CConstaterende datMolenlanden
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 regels ontwerpbestemmingsplan Oud-Alblas, Oosteinde 7

Raadsvergadering 28 september 2021, gemeente MolenlandenBij agendapunt: Bestemmingsplan Oosteinde 7, Oud-Alblas5.419 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Regels

bestemmingsplan “Oud-Alblas, Oosteinde 7” Planstatus: vastgesteld Datum: 2021-07-16 Plan identificatie: NL.IMRO.1978.BPoosteinde7ABS-VG01 Auteur: TV

1 Inleidende regels .................................................................................................................................. 4 Artikel 1 Begrippen .............................................................................................................................. 4 Artikel 2 Wijze van meten ................................................................................................................... 8 2 Bestemmingsregels .............................................................................................................................. 9 Artikel 3 Gemengd ............................................................................................................................... 9 3.1 Bestemmingsomschrijving......................................................................................................... 9 3.2 Bouwregels ................................................................................................................................ 9 3.3 Specifieke gebruiksregels ........................................................................................................ 10 3.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden ............................................................................................................................

10 3.5 Wijzigingsbevoegdheid ............................................................................................................ 12 Artikel 4 Verkeer................................................................................................................................ 13 4.1 Bestemmingsomschrijving....................................................................................................... 13 4.2 Bouwregels .............................................................................................................................. 13 Artikel 5 Waarde - Archeologie 7 ...................................................................................................... 14 5.1 Bestemmingsomschrijving....................................................................................................... 14 5.2 Bouwregels .............................................................................................................................. 14 5.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden ............................................................................................................................ 14 Artikel 6 Waterstaat - Waterkering ...................................................................................................

16 6.1 Bestemmingsomschrijving....................................................................................................... 16 6.2 Bouwregels .............................................................................................................................. 16 6.3 Afwijken van de bouwregels ................................................................................................... 16 3 Algemene regels ................................................................................................................................. 17 Artikel 7 Anti-dubbeltelregel ............................................................................................................. 17 Artikel 8 Algemene bouwregels ........................................................................................................ 18 8.1 Afstand bebouwing tot waterlopen ........................................................................................ 18 2

8.2 Milieu ....................................................................................................................................... 18 8.3 Parkeren .................................................................................................................................. 18 Artikel 9 Algemene gebruiksregels .................................................................................................... 19 9.1 Parkeren .................................................................................................................................. 19 9.2 Parkeren winkel- en horecafunctie ......................................................................................... 19 Artikel 10 Algemene aanduidingsregels ............................................................................................ 20 10.1 Molenbiotoop ........................................................................................................................ 20 10.2 Vrijwaringszone - dijk - 1 ....................................................................................................... 21 Artikel 11 Algemene afwijkingsregels ............................................................................................... 22 11.1 Nutsvoorzieningen ................................................................................................................

22 11.2 Baggerdepots......................................................................................................................... 22 4 Overgangs- en slotregels .................................................................................................................... 23 Artikel 12 Overgangsrecht ................................................................................................................. 23 12.1 Overgangsrecht bouwwerken ............................................................................................... 23 12.2 Overgangsrecht gebruik ........................................................................................................ 23 Artikel 13 Slotregel ............................................................................................................................ 24

3

1 Inleidende regels Artikel 1 Begrippen 1.1 plan het bestemmingsplan Oud-Alblas, Oosteinde 7 van de Gemeente Molenlanden; 1.2 bestemmingsplan de geometrisch bepaalde planobjecten als vervat in het GML-bestand NL.IMRO.1978.BPoosteinde7ABS-VG01 met de bijbehorende regels en bijlagen; 1.3 aan huis gebonden bedrijf het in een woning en/of de daarbij behorende bijgebouwen door middel van handwerk beroepsmatig verlenen van diensten of uitoefenen van ambachtelijke dan wel kleinschalige bedrijvigheid, waarbij de woonfunctie in ruimtelijke en visuele zin in overwegende mate behouden blijft; 1.4 aan huis gebonden beroep het in een woning en/of de daarbij behorende bijgebouwen uitoefenen van een beroep of beroepsmatig verlenen van diensten op administratief, juridisch, medisch, therapeutisch, kunstzinnig, ontwerptechnisch of daarmee gelijk te stellen gebied, waarbij de woonfunctie in ruimtelijke en visuele zin in overwegende mate behouden blijft 1.5 aanbouw een gebouw dat als afzonderlijke ruimte is gebouwd aan een hoofdgebouw waarmee het in directe verbinding staat, welk gebouw onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw; 1.6 aanduiding een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze

