Bijlage 2: Regionaal plan Gorinchem 2020 laaggeletterdheid versie 1 maart 2021
Tekst van het document
Aanpak laaggeletterdheid Regionaal plan arbeidsmarktregio Gorinchem 2020 - 2024
Inhoudsopgave 1. Inleiding
2. Beleid laaggeletterdheid a. Landelijk beleid b. Regionaal beleid i. Taalpact ii. Werkateliers iii. Taalhuizen iv. WEB en WI v. VN-verdrag Handicap vi. Toegankelijke dienstverlening c. Integrale aanpak i. Preventie ii. Armoede en schulden iii. Participatie en werk iv. Gezondheid 3. Toekomstvisie 4. Kwaliteitsbewaking en monitoring a. Aanbod b. Kwaliteitsbewaking c. Monitoring 5. Financiering 6. Bijlagen a. Begrippenlijst b. Lokale integrale aanpak
Inleiding
Voor u ligt het plan van de gemeenten Gorinchem, Molenlanden en Vijfheerenlanden voor de aanpak laaggeletterdheid. De Rijksoverheid, gemeenten en andere decentrale overheden hebben in 2018 afgesproken om de komende jaren gezamenlijk op te trekken bij het verbeteren van de (taal)vaardigheid van volwassenen. In de kamerbrief van 18 maart 2019 “Samen aan de slag voor een vaardig Nederland”, heeft het Kabinet aangekondigd om samen met gemeenten in de periode 20202024 te werken aan zichtbare verbetering van het bereiken van laaggeletterden. Iedereen moet mee
kunnen doen! Voor de vervolgaanpak van het programma Tel mee met Taal hebben de gemeenten de regie. In dit plan staat beschreven waar wij ons de komende jaren op in gaan zetten.
Laaggeletterdheid
In Nederland zijn ongeveer 2,5 miljoen mensen van 16 jaar en ouder laaggeletterd. Vaak hebben zij ook moeite met digitale vaardigheden. Dat staat gelijk aan 18%, dus ongeveer 1 op de 6 mensen in Nederland. Daarvan hebben bijna 1,8 miljoen mensen tussen de 16 en 65 jaar moeite met taal en/of rekenen. Meer dan de helft van deze groep heeft Nederlands als moedertaal. 57% werkt. Moeite hebben met lezen, schrijven, rekenen en/of werken met de computer heeft grote gevolgen. Wanneer je informatie niet goed begrijpt, is de kans groot dat je minder zelfredzaam, minder sociaal actief en minder gezond bent dan geletterde mensen. Je vindt bijvoorbeeld minder snel een baan. Je hebt minder grip op je geldzaken en meer moeite om digitaal in contact te komen met de overheid. Ook kost laaggeletterdheid de maatschappij veel. Uit onderzoek van PricewaterhouseCoopers blijkt dat laaggeletterdheid de Nederlandse samenleving bijna 1 miljard euro per jaar kost. Hogere gezondheidskosten, uitgaven voor uitkeringen, lagere productiviteit van laaggeletterde werknemers en gemiste belastinginkomsten zijn de bekendste kostenposten.
Arbeidsmarktregio Gorinchem
De gemeenten Gorinchem, Molenlanden en Vijfheerenlanden vormen per 1 januari 2021, voor de duur van in ieder geval 3 jaar, samen de arbeidsmarktregio Gorinchem. Uit de doelgroepenanalyse blijkt dat ongeveer 11 % van de bevolking uit de arbeidsmarktregio Gorinchem laaggeletterd is1. Dit is iets lager dan het landelijke gemiddelde dat op 12 % ligt. De aantallen lopen echter wel uiteen. Gorinchem heeft het grootste aandeel (2020, Geletterdheidinzicht.nl). Aantal Aantal % laaggeletterden Aantal inwoners2 beroepsbevolking laaggeletterden Gorinchem 37.022 24.278 12% ca. 2.913 Molenlanden
43.909
27.566
9%
ca. 2.480
Vijfheerenlanden
56.811
35.651
8%
ca. 2.852
Uit het PISA-onderzoek 2018 is gebleken dat Nederlandse 15-jarigen lager scoren op leesvaardigheid dan in de andere 15 EU-landen. Ook op het gebied van volwasseneducatie voldoen we nog niet aan de gemaakte internationale afspraken (2015, Global Goals) om te zorgen voor kwalitatief gelijkwaardig aanbod. Met dit regionale plan richten wij ons op een integrale aanpak van laaggeletterdheid. Waar mogelijk zoeken we raakvlakken met andere beleidsdomeinen zoals onderwijsachterstandenbeleid, sociaal integraal beleid, en armoede- en schuldenbeleid. De gemeenten willen er voor zorgen dat meedoen voor iedere inwoner echt mogelijk is.
1 Geletterdheid InZicht.nl 2 CBS
Jargon
Er is geprobeerd om dit plan zo toegankelijk mogelijk te maken. Helaas bevat het toch ook wat jargon en afkortingen. In de bijlage is daarom een begrippenlijst opgenomen. Om de visie voor de aanpak van laaggeletterdheid voor alle inwoners duidelijk te maken, wordt er een video met uitleg gemaakt.
Beleid laaggeletterdheid Landelijk beleid
Om mee te kunnen doen in de samenleving is het van essentieel belang om over voldoende basisvaardigheden te beschikken. In de afgelopen jaren is mede door het actieprogramma Tel mee met Taal het mogelijk voor mensen om hun vaardigheden te verbeteren. De rijksoverheid heeft in de Kamerbrief voor de vervolgaanpak laaggeletterdheid 'Samen aan de slag voor een vaardig Nederland' van 18 maart 2019 drie hoofddoelstellingen benoemd: 1. Méér mensen bereiken met een aanbod op maat, vooral de groep met Nederlands als moedertaal; 2. Weten wat werkt: investeren in kwaliteit; 3. Samen aan de slag onder regie van gemeenten.
Regionaal beleid
Hoe geweldig zou het zijn als alle inwoners van de gemeenten Gorinchem , Molenlanden en Vijfheerenlanden in staat zouden zijn om voluit mee te kunnen doen aan het dagelijks leven. Niet belemmerd worden doordat ze onvoldoende kunnen lezen, spreken, schrijven of rekenen. En dat zij veilig online hun weg kunnen vinden, overheidszaken kunnen regelen, maar ook sociale contacten kunnen onderhouden. Laaggeletterdheid is geen probleem op zichzelf. Het is een combinatie van problemen op veel verschillende (zelfredzaamheids)gebieden. Het komt voor op de werkvloer, in de schuldhulpverlening, in het onderwijs en in de gezondheidszorg. Er heerst een taboe op dit onderwerp en er is onbekendheid bij professionals en werkgevers. Het is daarom belangrijk dat we hier als overheid integraal aan werken door ‘laaggeletterdheid’ te verbinden aan de thema’s preventie, armoede en schulden, participatie/werk en gezondheid.
