CConstaterende datMolenlanden
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3 Beschrijving basisvoorziening

Raadsvergadering 20 april 2021, gemeente MolenlandenBij agendapunt: Vastgoed-, Accommodatie- en Tarievenbeleid14.224 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Als een 'topwedstrijdverlichting' wenselijk is, bijvoorbeeld op het hoogste amateurvoetbalniveau met grote aantallen toeschouwers en eventueel tv, wordt aanbevolen uit te gaan van een lichtinstallatie met een gebruikswaarde van tenminste 300 lux (nieuwwaarde 375 lux). Door verbeterde lampen met een hogere lichtopbrengst en speciale schijnwerpers te gebruiken, kan tegenwoordig met hetzelfde aantal lampen per veld een hogere lichtintensiteit worden gerealiseerd. Lichthinder Ter voorkoming van lichthinder wordt geadviseerd schijnwerpers toe te passen waarbij de instellingshoek ten opzichte van de mast is aangepast. Bij moderne schijnwerpers staat het lichtvenster vrijwel evenwijdig aan het maaiveld. Ook kan een aangepaste (hogere) lichtpunthoogte de lichthinder worden terug gebracht. Voor meer informatie over lichthinder wordt verwezen naar de NSVV-publicatie 'Algemene richtlijnen betreffende lichthinder'. Voor het plaatsen van lichtmasten is toestemming van de gemeente nodig. Soms is ook een omgevingsvergunning vereist, In dit kader kunnen vanuit de milieuwetgeving aanvullende eisen worden gesteld ten aanzien van de lengte van de masten, evenals de tijden waarop de verlichting ingeschakeld mag zijn (zie Wet Milieubeheer). Om de eigendomsverhoudingen goed te regelen, kan het nodig zijn een recht van opstal te vestigen.

Hoogspanningslijnen en masten voor mobiele telefonie Aanbeveling De KNVB is van mening dat onder hoogspanningsleidingen geen sportvelden behoren te liggen. Hoogspanningslijnen

Bij de aanleg van velden of bij de reconstructie van een bestaand sportpark, is het verstandig om de aanwezigheid van bovengrondse hoogspanningsleidingen in ogenschouw te nemen. Alhoewel schadelijke gevolgen voor de gezondheid ten gevolge van de elektromagnetische velden rond de kabels nooit zijn bewezen, acht de overheid het niet gewenst nieuwe huizen en scholen onder hoogspanningslijnen te bouwen. Dit is in 2007 bevestigd door een uitspraak van de Raad van State. Deze uitspraak betekent niet zonder meer dat blootstelling aan straling het realiseren, verplaatsen of uitbreiden van een sportaccommodatie onmogelijk maakt omdat dit de volksgezondheid in het geding zou brengen. Maar bij de planvorming dient dit aspect wel een duidelijke rol te spelen en moet er een serieuze afweging wordt gemaakt of er sprake kan zijn van blootstelling aan schadelijke straling. Daarnaast spelen er nog praktische aspecten. Zo claimt de netbeheerder van de hoogspanningsleiding vrije toegang tot de grond onder de leiding, in verband met onderhoud. Bij ijzel kunnen brokken ijs naar beneden vallen, al zal onder die omstandigheden al snel sprake zijn van afgelasting. Verder geldt bij het plaatsen van gebouwen, ballenvangers en lichtmasten in de nabijheid van hoogspanningslijnen een verplichte minimale afstand. Deze bedraagt al gauw 10 meter, afhankelijk van het voltage van de leiding.

De beheerder van het leidingnetwerk of de energieleverancier kan hierover nader informeren. Masten voor mobiele telefonie De KNVB heeft geen specifieke regelgeving over hoe om te gaan met GSM- en UMTS-masten op een sportpark. In beginsel is er geen bezwaar tegen plaatsing, mits de masten te allen tijde meer dan 4 meter uit een speelveld staan. Wel moet met een aantal praktische aspecten rekening worden gehouden: Bij GSM-masten behoren veelal ook kasten met apparatuur. Het gaat dus om méér ruimte dan alleen die voor het plaatsen van eentransport Zwaar simpele en mast. vaak een kraanwagen bij het plaatsen kunnen schade toebrengen aan het veld (diepe sporen) en/of de Er is regelmatig controle en onderhoud nodig, waarvoor de eigenaar van de masten vrije toegang tot het sportpark verlangt. verharding. Voor dit doel dienen de masten met de auto bereikbaar te zijn. Een combinatie van deze masten met lichtmasten is mogelijk, afhankelijk van de sterkte van de mast en de situering ervan. Voor het plaatsen van GSM-masten is een (omgevings)vergunning nodig van de gemeente. Stralingsgevaar Uit epidemiologische onderzoeken blijkt vooralsnog onvoldoende dat de aanwezigheid van GSM-masten stralingsgevaar en een verhoogd ziekterisico met zich meebrengen. Rond de masten is wel sprake van een elektromagnetisch veld waarvoor sommige mensen gevoelig kunnen zijn.

