Bijlage 2 Ruimtelijke onderbouwing - aangepast
Tekst van het document
31
4.8 Bodem Bij de bouw van woningen is het vereist dat inzicht aanwezig moet zijn in de kwaliteit van de bodem, dit om te voorkomen dat er wordt gewoond op verontreinigde grond. Om deze reden is op 27 maart 2017 verkennend bodemonderzoek uitgevoerd door Inventerra Comon Services b.v. De conclusie van dit onderzoek is dat ervan uit milieuhygiënisch oogpunt er geen belemmeringen zijn voor het realiseren van het bouwplan. Dit betekent dat de bodem geschikt is voor de gewenste woonbestemming. 4.9 Archeologische waarden en cultuurhistorie De bescherming van het archeologische erfgoed in de bodem en de inbedding ervan in de ruimtelijke ordening is het onderwerp van het Europese Verdrag van Valetta (Malta, 1992). Nederland heeft dit Verdrag ondertekend en goedgekeurd. De Erfgoedwet is de nationale wet waarin de regels over monumenten zijn opgenomen. De bescherming van het archeologische erfgoed is een taak van de gemeente. Er dient binnen ruimtelijke ontwikkelingen aandacht te worden besteed aan archeologische aspecten. Het perceel Middelweg 2 heeft een middelhoge archeologische verwachtingswaarde (dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 2’). Er is archeologisch onderzoek nodig bij bodemingrepen die een oppervlakte beslaan van meer dan 100 m², tenzij gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering.
Op 14 februari 2024 heeft Transect der rapportage van een Archeologische Bureauonderzoek en een inventariserend veldonderzoek opgesteld. In de rapportage is het volgende advies en selectiebesluit opgenomen. Advies Op basis van de resultaten van het onderzoek zijn vanaf een diepte van 2,0 m –NAP archeologische resten te verwachten. Indien op een diepte van 1,8 m –NAP (inclusief een buffer van 20 cm) graafwerkzaamheden gepland zijn, adviseren wij om op dat moment aanvullend archeologische maatregelen te treffen. Afhankelijk van de aard van de werkzaamheden zou dit kunnen in de vorm van proefsleuven onderzoek of in de vorm van een archeologische begeleiding (protocol proefsleuven, mogelijk met doorstart naar een opgraving). Mochten graafwerkzaamheden ten behoeve van de aanleg van funderingen niet tot die diepte reiken en/of ophogingen plaatsvinden, dan zijn geen aanvullende archeologische maatregelen noodzakelijk. Voor wat betreft het slaan van heipalen is er archeologisch gezien geen bezwaar mits de tussenafstand van de palen niet minder is dan 2,5-3,0 m. Op het moment dat tijdens vrijgegeven graafwerkzaamheden onverhoopt toch archeologische zaken worden aangetroffen, geldt conform de Erfgoedwet 2016, artikel 5.10 en 5.11 een wettelijke plicht deze vondsten te melden bij de bevoegde overheid (gemeente Molenwaard (nu: Molenlanden). De melding kan dan plaatsvinden bij de heer R.
van Oosterbos en/of de archeologisch adviseur. Selectiebesluit (08-01-2020, Hamaland Advies) Op basis van de onderzoeksresultaten van Transect onderschrijven wij het selectieadvies. Vervolgonderzoek is niet noodzakelijk als de graafwerkzaamheden 32
voor de nieuwbouw niet dieper reiken dan 1,8 m – NAP. Ten aanzien van het palenplan wordt een verstoring door palen toegestaan zolang deze niet groter is dan 1% van het netto bouwoppervlak. Voorafgaand aan de nieuwbouw dient het palenplan ter toetsing te worden voorgelegd bij gemeente Molenlanden en diens archeologisch adviseur. Indien diepere graafwerkzaamheden of een dichter palenplan voorzien zijn, dan zal vervolgonderzoek noodzakelijk zijn om de aanwezige archeologische waarden vanaf 2,0 m-NAP te kunnen documenteren. Voorafgaand aan gravend onderzoek dient een Programma van Eisen te worden opgesteld dat getoetst wordt door gemeente Molenlanden. De graafwerkzaamheden zullen niet dieper reiken dan 1.8 m -NAP. Het palenplan wordt voorgelegd aan de gemeente Molenlanden. Dit betekent dat dit onderdeel geen belemmering vormt voor de totstandkoming van dit plan. 4.10
Verkeer
Ontsluiting Het plangebied blijft ontsloten via de Middelweg. De ontsluiting vindt plaats via de bestaande uitwegen. Door de realisering van de nieuwe appartementen zullen er gemiddeld zeven vervoersbewegingen per etmaal per woonappartement plaatsvinden, derhalve in totaal circa 56 vervoersbewegingen per etmaal. In de oude situatie was op deze locatie een detailhandelsbedrijf aanwezig die meer voertuigbewegingen genereerde. De Middelweg is voldoende gedimensioneerd om de verkeersbewegingen vanuit het plangebied te verwerken.
