bijlage 4 - Bijlagen bij de bestemmingsplantoelichting ‘Giessenburg, Binnendamseweg 64c’
Tekst van het document
Resultaat BOTOVA(G_standaard) eenheid 3,5 % 4 % 134 mg/kg 228 mg/kg
Toetsing
<= Achtergrondwaarde Industrie
IRW
AW
N N N N
140 50
I
T-index
720 530
-1 0,37
Toets oordeel
<= AW > AW en <= T
AL-West B.V. - AL-West B.V. Dortmundstraat 16B NL - 7418 BH Deventer. Tel: +31 570 788110 Fax: +31 570 788108
Monster Analysenummer Monsteromschrijving Datum monstername Monstersoort Versie
233881 21.2 17.11.2020 Bodem / Eluaat 1
Gehanteerde waarden voor dit monster Humus (%) Lutum (%)
1,6 5,1
Resultaat voor dit monster Toetsingsresultaat
Parameter IJzer (Fe2O3) Fractie < 2 µm Zink (Zn) Lood (Pb)
Gemeten waarde Gemeten waarde
Overschrijding Achtergrondwaarde
Resultaat <5 5,1 80 160
Eenheid % Ds % Ds mg/kg Ds mg/kg Ds
Resultaat BOTOVA(G_standaard) eenheid 3,5 % 5,1 % 164 mg/kg 238 mg/kg
Toetsing
Wonen Industrie
IRW
AW
N N N N
140 50
I
T-index
720 530
0,041 0,39
Toets oordeel
> AW en <= T > AW en <= T
AL-West B.V. - AL-West B.V. Dortmundstraat 16B NL - 7418 BH Deventer. Tel: +31 570 788110 Fax: +31 570 788108
Monster Analysenummer Monsteromschrijving Datum monstername Monstersoort Versie
233882 20.3 17.11.2020 Bodem / Eluaat 1
Gehanteerde waarden voor dit monster Humus (%) Lutum (%)
19,2 12
Resultaat voor dit monster Toetsingsresultaat
Parameter IJzer (Fe2O3) Fractie < 2 µm Zink (Zn) Lood (Pb)
Gemeten waarde Gemeten waarde
Overschrijding Achtergrondwaarde
Resultaat <5 12 270 140
Eenheid % Ds % Ds mg/kg Ds mg/kg Ds
Resultaat BOTOVA(G_standaard) eenheid 3,5 % 12 % 329 mg/kg 147 mg/kg
Toetsing
Industrie Wonen
IRW
AW
N N N N
140 50
I
T-index
720 530
0,33 0,2
Toets oordeel
> AW en <= T > AW en <= T
AL-West B.V. - AL-West B.V. Dortmundstraat 16B NL - 7418 BH Deventer. Tel: +31 570 788110 Fax: +31 570 788108
Monster Analysenummer Monsteromschrijving Datum monstername Monstersoort Versie
233898 31 17.11.2020 Bodem / Eluaat 1
Gehanteerde waarden voor dit monster Humus (%) Lutum (%)
0,8 2,3
Resultaat voor dit monster Toetsingsresultaat
Parameter IJzer (Fe2O3) Fractie < 2 µm Koolwaterstoffractie C10-C40 Koolwaterstoffractie C10-C12 Koolwaterstoffractie C12-C16 Koolwaterstoffractie C16-C20 Koolwaterstoffractie C20-C24 Koolwaterstoffractie C24-C28 Koolwaterstoffractie C28-C32 Koolwaterstoffractie C32-C36 Koolwaterstoffractie C36-C40
Gemeten waarde Gemeten waarde
Overschrijding Achtergrondwaarde
Resultaat
Eenheid
Resultaat BOTOVA(G_standaard) eenheid 3,5 % 2,3 % 440 mg/kg
Toetsing
IRW
AW
N N N
190
<5 2,3 88
% Ds % Ds mg/kg Ds
<3
mg/kg Ds
10,5
mg/kg
N
4
mg/kg Ds
20
mg/kg
N
11
mg/kg Ds
55
mg/kg
N
17
mg/kg Ds
85
mg/kg
N
20
mg/kg Ds
100
mg/kg
N
19
mg/kg Ds
95
mg/kg
N
11
mg/kg Ds
55
mg/kg
N
<5
mg/kg Ds
17,5
mg/kg
N
Industrie
I
T-index
5000
0,052
Toets oordeel
> AW en <= T
AL-West B.V. - AL-West B.V. Dortmundstraat 16B NL - 7418 BH Deventer. Tel: +31 570 788110 Fax: +31 570 788108
Monster Analysenummer Monsteromschrijving Datum monstername Monstersoort Versie
233899 32 17.11.2020 Bodem / Eluaat 1
Gehanteerde waarden voor dit monster Humus (%) Lutum (%)
2,9 1,8
Resultaat voor dit monster Toetsingsresultaat
Parameter IJzer (Fe2O3) Fractie < 2 µm Koolwaterstoffractie C10-C40 Koolwaterstoffractie C10-C12 Koolwaterstoffractie C12-C16 Koolwaterstoffractie C16-C20 Koolwaterstoffractie C20-C24 Koolwaterstoffractie C24-C28 Koolwaterstoffractie C28-C32 Koolwaterstoffractie C32-C36 Koolwaterstoffractie C36-C40
Gemeten waarde Gemeten waarde
Overschrijding Interventiewaarde
Resultaat
Eenheid
Resultaat BOTOVA(G_standaard) eenheid 3,5 % 1,8 % 21414 mg/kg
Toetsing
IRW
AW
N N N
190
<5 1,8 6210
% Ds % Ds mg/kg Ds
280
mg/kg Ds
966
mg/kg
N
1880
mg/kg Ds
6483
mg/kg
N
1580
mg/kg Ds
5448
mg/kg
N
930
mg/kg Ds
3207
mg/kg
N
790
mg/kg Ds
2724
mg/kg
N
540
mg/kg Ds
1862
mg/kg
N
150
mg/kg Ds
517
mg/kg
N
35
mg/kg Ds
121
mg/kg
N
I
T-index
5000
4,41
Toets oordeel
>I
AL-West B.V. - AL-West B.V. Dortmundstraat 16B NL - 7418 BH Deventer. Tel: +31 570 788110 Fax: +31 570 788108
Monster Analysenummer Monsteromschrijving Datum monstername Monstersoort Versie
233900 34 17.11.2020 Bodem / Eluaat 1
Gehanteerde waarden voor dit monster Humus (%) Lutum (%)
2 <1
Resultaat voor dit monster Toetsingsresultaat
Parameter IJzer (Fe2O3) Fractie < 2 µm Koolwaterstoffractie C10-C40 Koolwaterstoffractie C10-C12 Koolwaterstoffractie C12-C16 Koolwaterstoffractie C16-C20 Koolwaterstoffractie C20-C24 Koolwaterstoffractie C24-C28 Koolwaterstoffractie C28-C32 Koolwaterstoffractie C32-C36 Koolwaterstoffractie C36-C40
Gemeten waarde Gemeten waarde
Overschrijding Achtergrondwaarde
Resultaat
Eenheid
Resultaat BOTOVA(G_standaard) eenheid 3,5 % 0,7 % 550 mg/kg
Toetsing
IRW
AW
N N N
190
<5 <1 110
% Ds % Ds mg/kg Ds
<3
mg/kg Ds
10,5
mg/kg
N
19
mg/kg Ds
95
mg/kg
N
22
mg/kg Ds
110
mg/kg
N
16
mg/kg Ds
80
mg/kg
N
17
mg/kg Ds
85
mg/kg
N
17
mg/kg Ds
85
mg/kg
N
9
mg/kg Ds
45
mg/kg
N
<5
mg/kg Ds
17,5
mg/kg
N
I
T-index
5000
0,075
Toets oordeel
> AW en <= T
AL-West B.V. - AL-West B.V. Dortmundstraat 16B NL - 7418 BH Deventer. Tel: +31 570 788110 Fax: +31 570 788108
Monster Analysenummer Monsteromschrijving Datum monstername Monstersoort Versie
233901 32.2 17.11.2020 Bodem / Eluaat 1
Gehanteerde waarden voor dit monster Humus (%) Lutum (%)
4,9 30
Resultaat voor dit monster Toetsingsresultaat
Parameter IJzer (Fe2O3) Fractie < 2 µm Koolwaterstoffractie C10-C40 Koolwaterstoffractie C10-C12 Koolwaterstoffractie C12-C16 Koolwaterstoffractie C16-C20 Koolwaterstoffractie C20-C24 Koolwaterstoffractie C24-C28 Koolwaterstoffractie C28-C32 Koolwaterstoffractie C32-C36 Koolwaterstoffractie C36-C40
Gemeten waarde Gemeten waarde
Overschrijding Achtergrondwaarde
Resultaat
Eenheid
Resultaat BOTOVA(G_standaard) eenheid 3,5 % 30 % 408 mg/kg
Toetsing
IRW
AW
N N N
190
<5 30 200
% Ds % Ds mg/kg Ds
<3
mg/kg Ds
4,29
mg/kg
N
29
mg/kg Ds
59,2
mg/kg
N
33
mg/kg Ds
67,3
mg/kg
N
33
mg/kg Ds
67,3
mg/kg
N
49
mg/kg Ds
100
mg/kg
N
40
mg/kg Ds
81,6
mg/kg
N
14
mg/kg Ds
28,6
mg/kg
N
<5
mg/kg Ds
7,14
mg/kg
N
Industrie
I
T-index
5000
0,045
Tabelinformatie Toetsing BOTOVA IRW AW I T-index Toets oordeel
Toetsresultaat uit BOTOVA Indicatieve Referentie Waarden (Bijlage 1, Tabel 2, Staatscourant 2013 nr 16675) Achtergrondwaarde Interventiewaarde Index voor de afwijking van Gstandaard tov gemiddelde van Streefwaarde en Interventiewaarde Parameteroordeel op basis van de waarde bij 'T Index'
Tabelinformatie Index < 0 0 < Index < 0,5 0,5 < Index < 1 Index > 1
GStandaard < AW GStandaard ligt tussen de AW en de oude T GStandaard ligt tussen de oude T en I I overschreden
