CConstaterende datMolenlanden
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3 Beleid voor zonnepanelen op monumenten en in beschermde stads en dorpsgebieden

Raadsvergadering 13 december 2022, gemeente MolenlandenBij agendapunt: Welstandsnota gemeente Molenlanden 2019 1e herziening6.275 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

BIJLAGE 3 BIJ DE WELSTANDSNOTOA GEMEENTE MOLENLANDEN 2019 EERSTE HERZIENING

Beleid voor zonnepanelen op monumenten en in de beschermde stads- en dorpsgezichten Nieuwpoort, Noordeloos en Kinderdijk-Elshout

1

Inhoud 1.

Inleiding..................................................................................................................................................................3

2.

Typen zonne-energie en gemeentelijk duurzaamheidsbeleid................................................................................5

3.

Criteria zonnepanelen............................................................................................................................................7 3.1

Algemene criteria ..........................................................................................................................................8

3.2

Aanvullende criteria: rijksmonumenten en gemeentelijke monumenten.....................................................12

3.3

Aanvullende criteria: beschermd stadsgezicht Nieuwpoort ........................................................................14

3.4

Aanvullende criteria: beschermd dorpsgezicht Noordeloos........................................................................20

3.5

Aanvullende criteria: beschermd dorpsgezicht Kinderdijk-Elshout .............................................................28

4.

Begrippenlijst .......................................................................................................................................................31

5.

Kaarten beschermde gebieden in volledige resolutie…………………………………………………………………32

2

1. Inleiding De opkomst van zonne-energie als hernieuwbare energiebron Volgens het Klimaatakkoord van Parijs moet in 2030 70 procent van onze energie van hernieuwbare bronnen komen. De Regionale Energie Strategie Alblasserwaard waaronder Molenlanden valt geeft aan: de regio streeft ernaar om in 2030 20% energie te hebben bespaard en 35% van het totale energiegebruik (warmte, elektriciteit en brandstoffen) te gebruiken uit hernieuwbare bronnen die zo veel mogelijk lokaal zijn. Woningen gaan geleidelijk van het gas af en de vraag naar elektriciteit neemt toe door de intrede van de (hybride) warmtepomp. Zonneenergie krijgt een steeds groter aandeel in de duurzame energieopwekking, mede omdat particulier geplaatste zonnepanelen relatief eenvoudig zijn toe te passen. In een tijd waarin duurzame energieopwekking noodzakelijk en onontkoombaar is, neemt de belangstelling voor zonnepanelen in Nederland sterk toe. Ook in de gemeente Molenlanden leidt dit tot een stijging van aanvragen voor zonnepanelen. De praktijk leert echter dat op basis van het huidige beleid zonnepanelen in een cultuurhistorisch waardevolle omgeving vaak niet mogelijk zijn. De regelgeving biedt daar onvoldoende ruimte voor.

De gemeente Molenlanden heeft Dorp, Stad en Land gevraagd het beleid voor zonnepanelen in de drie beschermde gezichten en bij monumenten te actualiseren, met als doel het duurzaamheidsbeleid van de gemeente op een zorgvuldige en heldere manier aan te laten sluiten op het gemeentelijk erfgoedbeleid. Invloed van zonnepanelen op de omgevingskwaliteit De techniek van zonnepanelen is in ontwikkeling, maar toepassing van zonnepanelen op het dakvlak blijft nog steeds goed zichtbaar. In algemene zin verstoren zonnepanelen het ruimtelijk beeld en de kwaliteit van de omgeving. Hier zijn meerdere redenen voor:  Zonnepanelen wijken in kleur en materialisering duidelijk af van het onderliggend dakvlak;  Veel typen zonnepanelen hebben een spiegelend (glas)oppervlak dat zonlicht weerkaatst;  Grillig gevormde paneelvlakken als gevolg van bestaande dakkapellen, dakramen en andere dak doorbraken zorgen voor een onrustig beeld;  Particulier c.q. individueel geplaatste zonnepanelen op daken van grotere bouwblokken of geschakelde woningen verstoren samenhang van het dakvlak. Met name bij monumenten en bebouwing in beschermde stads- en dorpsgezichten zijn zonnepanelen storende elementen, omdat zonnepanelen een moderne uitstraling hebben. Zonnepanelen kunnen hierdoor een aantasting vormen van het cultuurhistorisch waardevolle aangezicht.

Het huidige beleid omtrent zonnepanelen in de historische context Buiten de historische context 1 is de plaatsing van zonnepanelen in de meeste gevallen vergunningsvrij. Daarbinnen is vrijwel altijd een vergunning benodigd. 2 De bestaande beleid- en regelgeving staat uitsluitend zonnepanelen toe binnen de rijks beschermde stads- en dorpsgezichten wanneer deze niet zichtbaar zijn vanuit de openbare ruimte. Wanneer dit het geval is, ontbreekt het verder aan criteria waar de plaatsing aan moet voldoen.

1 Met historische context wordt bedoeld: in het beschermd stads- of dorpsgezicht en op of bij een monument. 2 Een heel klein deel binnen beschermd stads en dorpsgezicht is vergunningsvrij. Hier is sprake van wanneer het

perceel geen monumentenstatus heeft, de zonnepanelen op het achterdakvlak gelegen zijn en niet zichtbaar zijn vanuit de openbare ruimte (zie artikel 4a onder 2 onder b onder 2 BOR). Neem hierover te allen tijde contact op met de gemeente.

3

Voorts komt daarbij dat de grenzen van een beschermd stads- of dorpsgezicht op beleidsmatig niveau een zeer harde lijn vormen, die als gevolg van gebiedsontwikkeling soms (gedeeltelijk) verouderd zijn. Dit zorgt ervoor dat de grens in zulke gevallen niet goed meer aansluit op de cultuurhistorische waarden van het gebied. Het gebrek aan beleidsmatige richtlijnen en criteria op het gebied van zonnepanelen zorgt ervoor dat aanvragen in uiteenlopende kwaliteit worden voorgelegd aan de adviescommissie omgevingskwaliteit (verder te noemen adviescommissie). Dit, terwijl een groot deel van de uitgangspunten voor de adviescommissie vrij duidelijk is. Het concretiseren van deze ‘ongeschreven regels’ verschaft duidelijkheid naar zowel aanvragers als vergunningverleners. Dit maakt het voortraject van een aanvraag helderder, eenvoudiger en vergroot de kans dat de adviescommissie een positief advies uitbrengt aan het college van Burgemeesters en Wethouders. Van niet zichtbaar naar mate van visuele verstoring Sinds 2020 biedt de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) gemeenten de mogelijkheid om een vergunning te verlenen voor het plaatsen van zonnepanelen binnen het beschermde stads- of dorpsgezicht die zichtbaar zijn vanuit de openbare ruimte, wanneer plaatsing uit het zicht niet mogelijk is.

