Bijlage 4 Bijlagen bestemmingsplan Brandwijksedijk 49, Brandwijk
Tekst van het document
Indien de beoogde werkzaamheden in het broedseizoen worden opgestart dient de locatie voorafgaand aan de werkzaamheden geïnspecteerd te worden door een ter zake deskundige.
15
3.2 Gebiedsbescherming Natura 2000 De planlocatie maakt geen deel uit van een Natura 2000-gebied. Op een afstand van circa 3.6 km ligt het Natura 2000-gebied ‘Donkse Laagten’ (figuur 3.2).
Figuur 3.2 De planlocatie ligt op een afstand van circa 3,6 km tot het Natura 2000-gebied ‘Donkse Laagten’ (bron: natura2000.nl). De beoogde ruimtelijke ingreep betreft de realisatie van 2 woonhuizen. Ondanks dat deze buiten een Natura 2000-gebied uitgevoerd wordt, kunnen er nog steeds effecten optreden. Voor een aantal effecten (trillingen, geluid, optische verstoring etc.) geldt dat de afstand tot de omliggende Natura 2000-gebieden per definitie te groot is om te resulteren in negatieve effecten. Een toename in stikstofdepositie kan een negatief effect sorteren op stikstofgevoelige habitattypen en leefgebieden. Ten tijde van het veldbezoek was het perceel in gebruik als agrarisch bedrijf waar koeien werden gehouden. Derhalve leidt de beoogde ontwikkeling ten opzichte van de huidige situatie tot een beperkte toename in het aantal verkeersbewegingen. De nieuwbouw zal zonder gasaansluiting in de gebruiksfase geen stikstofuitstoot hebben. Gedurende de bouwfase kan er een beperkte en tijdelijke stikstofemissie verwacht worden ten gevolge van het gebruik van mobiele werktuigen en bijbehorende verkeersbewegingen. De Wet natuurbescherming bevat ten gevolge van de Stikstofwet per d.d. 1 juli 2021 een partiële vrijstelling voor activiteiten gedurende de bouwfase.
Hiermee kunnen de gevolgen van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden door aangewezen activiteiten van de bouwsector buiten beschouwing worden gelaten (Wnb art. 2.9a). Momenteel is de juridische houdbaarheid van deze partiële vrijstelling onzeker. Als activiteiten van de bouwsector worden aangewezen (algemene maatregelen van bestuur stikstofreductie en natuurverbetering): a. het verrichten van een bouwactiviteit of een sloopactiviteit die het feitelijk verrichten van bouw- of sloopwerkzaamheden aan een bouwwerk betreft, met inbegrip van de daarmee samenhangende vervoersbewegingen;
16
b. het aanleggen, veranderen of verwijderen van een werk, met inbegrip van de daarmee samenhangende vervoersbewegingen. Gezien er sprake is van een grote afstand (3,6 km) tussen het plangebied en het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied en er sprake is van een ontwikkeling van beperkte omvang wordt op voorhand uitgesloten dat er sprake is van een verhoging van de stikstofdepositie in stikstofgevoelige habitattypen of leefgebieden binnen Natura 2000-gebieden. Een berekening middels de AERIUS Calculator kan derhalve achterwege blijven. Provinciaal aangewezen gebieden De planlocatie maakt geen deel uit van een beschermd gebied betreffende beschermingscategorie 1 (Natuurnetwerk Nederland en beschermd grasland in de Bollenstreek) of beschermingscategorie 2 (Belangrijk weidevogelgebied en Groene buffer). Op een afstand van circa 680 m ligt het Natuurnetwerk Nederland (figuur 3.3.) Op een afstand van circa 40 km ligt beschermd grasland in de Bollenstreek. Op een afstand van circa 15 m ligt Belangrijk weidevogelgebied (figuur 3.4). Op een afstand van circa 14,2 km ligt de Groene buffer. Er zijn geen karakteristieke landschapselementen aanwezig op de planlocatie die weggenomen worden ten gevolge van de beoogde ingreep. Ten aanzien van provinciaal aangewezen gebieden geldt dat externe werking geen toetsingskader is.
Figuur 3.3 De planlocatie ligt op een afstand van circa 680 m tot het Natuurnetwerk Nederland (bron: ruimtelijkeplannenzuidholland.nl).
17
Figuur 3.4 De planlocatie ligt op een afstand van circa 15 m tot een Belangrijk weidevogelgebied (bron: ruimtelijkeplannenzuidholland.nl).
3.3 Houtopstanden Wnb In de beoogde ingreep zijn geen kapwerkzaamheden voorzien aan zelfstandige eenheden van bomen, boomvormers, struiken, hakhout of griend, met een oppervlakte van 1000 m2 of meer of een rijbeplanting met meer dan 20 bomen. Een meldingsplicht in het kader van Wnb is niet noodzakelijk. APV Naast het landelijk en provinciaal beleid waar deze beoordeling op wordt getoetst hebben gemeenten echter vaak een eigen beleid omtrent het kappen dan wel vellen van bomen en struiken. Dit is vaak opgenomen in een Algemene Plaatselijke Verordening (APV). Gemeentelijke Verordeningen mogen niet strijdig zijn met landelijk/provinciaal beleid. Het is derhalve aanbevelingswaardig om in de voorbereidende fase de bepalingen in de APV af te stemmen met de gemeente om conflicterende situaties in een later stadium te voorkomen.
18
4 Samenvatting 4.1
Soortenbescherming Er dient aanvullend onderzoek uitgevoerd te worden naar huismussen. De planlocatie is mogelijk geschikt leefgebied voor algemene zoogdieren, amfibieën en insecten welke niet beschermd zijn (behoudens de Algemene zorgplicht) onder de Wet natuurbescherming. Voor broedvogels geldt dat de nesten van alle soorten beschermd zijn tijdens het broedseizoen (indicatief 15 maart – 15 juli). Tabel 4.1
Overzicht van de Soortenbescherming.
Soortgroep
Bescherming Wnb
Soortspecifiek onderzoek
Mogelijke functie planlocatie
Artikel 3.1
Ja
Nestlocatie/foerageergebied
Planten Grondgebonden zoogdieren Vleermuizen Amfibieën Reptielen Vissen Insecten en andere ongewervelden Vogels (cat. 1 t/m 4) Huismus Vogels (Algemeen en cat. 5)
4.2 Gebiedsbescherming De planlocatie maakt geen onderdeel uit van een Natura 2000-gebied of provinciaal aangewezen beschermde gebieden. Gelet op de aard van de werkzaamheden, de afstand tot de gebieden en de beoogde situatie is van externe werking op omliggende Natura 2000-gebieden geen sprake. Een Voortoets en/of ‘nee, tenzij’-toets is niet noodzakelijk. Tabel 4.2
Overzicht van beschermde gebieden in het kader van gebiedsbescherming.
Gebiedsbescherming
Afstand
Effecten
Nader onderzoek
Natura 2000
3,8 km
Geen
N.v.t.
Natuurnetwerk Nederland
680 m
Geen
N.v.t.
40 km
Geen
N.v.t.
Belangrijk weidevogelgebied
15 m
Geen
N.v.t.
Groene buffer
14,2 km
Geen
N.v.t.
Beschermd grassland bollenstreek
in
de
4.3 Houtopstanden Op de planlocatie zijn geen houtopstanden aanwezig waarvoor bij kap een meldingsplicht geldt in het kader van de Wet natuurbescherming.
19
5 Conclusie 5.1
Conclusie De sloop van de schuren en overige aanwezige opstallen en de kap van enkele schietwilgen ten behoeve van de ontwikkeling van twee woonhuizen met bijgebouwen aan de Brandwijksedijk 49 te Brandwijk is uitvoerbaar zoals bepaald in de Wro (art. 3.1.6 Bro).