In de VROM-notitie 'Nuchter omgaan met risico's' uit 2004 staat: “Het recente TNOonderzoek geeft op dit moment geen aanleiding om aanvullende beperkende maatregelen ten aanzien van de activiteit (het plaatsen en gebruiken van basisstations) te nemen...”. Voor nadere informatie zie ook www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/antennes/documenten-en-publicaties. Situering Velden Aanbevelingen Situering ten opzichte van zon en wind Voor een hoofdveld is de meest gunstige situering die waarbij de lengteas globaal 15° ten westen van de noord-zuidlijn ligt. Dit in verband met de lage middagstand van de zon in de wintermaanden. Het voornemen om een tribune bij een hoofdveld te plaatsen, kan verder een belangrijke reden zijn voor de situering van het veld. In Nederland is de overheersende wind- en buienrichting westzuidwest. Een (hoofd)tribune wordt daarom bij voorkeur aan de westzuidwest-zijde van het veld gesitueerd. Situering ten opzichte van kleedgelegenheid In het algemeen wordt aanbevolen de kleed-clubaccommodatie centraal ten opzichte van de velden te situeren, met een afstand van de kleedgelegenheid tot het hoofdveld van maximaal 50 meter. Bij topamateuraccommodaties wordt ten behoeve van de veiligheid van spelers en arbiters aanbevolen de kleedgelegenheid aan het speelveld te laten grenzen.

Voor de overige speelvelden moet een maximale loopafstand van 150 meter worden aangehouden. Trainingsvelden zijn, met het oog op het dagelijks gebruik, bij voorkeur in de directe nabijheid van de kleedgelegenheid gelegen. Dit bespaart tevens op de terreinverlichting en de kabelafstand voor de veldverlichting. Situering ten opzichte van andere velden Bij velden die haaks en kort op elkaar worden gesitueerd, moet rekening worden gehouden met hinderlijke spelbeïnvloeding en mogelijke gevaarlijke situaties. Hetzelfde geldt voor twee velden in elkaars verlengde en (zeer) kort achter elkaar. Afhankelijk van de situatie moeten er dan ten minste voldoende brede ballenvangers worden geplaatst. Situering ten opzichte van hoogspanningslijnen Hoewel de meningen daarover niet eensluidend zijn, is de KNVB van mening dat mede om praktische redenen onder hoogspanningsleidingen geen sportvelden moeten worden gesitueerd. Situering ten opzichte van woningen Het komt steeds vaker voor dat in de (zeer) directe omgeving van een sportpark woningen worden gebouwd. Om problemen met de milieunormen met betrekking tot licht, geluid en afgevoerde lucht te vermijden, wordt aanbevolen rondom een strook ter breedte van 50 meter vrij te houden van bebouwing. Dit is overeenkomstig de aanbeveling van VNG en wordt tevens door de KNVB onderschreven.

Verenigingen dienen nauwlettend (herziening van) bestemmingsplanprocedures en het verlenen van bouwvergunning(en) in de gaten te houden en gebruik te maken van de mogelijkheden om in te spreken, zienswijze kenbaar te maken en bezwaar aan te tekenen, teneinde het gebruik op korte en vooral ook op lange termijn veilig te stellen. Met betrekking tot aansprakelijkheidskwesties op en rond een sportpark is de KNVB van mening dat de eigenaar/verhuurder van een sportcomplex voldoende en adequate maatregelen moet treffen om voor de huurder een veilig sportgebruik te kunnen garanderen. Het is de eigenaar/verhuurder die de locatie, situering en omgeving van een sportpark bepaalt en het complex inricht. Een voetbalvereniging/huurder heeft hierop doorgaans weinig invloed. De eigenaar/verhuurder behoort ook de omgeving (bewoners van omliggende bebouwing, enzovoort) van een sportpark te vrijwaren van hinder of gevaar mogelijk veroorzaakt door sportgebruik. Als op een bepaalde locatie standaardoplossingen op dit vlak niet volstaan, moeten aanvullende voorzieningen worden getroffen. Wedstrijdvelden Regels Het speeloppervlak moet bestaan uit natuurgras of kunstgras. De uitloopstroken behoren tot het speelveld en moeten aan dezelfde eisen voldoen.

In/op het speeloppervlak mogen zich nooit spelvreemde elementen bevinden die gevaar kunnen opleveren voor de Het speeloppervlak mag alleen voorzien zijn van lijnen zoals in de Spelregels zijn beschreven. gebruikers. In het speelveld mogen geen vaste reclame-uitingen, namen, emblemen of logo's zichtbaar zijn. Natuurgras De grasmat moet voldoende gesloten zijn en steeds voldoende kort gemaaid. De gewenste graslengte is 3 à 5 centimeter. De maaihoogte en het tijdstip van maaien dient hieraan te worden aangepast. Het speeloppervlak moet egaal (vlak) zijn en mag geen scherpe overgangen bezitten. De maximale toegestane 'egale afwijking' is 20 millimeter. In de lengterichting is, bij een volledig veld van 100 meter, een helling van maximaal 40 centimeter toegestaan. In de breedterichting is een eenzijdig afschot van 20 centimeter nog geoorloofd, of een 'dakprofiel' van maximaal 15 centimeter. Het afschot moet steeds vloeiend in één lijn of via een tonrondte verlopen. Daarnaast moet het speelveld goed zijn ontwaterd. Na kleine neerslaghoeveelheden (tot 5 millimeter in twee uur) moet een speelveld binnen dertig minuten bespeelbaar zijn; Na grotere hoeveelheden neerslag (tot 15 millimeter in 12 uur) geldt eveneens een termijn van 30 minuten. De toplaag moet zowel onder droge als natte omstandigheden voldoende stabiel zijn.