Taalpact
Omdat we het samen moeten doen hebben de gemeenten samen met Avres, het Da Vinci College, Bibliotheek AanZet en Stichting Lezen en Schrijven op 28 februari 2019 een werkatelier georganiseerd. Samen met alle aanwezigen is er een collectieve ambitie opgesteld en zijn er concrete afspraken gemaakt om laaggeletterdheid te bestrijden. De missie is: “Iedereen beschikt over voldoende basisvaardigheden (taal, rekenen, digitaal) om volledig mee te kunnen doen in de samenleving. Degenen waarvoor dit niet mogelijk is weten waar zij hulp kunnen krijgen.” Om de aanpak richting te geven zijn er drie ambities geformuleerd: 1. Op 1 maart 2024 beschikt 100% van de jongeren op het einde van de leerplichtige leeftijd over de basisvaardigheden. Een groot aantal kinderen en jongeren (tot 18 jaar) verlaat het onderwijs zonder het vereiste
taalniveau te beheersen. Het gaat hierbij om ruim 10% van groep 8-leerlingen, 9 tot 19% van vmbo-leerlingen, 36% van mbo2-leerlingen en 15% van mbo3. Samengenomen lopen tenminste 1 op de 10 kinderen daarmee risico om als laaggeletterde volwassene de maatschappij en de arbeidsmarkt te betreden. De opgave is om deze trend te doorbreken en onze jongeren optimale kansen te bieden op een succesvol leven. 2. Op 1 maart 2024 weet iedereen waar hij/zij terecht kan voor het aanleren van basisvaardigheden. Kennis is macht. Dat geldt ook voor het beheersen van de basisvaardigheden. De opgave is om te zorgen dat iedereen toegang heeft tot deze kennis op een manier die aansluit bij de persoonlijke leefwereld. Hierbij is het van groot belang dat het stigma verdwijnt waardoor het bespreekbaar wordt als je iets niet kan en het aanbod aansluit bij de behoefte van de mensen waar het om gaat. 3. Op 1 maart 2024 beschikken in onze regio tenminste 500 extra NT1’ers en 1500 NT2’ers over de basisvaardigheden. Meer volwassenen beheersen de Nederlandse taal op het minimaal vereiste niveau om deel te nemen aan het onderwijs, de arbeidsmarkt en het dagelijks leven. Daarnaast beschikken zij over digitale en rekenbasisvaardigheden. De opgave is om tot een aanpak te komen die tot structurele levensverbetering leidt, waarbij het verhogen van basisvaardigheden een middel is.
Werkateliers
Werkateliers worden georganiseerd om samen met partners de stand van zaken door te nemen en te kijken waar de kansen en mogelijkheden liggen om gezamenlijk de gestelde ambities te gaan behalen. En alle stappen die we genomen hebben richting de ambitie ook vieren. Om organisaties te stimuleren proberen we innovatie te stimuleren door bijvoorbeeld een prijsvraag uit te zetten.
Taalhuizen
Taalhuizen zijn een plek waar vraag en aanbod bij elkaar komen over taal, rekenen en digitale vaardigheden. In de gemeenten zijn er vier locaties waar men terecht kan.
Volwasseneducatie (WEB) en Wet Inburgering (WI)
Het aanbod voor volwasseneneducatie en het regionale aanbod Inburgering bevatten beiden het onderdeel Nederlands als tweede taal (NT2). Om die reden is ervoor gekozen om de aanbesteding voor de formele educatietrajecten (WEB) en de leerroutes B1 en zelfredzaamheid (Wet Inburgering) te combineren. De gemeenten zien in de combinatie van de inkoop een schaal- en efficiencyvoordeel voor de regio, om op deze manier de beschikbare rijksmiddelen optimaal in te kunnen zetten. Daarnaast zullen we de beide beleidsterreinen nog verbinden op o.a. monitoring, doorlopende leerlijnen en efficiënte inzet van middelen voor het informele aanbod.
VN-verdrag Handicap
Om de positie van mensen met een beperking te verbeteren, geldt in ons land het VN-verdrag Handicap. Dit verdrag gaat uit van een inclusieve samenleving, waarin iedereen mee kan doen, op alle terreinen. Dus ook mensen die laaggeletterd zijn.
Toegankelijke dienstverlening
Toegankelijkheid is van uiterst belang. Communiceren op een manier waarbij het voor iedereen te bereiken en te begrijpen is. Heldere communicatie in het gebouw, via brieven, de website, sociale media en alle andere communicatiekanalen.
Integrale aanpak
Voor de aanpak van laaggeletterdheid zorgen we binnen de gemeenten voor een integrale aanpak met verschillende domeinen voor het herkennen en signaleren van laaggeletterdheid. De focus in de gemeenten ligt op de volgende domeinen: Preventie Armoede en Schulden Participatie en werk Gezondheid
Preventie
Het is van belang om te voorkomen dat kinderen opgroeien met een taalachterstand, waardoor ze als volwassene laaggeletterd worden. Ouders hebben een belangrijke rol bij de taalontwikkeling van hun kinderen. Door een gezinsgerichte aanpak willen we als gemeenten de ouderbetrokkenheid vergroten en taalvaardigheid van zowel ouder als kind verbeteren. Bij dit onderdeel spelen de bibliotheken een grote rol. Ook wordt op dit vlak het onderwijsachterstandenbeleid en gelijke kansen aan de aanpak van laaggeletterdheid verbonden door nauwe samenwerkingen met voor- en vroegschoolse educatie, het voortgezet onderwijs en het primair onderwijs.
Armoede en schulden
Voor mensen die moeite hebben met lezen, schrijven en/of rekenen, is het een grote uitdaging om rekeningen te begrijpen, te betalen en hun financiële administratie overzichtelijk te houden. Ook het aanvragen van toeslagen is vaak problematisch. Om te zorgen dat mensen niet in de schulden komen en uit de schulden blijven is het van belang om goed inzichtelijk te krijgen waar mensen tegenaanlopen. Via de werkateliers is besloten om op de aanpak laaggeletterdheid en schulden in te zoomen door gebruik te maken van de werkmodule Huh? Wat bedoelt u? waarbij de klantreis en communicatie in kaart worden gebracht van deelnemende organisaties, zoals woningbouwcorporaties, schuldhulpverlening, sociale dienst, bibliotheken en de gemeenten.
Participatie en werk
Ruim de helft van de mensen die moeite hebben met basisvaardigheden, hebben een baan. Laaggeletterden hebben vaak moeite om veiligheidsinstructies te begrijpen, moeite met het invullen van formulieren of het digitaal solliciteren. Werknemers die over voldoende basisvaardigheden beschikken werken met meer plezier, zijn minder vaak ziek en maken minder fouten. In het bedrijfsleven werken veel mensen die Nederlands als moedertaal hebben en door schaamte er
niet voor uit durven te komen. Het is van belang dat meer bedrijven de aanpak van laaggeletterdheid omarmen en hun medewerkers aanmoedigen om zich te blijven ontwikkelen.
Gezondheid
Dat mensen niet over voldoende basisvaardigheden beschikken, heeft invloed op hun gezondheid. Het niet begrijpen van de informatie over hun gezondheid, kan er bijvoorbeeld toe leiden dat ze medicijnen verkeerd innemen, met alle gevolgen van dien. Laaggeletterden voelen zich vaak minder gezond en maken meer gebruik van de zorg van een huisarts of ziekenhuis.
Lokale aanpak
De lokale aanpak binnen de gemeenten kan verschillen, vanwege de verschillen in behoefte. In de bijlage kunt u lezen over de integrale aanpak van laaggeletterdheid per gemeente.
Toekomstvisie
Wat binnen de gemeenten goed gaat willen we voortzetten en indien nodig uitbreiden. Voor de komende tijd willen we ons inzetten om: -
Binnen de verschillende domeinen de verbinding met laaggeletterdheid in beleid te laten opnemen De relatie leggen tussen allerlei beleidsterreinen en laaggeletterdheid, en die relatie ook vastleggen en borgen in beleid met concrete (bestaande of nieuwe) activiteiten.