5.2 Uitvoerbaarheid De beoogde ruimtelijke ingreep leidt niet tot overtreding van verbodsbepalingen omtrent gebiedsbescherming en houtopstanden in het kader van de Wet natuurbescherming. Er dienen enkele algemene maatregelen worden getroffen ten aanzien van de Algemene zorgplicht, foeragerende vleermuizen en algemene broedvogels. Voorafgaand aan de werkzaamheden dient met aanvullend onderzoek te worden vastgesteld of de te slopen bebouwing een relevante functie heeft voor huismussen (soortenbescherming). Indien er sprake is van overtreding van verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming kan bevoegd gezag onder voorwaarden een ontheffing verlenen. De voorwaarden betreffen: er is geen andere bevredigende oplossing, er is sprake van een wettelijk belang (huismus: er zijn belangen vanuit volksgezondheid -klimaatsverandering- aan te voeren) en er wordt geen afbreuk gedaan aan de gunstige staat van instandhouding van de soort (een robuust en ruim maatregelenpakket van tijdelijke en permanente voorzieningen wordt hiertoe voorgesteld en uitgevoerd). Gezien het voorgaande onderzoek is er geen reden om aan te nemen dat eventueel benodigde ontheffingen, mits de juiste maatregelen worden getroffen, er sprake is van een gedegen alternatievenafweging en een wettelijk belang kan worden aangevoerd, niet verkregen zouden kunnen worden.
5.3 Vervolgstappen Voor de sloop van schuur B1, C en E dient aanvullend onderzoek naar huismus uitgevoerd te worden. Een aanvullend onderzoek naar huismus wordt uitgevoerd middels twee gerichte veldbezoeken in de periode 1 april t/m 15 mei, conform het Kennisdocument Huismus (BIJ12, 2017). Een technische inspectie kan worden uitgevoerd middels het inspecteren van de dakruimte. Buiten het broedseizoen kan dit tussen 15 september en 1 maart. Bij een technische inspectie bestaat er de kans dat er geen onderscheid gemaakt kan worden tussen oud nestmateriaal en recentelijk gebruikte nesten.
20
5.4 Te treffen maatregelen • Tijdens de werkzaamheden moet voorzichtig worden gehandeld met alle voorkomende flora en fauna (Algemene zorgplicht). • Wanneer ondanks zorgvuldig handelen, onderzoek en advies schade lijkt te ontstaan voor beschermde flora en fauna, dient direct contact opgenomen te worden met een ter zake deskundige. • Eventueel aanwezige vegetatie of bodemmateriaal (takken, stronken) voorafgaand aan de werkzaamheden gefaseerd verwijderen. Dit om grondgebonden dieren de kans te bieden zelfstandig de planlocatie te verlaten. • Er wordt gelegenheid gegeven aan dieren, die tijdens de werkzaamheden worden gevonden, te vluchten of zich te verplaatsen naar een schuilplaats buiten het bereik van de werkzaamheden. • De planlocatie tijdens de werkzaamheden en in de nieuwe situatie bij voorkeur niet verlichten en in de periode april-oktober de werkzaamheden tussen zonsopgang en zonsondergang uitvoeren (buiten schemerperiodes). Mocht verlichting noodzakelijk zijn hierbij een vleermuisvriendelijke verlichtingswijze toepassen (amberkleurig licht, lichtbundel nederwaarts richten, toepassen geconvergeerde lichtbundel). • De kap- en sloopwerkzaamheden opstarten of uitvoeren buiten het broedseizoen van vogels (indicatief medio maart t/m medio juli).
Als dit niet mogelijk is dienen de potentiële nestlocaties van algemene broedvogels ruim voorafgaand aan het broedseizoen ongeschikt of ontoegankelijk gemaakt te worden. E.e.a. op aanwijzing van deskundige. Als werkzaamheden in het broedseizoen worden uitgevoerd die mogelijk resulteren in het wegnemen of verstoren van broedgevallen dient voor aanvang door een ter zake deskundig gecontroleerd te worden of er broedvogels aanwezig zijn.
21
Bronvermelding Geraadpleegde documenten (BIJ12, 2017) Kennisdocument Bever (Castor fiber) Kennisdocument Gewone dwergvleermuis (Pipistrellus pipistrellus) Kennisdocument Gewone grootoorvleermuis (Plecotus auritus) Kennisdocument Gierzwaluw (Apus apus) Kennisdocument Heikikker (Rana arvalis) Kennisdocument Huismus (Passer domesticus) Kennisdocument Poelkikker (Pelophylax lessonae) Kennisdocument Ruige dwergvleermuis (Pipistrellus nathusii) Geraadpleegde websites www.arcgis.com www.bij12.nl www.natura2000.nl www.ndff.nl www.ravon.nl www.ruimtelijkeplannen.nl www.ruimtelijkeplannenzuidholland.nl www.zoogdiervereniging.nl
Bijlage 1 Bijlage 2
Fotografische impressie Vervolgstappen Wet natuurbescherming soortenbescherming
22
Bijlage 1
Fotografische impressie
Figuur 1
De planlocatie is gelegen aan de Brandwijksedijk 49 te Brandwijk.
Figuur 2
De planlocatie bestaat uit een boerenerf waarop verschillende schuren en voerkuilen op aanwezig zijn.
23
Figuur 3
Op de planlocatie zijn enkele voerkuilen aanwezig.
Figuur 4
Het perceel waarop de nieuwbouw wordt gerealiseerd bestaat uit Engels raaigras.
24
Bijlage 2 Vervolgstappen Wnb Als uit het oriënterend onderzoek is gebleken dat effecten op beschermde soorten naar aanleiding van de beoogde ingreep niet uitgesloten zijn, dient een vervolgonderzoek te worden uitgevoerd. Uit dit vervolgonderzoek blijkt of desbetreffende soort aanwezig is en welke functie de planlocatie al dan niet heeft voor de soort. Met onderstaand stappenplan, overgenomen uit ‘Soortenbescherming bij ruimtelijke ingrepen’ van het Ministerie van Economische Zaken, wordt inzichtelijk gemaakt welke consequenties dit heeft voor het project.
25
Vogelrichtlijnsoort In het kader van de Vogelrichtlijn zijn een aantal belangen waarvoor een ontheffing kan worden aangevraagd. De beoogde ruimtelijke ingreep dient een dergelijk belang te dienen (Schema 4b ja/nee). De voorwaarden zijn onderstaand weergeven (conform Wet natuurbescherming art. 3.3, lid 4). Een ontheffing of een vrijstelling wordt uitsluitend verleend, indien is voldaan aan elk van de volgende voorwaarden: a) er bestaat geen andere bevredigende oplossing; b) zij is nodig: 1. in het belang van de volksgezondheid of de openbare veiligheid; 2. in het belang van de veiligheid van het luchtverkeer; 3. ter voorkoming van belangrijke schade aan gewassen, vee, bossen, visserij of wateren; 4. ter bescherming van flora of fauna; 5. voor onderzoek of onderwijs, het uitzetten of herinvoeren van soorten, of voor de daarmee samenhangende teelt, of 6. om het vangen, het onder zich hebben of elke andere wijze van verstandig gebruik van bepaalde vogels in kleine hoeveelheden selectief en onder strikt gecontroleerde omstandigheden toe te staan; c) de maatregelen leiden niet tot verslechtering van de staat van instandhouding van de desbetreffende soort. Habitatrichtlijnsoort In het kader van de Habitatrichtlijn zijn een aantal belangen waarvoor een ontheffing kan worden aangevraagd. De beoogde ruimtelijke ingreep dient een dergelijk belang te dienen (Schema 4b ja/nee).