Toets oordeel
> AW en <= T
AL-West B.V. - AL-West B.V. Dortmundstraat 16B NL - 7418 BH Deventer. Tel: +31 570 788110 Fax: +31 570 788108
Toetsingsinstellingen Versie Toetsingsmethode
3.1.0 Beoordeling kwaliteit van grond volgens Wbb [T.12]
De toetsing is uitgevoerd volgens de vigerende wetgeving waarbij gebruik gemaakt is van de BOTOVA webservice (zie https://www.BOTOVA-service.nl/) Opdracht Opdrachtnummer Laboratorium Matrix Project Datum binnenkomst Rapportagedatum CRM
990481 AL-West B.V. Vaste stoffen 26142 Binnendamseweg 64 C GB 11.11.2020 17.11.2020 Dhr. Peter Wijers
AL-West B.V. - AL-West B.V. Dortmundstraat 16B NL - 7418 BH Deventer. Tel: +31 570 788110 Fax: +31 570 788108
Monster Analysenummer Monsteromschrijving Datum monstername Monstersoort Versie
219659 20 30.10.2020 Bodem / Eluaat 1
Gehanteerde waarden voor dit monster Humus (%) Lutum (%)
4,3 9,5
Resultaat voor dit monster Toetsingsresultaat
Parameter Zink (Zn) Lood (Pb)
Ingevoerde waarde Ingevoerde waarde
Overschrijding Interventiewaarde
Resultaat 580 350
Eenheid mg/kg Ds mg/kg Ds
Resultaat BOTOVA(G_standaard) eenheid 956 mg/kg 466 mg/kg
Toetsing
Industrie
IRW
AW
N N
140 50
I
T-index 720 530
1,41 0,87
Toets oordeel >I > T en <= I
AL-West B.V. - AL-West B.V. Dortmundstraat 16B NL - 7418 BH Deventer. Tel: +31 570 788110 Fax: +31 570 788108
Monster Analysenummer Monsteromschrijving Datum monstername Monstersoort Versie
219660 21 30.10.2020 Bodem / Eluaat 1
Gehanteerde waarden voor dit monster Humus (%) Lutum (%)
4,3 9,5
Resultaat voor dit monster Toetsingsresultaat
Parameter Zink (Zn) Lood (Pb)
Ingevoerde waarde Ingevoerde waarde
Overschrijding Interventiewaarde
Resultaat 570 260
Eenheid mg/kg Ds mg/kg Ds
Resultaat BOTOVA(G_standaard) eenheid 939 mg/kg 346 mg/kg
Toetsing
Industrie
IRW
AW
N N
140 50
I
T-index 720 530
1,38 0,62
Toets oordeel >I > T en <= I
AL-West B.V. - AL-West B.V. Dortmundstraat 16B NL - 7418 BH Deventer. Tel: +31 570 788110 Fax: +31 570 788108
Monster Analysenummer Monsteromschrijving Datum monstername Monstersoort Versie
219661 26 30.10.2020 Bodem / Eluaat 1
Gehanteerde waarden voor dit monster Humus (%) Lutum (%)
4,3 9,5
Resultaat voor dit monster Toetsingsresultaat
Parameter Zink (Zn) Lood (Pb)
Ingevoerde waarde Ingevoerde waarde
Overschrijding Achtergrondwaarde
Resultaat 180 130
Eenheid mg/kg Ds mg/kg Ds
Resultaat BOTOVA(G_standaard) eenheid 297 mg/kg 173 mg/kg
Toetsing Industrie Wonen
IRW
AW
N N
140 50
I
T-index 720 530
Tabelinformatie Toetsing BOTOVA IRW AW I T-index Toets oordeel
Toetsresultaat uit BOTOVA Indicatieve Referentie Waarden (Bijlage 1, Tabel 2, Staatscourant 2013 nr 16675) Achtergrondwaarde Interventiewaarde Index voor de afwijking van Gstandaard tov gemiddelde van Streefwaarde en Interventiewaarde Parameteroordeel op basis van de waarde bij 'T Index'
Tabelinformatie Index < 0 0 < Index < 0,5 0,5 < Index < 1 Index > 1
GStandaard < AW GStandaard ligt tussen de AW en de oude T GStandaard ligt tussen de oude T en I I overschreden
0,27 0,26
Toets oordeel > AW en <= T > AW en <= T
De parameters die in dit document worden vermeld, zijn geaccrediteerd volgens EN ISO/IEC 17025:2017. Alleen niet-geaccrediteerde parameters/resultaten zijn gemarkeerd met het symbool " *) ".
DOC-13-15280463-NL-P1
AL-West B.V. Dortmundstraat 16B, 7418 BH Deventer, the Netherlands Tel. +31(0)570 788110, Fax +31(0)570 788108 e-Mail: info@al-west.nl, www.al-west.nl
BAKKER MILIEUADVIEZEN Oscar Bakker BURG. VAN DE KLOKKENLAAN 51A 5141 EG WAALWIJK Datum Relatienr Opdrachtnr.
26.11.2020 35004092 993050
ANALYSERAPPORT Opdracht 993050 Bodem / Eluaat Opdrachtgever Uw referentie Opdrachtacceptatie Monsternemer
35004092 BAKKER MILIEUADVIEZEN 26142 Binnendamseweg 64C GB 19.11.20 Opdrachtgever
Geachte heer, mevrouw, Hierbij zenden wij u de resultaten van het door u aangevraagde laboratoriumonderzoek. Dit rapport mag alleen in zijn geheel worden gereproduceerd. Eventuele bijlagen zijn onderdeel van het rapport. Indien u nog vragen heeft of aanvullende informatie wenst, verzoeken wij u om contact op te nemen met Klantenservice. Wij vertrouwen erop u met de toegezonden informatie van dienst te zijn. Met vriendelijke groet,
AL-West B.V. Dhr. Peter Wijers, Tel. +31/570788111 Klantenservice
Blad 1 van 3 Kamer van Koophandel Nr. 08110898 VAT/BTW-ID-Nr.: NL 811132559 B01
Directeur ppa. Marc van Gelder Dr. Paul Wimmer
De parameters die in dit document worden vermeld, zijn geaccrediteerd volgens EN ISO/IEC 17025:2017. Alleen niet-geaccrediteerde parameters/resultaten zijn gemarkeerd met het symbool " *) ".
DOC-13-15280463-NL-P2
AL-West B.V. Dortmundstraat 16B, 7418 BH Deventer, the Netherlands Tel. +31(0)570 788110, Fax +31(0)570 788108 e-Mail: info@al-west.nl, www.al-west.nl
Opdracht 993050 Bodem / Eluaat Monsternr. Monstername
Monsteromschrijving
233902
17.11.2020
Emmer gootlijn
233903
17.11.2020
Emmer A1-A5
233904
17.11.2020
Emmer B1-B2
233905
17.11.2020
Emmer C1-C4 Bovengrond
233906
17.11.2020
Emmer C1-C3 Ondergrond
Eenheid
233902
233903
233904
233905
233906
Emmer gootlijn
Emmer A1-A5
Emmer B1-B2
Emmer C1-C4 Bovengrond
Emmer C1-C3 Ondergrond
-++
-++
-++
-++
-++
-<2
-<2
-<2
-<2
-<2
Asbestbepaling in grond/puin Zie bijlage voor toelichting asbestanalyse
Som gewogen asbest Aanvullende asbestgegevens
mg/kg Ds
Monstermassa droog
g
-8267
-9925
-11889
-12571
-12626
Droge stof
%
-62,0
-70,8
-76,5
-71,7
-78,1
Gemeten Serpentijn
mg/kg mg/kg
Gemeten Serpentijn bovengrens
mg/kg
Gemeten Amfibool
mg/kg
Gemeten Amfibool ondergrens
mg/kg
Gemeten Amfibool bovengrens
mg/kg
Totaal asbest hechtgebonden
mg/kg
Totaal asbest niet hechtgebonden
mg/kg
-<0,2 -<0,20 -<0,20 -<0,20 -<0,20 -<0,20 -<2,0 -<2,0
-0,7 -0,50 -0,80 -<0,20 -<0,20 -<0,20 -<2,0 -<2,0
-<0,2 -<0,20 -<0,20 -<0,20 -<0,20 -<0,20 -<2,0 -<2,0
-<0,2
Gemeten Serpentijn ondergrens
-<0,2 -<0,20 -<0,20 -<0,20 -<0,20 -<0,20 -<2,0 -<2,0
-<0,20 -<0,20 -<0,20 -<0,20 -<0,20 -<2,0 -<2,0
Verklaring:"<" of n.a. betekent dat het gehalte van de component lager is dan de rapportagegrens. De parameter-specifieke meetonzekerheid en informatie over de berekeningsmethode zijn op aanvraag beschikbaar, indien de gerapporteerde resultaten boven de parameterspecifieke rapportagegrens liggen. Begin van de analyses: 19.11.2020 Einde van de analyses: 26.11.2020 De resultaten hebben uitsluitend betrekking op de geanalyseerde monsters. In gevallen waarin het testlaboratorium niet verantwoordelijk was voor de bemonstering, gelden de gerapporteerde resultaten voor de monsters zoals zij zijn ontvangen. .