-
Meer NT1-ers vinden en opleiden Het vinden van NT1-ers blijft een uitdaging, maar van groot belang. Aan de hand van een integrale aanpak willen we de NT1-ers vinden en de mensen om hen heen bereiken. Dit door onder andere de lokale campagne laaggeletterdheid om vanuit verschillende invalshoeken bewustwording voor de aanpak van laaggeletterdheid te creëren en mensen te attenderen op de mogelijkheden in de gemeenten.
-
Inzicht op het aanbod actueel houden Het invullen en actueel houden van het overzicht van het aanbod in de sociaal educatieve kaart is van belang. Hiermee wordt duidelijk, voor verwijzers of de inwoners zelf, waar ze naar toe kunnen als ze zich willen ontwikkelen op het gebied van taal, rekenen en/of digitale vaardigheden.
-
Zorgen dat het aanbod past bij de behoefte van de deelnemers Via de (digitale) spreekuren van de Taalhuizen, bij organisaties die herkennen en signaleren de behoefte van inwoners blijven ophalen, om er voor te zorgen dat het aanbod aansluit bij de behoefte van de deelnemers. Indien nodig dit ook uit te breiden.
-
Kwaliteit van de taalvrijwilligers waarborgen Zorgen voor trainingen en interventies door gecertificeerde trainers en/of docenten.
-
Doelgroep betrekken bij ontwikkelingen voor en door hen. Om te zorgen dat wat we doen, ook begrepen, gewaardeerd en gebruikt wordt door de laaggeletterden zorgen we er voor dat we hen betrekken bij de verschillende processen en projecten rondom de aanpak van laaggeletterdheid. Bijvoorbeeld bij de bewustwording voor dit thema of het toegankelijk maken van onze communicatie.
Kwaliteitsbewaking en monitoring Aanbod
Er zijn voor laaggeletterden meerdere mogelijkheden om extra training of scholing te volgen. We verdelen deze mogelijkheden in formeel en non-formeel.
Formele educatie
Bij formeel aanbod gaat het om niet-inburgeringsplichtige volwassenen die lessen kunnen volgen bij een instelling, die hen naar een diploma of certificaat kan begeleiden. Dit kan zowel om Nederlandstalige (NT1) als anderstalige burgers (NT2) gaan.
Non-formele educatie
Het Taalhuis heeft goed zicht op de vraag en het aanbod uit de gemeenten. Het Taalhuis is de plek waar inwoners terecht kunnen met hun vragen over taal. Het Taalhuis verwijst door naar het best passende (digitale) aanbod, formeel en non-formeel. Bibliotheek AanZet en Bibliotheek Lek en IJssel en Vluchtelingenwerk bieden laagdrempelige, nonformele taalactiviteiten. Deze activiteiten zijn gericht op taaloefening en op bevordering van participatie in dagelijkse praktijksituaties. Te denken valt aan taalcafés, Zing Nederlands met me en taaloefengroepen. Om het non-formele taalaanbod te kunnen aanbieden, zijn vrijwilligers nodig die opgeleid worden voor hun werkzaamheden. Voorafgaand aan en gedurende hun werkzaamheden ontvangen de vrijwilligers een training die is ontwikkeld door de Stichting Lezen & Schrijven en door gecertificeerde trainers wordt verzorgd.
Kwaliteitsbewaking
Door ons aan te sluiten bij het Taalconvenant maken we duidelijk dat we kwaliteitsbewaking van belang vinden en met de monitoringstool krijgen we inzicht in bereik en kwaliteit.
Monitoring
Door systematisch te meten, weten hoeveel mensen we bereiken, welke groepen we weten te vinden, en via een steekproef wat de niveauverhoging of vergroting van sociale inclusie en arbeidsmarktparticipatie is, kunnen we beter sturen op resultaat. Wat zorgt voor een effectievere aanpak voor het voorkomen en verminderen van laaggeletterdheid. Monitor volwasseneneducatie Het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) wil de inspanningen van gemeenten op verbinding met het sociaal domein, regiefunctie, regioplannen, monitoring en kwaliteit (blijven) ondersteunen. Het Rijk en de VNG hebben onder andere afgesproken om samen te werken aan een nieuwe landelijke monitor om het aantal deelnemers en de effectiviteit van het cursusaanbod te meten, en om de kwaliteit van het non-formele aanbod te bevorderen. Monitor Qwsap Unesco heeft in het voorjaar van 2018 de Unesco-leerstoel ‘Volwasseneducatie’ opgezet en Prof. Dr. Maurice de Greef benoemd tot leerstoelhouder. De UNESCO Leerstoel Volwasseneneducatie heeft als doel om naast bewustwording van de meerwaarde van volwasseneneducatie en haar (potentiële) infrastructuur kwantitatief onderzoek en duurzame monitoring te verrichten naar de impact van
volwasseneneducatie op de samenleving. Maurice de Greef is al jaren actief als onderzoeker, trainer, discussieleider en procesmanager om educatieve, welzijns- en onderwijsdiensten voor kwetsbaren in de samenleving te verbeteren. Daarnaast is hij sinds 2013 als extern onderzoeker aan de Universiteit Maastricht verbonden en als Professor Leereffecten Laagopgeleiden & Laaggeletterden aan de Vrije Universiteit Brussel. Dit systeem voldoet, zolang er nog geen landelijk instrument beschikbaar is. Mail van het Rijk: “Gemeenten (centrumgemeenten en regiogemeenten) die voor de registratie en impactmeting (monitoring) van educatietrajecten gebruik maken van ons systeem (gefaciliteerd door QWASP BV) voldoen aan de bestuurlijke afspraken die hierover zijn gemaakt. Daarbij geldt de voorwaarde dat de in ons systeem verzamelde data minimaal overeenkomen met de parameters die de OECD, en dat deze middels een exportbestand kunnen worden ingelezen in de landelijke monitor. Op deze manier hoeven gemeenten niet dubbel te registreren.” De monitor volwasseneducatie biedt naast het registreren van persoonsgegevens, specifieke doelgroepen of trajecten, ook de mogelijkheid om de impact van trajecten te meten. Rol Stichting Lezen en Schrijven Stichting Lezen en Schrijven vervult binnen de Aanpak Laaggeletterdheid Gemeenten (ALG) de rol van verbindingsofficier.
De accounthouder voedt het netwerk en zorgt dat overleggen periodiek gevoerd blijven worden, lokaal en regionaal. Daarnaast ondersteunt zij bij beleidsvorming en de uitvoering van de WEB en eventueel aanverwante wetten. Voor specifiek advies of opdrachten worden afspraken gemaakt rond bijvoorbeeld toegankelijke dienstverlening, aanbesteden of het monitoren van de kwaliteit.
Financiering Het regionale aanbod volwasseneneducatie wordt gefinancierd met middelen die het Rijk in het kader van de Wet Educatie en Beroepsonderwijs (WEB) beschikbaar stelt. In 2021 gaat het om een uitvoeringsbudget van totaal € 393.095. Dit is gelijk aan het budget van 2020. Het budget 2021 is uitgezet bij 3 partijen: Formele educatietrajecten Bibliotheken i.s.m. Da Vinci Totaal
€ 230.000 € 140.000 € 370.000
Het overschot wordt ingezet voor eventuele wachtlijsten en extra activiteiten. Daarnaast ontvangt de contactgemeente Gorinchem een bedrag van € 113.812. Het doel van deze extra middelen is om als gemeenten, in regionaal verband, aan de slag te gaan met een eigen ambitieus (meerjaren)programma om laaggeletterden te bereiken en van passend aanbod te voorzien. Hierbij is extra oog voor de doelgroep met Nederlands als moedertaal (NT1). Daarnaast investeren gemeenten in de kwaliteit van het cursusaanbod, onder ander via monitoring en evaluatie van het bereik en resultaat van de aanpak. Voor de integrale aanpak van laaggeletterdheid, zetten gemeenten ook andere lokale gelden in. Gemeente Vijfheerenlanden investeert daarnaast €75.000,- in de Taalhuizen.
