Bijlage 4 – Bijlagen bij de bestemmingsplantoelichting Oud-Alblas, Noordzijde 51
Tekst van het document
102,73 88,86 88,86 88,86 83,12
99,16 81,94 81,94 81,94 76,14
92,35 76,72 76,72 76,72 70,91
81,80 68,23 68,23 68,23 61,53
Wilgenlaan Wilgenlaan Wilgenlaan
----
----
69,02 69,02 75,57
72,42 72,42 79,42
75,68 75,68 85,86
82,03 82,03 87,96
85,72 85,72 91,58
78,73 78,73 84,73
73,50 73,50 79,54
64,12 64,12 72,02
66,43 66,43 72,47
69,83 69,83 76,07
73,09 73,09 81,14
79,44 79,44 85,20
83,12 83,12 88,86
76,14 76,14 81,94
70,91 70,91 76,72
61,53 61,53 68,23
Geomilieu V5.10
6-12-2019 10:12:21
Invoegegevens akoestisch model 191358
Voortman Ingenieurs, bouwfysica & akoestiek bijlage 2
Model: Groep:
wegverkeerslawaai 2030 (hoofdgroep) Lijst van Wegen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMW-2012
Naam
LE (N) 63
LE (N) 125
LE (N) 250
LE (N) 500
LE (N) 1k
LE (N) 2k
LE (N) 4k
LE (N) 8k
LE (P4) 63
LE (P4) 125
LE (P4) 250
LE (P4) 500
LE (P4) 1k
LE (P4) 2k
LE (P4) 4k
LE (P4) 8k
Peperstraa Peperstraa Peperstraa Peperstraa Peperstraa
61,42 61,42 61,42 61,42 61,42
69,49 69,49 69,49 69,49 69,49
74,86 74,86 74,86 74,86 74,86
81,84 81,84 81,84 81,84 81,84
89,24 89,24 89,24 89,24 89,24
85,64 85,64 85,64 85,64 85,64
78,80 78,80 78,80 78,80 78,80
68,01 68,01 68,01 68,01 68,01
------
------
------
------
------
------
------
------
Schoolstra Schoolstra Schoolstra Schoolstra VEERWEG
70,72 70,72 71,81 71,81 70,47
75,12 75,12 76,65 76,65 79,14
83,49 83,49 84,92 84,92 85,13
82,08 82,08 83,47 83,47 90,52
85,56 85,56 86,61 86,61 97,37
79,01 79,01 80,11 80,11 93,86
73,87 73,87 75,05 75,05 87,07
68,53 68,53 70,14 70,14 76,87
------
------
------
------
------
------
------
------
VEERWEG Westein30 Westeinde Westeinde Westeinde
68,72 78,07 70,47 70,47 70,47
76,55 82,65 79,14 79,14 79,14
82,01 91,49 85,13 85,13 85,13
89,11 88,97 90,52 90,52 90,52
96,18 92,37 97,37 97,37 97,37
92,56 85,98 93,86 93,86 93,86
85,72 80,86 87,07 87,07 87,07
75,02 76,28 76,87 76,87 76,87
------
------
------
------
------
------
------
------
Westeinde Westeinde Westeinde Westeinde Westeinde
71,38 70,47 70,47 70,47 70,47
79,92 79,14 79,14 79,14 79,14
85,95 85,13 85,13 85,13 85,13
91,43 90,52 90,52 90,52 90,52
98,09 97,37 97,37 97,37 97,37
94,57 93,86 93,86 93,86 93,86
87,77 87,07 87,07 87,07 87,07
77,63 76,87 76,87 76,87 76,87
------
------
------
------
------
------
------
------
Westeinde Westeinde Westeinde Westeinde Westeinde
70,47 71,38 71,59 70,75 71,38
79,14 79,92 80,39 74,93 79,92
85,13 85,95 86,48 84,62 85,95
90,52 91,43 91,56 85,00 91,43
97,37 98,09 98,27 90,41 98,09
93,86 94,57 94,79 87,70 94,57
87,07 87,77 88,00 81,08 87,77
76,87 77,63 77,95 75,43 77,63
------
------
------
------
------
------
------
------
Westeinde Wilgenlaan Wilgenlaan Wilgenlaan Wilgenlaan
70,47 65,19 65,19 65,19 58,82
79,14 68,95 68,95 68,95 62,22
85,13 74,94 74,94 74,94 65,48
90,52 77,71 77,71 77,71 71,83
97,37 81,35 81,35 81,35 75,52
93,86 74,48 74,48 74,48 68,53
87,07 69,27 69,27 69,27 63,30
76,87 61,40 61,40 61,40 53,92
------
------
------
------
------
------
------
------
Wilgenlaan Wilgenlaan Wilgenlaan
58,82 58,82 65,19
62,22 62,22 68,95
65,48 65,48 74,94
71,83 71,83 77,71
75,52 75,52 81,35
68,53 68,53 74,48
63,30 63,30 69,27
53,92 53,92 61,40
----
----
----
----
----
----
----
----
Geomilieu V5.10
6-12-2019 10:12:21
Invoegegevens akoestisch model 191358 Model: Groep:
Voortman Ingenieurs, bouwfysica & akoestiek bijlage 2
wegverkeerslawaai 2030 (hoofdgroep) Lijst van Toetspunten, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMW-2012
Naam
Omschr.
Hoogte A
Hoogte B
Hoogte C
Hoogte D
Hoogte E
Hoogte F
Gevel
01 02 03 04 05
noordgevel W1 oostgevel W1 zuidgevel W1 westgevel W1 noordgevel W2
0,00 0,00 0,00 0,00 1,00
Eigen waarde Eigen waarde Eigen waarde Eigen waarde Eigen waarde
1,50 1,50 1,50 1,50 1,50
4,50 4,50 4,50 4,50 4,50
7,50 7,50 7,50 7,50 7,50
------
------
------
Ja Ja Ja Ja Ja
06 07 08 09
noordgevel W3 oostgevel W3 zuidgevel W3 zuidgevel W2
1,00 1,00 1,00 1,00
Eigen waarde Eigen waarde Eigen waarde Eigen waarde
1,50 1,50 1,50 1,50
4,50 4,50 4,50 4,50
7,50 7,50 7,50 7,50
-----
-----
-----
Ja Ja Ja Ja
Geomilieu V5.10
Maaiveld
Hdef.
6-12-2019 10:13:48
Invoegegevens akoestisch model 191358 Rapport: Model:
Voortman Ingenieurs, bouwfysica & akoestiek bijlage 2
Lijst van model eigenschappen wegverkeerslawaai 2030
Model eigenschap Omschrijving Verantwoordelijke Rekenmethode
wegverkeerslawaai 2030 Jan #2|Wegverkeerslawaai|RMW-2012|
Aangemaakt door Laatst ingezien door Model aangemaakt met
Jan op 5-12-2019 Jan op 6-12-2019 Geomilieu V5.10
Dagperiode Avondperiode Nachtperiode Samengestelde periode Waarde Standaard maaiveldhoogte Rekenhoogte contouren Detailniveau toetspunt resultaten Detailniveau resultaten grids Zoekafstand [m] Max. reflectie afstand tot bron [m] Max. reflectie afstand tot ontvanger [m] Standaard bodemfactor Zichthoek [grd] Maximale reflectiediepte Reflectie in woonwijkschermen Geometrische uitbreiding Luchtdemping Luchtdemping [dB/km] Meteorologische correctie Waarde voor C0
07:00 - 19:00 19:00 - 23:00 23:00 - 07:00 Lden Gem(Dag, Avond + 5, Nacht + 10) 0 4 Groepsresultaten Groepsresultaten ---0,80 2 1 Ja Volledige 3D analyse Conform standaard 0,00; 0,00; 1,00; 2,00; 4,00; 10,00; 23,00; 58,00 Conform standaard 3,50
Geomilieu V5.10
6-12-2019 10:14:27
Bijlage 3: Berekeningsresultaten wegverkeerslawaai (4 pagina’s)
R-JVO/1502 / 19.1358
Geluidbelasting Heiweg, incl. aftrek art. 110g Wgh 191358 Rapport: Model: Groep: Groepsreductie:
Voortman Ingenieurs, bouwfysica & akoestiek bijlage 3
Resultatentabel wegverkeerslawaai 2030 LAeq totaalresultaten voor toetspunten Heiweg Ja
Naam Toetspunt
Omschrijving
Hoogte
Dag
Avond
Nacht
Lden
01_A 01_B 01_C 02_A 02_B
noordgevel W1 noordgevel W1 noordgevel W1 oostgevel W1 oostgevel W1
1,50 4,50 7,50 1,50 4,50
26,72 27,70 28,41 23,54 23,54
21,68 22,66 23,38 18,48 18,46
14,65 15,63 16,35 11,45 11,44
26,13 27,11 27,82 22,94 22,93
02_C 03_A 03_B 03_C 04_A