Dit houdt in dat zichtbaarheid niet meer het enige criterium is, maar de mate van visuele verstoring en of er sprake is van een zorgvuldig en afgewogen ontwerp. Dit biedt gemeenten de mogelijkheid tot herziening van de bestaande beleidsregels ten aanzien van zonnepanelen. 3 Van per definitie uitsluiten van zonnepanelen die zichtbaar zijn vanuit de openbare ruimte, naar zonnepanelen toestaan waar dit zonder of met minimale verstoring van de cultuurhistorische waarden van het beschermde gezicht en/of het monument mogelijk is. De kern van het nieuwe zonnepanelenbeleid Zonnepanelen meer toestaan waar dat kan en blijven uitsluiten waar dat moet. Dit heeft geresulteerd in de volgende vier uitgangspunten: 1. Zonnepanelen accepteren Het accepteren van zonnepanelen op monumenten en binnen de grenzen van het beschermde stads- en dorpsgezicht als onderdeel van het duurzaamheidsbeleid van de gemeente Molenlanden. 2. Geen aantasting van historisch materiaal Om aantasting van (cultuur)historisch waardevol materiaal te voorkomen, dient de plaatsing van zonnepanelen een zogenaamde reversibele ingreep te zijn. Dit houdt in dat de zonnepanelen inclusief installaties ten alle tijde zonder beschadiging aan het dak of de bebouwing kunnen worden verwijderd. 3.

Heldere algemene criteria voor plaatsing Om de verstoring van een dakvlak zo minimaal mogelijk te houden, worden heldere algemene criteria opgesteld ten aanzien van de plaatsing, ordening, maatvoering en het type zonnepanelen opgesteld. 4. Verstoring meest waardevolle delen beperken Om de impact en verstoring van de cultuurhistorisch meest waardevolle delen van de beschermde stads- en dorpsgezichten zoveel mogelijk beperken, worden de beschermde gezichten (waar mogelijk) opgedeeld in verschillende zones met specifieke aanvullende criteria.

3 Zie onder andere: Zonne-energie in de historische context (2020) Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; en Erfgoed Telt de betekenis

van erfgoed voor de samenleving (2018), Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.

4

2. Typen zonne-energie en gemeentelijk duurzaamheidsbeleid Verschillende typen van zonne-energie Zonne-energie kan op verschillende manieren worden opgewekt. Voor het opwekken van elektriciteit zijn er zonnepanelen en voor het verwarmen van water zijn er zonnecollectoren, gecombineerde panelen worden PVT panelen genoemd. Zonnepanelen (pv-panelen) zetten zonlicht om in elektriciteit. Er zijn drie typen zonnepanelen: de monokristallijn silicium, de polykristallijn silicium en de amorf silicium (dunne laag).  De monokristallijn heeft het meeste rendement en tevens de langste levensduur. Belangrijk is dat deze verkrijgbaar is in een onopvallende kleur zwart en donkergrijs (all-blackblack).. De monokristallijn is ook verkrijgbaar in andere kleuren, bijvoorbeeld die van de omringende dakpannen (roodbruin) waardoor de zonnepanelen nog minder opvallen. Het rendement van dergelijke panelen is afhankelijk van de kleur echter 10 tot 30% lager. Deze zonnepanelen zijn het meest geschikt voor toepassing in de historische omgeving  De polykristallijn is blauwkleurig en hebben een opvallend raster en paneelrand. Deze panelen zijn iets goedkoper dan de monokristallijn, maar hebben tevens een lager rendement en een kortere levensduur. Vanwege de opvallende kleur zijn deze panelen niet geschikt voor toepassing in de historische omgeving.

 De amorf silicium (dunne laag) wijkt af van een normaal type zonnepaneel. Het is een onopvallend en niet reflecterend materiaal ook verkrijgbaar in zwart. Dit materiaal is dunner en flexibeler dan een mono- of polykristallijn paneel, maar heeft veel lager rendement. Hiervoor zijn zij echter minder afhankelijk van de oriëntatie op de zon, waardoor dit in bijzondere situaties een goede keuze kan zijn binnen de historische omgeving. Zonnedakpannen, zonneleien of andere integrale zonnecelsystemen zijn vanwege de niet-reversibiliteit en aantasting van historisch materiaal niet geschikt voor toepassing in de historische omgeving. Zonnecollectoren vangen zonlicht op voor het verwarmen van het kraan- en douchewater of voor de zonneboiler van een warmtepomp. De drie belangrijkste typen zonnecollector zijn de vlakkeplaatcollector, de vacuümbuiscollector en de PVT-collector.  De vlakkeplaatcollector heeft de vorm van een ondiepe, geïsoleerde bak met een glazen afdekplaat. Dit type zonnecollector lijkt erg op een zonnepaneel en de glazen afdekplaat kan worden afgewerkt met een antireflectielaag waardoor deze minder reflecteert in het zonlicht. Mits voorzien van een voldoende goede antireflectielaag, is dit type geschikt voor de historische omgeving.  De vacuümbuiscollector (heatpipes) bestaat uit een rij van naast elkaar geplaatste vacuüm gezogen buizen van glas.

De vormgeving maakt dat deze veel meer in het oog springt en hierdoor verstorend is op hellende daken in de historische omgeving. Voordeel van deze zonnecollector is dat deze ook horizontaal op een plat dak kan worden toegepast. Door deze plaatsing blijft de zonnecollector uit het zicht en is deze wel geschikt voor toepassing in de historische omgeving.  De PVT-collector is een combinatie tussen een zonnepaneel en een zonnecollector. Onder een paneel met zonnecellen ligt een systeem van leiding waarmee water wordt opgewarmd. De dubbele functie maakt PVT-collectoren aanzienlijk dikker en zwaarder dan zonnepanelen of collectoren. Vaak is dit gewicht te zwaar voor historische panden en het leidingwerk te opvallend, waardoor dit type niet altijd geschikt is voor toepassing in de historische omgeving.