Bijlagen Begrippenlijst
Laaggeletterd: mensen die laaggeletterd zijn kunnen wel lezen en schrijven, maar op een zeer laag niveau. Laaggeletterden hebben daarnaastvaak moeite met rekenen en digitale vaardigheden. Analfabeet: mensen die analfabeet zijn, kunnen niet lezen of schrijven. Dit kunnen zowel Nederlandstaligen als anderstaligen zijn. Analfabetisme is iet hetzelfde als laaggeletterdheid. Taalambassadeurs: weten uit eigen ervaring hoe het is om moeite te hebben met lezen, schrijven of rekenen. Zij zijn getraind om te vertellenwaarom het zo belangrijk is om te blijven bijleren, ook als volwassene. Vaak kunnen ze ook advies geven over duidelijke communicatie. Basisvaardigheden: onder basisvaardigheden worden niet alleen taal-, maar ook rekenvaardigheden en digitale vaardigheden geschaard. NT1: Nederlands als eerste taal. De term verwijst naar de groep volwassenen (18+) die Nederlands als moedertaal heeft, en naar het lees en schrijfonderwijs aan deze groep mensen. Deze groep valt onder de Wet Educatie en Beroepsonderwijs (WEB). NT2: Nederlands als tweede taal. Hiermee wordt het Nederlandse taalonderwijs aan anderstaligen bedoeld. Deze groep valt bij een inburgeringsplicht onder de Nieuwe Inburgeringswet (2021) en anders onder de WEB. Nieuwe inburgeringswet: Op 1 januari 2022 treedt naar verwachting de nieuwe Wet inburgering in werking.
De regie op de uitvoering van de wet komt bij de gemeenten te liggen. Inburgeren: Mensen die van buiten de Europese Unie, IJsland, Kroatië, Liechtenstein, Noorwegen en Zwitserland komen, ouder zijn dan 18 jaar maar nog niet pensioengerechtigd, en voor lange tijd met een verblijfsvergunning in Nederland komen wonen, moeten Nederlands leren en weten hoe de samenleving in elkaar zit. De meeste mensen doen het inburgeringsexamen. Het is ook mogelijk om in te burgeren door het Staatsexamen NT2 te doen, of door een diploma van een beroepsopleiding te halen.
Lokale integrale aanpak Gorinchem
In Gorinchem doet iedereen er toe en kijken we actief naar elkaar om. Want samen maken we het verschil! Dus werken we aan een gezonde leefstijl, een prettige leefomgeving en zorgen we dat iedereen kan meedoen en passende ondersteuning en zorg krijgt. De gemeente Gorinchem heeft een integraal sociaal beleid met daarin 4 doelstellingen: 1. Gorcumers hebben een gezonde leefstijl; 2. De leefomgeving draagt bij aan de lichamelijk en mentale gezondheid van inwoners 3. Iedereen kan meedoen 4. Inwoners ontvangen passende ondersteuning en zorg.
Onder doelstelling 3 ‘iedereen kan meedoen’ is aangegeven dat we in Gorinchem onder taalvaardigheid willen bereiken dat: Iedereen in de (regio) Gorinchem beschikt over voldoende basisvaardigheden (taal, rekenen en digitaal) om volledig mee te kunnen doen in de samenleving, of weet waar hij/zij hulp kan krijgen. Alle kinderen die een risico lopen op een taalachterstand kunnen gebruik maken van een dekkend (voldoende en gespreid) aanbod van voorschoolse educatie Binnen het Integraal Sociaal Beleid zijn er verschillende prioriteiten bepaald. Een van deze prioriteiten is taalvaardigheid. Er zal daarom in 2020 en 2021 extra worden ingezet op taalvaardigheid.
Onderwijsachterstandenbeleid – Gelijk Kansen
Het onderwijsachterstandenbeleid (OAB) is erop gericht om onderwijsachterstanden van kinderen uit zwakkere sociaaleconomische milieus te verminderen. De gemeente krijgt middelen van het Rijk om goed onderwijsachterstandenbeleid te voeren. De indicatoren voor de middelen die als gemeente ontvangen zijn: opleidingsniveau ouders, het land van herkomst van de ouders, het aantal jaar dat de moeder in Nederland woont, gemiddeld opleidingsniveau van de moeders van de basisschool en of ouders in schuldsanering zitten. Vanuit OAB gaat de gemeente zich extra inzetten op de taalvaardigheid.
Molenlanden Armoede en schulden Laaggeletterden die in armoede leven kennen vaak niet de weg naar regelingen die hen kunnen helpen. De gemeente en het taalnetwerk gaan extra aandacht besteden aan het bereiken van deze doelgroep, om ervoor te zorgen dat ze de hulp krijgen waar ze recht op hebben en om te kunnen werken aan een duurzame oplossing. Dit gebeurt enerzijds op signalering van laaggeletterdheid bij mensen die een beroep doen op armoedevoorzieningen. Anderzijds op signalering van armoedeproblematiek bij laaggeletterden die bekend zijn bij het taalnetwerk. Zo kan ook doorverwezen worden naar elkaar. Onze inwoners moeten (bij voorkeur) in hun eigen gemeente terecht kunnen met hun (digi) taal- en rekenvragen. Daarnaast moet er een overzicht zijn van het beschikbare aanbod (formeel en non-formeel) zodat er een warme doorverwijzing kan plaatsvinden. Aanbod dat idealiter op een laagdrempelige en bereikbare locatie wordt aangeboden. Om dit te ondersteunen is de Sociaal Educatieve Kaart ontwikkeld die op 26 oktober 2020 in onze gemeente is gelanceerd. Actieplan Samen tegen Armoede
Begin 2020 is samen met partners uit onze gemeente een actieplan opgesteld met concrete acties om armoede te bestrijden. Als gevolg van Corona zijn niet alle acties tot uitvoering gekomen. Noemenswaardig is wel dat in maart 2021 een Geldkrant is uitgebracht in de regio. Duurzaam uit de schulden
Wie moeite heeft met het lezen van brieven, rekeningen en aanmaningen komt moeilijker uit de schulden. Het is van belang om zo vroeg mogelijk in een schuldhulpverleningstraject laaggeletterdheid te herkennen en hierop in te spelen, bijvoorbeeld door de inzet van een
screeningstest bij de intake. Vervolgens moet aan laaggeletterde klanten een passend aanbod worden gedaan. Preventie Bevorderen taalvaardigheid 0-16 jaar
De samenleving wordt steeds complexer, de informatiestromen nemen hand over hand toe en dienstverlening en communicatie digitaliseert. Hierdoor ontstaat een samenleving waarin de sociale structuur in belangrijke mate bepaald en gevormd wordt door informationele processen. Om zowel online als offline mee te kunnen komen in deze snel veranderende maatschappij zijn vaardigheden op het gebied van taal en digitaal vereist waarover niet iedereen beschikt. Hierdoor dreigt een steeds groter wordende groep achter te blijven in de participatie aan de samenleving. De groep leerlingen die moeite heeft met lezen groeit. De Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) beschouwt 24 procent van de Nederlandse 15jarigen als dermate laaggeletterd dat zij niet voldoende kunnen meekomen in de maatschappij. Deze leerlingen zijn niet in staat de hoofdgedachte uit een tekst te halen of een simpele verbinding met alledaagse kennis te maken. In 2003 gold dit nog voor 11 procent van de leerlingen. In het schooljaar 2018/2019 werd 8 procent van de leerlingen in het regulier basisonderwijs als achterstand leerling aangemerkt. Binnen de groep achterstandsleerlingen bestaat het grootste aandeel met 60 procent uit kinderen met een migratieachtergrond.