De voorwaarden zijn onderstaand weergeven (conform Wet natuurbescherming art. 3.8, lid 5). Een ontheffing of een vrijstelling wordt uitsluitend verleend, indien is voldaan aan elk van de volgende voorwaarden: a) er bestaat geen andere bevredigende oplossing; b) zij is nodig: 1. in het belang van de bescherming van de wilde flora of fauna, of in het belang van de instandhouding van de natuurlijke habitats; 2. ter voorkoming van ernstige schade aan met name de gewassen, veehouderijen, bossen, visgronden, wateren of andere vormen van eigendom; 3. in het belang van de volksgezondheid, de openbare veiligheid of andere dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard en met inbegrip van voor het milieu wezenlijke gunstige effecten; 4. voor onderzoek en onderwijs, repopulatie of herintroductie van deze soorten, of voor de daartoe benodigde kweek, met inbegrip van de kunstmatige vermeerdering van planten, of 5.
om het onder strikt gecontroleerde omstandigheden mogelijk te maken op selectieve wijze en binnen bepaalde grenzen een beperkt, bij de ontheffing of vrijstelling vastgesteld aantal van bepaalde dieren van de aangewezen soort te vangen of onder zich te hebben, onderscheidenlijk een beperkt bij de ontheffing of vrijstelling vastgesteld aantal van bepaalde planten van de aangewezen soort te plukken of onder zich te hebben; c) er wordt geen afbreuk gedaan aan het streven de populaties van de betrokken soort in hun natuurlijke verspreidingsgebied in een gunstige staat van instandhouding te laten voortbestaan.
26
Andere soort Ten aanzien van Andere soorten zijn een aantal belangen waarvoor een ontheffing kan worden aangevraagd. De beoogde ruimtelijke ingreep dient een dergelijk belang te dienen (Schema 4b ja/nee). De belangen zijn onderstaand weergeven en zijn aanvullend op de belangen die voor Habitatrichtlijnsoorten kunnen worden aangevoerd (conform Wet natuurbescherming art. 3.10, lid 2). 1. in het kader van de ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden, daaronder begrepen het
daarop volgende gebruik van het ingerichte of ontwikkelde gebied; 2. ter voorkoming van schade of overlast, met inbegrip van schade aan sportvelden, schietterreinen,
industrieterreinen, kazernes, of begraafplaatsen; 3. ter beperking van de omvang van de populatie van dieren, in verband met door deze dieren ter
plaatse en in het omringende gebied veelvuldig veroorzaakte schade of in verband met de maximale draagkracht van het gebied waarin de dieren zich bevinden; 4. ter voorkoming of bestrijding van onnodig lijden van zieke of gebrekkige dieren; 5. in het kader van bestendig beheer of onderhoud in de landbouw of bosbouw; 6. in het kader van bestendig beheer of onderhoud aan vaarwegen, watergangen, waterkeringen, waterstaatswerken, oevers, vliegvelden, wegen, spoorwegen of bermen, of in het kader van natuurbeheer; 7. in het kader van bestendig beheer of onderhoud van de landschappelijke kwaliteiten van een bepaald gebied, of 8. in het algemeen belang.
27
Koeweistraat 2 4181 CD Waardenburg 0418 820 288
blomecologie.nl 28
Verkennend bodemonderzoek en asbest-in-grond onderzoek Brandwijksedijk 49 te Brandwijk
B.V. Verkennend bodemonderzoek en asbest-in-grond Adromi Reeweg 146 3343 AP Hendrik-Ido-Ambacht onderzoek
Brandwijksedijk 49 te Brandwijk
T 078 – 684 55 55 F 078 – 684 55 59 algemeen@adromi.nl www.adromi.nl K.v.K. 230.825.46 te Rotterdam BTW: 8050.63.286.B.01 IBAN: NL75RABO0385477481
Kenmerk:
B202143
Status: Datum:
Definitief 17-1-2022
Auteur:
Mevrouw ing. L. Kruse
Verkennend bodemonderzoek en asbest-in-grond onderzoek Brandwijksedijk 49 te Brandwijk
Inhoudsopgave 1.
Inleiding................................................................................................................................................................... 5
2.
Vooronderzoek ....................................................................................................................................................... 6 Locatiegegevens ............................................................................................................................................ 6 2.1.1.
Voormalig bodemgebruik .................................................................................................................... 7
2.1.2.
Huidig bodemgebruik .......................................................................................................................... 8
2.1.3.
Toekomstig bodemgebruik .................................................................................................................. 8
Bodemopbouw en geohydrologie ................................................................................................................ 8 Verwachting ten aanzien van de bodemkwaliteit ....................................................................................... 9 2.3.1.
Bodemkwaliteitskaart Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid .............................................................. 9
2.3.2.
Eerder uitgevoerde bodemonderzoeken ........................................................................................... 9
2.3.3.
Archeologie Regio Alblasserwaard en Vijfheerenlanden .................................................................10
2.3.4.
Explosieven .........................................................................................................................................10
Financieel / juridisch ...................................................................................................................................10 Conclusie en hypothese ..............................................................................................................................10 3.
Onderzoeksstrategie ............................................................................................................................................11 Onderzoeksopzet ........................................................................................................................................11
4.
Resultaten .............................................................................................................................................................12 Veldwerk ......................................................................................................................................................12 Laboratoriumonderzoek .............................................................................................................................13 4.2.1.
Resultaten grond ................................................................................................................................14
4.2.2.
Resultaten grondwater ......................................................................................................................14
Bespreking resultaten .................................................................................................................................15 Overweging resultaten ................................................................................................................................15 Afwijkingen ..................................................................................................................................................15 5.
Resultaten verkennend asbest-in-grondonderzoek ...........................................................................................17 Onderzoeksstrategie ...................................................................................................................................17 Veldwerk ......................................................................................................................................................17 Maaiveldinspectie .......................................................................................................................................18 Laboratoriumonderzoek .............................................................................................................................18 Analyseresultaten fijne fractie (< 20 mm) bovengrond ............................................................................18 Interpretatie van de resultaten ..................................................................................................................19 Afwijkingen ..................................................................................................................................................19
6.
Conclusies en aanbevelingen ...............................................................................................................................20 Conclusies ....................................................................................................................................................20 Aanbevelingen .............................................................................................................................................21 7. Referenties ...........................................................................................................................................................22
Adromi B.V.
B202143
Pagina 3 van 22
Verkennend bodemonderzoek en asbest-in-grond onderzoek Brandwijksedijk 49 te Brandwijk
Bijlagen 1 2 3 4 5 6 7
Kadastrale gegevens Overzichtstekening met boorpunten Boorprofielbeschrijvingen en verantwoording veldwerk Toetsingstabellen Analysecertificaten Foto-overzicht Historische gegevens
Adromi B.V.
B202143
Pagina 4 van 22
Verkennend bodemonderzoek en asbest-in-grond onderzoek Brandwijksedijk 49 te Brandwijk
1.
Inleiding
Van den Heuvel Ontwikkeling & Beheer B.V. heeft opdracht gegeven aan Adromi B.V. (hierna ook: Adromi) voor de uitvoering van een verkennend bodemonderzoek gebaseerd op de NEN 5740:2009+A1:2016 nl (hierna: NEN 5740+A1) in combinatie met een verkennend asbest-ingrondonderzoek conform de NEN 5707+C2:2017 nl (hierna: NEN 5707+C2), voor de locatie Brandwijksedijk 49 te Brandwijk. De aanleiding van het verkennend bodemonderzoek is de voorgenomen bestemmingswijziging (agrarisch naar wonen) alsmede de nieuwbouw van een tweetal woningen. Het doel van het verkennend bodemonderzoek in deze situatie is: - Vaststellen of de concentraties van de vermoede verontreinigende stof in de grond en het freatische grondwater boven respectievelijk de achtergrondwaarde en de streefwaarde worden aangetroffen (VED-HE-NL). De doelstelling van het verkennend asbest-in-grondonderzoek is: - Nagaan met een relatief geringe onderzoeksinspanning of de verdenking op verontreiniging van de bodem met asbest terecht is en (indien sprake is van de aanwezigheid van puin in de grond) een indicatieve uitspraak doen over het asbestgehalte in de bodem. Ook indien voor een locatie geen verdenking op de aanwezigheid van asbest bestaat, kunnen er situaties zijn waarin het gewenst is deze hypothese door onderzoek te bevestigen. Het onderzoek is onafhankelijk uitgevoerd. Adromi B.V.
is geen eigenaar van de onderzoekslocatie en financieel niet gelieerd aan de opdrachtgever. Het onderzoek is met de grootst mogelijke nauwkeurigheid en conform de daarvoor opgestelde normen en richtlijnen uitgevoerd. Hierbij wordt opgemerkt dat een bodemonderzoek slechts bestaat uit een steekproef waarbij een relatief gering aantal boringen en analyses worden uitgevoerd. Daarom kan niet geheel uitgesloten worden dat er op de locatie een verontreiniging aanwezig is als die bij dit onderzoek niet is aangetroffen. Adromi B.V. acht zich niet aansprakelijk voor eventueel hieruit voortvloeiende (financiële) schade.