5

Andere typen zonnecollectoren, zoals de nokcollector (warmtenok), zijn niet geschikt voor toepassing in de historische omgeving. 4 Mogelijke toepasbaarheid van zonnepanelen en zonnecollectoren op monumenten en in het beschermde stads- of dorpsgezicht: Zonnepanelen Type Monokristallijn Polykristallijn Amorf (dunne laag)

Zonnecollectoren Type Vlakkeplaatcollector Vacuümbuiscollector PVT-collector

Plat dak

Hellend dak

X X

X X

Plat dak

Hellend dak

X X X

X X in bepaalde gevallen

Verduurzamingslening en Stichting Duurzaam Molenlanden Om het investeren in zonnepanelen voor de bewoners aantrekkelijker te maken biedt de gemeente de Verduurzamingslening 5 aan. Dit is een lening met aantrekkelijke voorwaarden en een lage rente, bedoeld voor verduurzaming van panden. Ook investeringen in zonnepanelen vallen onder deze lening. De Stichting Duurzaam Molenlanden helpt burgers bij duurzame initiatieven, door eigenaren te inspireren, kennis over de energietransitie, biodiversiteit, klimaatadaptie en circulariteit uit te wisselen en groepen aan elkaar te koppelen.6

4 Zonne-energie in de historische omgeving (2014) update 2020, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed.

https://www.cultureelerfgoed.nl/onderwerpen/duurzaamheid/documenten/publicaties/2014/01/01/zonne-energie-in-de-historischeomgeving-groene-gids 5 Meer informatie, zie: https://www.molenlanden.nl/lening-duurzaamheid 6 Meer informatie, zie: https://www.duurzaammolenlanden.nl

6

3. Criteria zonnepanelen Leeswijzer Dit beleidskader zonnepanelen bestaat uit verschillende sets toetsingscriteria. Dit zijn:  3.1: Algemene criteria.  3.2: Aanvullende criteria: rijksmonumenten en gemeentelijke monumenten.  3.3: Aanvullende criteria: beschermd stadsgezicht Nieuwpoort.  3.4: Aanvullende criteria: beschermd dorpsgezicht Noordeloos.  3.5: Aanvullende criteria: beschermd dorpsgezicht Kinderdijk-Elshout.  De algemene criteria 3.1 zijn van toepassing voor het plaatsen van zonnepanelen op- of bij zowel de rijksmonumenten en gemeentelijke monumenten in de gemeente, als binnen de grenzen van de drie beschermde stads- en dorpsgezichten. Dit betreffen criteria voor de locatie, ordening, dimensionering, type zonnepaneel en de plaatsing van installaties en leidingen. Naast de algemene criteria, zijn er per situatie aanvullende criteria van toepassing. De aanvullende criteria 3.2 zijn van toepassing op de rijksmonumenten en gemeentelijke monumenten in de gemeente, ook wanneer deze gelegen zijn in de beschermde stads- en dorpsgezichten. De aanvullende criteria 3.3 t/m 3.5 zijn van toepassing op alle panden (monument en niet-monument) in een van de drie beschermde stads-en dorpsgezichten Nieuwpoort, Noordeloos of Kinderdijk-Elshout.

Voorbeeld 1: Pand is gemeentelijk monument en staat in Oud Alblas (geen beschermd stads- of dorpsgezicht) > Algemene criteria 3.1 + Aanvullende criteria 3.2. Voorbeeld 2: Pand is rijksmonument en staat in het beschermd stadsgezicht Nieuwpoort > Algemene criteria 3.1 + Aanvullende criteria 3.2 en Aanvullende criteria 3.3. Voorbeeld 3: Pand heeft geen monumentstatus en staat in het beschermd dorpsgezicht Noordeloos > Algemene criteria 3.1 + Aanvullende criteria 3.4.

wanneer er één of meerdere aanvullende criteria conflicteren, zijn de strengste criteria geldend.

Toetsing In aansluiting op de wet dient iedere aanvraag voor zonnepanelen op een monument of in een van de beschermde stads- of dorpsgezichten ter goedkeuring aan de adviescommissie te worden voorgelegd. Het is onmogelijk om iedere specifieke situatie op voorhand te voorzien. De in dit document opgenomen algemene en aanvullende criteria vormen de regels voor zowel de aanvrager als de adviescommissie. In geval van een uitzonderlijke kwaliteit zoals bijvoorbeeld ronde, spitse en veelhoekige daken, kan de adviescommissie beargumenteerd afwijken van één of meerdere criteria. Indien dit document onvoldoende duidelijkheid biedt m.b.t. een aanvraag dan is het aan de adviescommissie om tot een afgewogen advies aan het college van burgemeester en wethouders te komen.

7

3.1 Algemene criteria De volgende algemene criteria hebben betrekking op de plaatsing van zonnepanelen op- of bij zowel de rijksmonumenten en gemeentelijke monumenten in de gemeente, als binnen de grenzen van het beschermd stads- of dorpsgezicht, met uitzondering van Nieuwpoort - Zone C. Plaatsing 1. Plaatsing op daken van bebouwing bij voorkeur niet zichtbaar vanuit de openbare ruimte Het plaatsen van zonnepanelen is toegestaan op daken van de bebouwing, bij voorkeur op een niet-zichtbare plek vanuit de openbare ruimte. Historische daken dragen sterk bij aan het karakteristieke beeld van monumenten en beschermde stads- en dorpsgezichten. Om die reden liggen zonnepanelen bij voorkeur uit het zicht. Als dat niet mogelijk is, dan moet er eerst worden gezocht naar andere oplossingen, bijvoorbeeld op het eigen terrein of erf, collectieve oplossingen (bijvoorbeeld postcoderoosregeling)7, of andere verduurzamingsopties (Trias Energetica). Als geen van deze alternatieven tot de mogelijkheden behoort, dan is plaatsing van zonnepanelen in het zicht, onder voorwaarden, mogelijk (zie vervolg criteria). Het plaatsen van zonnepanelen op gevels is niet toegestaan. 2. Volgorde van plaatsing zonnepanelen Om het karakteristieke beeld zo min mogelijk aan te tasten dienen zonnepanelen zoveel als mogelijk uit het zicht worden geplaatst.

