Bijlage 3 Zwemvaardigheid 2018 (Mulier Instituut).pdf
Tekst van het document
Zwemvaardigheid 2018 Inzicht in het zwemdiplomabezit van kinderen en volwassenen Corry Floor (Mulier Instituut) & Annet Tiessen-Raaphorst (SCP)
Factsheet 2019/19
Figuur 1. Zwemdiplomabezit en deelname aan zwemles kinderen naar leeftijd (6-16 jaar), optelling 2012-2018 (in procenten) 100%
100 11
80%
60%
17 31
33
26
12
36
32
37
33
35
49
80
60
47
Het A-, B- en C-diploma Het A- en B-diploma
49
40%
51
39
49
45
52
51
43
46
Alleen het A-diploma
39 40
37
16
Geen Zwemles
20%
20 21
0% 6
7
13
13
12
11
7
6
3
5
8
9
10
11
11 1 12
22
15
16
16
2 13
3
5
4
14
15
16
0
Leeftijd Bron: SCP/CBS (Vrijetijdsomnibus), 2012-2018.
Voor de meeste kinderen in Nederland is het normaal om een zwemdiploma te halen. Een groep kinderen heeft echter een kleinere kans op een zwemdiploma. Sinds 2012 monitoren het Mulier Instituut en het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) de stand van zaken aangaande het zwemdiplomabezit van kinderen in Nederland. In dit nieuwe factsheet worden de ontwikkelingen over de periode 2012-2018 op basis van de Vrijetijdsomnibus (VTO) gepresenteerd. Sinds 2016 is er veel aandacht geweest voor de zwemdiploma’s. De Nationale Raad Zwemveiligheid (NRZ) heeft eind 2017 de Nationale Norm Zwemveiligheid geintroduceerd, waarin is bepaald dat zwemdiploma A en B tussenstappen zijn tot het behalen van zwemdiploma C (de norm). Bij het behalen van het C-diploma hebben kinderen vaardigheden laten zien om veilig te kunnen zwemmen in een zwembad met attracties en buitenwater zonder stroming of grote golfslag. Vergelijking tussen leeftijden Het bezitten van één of meerdere zwemdiploma’s neemt toe als kinderen ouder worden (figuur 1). Een logische
Neem voor meer informatie contact op met: Corry Floor Mulier Instituut | T 030-7210220 | info@mulierinsituut.nl | www.mulierinstituut.nl
duiding is dat bij de jongste kinderen een groot deel recent begonnen is met zwemles. Van de zesjarigen zit twee derde op zwemles en heeft de helft nog geen diploma. Bij de achtjarigen is dit al sterk verschoven en na het twaalfde jaar hebben bijna alle kinderen minimaal een A-diploma en is de zwemles afgerond. Opvallend is dat het percentage jongeren met alleen het A-diploma bij de twaalfjarigen lager is dan bij de zestienjarigen en het aandeel met zowel A- als B-diploma groter is. Dit zou erop kunnen duiden dat in de afgelopen jaren meer kinderen dan voorheen meerdere zwemdiploma’s halen. Deze cijfers over het zwemdiplomabezit van kinderen sluiten aan bij de gegevens die zijn verzameld over zwemvaardigheid van (jong)volwassenen in het Nationaal Sportonderzoek 2018. Bij (jong)volwassenen is een duidelijk verschil te zien tussen generaties. In dit onderzoek geeft 97 procent van de 15-19-jarigen aan een A-diploma te bezitten, bij de 20-54-jarigen daalt dit naar 90 procent. Van de 65-79-jarigen heeft ongeveer 60 procent een A-diploma (of gelijkwaardig), maar de tijd waarin zij opgroeiden is wat betreft het aantal (binnen)zwembaden nauwelijks te vergelijken met de huidige situatie.
Sportonderzoek voor beleid en samenleving
Figuur 2. Vergelijking in zwemdiplomabezit voor 6-10-jarigen en 11-16-jarigen tussen 2012 en 2018 (in procenten)
6-10 jarigen
11-16 jarigen
90
Bezit het A-diploma
77
Bezit zowel A- als Bdiploma
2018
62
2012
33
Bezit zowel A- en B- als Cdiploma
20
97
84
Bezit zowel A- als Bdiploma
40
60
80
100
2018
84
2012
37
Bezit zowel A- en B- als C-diploma
23 0
96
Bezit het A-diploma
74
36 0
20
40
60
80
100
Bron: SCP/CBS (Vrijetijdsomnibus), 2012-2018.