AL-West B.V. Dhr. Peter Wijers, Tel. +31/570788111 Klantenservice
Blad 2 van 3 Kamer van Koophandel Nr. 08110898 VAT/BTW-ID-Nr.: NL 811132559 B01
Directeur ppa. Marc van Gelder Dr. Paul Wimmer
De parameters die in dit document worden vermeld, zijn geaccrediteerd volgens EN ISO/IEC 17025:2017. Alleen niet-geaccrediteerde parameters/resultaten zijn gemarkeerd met het symbool " *) ".
DOC-13-15280463-NL-P3
AL-West B.V. Dortmundstraat 16B, 7418 BH Deventer, the Netherlands Tel. +31(0)570 788110, Fax +31(0)570 788108 e-Mail: info@al-west.nl, www.al-west.nl
Opdracht 993050 Bodem / Eluaat
Toegepaste methoden conform NEN 5898
:
Som gewogen asbest
Conform NEN5898, AS3000, AP04-SG-XVIII, AP04-SB-VI :
Monstermassa droog Droge stof Gemeten Serpentijn Gemeten Serpentijn ondergrens Gemeten Serpentijn bovengrens Gemeten Amfibool Gemeten Amfibool ondergrens Gemeten Amfibool bovengrens Totaal asbest hechtgebonden Totaal asbest niet hechtgebonden
<Geen informatie>
:
Kamer van Koophandel Nr. 08110898 VAT/BTW-ID-Nr.: NL 811132559 B01
Directeur ppa. Marc van Gelder Dr. Paul Wimmer
Zie bijlage voor toelichting asbestanalyse
Blad 3 van 3
BIJLAGE 5b: TOETSINGSTABEL GRONDWATER. Parameter
Streefwaarde(ug/l)
Tussenwaarde(ug/l)
Interventiewaarde
Barium
50
340
625
Cadmium
0,4
3,2
6
Cobalt
20
60
100
Koper
15
45
75
Kwik
0,05
0,18
0,3
Lood
15
45
75
Nikkel
15
45
75
Zink
65
433
800
Molybdeen
5
153
300
Benzeen
0.2
15
30
Tolueen
7
504
1000
Ethylbenzeen
4
77
150
Xyleen
0.2
35
70
Naftaleen
0.02
35
70
Styreen
6
153
300
Vinylchloride
0.01
2.5
5
Dichloormethaan
0.2
500
1000
1,1-dichloorethaan
7
454
900
1,1-dichlooretheen
0.01
5
10
1,2-Dichloorethaan
7
204
400
cis-1,2-dichlooretheen
0.2
10
20
Trans1,2-dichlooretheen
0.2
5
10
Trichloormethaan
6
203
400
1,1,1-trichloorethaan
0.2
150
300
1,1,2-trichloorethaan
0.2
65
130
Trichlooretheen(tri)
24
262
500
Tetrachloormethaan
0.2
5
10
Tetrachlooretheen (per)
0.2
20
40
Dichloorpropanen
0.01
500
1000
tribroommethaan
1
315
630
Minerale olie
50
325
600
Bijlage 6 Gegevens asbestonderzoek
N
C4
C1
Goot lijn
C2 C3
B2
B1 A1
A4
A2
A5 A3
10 m
peilbuis boring < 0.5m boring < 1m boring < 1.5m boring < 2m boring > = 2m inspect iegat sleuf slib depot overigen
sit uat ie t ekening Op e n Ba sis Ka a r t onderzoek project code dat um paraaf schaal
Bin n e n d a m se w e g 6 4 c 26142 1 9 -1 1 -2 0 2 0 1 :5 0 0 op A4
N
C4
C1
Goot lijn
C2
C3
B2
B1
A1
A4 A2
A5
10 m
A3
peilbuis boring < 0.5m boring < 1m boring < 1.5m boring < 2m boring > = 2m inspect iegat sleuf slib depot overigen
sit uat ie t ekening Ka d a st r a le k a a r t onderzoek project code dat um paraaf schaal
Bin n e n d a m se w e g 6 4 c 26142 1 9 -1 1 -2 0 2 0 1 :5 0 0 op A4
ßï
³ ±» ¬ « ²ô ³ ¿¿ ª»´¼
ð
ð
íð¨íð½³ ô µ´» ô ³ ¿¬ ¹ ¦¿²¼ ¹ô ³ ¿¬ ¹ ¸«³ »« ô ¼±²µ»® ¾®« ²ô ³ ¿¬ ¹ °« ²ô ½¸»° óëð
ëð
¬ §°» ¼¿¬ «³ ¾±±®³ »» ¬ »® ¨ §
² ° » ½¬ » ¹ ¿ ¬ ï é óï ï óî ð î ð Ê » ´¼ © » ®µ » ® ï ï èî ï ç òê ë ì î éí î î òé ç
³ »»¬ °«²¬ ßï îíçîìèîë
³ »»¬ °«²¬ ßï îíçîìèîê
ßî
¹®¿ ô ³ ¿¿ ª»´¼
ð
ð
íð¨íð½³ ô µ´» ô ³ ¿¬ ¹ ¦¿²¼ ¹ô ³ ¿¬ ¹ ¸«³ »« ô ²»«¬ ®¿¿´ ¾®« ²ô ³ ¿¬ ¹ °« ²ô ½¸»° óëð
ëð
¬ §°» ¼¿¬ «³ ¾±±®³ »» ¬ »® ¨ §
² ° » ½¬ » ¹ ¿ ¬ ï é óï ï óî ð î ð Ê » ´¼ © » ®µ » ® ï ï èî ï î òð ç ì î éí ð ê òï ì
³ »»¬ °«²¬ ßî îíçîìèîé
¾±¼»³ °®±º »´»² ±²¼»®¦±»µ °®±¶»½¬ ½±¼» ¹»¬ »µ»²¼ ½±²º±®³
½¸¿ ¿ ´ ï æë ð Þ ² ² » ²¼ ¿ ³ » © » ¹ ê ì ½ îêïìî Ò ÛÒ ë ï ð ì
ßí
¹®¿ ô ³ ¿¿ ª»´¼
ð
ð
íð¨íð½³ ô µ´» ô ³ ¿¬ ¹ ¦¿²¼ ¹ô ³ ¿¬ ¹ ¸«³ »« ô ²»«¬ ®¿¿´ ¾®« ²ô ³ ¿¬ ¹ °« ²ô ½¸»° óëð
ëð
¬ §°» ¼¿¬ «³ ¾±±®³ »» ¬ »® ¨ §
² ° » ½¬ » ¹ ¿ ¬ ï é óï ï óî ð î ð Ê » ´¼ © » ®µ » ® ï ï èî î î òë ì ì î éî ç è òî î
³ »»¬ °«²¬ ßí îíçîìèîè
ßì
¹®¿ ô ³ ¿¿ ª»´¼
ð
ð
íð¨íð½³ ô µ´» ô ³ ¿¬ ¹ ¦¿²¼ ¹ô ³ ¿¬ ¹ ¸«³ »« ô ²»«¬ ®¿¿´ ¾®« ²ô ³ ¿¬ ¹ °« ²ô ½¸»° ëð
¬ §°» ¼¿¬ «³ ¾±±®³ »» ¬ »® ¨ §
óëð
² ° » ½¬ » ¹ ¿ ¬ ï é óï ï óî ð î ð Ê » ´¼ © » ®µ » ® ï ï èî í î òî ë ì î éí ð ê òè í
³ »»¬ °«²¬ ßì îíçîìèîç
ßë
¹®¿ ô ³ ¿¿ ª»´¼
ð
ð
íð¨íð½³ ô µ´» ô ³ ¿¬ ¹ ¦¿²¼ ¹ô ³ ¿¬ ¹ ¸«³ »« ô ²»«¬ ®¿¿´ ¾®« ²ô ³ ¿¬ ¹ °« ²ô ½¸»° ëð
¬ §°» ¼¿¬ «³ ¾±±®³ »» ¬ »® ¨ §
óëð
² ° » ½¬ » ¹ ¿ ¬ ï é óï ï óî ð î ð Ê » ´¼ © » ®µ » ® ï ï èî ì ë òì è ì î éí ð ð òí é
³ »»¬ °«²¬ ßë îíçîìèíð
¾±¼»³ °®±º »´»² ±²¼»®¦±»µ °®±¶»½¬ ½±¼» ¹»¬ »µ»²¼ ½±²º±®³
½¸¿ ¿ ´ ï æë ð Þ ² ² » ²¼ ¿ ³ » © » ¹ ê ì ½ îêïìî Ò ÛÒ ë ï ð ì
Þï
¹®¿ ô ³ ¿¿ ª»´¼
ð
ð
íð¨íð½³ ô µ´» ô ³ ¿¬ ¹ ¦¿²¼ ¹ô ³ ¿¬ ¹ ¸«³ »« ô ²»«¬ ®¿¿´ ¾®« ²ô ³ ¿¬ ¹ °« ²ô ½¸»° óëð
ëð
µ´» ô ³ ¿¬ ¹ ¦¿²¼ ¹ô ³ ¿¬ ¹ ¸«³ »« ô ²»«¬ ®¿¿´ ¾®« ²ô µ´»«®ô ³ ¿¬ ¹ °« ²ô »¼»´³ ¿² ¬ §°» ¼¿¬ «³ ¾±±®³ »» ¬ »® ¨ §
² ° » ½¬ » ¹ ¿ ¬ ï ç óï ï óî ð î ð Ê » ´¼ © » ®µ » ® ï ï èî ï é òè ç ì î éí î î òè é
óéð
ݱ³ ¾ ²¿¬ » ³ »¬ ßï
Þî
¹®¿ ô ³ ¿¿ ª»´¼
ð
ð
íð¨íð½³ ô µ´» ô ³ ¿¬ ¹ ¦¿²¼ ¹ô ³ ¿¬ ¹ ¸«³ »« ô ²»«¬ ®¿¿´ ¾®« ²ô ³ ¿¬ ¹ °« ²ô »¼»´³ ¿² ëð
