie en zelf alle instandhoudingkosten voor hun rekening nemen.
VV Nieuw-Lekkerland is niet eigenaar van het kleed-/clubgebouw, maar betaalt een huur aan de eigenaar (de gemeente).
5
2.2 De financiële gevolgen van dat beleid Het is te verwachten dat de verschillende beleidslijnen ook gevolgen hebben voor de accommodatiekosten die de verenigingen moeten dragen. Dit project richt zich op het harmoniseren/wegnemen van die verschillen. Werkwijze Om te komen tot goede voorstellen voor harmoniseren is het eerst en vooral van belang om een goed beeld te krijgen van de verschillen in accommodatiekosten. Immers, dit project heeft niet tot doel om te uniformeren (een exact dezelfde situatie van eigendom en beheer per accommodatie), maar om te harmoniseren (elke vereniging draagt dezelfde kostensoorten). In deze paragraaf zijn die verschillen weergegeven. Daartoe is de vragenlijst, die de verenigingen hebben ingevuld, als vertrekpunt genomen. Vervolgens zijn de volgende bewerkingen uitgevoerd: ▪ Kleed-/clubgebouw: Gestart is met het inzichtelijk maken van de kosten voor de instandhouding van de kleed-/clubgebouw, althans voor die onderdelen die behoren tot de definitie van ‘basisvoorziening’. Dat zijn alle voorzieningen die nodig zijn voor het uitoefenen van de sport (kleed- en wasruimten, scheidsrechterslokalen, EHBO-ruimte, etc.). Kantines, bestuurskamers, e.d. vallen niet binnen de definitie van ‘basisvoorziening’. De kosten voor de basisvoorziening zijn als volgt becijferd: ▪ Gestart is met de totale kosten, die de verenigingen voor het kleed/clubgebouw dragen.
Die totale kosten zijn, na een toetsing, overgenomen uit de door de verenigingen ingevulde vragenlijsten. ▪ Deze totale kosten zijn – naar rato van de oppervlakten van de verschillende ruimten – toebedeeld aan de basisvoorziening en aan kantine/bestuurskamer. Op deze wijze is een beeld ontstaan van de kosten die de verenigingen maken voor instandhouding van het kleed-/clubgebouw, althans die onderdelen die behoren bij de basisvoorziening. ▪ Velden en parkinfrastructuur: Voor de velden en de parkinfrastructuur zijn de kosten, zoals door de verenigingen opgegeven, als vertrekpunt genomen. Voor de situatie van voormalig Molenwaard is daar aan toegevoegd de financiele bijdrage die de verenigingen van de gemeente ontvangen voor het onderhoud van de velden en de parkinfrastructuur. Kosten basisvoorziening kleed-/clubgebouw Uit de becijferingen blijkt dat er slechts beperkt sprake is van verschillen of ongelijkheid in de kosten die de verenigingen maken voor het kleed-/clubgebouw (althans die onderdelen die behoren bij de basisvoorziening). In de volgende tabel is weergegeven welke kosten de verenigingen in voormalig Molenwaard en voormalig Giessenlanden jaarlijks gemiddeld maken. Tabel 1: Gemiddelde kosten basisvoorziening kleed-/wasaccommodatie binnen de voormalige gemeenten.
Gemiddelde vm M'waard
Gemiddelde vm G'landen
Gemiddelde Molenlanden
Kleed-/wasaccommodatie
€
27.200
€
22.900
€
25.300
Per lid
€
55
€
52
€
54
Per spelend lid
€
74
€
76
€
75
6
Uit de tabel blijkt dat er gemiddeld weinig verschil bestaat tussen de beide voormalige gemeenten. Dat is ook niet zo verwonderlijk, omdat de situatie van eigendom en beheer in beide voormalige gemeenten min of meer dezelfde is. In beide voormalige gemeenten zijn de verenigingen zelf eigenaar en zelf verantwoordelijk voor alle eigenaarslasten. Alleen VV Nieuw-Lekkerland is geen eigenaar, maar de gemeente brengt aan die vereniging een huur in rekening die vergelijkbaar is met de eigenaarslasten die de andere verenigingen hebben. De bovenstaande tabel wil niet zeggen dat er geen individuele verschillen zijn, maar die verschillen zijn verklaarbaar door bijvoorbeeld: ▪ Kleinschaligheid vereniging: Naarmate een vereniging kleiner wordt zien we dat de relatieve omvang van het kleed-/clubgebouw toeneemt (het aantal vierkante meters per lid). Een kleed-/clubgebouw heeft nu eenmaal een bepaalde minimumomvang. Naarmate een vereniging groter is, neemt de omvang van het kleed-/clubgebouw niet naar rato toe. ▪ Het afwerkingsniveau: Er is een verschil kwaliteit van de kleed-/clubgebouwen, een verschil dat ook tot uitdrukking komt in de instandhoudingskosten. In wezen geldt dat – om te komen tot een goede harmonisatie – de situatie van de kleed-/clubgebouwen ongemoeid kan worden gelaten. De onderlinge verschillen zijn acceptabel en uitlegbaar.
Ook geldt dat er geen reden is om – met dit project – te komen tot een verlaging van de kosten voor instandhouding van de kleed /clubgebouwen. Deze kosten zijn naar onze mening acceptabel en te dragen door de verenigingen. Kosten velden/parkinfrastructuur De kosten voor instandhouding van de velden en parkinfrastructuur voor de verenigingen laten daarentegen wel grote verschillen zien. In de volgende tabel zijn die verschillen weergegeven. Tabel 2: Gemiddelde kosten velden en parkinfrastructuur binnen de voormalige gemeenten.