Adromi B.V.
B202143
Pagina 5 van 22
Verkennend bodemonderzoek en asbest-in-grond onderzoek Brandwijksedijk 49 te Brandwijk
2.
Vooronderzoek
Voorafgaand aan het verkennend bodemonderzoek is een vooronderzoek uitgevoerd conform de NEN 5725:2017 nl (hierna ook: NEN 5725). Ten behoeve van het vooronderzoek zijn de volgende bronnen geraadpleegd: − Informatie van de opdrachtgever; − Informatie van de Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid (OZHZ) betreffende reeds uitgevoerde bodemonderzoeken op en in de nabije omgeving van de onderzoekslocatie, eventuele aanwezigheid van brandstoftank(s), ophooglagen, maar ook de bodemkwaliteitskaart en overige relevante informatie; − Bodemloket (www.bodemloket.nl); − Topografische kaart (www.topotijdreis.nl); − Risicokaart (www.risicokaart.nl); − Ruimtelijke plannen (www.ruimtelijkeplannen.nl); − Luchtfoto’s (Google Earth); − Grondwaterkaart van Nederland (www.dinoloket.nl); − Archeologische waardenkaart en explosievenkaart; − Kadaster. De aanleiding voor het vooronderzoek is gebaseerd op aanleiding A uit de NEN 5725:2017 nl: − Het opstellen van een hypothese over de milieuhygiënische bodemkwaliteit ten behoeve van uit te voeren bodemonderzoek. Op 14 december 2021 is door mevrouw L. Kruse ter plaatse van de onderzoekslocatie een terreinverkenning uitgevoerd. In de volgende paragrafen worden de resultaten van het vooronderzoek beschreven. Een foto-overzicht van de locatie is opgenomen in bijlage 6.
Locatiegegevens Volgens informatie van de opdrachtgever betreft het de locatie Brandwijksedijk 49 te Brandwijk. De te onderzoeken locatie is gelegen in kadastrale gemeente Brandwijk, sectie C, deels perceel 179 (38.070 m2), deels perceel 335 (19.127 m2) en perceel 336 (183 m2). De totaal te onderzoeken locatie is volgens de opdrachtgever 6.000 m2, zie figuur 1 (groen).
Figuur 1: Ligging onderzoekslocatie (groen)
Adromi B.V.
B202143
Pagina 6 van 22
Verkennend bodemonderzoek en asbest-in-grond onderzoek Brandwijksedijk 49 te Brandwijk
De kadastrale kaart van de locatie is weergegeven in bijlage 1. 2.1.1. Voormalig bodemgebruik De onderzoekslocatie is gelegen in het buitengebied van het dorp Brandwijk in de gemeente Molenlanden, provincie Zuid-Holland (poldergebied). De locatie ligt aan de lintbebouwing in agrarisch gebied ten noordoosten van het centrum van Brandwijk. De woning op nummer 49 dateert uit 2010. De historische kaarten zijn hieronder en op de volgende pagina weergegeven met daarop rood omlijnd de onderzoekslocatie.
Kaart 1815
Kaart 1850
Kaart 1900
Kaart 1950
Kaart 2000
Kaart 2020
Adromi B.V.
B202143
Pagina 7 van 22
Verkennend bodemonderzoek en asbest-in-grond onderzoek Brandwijksedijk 49 te Brandwijk
Op de locatie is een bovengrondse dieselolietank in lekbak (1.200 liter) aanwezig geweest, in de schuur naast de huidige woning. Op de locatie zijn voor zover bekend geen gedempte sloten aanwezig. 2.1.2. Huidig bodemgebruik De te onderzoeken locatie betreft een woning (nr. 49) met tuin, schuur, braakliggend landje en een oprit met containers van de ten oosten naastgelegen woning (nr. 50). In de schuur staan o.a. fietsen en zijn voor eigen gebruik wat jerrycans op een soort lekbak opgeslagen. Bij de woning nr. 49 is een verharding met klinkers aanwezig. De oprit van de naastgelegen woning is verhard met puin en zand. De omgevingsrapportage van de OZHZ is opgevraagd en gedownload, zie bijlage 7. 2.1.3. Toekomstig bodemgebruik Men is voornemens de bestemming te wijzigen (van agrarisch naar wonen). Tevens is op het nu braakliggende landje de nieuwbouw van een tweetal woningen gepland. Achter de huidige woning nr. 49 en op het achterste deel van de oprit van de naastgelegen woning nr. 50, waar nu containers staan, is de nieuwbouw van een schuur gepland. Zie figuur 2 voor een concepttekening met in het midden de nieuwbouw van een tweetal woningen met schuur, zoals door de opdrachtgever is aangegeven.
Figuur 2: Ligging nieuwbouw (in concept)
Bodemopbouw en geohydrologie De navolgende informatie is ontleend aan de website voor Data- en Informatie van de Nederlandse Ondergrond, genaamd het DINOloket (www.dinoloket.nl).
Adromi B.V.
B202143
Pagina 8 van 22
Verkennend bodemonderzoek en asbest-in-grond onderzoek Brandwijksedijk 49 te Brandwijk Tabel 1: Regionale bodemopbouw en geohydrologie Diepte (m-NAP)
Geohydrologische samenstelling
-1,0 – -9
Deklaag
-9 – -20
1e watervoerend pakket
-20 – -39
Scheidende laag
-39 – -52
2e watervoerend pakket
Bodemkundige samenstelling Holocene afzettingen: afwisseling van zandige klei, midden en fijn zand, klei en veen en een weinig grof zand. Formatie van Kreftenheye: zandige klei en klei met weinig veen, fijn en midden zand en een spoor grof zand. Formatie van Sterksel: grof en midden zand, met weinig zandige klei, fijn zand en grind en een spoor klei. Formatie van Waalre: zandige klei, klei en midden zand, met weinig veen, fijn en grof zand en een spoor grind.
Het freatisch grondwater is waargenomen op een diepte van 0,50 meter minus maaiveld. De stromingsrichting van het freatische grondwater is vermoedelijk noordoostelijk gericht. De stromingsrichting van het eerste watervoerende pakket is regionaal noordwestelijk gericht. Voor het gebied waarbinnen de onderzoekslocatie ligt, is sprake van voornamelijk kwel. De onderzoekslocatie valt binnen een grondwaterbeschermingsgebied. Verwachting ten aanzien van de bodemkwaliteit Tijdens de terreinverkenning is een toplaag van puin ter plaatse van de oprit (woning nummer 50) waargenomen. Op de locatie zijn verder geen aanvullende verdachte deellocaties waargenomen. Tevens zijn geen andere ophogingen, verzakkingen, brandplekken en/of asbestverdacht materiaal aangetroffen. 2.3.1. Bodemkwaliteitskaart Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid De bodemfunctieklasse van de locatie is Wonen. De boven- en ondergrond zijn gelegen in kwaliteitsklasse Wonen Heterogeen (bron: Interactieve bodemkwaliteitskaart Zuid-Holland Zuid 2015 via www.ozhz.nl). 2.3.2. Eerder uitgevoerde bodemonderzoeken Op de locatie is eerder een bodemonderzoek uitgevoerd, zie ook bijlage 7. De locatie is gelegen in de volgende onderzoekslocatie conform bodemkaart OZHZ: AA069300427 (bron: www.ozhz.nl). Het bodemrapport is opgevraagd en gemaild d.d. 17 december 2021 door OZHZ.