oostgevel W1 zuidgevel W1 zuidgevel W1 zuidgevel W1 westgevel W1
7,50 1,50 4,50 7,50 1,50
23,76 16,95 19,39 22,12 22,24
18,69 11,86 14,34 17,11 17,19
11,66 4,85 7,31 10,07 10,16
23,15 16,34 18,79 21,54 21,64
04_B 04_C 05_A 05_B 05_C
westgevel W1 westgevel W1 noordgevel W2 noordgevel W2 noordgevel W2
4,50 7,50 1,50 4,50 7,50
25,09 27,37 28,98 30,65 32,04
20,09 22,38 23,95 25,60 27,01
13,04 15,34 16,91 18,57 19,97
24,51 26,79 28,39 30,05 31,45
06_A 06_B 06_C 07_A 07_B
noordgevel W3 noordgevel W3 noordgevel W3 oostgevel W3 oostgevel W3
1,50 4,50 7,50 1,50 4,50
28,46 30,01 31,11 23,62 26,31
23,41 24,96 26,07 18,52 21,22
16,38 17,93 19,04 11,50 14,19
27,86 29,41 30,52 23,00 25,69
07_C 08_A 08_B 08_C 09_A
oostgevel W3 zuidgevel W3 zuidgevel W3 zuidgevel W3 zuidgevel W2
7,50 1,50 4,50 7,50 1,50
24,47 19,27 22,22 -1,90 20,58
19,34 14,12 17,14 -7,48 15,41
12,32 7,12 10,12 -14,34 8,41
23,84 18,64 21,61 -2,68 19,94
09_B 09_C
zuidgevel W2 zuidgevel W2
4,50 7,50
19,71 8,04
14,60 2,94
7,57 -4,08
19,09 7,42
Alle getoonde dB-waarden zijn A-gewogen
Geomilieu V5.10
6-12-2019 10:15:31
Geluidbelasting alle 30 km/h wegen, incl. aftrek art. 110g Wgh 191358 Rapport: Model: Groep: Groepsreductie:
Voortman Ingenieurs, bouwfysica & akoestiek bijlage 3
Resultatentabel wegverkeerslawaai 2030 LAeq totaalresultaten voor toetspunten 30 km/h wegen Ja
Naam Toetspunt
Omschrijving
Hoogte
Dag
Avond
Nacht
Lden
01_A 01_B 01_C 02_A 02_B
noordgevel W1 noordgevel W1 noordgevel W1 oostgevel W1 oostgevel W1
1,50 4,50 7,50 1,50 4,50
33,29 35,33 36,52 39,60 41,34
29,33 31,33 32,44 35,18 36,82
22,30 24,28 25,39 28,74 30,46
33,19 35,20 36,36 39,44 41,16
02_C 03_A 03_B 03_C 04_A
oostgevel W1 zuidgevel W1 zuidgevel W1 zuidgevel W1 westgevel W1
7,50 1,50 4,50 7,50 1,50
42,19 40,45 42,16 43,04 34,47
37,65 35,95 37,58 38,44 30,19
31,30 29,53 31,22 32,09 23,31
42,00 40,26 41,95 42,82 34,26
04_B 04_C 05_A 05_B 05_C
westgevel W1 westgevel W1 noordgevel W2 noordgevel W2 noordgevel W2
4,50 7,50 1,50 4,50 7,50
36,60 38,05 37,03 38,57 39,17
32,27 33,71 32,56 34,10 34,83
25,41 26,86 25,58 27,12 27,81
36,37 37,82 36,70 38,24 38,89
06_A 06_B 06_C 07_A 07_B
noordgevel W3 noordgevel W3 noordgevel W3 oostgevel W3 oostgevel W3
1,50 4,50 7,50 1,50 4,50
35,11 36,99 38,17 35,13 37,11
30,99 32,94 33,96 30,72 32,74
24,00 25,89 26,92 24,16 26,16
34,94 36,84 37,95 34,94 36,94
07_C 08_A 08_B 08_C 09_A
oostgevel W3 zuidgevel W3 zuidgevel W3 zuidgevel W3 zuidgevel W2
7,50 1,50 4,50 7,50 1,50
38,88 39,06 40,42 41,50 39,27
34,48 34,61 35,91 37,02 34,88
27,94 28,07 29,40 30,49 28,23
38,70 38,86 40,20 41,29 39,07
09_B 09_C
zuidgevel W2 zuidgevel W2
4,50 7,50
40,61 41,36
36,19 36,95
29,54 30,30
40,39 41,15
Alle getoonde dB-waarden zijn A-gewogen
Geomilieu V5.10
6-12-2019 10:16:26
Gecum. gelluidbelasting alle wegen (incl. 30 km/h), incl. aftrek art. 110g Wgh 191358 Rapport: Model: Groep: Groepsreductie:
Voortman Ingenieurs, bouwfysica & akoestiek bijlage 3
Resultatentabel wegverkeerslawaai 2030 LAeq totaalresultaten voor toetspunten (hoofdgroep) Ja
Naam Toetspunt
Omschrijving
Hoogte
Dag
Avond
Nacht
Lden
01_A 01_B 01_C 02_A 02_B
noordgevel W1 noordgevel W1 noordgevel W1 oostgevel W1 oostgevel W1
1,50 4,50 7,50 1,50 4,50
34,53 36,66 37,85 39,77 41,53
30,35 32,51 33,65 35,34 37,01
23,49 25,75 26,92 28,91 30,65
34,37 36,54 37,72 39,61 41,35
02_C 03_A 03_B 03_C 04_A
oostgevel W1 zuidgevel W1 zuidgevel W1 zuidgevel W1 westgevel W1
7,50 1,50 4,50 7,50 1,50
42,49 40,67 42,44 43,29 35,34
37,95 36,17 37,88 38,70 31,03
31,65 29,81 31,59 32,39 24,42
42,31 40,49 42,26 43,09 35,19
04_B 04_C 05_A 05_B 05_C
westgevel W1 westgevel W1 noordgevel W2 noordgevel W2 noordgevel W2
4,50 7,50 1,50 4,50 7,50
37,81 39,06 38,01 39,57 40,20
33,47 34,69 33,49 35,05 35,77
26,96 28,08 26,66 28,24 28,88
37,67 38,88 37,70 39,26 39,91
06_A 06_B 06_C 07_A 07_B
noordgevel W3 noordgevel W3 noordgevel W3 oostgevel W3 oostgevel W3
1,50 4,50 7,50 1,50 4,50
36,28 38,46 39,33 35,91 38,04
32,00 34,26 34,99 31,48 33,65
25,15 27,53 28,14 25,06 27,24
36,07 38,33 39,10 35,75 37,90
07_C 08_A 08_B 08_C 09_A
oostgevel W3 zuidgevel W3 zuidgevel W3 zuidgevel W3 zuidgevel W2
7,50 1,50 4,50 7,50 1,50
39,57 39,44 40,85 41,76 39,66
35,18 35,01 36,36 37,30 35,28
28,78 28,57 29,95 30,87 28,73
39,44 39,28 40,67 41,58 39,49
09_B 09_C
zuidgevel W2 zuidgevel W2
4,50 7,50
41,03 41,69
36,65 37,29
30,10 30,74
40,86 41,51
Alle getoonde dB-waarden zijn A-gewogen
Geomilieu V5.10
6-12-2019 10:16:50
Gecum. gelluidbelasting alle wegen (incl. 30 km/h), excl. aftrek art. 110g Wgh 191358 (t.b.v. gevelmaatregelen) Rapport: Model: Groep: Groepsreductie:
Voortman Ingenieurs, bouwfysica & akoestiek bijlage 3
Resultatentabel wegverkeerslawaai 2030 LAeq totaalresultaten voor toetspunten (hoofdgroep) Nee
Naam Toetspunt
Omschrijving
Hoogte
Dag
Avond
Nacht
Lden
01_A 01_B 01_C 02_A 02_B
noordgevel W1 noordgevel W1 noordgevel W1 oostgevel W1 oostgevel W1
1,50 4,50 7,50 1,50 4,50
40 42 43 45 47
35 38 39 40 42
28 31 32 34 36
39 42 43 45 46
02_C 03_A 03_B 03_C 04_A
oostgevel W1 zuidgevel W1 zuidgevel W1 zuidgevel W1 westgevel W1
7,50 1,50 4,50 7,50 1,50
47 46 47 48 40
43 41 43 44 36
37 35 37 37 29
47 45 47 48 40
04_B 04_C 05_A 05_B 05_C
westgevel W1 westgevel W1 noordgevel W2 noordgevel W2 noordgevel W2
4,50 7,50 1,50 4,50 7,50
43 44 43 45 45
38 40 38 40 41
32 33 32 33 34
43 44 43 44 45
06_A 06_B 06_C 07_A 07_B
noordgevel W3 noordgevel W3 noordgevel W3 oostgevel W3 oostgevel W3
1,50 4,50 7,50 1,50 4,50
41 43 44 41 43
37 39 40 36 39
30 33 33 30 32
41 43 44 41 43
07_C 08_A 08_B 08_C 09_A
oostgevel W3 zuidgevel W3 zuidgevel W3 zuidgevel W3 zuidgevel W2
7,50 1,50 4,50 7,50 1,50
45 44 46 47 45
40 40 41 42 40
34 34 35 36 34
44 44 46 47 44
09_B 09_C
zuidgevel W2 zuidgevel W2
4,50 7,50
46 47
42 42
35 36
46 46
Alle getoonde dB-waarden zijn A-gewogen
Geomilieu V5.10
6-12-2019 10:17:29
VAN DEN HEUVEL ONTWIKKELING & BEHEER T.a.v. dhr. G. Kooijman Lekdijk 44 2767 GB Langerak
Datum
17 december 2019
Kenmerk
BE/2019/686/r
Uw kenmerk
Email d.d.