Alle eigenschappen van het speelveld behoren uniform aanwezig te zijn. Aan het einde van het seizoen dient minimaal 60 procent van het totaaloppervlak nog aan de gestelde eisen te voldoen. De KNVB onderschrijft de normen voor (wedstrijd)grasvelden zoals vastgelegd in: NOCNSF-KNVB2 d.d. maart 2003 (grasvelden);

NOCNSF-KNVB2-15.1 d.d. maart 2012 (Wetravelden). Kunstgras Het gebruik van kunstgras in het amateurvoetbal is voor alle categorieën, competities en klassen in het amateurvoetbal toegestaan. De hoofdregels zijn: Kunstgrasvelden kunnen alleen voor officiële KNVB-wedstrijden worden gebruikt als deze zijn voorzien van een geldig Voor dit keuringscertificaat moet de totale constructie voldoen aan de norm voor voetbal, zoals aangegeven in normblad keuringscertificaat. NOCNSF/KNVB2-15 (met daarin opgenomen de FIFA-vereisten voor de bovenbouw en de NOC*NSFconstructie-vereisten voor de onderbouw), de 'Spelregels veldvoetbal' en relevante bepalingen uit het Reglement Wedstrijden Amateur Veldvoetbal, het Bewaarnummer en andere door uitgegeven aanbevelingen en richtlijnen. De houder/gebruiker van een kunstgrasveld dient,de naKNVB afgifte van het certificaat, periodiek te kunnen aantonen dat het behoud van de sporttechnische eigenschappen voldoende is gewaarborgd en dat er te allen tijde sprake is van een veilig en verantwoord gebruik. Dit kan worden aangetoond via een keuring op de gebruiksnorm (NOCNSF-KNVB2-18).

Voor gecertificeerde kunstgrasvelden na 1 juli 2010, geldt de verplichting dat deze in het achtste speelseizoen na certificering (evenals in het tiende en het twaalfde speelseizoen, en navolgende termijnen, afhankelijk van de resultaten) gekeurd moeten worden op het voldoen de gebruiksnorm, door een NOC*NSF/KNVB geaccrediteerd keuringsinstituut. Voorwaarde om KNVB-competitiewedstrijden te kunnen blijven spelen op het betreffende veld is dat de gemeten waarden binnen de marges van de gebruiksnorm vallen. De resultaten van de betreffende keuringen moeten in de vorm van een kopie van de rapportage van de keuring aan de KNVB worden overhandigd. Aanbevolen wordt het kunstgrasveld regelmatig te monitoren en te laten keuren om voldongen feiten te voorkomen. Aandachtspunten Het blijkt niet altijd mogelijk om voor de ingebruikname van een nieuw kunstgrasveld de keuringsprocedure volledig af te ronden. Zo willen sommige leveranciers/aannemers graag dat het veld enige tijd wordt ingespeeld vóór de eindkeuring plaatsheeft. Verder zijn er regelmatig (kleine) tekortkomingen die weliswaar ingebruikname niet in de weg staan, maar wel de administratieve afhandeling ophouden. De volgende handelwijze is, daar waar van toepassing, door de KNVB verplicht gesteld: KNVB-wedstrijden kunnen op kunstgras plaatsvinden als minimaal de voorloopkeuring met goed gevolg is afgerond.

Het erkende keuringsinstituut behoort dit per e-mail of telefonisch direct na afloop van deze keuring door te geven aan de KNVB. De administratieve afhandeling mag (iets) later. De KNVB informeert vervolgens de vereniging per e-mail, waarna de administratieve afhandeling volgt. Het initiatief en de verantwoordelijkheid om de bond over een en ander tijdig te informeren, ligt in eerste instantie vereniging. Een voorloopkeuring vervangt niet bij dede keuring op de norm voor voetbal, maar biedt slechts enige flexibiliteit bij 'nog niet volledig' gekeurde velden. Een voorloopkeuring kan tot 1 maart van het betreffende speelseizoen. Daarna dient het veld, om KNVBcompetitiewedstrijden op te mogen spelen, 'volledig' te voldoen aan de norm voor voetbal. Een voorloopkeuring brengt extra kosten met zich mee. Bemiddeling Voor eventuele problemen met de keuring wordt aanbevolen direct contact te zoeken met de KNVB, die mogelijk kan bemiddelen. Dit kan met de afdeling Ondersteuning Clubbesturen van het betreffende speeldistrict of rechtstreeks met de afdeling accommodatiezaken van de KNVB in Zeist. De keuringsprocedure voor kunstgrasvelden kan versneld plaatsvinden als de KNVB en/of het keuringsinstituut vooraf bekend is/zijn met de situatie. Onderhoud Het is verstandig om bij de keuze van het kunstgrasveld rekening te houden met het volgende.