óîë
µ´» ô ³ ¿¬ ¹ ¦¿²¼ ¹ô ³ ¿¬ ¹ ¸«³ »« ô ¼±²µ»® ¾®« ²ô ¦©¿µ °« ²ô »¼»´³ ¿² óéð
ª»»²ô ¦©¿µ µ´» ¹ô ²»«¬ ®¿¿´ ¾´¿«©ô ¦©¿µ °« ²ô »¼»´³ ¿²
ïðð
¬ §°» ¼¿¬ «³ ¾±±®³ »» ¬ »® ¨ §
óïðð
² ° » ½¬ » ¹ ¿ ¬ ï é óï ï óî ð î ð Ê » ´¼ © » ®µ » ® ï ï èî ï í òê ï ì î éí í ì òê ð ³ »»¬ °«²¬ Þî îíçîìèíï
Ýï
¹®¿ ô ³ ¿¿ ª»´¼
ð
ð
íð¨íð½³ ô µ´» ô ³ ¿¬ ¹ ¦¿²¼ ¹ô ³ ¿¬ ¹ ¸«³ »« ô ²»«¬ ®¿¿´ ¾®« ²ô ¦©¿µ °« ²ô ½¸»° ëð
óëð
µ´» ô ³ ¿¬ ¹ ¦¿²¼ ¹ô ³ ¿¬ ¹ ¸«³ »« ô ²»«¬ ®¿¿´ ¾®« ²ô ¦©¿µ °« ²ô »¼»´³ ¿² óéð
¬ §°» ¼¿¬ «³ ¾±±®³ »» ¬ »® ¨ §
² ° » ½¬ » ¹ ¿ ¬ ï é óï ï óî ð î ð Ê » ´¼ © » ®µ » ® ï ï èî î î òí í ì î éí ê è òç ç
³ »»¬ °«²¬ Ýï îíçîìèíî
¾±¼»³ °®±º »´»² ±²¼»®¦±»µ °®±¶»½¬ ½±¼» ¹»¬ »µ»²¼ ½±²º±®³
½¸¿ ¿ ´ ï æë ð Þ ² ² » ²¼ ¿ ³ » © » ¹ ê ì ½ îêïìî Ò ÛÒ ë ï ð ì
Ýî
¹®¿ ô ³ ¿¿ ª»´¼
ð
ð
íð¨íð½³ ô µ´» ô ³ ¿¬ ¹ ¦¿²¼ ¹ô ³ ¿¬ ¹ ¸«³ »« ô ²»«¬ ®¿¿´ ¾®« ²ô ¦©¿µ °« ²ô ½¸»° óëð
ëð
µ´» ô ³ ¿¬ ¹ ¦¿²¼ ¹ô ³ ¿¬ ¹ ¸«³ »« ô ²»«¬ ®¿¿´ ¾®« ²ô ¦©¿µ °« ²ô ½¸»° óéð
¬ §°» ¼¿¬ «³ ¾±±®³ »» ¬ »® ¨ §
² ° » ½¬ » ¹ ¿ ¬ ï é óï ï óî ð î ð Ê » ´¼ © » ®µ » ® ï ï èî î é òï ï ì î éí ë ï òç è
³ »»¬ °«²¬ Ýî îíçîìèíí
Ýí
¹®¿ ô ³ ¿¿ ª»´¼
ð
ð
íð¨íð½³ ô µ´» ô ³ ¿¬ ¹ ¦¿²¼ ¹ô ³ ¿¬ ¹ ¸«³ »« ô ²»«¬ ®¿¿´ ¾®« ²ô ¦©¿µ °« ²ô ½¸»° ëð
óëð
µ´» ô ³ ¿¬ ¹ ¦¿²¼ ¹ô ³ ¿¬ ¹ ¸«³ »« ô ²»«¬ ®¿¿´ ¾®« ²ô ¦©¿µ °« ²ô ½¸»° óéð
¬ §°» ¼¿¬ «³ ¾±±®³ »» ¬ »® ¨ §
² ° » ½¬ » ¹ ¿ ¬ ï é óï ï óî ð î ð Ê » ´¼ © » ®µ » ® ï ï èî ì é òç è ì î éí ì è òç ê
³ »»¬ °«²¬ Ýí îíçîìèíì
³ »»¬ °«²¬ Ýí îíçîìèíë
¾±¼»³ °®±º »´»² ±²¼»®¦±»µ °®±¶»½¬ ½±¼» ¹»¬ »µ»²¼ ½±²º±®³
½¸¿ ¿ ´ ï æë ð Þ ² ² » ²¼ ¿ ³ » © » ¹ ê ì ½ îêïìî Ò ÛÒ ë ï ð ì
Ýì
µ´ ²µ»®ô ³ ¿¿ ª»´¼
ð
ð
íð¨íð½³ ô µ´» ô ³ ¿¬ ¹ ¦¿²¼ ¹ô ³ ¿¬ ¹ ¸«³ »« ô ²»«¬ ®¿¿´ ¾®« ²ô ¦©¿µ °« ²ô ½¸»° óëð
ëð
µ´» ô ³ ¿¬ ¹ ¦¿²¼ ¹ô ³ ¿¬ ¹ ¸«³ »« ô ²»«¬ ®¿¿´ ¾®« ²ô ¦©¿µ °« ²ô ½¸»° óéð
¬ §°» ¼¿¬ «³ ¾±±®³ »» ¬ »® ¨ §
² ° » ½¬ » ¹ ¿ ¬ ï é óï ï óî ð î ð Ê » ´¼ © » ®µ » ® ï ï èî ì ï òï è ì î éí é ë òé ê
³ »»¬ °«²¬ Ýì îíçîìèíê
³ »»¬ °«²¬ Ýì îíçîìèíé
Ù±±¬ ´ ¶²
¹®¿ ô ³ ¿¿ ª»´¼
ð
ð
µ´» ô ³ ¿¬ ¹ ¦¿²¼ ¹ô ¦©¿µ ¸«³ »« ô ²»«¬ ®¿¿´ ¾®« ²ô ¦©¿µ °« ²ô »¼»´³ ¿² óîð
¬ §°» ¼¿¬ «³ ¾±±®³ »» ¬ »® ¨ §
¹ ®» ° » ² ï ç óï ï óî ð î ð Ê » ´¼ © » ®µ » ® ï ï èî î ç òï ë ì î éí ê ð òç ë
¾±¼»³ °®±º »´»² ±²¼»®¦±»µ °®±¶»½¬ ½±¼» ¹»¬ »µ»²¼ ½±²º±®³
Ù±±¬ ´ ¶²ò îð ¾±® ²¹»² ¬ ±¬ ½¿ ïëñîð½³ ó ³ª
½¸¿ ¿ ´ ï æë ð Þ ² ² » ²¼ ¿ ³ » © » ¹ ê ì ½ îêïìî Ò ÛÒ ë ï ð ì
ÐÛ× ÔÞË× Í
ÞÑÎ×Ò Ù
ÑÔ× Û ÑÐ É ßÌÛÎ ÎÛßÝÌ×Û
²«³ ³ »®
¾±¼»³ ³ ±² ¬ »®ô ¹»®±»®¼
Ù»»² ½¿ ²¹
Æ© ¿µ
Ó¿¬ ¹
ͬ »®µ
Ë ¬ »® ¬
¾±¼»³ ´¿¿¹
ÙÛËÎ ×Ò ÌÛÒ ×ÍÌÛ×Ì
¾»²¬ ±² »¬
¹®±²¼©¿¬ »® ¬ ¿²¼ ¬ ¶¼»² ¾±®»²
¾±¼»³ ³ ±² ¬ »®ô ±²¹»®±»®¼
º ´¬ »®¹® ²¼
Ù»»² Æ»»® ¦© ¿µ
Æ© ¿µ
Ó¿¬ ¹
ͬ »®µ
¾±¼»³ ´¿¿¹ º ´¬ »®¬ ®¿¶»½¬ ¹®±²¼©¿¬ »® ¬ ¿²¼
´ ²µ ã ½³ ó³ ¿¿ ª »´¼ ®»½¸¬ ã ½³ õ ÒßÐ
ÙÎÑÒ Ü ÍÑÑÎÌÛÒ
Ó ßÌÛ Ê ßÒ Þ×ÖÓ ÛÒ Ù×Ò Ù
ÙÎ×ÒÜô ¹® ²¼ ¹ øÙô¹÷
¦©¿µ ó øðóëû÷
ÆßÒÜô ¦¿²¼ ¹ øÆô¦÷
³ ¿¬ ¹ ó øëóïëû÷
ÔÛÛÓô
´¬ ¹ øÔô ÷
¬ »®µ ó øïëóëðû÷
ÕÔÛ×ô µ´» ¹ øÕôµ÷
« ¬ »® ¬ ó øâ ëðû÷
ÊÛÛÒô ¸«³ »« øÊô¸÷
´¾
Ê ÛÎØ ßÎÜ ×Ò ÙÛÒ
ÙÎßÜ ßÌ×Û Æ ßÒ Ü
¿ º¿´¬ ô ¾»¬ ±²ô µ´ ²µ»® ô ¬ »¹»´ ¬ »´½±²°´¿¿¬ ô ±²¼±±®¼® ²¹¾¿®» ´¿¿¹
«º ã « ¬ »® ¬ º ¶² øêíóïðë «³ ÷ ¦º ã ¦»»® º ¶² øïðëóïëð «³ ÷ ³ º ã ³ ¿¬ ¹ º ¶² øïëðóîïð «³ ÷ ³ ¹ ã ³ ¿¬ ¹ ¹®±º øîïðóíðð «³ ÷ ¦¹ ã ¦»»® ¹®±º øíððóìîð «³ ÷ «¹ ã « ¬ »® ¬ ¹®±º øìîðóîððð «³ ÷
ÑÊ ÛÎ×Ù
ÙÎßÜ ßÌ×Û ÙÎ×Ò Ü
¾±¼»³ ª®»»³ ¼» ¾» ¬ ¿²¼ ¼»´»² ¿¿²©»¦ ¹
º ã º ¶² øîóëòê ³ ³ ÷ ³ ¹ ã ³ ¿¬ ¹ ¹®±º øëòêóïê ³ ³ ÷ ¦¹ ã ¦»»® ¹®±º øïêóêí ³ ³ ÷
©¿¬ »®
ÞÛÍÝØ Î×ÖÊ ×Ò Ù ÞÑÜ ÛÓ ÔßßÙ ° ¼ ã º±¬ ± ±² ¿¬ » ¼»¬ »½¬ ±® ¾ª ã ¾±¼»³ ª±½¸¬ ±© ã ±´ » ±° ©¿¬ »®
Æ»»® ¬ »®µ
onderzoek
onderzoek
onderzoek
broed
VAN DEN HEUVEL ONTWIKKELING & BEHEER B.V. T.a.v. Mevr. H. Hijmering Lekdijk 44 2967 GB Langerak
Datum
29 april 2021
Kenmerk
BE/2021/408/r
Uw kenmerk
Email d.d. 8 april 2021
Auteur(s)
ing. R.C. Pickert
Collegiale toets
ing. G. Fairhurst
Quickscan Wet natuurbescherming Binnendamseweg 64c te Giessenburg Aan de Binnendamseweg 64c te Giessenburg is een boerenperceel met een woonhuis, 2 stallen en 3 schuren gesitueerd. De initiatiefnemer is voornemens de bestaande 2 stallen en 2 van de 3 schuren op de planlocatie te saneren ten behoeve van een woning met nieuwe schuur. Het bestemmingsplan voorziet niet in de beoogde ontwikkeling en dient derhalve te worden gewijzigd van agrarisch naar wonen. De beoogde ontwikkeling heeft mogelijk een negatief effect op beschermde flora en fauna (soortenbescherming), beschermde natuurgebieden (gebiedsbescherming) en/of beschermde houtopstanden. Ten behoeve van de beoogde ontwikkeling geldt de wettelijke verplichting onderzoek te verrichten naar de aanwezigheid van beschermde flora en fauna en de mogelijke effecten van de ruimtelijke ingreep daarop. Middels voorliggend ecologisch oriënterend onderzoek is de (potentiële) aanwezigheid van beschermde flora en fauna en de betekenis van de planlocatie voor deze soorten in kaart gebracht. Van den Heuvel Ontwikkeling en Beheer B.V. begeleidt de ruimtelijke procedure en heeft Blom Ecologie B.V. verzocht de planlocatie te onderzoeken op aanwezigheid van beschermde flora en fauna en deze vervolgens te toetsen aan de effecten van de werkzaamheden.