Auteur(s)
M.A. Brinkbäumer
Collegiale toets
ir. ing. K.J. Rebergen
Oriënterend onderzoek naar beschermde flora en fauna aan de Noordzijde 51 te Oud-Alblas Aan de Noordzijde 51 te Oud-Alblas is een perceel gesitueerd met twee stallen, een schuur en een woonboerderij. De initiatiefnemer is voornemens twee schuren te saneren ter behoeve van een schuurwoning. De huidige woonboerderij wordt gerenoveerd ter behoeve van twee nieuwe wooneenheden en er wordt tevens een nieuwe schuurwoning gerealiseerd. Ook wordt er een sloot gegraven om het voormalige verkavelingspatroon te herstellen. Het bestemmingsplan voorziet niet in de beoogde ontwikkeling en dient derhalve te worden gewijzigd van agrarisch naar wonen. De beoogde ontwikkeling heeft mogelijk een negatief effect op beschermde flora en fauna (soortenbescherming), beschermde natuurgebieden (gebiedsbescherming) en/of beschermde houtopstanden. Ten behoeve van de beoogde ontwikkeling geldt de wettelijke verplichting onderzoek te verrichten naar de aanwezigheid van beschermde flora en fauna en de mogelijke effecten van de ruimtelijke ingreep daarop. Middels voorliggend ecologisch oriënterend onderzoek is de (potentiële) aanwezigheid van beschermde flora en fauna en de betekenis van de planlocatie voor deze soorten in kaart gebracht. Van den Heuvel Ontwikkeling & Beheer begeleidt de ruimtelijke procedure en heeft Blom Ecologie B.V.
verzocht de planlocatie te onderzoeken op aanwezigheid van beschermde flora en fauna en deze vervolgens te toetsen aan de effecten van de werkzaamheden en het geldende bestemmingsplan. Onderzoeksdoelen Middels dit oriënterende onderzoek worden de volgende onderzoeksvragen beantwoord: • Is het bestemmingsplan dat wordt opgesteld voor het project zoals hiervoor omschreven uitvoerbaar zoals het bepaalde in de Wro (art. 3.1.6 Bro)? • Welke, krachtens de Wet natuurbescherming, beschermde flora en fauna zijn (potentieel) aanwezig op de planlocatie? • Welke negatieve effecten treden op voor (potentieel) aanwezige flora en fauna als gevolg van de beoogde ruimtelijke ingreep? • Heeft de beoogde ruimtelijke ingreep een negatief effect op het de instandhoudingsdoelen van Natura 2000-gebieden of de wezenlijke kenmerken en waarden van Natuurnetwerk Nederland, Belangrijke weidevogelgebieden en/of de Strategische reservering natuur? • Heeft de beoogde ruimtelijke ingreep een negatief effect op houtopstanden die middels de Wet natuurbescherming zijn beschermd? • Dienen er vervolgstappen in het kader van de Wet natuurbescherming te worden genomen, en zo ja, welke?
Planlocatie De planlocatie is gelegen aan de Noordzijde 51 te Oud-Alblas. De planlocatie is een agrarisch perceel van 7090m2 bestaande uit een woonboerderij met drie schuren. Verder zijn er graspercelen aanwezig met verschillende bomen. Hieronder staat een korte omschrijving van de bebouwing op de planlocatie met visuele ondersteuning in figuur 1. Gebouw A en D worden in de beoogde ontwikkeling gerenoveerd en gebouw B en C worden gesaneerd ter behoeve van een nieuw te bouwen schuurwoning. Gebouw A: Een woonboerderij opgetrokken uit gemetselde muren met een zadeldak met dakpannen. Het dak bevat (deels) dakbeschot en is opgevuld met riet. Verschillende scheuren in de muren en er ontbreken enkele dakpannen. Gebouw B: Voormalig veestal opgetrokken uit gemetselde muren met zadeldak met dakpannen. Muren bevatten verschillende schuren en verschillende dakpannen zijn gebroken of ontbreken. Gebouw C: Opslagschuur opgetrokken uit betonnen funderen in houten wanden met een golfplaten zadeldak. Gebouw D: Schapenstal opgetrokken uit gemetselde muren met zadeldak met dakpannen. Gebouw E: Onder constructie ten tijden van het veldbezoek.
Figuur 1
Visuele ondersteuning van de bebouwing op de planlocatie aan de Noordzijde 51 te Oud-Alblas.
Het perceel is hoofdzakelijk begroeid met gras met enkel verharding tussen de bebouwing en op de oprit. Verder staan er veel bomen op de planlocatie De planlocatie grenst aan de zuidelijke zijde aan de Alblas en aan de noordelijke zijde grenst het aan een kavelsloot. Langs de kavelsloot staan knotwilgen (karakteristieke landschapselementen). Verder staan er naast de oprit enkele populieren welke gekapt worden in de beoogde ontwikkeling. In figuur 2 en bijlage 1 zijn een aantal foto’s opgenomen die een impressie geven van de planlocatie en de directe omgeving hiervan. De planlocatie is gelegen ten noorden van het dorp Oud-Alblas grenzend aan landelijk gebied. De dichtstbijzijnde watergang is de Alblas, gelegen ten zuiden van de planlocatie. De dichtstbijzijnde snelweg is de A15 op een afstand van ca. 1,8 km ten zuiden van de planlocatie.
2
Figuur 2
De planlocatie (rood omkaderd) is gelegen aan de Noordzijde 51 te Oud-Alblas (bron kaartmateriaal: arcgis.com).
Figuur 3
Fotografische indruk van de planlocatie en de directe omgeving hiervan.
Functieverandering en effecten De beoogde ingrepen zijn permanent van karakter. De beoogde ontwikkelingen betreffen de sanering van een voormalig veestal (gebouw B) en een opslagschuur (gebouw C), verder wordt de woonboerderij (gebouw A) gerenoveerd en veranderd tot twee wooneenheden. Ter plaatse van de opslagschuur wordt een schuurwoning gerealiseerd. In het kader van de beoogde ontwikkeling wordt een nieuwe sloot gerealiseerd welke aansluit op de huidige kavelsloot. Ten aanzien van de beoogde ontwikkeling vindt er een functieverandering plaats van agrarisch naar wonen. Onderstaand volgt een korte opsomming van de ingrepen en effecten: • • • • • • • •
3
saneren van veestal en schuur: algemene sloopwerkzaamheden en afvoer sloopmateriaal; kappen van enkele bomen: kapwerkzaamheden; verwijderen terreininrichting, waaronder gedeelte van het groen: graafwerkzaamheden, transport (afvoer) van materiaal en groen; egaliseren terrein: graafwerkzaamheden en grondtransport; aanleg nieuwe sloot: graafwerkzaamheden; renovatie woonboerderij en schuur: algemene renovatiewerkzaamheden; realisatie nieuwbouw: algemene bouwwerkzaamheden; revitalisatie terrein en aanleg verharding: allerhande (straat- en hoveniers) werkzaamheden.
Figuur 4
Visuele representatie van Landschapsarchitecten).
de
beoogde
situatie
(bron:
Lagendijk
Tuin-
en
Methode Dit oriënterend onderzoek verkent alle relevante vakgebieden met betrekking tot de Wet natuurbescherming. Hierbij wordt een beoordeling gegeven van de aanwezigheid van specifieke potentie voor beschermde flora en fauna op de planlocatie, de betekenis van de planlocatie voor de aanwezige soorten en de effecten van de voorgenomen ingrepen op de soorten. Dit onderzoek bestaat uit een veldbezoek en raadpleging van externe bronnen. Veldbezoek Het veldbezoek is een momentopname van de aanwezige flora en fauna. Tijdens het veldbezoek is de planlocatie nauwkeurig onderzocht, waarbij ook gelet werd op sporen en delen of restanten van planten en/of dieren. Het veldbezoek heeft plaatsgevonden op 12 november 2019 en is uitgevoerd door M.A. Brinkbäumer. De weersomstandigheden tijdens het veldbezoek waren; regen, 8/8 bewolkt, 4 Celsius en windkracht 2-3 (Bft). Externe bronnen Vaak zijn er al gegevens bekend over een planlocatie en de directe omgeving hiervan. Deze gegevens worden onder andere beheerd in rapporten en naslagwerken en door de Nationale Database Flora en Fauna (NDFF). Raadpleging van externe bronnen levert vaak nuttige aanvullende informatie op en biedt daarmee een vollediger beeld van de (mogelijk) aanwezige flora en fauna.
Wet natuurbescherming Per 1 januari 2017 zijn drie voormalige wetten; de Flora- en faunawet samen met de Boswet en de Natuurbeschermingswet 1998, vervangen door de Wet natuurbescherming (Wnb). Bevoegdheden zijn met het ingaan van deze wet overgedragen van het rijk naar de provincie. Algemene zorgplicht In de Algemene zorgplicht (art. 1.11) wordt voorgeschreven dat nadelige gevolgen voor flora en fauna voorkomen moet worden. Het uitgangspunt van de Algemene zorgplicht is dat het doden, verwonden, verontrusten of beschadigen van flora en fauna wordt vermeden. Deze zorgplicht geldt voor iedereen.