De meeste 'sport-functionele' eigenschappen van het veld lopen, ondanks goed onderhoud, in de loop van de tijd in waarde terug en zijn zelden weer op niveau te brengen. Het is daarom van groot belang om bij een nieuw veld te zorgen voor voldoende 'overwaarde' en vanaf het begin zorg te dragen voor goed en gedegen onderhoud. Aanbevolen wordt het kunstgrasveld regelmatig te keuren en dit te monitoren, om tijdig te kunnen sturen op onderhoud en levensduur. Door de KNVB worden geen beperkende bepalingen voor het gebruik van schoeisel op kunstgrasvelden opgelegd, mits wordt voldaan aan de gestelde eisen in de 'Spelregels veldvoetbal'. In de praktijk is gebleken dat de spelers het voetballen op schoenen met een rubberen zool met vaste noppen, als het meest prettig ervaren. Trainingsvelden

Aanbevelingen Afmetingen Een trainingsveld heeft bij voorkeur de afmetingen van een wedstrijdveld. Dit om: wedstrijdsituaties volledig te kunnen nabootsen; tactische en technische trainingen goed tot hun recht te kunnen laten komen; het gebruik beter te kunnen spreiden en zo kwetsbare gebieden te mijden; onderlinge wedstrijdjes en oefenwedstrijden te kunnen spelen; meerdere groepen gelijktijdig te kunnen laten trainen. Speeloppervlak De speeleigenschappen dienen zoveel mogelijk overeen te komen met die van een wedstrijdveld. Dit houdt onder andere in: een vlak, stevig en stroef oppervlak; een uitstekende ontwatering (waterberging, waterdoorlatendheid, waterafvoer); geen scherpe delen aan het oppervlak; de mogelijkheid tot intensief gebruik, óók onder minder gunstige bodem- en weersomstandigheden; het behoud van speeleigenschappen bij intensief gebruik; gemakkelijk te onderhouden; zo mogelijk begroeid met gras. N.b.: vanwege het aanmerkelijk intensievere gebruik van trainingsvelden, zijn de eisen die aan opbouw en onderhoud van een trainingsveld worden gesteld zwaarder dan bij een wedstrijdveld. (Half)harde speeloppervlakken (gravelvelden) De KNVB acht toepassing van halfharde en harde speeloppervlakken voor trainingsdoeleinden niet wenselijk. Dit vanwege speltechnische en mogelijk medische implicaties als gevolg van het gebruik van deze speeloppervlakken.

Bovendien zijn er op deze velden eerder materiaal- en onderhoudtechnische problemen, waardoor voortdurend gericht en zorgvuldig onderhoud nodig is. Wetravelden Wetravelden zijn primair wedstrijdvelden waarop slechts in gedoseerde mate trainingen mogelijk zijn, waarbij de wedstrijdwaardigheid te allen tijde gewaarborgd moet zijn. Het trainingsgebruik mag daarom niet de overhand krijgen. Overbespeling of gebruik onder ongunstige weers- en terreinomstandigheden kunnen verder leiden tot verlies van eigenschappen en aantasting van de constructie. Overigens zijn niet alle Wetra-constructies geschikt voor (specifiek) Kunstgrasvelden trainingsgebruik. Kunstrasvelden zijn in principe onbeperkt bespeelbaar en derhalve goed inzetbaar als wedstrijd- én als trainingsveld. Voorwaarde is wel dat de veiligheid en bespeelbaarheid (ofwel de sporttechnische eigenschappen) voldoende gewaarborgd zijn. Een erkend keuringsinstituut kan voor de vereniging een meting uitvoeren op de gebruiksnorm. Inrichting De ideale inrichting van een trainingsveld bestaat uit: twee vaste doelen (op de vaste plaatsen) met ballenvangers; extra ballenvangers (aan de lange zijden) voor elke speelhelft; voldoende verplaatsbare doelen van verschillend formaat; trainingsveldverlichting; rondom het veld een lage afscheiding met gaaswerk/staafmatten als lage 'ballenvanger'.