Hierna kunt u lezen welke extra maatregelen wij voornemens zijn te gaan inzetten ten opzichte van het huidige aanbod om de taalvaardigheid te verbeteren; met als doel laaggeletterdheid op latere leeftijd zo veel mogelijk te voorkomen. Taalbevordering baby’s en peuters (0-4 jaar)
-
-
Boekstart in de kinderopvang
Het is van belang om preventief en dus vanaf de geboorte in te zetten op taal- en leesbevordering. Een beproefd programma dat hierop inzet is Boekstart in de Kinderopvang. Boekstart is een leesbevorderingsprogramma om kinderen van 0-4 jaar intensief met boeken in aanraking te laten komen. Dit doen wij samen met hun ouders, maar ook met pedagogisch medewerkers in de kinderopvang die hiervoor speciaal getraind worden Uit onderzoek blijkt dat kinderen die al op jonge leeftijd in aanraking komen met boeken een voorsprong ontwikkelen waar ze hun hele leven voordeel van hebben. Boekstart in de Kinderopvang wordt op dit moment uitgerold onder álle aanbieders van kinderopvang in Molenlanden. Zodat álle kinderen die naar een kinderopvanglocatie gaan hier profijt van hebben en niet alleen de doelgroepkinderen in de voorschoolse educatie. Dit sluit overigens ook aan op het programma “Kansrijke Start” dat ook in onze gemeente wordt uitgerold. Versterken ouderbetrokkenheid (vergroten pedagogisch partnerschap) samen met kinderopvang
Uit diverse onderzoeken blijkt dat schoolprestaties van kinderen beter worden als hun ouders belangstelling tonen voor wat zij ervaren op de (voor)school. Dit effect wordt nog versterkt als ouders thuis zorgen voor een stimulerende omgeving en samen met hun kind talig bezig zijn. Daarom wordt momenteel met de aanbieders van VE (voorschoolse educatie) overlegd om actief de ouderbetrokkenheid te bevorderen, waarbij de eerste stap is de pedagogisch medewerkers hierop te trainen. -
-
Start Slimme-Beren project in de kinderopvang
Kinderen leren veel van voorlezen. Ze leren hoe een verhaal is opgebouwd, ze horen woorden die in dagelijks taalgebruik minder vaak voorkomen en leren zo elke dag nieuwe woorden. Maar wat als je als ouder minder taalvaardig bent? Daarvoor zijn we in overleg met de aanbieders van VE om het Slimme-Beren project in te voeren. Dit is een aanbod met digitale prentenboeken waarbij spelenderwijs de woordenschat wordt uitgebreid. De digitale prentenboeken komen overigens niet alleen beschikbaar voor de doelgroep peuters maar ook voor de reguliere peuters in de peuteropvang. Collectie 0-4 jaar en boekstarthoek op afhaalpunten Arkel en Giessenburg
De afhaalpunten in Arkel en Giessenburg worden uitgebreid met een collectie voor 0 – 4-jarigen en een Boekstarthoek.
Taalbevordering kinderen 4-12 jaar -
Bibliotheek op School
Om een doorlopende leeslijn tot minimaal 16 jaar te realiseren bij alle kinderen in Molenlanden is het noodzakelijk om gezamenlijk met het onderwijs te werken aan de
gestelde ambitie. Hierin kan de aanwezigheid van een bibliotheek op school, zowel op de basisschool als op het voortgezet onderwijs, een belangrijke rol spelen. Met de Bibliotheek op school komt er dagelijks aandacht voor leesplezier en mediawijsheid op school en thuis. Kinderen en jongeren worden gestimuleerd om meer te lezen en leren beter en verstandiger om te gaan met internet, sociale media en games. De bibliotheek helpt de scholen om deze doelen te bereiken. Zij doet dit met deskundige leesconsulenten, inspirerende boeken en een goede digitale lees- en leeromgeving. Bibliotheek op School wordt sinds 2014 aangeboden aan de basisscholen in voormalig Giessenlanden. Voornemen is dit aanbod uit te breiden naar alle basisscholen in Molenlanden. Scholen die in een kern staan waar geen bibliotheekvoorziening aanwezig is krijgen op school een bibliotheek met ondersteuning. Deze ondersteuning voorziet in een cursus voor een leescoördinator, extra uren voor ondersteuning dooreen leesconsulent, collectieadvies, het opstellen van een leesplan en monitoring. Daar waar in de kern wél een bibliotheekvoorziening aanwezig is krijgen de scholen geen bibliotheek in school maar wel een beperkte ondersteuning zoals de cursus voor een leescoördinator, de monitoring en het opstellen van een leesplan.
Omdat gebruik van de collectie in de bibliotheekvoorziening wordt gestimuleerd dient de collectie voor 4-12-jarigen in deze bibliotheekvoorzieningen te worden uitgebreid. -
Extra ondersteuning taalvaardigheid in basisonderwijs Taalachterstand kan ontstaan door opgroeien in een anderstalige gezin maar ook door het opgroeien in een taalzwakke omgeving. In Molenlanden kennen we een aantal kernen met veel anderstalige inwoners. Op de openbare school in Nieuw-Lekkerland heeft bijvoorbeeld ongeveer 1/3 van de leerlingen een of twee anderstalige ouders. Om hier extra ondersteuning te bieden in de ontwikkeling van de taalvaardigheid wordt momenteel met het onderwijs overleg gevoerd over het mogelijke starten van een taalklas voor 7-12-jarigen in de kern Nieuw-Lekkerland maar ook extra ondersteuning voor kinderen met een taalachterstand door middel van de extra inzet van een onderwijsassistent. Ook voor de kleinere kernen waar relatief minder anderstalige gezinnen gevestigd zijn, wordt onderzocht of extra ondersteuning in de klas door een onderwijsassistent mogelijkheden kan bieden. Daarnaast zal op een aantal scholen worden gestart met LOGO3000; dit is een pakket waarmee de woordenschat van kinderen wordt uitgebreid.
Leesbevordering jongeren 12-16 jaar -
Onderzoek Wellant college
-
Wisselcollectie in Giessenburg
In samenwerking met het Wellantcollege zal onderzoek worden gedaan naar leesbevordering voor 12 – 16-jarigen. Dit kan worden gefinancierd vanuit het bestaande budget voor bibliotheekwerk. De kinderen uit onze gemeente gaan voor voortgezet onderwijs ook naar scholen buiten de gemeentegrenzen. In regionaal verband zal een project worden gestart om de leesbevordering onder deze jongeren te vergroten. De huidige afhaalpunten in Arkel en Giessenburg beschikken over een grotendeels verouderde boekcollectie, afkomstig uit de destijds gesloten bibliotheken. Dit is niet
bevorderlijk voor het lezen. Bij het afhaalpunt in Giessenburg is nog ruimte aanwezig voor een extra collectie. Het afhaalpunt in Giessenburg wordt voorzien van een wisselcollectie. In deze collectie zullen 750 jeugdboeken worden opgenomen. Dit gaat, vanwege gebrek aan ruimte, helaas niet op voor het afhaalpunt in Arkel. Uiteraard blijven we in goed contact staan met het afhaalpunt in Arkel, ook om in gezamenlijkheid te blijven zoeken naar mogelijkheden tot verbetering. Voorkomen en aanpak laaggeletterdheid 16 jaar en ouder Vergroten zelfredzaamheid - Sociaal educatieve kaart
Een belangrijke stap om de ambities te realiseren is dat onze inwoners in hun eigen gemeente terecht kunnen met hun (digi) taal- en rekenvragen. Daarnaast moet er een overzicht zijn van het beschikbare aanbod (formeel en non-formeel) zodat er een warme doorverwijzing kan plaatsvinden. Aanbod dat idealiter op een laagdrempelige en bereikbare locatie wordt aangeboden. Om dit te ondersteunen is de Sociaal Educatieve Kaart ontwikkeld die op 26 oktober 2020 in onze gemeente is gelanceerd (www.molenlanden.hetinformatiepunt.nl).