Gemiddelde vm M'waard
Gemiddelde vm G'Landen
Gemiddelde Molenlanden
Velden
€
20.900
€
46.600
€
32.600
Per lid
€
42
€
116
€
76
Per spelend lid
€
58
€
172
€
110
Per veld
€
6.900
€
11.700
€
9.000
Uit de tabel blijkt dat de verenigingen in voormalig Giessenlanden aanmerkelijk hogere kosten hebben voor de instandhouding van de velden en de parkinfrastructuur dan de verenigingen in voormalig Molenwaard. Omgeslagen naar het aantal leden zijn de kosten in Giessenlanden ongeveer 3 keer zo hoog als in voormalig Molenwaard. Per veld zijn de verenigingen uit voormalig Giessenlanden ongeveer het dubbele kwijt.
7
De oorzaken voor de hogere kosten voor de verenigingen in voormalig Giessenlanden zijn de volgende: Verschillen als gevolg van verschillen in beleid ▪ De verenigingen in voormalig Molenwaard hoeven (met uitzondering van VV De Zwerver) niet te reserveren voor renovatie/vervanging van velden en parkinfrastructuur. In voormalig Molenwaard komen de lasten voor renovatie en vervanging voor rekening van gemeente. De verenigingen in voormalig Giessenlanden moeten wel reserveren. Daarbij moet direct worden opgemerkt dat twee verenigingen uit voormalig Giessenlanden op dit moment niet reserveren. Zouden zij dat wel doen, dan zou het verschil tussen voormalig Molenwaard en voormalig Giessenlanden (tabel 2) nog groter zijn. ▪ De verenigingen in voormalig Molenwaard hebben geen eigenaarslasten voor de velden (ook wederom met uitzondering van VV De Zwerver). ▪ De netto onderhoudskosten (= huur -/- onderhoudsbijdrage): ▪ In voormalig Molenwaard betalen de verenigingen een huur voor de velden (waarover later meer). De verenigingen hebben vervolgens de mogelijkheid om het onderhoud aan de velden en de parkinfrastructuur zelf uit te voeren. Alle verenigingen maken daar gebruik van en de vergoeding die men daarvoor ontvangt is bijna net zo hoog (of in één geval zelfs hoger) dan de huur die men betaalt (is afhankelijk van de mate waarin men zelf het onderhoud doet).
▪ In voormalig Giessenlanden betaalt men geen huur, maar ontvangt men ook geen onderhoudsbijdrage. ▪ Per saldo zijn de netto-onderhoudskosten in voormalig Molenwaard per veld per jaar voor de verenigingen lager dan in voormalig Giessenlanden. Verschillen als gevolg van eigen keuzes verenigingen ▪ In voormalig Molenwaard worden relatief weinig onderhoudstaken door de verenigingen uitbesteed aan gespecialiseerde bedrijven en worden relatief veel taken door middel van eigen onderhoudsploegen (vrijwilligers) gedaan. De onderhoudskosten voor de verenigingen zijn daardoor laag. ▪ In voormalig Giessenlanden worden meer taken door de verenigingen uitbesteed aan gespecialiseerde onderhoudsbedrijven, waardoor de gemiddelde onderhoudskosten daar hoger zijn. Samengevat, de verschillen worden grotendeels veroorzaakt door verschillen in beleid (kosten voor renoveren, wel of geen bijdrage in het onderhoud) en voor een deel door individuele keuzes van de verenigingen zelf (in welke mate wordt het onderhoud door de vereniging zelf gedaan en in welke mate schakelt men gespecialiseerde bedrijven in). De individuele keuzemogelijkheden moeten in de toekomst kunnen blijven bestaan (is de beleidsvrijheid van de verenigingen en stimuleren zelfwerkzaamheid). De verschillen als gevolg van beleid moeten worden geharmoniseerd.
Overigens geldt dat er binnen de voormalige gemeenten ook nog verschillen zijn. Die verschillen zijn verklaarbaar door de verhouding natuurgras/kunstgras. Voor kunstgras geldt in Molenwaard een hogere huur, terwijl die hogere huur niet wordt gecompenseerd door een hogere onderhoudsbijdrage. Ook geldt dat de situatie van VV De Zwerver sterk afwijkend is.
8
2.3 Samengevat Samengevat geldt dat er verschillen zijn in de kosten die de verenigingen moeten dragen voor de instandhouding van de accommodaties. Daarbij geldt dat de verschillen in de kosten voor de kleed-/wasaccommodaties uitlegbaar en acceptabel zijn, zodat harmoniseren van de situatie voor deze accommodatieonderdelen niet nodig is (sterker nog, deze situatie is nagenoeg identiek dus is al geharmoniseerd). Voor de velden en parkinfrastructuur zijn de verschillen onacceptabel groot. De kosten voor de verenigingen in voormalig Giessenlanden zijn te hoog om van een toekomstbestendige situatie te kunnen spreken. Bij deze conclusies is nog geen rekening gehouden met de éénmalige verzelfstandigingsbijdrage die de verenigingen hebben ontvangen. Gemiddeld genomen is nog 8% van de toenmalige verzelfstandigingsbijdrage over, waarover later meer.