4
(a) Soortenbescherming De soortenbescherming is opgedeeld in de volgende beschermingsregimes: Vogelrichtlijnsoorten (art. 3.1), Habitatrichtlijnsoorten (art. 3.5) en Andere soorten (art. 3.10). Hierin worden ook rust- en voortplantingsverblijfplaatsen en het functioneel leefgebied beschermd. Bij negatieve effecten op soorten in de specifieke soortenbescherming geldt een ontheffingsplicht. Van de verboden als bedoeld in Andere soorten art. 3.10 eerste lid kan door bevoegd gezag vrijstelling verleend worden voor het opzettelijk doden of vangen van individuen en voor het opzettelijk beschadigen of vernielen van vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen voor bepaalde soorten. Verordening uitvoering Wet natuurbescherming Zuid-Holland is voor de volgende soorten vrijstelling opgenomen in het kader van ruimtelijke ontwikkelingen: Tabel 1 Vrijgestelde soorten in het kader van ruimtelijke ontwikkelingen in de provincie Zuid-Holland. Aardmuis Gewone bosspitsmuis Ree Bastaardkikker
Gewone pad
Rosse woelmuis
Bosmuis
Haas
Veldmuis
Bruine kikker Bunzing Dwergmuis
Hermelijn Huisspitsmuis Kleine watersalamander
Vos Wezel Woelrat
Dwergspitsmuis Egel
Konijn Meerkikker
(b) Gebiedsbescherming Naast de specifieke soortenbescherming kent Nederland ook gebiedsbescherming, waarbij bepaalde gebieden extra bescherming genieten. Het gaat hier hoofdzakelijk om Natura 2000gebieden en het Natuurnetwerk Nederland. In deze gebieden mogen in principe geen werkzaamheden binnen de grenzen uitgevoerd worden. Voor werkzaamheden in Natura 2000gebieden is bij mogelijke effecten een Voortoets vereist en binnen het Natuurnetwerk Nederland geldt het ‘nee, tenzij’-principe. In bepaalde gevallen dient er natuurcompensatie uitgevoerd te worden. Ten aanzien van Natura 2000-gebieden kunnen ook externe effecten als stikstofdepositie en licht- of geluidsuitstraling van invloed zijn. Ten aanzien van het Natuurnetwerk Nederland geldt dat externe werking geen toetsingskader is. Bij negatieve effecten op beschermde natuurgebieden geldt een ontheffingsplicht. (c) Houtopstanden Houtopstanden onder de Wnb betreffen zelfstandige eenheden van bomen, boomvormers, struiken, hakhout of griend, met een oppervlakte van 1000 m2 of meer, of een rijbeplanting met meer dan 20 bomen. Het is verboden een houtopstand geheel of gedeeltelijk te vellen of te doen vellen, met uitzondering van het periodiek vellen van griend- of hakhout, zonder voorafgaande melding daarvan bij gedeputeerde staten.
Ingeval een houtopstand geheel of gedeeltelijk is geveld, dient deze binnen drie jaar herplant te worden.
Beoordeling (a) soortenbescherming Op basis van het veldbezoek en de bureaustudie wordt per soortgroep besproken wat de potentie van de planlocatie en de directe omgeving daarvan is en welke effecten daarop te verwachten zijn ten gevolge van de beoogde ontwikkeling. Voor een aantal van de nationaal beschermde soorten (beschermingsregime ‘Andere soorten’) geldt vrijstelling in het kader van ruimtelijke ontwikkelingen (zie soortenbescherming). In de voorliggende beoordeling is specifiek gelet op de potentiële aanwezigheid van beschermde soorten waarvoor geen vrijstelling geldt c.q. soorten waarvoor een ontheffingsplicht noodzakelijk is. Vaatplanten In de directe omgeving van de planlocatie is het voorkomen van beschermde vaatplanten niet bekend (NDFF 2009-2019). Gedurende het veldbezoek zijn geen beschermde planten en/of sporen hiervan aangetroffen. Ter plaatse van de planlocatie is slechts sprake van inheemse of aangeplante kruiden zonder beschermde status. Enkele waargenomen soorten betreffen: grote
5
brandnetel, klimop, smalle weegbree en veldzuring. Enkel de oprit en tussen de bebouwing bevindt zich verharding op de planlocatie. Verder bestaat de planlocatie hoofdzakelijk uit gras. Op de muren van de bebouwing is geen (beschermde) muurvegetatie aangetroffen. Op de planlocatie staan verschillende bomen en struiken, enkele waargenomen soorten zijn; gewone es, grauwe els, haagbeuk, knotwilgen. Naast bovengenoemde bomen staan er verschillende hoogstamfruitbomen op de grasweide. De beoogde ontwikkeling leidt niet tot aantasting van beschermde en/of kwetsbare vegetatie. Beschermde planten stellen over het algemeen specifieke eisen aan hun milieu, zoals kalkhoudende schrale grond of stikstofarme blauwe graslanden. De planlocatie is een monocultuur van gras op een voedselrijke rivierkleigrond. Gelet op de functie, ligging en het gebruik van het perceel in relatie tot de habitatpreferentie van kwetsbare en zeldzame soorten wordt de aanwezigheid hiervan niet verwacht. Daarnaast zijn beschermde planten niet aangetroffen gedurende het veldbezoek, waarmee negatieve effecten ten aanzien van beschermde vaatplanten derhalve kunnen worden uitgesloten. Grondgebonden zoogdieren Tijdens het veldbezoek zijn geen sporen aangetroffen van (beschermde) zoogdieren.
In de omgeving is onder andere de aanwezigheid van de volgende soorten vastgesteld: aardmuis, bever, bosmuis, bruine rat, bunzing, dwergmuis, egel, haas, hermelijn, konijn, mol, ree, rosse woelmuis, veldmuis, vos, wezel en woelrat (Broekhuizen et al., 2016; NDFF 2009-2019). Voor de bever geldt dat deze beschermd is onder de Wet natuurbescherming en geen vrijstelling geldt in het kader van ruimtelijke ontwikkelingen. Bevers leven in het overgangsgebied tussen water en land: moerassen, langs beken, rivieren, meren en kanalen. De aanwezigheid van goed bereikbare bomen en struiken op de oever is een vereiste (BIJ12 kennisdocument Bever, 2017). De planlocatie grenst ten zuiden aan de Alblas, echter is hier grotendeels en betonnen kade aanwezig waardoor uittreden onmogelijk is. Ten zuiden van de opslagschuur (schuur C) is geen kade in de oever over een lengte van ongeveer 15 meter. Echter beschikt de planlocatie niet over functioneel leefgebied wegens het ontbreken van jonge houtige begroeiing en de vele verstoring. Verder zijn er ten tijden van het veldbezoek geen sporen aangetroffen. Derhalve is de bever uitgesloten van de planlocatie. Gelet op het gebruik van de locatie en de afwezigheid van gunstige migratieroutes in de directe omgeving van de locatie is het aannemelijk dat soorten van de Habitatrichtlijn en niet vrijgestelde Andere soorten niet op de locatie voorkomen.
De planlocatie heeft enkel mogelijk een functie voor algemene soorten. Dit betreft met name egel, konijn, mol en veldmuis. Dergelijke soorten zijn dermate opportunistisch dat in de directe omgeving voldoende vergelijkbaar habitat aanwezig is waar ze zich al dan niet tijdelijk kunnen ophouden. Bovendien geldt voor dergelijke algemene soorten vrijstelling in het kader van ruimtelijke ontwikkelingen. Op en rondom de planlocatie zijn geen holen, nesten of sporen aangetroffen die duiden op de aanwezigheid van beschermde zoogdiersoorten die buiten de Verordening uitvoering Wet natuurbescherming van de provincie vallen (zie Wnb art 3.10). Effecten op beschermde zoogdieren zijn uitgesloten. Vleermuizen Laanvormige bomenrijen, oude bomen met gaten en scheuren, (oude) gebouwen met kieren en spleten en/of structuurrijke groenelementen kunnen een functioneel onderdeel zijn van een vleermuishabitat (BIJ12 kennisdocument Gewone dwergvleermuis, 2017; Limpens et al., 1997; Dietz et al., 2011). In de omgeving is het voorkomen bekend van onder andere: gewone dwergvleermuis, gewone grootoorvleermuis, laatvlieger, meervleermuis en ruige dwergvleermuis (Broekhuizen et al., 2016; Limpens et al., 1997; NDFF 2009-2019). Onder de Wet natuurbescherming zijn alle in Nederland voorkomende vleermuizen als Habitatrichtlijnsoorten beschermd.
Langs de rand van de kavelsloot ten noorden van de planlocatie staan verschillende knotwilgen. Er zijn verschillende holen in deze bomen waargenomen, echter zijn ze volledig uitgelopen en is er geen vrije invliegroute. Verder blijven deze bomen in de beoogde ontwikkelingen behouden. Langs de oprit staan enkele populieren welke gekapt dienen te worden, tijdens veldinspectie zijn hier geen holen in waargenomen. Derhalve worden er geen negatieve effecten verwacht ten aanzien van boombewonende vleermuizen. De te slopen bebouwing is nauwkeurig geïnspecteerd op de aan- dan wel afwezigheid van geschikte invliegopeningen.