Hierbij dient tevens de kap van het hoofdvolume zoveel mogelijk te worden gemeden. Onderzoek eerst mogelijkheden op het achtererf, platte daken, daken van aan- en bijgebouwen. Houd hierbij de volgende volgorde aan: 1. Het zij- of achtererf, niet zijnde een gebouw a. Bij voorkeur een niet zichtbare plek vanuit de openbare ruimte b. Voor de plaatsing op het zij- of achtererf wordt geen cultuurhistorische groenaanleg en/of monumentale boom gekapt 2. Een plat dak 3. Een aan- of bijgebouw zonder (cultuur)historische waarde 4. Een aan- of bijgebouw met (cultuur)historische waarde 5. Het hoofdvolume a. Eerst achter dakvlak b. Dan zij- dakvlak c. In het uiterste geval het voordakvlak 6. Historische dak elementen of opbouwen (schoorstenen, dakkappellen, decoraties, et cetera) worden behouden 3. Plaatsing is reversibel en bovenop de dakbedekking Zonnepanelen dienen reversibel boven op de dakbedekking te worden geplaatst. Bij verwijdering van de zonnepanelen van het dak wordt het ongeschonden dakvlak weer zichtbaar. De hoofdlijn die geldt is dat het historisch materiaal behouden blijft. Dit geldt voor alle type dakbedekkingen (dakpannen, riet zink, koper etc.) Bijvoorbeeld zonnepanelen in rietendaken zijn niet toegestaan. Indien de panelen boven het riet worden aangebracht is dit wel toegestaan. Voor nieuwbouw is hierop een uitzondering mogelijk. 4.

Rendabel zijn van de installatie mag niet ten koste gaan van de monumentale waarden Het maximaliseren van de opbrengst (aantal panelen of keuze dakvlak) is ondergeschikt aan de monumentale en/of cultuurhistorische waarden. Met andere woorden het aantal zonnepanelen dient in verhouding te zijn met de energievraag.

7 Informatie hierover is te krijgen bij de gemeente, adviseurs duurzaamheid en energietransitie.

8

Plat dak 5. Aaneengesloten geplaatst in een eenduidig patroon evenwijdig aan de dakrand Zonnepanelen dienen te worden geplaatst volgens een éénduidig patroon met een legrichting die evenwijdig is aan de dakrand. 6. Plaatsing horizontaal of met een flauwe helling De plaatsing van zonnepanelen op een plat dak is horizontaal of met een flauwe helling. Het hoogste punt van de zonnepanelen mag maximaal 30 cm boven de dakrand uitsteken. Hellend dak 7. Eén rechthoekig en aaneengesloten paneelvlak Zonnepanelen dienen per hellend dakvlak in één rechthoekig en aaneengesloten paneelvlak te worden gelegd. Getrapte, onderbroken of asymmetrische paneelvlakken (bijvoorbeeld rond dakramen of dak doorvoeren) zijn niet toegestaan. 8. Panelen van een paneelvlak liggen in dezelfde lengterichting (horizontaal of verticaal) Per paneelvlak liggen zonnepanelen allemaal in dezelfde lengterichting. Hierbij is alleen een horizontale of verticale lengterichting toegestaan. Een combinatie van horizontaal en verticaal geplaatste panelen is niet toegestaan. 9. Dezelfde hellingshoek als het dakvlak Zonnepanelen op hellende daken dienen in dezelfde hellingshoek als het dakvlak te worden geplaatst. Een andere hellingshoek is niet toegestaan. 10. Zoveel mogelijk onderin het dakvlak Zonnepanelen dienen zoveel mogelijk onderin het dakvlak -in ieder geval minimaal 50 cm onder de nok- te worden geplaatst.

Hierdoor wordt een zo groot mogelijk deel van de nok gevrijwaard van zonnepanelen. 11. Minimaal 50 cm afstand van nok, goot, dakrand en de hoekkeper De afstand tussen het paneelvlak met zonnepanelen en zowel de nok, goot, dakrand, hoekkeper als eventuele dak doorvoeren, dakkapellen of andere obstakels dient minimaal 50 cm te bedragen. 12. Onderzijde paneel maximaal 8 cm boven de dakbedekking De afstand tussen de onderkant van het zonnepaneel en de dakbedekking mag maximaal 8 cm bedragen. Type, uitvoering en installaties 13. Uitvoering zonnepanelen en zonnecollectoren Zonnepanelen dienen in een doffe effen zwarte kleur en zonder rand (all-black) te worden uitgevoerd of indien mogelijk in een doffe effen kleur overeenkomstig de dakbedekking. Het voorgaande geldt ook voor zonnecollectoren (vlakkeplaatcollectoren) welke dienen te zijn voorzien van een goede antireflectielaag. Voor meer informatie zie hoofdstuk 2. 14. Eén type zonnepaneel per object Per gebouw is slechts één type en uitvoering zonnepaneel en/of zonnecollector toegestaan. Het toepassen van verschillende formaten, typen en/of uitvoeringen van zonnepanelen en/of zonnecollector is niet toegestaan.

9

15. Kabels en leidingen t.b.v. zonnepanelen en/of zonnecollectoren binnendoor voeren De doorvoer van kabels en leidingen ten behoeve van de zonnepanelen en/of zonnecollectoren op daken gebeurt aan de binnenzijde van gebouwen. Het is in principe niet toegestaan deze aan de buitenzijde, langs dak en/of gevel te aan te brengen. 16. Omvormers e.d. onzichtbaar en/of aan de binnenzijde van gebouwen plaatsen Omvormers en andere installatieonderdelen dienen onzichtbaar en/of aan de binnenzijde van gebouwen te worden geplaatst.

De illustraties op de volgende pagina verwijzen naar bovenstaande criteria

10

Illustraties volgen nummering algemene criteria

5. Aaneengesloten geplaatst evenwijdig aan de

6. Plaatsing horizontaal of met een flauwe helling.

dakrand.

7.Eén rechthoekig en aaneengesloten paneelvlak. 8. Panelen van een paneelvlak liggen in dezelfde lengterichting (horizontaal of verticaal).