9
3
Harmonisatievoorstel
3.1 Voormalig Molenwaard als vertrekpunt De kern van het harmonisatievoorstel is om de situatie van voormalig Molenwaard als vertrekpunt te nemen voor de harmonisatie. Dit hoofdstuk start met een nadere uitleg van dat model. De huur De verenigingen in voormalig Molenwaard betalen huur voor de velden aan de gemeente. Alleen voor VV De Zwerver geldt een andere situatie, deze vereniging betaalt een huur aan een woningbouwvereniging. Aan de verenigingen die huur betalen aan de gemeente, worden de volgende bedragen in rekening gebracht (prijspeil 2020, bedrag per veld per jaar, afgerond in honderdtallen): Tabel 3: Tarieven velden per veld per jaar voormalig Molenwaard.
2020 Natuurgrasveld
€
8.700
Kunstgrasveld
€
15.800
De grondslagen voor deze tarieven zijn in 2012 vastgesteld in het tarievenbeleid van de toenmalige gemeente Molenwaard. Men ging destijds uit van een bepaald dekkingspercentage, waardoor de huur voor kunstgrasvelden hoger is dan voor natuurgrasvelden. Dat is overigens volkomen gebruikelijk. In de meeste gemeenten zijn de tarieven voor kunstgrasvelden hoger, ook vanwege de veel grotere belastbaarheid van deze velden. De onderhoudsbijdragen De gemeente heeft – op basis van een onderhoudsplanning – becijferd welke kosten jaarlijks gemaakt moeten worden voor het cultuurtechnische onderhoud aan de velden en de parkinfrastructuur. Daarbij moet worden opgemerkt dat die kosten zonder renovatie/vervanging zijn. In de volgende tabel zijn die kosten weergegeven. De bedragen voor de velden geven de kosten per veld per jaar weer. De overige bedragen zijn een gemiddeld bedrag per park (verschillen per park afhankelijk van de hoeveelheden beplanting, verharding, et cetera). Tabel 4: Jaarlijkse onderhoudskosten velden en parkinfrastructuur (afgerond naar honderdtallen).
2020 Natuurgrasveld
€
10.500
Kunstgrasveld klein onderhoud
€
6.600
Kunstgrasveld groot onderhoud Beplanting*
€ €
5.100 2.700
Paden, terrassen, parkeren* Sporttechnische infra*
€ €
2.900 900
Watergangen*
€
1.100
* = Gemiddeld bedrag per park, afhankelijk van hoeveelheden per park.
10
De verenigingen in voormalig Molenwaard hebben vervolgens de keuze om dit onderhoud geheel of gedeeltelijk zelf uit te voeren (met uitzondering van VV De Zwerver). Alle verenigingen maken gebruik van die mogelijkheid, waarbij de mate waarin de verenigingen deze onderhoudstaken zelf uitvoeren verschilt. Eén vereniging doet alle onderhoudstaken zelf, de anderen doen het onderhoud grotendeels zelf en laten de rest (gespecialiseerd onderhoud) over aan de gemeente. De constructie is vervolgens een eenvoudige: ▪ De verenigingen ontvangen het bedrag dat – op basis van de onderhoudsplanning – nodig is om deze taken uit te voeren (onderhoudsbijdrage). ▪ De verenigingen voeren de taken hoofdzakelijk uit met behulp van vrijwilligers. ▪ De gemeente controleert periodiek of het onderhoud op correcte wijze wordt uitgevoerd. ▪ Indien de kosten die de vereniging maakt voor de uitvoering van het onderhoud, lager zijn dan de onderhoudsbijdrage die zij ontvangt, dan komt het verschil ten goede aan de clubkas. Op die wijze stimuleert de gemeente zelfwerkzaamheid. Gemiddeld geldt dat de verenigingen in voormalig Molenwaard 85% van het onderhoud (althans 85% van de waarde) zelf uitvoeren en gemiddeld dus 85% van de begrote onderhoudskosten als onderhoudsbijdrage ontvangen. De overige 15% voert de gemeente uit.
Renovatie/vervanging Als laatste geldt dat de kosten voor renovatie/vervanging van velden en parkinfrastructuur, in voormalig Molenwaard voor rekening komen van de gemeente. De kosten daarvoor rusten op de gemeentebegroting en worden gedeeltelijk gedekt uit de huur (het eerder genoemde dekkingspercentage). Het kleed-/clubgebouw Net als in voormalig Giessenlanden komen de kosten voor totstandkoming en instandhouding van de kleed-/clubgebouwen in voormalig Molenwaard volledig voor rekening van de verenigingen. Vijf verenigingen zijn eigenaar van het kleed /clubgebouw (en dragen vanuit de eigenaarsrol alle lasten), één vereniging huurt van de gemeente en betaalt een kostendekkende huur. Al eerder in deze notitie is vermeld dat op het gebied van kleed-/clubgebouwen nauwelijks verschillen bestaan tussen de voormalige gemeenten. De rol van de gemeente richting de kleed/clubgebouwen (geen rol) zal niet wijzigen.
11
3.2 De oplossing voor voormalig Giessenlanden De gewenste veranderingen Het is al eerder vermeld, maar de situatie in voormalig Giessenlanden leidt – in financiële zin althans – tot drie grote verschillen, te weten: ▪ De eigenaarslasten: In voormalig Giessenlanden dragen de verenigingen de eigenaarslasten voor de velden en de parkinfrastructuur. Dat zijn vooral de kapitaallasten. ▪ Renovatie/vervanging: In voormalig Giessenlanden moeten de verenigingen zelf sparen/reserveren voor renovatie en vervanging. ▪ De netto onderhoudskosten: Deze zijn in voormalig Giessenlanden hoger dan in voormalig Molenwaard, maar dat wordt vooral veroorzaakt doordat de verenigingen in voormalig Giessenlanden gemiddeld genomen meer uitbesteden aan gespecialiseerde bedrijven. Om te komen tot een geharmoniseerde situatie dienen de volgende veranderingen te worden doorgevoerd: 1. De gemeente Molenlanden dient de eigenaarslasten, die voortvloeien uit het eigendom van de velden en parkinfrastructuur, in de toekomst over te nemen van de verenigingen. Daarbij geldt dat dit uitsluitend geldt voor de eigenaarslasten die gevolgen hebben voor liquiditeit (bijvoorbeeld wel rente, geen afschrijving). 2. De gemeente Molenlanden dient de kosten voor renovatie/vervanging van de velden en de parkinfrastructuur in de toekomst voor haar rekening te nemen. 3.