6
Alle gevels en daken van de betreffende bebouwing zijn gecontroleerd op eventuele openingen als open stootvoegen, kierende daklijsten, ontbrekende/scheefliggende pannen, ontbrekende specie en overige gevelafwerkingen die vleermuizen toegang kunnen verlenen tot een open dakruimte en/of spouwmuur. De bebouwing op de planlocatie is kort toegelicht op bladzijde 2 met een visuele ondersteuning. De bebouwing bestaat uit gemetselde muren zonder spouw en daken bestaande uit dakpannen of golfplaten zonder dakbeschot. De opslagschuur (C) op de planlocatie bestaat uit houten wanden en een golfplaten zadeldak. Wegens het ontbreken van spouw en dakruimte zijn er geen mogelijke verblijfplaatsen aanwezig. Ten tijden van het veldbezoek zijn enkele mottenvleugels aangetroffen in de schuur. Wegens het ontbreken van verdere sporen (uitwerpselen of meer mottenvleugels) wordt niet verwacht dat er sprake is van een verblijfplaats van grootoorvleermuizen. De schapenstal (E) en veestal (B) zijn opgetrokken uit gemetselde muren zonder spouw en zadeldaken met pannen zonder dakbeschot. Gezien er geen spouw of dakruimte aanwezig is, is er geen sprake van verblijfplaatsen met een stabiel microklimaat. De woonboerderij (A) is opgetrokken uit gemetselde muren zonder spouw met houten panelen en een zadeldak met pannen.
De binnenzijde van de muren bevat deels een stuclaag welke op verschillende plaatsen los komt. Ondanks de slechte staat van de stuclaag is er geconstateerd dat er geen ruimte aanwezig tussen de muur en het stucsel. Ten tijden van het veldbezoek is geconstateerd dat de houten panelen zeer nauw aansluiten op de gevel waardoor toegang geblokkeerd wordt. Het dak bevat deels wel dakbeschot en deels niet, derhalve is er geen sprake van een stabiel microklimaat in de dakruimte. Verder is geconstateerd dat de dakruimte vol is met riet (vroegere dakbedekking). Wegens het ontbreken van spouwmuur, toegankelijke dakruimte of andere ruimten is het niet mogelijk voor gebouwbewonende soorten als; gewone dwergvleermuis, laatvlieger en ruige dwergvleermuis, een geschikte rust- en/of verblijfplaats te vinden. Wegens het ontbreken van sporen of uitwerpselen wordt ook de grootoorvleermuis niet verwacht op de planlocatie. Hoewel het uitgesloten is dat vleermuizen de bebouwing op de planlocatie gebruiken als vaste rust- en/of verblijfplaats, bestaat de mogelijkheid dat vleermuizen de planlocatie gebruiken als foerageergebied en/of vliegroute. De beoogde ontwikkeling voorzien geen verlies van groen of wateroppervlak. Derhalve gaan er geen vliegroutes of foerageergebieden verloren.
In de luwte van opgaande vegetatie of bebouwing kunnen vliegbewegingen en foerageeractiviteiten van vleermuizen plaatsvinden. Vleermuizen jagen op insecten waarbij ze opportunistisch gebruik maken van een groot netwerk aan jachtgebieden. De omvang en het gebruik van een gebied alsmede de jachttechniek en prooien verschillen per soort. Gedurende het foerageren verspreiden vleermuizen zich diffuus over het landschap waarbij veelal gebruik wordt gemaakt van bosranden, bomenlanen, oeverzones of andere structuurrijke zones. Tijdens de werkzaamheden kunnen negatieve effecten optreden voor passerende en jagende vleermuizen in de directe omgeving als gevolg van lichtgebruik. Vleermuizen kunnen verblind en daardoor gedesoriënteerd raken als gevolg van felle verlichting. Sterk verlichte locaties worden gemeden door vleermuizen. Tijdens en na de beoogde ontwikkeling dient bij voorkeur geen verlichting te worden toegepast. Bij voorkeur de werkzaamheden uitvoeren tussen zonsopkomst en zonsondergang. Mocht verlichting noodzakelijk zijn wordt vleermuisvriendelijke verlichting geadviseerd. Amfibieën Tijdens het veldbezoek zijn geen amfibieën aangetroffen op de planlocatie. De planlocatie is grotendeels grasweide grenzend aan een kavelsloot welke verbonden is met de Alblas. Amfibieën leven in zowel een aquatisch (m.n. lente/zomer) als een terrestrisch (m.n. herfst/winter) habitat.
Beide habitatonderdelen dienen op korte afstand van elkaar te liggen. In de omgeving is de aanwezigheid bekend van bastaardkikker, bruine kikker, gewone pad, heikikker, kleine watersalamander en meerkikker (Creemers & Van Delft, 2009; NDFF 20092019). Voor de heikikker en rugstreeppad geldt dat deze beschermd zijn onder de Wet natuurbescherming en geen vrijstelling geldt in het kader van ruimtelijke ontwikkelingen. De heikikker maakt gebruik van drie habitattypen; ondiep, relatief zuur, zon beschenen, voedselarm voortplantingswater; vochtige plekken in schraal en ruig gebied of natuurlijk grasland voor de actieve periode; vochtvrije plaatsen voor overwintering. De planlocatie is gelegen ten midden van het dorp Oud-Alblas en heeft rondom water. De kavelsloot ten noorden van de planlocatie
7
is verbonden met de Alblas en bevat derhalve vis, ook is ten tijden van het veldbezoek geconstateerd dat er kroos op het water lag. Dit indiceert dat het voedselrijk water betreft. Rondom de planlocatie is veel verharding en wegen aanwezig wat als barrière dient. Verder zijn er geen schrale plekken aanwezig op de planlocatie. Derhalve wordt de soort niet verwacht op de planlocatie. Negatieve effecten ten aanzien van de heikikker zijn uitgesloten. De rugstreeppad leeft hoofdzakelijk op schrale gronden met weinig vegetatie met vergraafbare grond. De planlocatie bestaat uit verharding en grasvelden. Derhalve is er geen sprake van functioneel leefgebied. Negatieve effecten zijn derhalve uitgesloten. Het is niet uit te sluiten dat algemene soorten, zoals de bruine kikker en gewone pad, gedurende de terrestrische (herfst/winter) periode voorkomen binnen de planlocatie. Deze dieren vallen echter onder de vrijstelling voor ruimtelijke ontwikkelingen (zie Wet natuurbescherming). Negatieve effecten op beschermde amfibieën zijn derhalve uitgesloten. Reptielen Reptielen worden niet verwacht op de planlocatie aangezien deze over het algemeen verbonden zijn aan structuurrijke en weinig verstoorde biotopen. In de omgeving is tevens geen aanwezigheid bekend van reptielen (Creemers & Van Delft, 2009; NDFF 2009-2019). Negatieve effecten op beschermde reptielen zijn derhalve uitgesloten.
Vissen Rondom de planlocatie bevindt zich oppervlaktewater in de vorm van de Alblas en een kavelsloot. De beoogde ontwikkeling voorziet het afgraven van een nieuwe sloot ten aanzien van het herstellen van het voormalige kavelpatroon. Er zijn geen waarnemingen bekend van beschermde vissen binnen een radius van twee kilometer om de planlocatie. Echter zijn alle vissen beschermd onder de zorgplicht. Derhalve dient er bij het graven van de nieuwe sloot van binnen naar buiten gegraven te worden om negatieve effecten te voorkomen. Insecten, libellen en andere ongewervelden Op de planlocatie zijn gedurende het veldbezoek geen (sporen en/of delen van) beschermde vlinders, libellen of andere ongewervelden aangetroffen. Op de planlocatie zijn geen plantensoorten aangetroffen die specifiek voor een beschermde ongewervelde een waardplant vormen. Ook is er geen sprake van oud hout, zure vennetjes of andere specifieke omstandigheden die duiden op de mogelijke aanwezigheid van beschermde insecten of andere ongewervelden. In de directe omgeving is het voorkomen bekend van de gevlekte witsnuitlibel. Deze soort is echter afhankelijke van sterk begroeide oevervegetaties. De oever met de Alblas bestaat uit een kade en de kavelslootrand wordt gemaaid en gebaggerd. Derhalve is er geen functioneel leefgebied aanwezig van de soort.
In de omgeving van de planlocatie is het voorkomen van de platte schijfhoren bekend. Echter wordt er enkel een nieuwe watergang gegraven en verder geen water gedempt. Gezien de bovengenoemde argumenten worden negatieve effecten op de soortgroep niet verwacht. Vogels Gezien de ongunstige weersomstandigheden zijn er ten tijde van het veldbezoek geen vogelsoorten waargenomen ten tijden van het veldbezoek. Vogels - Jaarrond beschermde nestlocaties (cat. 1 t/m 4) Gedurende het veldbezoek zijn geen nesten aangetroffen van soorten met een jaarrond beschermd leefgebied en/of nestlocatie. Er zijn geen nesten aangetroffen in de bomen op en rondom de planlocatie. De aanwezigheid van in bomen broedende soorten als buizerd, sperwer en ransuil kan uitgesloten worden. Op de zolder van de woonboerderij zijn oude krijtsporen van (vermoedelijk) steenuil aangetroffen. Op de zolder waren verdere sporen (braakballen of nestmateriaal) niet aanwezig. Derhalve heeft de bebouwing op de planlocatie in de huidige situatie geen functie voor steenuilen. De toenmalige toegangen tot de zolder zijn afgedicht, de zolder van de woonboerderij overigens ook niet toegankelijk voor huismus, duiven, boerenzwaluw of anderszins.