gronden; 1.7 aanduidingsgrens de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft; 1.8 aanlegvergunning aanlegvergunning en/of omgevingsvergunning voor het uitvoeren voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden; 1.9 archeologische waarden de aan een gebied toegekende waarden in verband met de kennis en de studie van de in dat gebied voorkomende overblijfselen van menselijke aanwezigheid of activiteiten uit oude tijden; 1.10 bebouwing één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde;

4

1.11 bedrijfswoning een woning, in of bij een bedrijf of instelling, bestemd voor (de huishouding van) een persoon wiens huisvesting daar gelet op de bestemming noodzakelijk moet worden geacht; 1.12 bestaand bestaand ten tijde van het van kracht worden van het bestemmingsplan; 1.13 bestemmingsvlak een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming; 1.14 bijgebouw een vrijstaand gebouw dat in functioneel en bouwkundig opzicht ondergeschikt is aan een op hetzelfde bouwperceel gelegen hoofdgebouw; 1.15 bos elk terrein waarop bosbouw wordt uitgeoefend, zijnde het geheel van bedrijfsmatig handelen en activiteiten gericht op de duurzame instandhouding en ontwikkeling van bestaande en nieuwe bossen ten behoeve van (een of meerdere van de functies) natuur, houtproductie, landschap, milieu (waaronder begrepen waterhuishouding) en extensieve recreatie; 1.16 bouwen het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats; 1.17 bouwperceel een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten; 1.18 bouwvlak een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten; 1.19 bouwwerk

elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond; 1.20 burgemeester en wethouders bij een omgevingsvergunning moet dit worden gelezen als 'het bevoegd gezag'; 1.21 cultuurhistorische waarde de aan een bouwwerk of gebied toegekende waarde, gekenmerkt door het beeld dat is ontstaan door het gebruik dat de mens in de loop van de geschiedenis heeft gemaakt van dat bouwwerk of dat gebied; 1.22 extensief recreatief medegebruik die vormen van recreatie welke in hoofdzaak zijn gericht op natuur- en landschapsbeleving, zoals wandelen en fietsen; bijpassende voorzieningen zijn picknickvoorzieningen, bewegwijzering, informatieborden e.d. 5

1.23 dagrecreatie activiteiten ter ontspanning in de vorm van sport, spel, toerisme en educatie, waarbij overnachting niet is toegestaan; 1.24 detailhandel het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan personen die deze goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit; 1.25 erf al dan niet bebouwde bouwperceel, of een gedeelte daarvan, dat direct is gelegen bij een gebouw en dat in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van dat gebouw, waarbij de bestemming deze inrichting niet verbiedt; 1.26 gebouw elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt; 1.27 hoofdgebouw een (deel van een) gebouw dat op een bouwperceel door zijn constructie of afmetingen dan wel gelet op de bestemming als belangrijkste gebouw valt aan te merken; 1.28 horeca een bedrijf of instelling waar bedrijfsmatig dranken en/of etenswaren voor gebruik ter plaatse worden verstrekt en/of waarin bedrijfsmatig logies wordt verstrekt; 1.29 kleinschalige horecagelegenheid theeschenkerij of proeverij van streekeigen producten dan wel producten afkomstig van het eigen bedrijf, géén café, restaurant of ander horecabedrijf zijnde; 1.30 landschappelijke waarde de aan een gebied

toegekende waarde, gekenmerkt door het waarneembare deel van het aardoppervlak, die wordt bepaald door de onderlinge samenhang en beïnvloeding van de levende en niet-levende natuur; 1.31 natuurwaarde de aan een gebied toegekende waarde, gekenmerkt door geologisch, geomorfologische, bodemkundige en biologische elementen, zowel afzonderlijk als in onderlinge samenhang; 1.32 ondersteunende horeca een horecavoorziening binnen een bestemming waarvan de functie een andere dan horeca is maar waar men ten behoeve van de hoofdfunctie een ruimte specifiek heeft ingericht voor de consumptie van drank en etenswaren; 1.33 ontheffing het afwijken door middel van een omgevingsvergunning;

