Bijlage 4 Memo omgevingsvisie- vervolg van uitwerking en verrijking
Tekst van het document
Toelichting vervolgaanpak omgevingsvisie De omgevingsvisie wordt aankomende jaren verrijkt en uitgewerkt. Dit gebeurt gebieds- en themagericht. Het gaat hierbij over de vervolgaanpak om te komen tot aanvulling, aanpassing en verrijking van het document dat de omgevingsvisie heet. Dit is een apart traject naast het werken met de omgevingsvisie (en andere visiestukken) wat wordt uitgewerkt in het beleidshuis van de gemeente. In de manier van werken zit de integrale manier van werken geborgd, waarin toets momenten aan visies plaatsvinden en het beleidshuis wordt vereenvoudigd. Het is van belang dat de omgevingsvisie tot uitvoering wordt gebracht. Dit vraagt om een vertaling van visie naar omgevingsplan (uitvoeringsniveau) met een tussenstap van uitwerkingen van gebieden. Deze gebiedsgerichte uitwerkingen zijn een eerste vertaalslag van de visie op een lager abstractieniveau. Hierbij is het van belang dat we toewerken naar een eenduidige structuur en een gestroomlijnd proces waarbij we als gemeente de regie in handen houden en een manier van werken ontwikkelen passend binnen de Molenlandse manier van werken en aansluit bij andere visie(trajecten). In de Omgevingsvisie zijn ambities geformuleerd. Deze ambities versterken elkaar op een aantal punten en bieden hiermee kansen. Ambities kunnen ook op gespannen voet met elkaar staan.
Hierdoor is het noodzakelijk om afwegingen en noodzakelijke keuzes te maken. Per gebied bepalen we welke kansen kunnen worden benut en welke keuzes worden gemaakt door de gemeenteraad. Dit doen we in eerste instantie met een gebiedsgerichte uitwerking.
Gebiedsgerichte uitwerking In de omgevingsvisie is nu onderscheid gemaakt in 4 gebieden: kernen, buitengebied, bedrijventerreinen en Werelderfgoed Kinderdijk. Kijkend naar deze gebieden kan er nog een onderscheid gemaakt worden in sub-gebieden (deze staan beschreven in de omgevingsvisie). Voor het buitengebied en de kernen geldt vooral dat richting de toekomst een gebiedsgerichte uitwerking noodzakelijk is om keuzes te maken. Deze keuzes zijn momenteel nog niet gemaakt in de omgevingsvisie. De omgevingsvisie is daarmee steeds in ontwikkeling. Waar we naar de gebieden en het perspectief hiervan kijken. Voor bedrijventerreinen geldt dit gedeeltelijk maar heeft het meer betrekking op solitaire bedrijvigheid. Voor Werelderfgoed Kinderdijk bestaat er een visie.
Themagerichte uitwerking In de omgevingsvisie worden thema’s en ambities geduid. Hiervan gelden er voor de gehele gemeente het is dan mogelijk op een thema een verder uitwerking te doen. Het is een keuze voor welke thema’s een uitwerking plaatsvindt het is van belang dat dit gebeurt vanuit een keuzes die gemaakt moeten worden.
Komen tot afbakening van de uitwerking Om de uitwerkingen behapbaar te houden en in fases uit te kunnen voeren wordt de opdracht opgeknipt in delen. Deze wordt afgestemd met de aanpak van het omgevingsplan. Na vaststelling van de omgevingsvisie vindt er een uitwerking van de afbakening plaats. In 2025 wordt uw raad hierover geïnformeerd. In 2025 gaan we met de verrijking aan de slag.
Programma’s Om onze visie concreter naar uitvoering te brengen wordt er in de toekomst gewerkt met programma’s onder de Omgevingswet. Een programma geeft aan hoe gemeenten de omgevingsvisie of onderdelen daarvan wil realiseren. Het programma een instrument naast het Omgevingsplan. Het programma bevat concrete maatregelen voor bescherming, beheer, gebruik en ontwikkeling van de leefomgeving. Een programma is zelfbindend. De gemeente kan een programma inzetten om daarmee haar taken en bevoegdheden uit te oefenen met het oog op de doelen van de Omgevingswet, namelijk: het beschermen en benutten van de fysieke leefomgeving. Een programma is vooral uitvoeringsgericht, de nadruk ligt op het bereiken van het doel binnen een beheersbare termijn voor het desbetreffende aspect van het beleid voor de fysieke leefomgeving. Het staat de gemeente vrij om naar behoefte programma’s op te stellen voor deze aspecten of voor deelgebieden. Het college van burgemeester en wethouders van een gemeente kan op basis van artikel 3.4 van de Omgevingswet programma’s vaststellen. Het vaststellen van programma’s is dus in beginsel geen verplichting.
Een plan-milieueffectrapport (plan-MER) Wanneer we bij de verrijking van de omgevingsvisie of het opstellen van gebiedsgerichte uitwerkingen nieuwe keuzes maken die ruimtelijke impact hebben, zal dit gepaard gaan met het doorlopen van een plan MER-procedure. Een plan-milieueffectrapport is een milieueffectrapport (MER) bij een vast te stellen plan of programma. De procedure die hierbij hoort, noemen we planmilieueffectrapportage (MER). In een aantal situaties is het mogelijk om een plan-MER-beoordeling te doen.
Na vaststelling van de omgevingsvisie Na de vaststelling van de Omgevingsvisie wordt uw raad geïnformeerd over de vervolgstappen en de concretisering van de vervolgaanpak.