Hieronder de uitgevoerde bodemonderzoeken op de locatie, ter plaatse van woning nummer 49: - Verkennend bodemonderzoek Brandwijksedijk 49 te Brandwijk, opgesteld door Inpijn-Blokpoel, kenmerk MA-3538, d.d. 2 februari 2009. Het onderzoek is uitgevoerd vanwege de voorgenomen nieuwbouw van een woning. Op de locatie is een bovengrondse dieseltank in lekbak (schuur) en puinpaden aanwezig. De dieseltank is niet meegenomen in het onderzoek. Zintuiglijk is plaatselijk puin en slib waargenomen. De bovengrond is sterk tot matig verontreinigd met zink en/of barium. De overige grond is licht verontreinigd met diverse zware metalen en/of PAK. Het
Adromi B.V.
B202143
Pagina 9 van 22
Verkennend bodemonderzoek en asbest-in-grond onderzoek Brandwijksedijk 49 te Brandwijk
grondwater is licht verontreinigd met barium en zink. De verhoogde gehalten aan zware metalen en PAK aangetoond in de boven- en ondergrond, zijn waarschijnlijk deels gerelateerd aan de aanwezigheid van bodemvreemd materiaal (puin en/of slib). De conclusie is dat een nader onderzoek benodigd is. 2.3.3. Archeologie Regio Alblasserwaard en Vijfheerenlanden De onderzoekslocatie is gelegen in de lintbebouwing ten noordoosten van het centrum van Brandwijk. Uit de archeologische beleidskaart van de gemeente Alblasserwaard en Vijfheerenlanden is de onderzoekslocatie in de zone met een redelijke tot hoge archeologische verwachting gelegen (bron: Archeologische inventarisatie verwachtings- en beleidsadvieskaart Regio Alblasserwaard en Vijfheerenlanden, BAAC rapport V-08.0185 d.d. november 2009 en Provinciaal Cultuurhistorische Waardenkaart, via www.cultureelerfgoed.nl). 2.3.4. Explosieven Voor de onderzoekslocatie is geen kaart met niet-gesprongen conventionele explosieven beschikbaar. Financieel / juridisch Op de locatie hebben voor zover bekend geen calamiteiten plaatsgevonden. De kadastrale gegevens zijn opgenomen in bijlage 1. Conclusie en hypothese Het bodemonderzoek zal worden gebaseerd op de NEN 5740+A1 waarbij de gehele te onderzoeken locatie (circa 6.000 m2) als verdacht is aangemerkt, vanwege de resultaten van het eerder uitgevoerde bodemonderzoek op een deel van de locatie.
Hier is in de bovengrond een sterke tot matige verontreiniging met barium en/of zink aangetroffen. In hoofdstuk 3 wordt de onderzoeksstrategie van het verkennend bodemonderzoek verder beschreven. Tegelijkertijd met het verkennend bodemonderzoek is een asbest-in-grondonderzoek uitgevoerd. In hoofdstuk 5 wordt dit onderzoek verder beschreven.
Adromi B.V.
B202143
Pagina 10 van 22
Verkennend bodemonderzoek en asbest-in-grond onderzoek Brandwijksedijk 49 te Brandwijk
3.
Onderzoeksstrategie
Onderzoeksopzet De onderzoekslocatie heeft een totale aaneengesloten oppervlakte van circa 6.000 m2. Het onderzoek is gebaseerd op de NEN 5740+A1, strategie verdacht (VED-HE-NL). In tabel 2 zijn de te plaatsen boringen en uit te voeren chemische analyses weergegeven. Tabel 2: Onderzoeksstrategie verdacht (VED-HE-NL) Oppervlakte Veldwerkzaamheden locatie (boringen en peilbuis) tot 50 cm-in tot 200 boring met 5.000-7.000 m2 de verdachte cm-mv peilbuis laag Onderzoekslocatie 15 3 1 (6.000 m2)
Chemische analyses
grond (verdachte laag)
grondwater
3x NEN-pakket
1x NEN-pakket
De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd conform de BRL SIKB 2000 “Veldwerk milieuhygiënisch bodemen waterbodemonderzoek” en de daarbij horende protocollen 2001 en 2002. Het opgeboorde monstermateriaal van de grond is zintuiglijk beoordeeld (onder andere op kleur, bodemopbouw en bodemvreemde bijmengingen), beschreven en bemonsterd per 0,5 meter of per zintuiglijk gelijkwaardige laag. Het grondwater is minimaal 7 dagen na plaatsing van de peilbuizen bemonsterd en geanalyseerd. Tijdens het plaatsen van de peilbuizen en het bemonsteren van het grondwater is de grondwaterstand, de zuurgraad, de elektrische geleidbaarheid en de troebelheid gemeten. De chemische analyses van de grond en het grondwater zijn uitgevoerd door SGS Environmental Analytics B.V. te Rotterdam. Dit laboratorium is geaccrediteerd door de Raad voor Accreditatie conform ISO/IEC 17025:2005 onder nummer L028. Samenstelling pakketten en parameters: − Standaard NEN-pakket grond: Barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel, zink, som PCB, som OCB, som PAK, minerale olie, organische stof en lutumgehalte; −
Standaard NEN-pakket grondwater: Barium, cadmium, chroom, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel, zink, minerale olie, vluchtige aromatische koolwaterstoffen en vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen; naftaleen, antraceen, fenantreen, fluorantheen, benzo(a)antraceen, chryseen, benzo(a)pyreen, benzo(k)fluorantheen, benzo(ghi)peryleen, indeno(1,2,3-cd)pyreen;
Voor de beoordeling van de kwaliteit van de grond en het grondwater zijn de gemeten gehalten omgerekend naar de waarden voor standaardbodem (10% organische stof en 25% lutum), zoals is opgenomen in de Circulaire Bodemsanering 2013.
Adromi B.V.
B202143
Pagina 11 van 22
Verkennend bodemonderzoek en asbest-in-grond onderzoek Brandwijksedijk 49 te Brandwijk
4.
Resultaten
Veldwerk Het plaatsen van de boringen en peilbuis is uitgevoerd door de heer J. Brouwer op 20 december 2021. Het grondwater uit de peilbuis is door de heer M.G.G.W. Inge op 3 januari 2022 bemonsterd. De heren J. Brouwer en M.G.G.W. Inge zijn erkende en ervaren veldwerkers, welke jaarlijks worden geaudit. Alle werkzaamheden zijn conform de BRL 2000 en de daarbij behorende protocollen 2001 en 2002 uitgevoerd. In totaal zijn 19 boringen geplaatst (nummers 01 t/m 19 en 04A). Boring 10 is afgewerkt met een peilbuis. Boring 04A is extra geplaatst, in verband met de ligging van een voormalige dieselolietank in de noordoostpunt van de schuur schuin achter woning nummer 49. Aangezien inpandig een betonvloer aanwezig is, is de boring uitpandig geplaatst. Een overzichtstekening met de boringen en peilbuizen is weergegeven in bijlage 2. Grond De bodemopbouw ter plaatse van de onderzoekslocatie bestaat vanaf het maaiveld tot circa 50 cm-mv afwisselend uit matig zandig en humeuze klei en matig kleiig veen. Plaatselijk is naast de schuur matig grof en siltig zand waargenomen. De bodemopbouw vanaf circa 50 cm-mv tot de maximale boordiepte van 200 cm-mv bestaat uit een (kleiige/zandige) veenlaag. De zintuiglijk waargenomen bijzonderheden zijn opgenomen in tabel 3. De boorstaten zijn opgenomen in bijlage 3.