Parkeren Bij nieuwe functies moet voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein worden gerealiseerd. Daartoe heeft de gemeenteraad van de gemeente Molenlanden op 27 oktober 2020 het ‘Parapluherziening parkeren Molenlanden’ vastgesteld. In dat bestemmingsplan wordt voor de berekening van de parkeerbehoefte gewezen op de 'Nota Parkeernormen Molenlanden 2020'. Er is op basis van deze nota een parkeerberekening gemaakt. Het bouwplan voorziet in de nieuwbouw van een woongebouw met acht appartementen. Het gaat om koopappartementen. Parkeernormen Parkeernormen appartementen (koop): - Koop etage duur (drie of meer slaapkamers) - Koop etage midden (twee slaapkamers) - Koop etage goedkoop (één slaapkamer) Parkeerbehoefte Berekening behoefte Goedkoop Midden
1x1,6 7x1,9
2,1 1,9 1,6
= 1,6 = 13,3 33
Totaal
14,9
Op eigen terrein achter het woongebouw worden 14 parkeerplaatsen aangelegd. Langs de Middelweg ter hoogte van het perceel Middelweg 2 worden ook nog twee parkeerplaatsen aangelegd.
Figuur 4.3: tekening parkeerplaatsen
Bij het vorige bouwplan moest de parkeerbehoefte nog deels in het openbaar gebied worden ingevuld. Uit een destijds door initiatiefnemer uitgevoerd parkeeronderzoek bleek dat er een overcapaciteit van zeven parkeerplaatsen in het openbaar gebied aanwezig was, dit gebaseerd op een bezettingsgraad van max 80% na realisatie van het plan. Dit had nog als aanvullende mogelijkheid kunnen dienen om te voorzien in de parkeerbehoefte. Maar zoals vermeld zijn er al bijna voldoende parkeerplaatsen op eigen terrein. Conclusie De parkeerbehoefte is 15. Op eigen terrein komen 14 parkeerplaatsen beschikbaar. In het openbaar gebied dient één parkeerplaats te worden gebruikt. Die is beschikbaar langs de Middelweg ter hoogte van Middelweg 2. Het plan is uit oogpunt van verkeer uitvoerbaar.
4.11
Milieueffectrapportage
Ingevolge het Besluit milieueffectrapportage en het Besluit omgevingsrecht moet bij ontwikkelingen worden bekeken of de ruimtelijke ontwikkeling ook uit milieuoogpunt aanvaardbaar is en of er een Milieueffectrapportage moet worden opgesteld.
34
Op grond van de D-lijst uit het besluit Mer moet er in ieder geval een Milieueffectrapportage worden opgesteld bij de aanleg of wijziging van een stedelijk ontwikkelingsproject dat een oppervlakte van 100 hectare of meer dan wel de bouw van 2.000 of meer woningen omvat. In onderhavig bestemmingsplan gaat het om de afwijking van een bestemmingsplan voor de realisering van acht appartementen. Daarom heeft er een vormvrije merbeoordeling plaatsgevonden. De impact van dit plan is beperkt en de milieugevolgen zijn in de hiervoor opgenomen hoofdstukken voldoende in kaart gebracht. Het is uitgesloten dat er milieugevolgen voor het gebied optreden. Om deze reden is het niet vereist dat er een Milieueffectrapportage wordt opgesteld. 4.12
Duurzaamheid
Bij de verdere ontwikkeling is het de inzet om het gebouw zo duurzaam mogelijk te maken aangaande verbruik van energie, terwijl het gebouw tevens zo duurzaam mogelijk dient te worden ingepast in de omgeving. Met het oog daarop wordt onder andere aandacht besteed aan: - energiebesparing, zeer goed geïsoleerde appartementen; - gebruik van duurzame materialen; - respect voor het milieu; - lage fossiele brandstof behoefte; - een gezond binnenmilieu; - duurzaam slopen, waarbij materialen opnieuw kunnen worden gebruikt.
35