Verbeteren basisvaardigheden Taal en digitaal
Binnen de non-formele educatie is Bibliotheek AanZet in onze gemeente al jaren een vaste partner om inwoners van jong tot oud te helpen om basisvaardigheden te ontwikkelen die nodig zijn om te participeren in de samenleving. De coördinator basisvaardigheden voert namens de Bibliotheek AanZet hiervoor individuele gesprekken op vindplaatsen en bij (onderwijs)aanbieders in de regio’s, brengt het aanbod in kaart, zet het aanbod uit (onder andere contactmomenten en (digi)taalpunten) en sluit aan bij netwerkbijeenkomsten om daar te zorgen voor borging van het thema Basisvaardigheden. Ook kijkt de coördinator basisvaardigheden met partners of er voldoende geschikte vrijwilligers te vinden zijn en wie welk aanbod kan realiseren. Programmering Taal
In Groot-Ammers en Nieuw Lekkerland zijn vanaf 2020 taalactiviteiten in de vorm van een Taalcafé beschikbaar. Vanaf 2021 wordt deze programmering uitgebreid naar andere kernen binnen Molenlanden. Doelstelling hierbij is een goede spreiding over het totale gebied binnen de gemeente Molenlanden. Waar nodig zal een aanvulling plaatsvinden door de inzet van het project Kletsmaatjes. Het aanbod wordt uitgevoerd door getrainde competente (taal)vrijwilligers die ondersteund worden door enerzijds de coördinator basisvaardigheden, anderzijds door de pedagogisch didactisch coördinator/NT2 docent.
Online Taalcafé
Vanaf april 2020 is er een mogelijkheid om wekelijks aan te sluiten bij het Online Taalcafé. Het online Taalcafé is gericht op NT2-ers. De les bestaat uit allemaal leuke online oefeningen en werkt met verschillende niveaus. Onder leiding van een taalcoach en in een klein groepje via videobellen.
Inzet Taalpunt
In 2021 wordt het Taalpunt Molenlanden opgezet. Het Taalpunt is een fysieke plek waar mensen die moeite hebben met de Nederlandse taal zich kunnen melden voor informatie en persoonlijk advies. Waar nodig worden niveautoetsen en leerbaarheidsmetingen afgenomen om deelnemers zo goed mogelijk te adviseren en/of door te verwijzen naar passend aanbod. Ambitie hierbij is om voldoende volume te realiseren om ook lokaal formeel onderwijsaanbod vanuit de WEB te kunnen realiseren.
Inzet Taalvrijwilligers
Om het non-formele taalaanbod te kunnen aanbieden, zijn vrijwilligers nodig die goed opgeleid zijn voor hun werkzaamheden. Deze werkzaamheden kunnen zeer verschillend zijn en daarom is het van belang vrijwilligers in te zetten daar waar hun kwaliteiten liggen. Investeren in scholing is noodzakelijk om de kwaliteit van de vrijwilligers te borgen en te verhogen, passend bij de taak. Vanaf 2020 wordt een scholingsplan taalvrijwilligers gerealiseerd en uitgevoerd.
Programmering Digitaal In 2020 is een start gemaakt met de inzet van een inloopspreekuur Digitaal in GrootAmmers. Vanaf 2021 zal deze programmering uitgebreid worden naar andere kernen. Gestart wordt vanuit Nieuw Lekkerland en Bleskensgraaf. Het inloopspreekuur zal vanuit deze 2 kernen georganiseerd worden in samenwerking met Seniorweb Molenlanden. De spreekuren zullen verzorgd worden door geschoolde vrijwilligers. Vanaf 2021 zal gestart worden met de uitvoering van het programma Klik en Tik door vrijwilligers. De scholing en werving van deze vrijwilligers wordt verzorgd door de Bibliotheek AanZet.
Online programmering:
Vanaf 2020 is het mogelijk om digitale vragen neer te leggen bij de terugbelservice van de Bibliotheek AanZet. Voor vragen over computer, smartphone of tablet? Of vragen over het gebruik van e-books, de online bibliotheek of andere digitale zaken? Dan kun je terecht bij onze terugbelservice, waarbij onze digitale coaches al jouw vragen beantwoorden. Vanaf 1 maart 2021 is hiervoor een lokaal telefoon nummer beschikbaar.
Collectie NT2
Op de locatie Nieuw Lekkerland is een collectie (lees)boeken en materialen NT2 beschikbaar. Deze collectie is specifiek beschikbaar voor Molenlanden en kan gereserveerd en afgehaald worden op de andere locaties van de Bibliotheek AanZet. De collectie wordt de komende jaren uitgebreid met boeken en materialen die aansluiten bij de behoefte en programmering. Inzet Rijdende Ruimte
In overleg met de initiatiefnemers van de Rijdende Ruimte en Bibliotheek AanZet wordt onderzocht in hoeverre de inzet van deze voorziening kan bijdragen aan bereikbaarheid van voorzieningen waar aanbod is voor het verbeteren van de basisvaardigheden. Waar mogelijk wordt hierbij de samenwerking gezocht met netwerkpartners die zich bezig houden met participatie. De Rijdende Ruimte brengt hulp en kennis met een bus naar inwoners van de gemeenten Molenlanden en Gorinchem. Met de Rijdende Ruimte helpen we inwoners onder
andere bij (samen)redzaamheid, laaggeletterdheid, het invullen van formulieren en WMOvragen. Waarbij de Rijdende Ruimte functioneert als mobiele informatie- en trainingsfaciliteit die periodiek op een geschikte plek in de kernen van Molenlanden en de wijken van Gorinchem staat. Inzet taalnetwerk Armoede en Basisvaardigheden
Drie overleggen per jaar met netwerkpartners die zich bezig houden met schuldhulpverlening. Doel: Bewustwording: het organiseren van een voorlichtingsbijeenkomst over de herkenbaarheid van Laaggeletterdheid binnen de gemeente Molenlanden voor maatschappelijke organisaties en bedrijven zoals huisartsen, sociaal raadslieden, contactpersonen bij woningbouwverenigingen, begeleiders bij het UWV, werkleiders in bedrijven of onderwijsgevenden in het reguliere onderwijs. Voorlichting: Het verbeteren van de herkenbaarheid van Laaggeletterdheid door partijen die ‘achter de voordeur’ komen. Naast een betere signalering van laaggeletterdheid in het algemeen, komt ook het signaleren van de concrete leerwens meer in beeld. Opzetten Toolkit Laaggecijferdheid in samenwerking met de Hoge School Utrecht en Probiblio.