De gemeente Molenlanden dient het verschil in netto onderhoudskosten te compenseren aan de verenigingen in voormalig Giessenlanden. Nogmaals, voor kleed-/clubgebouwen verandert er niets. Niet in voormalig Molenwaard, niet in voormalig Giessenlanden. De eerste twee veranderingen zijn relatief eenvoudig (althans qua principe). Elke vereniging kent deze kosten voor de eigen club en kan direct zien welke kosten in de toekomst naar de gemeente ‘verhuizen’. De derde verandering vereist meer uitleg. Compensatie netto onderhoudskosten Op het moment dat de gemeente de eigenaarslasten en de kosten voor renovatie/ vervanging van de verenigingen in voormalig Giessenlanden overneemt is nog niet sprake van volledige harmonisatie. Immers in voormalig Molenwaard ontvangen de verenigingen nog een bijdrage aan het onderhoud van het park. Daar staat tegenover dat de verenigingen in voormalig Molenwaard een huur betalen. Het verschil tussen deze twee bedragen zou ook ter beschikking gesteld moeten worden aan de verenigingen in voormalig Giessenlanden. Dat verschil is door ons becijferd.
Op basis van het aantal en type velden (ingevulde vragenlijsten door de verenigingen uit voormalig Giessenlanden), de tarieven per veld (tabel 3) en de onderhoudsbijdragen (tabel 4) kan worden uitgerekend wat de verenigingen in Giessenlanden aan fictieve huur zouden moeten betalen en welke onderhoudsbijdrage zij ontvangen. Voor de vaststelling van die onderhoudsbijdrage – net als in Molenwaard – als uitgangspunt gehanteerd dat de verenigingen kunnen 12
kiezen uit de mate waarin zij het onderhoud zelf uitvoeren. Om de gevolgen van die keuzemogelijkheden inzichtelijk te maken is in de volgende tabel de onderhoudsbijdrage opgenomen voor de volgende situaties: ▪ De vereniging voert zelf geen onderhoudstaken uit en laat alle taken door de gemeente uitvoeren. ▪ De vereniging voert de helft van de onderhoudstaken uit en laat de andere helft door de gemeente uitvoeren. ▪ De vereniging voert 85% van de onderhoudstaken uit, de gemeente de overige 15%. Deze situatie is het gemiddelde in voormalig Molenwaard. ▪ De vereniging voert 100% van de onderhoudstaken uit. Arkel
Stedoco
Noordeloos
Schelluinen
Peursum
€ 34.783
€ 50.555
€
41.859
€
26.087
€ 44.587
€
-
€
-
€
-
€ 24.843
€ 30.653
€
25.386
€
19.576
€ 23.296
€ 42.233
€ 52.111
€
43.157
€
33.279
€ 39.603
€ 49.686
€ 61.307
€
50.772
€
39.152
€ 46.591
Kosten Fictieve huur velden Inkomsten Onderhoudsbijdrage € 0% Onderhoudsbijdrage 50% Onderhoudsbijdrage 85% Onderhoudsbijdrage 100% Saldo bij 0%
-
€
-
€ -34.783
€ -50.555
€
-41.859
€
-26.087
€ -44.587
Saldo bij 50%
€ -9.940
€ -19.901
€
-16.473
€
-6.511
€ -21.292
Saldo bij 85%
€
7.451
€
1.556
€
1.298
€
7.192
€
-4.985
Saldo bij 100%
€ 14.904
€
10.752
€
8.914
€
13.065
€
2.004
De wijze waarop de verenigingen worden gecompenseerd zal een bedrag per veld zijn. Uit de tabel blijkt dat in de situatie van 85% zelfwerkzaamheid – behalve Peursum – elke vereniging nog een vorm van compensatie ontvangt. In Peursum is dat niet het geval vanwege de andere verhouding tussen natuurgras en kunstgras bij die vereniging. Kunstgrasvelden brengen een hogere huur met zich mee, maar nauwelijks een hogere onderhoudsbijdrage. In de praktijk kan deze compensatie op twee manieren plaatsvinden, te weten: ▪ Overdracht van eigendom van het park van de verenigingen naar de gemeente: In deze situatie wordt de eigendomssituatie volledig gelijk gesteld aan die van voormalig Molenwaard. In dat geval gaat de gemeente daadwerkelijk huur in rekening brengen aan de verenigingen in voormalig Giessenlanden en verstrekt ook de onderhoudsbijdrage. ▪ De compensatie door middel van een vorm van subsidiering aan de verenigingen uitkeren, maar de eigendomssituatie ongemoeid laten. Al eerder tijdens dit project hebben wij een voorkeur voor deze tweede mogelijkheid uitgesproken, vanwege de relatieve eenvoud.