10. Zoveel mogelijk onderin het dakvlak.

8. Dezelfde hellingshoek als het dakvlak. 12. Onderzijde paneel maximaal 8 cm boven de Dakbedekking.

11. Minimaal 50 cm afstand van goot, nok, dakrand, hoekkeper en eventuele dak doorvoeren.

11 De plaatjes corresponderen met de nummers van de algemene criteria

3.2 Aanvullende criteria: rijksmonumenten en gemeentelijke monumenten Voor monumenten in de gemeente gelden naast de algemene criteria een set aanvullende criteria. Deze criteria gelden ook voor monumenten binnen de grenzen van een van de beschermde gezichten. Bijzondere gebouwtypen en/of dakbedekking Niet alle monumenten zijn geschikt voor de plaatsing van zonnepanelen. Monumentale objecten met bijzondere cultuurhistorische, architectuurhistorische of stedenbouwhistorische waarde kunnen geheel worden uitgesloten voor de plaatsing zonnepanelen. Hierbij gaat het bijvoorbeeld om bijzondere gebouwtypen (o.a. kerken, molens, stadhuizen, militaire objecten, vestingwerken, historische waterhuishoudingobjecten en kerkhoven) of monumenten met uitzonderlijk hoge cultuur- en/of bouwhistorische waarde. Ook kan er sprake zijn van bijzondere of kwetsbare materialen (bijvoorbeeld riet, lood, koper, zink, zeldzame typen dakpannen en vaak ook leien) en/of bijzondere dak patronen, waardoor het plaatsen van zonnepanelen niet mogelijk is. De adviescommissie beslist of een monument tot deze categorie behoort en dus uitgesloten wordt voor de plaatsing van zonnepanelen. Rijksmonumenten en gemeentelijke monumenten Plat dak 1. Zonnepanelen op platte daken (van hoofd- aan of bijgebouwen) zijn toegestaan onder de volgende voorwaarde(n): a.

De afstand van de zonnepanelen tot de dakrand is minimaal 1,5 keer de hoogte van de panelen. Zadel- of schilddak 2. Plaats de zonnepanelen zoveel mogelijk uit het zicht en houdt de volgorde van hoofdstuk 3.1 punt 2 aan: 1. Achterdakvlak Zonnepanelen op het achterdakvlak van hoofd- en bijgebouwen zijn toegestaan 2. Zijdakvlak Zonnepanelen op het zijdakvlak van hoofdgebouwen zijn toegestaan a. De zonnepanelen zijn van achter naar voor geordend b. Minimaal de helft van de breedte van het dakvlak van het hoofdgebouw blijft vrij van zonnepanelen c. Zonnepanelen op het zijdakvlak van bijgebouwen zijn toegestaan d. Indien er 2 woningen onder het hoofddakvlak zijn gelegen dan geldt de 50 cm regel uit de algemene criteria (3.1. punt 10) voor beide woningen 3. Voordakvlak Zonnepanelen op het voordakvlak van hoofdgebouwen zijn toegestaan a. De zonnepanelen zijn op de onderste helft van het dakvlak geplaatst b. Zonnepanelen op het voordakvlak van bijgebouwen zijn toegestaan Samengestelde kap, mansardekap of andere bijzondere kapvormen 3. Zonnepanelen op samengestelde kappen, mansardekappen of andere bijzondere kapvormen vragen om een maatwerkoplossing. Het is aanbevolen om in een vroeg stadium door middel van vooroverleg in gesprek te gaan met de adviescommissie. De illustraties op de volgende pagina verwijzen naar bovenstaande criteria

12

1a. De afstand van de zonnepanelen tot de dakrand is minimaal 1,5 keer de hoogte van de panelen.

2.1. Zonnepanelen op het achterdakvlak zijn toegestaan.

2.2a-b. Minimaal 1/2 van de breedte van het dakvlak blijft vrij van zonnepanelen.

2.3a. Zonnepanelen op het voordakvlak zijn toegestaan op de onderste helft van het dakvlak.

2.2d. Twee woningen onder één dakvlak geldt onderling de 50 cm regel.

13

3.3 Aanvullende criteria: beschermd stadsgezicht Nieuwpoort Aanwijzing beschermd stadsgezicht: 1972 Kenmerken beschermd stadsgezicht: Nieuwpoort is een kleinschalige vestingstad bestaand uit een symmetrisch assenstelsel van wegen met 17 de -eeuwse oorsprong, omringd door een groen begroeide vestingwal- en gracht. De as bestaat uit de noord-zuid gelegen Buitenhaven en de Binnenhaven. De Hoogstraat is daar haaks op georiënteerd. Kenmerkend is het nog zeer gave dakenlandschap van voornamelijk rode keramische pannen dat vanaf de vestingwal goed zichtbaar is. Rond de vestingstad liggen de nog onbebouwde open schootsvelden die een vrij zicht op Nieuwpoort bieden. 8 Zonering:

Het beschermd gezicht is opgedeeld in drie zones A, B en C. Deze indeling is opgesteld op basis van de kernwaarden van het beschermde stadsgezicht en de mate van verstoring van het dakvlak. -

Zone A: Nieuwpoort binnen en buiten de vesting Dit betreft de vestingstad Nieuwpoort, het deel binnen de 17 de -eeuwse vesting en omwalling plus de oevers van de Lek, Hierin zijn gebieden aangegeven die een uitzonderingspositie genieten t.b.v. van sommige criteria.

-

Zone B: Nieuwpoort buiten de vesting Dit betreft een deel van de Nieuwpoortseweg en de schootsvelden rondom de omwalling. Zone C: Menno van Coehoornsingel Dit betreft een deel van de nieuwbouwbuurt aan de Menno van Coehoornsingel, dat deels binnen de grenzen van het beschermd stadsgezicht valt.

-

1 Beschermd stadsgezicht Nieuwpoort met zicht op het voormalig stadhuis.

8 Voor een volledige beschrijving van het beschermde stadsgezicht wordt verwezen naar de Kaart van beschermde stads- en

dorpsgezichten (RCE), zie cultureelerfgoed.nl

14

2 Voorbeeld zoneringskaart beschermd stadsgezicht Nieuwpoort. De volledige kaart is toegevoegd achterin dit document.

15

Zone A: Nieuwpoort binnen de vesting Plat dak 1. 2.