Kleedgelegenheid / Clubgebouw Regels Elke bij de KNVB aangesloten vereniging is verplicht om (een) terrein(en) met, in de onmiddellijke nabijheid, voldoende kleedgelegenheid te hebben. Deze moeten voldoen aan de door het bestuur (KNVB) gestelde eisen. Per wedstrijd moeten afzonderlijke kleed/wasruimten beschikbaar zijn. Voor bezoekende teams moet er een afsluitbare kleed/wasruimte zijn, of een afsluitbare (kast)ruimte waarin zij kleding en waardevolle spullen kunnen opbergen. In de kleedkamer of de directe nabijheid daarvan moeten voldoende toiletvoorzieningen zijn. De scheidsrechter(s) en eventuele neutrale assistent-scheidsrechters behoren de beschikking te hebben over voldoende en afzonderlijke kleed-, was- en toiletgelegenheid. De kleedruimte moet qua inrichting, afmetingen en uitvoering voldoen aan de richtlijnen. De kleedgelegenheid moet altijd 'medisch/hygiënisch verantwoord' schoon zijn. Parkeergelegenheid Auto's, maar ook de verschillende soorten tweewielers en soms zelfs touringcars behoren op of bij de accommodatie in voldoende mate een geschikte plek te kunnen vinden. Aanbevelingen De KNVB stelt geen kwantitatieve eisen aan de parkeergelegenheid van een vereniging, maar vindt uiteraard wel dat deze moet voldoen aan de behoeften van de bezoekers.

Informatie over parkeernormen zijn te vinden in de CROW-publicatie 'Parkeerkerncijfers' en bij de ASVV (Aanbevelingen voor verkeersvoorzieningen binnen de bebouwde kom). De noodzaak om een auto te gebruiken is afhankelijk van de: afstand tussen woning en sportpark; bereikbaarheid per openbaar vervoer; ontsluiting voor fietsers en bromfietsers; verkeersveiligheid en sociale veiligheid van de route; aanwezigheid van goede stallingmogelijkheden. Als bij de locatiekeuze en inrichting van een sportpark met deze factoren rekening gehouden kan worden, biedt dit mogelijkheden autoverkeer en de noodzaak van parkeerruimte te beperken. Bij het bepalen van het aantal benodigde parkeerplaatsen voor een nieuw sportpark kan een goede inventarisatie een praktisch hulpmiddel zijn. Een goede inventarisatie omvat de volgende informatie.

aantal parkeerplaatsen in de oude situatie (op parkeerterrein bij sportpark, in bermen, in straten, op bedrijfsterreinen en bij frequentie knelpunten (wekelijks of twee keer per jaar); kantoren); aantal toeschouwers (gemiddeld en piekbezoek); aantal eigen leden dat met de auto komt (wedstrijden en training); mogelijkheden tot medegebruik in nieuwe situatie (scholen, bedrijven, kantoren, winkelcentra, enzovoort); overlast bij piekbelasting voor omgeving in nieuwe situatie; tijdelijke parkeermogelijkheden bij piekbelasting (pleinen, grasstroken, semi-verharde terreinen); dubbel gebruik voor andere activiteiten (andere sport, kermis, stallen vrachtauto's, enzovoort). Tweewielers Fietsen, bromfietsen en scooters moeten nabij het clubgebouw kunnen worden gestald, zodat visueel en sociaal toezicht mogelijk is. Bij voorkeur wordt de stallingruimte binnen het sportpark gesitueerd. Er moeten voldoende klemmen, rekken of beugels worden aangebracht, opdat fietsen geordend kunnen worden gestald en op slot gezet/ vastgezet. Voor bromfietsen en scooters moet rekening worden gehouden met een aparte verharde ruimte.

Mindervaliden Een sportpark behoort direct nabij de hoofdingang voldoende ( minimaal twee) speciaal aangegeven parkeerplaatsen voor mindervaliden te hebben. Voor informatie over de inrichting en maatvoering van dit type parkeerplaatsen wordt verwezen naar het Handboek voor Toegankelijkheid (laatste editie). Touringcars Hoewel voor wedstrijdbezoek steeds minder vaak een touringcar wordt ingezet, kan het wenselijk zijn om bij de inrichting van een parkeerterrein hiermee toch rekening te houden. Voor een touringcar is een ruimte van 25 x 5 meter benodigd. 'Los- en laadperron' Bij veel sportparken is het op zaterdagochtend een komen en gaan van ouders die hun kinderen brengen en halen. Vaak hebben zij geen parkeerplaats nodig, maar slechts voor enkele minuten een veilige plek om de kinderen te kunnen 'lossen of laden'. Door hiervoor een aparte voorziening op te nemen, kunnen de soms chaotische toestanden voor de poort worden voorkomen. Vrije hoogte boven speelveld Regels Boven het speelveld mogen zich geen hinderlijke of gevaarlijke obstakels bevinden. Toelichting In de Spelregels veldvoetbal wordt er vanuit gegaan dat boven het speelveld en directe omgeving (de uitloop) géén hinderlijke obstakels (zaken waarmee spelers of bal in aanraking kunnen komen of waarvan zij hinder kunnen ondervinden) aanwezig zijn. Een bepaling over de aan-/afwezigheid van een dak ontbreekt.