Bewustwording van het thema Laaggecijferdheid en de relatie tot laaggeletterdheid en lage digitale vaardigheden met behulp van een toolbox Laaggecijferdheid. Specifieke doelgroep: inwoners die lage basisvaardigheden hebben en in armoede leven. De gemeente en het netwerk dat zich bezig houdt met schuldhulp kunnen zo extra aandacht besteden aan het bereiken van deze doelgroep en ervoor dat zij gebruik kunnen maken van middelen waar ze recht op hebben. Dit verbetert de zelfredzaamheid van de groep inwoners met beperkte basisvaardigheden. Belastingaangifte
In de piekperiode Belastingaangifte (maart en april) is er op de locaties van de Bibliotheek AanZet in Nieuw Lekkerland, Nieuwpoort en Groot-Ammers een voor publiek te gebruiken computer met voldoende privacy ingericht met de website van de Belastingdienst. De Belastingaangifte kan in deze periode en alleen op deze locaties in Molenlanden gratis geprint worden.
Vijfheerenlanden Sociaal Maatschappelijke Agenda
In de gemeente Vijfheerenlanden is medio 2020 de Sociaal Maatschappelijk Agenda vastgesteld. Deze agenda is gericht op een inclusief beleid voor alle inwoners, langs vier opgaven: meedoen, vitaliteit, voor jezelf zorgen en een leven lang ontwikkelen. Laaggeletterdheid is een thema dat wordt vormgegeven langs de opgave van een leven lang ontwikkelen. Daarbij wordt ingezet op een effectieve, integrale aanpak; van preventie van taalachterstanden bij kinderen tot het verbeteren van taal-, reken- en digitale vaardigheden bij volwassen. Voor een integrale aanpak worden relaties gelegd met andere lokale (beleids)thema’s, zoals armoede/schulden, participatie/werk, gezondheid, de bibliotheekvisie en het VN-verdrag Handicap. Ook voor onze gemeente is er vanuit onze dienstverlening een rol weggelegd op het gebied van laaggeletterdheid. Ingezet wordt op een sluitend formeel en non-formeel aanbod, in regionaal en lokaal verband.
Preventie
Een taalachterstand kan al op jonge leeftijd ontstaan. De gemeente zet er, met de Rijksmiddelen voor onderwijsachterstanden, op in om taalachterstanden bij kinderen te voorkomen. In de leeftijd van 0 tot 4 jaar wordt voor- en vroegschoolse educatie (VVE) aangeboden. Deze educatie richt zich op beginnende geletterdheid en woordenschat. Vanuit de voor- en vroegschoolse educatie wordt een doorgaande leerlijn ingezet naar het basisonderwijs (4 tot 12 jaar) en (eventueel) het voortgezet onderwijs. De Rijksmiddelen voor onderwijsachterstanden worden ook ingezet voor kinderen van nieuwkomers, die onderwijs volgen via Internationale Schakelklassen (ISK) en op taalondersteuning van basisschoolleerlingen met een relatief groet taalachterstand via zogenaamde taalklassen. Geharmoniseerd onderwijsachterstandenbeleid ontbreekt op dit moment in de gemeente Vijfheerenlanden. Hier wordt aan gewerkt. Naar verwachting zal het nieuwe onderwijsachterstandenbeleid van de gemeente in het voorjaar van 2021 ter besluitvorming aan de raad worden voorgelegd. In de preventieve sfeer is ook onze bibliotheek Lek & IJssel (BLIJ) actief met een doorlopend leesbevorderingsprogramma. BLIJ start al met het benaderen van ouders via het consultatiebureau voor het programma Boekstart.
Boekstart is een landelijk programma dat lezen met heel jonge kinderen (0 tot 2 jaar) wil bevorderen en hun ouders wil laten genieten van boeken. Voor kinderen in de leeftijd van 2 tot 4 jaar en hun (groot)ouders organiseert BLIJ Boekstart Pret. Een interactief programma, gericht op zingen, voorlezen en samen spelen. Voor gezinnen met kinderen in de leeftijd van 2 tot 8 jaar is er de Voorlees-Express. Dit is een project, waarbij kinderen met een taalachterstand 20 weken lang een uur per week thuis worden voorgelezen door een vrijwilliger. Ouders krijgen tegelijkertijd handvatten aangereikt om het project na 20 weken zelf te kunnen overnemen. Bij interesse van scholen, peutergroepen en/of kinderdagverblijven kan BLIJ het programma Taal & Tablets aanbieden. Taal & Tablets richt zich op kinderen van 2 tot 6 jaar met taalvaardige ouders. Via dit programma kan BLIJ gedurende 20 weken een tablet beschikbaar stellen met taalapps en educatieve programma’s. Ouders kunnen daarop samen met hun kind(eren) oefenen, met als doel om de ouderbetrokkenheid bij de taalontwikkeling van hun kind(eren) te bevorderen. Voor taalvaardige ouders van kinderen in de basisschoolleeftijd heeft BLIJ het programma Verteltas. Dit programma kan door een basisschool worden gedraaid en is gericht op de bevordering van de woordenschat, het taalbegrip en het taalgebruik van ouders en kinderen.
Vanuit het basispakket ondersteunt BLIJ tevens de kinderopvanginstellingen en scholen met advies over lezen, schoolbibliotheek en taalvaardigheid en stimuleert ze het lezen via groepsbezoeken aan bibliotheekvestigingen. Kinderen met een (dreigende) taalachterstand, kunnen uit gezinnen komen waar ook de ouder(s) bekend zijn met laaggeletterdheid. Door vanuit onderwijsachterstandenbeleid en de programma’s van BLIJ de link te leggen naar het gezin, kan er een vindplaats ontstaan voor laaggeletterde volwassenen. Deze volwassenen kunnen doorverwezen worden en gebruik maken van het formeel en/of informeel aanbod van onze arbeidsmarktregio.
Verbeteren van taal- en digitale vaardigheden volwassenen Lokaal taalaanbod Om de taalvaardigheid van onze volwassen inwoners te verbeteren, is er een breed, lokaal aanbod via Taalhuizen in onze gemeente. Deze Taalhuizen staan onder leiding van BLIJ of vrijwilligers (van VluchtelingenWerk) via een inwonerinitiatief.
Taalhuis Vianen In Vianen wordt door BLIJ een taalinloop georganiseerd. Dit is een taaloefenmogelijkheid onder leiding van getrainde taalvrijwilligers. Ook wordt er Nederlandse taalles gegeven, gericht op lezen, schrijven, spreken en luisteren. Daarnaast is er de Praattafel. Bij de Praattafel staat de spreekvaardigheid centraal. Verder schenkt BLIJ aandacht aan logopedische ondersteuning. Hierbij ligt de focus op verstaanbaarheid en uitspraak van inwoners die Nederlands als tweede taal hebben.
Taalhuis Leerdam In Leerdam organiseert BLIJ taaloefengroepen onder leiding van getrainde taalvrijwilligers. Ook is er het taalcafé, waarbij de nadruk ligt op spreken en luisteren en het sociaal samenzijn voor inwoners die Nederlands als tweede taal hebben.
Taalhuis Ameide In Ameide verzorgen vrijwlligers (van VluchtelingenWerk) via een eigen inwonerinitiatief een aanbod voor beginnende en gevorderde sprekers. De focus ligt daarbij op het verbeteren van spreek- en luistervaardigheden van inwoners met Nederlands als tweede taal.
Lokaal digitaal aanbod In de Taalhuizen van onze gemeente wordt breed ingezet op het verbeteren van de digitale vaardigheden van onze volwassen inwoners, met een Digi-inloop en het programma Klik & Tik, dat zich richt op het zelfstandig kunnen werken op de laptop, tablet of IPad. Ook is er een aanbod van Seniorweb, bestaande uit diverse computercursussen en een inloopspreekuur.