Tabel 3: Zintuiglijk waargenomen bijzonderheden Boring Diepte boring Traject Grondsoort (m -mv) (m -mv) 01 0,50 0,00 - 0,50 Klei 02 0,50 0,00 - 0,50 Klei 03 2,00 0,00 - 0,50 Klei 0,50 - 0,70 Klei 05 0,50 0,00 - 0,50 Klei 06 0,50 0,00 - 0,50 Klei
Waargenomen bijzonderheden sporen baksteen sporen baksteen sporen baksteen sporen baksteen zwak baksteenhoudend sporen baksteen
Tijdens de veldwerkzaamheden is zintuiglijk baksteen waargenomen. Een verkennend asbest-ingrondonderzoek is gelijktijdig met het bodemonderzoek uitgevoerd, mede gezien de toekomstige nieuwbouw van woningen. De resultaten van het verkennend asbest-in-grondonderzoek zijn opgenomen in hoofdstuk 5. Grondwater De zintuiglijke waarnemingen tijdens de grondwatermonstername en de resultaten van de veldmetingen van het grondwater staan weergegeven in tabel 4. Het betreft de grondwaterstand, de zuurgraad (pH), de elektrische geleidbaarheid (EC) en de troebelheid.
Adromi B.V.
B202143
Pagina 12 van 22
Verkennend bodemonderzoek en asbest-in-grond onderzoek Brandwijksedijk 49 te Brandwijk Tabel 4: Metingen grondwater Watermonster Filterdiepte Grondwaterstand (m -mv) (m -mv) 10-1-1 1,00 - 2,00 0,30
pH (-) 6,1
EC (µS/cm) 870
Troebelheid (NTU) 7
De gemeten pH, EC en NTU zijn normale waarden voor een natuurlijke situatie in deze omgeving. Laboratoriumonderzoek Het laboratoriumonderzoek is uitgevoerd conform de voorgestelde onderzoeksstrategie, zie tabel 2. Tevens is een extra grondmonster ingezet op de parameter minerale olie, ten behoeve van de voormalige bovengrondse dieseltank in de schuur. Het mengmonster mm5 is uitgesplitst en de individuele grondmonsters zijn extra ingezet op de parameter nikkel. Grond In het laboratorium zijn 5 grond(meng)monsters ingezet. Bij de samenstelling van de grondmonsters is gekeken naar de diepte van het bemonsteringstraject, de waargenomen bodemsoort en de zintuiglijk bodemvreemde bijmengingen. Tabel 5: Monsterselectie grond Analyse- Traject Deelmonsters monster (m -mv) mm1 0,00 - 0,50 01 (0,00 - 0,50) 02 (0,00 - 0,50) 03 (0,00 - 0,50) 05 (0,00 - 0,50) m2 0,07 - 0,50 04A (0,07 - 0,50) mm3 0,00 - 0,50 08 (0,00 - 0,50) 10 (0,00 - 0,50) 11 (0,00 - 0,50) 13 (0,00 - 0,50) mm4 0,50 - 1,00 10 (0,50 - 1,00) 14 (0,50 - 1,00) mm5 0,00 - 0,50 17 (0,00 - 0,50) 18 (0,00 - 0,50) m6 0,00 - 0,50 17 (0,00 - 0,50) m7 0,00 - 0,50 18 (0,00 - 0,50)
Analysepakket Standaardpakket incl. lu/os
Min.olie GC (C10-C40), Organisch stofgehalte (grond) 550 °C Standaardpakket incl. lu/os
Standaardpakket incl. lu/os Standaardpakket incl. lu/os Nikkel, Pakket lutum en organische stof Nikkel, Pakket lutum en organische stof
Grondwater In de volgende tabel zijn de analyses van het grondwater opgenomen. Tabel 6: Analyse grondwater AnalyseFilterdiepte (m -mv) monster 10-1-1 1,00 - 2,00
Adromi B.V.
Analysepakket Standaardpakket
B202143
Pagina 13 van 22
Verkennend bodemonderzoek en asbest-in-grond onderzoek Brandwijksedijk 49 te Brandwijk
4.2.1. Resultaten grond De geselecteerde grond(meng)monsters alsmede de toetsing Wbb van de analyseresultaten zijn weergegeven in tabel 7. De toetsing van de indicatieve klassebepaling van de grond (BBK) is tevens weergegeven. Tabel 7: Overschrijdingstabel grond Wbb en BBK AnalyseTraject > AW (+index) monster (m -mv) mm1 0,00 - 0,50 PCB (som 7) (-) PAK 10 VROM (-) m2 0,07 - 0,50 mm3 0,00 - 0,50 Nikkel (0,02) Molybdeen (0,01) Cadmium (0,02) Kwik (-) Lood (-) mm4 0,50 - 1,00 Nikkel (0,34) Molybdeen (0,01) mm5 0,00 - 0,50 Kobalt (0,06) Nikkel (0,58) Koper (0,11) Zink (0,11) Molybdeen (0,01) Kwik (-) Lood (0,04) m6 0,00 - 0,50 m7 0,00 - 0,50 > AW : > Achtergrondwaarde >I : > Interventiewaarde Index : (GSSD - AW) / (I - AW)
> I (+index)
BBK indicatief
-
Altijd toepasbaar
-
Altijd toepasbaar Klasse wonen
-
Klasse industrie
-
Klasse industrie
-
Altijd toepasbaar Altijd toepasbaar
De toetsingstabellen en analysecertificaten zijn opgenomen in respectievelijk bijlage 4 en bijlage 5. 4.2.2. Resultaten grondwater De analyseresultaten van het grondwater zijn samengevat in de volgende tabel. Tabel 8: Overschrijdingstabel grondwater Watermonster Filterdiepte > S (+index) (m -mv) 10-1-1 1,00 - 2,00 Barium (0,37) Xylenen (som) (0,01) Naftaleen (-) >S : > Streefwaarde >I : > Interventiewaarde Index : (GSSD - S) / (I - S)
> I (+index) -
De toetsingstabellen en analysecertificaten zijn opgenomen in respectievelijk bijlage 4 en bijlage 5.
Adromi B.V.
B202143
Pagina 14 van 22
Verkennend bodemonderzoek en asbest-in-grond onderzoek Brandwijksedijk 49 te Brandwijk
Bespreking resultaten Grond Uit de analyseresultaten blijkt dat in de met sporen/zwak baksteenhoudende kleilaag, ter plaatse van de woning nummer 49, (mm1: boring 01, 02, 03 en 05 van 0,00-0,50 m-mv) de gehalten PAK en PCB verhoogd boven de achtergrondwaarden worden aangetroffen. Uit de analyseresultaten blijkt dat in de zandlaag, naast de schuur waar de bovengrondse dieseltank was gesitueerd, (m2: boring 04A van 0,07-0,50 m-mv) het gehalte minerale olie niet verhoogd boven de achtergrondwaarde wordt aangetroffen. Uit de analyseresultaten blijkt dat in de kleiige veenlaag, ter plaatse van het braakliggende landje, (mm3: boring 08, 10, 11 en 13 van 0,00-0,50 m-mv) de gehalten cadmium, kwik, lood, nikkel en molybdeen verhoogd boven de achtergrondwaarden worden aangetroffen. Uit de analyseresultaten blijkt dat in de veenlaag van de ondergrond, ter plaatse van het braakliggende landje, (mm4: boring 10 en 14 van 0,50-1,00 m-mv) de gehalten nikkel en molybdeen verhoogd boven de achtergrondwaarde wordt aangetroffen. Uit de analyseresultaten blijkt dat in de zandige kleilaag, ter plaatse van de containers woning nummer 50, (mm5: boring 17 en 18 van 0,00-0,50 m-mv) het gehalte nikkel matig verhoogd en de gehalten kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen en zink verhoogd boven de achtergrondwaarden worden aangetroffen.
