Bijlage 2 Was-wordt lijst Wijziging Model Afvalstoffenverordening 2024
Tekst van het document
Was-wordt-tabel Wijziging Model Afvalstoffenverordening 2024 In het rood zijn de teksten die volledig nieuw zijn. Alleen inhoudelijke veranderingen zijn meegenomen, tekstuele veranderingen (denk aan verandering van artikelnummer) zijn hierin niet opgenomen. Artikel 1 van hoofdstuk 1 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst A R T I K E L 1 . B E G R IP S O M S C H R I J V I NG E N •
1. In deze verordening wordt verstaan dan wel mede verstaan: o a. wet: Wet milieubeheer; o b. inzamelen: de activiteiten gericht op het ophalen of innemen van afvalstoffen die binnen de gemeente ter inzameling worden aangeboden en het feitelijk ophalen en innemen daarvan; o c. ter inzameling aanbieden: de wijze van overdragen van afvalstoffen aan een inzamelende persoon of instantie, inclusief het achterlaten van afvalstoffen in daartoe door of vanwege de inzamelende persoon of instantie geplaatste inzamelmiddelen of voorzieningen of op een daartoe aangewezen plaats; o d. inzamelmiddel: een voor de inzameling van afvalstoffen bestemd hulp- of bewaarmiddel, bijvoorbeeld een huisvuilzak of een minicontainer ten behoeve van één perceel (huishouden); o e. inzamelvoorziening: een voor de inzameling van afvalstoffen bestemd(e) bewaarmiddel of plaats, bijvoorbeeld een verzamelcontainer (ondergronds, bovengronds, inpandig), wijkcontainer of afvalbrengstation, ten behoeve van meerdere percelen (huishoudens); o f. inzameldienst: de krachtens artikel 2, eerste lid, aangewezen inzameldienst, belast met de inzameling van huishoudelijke afvalstoffen; o g. gebruiker van een perceel: degene die in de gemeente feitelijk gebruik maakt van een perceel (ook wel huisaansluiting of huishouden genoemd) ten aanzien waarvan ingevolge artikel 10.21 en artikel 10.22 van de Wet
Nieuwe tekst Artikel 1. Definities 1. Andere inzamelaars: de krachtens artikel 3, tweede lid, aangewezen personen en instanties, belast met het afzonderlijk inzamelen van categorieën huishoudelijke afvalstoffen; 2. Gebruiker van een perceel: degene die in de gemeente feitelijk gebruik maakt van een perceel ten aanzien waarvan ingevolge artikel 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt; 3. Inzameldienst: de in artikel 3, eerste lid, aangewezen inzameldienst, belast met de inzameling van huishoudelijke afvalstoffen; 4. Inzamelen: de activiteiten gericht op het ophalen of innemen van afvalstoffen die binnen de gemeente ter inzameling worden aangeboden en het feitelijk ophalen en innemen daarvan; 5. Inzamelmiddel: een voor de inzameling van afvalstoffen bestemd hulp- of bewaarmiddel; 6. Inzamelplaats: daartoe op grond van artikel 5 aangewezen plaats; 7. Inzamelvoorziening: een voor de inzameling van afvalstoffen bestemd(e) bewaarmiddel of plaatst behoeve van meerdere huishoudens; 8. Perceel: perceel waar geregeld huishoudelijke afvalstoffen kunnen ontstaan; 9.
Ter inzameling aanbieden: de wijze van overdragen van afvalstoffen aan een inzamelende persoon of instantie, inclusief het achterlaten van afvalstoffen in daartoe door of vanwege de inzamelende persoon of instantie geplaatste inzamelmiddelen of -voorzieningen of op een daartoe aangewezen plaats; 10. Wet: Wet milieubeheer; 11. Zwerfafval: huishoudelijk afval van zeer beperkte omvang en gewicht, zoals proppen, papier, sigarettenpeuken, kauwgom, plastic bekertjes, blikjes, verpakkingsmateriaal en etenswaren, dat door mensen bewust of onbewust is weggegooid of achtergelaten op plaatsen die daar niet bestemd voor zijn, of door indirect toedoen of nalatigheid van mensen op die plaatsen is terechtgekomen.
•
milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt; o h. straatafval: huishoudelijke afvalstoffen van zeer beperkte omvang en gewicht, zoals proppen, papier, sigarettenpeuken, kauwgom, plastic bekertjes en blikjes, verpakkingsmateriaal, etenswaren, niet zijnde klein chemisch afval, ontstaan buiten een perceel.
Artikel 2 van hoofdstuk 1 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst N.v.t.