Aanbevelingen In het amateurvoetbal is er nogal eens sprake van hinder en overlast van bomen en beplanting. Bomen en struiken staan vaak te dicht op het veld, waardoor boven de uitloop en het speelveld takken kunnen hangen. In het najaar laten bepaalde bomen hun vruchten vallen - eikels, kastanjes - waardoor voor een speler die valt een minder prettige situatie ontstaat. Van indirecte invloed, maar veel ingrijpender, is de negatieve invloed van bomen en hoge plantstroken op de bespeelbaarheid van de velden. Door de sterke schaduwwerking droogt het veld minder goed en zijn vaak slechte speelcondities of zelfs afgelastingen het gevolg. Hoog opgaande bomen en plantstroken dienen daarom op voldoende afstand van het veld te worden geplaatst. In het ontwerp dient al rekening te worden gehouden met de uiteindelijke vorm van de soort boom en de plaats ten opzichte van de zonnestand. Beplanting aan de zuidzijde van een veld geeft meer overlast dan bomen aan de noordzijde. Er dient regelmatig en vooral tijdig te worden gesnoeid. Te vaak wordt te laat ingegrepen waardoor situaties ontstaan die lastig zijn om terug te draaien, zoals bijvoorbeeld bij het ontbreken van een kapvergunning. Met betrekking tot stadions hebben de FIFA en UEFA bepaald dat voor een uitschuifbaar dak, een geluidsinstallatie of videowall boven het speelveld, er een vrije hoogte van 30 meter moet worden aangehouden.

Voor de overige accommodaties geldt dat dit soort voorzieningen buiten het speelveld moeten worden geplaatst. Voor leidingen, kabels en dergelijke geldt dat ze in de meeste gevallen in de grond worden aangebracht. Tijdelijke kabels, zoals voor een tijdelijke geluidsinstallatie, moeten buiten het speelveld om worden geleid. Voor hoogspanningsleidingen boven een veld wordt verwezen naar het betreffende hoofdstuk

KORFBAL Richtlijnen Zoals al aangegeven kent de korfbalsport twee verschijningsvormen: korfbal, aangesloten bij de IKF en dameskorfbal. Onderstaande richtlijnen gelden zowel voor het gemengd korfbal als voor het dameskorfbal. Veldkorfbal Speltechnische eisen voor een korfbalveld Speeloppervlak Het speeloppervlak voor korfbal moet vlak, veerkrachtig en stofvrij zijn en mag bovendien niet glad zijn. Van oorsprong wordt veldkorfbal gespeeld op natuurgras. Een goed onderhouden natuurgrasveld heeft een graslengte van 3 - 5 cm en de bodem is goed gedraineerd om de bespeelbaarheid bij neerslag te waarborgen. Wanneer de vraag naar speelruimte groter is dan de ruimtelijke mogelijkheden of als een hogere bespeelbaarheid wordt verlangd, is een kunstgrasveld aan te bevelen. Daarnaast dienen de competities van de hogere klassen uitsluitend op kunstgrasvelden te worden gespeeld. Voor een korfbalveld zijn twee sporttechnische normen opgesteld. Voor zandkunstgras geldt de norm NOCNSFKNKV2- 15.1 (topsport), deze norm is van toepassing op de ereklasse, hoofdklasse, overgangsklasse, de reserve ereklasse, de reserve hoofdklasse, de reserve overgangsklasse, de hoofdklasse A-jeugd, de hoofdklasse B-jeugd, de hoofdklasse C-jeugd, de topklasse dames en de hoofdklasse dames. De competities van deze klassen dienen op korfbalvelden van het type zandkunstgras plaats te vinden.

Competitiewedstrijden van de overige klassen kunnen ook op natuurgras korfbalvelden plaatsvinden. Hiervoor geldt de sporttechnische norm NOCNSF-KNKV2-15.2 (wedstrijd- en breedtesport). Situering In verband met de zonnestand is het gewenst de velden met de lengteas NNW-ZZ aan te leggen. Speelveldafmetingen Het standaard wedstrijdveld bestaat uit een rechthoek met de volgende afmetingen: Een standaard kunstgras korfbalveld (zie Planningsnorm Korfbal NOC*NSF 2014) heeft een bruto oppervlakte van 48 x 44 meter. Hierop worden twee velden ingesneden van 40 x 20 (voor 8-tallen) meter met 4 meter uitloop tussen de velden en 2 meter uitloop rondom de velden. Daarnaast worden 2 à 3 jeugdvelden gecentreerd of overdwars aangebracht 24 x 12 meter (voor 4 tallen). Voor een standaard natuurgrasveld geldt een bruto oppervlakte van 68 x 44 meter. Voor de aanleg van nieuwe kunstgrasvelden geldt: Achttallen dienen met ingang van 1 juli 2014 op een veld van 40 x 20 meter te spelen, met in achtneming van de volgende aanvullende a. Top- en wedstrijdkorfbal: bepalingen: er dient met vaste grondpotten en met vaste belijning (*) gespeeld te worden. b. Breedtekorfbal: er mag met losse palen en met losse belijning gespeeld worden. 4Korfball-teams spelen op een veld van 24 x 12 meter. 3.