Onderzoeksdoelen Middels dit oriënterende onderzoek worden de volgende onderzoeksvragen beantwoord: • Is het bestemmingsplan dat wordt opgesteld voor het project zoals hiervoor omschreven uitvoerbaar zoals het bepaalde in de Wro (art. 3.1.6 Bro)? • Welke, krachtens de Wet natuurbescherming, beschermde flora en fauna zijn (potentieel) aanwezig op de planlocatie? • Welke negatieve effecten treden op voor (potentieel) aanwezige flora en fauna als gevolg van de beoogde ruimtelijke ingreep? • Heeft de beoogde ruimtelijke ingreep een negatief effect op het de instandhoudingsdoelen van Natura 2000-gebieden of de wezenlijke kenmerken en waarden van het Natuurnetwerk Nederland en Belangrijke weidevogelgebieden? • Heeft de beoogde ruimtelijke ingreep een negatief effect op houtopstanden die middels de Wet natuurbescherming zijn beschermd? • Dienen er vervolgstappen in het kader van de Wet natuurbescherming te worden genomen, en zo ja, welke?
Planlocatie De planlocatie is gelegen aan de Binnendamseweg 64c te Giesenburg (figuur 1). De planlocatie betreft een boerenperceel, met een woonhuis en verschillende stallen en schuren, waarvan er 4 gesaneerd zullen worden. A. Deze schuur is opgetrokken uit stenen muren zonder spouw. Het dak bestaat uit golfplaten met dakbeschot. B. Deze schuur bestaat volledig uit damwand platen, zonder dakbeschot. C. Deze stal betreft damwand muren en een golfplaten dak. Daarnaast is er deels dakbeschot aanwezig in de vorm van isolatie. D. Deze stal bestaat volledig uit golfplaten, zowel de wanden als het dak. De planlocatie is grotendeels verhard, met uitzondering van de tuin behorende bij het woonhuis. Het woonhuis blijft binnen de beoogde ontwikkeling in de huidige staat behouden. Er is naast een verhoogde vijver geen oppervlaktewater op de planlocatie aanwezig. In figuur 2 en bijlage 1 zijn een aantal foto’s opgenomen die een impressie geven van de planlocatie en de directe omgeving hiervan. De directe omgeving van de planlocatie wordt gekenmerkt door agrarisch landschap met woonpercelen. Circa 100 m ten zuiden van de planlocatie stroomt de rivier de Giessen. Circa 450 m ten noorden loopt een treinspoor en circa 900 m ten zuiden loopt de A15.
Figuur 1
2
De planlocatie (rood omkaderd) is gelegen aan de Binnendamseweg 64c te Giessenburg (bron kaartmateriaal: arcgis.com).
Figuur 2
Fotografische indruk van de planlocatie en de directe omgeving hiervan.
Functieverandering en effecten De beoogde ingrepen zijn permanent van karakter. De beoogde ontwikkeling betreft het saneren van 4 van de gebouwen, zijnde 2 stallen en 2 schuren. De woningen en omliggend groen blijft in de huidige staat behouden. Daarnaast wordt er een boomgaard en aanvullend groen aangeplant. Onderstaand volgt een korte opsomming van de ingrepen en effecten: • • • • •
3
saneren van bebouwing: algemene sloopwerkzaamheden en afvoer sloopmateriaal; verwijderen terreininrichting, waaronder gedeelte van het groen: graafwerkzaamheden, transport (afvoer) van materiaal en groen; egaliseren terrein: graafwerkzaamheden en grondtransport; realisatie nieuwbouw: algemene bouwwerkzaamheden; revitalisatie terrein en aanleg verharding: allerhande (straat- en hoveniers) werkzaamheden.
Figuur 3
Visuele representatie van de beoogde situatie (bron: New-Ton architects & Engineers).
Methode Dit oriënterend onderzoek verkent alle relevante vakgebieden met betrekking tot de Wet natuurbescherming. Hierbij wordt een beoordeling gegeven van de aanwezigheid van specifieke potentie voor beschermde flora en fauna op de planlocatie, de betekenis van de planlocatie voor de aanwezige soorten en de effecten van de voorgenomen ingrepen op de soorten. Dit onderzoek bestaat uit een veldbezoek en raadpleging van externe bronnen. Veldbezoek Het veldbezoek is een momentopname van de aanwezige flora en fauna. Op basis van dit veldbezoek wordt een inschatting gemaakt omtrent de mogelijke aanwezigheid van beschermde soorten. Tijdens het veldbezoek is de planlocatie nauwkeurig onderzocht, waarbij ook gelet werd op sporen en delen of restanten van planten en/of dieren. Het veldbezoek heeft plaatsgevonden op 20 april 2021 en is uitgevoerd door ing. R.C. Pickert en ing. M.A. Brinkbaumer. De weersomstandigheden tijdens het veldbezoek waren; droog, 0/8 bewolkt, 8 Celsius en windkracht 0-1 (Bft).