Nieuwe tekst De toepassing van deze verordening is gericht op de bescherming van het milieu, met inbegrip van een doelmatig beheer van afvalstoffen.
Artikel 3 van hoofdstuk 2 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst N.v.t.
Nieuwe tekst Artikel 3. Aanwijzing van de inzameldienst en andere inzamelaars 1. Als inzameldienst belast met het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen wordt aangewezen: de Reinigingsdienst Waardlanden. 2. Burgemeester en wethouders kunnen nadere regels stellen over de voorbereiding van de aanwijzing en over het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen.
Artikel 4 van hoofdstuk 2 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst A R T I K E L 2 . A A NW IJ Z I NG I NZ A M E L D I E N STENANDEREINZAMELAARS •
1. Het college wijst de inzameldienst aan, die belast is met het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen.
•
2. Het college kan aan het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen voorschriften en beperkingen verbinden in het belang van de bescherming van het milieu.
•
3. Paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij het niet tijdig beslissen) is niet van toepassing.
Nieuwe tekst Artikel 4. Regulering van andere inzamelaars 1. Het is voor anderen dan de inzameldienst verboden huishoudelijke afvalstoffen in te zamelen, tenzij de inzamelaar: a. daartoe is aangewezen door burgemeester en wethouders; b. bij nadere regels van burgemeester en wethouders van het verbod is vrijgesteld; of c. verplicht is tot inname, bedoeld in artikel 9.5.2, derde lid, aanhef en onderdeel b, of vierde lid, van de Wet. 2. Burgemeester en wethouders kunnen aan een aanwijzing, bedoeld in het eerste lid, onder a, voorschriften verbinden en beperkingen stellen. Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissing) is niet van toepassing. Artikel 6 van hoofdstuk 2 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst A R T I K E L 2 2 . V E R BO D O P S L A G V A N AF V ALSTOFFEN •
1. Het is verboden afvalstoffen op voor het publiek zichtbare plaats in de open lucht en buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer op te slaan of opgeslagen te hebben.
•
2. Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid gestelde verbod.
•
3. Het verbod is niet van toepassing op het overdragen of ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen aan de inzameldienst, en door de inzameldienst aangewezen andere inzamelaars of de personen of instanties die in het kader van producentenverantwoordelijkheid bij algemene maatregel van bestuur of ministeriële regeling een inzamelplicht hebben voor categorieën van huishoudelijke afvalstoffen.
•
4. Op het verlenen van ontheffing, zoals bedoeld in lid 2, is paragraaf 4.1.3.3. Awb (lex silencio positivio) om dwingende redenen van algemeen belang, zoals de openbare orde, de openbare veiligheid en volksgezondheid en de bescherming van het milieu en het stedelijk milieu, niet van toepassing verklaard.
Nieuwe tekst Artikel 6. Algemene verboden 1. Het is verboden huishoudelijke afvalstoffen: a. ter inzameling aan te bieden aan een ander dan de inzameldienst of een inzamelaar als bedoeld in artikel 4, eerste lid; b. over te dragen aan een ander dan een inzamelaar als bedoeld in artikel 4, eerste lid; of; c. achter te laten op een andere plaats dan de inzamelplaats, als bedoeld in artikel 5. 2.
3.
4.
Het is verboden inzamelvoorzieningen te bekrassen of te bekladden, hierop aanplakbiljetten of andere geschriften, afbeeldingen of aanduidingen aan te brengen, met kalk, krijt, teer of een kleur- of verfstof enige afbeelding, letter, cijfer of teken aan te brengen of te laten aanbrengen. De verboden in lid 2 gelden niet wanneer degene die de handeling verricht in het bezit is van toestemming van de rechthebbende of wanneer er gehandeld wordt krachtens wettelijk voorschrift. De houder van de in het derde lid bedoelde toestemming is verplicht die aan een opsporingsambtenaar op diens eerste vordering terstond ter inzage af te geven.
Artikel 10 van hoofdstuk 2 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst A R T I K E L 1 1 . D A G EN E N T IJ D E N V O O R H ET T E R IN Z A ME L I N G A A N B I E D E N •
1. Het college stelt de dagen en tijden vast waarop categorieën huishoudelijke afvalstoffen ter inzameling kunnen worden aangeboden.
•
2. Het is verboden huishoudelijke afvalstoffen op andere dagen en tijden ter inzameling aan te bieden dan krachtens het eerste lid is bepaald.