Algemene criteria (3.1) en de aanvullende criteria (3.2). Zonnepanelen op platte daken (van hoofd- aan of bijgebouwen) zijn toegestaan onder de volgende voorwaarde: a. De afstand van de zonnepanelen tot de dakrand is minimaal 1,5 keer de hoogte van de panelen.

Zadel- of schilddak 3. Algemene criteria (3.1) en de aanvullende criteria (3.2). 4. Plaats de zonnepanelen zoveel mogelijk uit het zicht en houdt de volgorde van hoofdstuk 3.1 punt 2 aan: 1. Achterdakvlak Zonnepanelen op het achterdakvlak van hoofd- en bijgebouwen zijn toegestaan. De zonnepanelen zijn op de onderste helft van het dakvlak geplaatst. 2. Zijdakvlak Zonnepanelen op het zijdakvlak zijn toegestaan a. De zonnepanelen zijn van achter naar voor geordend b. Minimaal de helft van de breedte van het dakvlak van het hoofdgebouw blijft vrij van zonnepanelen c. Zonnepanelen op het zijdakvlak van bijgebouwen zijn toegestaan 3. Voordakvlak Zonnepanelen op het voordakvlak zijn toegestaan. a. De zonnepanelen zijn op de onderste helft van het dakvlak geplaatst b. Zonnepanelen op het voordakvlak van bijgebouwen zijn toegestaan Samengestelde kap, mansardekap of andere bijzondere kapvormen 4. Zonnepanelen op samengestelde kappen, mansardekappen of andere bijzondere kapvormen vragen om een maatwerkoplossing. Het is aanbevolen om in een vroeg stadium door middel van vooroverleg in gesprek te gaan met de adviescommissie. De illustraties op de volgende pagina verwijzen naar bovenstaande criteria

16

2a. De afstand van de zonnepanelen tot de dakrand is minimaal 4.1. Zonnepanelen op het achterdakvlak zijn toegestaan 1,5 keer de hoogte van de panelen. op de onderste helft van het dakvlak.

4.2 a-b. Minimaal 1/2 van de breedte van het dakvlak blijft vrij.

4.3a Zonnepanelen op het voordakvlak zijn toegestaan op de onderste helft van het dakvlak.

Zone B: Nieuwpoort buiten de vesting en Zone

17

Plat dak 1. 2.

Algemene criteria (3.1) en de aanvullende criteria (3.2). Zonnepanelen op platte daken (van hoofd- aan of bijgebouwen) zijn toegestaan onder de volgende voorwaarde(n): a. De afstand van de zonnepanelen tot de dakrand is minimaal 1,5 keer de hoogte van de panelen.

Zadel- of schilddak 3. Algemene criteria (3.1) en de aanvullende criteria (3.2). 4. Plaats de zonnepanelen zoveel mogelijk uit het zicht en houdt de volgorde van hoofdstuk 3.1 punt 2 aan: 1. Achterdakvlak Zonnepanelen op het achterdakvlak van hoofd- en bijgebouwen zijn toegestaan. 2. Zijdakvlak Zonnepanelen op het zijdakvlak zijn toegestaan a De zonnepanelen zijn van achter naar voor geordend b. Minimaal de helft van de breedte van het dakvlak van het hoofdgebouw blijft vrij van zonnepanelen c. Zonnepanelen op het zijdakvlak van bijgebouwen zijn toegestaan 3. Voordakvlak Zonnepanelen op het voordakvlak zijn toegestaan. a. De zonnepanelen zijn op de onderste helft van het dakvlak geplaatst b. Zonnepanelen op het voordakvlak van bijgebouwen zijn toegestaan Samengestelde kap, mansardekap of andere bijzondere kapvormen 5. Zonnepanelen op samengestelde kappen, mansardekappen of andere bijzondere kapvormen vragen om een maatwerkoplossing. Het is aanbevolen om in een vroeg stadium door middel van vooroverleg in gesprek te gaan met de adviescommissie. De illustraties op de volgende pagina verwijzen naar bovenstaande criteria

18

minimaal

2a. De afstand van de zonnepanelen tot de dakrand is 4.1. Zonnepanelen op het achterdakvlak zijn toegestaan

1,5 keer de hoogte van de panelen.

4.2 a-b. Minimaal 1/2 van de breedte van het dakvlak blijft vrij

4.3a Zonnepanelen op het voordakvlak zijn toegestaan op de onderste helft van het dakvlak

C: Menno van Coehoornsingel Hier gelden de algemene criteria (3.1) en de aanvullende criteria (3.2).

19

3.4 Aanvullende criteria: beschermd dorpsgezicht Noordeloos Aanwijzing beschermd dorpsgezicht:

2000 Kenmerken beschermd dorpsgezicht:

Noordeloos is een langgerekt lint dat zich vormt rond het veenriviertje de Noordeloos, met haaks daarop georiënteerd een schuine en langgerekte verkavelingsstructuur. De overwegend agrarische bebouwing bestaat uit boerderijen met schuren op het achtererf en volgt met name aan de Noordzijde deze schuine verkavelingsstructuur. De panden staan op ruime groene kavels en is er veel ruimte tussen de individuele panden. In de kern van het dorp rond de kerk is de bebouwingsdichtheid hoger. 8 Zonering:

Het beschermd gezicht is opgedeeld in drie zones, zone A, B en C. Deze indeling is opgesteld op basis van de waarden van het beschermd dorpsgezicht en de mate van verstoring van het dakvlak. -

Zone A: Bebouwing in de eerste linie: de hoofd- en/of bijgebouwen aan de straat Dit betreft de hoofd- en bijgebouwen in de eerste lijn, direct aan de straat c.q. openbare weg. Zone B: Bebouwing in de tweede linie: de bijgebouwen achter het hoofdgebouw Dit betreft de bijgebouwen in de tweede lijn, gelegen achter het hoofdgebouw. Zone C: Bebouwing in de derde linie en herstructurering Dit betreft de hoofd- en bijgebouwen op enige afstand van de straat, gelegen achter de bebouwing van de eerste en tweede lijn.