4
Externe bronnen Vaak zijn er al gegevens bekend over een planlocatie en de directe omgeving hiervan. Deze gegevens worden onder andere beheerd in rapporten en naslagwerken en door de Nationale Database Flora en Fauna (NDFF). Raadpleging van externe bronnen levert vaak nuttige aanvullende informatie op en biedt daarmee een vollediger beeld van de (mogelijk) aanwezige flora en fauna.
Wet natuurbescherming Per 1 januari 2017 zijn drie voormalige wetten; de Flora- en faunawet samen met de Boswet en de Natuurbeschermingswet 1998, vervangen door de Wet natuurbescherming (Wnb). Bevoegdheden zijn met het ingaan van deze wet overgedragen van het rijk naar de provincie. Algemene zorgplicht In de Algemene zorgplicht (art. 1.11) wordt voorgeschreven dat nadelige gevolgen voor flora en fauna voorkomen moet worden. Het uitgangspunt van de Algemene zorgplicht is dat het doden, verwonden, verontrusten of beschadigen van flora en fauna wordt vermeden. Deze zorgplicht geldt voor iedereen. (a) Soortenbescherming De soortenbescherming is opgedeeld in de volgende beschermingsregimes: Vogelrichtlijnsoorten (art. 3.1), Habitatrichtlijnsoorten (art. 3.5) en Andere soorten (art. 3.10). Hierin worden ook rust- en voortplantingsverblijfplaatsen en het functioneel leefgebied beschermd. Bij negatieve effecten op soorten in de specifieke soortenbescherming geldt een ontheffingsplicht. Van de verboden als bedoeld in Andere soorten art. 3.10 eerste lid kan door bevoegd gezag vrijstelling verleend worden voor het opzettelijk doden of vangen van individuen en voor het opzettelijk beschadigen of vernielen van vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen voor bepaalde soorten.
In de Omgevingsverordening Zuid-Holland is voor de volgende soorten vrijstelling opgenomen in het kader van ruimtelijke ontwikkelingen: Tabel 1 Vrijgestelde soorten in het kader van ruimtelijke ontwikkelingen in de provincie Zuid-Holland. Aardmuis Gewone bosspitsmuis Ree Bastaardkikker
Gewone pad
Rosse woelmuis
Bosmuis
Haas
Veldmuis
Bruine kikker Bunzing Dwergmuis
Hermelijn Huisspitsmuis Kleine watersalamander
Vos Wezel Woelrat
Dwergspitsmuis Egel
Konijn Meerkikker
(b) Gebiedsbescherming Naast de specifieke soortenbescherming kent Nederland ook gebiedsbescherming, waarbij bepaalde gebieden extra bescherming genieten. Het gaat hier hoofdzakelijk om Natura 2000gebieden en het Natuurnetwerk Nederland, Belangrijk weidevogelgebied en Strategische reservering natuur. In deze gebieden mogen in principe geen werkzaamheden binnen de grenzen uitgevoerd worden. Natura-2000 gebieden Voor werkzaamheden in Natura 2000-gebieden is bij mogelijke effecten een Voortoets vereist. Met de Voortoets wordt bepaald of de plannen mogelijk negatieve effecten hebben op de doelstellingen van Natura 2000-gebieden. Ten aanzien van Natura 2000-gebieden kunnen ook externe effecten als stikstofdepositie en licht- of geluidsuitstraling van invloed zijn. Bij negatieve effecten op beschermde natuurgebieden dient een vergunning voorhanden te zijn.
5
Provinciaals beleid Binnen het Natuurnetwerk Nederland geldt het ‘nee, tenzij’-principe. In bepaalde gevallen dient er natuurcompensatie uitgevoerd te worden. Ten aanzien van het Natuurnetwerk Nederland en Belangrijk weidevogelgebied geldt dat externe werking geen toetsingskader is. Bij negatieve effecten op beschermde natuurgebieden die onder provinciaals beleid valt dient tevens een vergunning voorhanden te zijn. (c) Houtopstanden Houtopstanden onder de Wnb betreffen zelfstandige eenheden van bomen, boomvormers, struiken, hakhout of griend, met een oppervlakte van 1000 m2 of meer, of een rijbeplanting met meer dan 20 bomen. Het is verboden een houtopstand geheel of gedeeltelijk te vellen of te doen vellen, met uitzondering van het periodiek vellen van griend- of hakhout, zonder voorafgaand melding te doen bij gedeputeerde staten. Ingeval een houtopstand geheel of gedeeltelijk is geveld, dient deze binnen drie jaar herplant te worden.
Het vellen van houtopstanden is niet meldingsplichtig in het kader van de Wnb als het één van de volgende typen houtopstanden betreft: a) houtopstanden binnen de bij besluit van de gemeenteraad vastgestelde grenzen van de bebouwde kom; b) houtopstanden op erven of in tuinen; c) fruitbomen en windschermen om boomgaarden; d) naaldbomen, kennelijk bedoeld om te dienen als kerstbomen, indien niet ouder dan twintig jaar; e) kweekgoed; f) uit populieren of wilgen bestaande: (1) wegbeplantingen, (2) beplantingen langs waterwegen en/of (3) éénrijige beplantingen langs landbouwgronden; g) het dunnen van een houtopstand; h) uit populieren, wilgen, essen of elzen bestaande beplantingen die kennelijk zijn bedoeld voor de productie van houtige biomassa, indien zij: (1) ten minste eens per tien jaar worden geoogst, (2) bestaan uit minstens tienduizend stoven per hectare per beplantingseenheid, zijnde een aaneengesloten beplanting die niet wordt doorsneden door onbeplante stroken breder dan twee meter, en (3) zijn aangelegd na 1 januari 2013.
Beoordeling (a) soortenbescherming Op basis van het veldbezoek en de bureaustudie wordt per soortgroep besproken wat de potentie van de planlocatie en de directe omgeving daarvan voor het voorkomen van soorten is, en welke effecten daarop te verwachten zijn ten gevolge van de beoogde ontwikkeling. Voor een aantal van de nationaal beschermde soorten (beschermingsregime ‘Andere soorten’) geldt vrijstelling in het kader van ruimtelijke ontwikkelingen (zie soortenbescherming). In de voorliggende beoordeling is specifiek gelet op de potentiële aanwezigheid van beschermde soorten waarvoor geen vrijstelling geldt c.q. soorten waarvoor een ontheffingsplicht noodzakelijk is. Vaatplanten Binnen een straal van circa 2 km van de planlocatie is het voorkomen van beschermde vaatplanten niet bekend (NDFF 2011-2021). De planlocatie is een boerenperceel met verschillende gebouwen. Tussen de gebouwen is veel verharding aanwezig. Er is een goed onderhouden tuin aanwezig met verschillende struiken en bomen, welke niet aangetast zal worden. De planlocatie wordt omringt met agrarisch gebied. Dit betekent dat de bodem erg voedselrijk is. Ter plaatse van de planlocatie is slechts sprake van inheemse of aangeplante vaatplanten zonder beschermde status. Enkele waargenomen soorten betreffen: Engels raaigras, klimop en paarse dovenetel.
Op de muren van de bebouwing is geen (beschermde) muurvegetatie aangetroffen. Er zijn meerdere fruitbomen en fruit dragende struiken in de tuin van het woonhuis. Andere boomsoorten op de planlocatie zijn conifeer, gewone es en vlier. De beoogde ontwikkeling zal geen invloed hebben op deze tuin.
6
De beoogde ontwikkeling leidt niet tot aantasting van beschermde en/of kwetsbare vegetatie. Beschermde planten stellen over het algemeen specifieke eisen aan hun milieu, zoals kalkhoudende schrale grond of stikstofarme blauwe graslanden. Gelet op de functie, ligging en het gebruik van het perceel in relatie tot de habitatpreferentie van kwetsbare en zeldzame soorten wordt de aanwezigheid hiervan niet verwacht. Daarnaast zijn beschermde planten niet aangetroffen gedurende het veldbezoek, waarmee negatieve effecten ten aanzien van beschermde vaatplanten derhalve kunnen worden uitgesloten. Grondgebonden zoogdieren Binnen een straal van circa 2 km is de aanwezigheid bekend van de volgende zoogdieren: bever, bosmuis, bruine rat, bunzing, egel, gewone bosspitsmuis, haas, hermelijn, huismuis, huisspitsmuis, konijn, mol, ree, veldmuis, vos en woelrat (NDFF 2011-2021). Voor de volgende soorten geldt dat deze beschermd zijn onder de Wet natuurbescherming en dat er geen vrijstelling geldt in het kader van ruimtelijke ontwikkelingen: bever. Tijdens het veldbezoek zijn geen sporen aangetroffen van (beschermde) zoogdieren. Alle waarnemingen van de bever zijn aan de andere kant van zowel de spoorbaan als de snelweg. Deze structuren zijn grote barrières voor de bever. De bever komt voor in uiterwaarden en moerasbossen met veel wilgen.