8
In de directe omgeving zijn verschillende waarnemingen gedaan van de grote gele kwikstaart, echter is geen van deze waarnemingen van een broedgeval. Verder is wegens de kade aan de Alblas geen sprake van ruige oeverbegroeiing. Gezien voorgenoemde punten is geen sprake van nestlocaties van de soort. Negatieve effecten ten aanzien van de grote gele kwikstaart zijn uitgesloten. Ten tijden van het veldbezoek zijn geen huismussen waargenomen op of rondom de planlocatie. Verder is de planlocatie geen ideaal leefgebied wegens de ruime aanwezigheid van gazon en het ontbreken van jaarrond groene heggen. Naastgelegen percelen bevatten echter wel jaarrond groene heggen. Het dorp kent veel vogelaars en kent veel waarnemingen van huismussen, echter is er op het betreffende perceel geen enkele waarneming bekend. De daken van de schuren bevatten geen dakbeschot en zijn derhalve beperkt geschikt. De woonboerderij heeft pannendak dat geplaatst is op een voormalig rietdak (zichtbaar in figuur 4). Dit dak heeft enkel deels dakbeschot en zal grotendeels opgevuld zijn met riet. Derhalve is de woning minder dan ideaal geschikt als nestlocatie. Derhalve wordt niet verwacht dat er nestlocaties van de huismus aanwezig zijn op de planlocatie. Negatieve effecten ten aanzien van de huismus zijn derhalve uitgesloten. De beoogde ontwikkeling leidt tot zeer beperkte aantasting van groene delen.
Van aantasting van functioneel leefgebied en nestlocaties van de huismus is derhalve geen sprake. De gierzwaluw leeft evenals de huismus in de directe omgeving van mensen en broedt tevens als koloniebroeder in gevels en onder (pannen)daken (BIJ12 kennisdocument Gierzwaluw, 2017). De soort is vaak te vinden in woonwijken en is vrij zeldzaam in landelijk gebied. De schuren op de planlocatie hebben erg lage daken (<2 m) en derhalve ongeschikt voor nestlocaties van gierzwaluwen. De woonboerderij heeft daken van voldoende hoogte, echter steken deze over en is het rieten dak zichtbaar. Er zijn verder geen gaten met mogelijk achterliggende ruimten zichtbaar. Er zijn van binnenuit geen nesten waargenomen. Hierdoor kan de aanwezigheid van gierzwaluw op de planlocatie uitgesloten worden. Van overtreding van verbodsbepalingen ten aanzien van jaarrond beschermde nestlocaties en essentiële habitatonderdelen is geen sprake. Vogels - Algemene broedvogels en categorie 5 (beschermde nestlocatie gedurende broedperiode en bij ecologisch zwaarwegende redenen) De planlocatie voorziet in beperkt voedselaanbod en structuurrijke schuilgelegenheden voor algemene soorten. De bomen en bebouwing vormen voor algemene broedvogels zoals merel, duiven en kleine zangvogels mogelijk geschikte nestlocaties.
Gedurende het broedseizoen zijn de nesten en de functionele leefomgeving van voornoemde soorten beschermd. Het broedseizoen vangt aan onder bepaalde klimatologische omstandigheden en betreft indicatief de periode 15 maart t/m 15 juli. Ten aanzien van algemene broedvogels en categorie 5 soorten kunnen de werkzaamheden worden opgestart buiten het broedseizoen en/of na het ongeschikt maken van de planlocatie. Indien de beoogde werkzaamheden in het broedseizoen worden opgestart dient de locatie voorafgaand aan de werkzaamheden geïnspecteerd te worden door een ter zake deskundige. Beoordeling (b) gebiedsbescherming De planlocatie maakt geen deel uit van een beschermd gebied en/of locatie betreffende: Natura 2000 en het Natuurnetwerk Nederland. Op een afstand van circa 2,9 km ligt het Natura 2000gebied ‘Boezems Kinderdijk’ (figuur 4). Op een afstand van circa 1,0 km ligt het Natuurnetwerk Nederland (figuur 5). Op een afstand van circa 560 m ligt het dichtstbijzijnde Belangrijk weidevogelgebied en op een afstand van circa 1,7 km ligt het dichtstbijzijnde gebied wat valt onder de ‘Strategische reservering natuur’ (figuur 6).
9
10
Figuur 4
De planlocatie ligt op een afstand van 2,9 km tot het Natura 2000-gebied ‘Boezem Kinderdijk’ (bron: arcgis.com).
Figuur 5
De planlocatie ligt op een afstand van circa 1,0 km tot het Natuurnetwerk Nederland (bron: pzh.b3p.nl/viewer/app/NNN).
Figuur 6
De planlocatie ligt op een afstand van circa 560 m tot een Belangrijk weidevogelgebied en op een afstand van 1,7 km van Strategische reservering natuur (bron: pzh.b3p.nl/viewer/app/NNN).
Ondanks dat de beoogde ontwikkeling buiten een beschermd gebied uitgevoerd wordt, kunnen er nog steeds effecten optreden. Voor een aantal effecten (trillingen, geluid, optische verstoring etc.) geldt dat de afstand tot de omliggende Natura 2000-gebieden per definitie te groot is. Ten aanzien van het Natuurnetwerk Nederland geldt dat externe werking geen toetsingskader is. Ten aanzien van het Natuurnetwerk Nederland geldt dat externe werking geen toetsingskader is. Een toename in stikstofdepositie kan een negatief effect sorteren op kwetsbare en gevoelige habitattypen. Blom Ecologie B.V. adviseert om projecten die kunnen leiden tot een toename van stikstofdepositie in stikstofgevoelige habitattypen binnen Natura 2000-gebieden te beoordelen middels de AERIUS Calculator. Doel daarvan is vast te stellen of significante effecten kunnen worden uitgesloten. In sommige gevallen kan op voorhand negatieve effecten ten aanzien van stikstofdepositie worden uitgesloten, wegens de grote afstand tot stikstofgevoelige habitattypen binnen Natura 2000-gebieden, een afname in stikstofemissie of een beperkte ingreep. De beoogde ontwikkeling betreft de sanering van drie schuren, het realiseren van een nieuwe schuurwoning en het inpandig ontwikkelen van 2 wooneenheden in een bestaande woonboerderij.
Ten opzichte de huidige situatie leidt de beoogde ingreep tot een zeer beperkte toename in het aantal verkeersbewegingen. De nieuwbouw zal zonder gasaansluiting in de gebruiksfase geen stikstofuitstoot hebben. Gedurende de aanlegfase kan er een beperkte en tijdelijke stikstofemissie verwacht worden ten gevolge van het gebruik van mobiele werktuigen en transportbewegingen (het ‘projecteffect’). In de handreiking ‘woningbouw en AERIUS’ (Rijksoverheid januari 2020) wordt uitgegaan van de volgende kengetallen: • Emissie woning tijdens gebruiksfase: geen; • Emissie uit verkeer tijdens gebruiksfase: 0,27 kg NOx per woning; • Emissie uit de aanlegfase (mobiele werktuigen en transport): 3 kg NOx per woning. Ondanks de beperkte afstand (2,9 km) tussen het plangebied en het dichtstbijzijnde Natura 2000gebied is er in de gebruiksfase sprake van een afname in stikstofemissie, derhalve wordt op voorhand uitgesloten dat er sprake is van een verhoging van de stikstofdepositie in stikstofgevoelige habitattypen binnen Natura 2000-gebieden. Een berekening middels de AERIUS Calculator kan derhalve achterwege blijven.
11
Beoordeling (c) houtopstanden Houtopstanden onder de Wnb betreffen zelfstandige eenheden van bomen, boomvormers, struiken, hakhout of griend, met een oppervlakte van 1000 m2 of meer, of een rijbeplanting met meer dan 20 bomen. Het is verboden een houtopstand geheel of gedeeltelijk te vellen of te doen vellen, met uitzondering van het periodiek vellen van griend- of hakhout, zonder voorafgaand melding te doen bij gedeputeerde staten. Ingeval een houtopstand geheel of gedeeltelijk is geveld, dient deze binnen drie jaar herplant te worden. Het vellen van houtopstanden is niet meldingsplichtig in het kader van de Wnb als het één van de volgende typen houtopstanden betreft: a) houtopstanden binnen de bij besluit van de gemeenteraad vastgestelde grenzen van de bebouwde kom; b) houtopstanden op erven of in tuinen; c) fruitbomen en windschermen om boomgaarden; d) naaldbomen, kennelijk bedoeld om te dienen als kerstbomen, indien niet ouder dan twintig jaar; e) kweekgoed; f) uit populieren of wilgen bestaande: (1) wegbeplantingen, (2) beplantingen langs waterwegen en/of (3) eenrijige beplantingen langs landbouwgronden; g) het dunnen van een houtopstand; h) uit populieren, wilgen, essen of elzen bestaande beplantingen die kennelijk zijn bedoeld voor de productie van houtige biomassa, indien zij: (1) ten minste eens per tien jaar worden geoogst, (2) bestaan uit minstens tienduizend stoven
per hectare per beplantingseenheid, zijnde een aaneengesloten beplanting die niet wordt doorsneden door onbeplante stroken breder dan twee meter, en (3) zijn aangelegd na 1 januari 2013. De beoogde ontwikkelingen voorzien de kap van enkele populieren langs de oprit van de woning. Betreffende kapwerkzaamheden vallen onder type b. Het kappen/verwijderen van houtopstanden op de planlocatie is derhalve niet meldingsplichtig in het kader van de Wet natuurbescherming. Naast het landelijk en provinciaal beleid waar deze beoordeling op wordt getoetst hebben gemeenten hebben vaak een eigen beleid omtrent het kappen dan wel vellen van bomen en struiken. Dit is vaak opgenomen in een Algemene Plaatselijke Verordening (APV). Gemeentelijke Verordeningen mogen niet strijdig zijn met landelijk/provinciaal beleid. Het is derhalve aanbevelingswaardig om in de voorbereidende fase de bepalingen in de APV af te stemmen met de gemeente om conflicterende situaties in een later stadium te voorkomen.