Taalgroepen in de wijk
Welzijnsorganisatie SamenDoen is, in samenwerking met BLIJ en het DaVinci college, gestart met vijf ‘taalgroepen in de wijk’ in Leerdam. Eén groep is gericht op analfabeten, de andere groepen zijn gericht op laaggeletterden die zich willen verbeteren op een specifiek onderdeel, zoals spreken of schrijven. De taalgroepen worden geleid door taalcoaches en taalvrijwilligers.
Werkgroep Taal
Om alle activiteiten te stroomlijnen, integraal overzicht te houden op alle activiteiten in het kader van laaggeletterdheid én om onderling activiteiten op elkaar af te stemmen, is in de gemeente Vijfheerenlanden een lokale werkgroep taal opgericht. Hieraan nemen BLIJ, DaVinci, de gemeente, welzijnsorganisatie SamenDoen, AVRES en VluchtelingenWerk deel.
Relatie met andere (beleids)thema’s Armoede/schulden Inwoners die financieel niet zelfredzaam zijn kunnen daardoor in beeld komen bij instanties als Schuldhulpmaatje, schulddienstverlening (AVRES), welzijnsorganisatie SamenDoen en de Wijkwinkel. BLIJ heeft in 2020 een project gedraaid om deze instanties ervan bewust te maken dat achter armoede en schulden, laaggeletterdheid kan zitten. Deze instanties hebben daarmee een cruciale rol in het signaleren, doorverwijzen en omgaan met laaggeletterdheid. Voor dit laatste heeft BLIJ de instanties bekend gemaakt met diverse tools, zoals een praatplaat. Na de Coronacrisis wil BLIJ een vervolg geven aan het project.
Participatie/werk Voor inwoners die minder taal-, reken- en/of digitaal vaardig zijn, is het moeilijker om te participeren in onze samenleving. Op de arbeidsmarkt nemen zij vaak ook een minder sterke positie in. Daarom is het belangrijk om –naast de algemene taalbevorderingsactiviteiten in de Taalhuizen- in te zetten op gericht taalonderwijs voor participatie en werk. Voor diverse werkgerelateerde projecten past AVRES gericht taalonderwijs toe, zoals ‘Taal op de werkvloer’ bij de projecten Behouden Vaart en Friesland-Campina. Taalonderwijs met een gericht participatiedoel kan echter nog worden versterkt in onze gemeente. Hieraan is ook behoefte, zowel bij AVRES als bij welzijnsorganisatie SamenDoen. Van de WEB-gelden die de arbeidsmarktregio ontvangt, wordt een deel bestemd voor de subsidiëring van lokale, non-formele educatietrajecten. Voor gericht taalonderwijs kan door lokale initiatiefnemers dus subsidie worden aangevraagd bij de arbeidsmarktregio.
Gezondheidsbeleid
In de gemeente Vijfheerenlanden wordt gewerkt aan het opstellen van een gezondheidsbeleid. Naar verwachting zal dit beleid medio 2021 gereed zijn en ter besluitvorming aan de raad worden aangeboden. In het gezondheidsbeleid wordt een link gelegd met laaggeletterdheid.
Bibliotheekvisie
De gemeente Vijfheerenlanden is aangesloten bij Bibliotheek Lek & IJssel (BLIJ). BLIJ heeft in haar beleidsplan 2021-2024, genaamd ‘het BLIJe verhaal’ drie maatschappelijke opgaven benoemd, waarvan een geletterde samenleving er één van is. Een geletterde samenleving gaat om het bevorderen van geletterdheid en leesplezier, zowel bij de kwetsbare groepen als bij zelfredzame inwoners. Het beleidsplan van BLIJ wordt door de gemeente gebruikt als basis voor de nog op te stellen gemeentelijke bibliotheekvisie. De gemeentelijke bibliotheekvisie wordt gekoppeld aan de beleidsvelden onderwijsachterstanden en laaggeletterdheid. Uitgangspunt daarbij is een vraaggericht aanbod vanuit de bibliotheek, met inzicht in de kosten via een productbegroting.
VN-verdrag Handicap
In de gemeente Vijfheerenlanden wordt in de loop van 2021 gestart met een quickscan om in beeld te brengen wat er al gebeurt en waar nog aan gewerkt moet worden om aan het VN-verdrag Handicap een goede invulling te geven.
Dienstverlening
De gemeente Vijfheerenlanden streeft ernaar om in al haar brieven en mails duidelijke taal te gebruiken, zodat de inwoners de boodschap begrijpen en snappen wat er van ze verwacht wordt. Daarvoor heeft de gemeente de Direct Duidelijk-deal getekend. De Direct Duidelijk-deal is onderdeel van de aanpak ‘Versimpelteam’, één van de actiepunten uit het coalitieakkoord van de gemeente Vijfheerenlanden. Duidelijke taal is taalniveau B1. Dit taalniveau wordt door 95% van de inwoners begrepen. Ook hoogopgeleiden blijken brieven en mails op dit taalniveau te waarderen. De aanpak ‘Versimpelteam’ bestaat uit het herschrijven van standaardbrieven in duidelijke taal. Dit gebeurt tijdens ‘brievenwasserettes’ onder leiding van een schrijfcoach van het Taalhuis van
Bibliotheek Lek & IJssel. Hieraan doen ook taalambassadeurs en taalvrijwilligers mee. Daarnaast worden medewerkers van de gemeente getraind in het schrijven van brieven en mails in duidelijke taal met de cursus Direct Duidelijk Communiceren. Verder wordt per team één medewerker opgeleid als Direct Duidelijk Expert. Deze expert dient als vraagbaak voor het team voor duidelijke brieven en teksten. De medewerkers van de gemeente worden bij het schrijven van duidelijke taal ondersteund met diverse hulpmiddelen, zoals de ‘Schrijf van Vijf’, de moeilijke woordenlijst en de Taalhulplijn. In 2022 wil de gemeente een testpanel inzetten om brieven en teksten te beoordelen op duidelijke taalgebruik. Aan dit testpanel zouden inwoners, taalambassadeurs en leden van de klankbordgroep voor mensen met een verstandelijke beperking moeten deelnemen. Vanuit de aanpak ‘Versimpelteam’ is er ook aandacht voor het signaleren van laaggeletterdheid. Het signaleren van laaggeletterdheid is niet makkelijk. Laaggeletterden doen veel moeite om hun laaggeletterdheid verborgen te houden en de stap om hulp te vragen is heel groot. Met de training “signaleren laaggeletterdheid’ van het Taalhuis van Bibliotheek Lek & IJssel wordt aan medewerkers van de gemeente die veel contact hebben met inwoners, geleerd om de signalen te herkennen, het gesprek aan te gaan en inwoners op weg te helpen naar ondersteuning.
Niet uitputtend
Op lokaal niveau vinden veel activiteiten plaats, zowel door professionele partners als door vrijwilligers en inwoners, die vanuit hun maatschappelijke betrokkenheid iets willen doen aan laaggeletterdheid. Wij beseffen dat bovengenoemde opsomming van lokale activiteiten dan ook niet uitputtend zal zijn. De lokale activiteiten zijn bovendien altijd aan vernieuwing en verandering onderhevig. Bestaande activiteiten kunnen qua vorm wijzigen of zelfs afgerond worden en nieuwe activiteiten kunnen ontstaan. Als gemeente juichen we dit toe. Dit past ook binnen de beleidsopgave van ‘een leven lang ontwikkelen’.