13
3.3 De oplossing voor VV de Zwerver Voor VV De Zwerver geldt in principe hetzelfde als voor de voormalige verenigingen in Giessenlanden. Ook voor VV De Zwerver zal harmonisatie moeten plaatsvinden volgens de principes: 1. De gemeente Molenlanden dient de eigenaarslasten, die voortvloeien uit het eigendom van de velden en parkinfrastructuur, in de toekomst over te nemen van de vereniging. 2. De gemeente Molenlanden dient de kosten voor renovatie/vervanging van de velden en de parkinfrastructuur in de toekomst voor haar rekening te nemen. 3. De gemeente Molenlanden dient het verschil in netto onderhoudskosten te compenseren aan de vereniging.
3.4 De kosten na harmonisatie In de volgende tabel zijn de verschillen tussen voormalig Molenwaard en voormalig Giessenlanden weergegeven na invoering van de harmonisatievoorstellen, enkel voor de basisvoorziening. Voor het overzicht is zowel de situatie vóór harmonisatie als na harmonisatie weergegeven. Uitgangspunt is daarbij dat de verenigingen uit voormalig Giessenlanden 85% van het onderhoud zelf uitvoeren (net als in voormalig Molenwaard). Uit de tabel blijkt het volgende: ▪ Na het doorvoeren van de voorstellen zijn de verschillen tussen voormalig Molenwaard en voormalig Giessenlanden een stuk kleiner dan voor de harmonisatie. ▪ Na het doorvoeren van de voorstellen is er nog steeds een verschil. Dat verschil wordt grotendeels verklaard door de mate waarin de verenigingen in voormalig Giessenlanden de onderhoudswerkzaamheden uitbesteden aan gespecialiseerde bedrijven. Die ‘uitbestedingsgraad’ is hoger dan in Molenwaard. Anders gezegd, in voormalig Molenwaard worden meer onderhoudswerkzaamheden door vrijwilligers gedaan en minder door bedrijven. Daardoor liggen de onderhoudskosten per park in voormalig Molenwaard een stuk lager dan in voormalig Giessenlanden, waarmee het resterende verschil volledig wordt verklaard. Dat is de vrije keuze van de individuele verenigingen.
▪ De verschillen worden ook verklaard door het aantal velden, gerelateerd aan de omvang van de verenigingen. De verenigingen in voormalig Giessenlanden beschikken gemiddeld over meer velden (in verhouding tot het aantal leden) dan in voormalig Molenwaard.
14
Tabel 5: Gemiddelde kosten velden en parkinfrastructuur binnen de voormalige gemeenten.
Gemiddelde vm M'waard
Gemiddelde vm G'Landen
Gemiddelde Molenlanden
Velden en park huidige situatie
€
20.900
€
46.600
€
Per lid
€
42
€
116
€
76
Per spelend lid
€
58
€
172
€
110
Per veld
€
6.900
€
11.700
€
9.000
€
17.800
€
24.300
€
20.800
€
35
€
67
€
50
€ €
47 6.200
€ €
100 6.100
€ €
71 6.200
Velden en park na harmonisatie (85%) Per lid Per spelend lid Per veld
32.600
3.5 Ingangsdatum Voor de harmonisatie moet een ingangsdatum worden bepaald. Die ingangsdatum hebben wij proberen te benaderen op basis van drie aanvliegroutes, te weten: ▪ De oorspronkelijke omvang van de verzelfstandigingsbijdrage: De verenigingen in voormalig Giessenlanden hebben een verzelfstandigingsbijdrage ontvangen die ongeveer 47% bedroeg van de bijdrage die zij eigenlijk nodig hadden om de accommodaties 15 jaar in stand te kunnen houden. De volgende redenatie zou kunnen worden gevolgd: 47% van het bedrag betekent ook 47% van de looptijd van 15 jaar. Bij deze redenatie zou de verzelfstandiging na ruim 7 jaar moeten worden beëindigd. Dat zou inhouden dat harmonisatie van het accommodatiebeleid in zou moeten gaan bij de start van het seizoen 2022/2023. ▪ Het restant van de verzelfstandigingsbijdrage: Van de oorspronkelijke verzelfstandigingsbijdrage is in totaal (alle verenigingen tezamen) nog circa € 310.00 over, met overigens grote verschillen tussen de verenigingen onderling. Bij sommige verenigingen komt de ‘bodem van de schatkist’ in zicht (of is zelfs al bereikt), maar er is ook één vereniging die nog 1/3 van het bedrag over heeft. De verenigingen in voormalig Giessenlanden zijn tezamen jaarlijks € 110.000 meer aan de instandhouding van de velden en de parkinfrastructuur kwijt dan de verenigingen in voormalig Molenwaard.
Dat houdt in dat de verenigingen gemiddeld genomen nog 2,8 jaar met de bijdrage moeten kunnen volstaan. Rekenend vanaf november 2020, zou de harmonisatie begin 2023 in moeten gaan. Daarbij geldt dat deze rekensom gemiddeld klopt, maar dat een aantal verenigingen die datum waarschijnlijk niet zal kunnen halen. ▪ Uitvoerbaarheid: Voor het waarborgen van een goede uitvoering van de nieuwe situatie is een ingangsdatum per 1 januari voor de gemeente het meest geschikt. ▪ Deze punten afwegend stellen wij voor om de harmonisatie in te laten gaan per 1 januari 2022. Overigens heeft één vereniging ingebracht dat de ingangsdatum ook 2019 zou kunnen zijn, omdat in dat jaar de gemeentelijke herindeling plaatsvond.