3 De Boezem door Noordeloos met zicht op de aan het lint gesitueerde boerderijen

8 Voor een volledige beschrijving van het beschermd dorpsgezicht wordt verwezen naar de Kaart van beschermde stads- en

dorpsgezichten (RCE), zie cultureelerfgoed.nl

20

4 Voorbeeld zoneringskaart beschermd dorpsgezicht Noordeloos. De volledige kaart is toegevoegd achterin dit document.

21

Zone A: Bebouwing in de eerste linie: de hoofd- en/of bijgebouwen aan de straat Plat dak 1. Algemene criteria (3.1) en de aanvullende criteria (3.2). 2. Zonnepanelen op platte daken (van hoofd- aan of bijgebouwen) zijn toegestaan onder de volgende voorwaarde(n): a. De afstand van de zonnepanelen tot de dakrand is minimaal 1,5 keer de hoogte van de panelen. Zadel- of schilddak. 3. Algemene criteria (3.1) en de aanvullende criteria (.3.2). 4. Plaats de zonnepanelen zoveel mogelijk uit het zicht en houdt de volgorde van hoofdstuk 3.1 punt 2 aan: 1. Achterdakvlak Zonnepanelen op het achterdakvlak van hoofd- en bijgebouwen zijn toegestaan. De zonnepanelen zijn op de onderste helft van het dakvlak geplaatst. 2. Zijdakvlak Zonnepanelen op het zijdakvlak zijn toegestaan a. De zonnepanelen zijn van achter naar voor geordend b. Minimaal de helft van de breedte van het dakvlak van het hoofdgebouw blijft vrij van zonnepanelen c. Zonnepanelen op het zijdakvlak van bijgebouwen zijn toegestaan 3. Voordakvlak Zonnepanelen op het voordakvlak zijn toegestaan. a. De zonnepanelen zijn op de onderste helft van het dakvlak geplaatst b. Zonnepanelen op het voordakvlak van bijgebouwen zijn toegestaan Samengestelde kap, mansardekap of andere bijzondere kapvormen 4. Zonnepanelen op samengestelde kappen, mansardekappen of andere bijzondere kapvormen vragen om een maatwerkoplossing.

Het is aanbevolen om in een vroeg stadium door middel van vooroverleg in gesprek te gaan met de adviescommissie. De illustraties op de volgende pagina verwijzen naar bovenstaande criteria

22

2a. De afstand van de zonnepanelen tot de dakrand is minimaal 4.1. Zonnepanelen op het achterdakvlak zijn toegestaan 1,5 keer de hoogte van de panelen. op de onderste helft van het dakvlak.

4.2 a-b. Minimaal 1/2 van de breedte van het dakvlak blijft vrij.

4.3a Zonnepanelen op het voordakvlak zijn toegestaan op de onderste helft van het dakvlak.

23

Zone B: Bebouwing in de tweede linie: de bijgebouwen achter het hoofdgebouw Plat dak 1. Algemene criteria (3.1) en de aanvullende criteria (3.2). 2. Zonnepanelen op platte daken (van hoofd- aan of bijgebouwen) zijn toegestaan onder de volgende voorwaarde(n): a. De afstand van de zonnepanelen tot de dakrand is minimaal 1,5 keer de hoogte van de panelen. Zadel- of schilddak. 3. Algemene criteria (3.1) en de aanvullende criteria (.3.2). 4. Plaats de zonnepanelen zoveel mogelijk uit het zicht en houdt de volgorde van hoofdstuk 3.1 punt 2 aan: 1. Achterdakvlak Zonnepanelen op het achterdakvlak zijn toegestaan 2. Zijdakvlak Zonnepanelen op het zijdakvlak zijn toegestaan a. De zonnepanelen zijn van achter naar voor geordend 3. Voordakvlak Zonnepanelen op het voordakvlak zijn toegestaan. a. De zonnepanelen zijn op de onderste helft van het dakvlak geplaatst b. Zonnepanelen op het voordakvlak van bijgebouwen zijn toegestaan Samengestelde kap, mansardekap of andere bijzondere kapvormen 1. Zonnepanelen die zichtbaar zijn vanuit de openbare ruimte vragen om een maatwerkoplossing. Aanbevolen wordt om in een vroeg stadium over dergelijke aanvragen (in vooroverleg) in gesprek te gaan met de adviescommissie. De illustraties op de volgende pagina verwijzen naar bovenstaande criteria

24

2a. De afstand van de zonnepanelen tot de dakrand is minimaal

4.1. Zonnepanelen op het achter dakvlak zijn toegestaan

1,5 keer de hoogte van de panelen.

op de onderste helft van het dakvlak.

4.2.a.Zonnepanelen op zijdakvlak zijn toegestaan. 4.3a. Zonnepanelen op voordakvlak toegestaan.

25

Zone C: Bebouwing in de derde linie en herstructurering Plat dak 1. Algemene criteria (3.1) en de aanvullende criteria (3.2). 2. Zonnepanelen op platte daken (van hoofd- aan of bijgebouwen) zijn toegestaan onder de volgende voorwaarde(n): a. De afstand van de zonnepanelen tot de dakrand is minimaal 1,5 keer de hoogte van de panelen. Zadel- of schilddak. 3. Algemene criteria (3.1) en de aanvullende criteria (.3.2). 4. 1. Achterdakvlak Zonnepanelen op het achterdakvlak zijn toegestaan 2. Zijdakvlak Zonnepanelen op het zijdakvlak zijn toegestaan a. De zonnepanelen zijn van achter naar voor geordend 3. Voordakvlak Zonnepanelen op het voordakvlak zijn toegestaan. Samengestelde kap, mansardekap of andere bijzondere kapvormen 5. Zonnepanelen die zichtbaar zijn vanuit de openbare ruimte vragen om een maatwerkoplossing. Aanbevolen wordt om in een vroeg stadium over dergelijke aanvragen (in vooroverleg) in gesprek te gaan met de adviescommissie.

26

2.a. De afstand van de zonnepanelen tot de dakrand is minimaal 4.1.Zonnepanelen op achterdakvlak toegestaan. 1,5 keer de hoogte van de panelen.