Nieuwe tekst Artikel 10. Wijze en plaats van aanbieding 1. Het is verboden huishoudelijke afvalstoffen ter inzameling aan te bieden anders dan in overeenstemming met de door burgemeester en wethouder te stellen regels over het gebruik van: a. inzamelmiddelen voor het aanbieden ter inzameling bij een perceel; en b. inzamelvoorzieningen voor het aanbieden ter inzameling nabij een perceel.
2. 3.
Het is verboden om een inzamelmiddel na afloop van de tijden, bedoeld in artikel 9, buiten een perceel te laten staan. Burgemeester en wethouders kunnen nadere regels stellen voor categorieën van percelen. Deze regels kunnen een vrijstelling van het verbod inhouden.
Artikel 14 van hoofdstuk 4 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst A R T I K E L 1 6 . VO O RK O M E N V A N D I F F US E M I L I E U V E R O NT R E I N I G I NG •
• •
•
•
1. Het is verboden buiten een daarvoor door het college bestemde plaats en buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer een afvalstof, stof of voorwerp op of in de bodem te brengen, te storten, te houden, achter te laten of anderszins te plaatsen op een wijze die aanleiding kan geven tot hinder of nadelige beïnvloeding van het milieu. 2. Het college kan van het verbod ontheffing verlenen. 3. Het verbod is niet van toepassing op: o a. het overeenkomstig deze verordening ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen of bedrijfsafvalstoffen; o b. het thuis composteren van groente-, fruit- en tuinafval; o c. voor zover de (afval)stoffen tijdelijk op de weg geraken of worden gebracht als onvermijdelijk gevolg van het laden, lossen of vervoeren van afvalstoffen dan wel het verrichten van andere werkzaamheden op of aan de weg. 3. Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor zover de Wet bodembescherming of het Besluit Bodemkwaliteit voorziet in de beoogde bescherming van het milieu. 4. Op het verlenen van ontheffing, zoals bedoeld in lid 2, is paragraaf 4.1.3.3. Awb (lex silencio positivio) om dwingende redenen van algemeen belang, zoals de openbare orde, de openbare veiligheid en volksgezondheid en de bescherming van het milieu en het stedelijk milieu, niet van toepassing verklaard.
Nieuwe tekst Artikel 14. Dumpingsverbod 1. Het is verboden zonder ontheffing van burgemeester en wethouders, buiten een inrichting, hinder of nadelige beïnvloeding van het milieu te veroorzaken, door een afvalstof, een stof of een voorwerp op of in de bodem te brengen, te storten, te houden, achter te laten of anderszins daar te plaatsen. 2. Het eerste lid is niet van toepassing op: a. het aanbieden, overdragen of achterlaten van huishoudelijke afvalstoffen of bedrijfsafvalstoffen in overeenstemming met deze verordening; b. het (thuis) composteren van huishoudelijk bioafval op het perceel waar dit is ontstaan; c. het laden, lossen of vervoeren van afvalstoffen, met inbegrip van daarbij niet te vermijden plaatsing van afvalstoffen, stoffen of voorwerpen op de weg, bedoeld in artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994; d. handelingen die zijn verboden bij of krachtens de Wet bodembescherming, de Waterwet of het Besluit bodemkwaliteit. 3. Indien de overtreder van dit artikel onbekend is, wordt de persoon tot wie de aangetroffen afvalstof, stof of voorwerp kan worden herleid, geacht te hebben gehandeld in strijd met dit artikel.
Artikel 15 van hoofdstuk 4 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst A R T I K E L 1 7 . A CHT E R L A T E N V A N ST RA A T AFVAL •
1. Het is verboden straatafval in de openbare ruimte achter te laten zonder gebruik te maken van de van gemeentewege of anderszins geplaatste of voorgeschreven bakken, manden of soortgelijke voorwerpen.
•
2. Het is verboden om andere afvalstoffen dan straatafval achter te laten in daartoe van gemeentewege of anderszins geplaatste of voorgeschreven bakken, manden of soortgelijke voorwerpen.