Bestaande kunstgrasvelden Tot uiterlijk 30 juni 2026 is het, in afwijking van de verplichte afmeting van 40 x 20 meter, toegestaan op een veld met de hieronder staande afmeting te spelen indien aan de daarbij vermelde aanvullende bepalingen wordt voldaan: a. Top- en wedstrijdkorfbal: • Senioren/A-jeugd: spelen op een bestaand kunstgrasveld van 60 x 30 meter is toegestaan, mits met vaste grondpotten en •met Damesteams vaste belijning(*) senioren/ gespeeld A-jeugd: wordt; spelen op een bestaand kunstgrasveld van 50 x 25 meter is toegestaan, mits met vaste grondpotten en met vaste belijning(*) gespeeld wordt; • B/C-jeugd: spelen op een bestaand kunstgrasveld van 50 x 25 meter is toegestaan, mits met vaste grondpotten en met vaste belijning b. Breedtekorfbal (*) gespeeld wordt. • Senioren/A-jeugd: spelen op een bestaand kunstgrasveld van 60 x 30 meter is toegestaan, mits met vaste belijning gespeeld • Damesteams Senioren/ A/B/C/D-jeugd, alsmede gemengde teams B/C/D-jeugd: spelen op een bestaand kunstgrasveld van wordt. 50 x 25 meter is toegestaan, mits met vaste belijning gespeeld wordt. • 4Korfball: spelen op een bestaand kunstgrasveld van 25 x 15 meter is toegestaan, mits met vaste belijning gespeeld wordt

Het speelveld wordt begrensd door de binnenkant van de lijnen. De veldafmetingen wordt dus exclusief de belijning gemeten. Om het speelveld dient een uitloopstrook ter breedte van ten minste 2,00 meter obstakelvrij te worden gehouden en 4,00 meter tussen de beide naast elkaar gelegen velden. Deze uitloopstroken dienen in een gelijke constructie te zijn uitgevoerd als het speelveld. Bij wedstrijden voor topen wedstrijdkorfbal is een afrastering verplicht. Bij wedstrijden voor breedtekorfbal wordt een afrastering aanbevolen, met name bij kunstgrasvelden. In tabel E2.34.1 Spelbepalingen Veldcompetitie wordt per categorie inzicht gegeven in de volgende onderdelen: gemiddelde en maximale leeftijd, balnummer, paalhoogte, veldafmeting,speelduur en wisseling van vak. Voor de meest actuele versie zie de website www.knkv.nl. Speelveldbelijning en -inrichting Natuurgrasveld Het speelveld dient te worden afgebakend met duidelijk zichtbare witte lijnen of linten. Deze lijnen of linten zijn 3-5 cm breed. Op dezelfde wijze is de grenslijn tussen de vakken aangegeven. Op andere dan grasterreinen mag ook gebruik worden gemaakt van gele linten of gele koorden met een doorsnede van minimaal 5 mm. De binnenkant van de lijnen is de grens van het speelveld. Op de hoeken van het veld mag een vlag worden geplaatst, waarvan de vlaggenstok 1,50 meter boven de grond uitsteekt.

Het gebruik van vlaggen aan het eind van de middenlijn is verboden. De strafworppunten worden op 2,50 meter voor de paal gemarkeerd. Kunstgrasveld De belijning en de afmetingen van een standaard senioren wedstrijdveld zijn weergegeven in de norm NOCNSFKNKV2- Bl.1. Het belijningsplan dient voorafgaand aan de aanleg door het KNKV te worden goedgekeurd. Een schematisch belijningsplan is weergegeven voor een standaard kunstgrasveld in figuur E2.34.1 voor een korfbalveld zonder de optionele ovalen en in figuur E2.34.2 voor een korfbalveld met de optionele ovalen. De belijningskleur voor een korfbalveld is zoals beschreven in tabel E2.34.2. Bij kruisingen gaat wit voor geel en geel voor rood. Plaatsing korfbalpaal De afstand tussen het hart van de korfbalpaal en de binnenzijde van de achterlijn dient 1/6 van de lengte van het speelveld te bedragen. In de breedterichting is de afstand van de korfbalpaal tot de beide zijlijnen gelijk. Vrijeworpcirkel Het middelpunt van de verplichte vrijeworpcirkel (straal 2,50 meter incl. belijning) dient gepositioneerd te zijn op het midden van de lange zijde van de strafworppunt aan de kant van de middenlijn. Ovalen De vrijeworpcirkel is verplicht, maar optioneel kunnen twee ovalen worden aangebracht. De ovaal geeft het strafworpgebied aan. De vrijeworpcirkel moet te allen tijde zichtbaar blijven.

Palen en korven

Met ingang van competitieseizoen 2008/2009 dient ten behoeve van alle competities gebruik te worden gemaakt van een aluminium paal met een kunststof korf (KNKV Bestuursbesluit RvW 4.7). De kunststof korf voldoet aan de IKF regulations en is voorzien van het ‘IKF approved’ stempel en een markering als voorgeschreven door de IKF. De korfbalpaal is vervaardigd van aluminium, bestaat uit één stuk en heeft een doorsnede van 76 mm. Een vaste paal wordt verplicht aangelegd met een grondpot, die voorzien is van een conische ring voor het nagenoeg spelingsvrij opstellen en van een rubber afdichting om vuil en zand te weren. Tabel E2.34.2 Overzicht kleur belijning en afmetingen speelveld