4.2. Zonnepanelen op zijdakvlak toegestaan 1,5 keer de hoogte van de panelen.

4.3. Zonnepanelen op het voordakvlak toegestaan.

27

3.5 Aanvullende criteria: beschermd dorpsgezicht Kinderdijk-Elshout Aanwijzing beschermd dorpsgezicht:

1993 Kenmerken beschermd dorpsgezicht:

Dit bijzondere landschap bestaat uit een geheel van polders, boezemlanden, wateringen, en de daarbij horende bebouwing van molens, sluizen en gemalen. Het gebied is gevormd in de 18 e eeuw (1738-1740) en als afwateringssysteem van de laaggelegen polders. Het verkeert nog in een grotendeels oorspronkelijke staat. De molens en bijbehorende bebouwing hebben allen de status van Rijksmonument. Het gebied is illustratief voor de complexe en historische waterhuishouding van de lager gelegen delen van Nederland. Het gebied is in 1997 aangewezen als UNESCO Werelderfgoed. Zonering

Het beschermd gezicht is opgedeeld in drie zones, zone A, B en C. Deze indeling is opgesteld op basis van de waarden van het beschermd dorpsgezicht en de mate van verstoring van het dakvlak Zone A: Molens Dit betreft het kerngebied van het beschermde dorpsgezicht met de karakteristieke molens en de waardevolle polders en boezemlanden. Zone B: Entreegebied Dit betreft het entreegebied met het bezoekerscentrum en omliggende bebouwing. Zone C: Ten oosten van Molengebied Dit betreft de polder Nieuw Lekkerland in het oosten van het gebied.

Beschermd dorpsgezicht Kinderdijk-Elshout. Beeld: Jong, Nanette de, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed 10778-8359

28

6 Zoneringskaart beschermd dorpsgezicht Kinderdijk – Elshout.. De volledige kaart is toegevoegd achterin dit document.

Zone A: Molens Plat dak 1. Algemene criteria (3.1) en de aanvullende criteria (3.2). 2. Zonnepanelen op platte daken (van hoofd- aan of bijgebouwen) zijn toegestaan onder de volgende voorwaarde(n): a. De afstand van de zonnepanelen tot de dakrand is minimaal 1,5 keer de hoogte van de panelen. Hellend dak 3. Zonnepanelen op een hellend dak zijn niet toegestaan.

2a. Zonnepanelen op zijdakvlak toegestaan 1,5 keer de hoogte van de panelen

29

Zone B: Entreegebied Plat dak 1. Algemene criteria (3.1) en de aanvullende criteria (3.2). 2. Zonnepanelen op platte daken (van hoofd- aan of bijgebouwen) zijn toegestaan onder de volgende voorwaarde(n): a. De afstand van de zonnepanelen tot de dakrand is minimaal 1,5 keer de hoogte van de panelen. Zadel- of schilddak. 3. Algemene criteria (3.1) en de aanvullende criteria (.3.2). 4. 1. Achterdakvlak Zonnepanelen op het achterdakvlak zijn toegestaan 2. Zijdakvlak Zonnepanelen op het zijdakvlak zijn toegestaan a. De zonnepanelen zijn van achter naar voor geordend 3. Voordakvlak Zonnepanelen op het voordakvlak zijn toegestaan.

2.a. De afstand van de zonnepanelen tot de dakrand is minimaal 4.1.Zonnepanelen op achterdakvlak toegestaan. 1,5 keer de hoogte van de panelen.

4.2.. Zonnepanelen op zijdakvlak toegestaan.

4.3. Zonnepanelen op voordakvlak toegestaan.

Zone C: Ten oosten van Molengebied (Nieuw Lekkerland)

Hier gelden de algemene criteria (3.1) en de aanvullende criteria (3.2).

30

31

4. Begrippenlijst In deze lijst vindt u de toelichting op een aantal technische, bouwkundige en cultuurhistorische termen uit dit rapport. Achterdakvlak Achtererf Adviescommissie Bijgebouw

Erf Hellend dak Monumentale waarde

Openbare ruimte Plat dak Reversibel Trias Energetica Voordakvlak Voorerf Zichtbaar(heid) Zijdakvlak Zijerf

Het van de openbare weg afgekeerde dakvlak van bebouwing. Deel van het erf achter het hoofdvolume. Adviescommissie omgevingskwaliteit, voormalige erfgoedcommissie. Een vrijstaand gebouw, behorende bij een op hetzelfde bouwperceel gelegen hoofdgebouw en functioneel en bouwkundig ondergeschikt is aan dit hoofdgebouw, zoals garages, hobbyruimten, bergingen en huisdierenverblijven. De maximale hoogte bedraagt niet meer dan 5 meter. Hele perceel bij een gebouw. Een schuin dak (kap) van bovengrondse bebouwing. Monumentale waarde wordt toegekend aan onderdelen die van belang zijn voor het monument en daarbij een actuele waarde hebben, d.w.z. het materiaal zelf is waardevol. Zo kan het materiaal zelf niet waardevol zijn, maar de uiterlijke verschijningsvorm oftewel het beeld is wel van belang voor het monument. Zo kunnen ramen van belang voor de beeldkwaliteit zijn, die passen bij een monument maar in de afgelopen decennia zijn vervangen. Het raam is niet oud, en daarmee is het materiaal niet waardevol maar het uiterlijk van het raam is wel van groot belang voor het monument. Gebied dat openbaar toegankelijk is, zoals straten, stegen, parken. Privaat terrein valt hier niet onder. Een horizontaal dak van bovengrondse bebouwing. Bij verwijdering van de zonnepanelen van het dak wordt het ongeschonden dakvlak weer zichtbaar.

De Trias Energetica is een driestappenstrategie om een energiezuinig ontwerp te maken. Het naar de openbare weg toegekeerde dakvlak van bebouwing. Deel van het erf voor het hoofdvolume. Zichtbaar vanuit de openbare ruimte, gemeten vanaf 1,80 m. Bomen of andere begroeiing tellen niet mee voor de zichtbaarheid. Een loodrecht op de openbare weg gekeerd dakvlak Deel van het erf naast het hoofdvolume.

32

33

34

Dit beleid is opgesteld door Dorp, Stad en Land in opdracht van gemeente Molenlanden. Tekst en beeld, tenzij anders vermeld: Dorp, Stad en Land 2022

35

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Molenlanden&id=bed08453-fffc-4474-912c-10f695bcf720