Het mengmonster is uitgesplitst en de individuele grondmonsters zijn extra ingezet op de parameter nikkel. Uit de analyseresultaten blijkt dat in de zandige kleilaag (m6: boring 17 en m7: boring 18 van 0,00-0,50 m-mv) het gehalte nikkel niet meer boven de achtergrondwaarde wordt aangetroffen. De toetsing van de indicatieve klassebepaling van de grond (BBK) is klasse ‘Wonen’ tot ‘Altijd Toepasbaar’. Grondwater In het grondwater ter plaatse van boring 10 zijn de gehalten barium, xylenen en naftaleen verhoogd boven de streefwaarden aangetoond. Overweging resultaten Om de mate van verontreiniging aan te geven wordt voor grond en grondwater een indexwaarde (index = (GSSD-AW) / (I-AW)) berekend. Indien de indexwaarde voor een parameter groter is dan 1,0 (interventiewaarde), is er sprake van een ernstige bodemverontreiniging. Indien de indexwaarde voor een parameter gelijk is aan of groter is dan 0,5 (helft van de interventiewaarde), bestaat er een vermoeden van ernstige bodemverontreiniging. In beide gevallen is dan nader onderzoek noodzakelijk. De gehalten in de grond en het grondwater overschrijden niet de interventiewaarden. Afwijkingen Onderhavig verkennend bodemonderzoek is gebaseerd op de normen NEN 5725 en NEN 5740+A1. In de volgende tabel zijn de afwijkingen en opmerkingen ten opzichte van de normen weergegeven. Adromi B.V.
B202143
Pagina 15 van 22
Verkennend bodemonderzoek en asbest-in-grond onderzoek Brandwijksedijk 49 te Brandwijk
Tabel 9: Afwijkingen op de normen Deel van het onderzoek Afwijkingen / opmerkingen Vooronderzoek Geen afwijkingen. Onderzoeksstrategie Gebaseerd op de NEN 5740/A1. Geen afwijkingen. Veldwerk Een extra boring 04A is geplaatst, dit is een verrijking, geen afwijking. Grondanalyses Voor mm1 is het resultaat voor PCB 28 mogelijk vals positief verhoogd door de aanwezigheid van PCB 31. Voor mm4 is de rapportagegrens verhoogd i.v.m. het lage gehalte aan droge stof. Voor m6 en m7 was na het nemen van deelmonsters ten behoeve van het bepalen van de bodemkenmerken (droge stof en eventueel organisch stof, lutum en pH-CaCl2), alsmede eventuele deelmonsters voor vluchtige verbindingen (BTEX, vluchtige halogenen, Cyanides), geen 140 gram meer over voor de monstervoorbehandeling voor de overige parameters. Daarom is minder dan 140 gram voorbehandeld voor deze parameters. Dit zijn opmerkingen, geen afwijkingen. Grondwaterbemonstering Geen afwijkingen. Grondwateranalyses Geen afwijkingen.
Adromi B.V.
B202143
Pagina 16 van 22
Verkennend bodemonderzoek en asbest-in-grond onderzoek Brandwijksedijk 49 te Brandwijk
5.
Resultaten verkennend asbest-in-grondonderzoek
Het verkennend bodemonderzoek is gecombineerd met het verkennend asbest-in-grondonderzoek conform de NEN 5707+C2. Onderzoeksstrategie Voor de uitvoering van het verkennend asbest-in-grondonderzoek is de onderzoeksstrategie gehanteerd zoals opgenomen in de NEN 5707+C2, hoofdstuk 6, paragraaf 6.4.5.: een verdachte locatie met een diffuse bodembelasting, heterogeen verdeeld. In de volgende tabel is de onderzoeksinspanning weergegeven. Tabel 10: Verkennend onderzoek asbest conform NEN 5707+C2:2017, §6.4.5. Oppervlakte Minimaal Gaten in de Gaten tot onderzijde locatie aantal te verdachte laag tot verdachte laag met inspecteren maximaal 50 cm een maximum van 2 5.000-7.000 m2 punten van meter het maaiveld Onderzoekslocatie 15 15 3 (6.000 m2)
Aantal te analyseren (meng)monsters per verdachte laag
3
Vooralsnog zal de gehele onderzoekslocatie visueel worden geïnspecteerd. Indien tijdens de visuele inspectie asbestverdacht monstermateriaal wordt aangetroffen, zal hiervan een asbest verzamelmonster worden genomen. Vervolgens worden minimaal 15 graafgaten gegraven, daar waar de ondiepe boringen van het verkennend bodemonderzoek zullen worden geplaatst. Per gat en per traject van maximaal 0,5 meter diep wordt de uitgegraven grond geïnspecteerd op de aanwezigheid van asbestverdacht materiaal. Van de zintuiglijk waargenomen verdachte bodemlaag worden (meng)monsters genomen. Indien in een graafgat asbestverdacht materiaal of een afwijkende puinlaag wordt aangetroffen, zal dit separaat bemonsterd en geanalyseerd worden. Uitgangspunt is dat (meng)monsters van de fractie <20 mm zullen worden geanalyseerd op asbest. Veldwerk Het veldwerk is in combinatie met het verkennend bodemonderzoek uitgevoerd door de heer J. Brouwer op 20 december 2021. De heer J. Brouwer is een gecertificeerd monsternemer voor de BRL 2000, protocol 2018 en wordt jaarlijks geaudit. Met behulp van een schep zijn ter plaatse van de onderzoekslocatie in totaal 15 gaten gegraven. De gegraven gaten van de schep hebben een breedte van 0,3 meter, een lengte van 0,3 meter en een diepte van 0,5 meter. Voor een laagbeschrijving van de gaten wordt verwezen naar bijlage 3.
Het materiaal uit de geboorde gaten is gezeefd met een zeefmaat van 20 mm. De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd volgens het protocol 2018, zoals vermeld op het formulier ‘verantwoording veldwerk’, zie bijlage 3.
Adromi B.V.
B202143
Pagina 17 van 22
Verkennend bodemonderzoek en asbest-in-grond onderzoek Brandwijksedijk 49 te Brandwijk
Maaiveldinspectie Het onderzoek bestaat uit het visueel inspecteren van de grond. De visuele inspectie kon niet conform de NEN 5707+C2 worden uitgevoerd in verband met de aanwezige verhardingen en vegetatie op de locatie. Er is visueel geen asbestverdacht materiaal op het maaiveld waargenomen. De inspectieefficiëntie van de toplaag is kleiner dan 25%. Laboratoriumonderzoek De gaten zijn tijdens het graven geïnspecteerd op de aanwezigheid van asbestverdacht materiaal. Op de locatie is puinhoudende grond waargenomen. Het materiaal uit de gaten is gezeefd op 20 mm. Van de gezeefde fractie (< 20 mm) van alle gaten zijn totaal 20 grepen van minimaal 0,50 kg genomen. Per mengmonster is gezorgd voor minimaal 10 kg. Een drietal monsters zijn op het laboratorium geanalyseerd. De vochtigheid van de grond varieert van 10-12%. De inspectie-efficiëntie van de gaten is vastgesteld op < 20%. Tabel 11: Monsterselectie asbest conform NEN 5707+C2 Analysemonster Traject Deelmonsters (cm -mv) ABMM01 0-50 01, 03, 04, 05 en 06
Analysepakket asbest
ABMM02
0-50
07, 09, 10, 12 en 14
asbest
ABMM03
0-50
17 en 18
asbest
De analysemonsters zijn afgegeven aan de koerier van het laboratorium SGS Environmental Analytics B.V. te Rotterdam. Deze monsteroverdracht is uitgevoerd op 21 december 2021. De monsteroverdracht is uitgevoerd conform NEN 5861. Het laboratorium is geaccrediteerd door de Raad van Accreditatie en staat geregistreerd onder nummer L028. De analysecertificaten zijn opgenomen in bijlage 5. Analyseresultaten fijne fractie (< 20 mm) bovengrond Tijdens het veldwerk zijn drie monsters van de fijne fractie (< 20 mm) van de bovengrond samengesteld, waarvan de meest relevante vier monsters zijn ingezet. Het monster ABMM01 heeft een massa in droge toestand van 12,41 kilogram, het monster ABMM02 heeft een massa in droge toestand van 11,55 kilogram en het monster ABMM03 heeft een massa in droge toestand van 8,10 kilogram. In de volgende tabel staan de bevindingen weergegeven. Tabel 12: Asbest in grond gaten bovengrond (fractie < 20 mm) Monster Laag Omschrijving Asbest (cm -mv)
Concentratie (mg/kg ds)
Hechtgebonden / niet hechtgebonden
ABMM01 ABMM02
0-50 0-50
< 20 mm < 20 mm
wel wel
24,54 112,95
ABMM03
0-50
< 20 mm
geen
<2
hechtgebonden Hechtgebonden en niet hechtgebonden n.v.t.