Nieuwe tekst Artikel 15. Zwerfafval in de openbare ruimte 1. Het is verboden zwerfafval, achter te laten in de openbare ruimte, anders dan in daartoe bestemde afvalbakken of andere middelen ter inzameling van deze afvalstoffen. 2. Reclamedrukwerk, ander promotiemateriaal en de verpakking daarvan, die in weerwil van het eerste lid in de openbare ruimte wordt weggeworpen of achtergelaten, wordt terstond opgeruimd door degene die het in de betreffende omgeving onder het publiek verspreidde. 3. Het is voor andere dan de inzameldienst en toezichthouders als bedoeld in artikel 21 van deze verordening verboden ter inzameling gereedstaande afvalstoffen of inzamelmiddelen te doorzoeken of te verspreiden, te stoten, te schoppen, omver te werpen of door deze anderszins te behandelen. Artikel 15a: Ongeadresseerd reclamewerk en huisaan-huisbladen 1. In dit artikel wordt verstaan onder: a. Ongeadresseerd reclamedrukwerk: reclamedrukwerk of samples die gratis huis aan huis worden verspreid zonder vermelding van naam, adres of postbus en woonplaats van de ontvanger, niet zijnde: i. een huis-aan-huisblad of andere informatie over werkzaamheden of activiteiten in de buurt die voor de bewoners of gebruikers van een woning, bedrijf of woonschip in die buurt van belang zijn om te weten; ii. drukwerk van vrijwilligers of niet-commerciële organisaties. b.
Huis-aan-huisblad: ongeadresseerd blad dat met een vaste frequentie gratis huis aan huis wordt verspreid in een geografisch beperkt gebied en waarvan ten minste 10% van de inhoud bestaat uit informatie over en nieuws uit het eigen
verspreidingsgebied, niet zijnde reclame. 2.
3.
Een huis-aan-huisblad mag worden bezorgd bij een woning, bedrijf of woonschip, tenzij de bewoner of gebruiker expliciet kenbaar heeft gemaakt geen prijs te stellen op het ontvangen ervan. Ongeadresseerd reclamedrukwerk mag uitsluitend bezorgd worden of laten worden bij een woning, bedrijf of woonschip als de bewoner of gebruiker kenbaar heeft gemaakt prijs te stellen op het ontvangen ervan.
Artikel 16 van hoofdstuk 4 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst A R T I K E L 1 9 . AF V A L B A K K E N I N I N R I C HT I N G E N VO O R HE T V E R B R U I K E N V A N E E T - E N D R I N KW AR E N De houder of beheerder van een inrichting waar eetof drinkwaren worden verkocht die ter plaatse kunnen worden genuttigd, is verplicht: •
a. een afvalbak, -mand of soortgelijk voorwerp in of nabij de inrichting op een duidelijk zichtbare plaats aanwezig te hebben, waarin het publiek afval kan achterlaten;
•
b. zorg te dragen dat deze afvalbak, -mand of soortgelijk voorwerp van een zodanige constructie is dat het afval daarin deugdelijk geborgen blijft en dat die afvalbak, -mand of voorwerp steeds tijdig wordt geledigd;
•
c. zorg te dragen dat dagelijks, uiterlijk een uur na sluiting van de inrichting, doch in ieder geval terstond op eerste aanzegging van een ambtenaar, belast met de toezicht op de naleving van dit artikel, in de nabijheid van de inrichting achtergebleven afval, voor zover kennelijk uit of van die inrichting afkomstig, wordt opgeruimd.
Nieuwe tekst Artikel 16. Zwerfafval rondom inrichtingen 1. Degene die een inrichting drijft waar eet- of drinkwaren worden verkocht die ter plaatse kunnen worden genuttigd draagt zorg voor de aanwezigheid in of nabij de inrichting, van een steeds voor gebruik door het publiek beschikbare en tijdig geleegde afvalbak of soortgelijk middel voor het houden van afval. 2. Degene die de inrichting drijft verwijdert zo vaak als nodig etenswaren, verpakkingen, afval of andere materialen die kennelijk uit de inrichting afkomstig zijn of voor de inrichting zijn bestemd binnen een straal van ten minste 25 meter van de inrichting. 3. De vorige leden gelden niet voor situaties waarin wordt voorzien door het Activiteitenbesluit milieubeheer.
Artikel 19a van hoofdstuk 4a wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst N.v.t.
Nieuwe tekst Artikel 19a. Kadavers van gezelschapsdieren 1. Voor de toepassing van dit artikel wordt onder gezelschapsdier verstaan: een dier dat de mens in of rond het huis houdt en verzorgt, niet zijnde een hobby- of landbouwhuisdier. 2. Burgemeester en wethouders wijzen een of meer verzamelplaatsen aan waar kadavers van gezelschapsdieren worden ingezameld. 3. Van ingezamelde kadavers wordt aangifte gedaan bij Rendac Son B.V. De kadavers worden bewaard en overgedragen aan Rendac Son B.V. in overeenstemming met het bepaalde bij of krachtens artikel 3.1 van de Wet dieren. 4. Uiterlijk op de eerste werkdag die volgt op de dag waarop het gezelschapsdier dood is aangetroffen, geeft de houder van het kadaver dit af op een aangewezen verzamelplaats of aan de ondernemer, bedoeld in het tweede lid. 5. Tot het tijdstip van afgifte bewaart de houder het kadaver zodanig dat er geen vermenging is met ander materiaal. 6. Het vierde lid is niet van toepassing op het kadaver dat wordt begraven op een terrein dat ter beschikking staat van de houder van het kadaver of dat uiterlijk de eerste werkdag na overlijden wordt afgegeven aan een ondernemer die is erkend op grond van artikel 24, eerste lid, onder b, c of d, van de Verordening 1069/2009/EG.