15
4
Overige aspecten van harmonisatie
4.1 Het begrip basisvoorziening Een belangrijk onderdeel van de harmonisatie vormt het ‘begrip’ basisvoorziening. De basisvoorziening bevat alle elementen van een accommodatie die nodig zijn voor het uitvoeren van de activiteiten van de betreffende vereniging. In het nieuwe accommodatiebeleid zal de gemeente uitsluitend financieel bijdragen aan accommodaties die passen binnen de definitie van het begrip basisvoorziening. In deze paragraaf wordt het begrip ‘basisvoorziening’ op hoofdlijnen beschreven. Ook wordt beschreven hoe de komende jaren wordt omgegaan met bestaande situaties die niet voldoen aan deze beschrijving (teveel accommodatie, te luxe of juist te weinig). De beschrijving van de basisvoorziening bestaat uit: ▪ Voorzieningen en accommodatieonderdelen: Dit geeft een opsomming van de voorzieningen of delen van de accommodatie die wel of niet tot het begrip ‘basisvoorziening’ behoren. ▪ Capaciteit: Dit geeft een beschrijving van aantallen en hoeveelheden (bijvoorbeeld het aantal velden). ▪ Afwerkingsniveau: Dit geeft een beschrijving van de kwaliteit en het afwerkingsniveau. Ter inleiding op deze beschrijving nog het volgende: ▪ De beschrijving is volledig gebaseerd op normeringen van sportbonden of algemeen geldende ruimtenormen. Deze normen zijn aan verandering onderhevig. Als uitgangspunt geldt dat telkens de nieuwste normen worden gehanteerd.
Voor wat betreft de sport zijn dit de normen zoals gepubliceerd in het Handboek Sportaccommodaties. ▪ We richten ons in dit hoofdstuk uitsluitend op de velden en de parkinfrastructuur. Een beschrijving van kleed- en wasruimten is niet opgenomen omdat: ▪ Harmonisatie van kleed- en wasruimten niet nodig is. Gemeentebreed geldt dat er sprake is van een gelijke siutatie. Bovendien geldt dat de kosten voor de instandhouding van de kleed- en wasruimten acceptabel zijn. ▪ Omdat er geen financiële bijdrage voor dit onderdeel wordt voorgesteld is het ook niet noodzakelijk om hier een basis 'voor te schrijven'. Als verenigingen kiezen voor meer dan een basisvoorziening zullen ze de bijbehorende financiële afweging zelf moeten maken. ▪ De harmonisatie van velden en parkinfrastructuur (zie vorige hoofdstuk) leidt op zichzelf tot een gelijke situatie voor de verenigingen in Molenlanden en tot een situatie die financieel te dragen is door de verenigingen. Basisvoorziening Voetbal Voor voetbalaccommodaties geldt dat de basisvoorziening bestaat uit:
16
Velden ▪ Het aantal velden dat de vereniging nodig heeft voor trainingen en competities, conform de gezamenlijke norm van KNVB, Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) en de Vereniging Sport en Gemeenten (VSG). ▪ Afmeting: 64 x 100 meter of 69 x 105 meter voor het hoofdveld, leunhekken rondom wedstrijdvelden, 4 meter uitloop rondom de velden. ▪ Voorzieningen per veld: Ballenvangers (2 stuks 25 x 5 meter), 2 seniorendoelen, 4 Hoekvlaggen met grondkokers, paden rondom velden (1,5 m breed), beregeningsinstallatie, verlichting (6 masten, 8 armaturen voor trainingsvelden) en 2 dug-outs per wedstrijdveld. Parkinfrastructuur ▪ Paden (1,8 m breed), toegangspoort, werktoegangspoort (5 m breed), afvalbakken, hekwerk rondom het park, groen, parkeerplaats (aantal parkeerplaatsen volgens CROW-normen, afmeting per parkeerplek 2,5 x 5 meter (regulier) of 3,5 x 5 meter (Miva)) en fietsenstalling. Kleed-/clubgebouw ▪ Aantal kleed- en wasruimten cf KNVB/VNG/VSG-norm. ▪ Overige voorzieningen: Opslag en wasruimte, EHBO/massage, scheidsrechtersruimten, teamlockers (bij dubbel gebruik van kleed - en wasruimten), wedstrijdsecretariaat, werkkast en sanitair sporters. Kwaliteit en afwerkingsniveau De bonden maken onderscheid naar eisen/normen en aanbevelingen. De uitwerking van het begrip ‘basisvoorziening’ in de gemeente Molenlanden bevat uitsluitend de eisen/normen en niet de aanbevelingen.