Dit habitat is niet aanwezig op de planlocatie of binnen de invloedssfeer daarvan. Negatieve effecten op de bever zijn uitgesloten. Door vorengenoemde is het uitgesloten dat de planlocatie een essentiële functie bevat voor soorten van de Habitatrichtlijn en niet vrijgestelde Andere soorten. De planlocatie heeft enkel mogelijk een functie voor algemene soorten. Dit betreft met name egel, konijn, mol en veldmuis. Dergelijke soorten zijn dermate opportunistisch dat in de directe omgeving voldoende vergelijkbaar habitat aanwezig is waar ze zich al dan niet tijdelijk kunnen ophouden. Bovendien geldt voor dergelijke algemene soorten vrijstelling in het kader van ruimtelijke ontwikkelingen. Op en rondom de planlocatie zijn geen holen, nesten of sporen aangetroffen die duiden op de aanwezigheid van beschermde zoogdiersoorten die buiten de Omgevingsverordening van de provincie vallen (zie Wnb art 3.10). Effecten op beschermde grondgebonden zoogdieren zijn uitgesloten. Vleermuizen Binnen een straal van circa 2 km is het voorkomen bekend van de volgende vleermuissoorten: gewone dwergvleermuis, gewone grootoorvleermuis, laatvlieger en ruige dwergvleermuis. (NDFF 2011-2021). Onder de Wet natuurbescherming zijn alle in Nederland voorkomende vleermuizen als Habitatrichtlijnsoorten beschermd.
Laanvormige bomenrijen, oude bomen met gaten en scheuren, (oude) gebouwen met kieren en spleten en/of structuurrijke groenelementen kunnen een functioneel onderdeel zijn van een vleermuishabitat (BIJ12 kennisdocument Gewone dwergvleermuis, 2017; Limpens et al., 1997; Dietz et al., 2011). Op de planlocatie zijn alle bomen geïnspecteerd op de aanwezigheid van boomholten welke kunnen dienen als rust- en/of verblijfplaats. In de beoogde ontwikkeling worden geen bomen gekapt. De te slopen bebouwing is nauwkeurig geïnspecteerd op de aan- dan wel afwezigheid van potentiële verblijfplaatsen en geschikte invliegopeningen. Alle gevels en daken van de betreffende bebouwing zijn gecontroleerd op eventuele openingen als open stootvoegen, kierende daklijsten, ontbrekende/scheefliggende dakpannen, ontbrekende specie en overige gevelafwerkingen die vleermuizen toegang kunnen verlenen tot een open dakruimte en/of spouwmuur waar ze een verblijfplaats zouden kunnen vinden. Een dergelijke verblijfplaats moet voldoen aan een geschikt microklimaat, met een constante (lage) temperatuur, een hoge luchtvochtigheid en weinig invloed van weersomstandigheden. Geen van de te saneren gebouwen heeft een spouw. Twee van de gebouwen hebben een dak met dakbeschot, echter zijn er zeer beperkte invliegopeningen wegens de gladde muren.
Daarnaast bestaat het dakbeschot uit isolatiemateriaal wat op meerdere plekken loshangt, wat tocht veroorzaakt. Wegens het ontbreken van geïsoleerde muren met spouw en ongeschikt dakbeschot is het voor vleermuizen onmogelijk om in de bebouwing een geschikte rust- of verblijfplaats te vinden. Het is uit te sluiten dat de bebouwing op de planlocatie gebruikt wordt door vleermuizen die in bebouwing leven, zoals gewone dwergvleermuis, laatvlieger en ruige dwergvleermuis. Een andere gebouwbewonende soort is de gewone grootoorvleermuis.
7
Deze soort huist niet altijd in krappe ruimtes zoals onder het dakbeschot of in een luchtspouw maar hangt soms vrij aan houten balken op open zolders. Echter is er slechts één waarneming van de gewone grootoorvleermuis en deze is meer dan 1 km van de planlocatie waargenomen. Daarnaast is er sprake van verstoring door mensen en een zangvogel volière in de stallen en schuren. De aanwezigheid van de gewone grootoorvleermuis is derhalve uitgesloten. Hoewel het uitgesloten is dat vleermuizen de planlocatie gebruiken als vaste rust- en/of verblijfplaats, bestaat de mogelijkheid dat vleermuizen de planlocatie gebruiken als foerageergebied en/of vliegroute. De groene delen op de planlocatie worden niet aangetast. Daarnaast is er een ruim aanbod van vergelijkbaar gebied in de directe omgeving van de planlocatie. De aanwezigheid van essentieel foerageergebied is derhalve uitgesloten. Daarnaast ontbreekt het op de planlocatie aan groene lijnstructuren zoals een bomenlaan. Het gebruik van de planlocatie als vliegroute is derhalve uitgesloten. In de luwte van opgaande vegetatie of bebouwing kunnen vliegbewegingen en foerageeractiviteiten van vleermuizen plaatsvinden. Hierbij kan sprake zijn van tijdelijke verstoring van vleermuizen ten gevolge van werkzaamheden of lichtgebruik. Vleermuizen jagen op insecten waarbij ze opportunistisch gebruik maken van een groot netwerk aan jachtgebieden.
De omvang en het gebruik van een gebied alsmede de jachttechniek en prooien verschillen per soort. Gedurende het foerageren verspreiden vleermuizen zich diffuus over het landschap waarbij veelal gebruik wordt gemaakt van bosranden, bomenlanen, oeverzones of andere structuurrijke zones. Vleermuizen kunnen verblind en daardoor gedesoriënteerd raken als gevolg van felle verlichting. Sterk verlichte locaties worden gemeden door vleermuizen. Tijdens en na de beoogde ontwikkeling dient bij voorkeur geen verlichting te worden toegepast. Bij voorkeur de werkzaamheden uitvoeren tussen zonsopkomst en zonsondergang. Mocht verlichting noodzakelijk zijn wordt vleermuisvriendelijke verlichting geadviseerd. Amfibieën Binnen een straal van circa 2 km is de aanwezigheid bekend van de volgende amfibieënsoorten: bruine kikker, gewone pad, heikikker, kamsalamander, kleine watersalamander, meerkikker en rugstreeppad. (NDFF 2011-2021). Voor de volgende soorten geldt dat deze beschermd zijn onder de Wet natuurbescherming en geen vrijstelling geldt in het kader van ruimtelijke ontwikkelingen: heikikker, kamsalamander en rugstreeppad. Amfibieën leven in zowel een aquatisch (m.n. lente/zomer) als een terrestrisch (m.n. herfst/winter) habitat. Beide habitatonderdelen dienen op korte afstand van elkaar te liggen. Tijdens het veldbezoek zijn geen amfibieën aangetroffen op de planlocatie.
De planlocatie is grotendeels verhard en wordt intensief gebruikt, waardoor veel verstoringen optreden. Naast de verhoogde vijver is er geen oppervlaktewater aanwezig op de planlocatie. Verder zijn er geen houtstapels of andere vorstvrije structuren waar overwintering in plaats kan vinden. Het landhabitat waar de heikikker gedurende de actieve periode aanwezig is dient ruig en te allen tijde vochtige te zijn. Veelal betreffen dit vochtige heidelandschappen of vochtig half-natuurlijke graslanden. De kamsalamander wordt waargenomen in bosrijk gebied met houtwallen of struweel. De samenhang van geschikte landhabitats en geschikte watersystemen is essentieel voor de geschiktheid van een gebied en de verspreiding van de soort. De aanwezigheid van de heikikker en kamsalamander zijn derhalve uitgesloten. De rugstreeppad is een pionierssoort die vooral voorkomt in zandige gebieden met vergraafbare grond. De soort komt derhalve vaak voor op ruig, onbeschaduwd terrein met lage tot geen vegetatie zoals braakliggende bouwterreinen, zandafgravingen en duingebieden. Het voorplantingswater is ondiep en warmt snel op, en bij voorkeur zonder vegetatie en concurrentie van andere amfibieën (BIJ12 kennisdocument Rugstreeppad, 2017; Creemers & Van Delft, 2009).
Momenteel wordt het voorkomen van rugstreeppad op de planlocatie niet verwacht wegens het ontbreken van functioneel leefgebied in de vorm van vergraafbaar zand, ondiepe poeltjes of geschikte overwinteringslocaties. Desalniettemin kan de rugstreeppad opduiken wanneer zandige terreinen ontstaan tijdens graafen bouwwerkzaamheden (bijlage 2). Er is recent (2017) een rugstreeppad binnen 1 km van de planlocatie waargenomen. Derhalve wordt aanbevolen om de planlocatie vóór de start van de werkzaamheden ongeschikt te maken én ongeschikt dan wel ontoegankelijk te houden voor rugstreeppadden. Het is niet uit te sluiten dat algemene soorten, zoals de bruine kikker en gewone pad, gedurende de terrestrische (herfst/winter) periode voorkomen binnen de planlocatie.