Banken/dug-outs Binnen de afzetting, maar buiten de uitloopstroken, worden twee banken geplaatst voor minimaal 8 personen per team. Deze banken dienen minimaal 2 meter uit de zijlijn te worden geplaatst. De banken staan op een onderlinge afstand van ten minste 2 meter, aan beide zijden van de middenlijn. Dug-outs, al of niet verplaatsbaar, dienen eveneens minimaal 2 meter uit de zijlijn en maximaal 5 meter ter weerszijden van de middenlijn te zijn opgesteld. Sportvloerenlijst Op de sportvloerenlijst Korfbal (outdoor) staan alle sportvloertypen vermeld waarbij uit onderzoek is gebleken dat deze voldoen aan de normen, die door het KNKV en de nationale normcommissie zijn vastgesteld. Sportvloerenlijsten zijn daarnaast beschikbaar voor atletiek, bowls, handbal, hockey, honkbal, korfbal, squash, rugby, tafeltennis, tennis, voetbal en alle binnensporten. Veiligheid, duurzaamheid, kwaliteit en de geschiktheid voor de sport staan hierin centraal. Op de lijsten is de specifieke karakterisering van de sportvloer weergegeven, zoals de sportfunctionaliteit, de duurzaamheid, de bespeelbaarheid en het onderhoudsniveau. De sportvloerenlijsten worden beheerd door NOC*NSF. De internetversie van de sportvloerenlijsten is te vinden op de website van NOC*NSF, www.nocnsf.nl.

Richtlijnen betreffende plaats en inrichting van kleedaccommodaties en nevenruimten Voor deze richtlijnen dient hoofdstuk F1 te worden geraadpleegd. Het KNKV heeft echter een aantal aanvullingen ten aanzien van deze algemeen geldende richtlijnen voor veldsporten, daar het korfbal een gemengd karakter heeft. De kleedaccommodatie, behorende bij één veld, dient minimaal te bestaan uit een viertal kleedruimten, te weten één voor de dames van de ontvangende vereniging, één voor de dames van de bezoekende vereniging, één voor de heren van de ontvangende vereniging en één voor de heren van de bezoekende vereniging. Uitgaande van de normale kleedruimte (15 m2) kunnen dan bij wisseling van de wedstrijden vier ploegen met 2 reserves en leiding van de kleedaccommodatie gebruik maken. Daar de wasruimte slechts steeds door maximaal 6 spelers (speelsters) tegelijk wordt gebruikt, kan met 5 m2 wasruimte per kleedruimte en 2 warme douches volstaan worden. Maar aangezien op het nieuwe standaard korfbalveld twee wedstrijdvelden van 40 x 20 meter liggen zullen minimaal 24 spelers van de kleedruimten gebruik maken. De voorkeur van het Korfbalverbond gaat dan ook uit naar kleedruimten met een groter vloeroppervlak. Daar in de praktijk niet al de sporters gelijktijdig van de kleedruimten gebruik maken, kan worden volstaan met kleedruimten van 21 m2.

Wel dienen er voor de kleding 72 haken (3 x 24) per kleedruimte aanwezig te zijn. De wasruimte dient voor 12 spelers(sters) geschikt te zijn, zodat de benodigde wasruimte 10 m2 en het aantal douches 4 stuks per kleedruimte bedraagt. Heeft men de beschikking over 3 wedstrijdvelden van 40 x 20 meter dan behoort de kleedaccommodatie van 4 kleedruimten van minimaal 21 m² aangevuld te worden met twee kleedruimten van minimaal 15 m2, inclusief de bijbehorende wasruimte van minimaal 5 m2 en twee douches . Voor elk extra wedstrijdveld van 40 x 20 meter horen dus twee extra kleedruimten van minimaal 15 m2.

Voor wat betreft de bergruimte is het gewenst, dat elke vereniging de beschikking heeft over een eigen afsluitbare bergruimte. Deze bergruimte dient, met het oog op het opbergen van de stelling van de korfbalpalen, 4 meter lang te zijn en de breedte van 2,5 meter te hebben. De benodigde vloeroppervlakte is dan minstens 10 m2. De toegangsdeur dient zo geprojecteerd te worden, dat de palen zonder draaien naar binnen kunnen worden gebracht. Gezien het gemengde karakter van de korfbalsport en daardoor ook het mogelijk leiden van wedstrijden door vrouwelijke scheidsrechters, dient bij het ontwerpen van kleedruimten voor scheidsrechters hiermee rekening gehouden te worden.

KORFBAL Basis: Planningsnorm NOC*NSF

Soort teams Senioren A-jeugd B-C-jeugd D-F-jeugd Totaal Berekening aantal speelvelden: aantal s.w.e. bespelingsnorm aantal velden Afgerond

VOETBAL Planningsnorm voetbal afzonderlijk bijgevoegd

Weging 1,0 1,0 0,6 0,4

Aantal teams za 3 0 1 0 4

zo 0 0 0 0 0

natuurgras weekend 4 6 0,7 1

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Molenlanden&id=4dc8f2e9-652c-48bc-a18d-c1c26fe96310