Vergelijking door de tijd Figuur 1 is een optelling van metingen van verschillende jaren. In figuur 2 worden de ontwikkelingen in de periode 2012-2018 met elkaar vergeleken voor twee leeftijdsgroepen. Hieruit blijkt dat vooral de 6-10-jarigen in 2018 vaker het volledige zwem-ABC doorlopen: in 2012 had 23 procent alle diploma’s behaald, in 2018 is dit 33 procent. Uit de analyses blijkt dat vooral de 6-7-jarigen in 2018 vaker het hele zwem-ABC doorlopen hebben dan in 2012 en dus wellicht al op jongere leeftijd beginnen met zwemles.
voorspellende factor. De verschillen die te zien zijn voor kinderen met ouders met een niet-westerse migratieachtergrond of kinderen in stedelijke gebieden zijn mede te verklaren doordat deze groep vaak ouders heeft met een laag inkomen.
Van alle kinderen die de basisschool verlaten (11-16 jarigen), is een derde in het bezit van het volledige zwemABC. Ongeveer vijf op de zes kinderen hebben zowel het A- als B-diploma. In 2018 heeft 4 procent van de kinderen in de leeftijd 11-16 jaar geen zwemdiploma, dit verschilt niet van 2012.
Conclusie Jonge kinderen zijn vaak nog bezig met zwemles, waardoor het diplomabezit in deze groep lager is. Weinig kinderen zitten na hun twaalfde verjaardag nog op zwemles. De belangrijkste voorspellende factor voor het behalen van het B- en C-diploma is inkomen. Kinderen uit een gezin met een laag inkomen halen minder vaak het Ben het C-diploma dan kinderen uit gezinnen met een hoger inkomen.
De cijfers uit 2018 laten zien dat van alle kinderen met het A-diploma, 13 procent het A-diploma via het schoolzwemmen heeft behaald. Verschil in inkomen/herkomst/stedelijkheid Het zwemdiplomabezit is niet voor alle kinderen in Nederland gelijk (tabel 1). Een laag inkomen, nietwesterse migratieachtergrond en wonen in een grote stad is gerelateerd aan een kleinere kans op een of meerdere zwemdiploma’s. Vooral een laag inkomen is een
Het belangrijkste verschil is te zien in het behalen van vervolgdiploma’s. De kinderen uit gezinnen met een laag inkomen hebben vaker alleen het A-diploma dan kinderen uit gezinnen met een hoger inkomen, die vaker doorgaan voor de vervolgdiploma’s B en C.
In 2018 hebben meer 6-10-jarigen het hele zwem-ABC doorlopen dan in 2012. In combinatie met de toegenomen aandacht voor het zwem-ABC sinds 2016 is de verwachting dat ook in de oudere groep de komende jaren een stijging in het bezit van diploma A, B en C te zien zal zijn. In 2018 bezit ruim een derde van de kinderen in
Sportonderzoek voor beleid en samenleving
Tabel 1. 3
15
44
38
4
15
48
33
6
23
44
27
2
12
50
37
2
9
43
47
1
13
49
37
5
6
59
30
11
23
30
31
11
23
31
35
4
22
44
30
2
13
49
37
De inkomensgrenzen zijn gebaseerd op het niet-veel-maar-toereikendbudget van het SCP. Laag: < budget, midden: 1-2 keer budget, hoog: > 2 keer budget (https://digitaal.scp.nl/armoedeinkaart2019/waar-ligt-de-armoedegrens). Bron: SCP/CBS (Vrijetijdsomnibus), 2012-2018.
Nederland het volledige zwem-ABC en voldoet daarmee aan de Nationale Norm Zwemveiligheid. Methode De cijfers over de zwemvaardigheid van kinderen zijn afkomstig uit de Vrijetijdsomnibus (VTO) van het SCP en het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Voor de steekproef wordt gebruikgemaakt van de gemeentelijke basisadministratie. In 2012 namen 526 respondenten in de leeftijd 6-16 jaar deel aan het onderzoek, in 2014 waren dat 464 respondenten, in 2016 476 respondenten en in 2018 559 respondenten. De gepresenteerde cijfers over de periode 2012-2016 hebben een herweging ondergaan en wijken daardoor licht af van eerder onderzoek. Voor meer informatie zie Verantwoording benaderingsstrategie en weging VTO 2018.
NL Zwemveilig Deze publicatie maakt onderdeel uit van het project NL Zwemveilig. NL Zwemveilig richt zich op het verzamelen van bestaande en nieuwe kennis over leren zwemmen om de zwemveiligheid van de Nederlandse bevolking op een zo hoog mogelijk niveau te krijgen. NL Zwemveilig wordt namens de zwembranche gecoördineerd door Nationale Raad Zwemveiligheid en wordt ondersteund door het ministerie van VWS.
De cijfers over volwassenen zijn afkomstig uit het Nationaal Sportonderzoek (NSO) van het najaar 2018. In totaal zijn 3.097 respondenten ondervraagd in de leeftijd 15-79 jaar.
Het Mulier Instituut is een onafhankelijke en landelijk opererende stichting, gericht op de bevordering en uitvoering van sportonderzoek voor beleid en samenleving.