Adromi B.V.
B202143
Pagina 18 van 22
Verkennend bodemonderzoek en asbest-in-grond onderzoek Brandwijksedijk 49 te Brandwijk
Interpretatie van de resultaten Hieronder zijn de zintuiglijke en analytische resultaten van het asbest-in-grond onderzoek weergegeven: − Op het maaiveld en in de bodem is, voor zover mogelijk was, geen asbestverdacht materiaal waargenomen; − In de analysemonsters ABMM01 en ABMM02 van de bovengrond is asbest aangetoond. Het monster ABMM01 is ter plaatse van woning nummer 49 genomen. Totaal zijn 7 rode asbestplaatjes aangetoond. Het betreft hier hechtgebonden asbest, chrysotiel. Het monster ABMM02 is ter plaatse van het braakliggend landje genomen. Het betreft hier 27 plaatjes en 2 pakking. Het betreft hechtgebonden asbestplaatjes, met name chrysotiel en niet hechtgebonden asbestpakking, tevens chrysotiel. − In het analysemonsters ABMM03 van de bovengrond is geen asbest aangetoond. Dit monster is genomen ter plaatse van de containers woning nummer 50. Afwijkingen In de volgende tabel zijn eventuele afwijkingen van de norm NEN 5707+C2 opgenomen. Tabel 13: Afwijkingen op de norm Deel van het onderzoek Opmerking Onderzoeksstrategie
NEN 5707+C2:2017 paragraaf 6. De maaiveldinspectie-efficiëntie tijdens de veldwerkzaamheden is vastgesteld op kleiner dan 25%. Dit is een afwijking.
Veldwerk
Het veldwerk is uitgevoerd door een protocol 2018 gecertificeerde monsternemer. Geen afwijkingen. Voor ABMM03 geldt dat na droging minder dan de aangegeven minimale monsterhoeveelheid van 10 kg resteert. Dit is een afwijking.
Analyses
Adromi B.V.
B202143
Pagina 19 van 22
Verkennend bodemonderzoek en asbest-in-grond onderzoek Brandwijksedijk 49 te Brandwijk
6.
Conclusies en aanbevelingen
Van den Heuvel Ontwikkeling & Beheer B.V. heeft opdracht gegeven aan Adromi B.V. (hierna ook: Adromi) voor de uitvoering van een verkennend bodemonderzoek gebaseerd op de NEN 5740:2009+A1:2016 nl (hierna: NEN 5740+A1) in combinatie met een verkennend asbest-ingrondonderzoek conform de NEN 5707+C2:2017 nl (hierna: NEN 5707+C2), voor de locatie Brandwijksedijk 49 te Brandwijk. De aanleiding van het verkennend bodemonderzoek is de voorgenomen bestemmingswijziging (agrarisch naar wonen) alsmede de nieuwbouw van een tweetal woningen. Het doel van het verkennend bodemonderzoek in deze situatie is: − Vaststellen of de concentraties van de vermoede verontreinigende stof in de grond en het freatische grondwater boven respectievelijk de achtergrondwaarde en de streefwaarde worden aangetroffen (VED-HE-NL). De doelstelling van het verkennend asbest-in-grondonderzoek is: − Nagaan met een relatief geringe onderzoeksinspanning of de verdenking op verontreiniging van de bodem met asbest terecht is en (indien sprake is van de aanwezigheid van puin in de grond) een indicatieve uitspraak doen over het asbestgehalte in de bodem. Ook indien voor een locatie geen verdenking op de aanwezigheid van asbest bestaat, kunnen er situaties zijn waarin het gewenst is deze hypothese door onderzoek te bevestigen.
Conclusies Op basis van de resultaten van het verkennend onderzoek wordt het volgende geconcludeerd: − − − − −
− −
De bovengrond met sporen baksteen, ter plaatse van woning nummer 49, is licht verontreinigd met PAK en PCB; De bovengrond, naast de schuur waar de bovengrondse dieseltank was gesitueerd, is niet verontreinigd met minerale olie; De bovengrond, ter plaatse van het braakliggende landje waar een tweetal nieuwe woningen worden gesitueerd, is licht verontreinigd met cadmium, kwik, lood, nikkel en molybdeen; De ondergrond, ter plaatse van het braakliggende landje waar een tweetal nieuwe woningen worden gesitueerd, is licht verontreinigd met nikkel en molybdeen; De bovengrond, ter plaatse van de containers woning nummer 50, is matig verontreinigd met nikkel en licht verontreinigd met kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen en zink. Het mengmonster is uitgesplitst en de individuele grondmonsters zijn ingezet op de parameter nikkel. Uit de analyseresultaten blijkt dat er geen verhoogd gehalte nikkel meer boven de achtergrondwaarde wordt aangetoond; Het grondwater is licht verontreinigd met barium, xylenen en naftaleen; Op het braakliggend landje voor nieuwbouw van een tweetal woningen en bij de containers op het terrein van woning nummer 50 is asbest aangetoond.
Adromi B.V.
B202143
Pagina 20 van 22
Verkennend bodemonderzoek en asbest-in-grond onderzoek Brandwijksedijk 49 te Brandwijk
De hypothese verdacht wordt bevestigd vanwege het aantreffen van lichte verontreinigingen in de grond en het grondwater. De gehalten vormen geen belemmering voor de bestemmingswijziging alsmede de nieuwbouw op de locatie. Wel vormt de aangetroffen asbest, (rode) plaatjes en pakking, een belemmering voor de nieuwbouw van de tweetal woningen en de schuur bij woning nummer 50. Officieel is een nader onderzoek benodigd naar de aanwezigheid van asbest. Indien bij herinrichtingswerkzaamheden grond vrijkomt welke niet ter plaatse kan worden hergebruikt, gelden hiervoor restricties ten aanzien van het hergebruik. Aanbevelingen Geadviseerd wordt om onderhavige rapportage in het kader van de voorgenomen bestemmingsplanwijziging (agrarisch naar wonen) alsmede de nieuwbouw van een tweetal woningen voor te leggen aan het bevoegd gezag ter beoordeling.
Adromi B.V.
B202143
Pagina 21 van 22
Verkennend bodemonderzoek en asbest-in-grond onderzoek Brandwijksedijk 49 te Brandwijk
7. Referenties − −
− − − − −
−
NEN 5725:2017 nl, oktober 2017. Bodem, bodem- landbodem- strategie voor het uitvoeren van milieu hygiënisch vooronderzoek - [13.080.01;13.080.05]. NNI, Delft; NEN 5740:2009+A1:2016 nl, april 2016. Bodem, bodem- landbodem- strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem en grond-[13.080.05]. NNI, Delft; NEN 5707+C2, 2017. Bodem-Inspectie en monsterneming van asbest in bodem en partijen grond[13.080.01]. NNI, Delft; Circulaire Bodemsanering per 1 juli 2013, 27 juni 2013, Staatscourant 16675; Regeling bodemkwaliteit, Staatscourant nr. 247, 21 december 2007; Beoordelingsrichtlijn SIKB 2000 “Veldwerk milieuhygiënisch bodem- en waterbodemonderzoek”, Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodem-beheer, versie 6.0, d.d. 30 november 2018; Protocol 2001, “Plaatsen van handboringen en peilbuizen, maken van boorbeschrijvingen, nemen van grondmonsters en waterpassen”, Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodem-beheer, versie 3.2, d.d. 12 december 2013; Protocol 2002, “Het nemen van grondwatermonsters”, Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer, versie 4, d.d. 12 december 2013;
Adromi B.V.
B202143
Pagina 22 van 22
Verkennend bodemonderzoek en asbest-in-grond onderzoek Brandwijksedijk 49 te Brandwijk
BIJLAGE 1 Kadastrale gegevens
Adromi B.V.