Artikel 20 van hoofdstuk 5 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst A R T I K E L 2 4 . ST R AF B E P A L I N G Een gedraging in strijd met de volgende artikelen is een strafbaar feit in de zin van artikel 1a, onder 3º, Wet op de economische delicten: Artikel Onderwerp Artikel 6 Inzamelverbod huishoudelijke afvalstoffen behoudens aanwijzing Artikel 7 Verbod op het ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen aan anderen
Nieuwe tekst Artikel 20. Strafbare feiten Overtreding van het bij of krachtens de artikelen 4, 6, 8 tot en met 10 en 12 tot en met 19a bepaalde en de daarbij gegeven voorschriften en beperkingen, is een strafbaar feit als bedoeld in artikel 1a, onderdeel 3, van de Wet op de economische delicten.
Artikel 8 Verbod op het ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen door anderen dan de gebruikers van percelen Artikel 9 Afzonderlijk ter inzameling aanbieden Artikel 10 Ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen Artikel 11 Dagen en tijden voor het ter inzameling aanbieden Artikel 14 Ter inzameling aanbieden van bedrijfsafvalstoffen aan de inzameldienst Artikel 15 Het ter inzameling aanbieden van bedrijfsafvalstoffen aan een ander dan de inzameldienst Artikel 16 Voorkomen van diffuse milieuverontreiniging Artikel 17 Achterlaten van straatafval Artikel 18 Voorkomen van zwerfafval bij ter inzameling gereed staande afvalstoffen Artikel 19 Afvalbakken in inrichtingen voor het verbruiken van eet- en drinkwaren Artikel 20 Wegwerpen van reclamebiljetten of ander promotiemateriaal Artikel 21 Zwerfafval bij vervoeren, laden en lossen of overige werkzaamheden Artikel 22 Verbod opslag van afvalstoffen Artikel 23 Afgifte autowrakken afkomstig uit een huishouden
Artikel 22 van hoofdstuk 6 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst N.v.t.
Nieuwe tekst Artikel 22. Wijzigingen als gevolg van de Omgevingswet en overgangsrecht Op het tijdstip waarop de Omgevingswet in werking treedt, wordt deze verordening gewijzigd als volgt: 1. in artikel 14, tweede lid, onder d, wordt “Waterwet” vervangen door “Omgevingswet”; 2. in artikel 16 vervallen de aanduiding “1.” voor het eerste lid, en het tweede en derde lid; 3. in artikel 18 vervalt “en buiten een inrichting als bedoeld in artikel 1.1 van de Wet milieubeheer” en na het slot van het artikel wordt toegevoegd “Het verbod geldt niet als voor de opslag van afvalstoffen een omgevingsvergunning is afgegeven.”; 4. in artikel 19 wordt “anders dan door afgifte aan een inrichting als bedoeld in artikel 6 van het Besluit beheer autowrakken” vervangen door “anders dan door afgifte aan de houder van een omgevingsvergunning voor het demonteren van autowrakken of wrakken van tweewielige motorvoertuigen” 5. in artikel 21 wordt na “Wet algemene bepalingen omgevingsrecht” ingevoegd “of artikel 18.6 van de Omgevingswet”.
Artikel 23 van hoofdstuk 6 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst N.v.t.
Nieuwe tekst Artikel 23. Intrekking oude verordening De Afvalstoffenverordening Molenlanden 2021 wordt ingetrokken.
Artikel 24 van hoofdstuk 6 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst A R T I K E L 2 6 . I NW ER K I N G T R E D IN G •
1. Deze verordening treedt in werking op de dag van publicatie.
•
2. De Afvalstoffenverordening Molenwaard en Giessenlanden wordt ingetrokken.
Nieuwe tekst Artikel 24. Inwerkingtreding en citeertitel 1. Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2024. 2. Deze verordening wordt aangehaald als: Afvalstoffenverordening Molenlanden 2024.