12
Conclusies Samenvatting (a) Soortenbescherming De planlocatie heeft geen essentiële betekenis voor beschermde soorten. In het kader van de te graven sloten dient rekening gehouden te worden dat er geen negatieve effecten ontstaan ten aanzien van vissen. De planlocatie is mogelijk geschikt leefgebied voor algemene zoogdieren, foeragerende vleermuizen, amfibieën, insecten en broedvogels welke niet beschermd zijn (behoudens de Algemene zorgplicht) onder de Wet natuurbescherming. (b) Gebiedsbescherming De planlocatie maakt geen onderdeel uit van een Natura 2000-gebied, het Natuurnetwerk Nederland, een Belangrijk weidevogelgebied of de Strategische reservering natuur. Er zijn karakteristieke landschapselementen (knotwilgen) aanwezig aan de kavelrand welke behouden blijven in de beoogde ontwikkelingen. Gelet op de aard van de werkzaamheden, de afstand tot de gebieden en de beoogde situatie, worden er geen externe verwacht op omliggende Natura 2000-gebieden. (c) Houtopstanden Op de planlocatie zijn geen houtopstanden aanwezig waarvoor bij kap een meldingsplicht geldt in het kader van de Wet natuurbescherming.
-
-
-
-
-
-
n
n
n
+
-
n
n
Geschikt habitat Habitatrichtlijnsoort
-
-
Geschikt habitat Andere soort
-
-
Soortspecifiek onderzoek noodzakelijk
n
n
Gebiedsbescherming
afstand
effecten
nader onderzoek
Natura 2000
2,9 km
geen
n.v.t
Natuurnetwerk Nederland
1,0 km
geen
n.v.t.
Belangrijk weidevogelgebied
560 km
geen
n.v.t.
Strategische reservering natuur
1,7 km
geen
n.v.t.
Houtopstanden
aanwezig
kap
melding
Struiken
ja
nee
n.v.t.
Bomen
ja
ja
n.v.t.
n
-
broedvogels (j)
Geschikt habitat Vogelrichtlijnsoort
broedvogels (a)
vissen
reptielen
amfibieën
Soortenbescherming - = ongeschikt + = geschikt n (nee)/ j (ja) / m (maatregelen)
vaatplanten
Legenda
vleermuizen
Overzicht van de functie van het plangebied voor beschermde flora en fauna en ook de verwachtte effecten naar aanleiding van de beoogde ingrepen en de eventueel daarop te nemen vervolgstap.
grondgebonden zoogdieren
Tabel 2
Uitvoerbaarheid De beoogde ontwikkeling leidt niet tot aantasting van beschermde natuurwaarden en/of beschermde gebieden. Tijdens de uitvoering van de werkzaamheden dient rekening te worden gehouden met de (mogelijke) aanwezigheid van foeragerende vleermuizen, vissen en algemene broedvogels. Voor deze soorten dienen eventueel maatregelen te worden getroffen om effecten te voorkomen. Conclusie De beoogde ontwikkeling leidt, mits er enkele algemene maatregelen worden getroffen ten aanzien van de Algemene zorgplicht (bij het graven van de sloten) en algemene broedvogels, niet tot overtreding van de Wet natuurbescherming. De conclusie is dan ook dat de ontwikkeling aan de Noordzijde 51 te Oud-Alblas uitvoerbaar is zoals bepaald in de Wro (art. 3.1.6 Bro).
13
Vervolgstappen • Om overtreding van de algemene zorgplicht te voorkomen dient bij het graven van de sloten van binnen naar buiten gegraven te worden. Verder dient gezorgd te worden dat er minimale verstoring is aan de bestaande sloot bij het verbinden.
Te treffen maatregelen • Tijdens de werkzaamheden moet voorzichtig worden gehandeld met alle voorkomende flora en fauna (Algemene zorgplicht). • Wanneer ondanks zorgvuldig handelen, onderzoek en advies schade lijkt te ontstaan voor beschermde flora en fauna, dient direct contact opgenomen te worden met een ter zake deskundige. • Er wordt gelegenheid gegeven aan dieren, die tijdens de werkzaamheden worden gevonden, te vluchten of zich te verplaatsen naar een schuilplaats buiten het bereik van de werkzaamheden. • De planlocatie tijdens de werkzaamheden en in de nieuwe situatie bij voorkeur niet verlichten en in de periode april-oktober de werkzaamheden tussen zonsopgang en zonsondergang uitvoeren (buiten schemerperiodes). Mocht verlichting noodzakelijk zijn hierbij een vleermuisvriendelijke verlichtingswijze toepassen (amberkleurig licht, lichtbundel nederwaarts richten, toepassen geconvergeerde lichtbundel).
Literatuur BIJ12, 2017. Kennisdocument Gewone dwergvleermuis Pipistrellus pipistrellus, versie 1.0. Publicatie: BIJ12, Utrecht. BIJ12, 2017. Kennisdocument Gierzwaluw Apus apus, versie 1.0. Publicatie: BIJ12, Utrecht. BIJ12, 2017. Kennisdocument Huismus Passer domesticus, versie 1.0. Publicatie: BIJ12, Utrecht. Broekhuizen, S., K. Spoelstra, J.B.M. Thissen, K.J. Canters & J.C. Buys (redactie) 2016. Atlas van de Nederlandse zoogdieren. – Natuur van Nederland 12. Naturalis Biodiversity Center & EIS Kenniscentrum Insecten en andere ongewervelden, Leiden. Creemers, R.C.M & J.J.C.W. van Delft (RAVON) (redactie), 2009. De amfibieën en reptielen van Nederland. -Nederlandse fauna 9. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, European Invertebrate Survey - Nederland, Leiden. Diepenbeek, A., 1999. Veldgids Diersporen. KNNV Uitgeverij 5e druk 2015, Zeist. Dietz, C., O. von Helversen, D. Nill & P.H.C. Lina, 2011. Vleermuizen: alle soorten van Europa en Noordwest-Afrika: biologie, kenmerken en bedreigingen. Tirion Natuur, Utrecht. Limpens, H., K. Mostert & W. Bongers, 1997. Atlas van de Nederlandse vleermuizen. Onderzoek naar verspreiding en ecologie. KNNV Uitgeverij, Utrecht.
Geraadpleegde websites www.arcgis.com www.bij12.nl www.ndff.nl www.pzh.b3p.nl/viewer/app/NNN www.ravon.nl www.ruimtelijkeplannen.nl www.synbiosys.alterra.nl www.verspreidingsatlas.nl www.vleermuisprotocol.nl www.wilde-planten.nl www.zoogdiervereniging.nl
14
We hopen u met deze rapportage voldoende te hebben geïnformeerd. Mochten er desondanks vragen zijn kunt u vrijblijvend contact opnemen. Met vriendelijke groet,
Blom Ecologie B.V., M.A. Brinkbäumer Auteur
Blom Ecologie B.V., ir. ing. K.J. Rebergen Collegiale toets
Bijlage 1 Fotografische impressie
© BLOM ECOLOGIE B.V. ZANDWEG 46A - 4181 PM WAARDENBURG Niets uit deze rapportage mag zonder schriftelijke toestemming van de opdrachtgever en Blom Ecologie B.V. worden gebruikt door derden. Onder gebruik worden alle vormen van kopie, openbaarmaking en elke andere toepassing begrepen. Deze rapportage mag alleen gebruikt worden voor het doel waarvoor het is samengesteld. Blom Ecologie B.V. is niet aansprakelijk voor schade die voortkomt uit toepassing van de resultaten van werkzaamheden en/of gegevens verkregen van Blom Ecologie B.V.
15
Bijlage 1 Fotografische impressie
16
Figuur 1
De planlocatie is gelegen aan de Noordzijde 51 te Oud-Alblas en bestaat uit een woonboerderij en drie schuren, welke worden omringd door grasvelden.
Figuur 2
De twee te saneren schuren, schuur B en schuur C. Schuur B is in zichtbaar verval met scheuren in de muren
17
Figuur 3
De woonboerderij op de planlocatie, opgetrokken uit gemetselde muren zonder spouw en een pannendak geplaatst op voormalig rieten dak.
Figuur 4
De ligging van de planlocatie aan de Alblas met een betonnen kade.