8
Deze dieren vallen echter onder de vrijstelling voor ruimtelijke ontwikkelingen op basis van de vastgestelde provinciale verordeningen. Negatieve effecten op beschermde amfibieën zijn derhalve uitgesloten. Reptielen Binnen een straal van circa 2 km is de aanwezigheid van inheemse reptielen niet bekend (NDFF 2011-2021). Voor alle inheemse reptielen geldt dat deze beschermd zijn onder de Wet natuurbescherming en geen vrijstelling geldt in het kader van ruimtelijke ontwikkelingen. Reptielen zijn over het algemeen verbonden aan structuurrijke en weinig verstoorde biotopen als heidevelden, bosgebied en natuurlijke oevers. Gezien de afwezigheid van structuurrijke biotopen en de hoge mate van menselijke verstoring is het voorkomen van beschermde reptielen binnen het plangebied uitgesloten. Negatieve effecten op beschermde reptielen zijn derhalve uitgesloten. Vissen Binnen een straal van circa 2 km is de aanwezigheid bekend van de volgende beschermde vissoorten: grote modderkruiper (NDFF 2011-2021). Op de planlocatie en binnen de invloedssfeer van de beoogde ontwikkeling bevindt zich geen oppervlaktewater wat toegankelijk is voor vissen van buitenaf. Er zijn geen werkzaamheden in de watergang of aan de waterkant beoogd. Er is geen sprake van afname van functioneel leefgebied.
Mogelijk bestaat er een kleine kans dat er geluids- en/of trillingseffecten optreden gedurende de werkzaamheden. Deze effecten kunnen bijvoorbeeld optreden bij eventuele heiwerkzaamheden en zijn over het algemeen van relatief korte duur. Tijdens deze werkzaamheden kunnen aanwezige vissen zich tijdelijk ophouden buiten de verstoringszone, waar ruim voldoende kwalitatief gelijkwaardig habitat aanwezig is. Gedurende de overige werkzaamheden worden er geen effecten verwacht. Effecten op (beschermde) vissen zijn uitgesloten. Insecten en andere ongewervelden Binnen een straal van circa 2 km is de aanwezigheid bekend van de volgende beschermde insecten of ongewervelden: grote vos en platte schijfhoren (NDFF 2011-2021). De grote vos is een zwervende dagvlinder die gebonden is aan (hoge) houtige vegetatie in een bosrijke omgeving. Waardplanten zijn iep; ook zoete kers en sommige wilgensoorten worden gebruikt (Vlinderstichting grote vos, 2021). Gezien het gebrek aan een bosrijke omgeving op de planlocatie is de aanwezigheid van de grote vos uitgesloten. De platte schijfhoren heeft als voorkeurshabitat voedselrijk stilstaand water met begroeiing van waterplanten, voornamelijk gele plomp en waterlelie. Gezien het ontbreken van oppervlaktewater kan de aanwezigheid van platte schijfhoren uitgesloten worden. Tevens zijn er geen werkzaamheden voorzien aan de kavelsloten.
Het is derhalve uitgesloten dat de beoogde ontwikkelingen een negatief effect hebben op beschermde ongewervelde. Op de planlocatie zijn geen plantensoorten aangetroffen die specifiek voor een beschermde ongewervelde een waardplant vormen. Ook is er geen sprake van oud hout, zure vennetjes of andere specifieke omstandigheden die duiden op de mogelijke aanwezigheid van beschermde insecten of andere ongewervelden. Negatieve effecten op de soortgroep zijn uitgesloten. Vogels Op de planlocatie en de directe omgeving hiervan zijn tijdens het veldbezoek de volgende soorten waargenomen: grote bonte specht, nijlgans, ooievaar, tjiftjaf, winterkoning en vink. Vogels - Jaarrond beschermde nestlocaties (cat. 1 t/m 4) Gedurende het veldbezoek zijn geen individuen, nesten en/of sporen aangetroffen van vogelsoorten met een jaarrond beschermd nestlocatie en/of leefgebied. De huismus broedt vrijwel altijd bij bebouwing en bouwt zijn nesten onder dakpannen, onder golfplaten, kieren/gaten in de muur en in spantconstructies. Vanuit de nestlocatie en/of vanaf een uitzichtpunt moet de huismus zijn omgeving kunnen zien. Hierbij moet er in de directe omgeving continu voedsel te vinden zijn in de vorm van zaden van grassen en onkruiden en larven van insecten.
Daarnaast moet er beschutting nabij de foerageerlocaties, voldoende jaarrond groene struiken of heesters, plaatsen met stof en grind voor stofbaden en water voor waterbaden aanwezig zijn (BIJ12 kennisdocument Huismus, 2017).
9
De stallen en schuren hebben geen geschikte nestlocaties, wegens het ontbreken van geschikte ruimtes onder het dak. Het woonhuis heeft wel geschikte invliegopeningen en dakbeschot, echter blijft deze behouden. De beoogde ontwikkeling leidt tot zeer beperkte aantasting van groene delen. Van aantasting van nestlocaties en functioneel leefgebied van de huismus is derhalve geen sprake. De gierzwaluw leeft evenals de huismus in de directe omgeving van mensen en broedt tevens als koloniebroeder in gevels en onder (pannen)daken (BIJ12 kennisdocument Gierzwaluw, 2017). De te saneren gebouwen betreffen geen van alle geschikte invliegopeningen of nestlocaties. Hierdoor kan de aanwezigheid van gierzwaluw op de planlocatie uitgesloten worden. In de bebouwing zijn geen sporen van uilen met jaarrond beschermde nesten (kerkuil en steenuil) aangetroffen. Op de planlocatie is vanwege de grote mate van verharding en verstoring geen sprake van functioneel leefgebied van uilen. Er zijn geen grote nesten of horsten aangetroffen in de bomen op en rondom de planlocatie. De aanwezigheid van in bomen broedende soorten als buizerd, sperwer en ransuil kan uitgesloten worden. Op de planlocatie is vanwege de grote mate van verharding en verstoring geen sprake van functioneel leefgebied van roofvogelsoorten.
Van overtreding van verbodsbepalingen ten aanzien van vogels met jaarrond beschermde nestlocaties en functioneel leefgebied is geen sprake. Vogels - Algemene broedvogels en categorie 5 (beschermde nestlocatie gedurende broedperiode en bij ecologisch zwaarwegende redenen) De planlocatie voorziet in beperkt voedselaanbod en structuurrijke schuilgelegenheden voor algemene soorten. De struiken, bomen en bebouwing vormen voor algemene broedvogels zoals merel, duiven en kleine zangvogels geschikte nestlocaties. Gedurende het broedseizoen zijn de nesten en de functionele leefomgeving van voornoemde soorten beschermd. Het broedseizoen vangt aan onder bepaalde klimatologische omstandigheden en betreft indicatief de periode 15 maart t/m 15 juli. Ten aanzien van algemene broedvogels en categorie 5 soorten kunnen de werkzaamheden worden opgestart buiten het broedseizoen en/of na het ongeschikt maken van de planlocatie. Indien de beoogde werkzaamheden in het broedseizoen worden opgestart dient de locatie voorafgaand aan de werkzaamheden geïnspecteerd te worden door een ter zake deskundige.
Beoordeling (b) gebiedsbescherming De planlocatie maakt geen deel uit van een beschermd gebied en/of locatie betreffende: Natura 2000, het Natuurnetwerk Nederland en Belangrijke weidevogelgebieden. Op een afstand van circa 1,7 km ligt het Natura 2000-gebied ‘De Biesbosch’ (figuur 4). Op een afstand van circa 800 m ligt het Natuurnetwerk Nederland en op een afstand van circa 1 km ligt het Belangrijk weidevogelgebied (figuur 5). Er zijn geen karakteristieke landschapselementen aanwezig op de planlocatie die weggenomen worden ten gevolge van de beoogde ingreep.
10
Figuur 4
De planlocatie ligt op een afstand van circa 1,7 km tot het Natura 2000-gebied ‘De Biesbosch’ (bron: pzh.maps.arcgis.com).
Figuur 5
De planlocatie ligt op een afstand van circa 800 m tot het Natuurnetwerk Nederland en 1 km tot het Belangrijk weidevogelgebied (bron: pzh.maps.arcgis.com).
Ondanks dat de beoogde ontwikkeling buiten een beschermd gebied uitgevoerd wordt, kunnen er nog steeds effecten optreden. Voor een aantal effecten (trillingen, geluid, optische verstoring etc.) geldt dat de afstand tot de omliggende Natura 2000-gebieden per definitie te groot is. Ten aanzien van het Natuurnetwerk Nederland en Belangrijk weidevogelgebied geldt dat externe werking geen toetsingskader is. Een toename in stikstofdepositie kan een negatief effect sorteren op kwetsbare en gevoelige habitattypen. Blom Ecologie B.V. adviseert om projecten die kunnen leiden tot een toename van stikstofdepositie in stikstofgevoelige habitattypen binnen Natura 2000-gebieden te beoordelen middels de AERIUS Calculator. Doel daarvan is vast te stellen of significante effecten kunnen worden uitgesloten. In sommige gevallen kan op voorhand negatieve effecten ten aanzien van stikstofdepositie worden uitgesloten, wegens de grote afstand tot stikstofgevoelige habitattypen binnen Natura 2000-gebieden, een afname in stikstofemissie of een beperkte ingreep. De beoogde ontwikkeling betreft de realisatie van een woonhuis en een schuur. Ten opzichte van de huidige situatie leidt de beoogde ingreep tot een beperkte toename in het aantal verkeersbewegingen.
11