De aanbevelingen worden niet tot de basisvoorziening gerekend. Niet-basisvoorziening De volgende accommodatiedelen maken geen onderdeel uit van het begrip ‘basisvoorziening’ (geen uitputtende opsomming): ▪ Extra velden (meer velden dan nodig volgens de KNVB/VNG/VSG-norm). ▪ Grotere afmeting bijvelden en trainingsvelden dan 64 x 100 meter. ▪ Tribune, kassahokje. ▪ Extra kleed- en wasruimten (meer dan nodig volgens de KNVB/VNG/VSG-norm). ▪ De kantine inclusief keuken, opslagruimte voor keuken/kantine en sanitair. ▪ Bestuurskamer/vergaderruimten. ▪ Meubilair/inrichting. ▪ Alle sportattributen zoals ballen, hesjes, pilonnen en overig trainingsmateriaal. ▪ Onderhoudsmaterialen. Basisvoorziening KORFBAL ▪ Aantal velden conform normen KNKV. ▪ Speelveldafmetingen ▪ Een standaard kunstgras korfbalveld heeft een bruto oppervlakte van 48 x 44 meter. Hierop twee velden ingesneden van 40 x 20 meter met 4 meter uitloop tussen de velden en 2 meter uitloop rondom de velden. Daarnaast worden 2 à 3 jeugdvelden gecentreerd of overdwars aangebracht. ▪ Voor een standaard natuurgrasveld geldt een bruto oppervlakte van 68 x 44 meter. Uitloopstrook ter breedte van ten minste 2,00 meter en 4,00 meter tussen de beide naast elkaar gelegen velden. 17
▪ Voorzieningen: korfbalpalen, twee banken of dug-outs voor minimaal 8 personen per team. ▪ Parkinfrastructuur, gelijk aan voetbal. ▪ Kleed-/clubgebouw, cf KNKV. ▪
4.2 Overige spelregels Kunstgras De gemeente kan overwegen om een kunstgrasveld in plaats van een natuurgrasveld aan te leggen als sprake is van de volgende omstandigheden (niet noodzakelijkerwijs alle omstandigheden): ▪ De betreffende sportbond heeft een sterke voorkeur voor het spelen op kunstgras. ▪ Er is sprake van een min of meer ‘open’ sportpark, waar sprake is van medegebruik van de velden door recreanten, andere verenigingen, et cetera. ▪ In het geval dat de aanleg van een kunstgrasveld ertoe leidt dat er in totaal minder velden nodig zijn (en minder ruimtebeslag). Breedtesport De gemeente Molenlanden faciliteert de breedtesport. Het begrip ‘basisvoorziening’ is afgestemd op die breedtesport. Met andere woorden, de basisvoorziening biedt goede faciliteiten voor de uitoefening van breedtesport, maar niet (altijd) voor topsport. Voorzieningen voor topsport kunnen extra investeringen met zich meebrengen. Een voetbalveld voor topsport vereist soms ook een andere kwaliteit (bijvoorbeeld voor kunstgras). De gemeente Molenlanden wil topsport niet in de weg staan, maar beperkt zich bij de financiële bijdrage tot de ‘basisvoorziening’. Eventuele extra investeringen die een accommodatie geschikt maken voor topsport, dienen door de vereniging zelf te worden gedragen. Nieuwe eisen Alle sportbonden evalueren periodiek de normen die zij aan accommodaties stellen.
Van tijd tot tijd leiden die evaluaties tot bijstelling van de normen. Het accommodatiebeleid van de gemeente Molenlanden heeft als uitgangspunt dat dergelijke nieuwe eisen niet direct worden omgezet in aanpassingen van bestaande accommodaties. Dat zou immers - telkens als een nieuwe eis of norm wordt uitgebracht - een forse investering en ook desinvestering met zich mee kunnen brengen. Nieuwe eisen/normen worden pas in praktijk gebracht op het moment dat een grootschalige renovatie van bestaande accommodatie noodzakelijk is en dan nog alleen als het ruimtelijk mogelijk is en de kosten in redelijke verhouding staan tot het doel (hardheidsclausule).
18
Afronding De normen voor het vaststellen van het aantal velden leiden in de praktijk vrijwel altijd tot een behoefte aan velden of banen met een getal achter de komma. Bijvoorbeeld, toepassing van de KNVB/VNG/VSG-norm kan leiden tot de uitslag dat een vereniging 1,2 velden nodig heeft. In dat geval is het vervolgens de vraag of de gemeente nu 1 of 2 velden moet aanleggen (1,2 veld bestaat nu eenmaal niet). In dat geval wordt voorgesteld dat een tweede veld wordt aangelegd onder de volgende omstandigheden: ▪ De behoefte aan velden is 1,25 veld of hoger (of 2,25 in geval van een 3 e veld, enzovoorts). ▪ De behoefte is structureel, blijkend uit het afwegingskader. Bestaande accommodatie De beschrijving van het begrip ‘basisvoorziening’ is gebaseerd op de huidige normen van sportbonden en algemeen geldende ruimtenormen. De meeste accommodaties echter, zijn al jaren geleden gerealiseerd. Op dat moment golden waarschijnlijk andere normen en was het gemeentelijke beleid ook anders. Het invoeren van nieuw accommodatiebeleid (inclusief de beschrijving van de basisvoorziening) houdt niet in dat bestaande accommodaties direct aangepast gaan of moeten worden. Ook voor deze omstandigheid geldt dat accommodaties pas worden aangepast als: ▪ ▪ ▪ ▪
Een grootschalige renovatie van bestaande accommodatie noodzakelijk is. Als de aanpassing ruimtelijk mogelijk is. Als dispensatie door de sportbond niet tot de mogelijkheden behoort. Als de kosten in redelijke verhouding staan tot het doel (hardheidsclausule).
Niet met terugwerkende kracht Het is goed mogelijk dat verenigingen in het verleden zelf hebben geïnvesteerd in voorzieningen die in het nieuwe beleid onderdeel zijn van de gemeentelijke verantwoordelijkheid. Omgekeerd geldt hetzelfde. Uitgangspunt is dat dergelijke verschillen – met de komst van het nieuwe accommodatiebeleid – niet worden gecompenseerd, verrekend of gerepareerd. Het nieuwe accommodatiebeleid geldt pas vanaf inwerkingtreding.