Verkennend en nader bodemonderzoek Conform NEN 5740, NEN 5707 en NTA5755
Auteur:
Dhr. Ing. J.M.H. van Abeelen
Controle:
Dhr. Ing. T.M.W. van Breugel
Veldwerk:
Dhr. R. Uittenbogaard en dhr. D. vd Heijden
Opdrachtgever:
Dhr. C. Moerman Noordzijde 51 Oud-Alblas 2969 AR Oud-Alblas
Verkennend en nader bodemonderzoek Locatie:
Noordzijde 51 Oud-Alblas
Projectnummer:
18-515
Datum:
14-11-2018
Samenvatting Ter plaatse van de Noordzijde 51 te Oud-Alblas is een verkennend bodemonderzoek conform NEN 5740 en een bodemonderzoek naar asbest in bodem conform NEN 5707 uitgevoerd. Aansluitend is een nader onderzoek cf. NTA5755 uitgevoerd. Voor de uitvoer van het bodemonderzoek is een vooronderzoek conform NEN 5725 uitgevoerd. Op basis van het vooronderzoek is de onderzoeksstrategie bepaald. De locatie heeft een oppervlakte van circa 7.000 m2 en is in gebruik voor woondoeleinden in combinatie met aangrenzend weiland. Naar aanleiding van de geplande eigendomsoverdracht is de locatie onderzocht. Het doel van het onderzoek is om aan te tonen dat op de locatie redelijkerwijs geen verontreinigende stoffen aanwezig zijn in de grond of het grondwater in gehaltes boven respectievelijk de achtergrondwaarden en de streefwaarden. De aanleiding voor het asbest in bodemonderzoek (cf. NEN 5707) wordt gevormd doordat op de locatie puin in de bodem wordt aangetroffen. Op basis van het vooronderzoek is de locatie niet verdacht waardoor een overdachte (OVN) strategie wordt gehanteerd. NEN 5740, inclusief NTA5755 Op basis van de uitgevoerde bodemonderzoeken en de analyseresultaten kan worden geconcludeerd dat er een tweetal verontreinigingen op de onderzoekslocatie aanwezig zijn, waardoor de locatie niet meer als onverdacht kan worden aangemerkt. 1.
Gedempte sloot Ten zuidoosten van het perceel bevind zich een gedempte sloot waar tot een variërende diepte van 100 tot zo’n 250 cm-mv een sliblaag in de bodem wordt aangetroffen welke verontreinigd is met zware metalen (koper, lood en zink). Omdat de sloot in het verleden direct uitmondde in De Alblas is het aangetroffen verontreinigd slib vermoedelijk te relateren aan restanten rivierslib wat zich vanuit de De Alblas door de jaren heen heeft afgezet in de sloot. In de bovengrond van de sloot wordt (met name langs de aanwezige schuur) van 0 tot 100 cm-mv heterogeen verspreid een bijmenging van verfschilvers in de bodem aangetroffen. Deze bijmenging in de grond veroorzaakt tevens een verontreiniging van zware metalen. De verfbijmenging is vermoedelijk te relateren aan herstel- en verfwerkzaamheden die in het verleden aan de naastgelegen schuur hebben plaatsgevonden.
2. Asfaltverharding Onder het asfalt is grotendeels een matig (asfalt)puinhoudende en koolas houdende funderingslaag aanwezig. Deze laag met bodemvreemde bijmengingen is in het verleden aangebracht en gemengd in de bovenste halve meter van de bodem/ grond. Ter plaatse van deze bovengrond (onder de asfaltverharding) wordt een verontreiniging van diverse zware metalen, PCB’s, minerale olie en PAK’s aangetroffen. Er is op basis van de bevindingen in het verkennend bodemonderzoek een nader onderzoek (cf. NTA5755) uitgevoerd waarbij getracht is antwoord te krijgen op onderstaande vragen: 1. Wat is de omvang van de verontreiniging met zware metalen en PAK’s ter plaatse van de gedempte sloot in de grond in horizontale en verticale richting? 2. Wat is de omvang van de verontreiniging met zware metalen, minerale olie, PCB’s en PAK’s ter plaatse van de asfaltverharding in de grond in horizontale en verticale richting? 3. Is de verontreiniging te wijten aan bodemvreemde materialen in de bodem? Gedempte sloot De omvang van de verontreiniging ter plaatse van de gedempte sloot is op basis van dit onderzoek zowel in horizontale als verticale richting voldoende vastgesteld. De slootdemping heeft een omvang van maximaal 90 m² (30 x 3 m.). Het volume is lastiger vast te stellen omdat er sprake is van variërende dieptes.
Er wordt uitgegaan van een maximale diepte van 2,5 m-mv, waardoor het volume 225 m³ betreft. Asfaltverharding Ter plaatse van het asfalt kan worden geconcludeerd dat de verontreiniging in verticale richting is vastgesteld (maximaal 0,5 m-mv), echter is in horizontale richting de verontreiniging nog onvoldoende analytisch vastgesteld. Als we er van uitgaan dat onder (het merendeel van) de asfaltverharding de verontreinigde bijmenging wordt aangetroffen, betreft de omvang zo’n 200 m². Het volume wordt vastgesteld op zo’n 100 m³. Het betreffen beiden heterogeen verspreide verontreinigingen welke te relateren zijn aan de aanwezigheid van bodemvreemde bijmengingen. Gezien de historie van de onderzoekslocatie zitten de verontreinigingen vermoedelijk al jaren in de bodem en is er geen sprake van een mobiele verontreiniging, tevens wordt er geen verontreiniging in het grondwater aangetroffen.
De aangetroffen verontreinigingen concentreren zich enkel op de bovengenoemde deellocaties. Op de rest van het perceel worden in de ondergrond geen verhoogde parameters geconstateerd en in de bovengrond slechts enkele achtergrondwaarde verhogingen van zware metalen en PAK’s. In het grondwater worden enkel verhogingen van barium, naftaleen en minerale olie ten opzichte van de streefwaarde aangetroffen. Verhogingen ten opzichte van de streef- of achtergrondwaarde worden vaker aangetroffen en geven geen bezwaar voor het geplande gebruik van de locatie. NEN 5707 Op basis van het aantreffen van puin is een asbest in bodemonderzoek conform NEN5707 uitgevoerd op locatie. Op basis van het uitgevoerde onderzoek en de analyseresultaten kan worden geconcludeerd dat op de locatie zowel zintuigelijk als analytisch geen asbest in de bodem wordt aangetroffen. PFOA Vanwege de ligging van de onderzoekslocatie in de omgeving van de ‘Drechtsteden’ is de bovengrond tevens onderzocht op de aanwezigheid van de stof PFOA in de bodem. Er wordt in een mengmonster van de bovengrond (0-20 cm-mv) een concentratie van maximaal 5,3 μg/kg ds. PFOA in de bodem gemeten. Deze concentratie ligt ruimschoots onder de risicogrens van het scenario ’wonen met moestuin’ (86 μg/kg ds).
Wanneer er in de toekomst echter grond van de locatie vervoerd gaat worden, moet er rekening worden gehouden met een verscherpte regelgeving op basis van de ‘Handreiking toepassing PFOA houdende grond in Zuid-Holland (herzien 13/6/2018)’ Asfalt Het aangetroffen asfalt op de onderzoekslocatie is indicatief beoordeeld op de aanwezigheid van PAK’s. Op basis van de GCMS analyse worden bij het laboratorium geen PAK’s in het asfalt aangetroffen. Advies Aangezien op de locatie een tweetal ernstige bodemverontreinigingen worden aangetroffen, dient de locatie bij toekomstige ontwikkelingen gesaneerd te worden voor het beoogde gebruik. De verontreinigingen kunnen middels een BUS-melding of saneringsplan worden gesaneerd na goedkeuring van het bevoegd gezag. Saneringswerkzaamheden dienen te worden verricht door een BRL-7000 gecertificeerd bedrijf en dienen onder verhoogde veiligheidscondities worden uitgevoerd. Voor het afvoeren van grond van de locatie moet rekening worden gehouden met extra stort- of afvoerkosten.
Algemeen Het onderzoek is met de grootst mogelijke nauwkeurigheid en conform de daarvoor opgestelde normen en richtlijnen uitgevoerd. Tijdens het verkennend onderzoek is echter slechts een beperkt aantal boringen geplaatst en analyses ingezet. Hierdoor blijft het, ondanks de zorgvuldigheid waarmee het onderzoek is uitgevoerd, mogelijk dat de bodemopbouw / bodemkwaliteit lokaal afwijkt van de resultaten van dit verkennend bodemonderzoek. Het onderzoek is alleen ter plaatse van de directe omgeving van de bebouwing uitgevoerd, hierbij is het gedeelte van de locatie waar een beton- en of overige verhardingslagen worden aangetroffen niet onderzocht. Op basis van dit bodemonderzoek kan ook geen uitspraak worden gedaan over de kwaliteit van de bodem en of funderingslagen onder de betonverharding en/of bebouwing. Hierdoor kan niet geheel uitgesloten worden dat er op de locatie een verontreiniging aanwezig is die bij dit onderzoek niet is aangetroffen. Terra Milieu bv acht zich niet aansprakelijk voor eventueel hieruit voortvloeiende (financiële) schade.