4.3 De financiële bijdrage Basisvoorziening De financiële bijdrage voor het onderhoud (de onderhoudsbijdrage voor de velden en het park) en renovatie geldt uitsluitend voor die onderdelen van de accommodatie die vallen binnen het begrip ‘basisvoorziening’. Dit houdt in dat alle onderdelen die daarbuiten vallen (bijvoorbeeld meer velden dan waar men recht op heeft) in principe niet in aanmerking komen voor een bijdrage. De spelregels die gelden voor overcapaciteit (bijvoorbeeld een overschot aan velden) worden verderop in deze paragraaf toegelicht.
19
Meerjarenonderhoudsplanningen (mjop) De instandhoudingsbijdragen worden – net als in de huidige situatie – gebaseerd op MJOP’s. Dat is een gebruikelijke systematiek. Voorgesteld wordt om deze systematiek in de toekomst te handhaven. Daarbij geldt dat het aan te bevelen is de komende jaren de MJOP’s te vernieuwen en ééns in de (maximaal) 5 jaar te updaten. Die update kan tegelijkertijd worden gebruikt om te controleren of de accommodatie goed wordt onderhouden. De regeling voor over- en ondercapaciteit De gemeente levert uitsluitend een financiële bijdrage aan de totstandkoming en instandhouding van de basisvoorziening. Dat geldt ook voor het aantal velden waar een vereniging recht op heeft. De omvang van verenigingen kan aan schommelingen onderhevig zijn. Verenigingen kunnen groeien of krimpen waardoor de situatie kan ontstaan dat een vereniging (al dan niet tijdelijk) over een teveel of juist een tekort aan velden of voorzieningen beschikt. Er moet dus een goede regeling komen voor de wijze waarop vraag en aanbod in evenwicht blijven en de wijze waarop een teveel of tekort aan accommodatie wordt gefinancierd. De volgende regeling wordt voorgesteld: ▪ Voor het vaststellen van de benodigde capaciteit aan velden en voorzieningen wordt uitgegaan van de gezamenlijke norm van KNVB/VNG/VSG.
▪ Om de drie jaar geven de verenigingen het aantal leden en het aantal teams door aan de gemeente. ▪ De gemeente maakt vervolgens een capaciteitsberekening op basis van de genoemde normen. Die berekening geeft uitsluitsel over het aantal velden waar een vereniging recht op heeft. ▪ Als deze berekening als uitkomst heeft dat een vereniging over teveel of te weinig velden/voorzieningen beschikt, dan start de telling van het aantal jaren (het startmoment). Daarbij geldt dat een marge van 0,25 wordt aangehouden. Daarmee wordt bedoeld: ▪ Een vereniging die beschikt over twee velden, maar de behoefte heeft aan bijvoorbeeld 2,3 velden, heeft een tekort van 1 veld (immers het tekort bedraagt 0,3 veld, wat hoger is dan de marge van 0,25). ▪ Een vereniging die beschikt over twee velden, maar slechts behoefte heeft aan bijvoorbeeld 1,2 velden, heeft een overschot van 1 veld (immers de behoefte is lager (1,2) dan de marge (1,25)). ▪ Als is gebleken dat een vereniging tekort of teveel accommodatie heeft worden vervolgens jaarlijks gegevens opgevraagd over leden en teams. De eerste drie seizoenen na de vaststelling van de over- of ondercapaciteit verandert er in wezen nog weinig tot niets. De vereniging blijft – telkens aan het begin van het seizoen – de ledenaantallen en aantal teams indienen bij de gemeente.
Het enige wat zou kunnen veranderen is dat de gemeente de vereniging helpt om trainingen of wedstrijden op een andere accommodatie te huisvesten (in het geval er een tekort is).
20
▪ Voorafgaande aan het vierde seizoen wordt vastgesteld of de over- of ondercapaciteit structureel is (d.m.v. toetsing aan bevolkingsprognoses en de landelijke en regionale ontwikkeling van de betreffende sport). Indien dat het geval is ontstaan er twee mogelijkheden: ▪ Structurele overcapaciteit: In deze situatie bouwt de gemeente de onderhoudsbijdrage voor de overcapaciteit af. Rekenvoorbeeld: als een vereniging een bijdrage voor 3 velden ontvangt, tezamen € 30.000,--, en structureel 1 veld teveel heeft, dan wordt de instandhoudingsbijdrage van het 3 e veld in 3 stappen afgebouwd. De bijdrage voor het 3 e veld wordt dan als volgt verlaagd: ▪ Seizoen 4 na het startmoment: De vereniging ontvangt een kennisgeving dat vanaf het daarop volgende seizoen wordt gestart met het korten op de financiële bijdrage voor het 3 e veld. ▪ Seizoen 5 na het startmoment: 1/3 korting op de instandhoudingsbijdrage voor het 3 e veld. De vereniging ontvangt dus geen € 10.000 voor het 3 e veld, maar € 6.666,--. ▪ Seizoen 6 na het startmoment: 2/3 korting op de instandhoudingsbijdrage voor het 3 e veld. De bijdrage voor het 3 e veld wordt dan verlaagd naar € 3.333,-▪ Seizoen 7 en verder: geen instandhoudingsbijdrage voor het 3 e veld. ▪ De instandhoudingsbijdrage voor de twee velden waar de vereniging wel recht op heeft, blijven overigens gelijk (voor elk veld € 10.000,-- in dit voorbeeld).
▪ Structureel tekort: In dat geval dient de vereniging een aanvraag in voor een extra veld. Deze aanvraag wordt beoordeeld. Daarbij geldt dat de daadwerkelijke aanpassingen zoveel mogelijk zullen samenvallen met momenten waarop groot onderhoud is gepland.
21