6

1.34 paardenbak een buitenrijbaan ten behoeve van paardrijactiviteiten, met een bodem van zand, hout, boomschors of ander materiaal om de bodem te verstevigen en al dan niet voorzien van een omheining; 1.35 seksinrichting een voor publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof hij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotischpornografische aard plaatsvinden. Onder seksinrichting wordt in elk geval verstaan: seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater, parenclub en (raam) prostitutiebedrijf, waaronder tevens begrepen een erotische-massagesalon, al dan niet in combinatie met elkaar; 1.36 Staat van Horeca-activiteiten de Staat van Horeca-activiteiten die van deze regels deel uitmaakt; 1.37 uitbouw een gebouw dat als vergroting van een bestaande ruimte is gebouwd aan een hoofdgebouw, welk gebouw door de vorm onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw; 1.38 voorgevel de naar het openbaar gebied gekeerde gevel van het hoofdgebouw, die door zijn aard, functie, constructie of uitstraling als belangrijkste gevel kan worden aangemerkt; 1.39 Wet geluidhinder Wet van 16 februari 1979 (Stb.

99), houdende regels inzake het voorkomen of beperken van geluidhinder, zoals deze luidt op het moment van terinzagelegging van het ontwerp van het bestemmingsplan; 1.40 woning/wooneenheid een (gedeelte van een) gebouw dat dient voor de huisvesting van één huishouden;

7

Artikel 2 Wijze van meten Indien krachtens dit plan een meting moet worden verricht, dan moet de volgende wijze van meten worden toegepast: 2.1 afstand tot zijdelingse bouwperceelgrens De kortste afstand van het verticale vlak in de zijdelingse bouwperceelgrens tot enig punt van het op dat bouwperceel voorkomende bouwwerk; 2.2 bebouwd(e) oppervlak(te) van een bouwperceel De oppervlakte van alle op een bouwperceel aanwezige bouwwerken tezamen; 2.3 bouwhoogte van een bouwwerk Vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen; 2.4 goothoogte van een bouwwerk Vanaf het peil tot aan de bovenkant goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel; 2.5 inhoud van een bouwwerk Tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen; 2.6 oppervlakte van een bouwwerk Tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk; 2.7 peil a.

Voor bouwwerken, waarvan de hoofdtoegang onmiddellijk aan de weg grenst: de bouwhoogte van die weg ter plaatse van de hoofdtoegang; b. In andere gevallen: de gemiddelde bouwhoogte van het aansluitende maaiveld of het afgewerkte terrein; 2.8 vloeroppervlak De som van het product van de afstand tussen de binnenwerkse gevelvlakken en de afstand van de (binnenzijde van de) bouwmuren per bouwlaag.

Bij toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen worden ondergeschikte bouwdelen zoals plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, gevel- en kroonlijsten, luifels, balkons en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding niet meer dan 1 m bedraagt.

8

2 Bestemmingsregels Artikel 3 Gemengd 3.1 Bestemmingsomschrijving 3.1.1 Algemeen De voor 'Gemengd' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. woningen al dan niet in combinatie met aan huis gebonden beroepen ter plaatse van de aanduiding ''wonen''; b. detailhandel en retail met een maximum bruto vloeroppervlakte van 192 m2; c. horeca in de categorie 1a en 1b van de Staat van Horeca-activiteiten met een maximum bruto vloeroppervlak van 224 m2, met dien verstande dat het bruto vloeroppervlak in het gebouw maximaal 120 m2 bedraagt en het bruto vloeroppervlak van het buitenterras 104 m2 maximaal bedraagt; d. extensief recreatief medegebruik; e. ter plaatse van de aanduiding "specifieke vorm van gemengd – molen" tevens het behoud, beheer en herstel van de bestaande molen als werktuig en beeldbepalend element alsmede het uitvoeren van daaraan verbonden bedrijfsmatige activiteiten; f. ter plaatse van de aanduiding "cultuurhistorische waarden" tevens het behoud, beheer en herstel van de cultuurhistorische waarden van de bebouwing; g. bij deze bestemming behorende voorzieningen, zoals erven, groen, tuin, water, parkeervoorzieningen, nutsvoorzieningen, speelvoorzieningen en toegangswegen. 3.2 Bouwregels Op deze gronden mag worden gebouwd en gelden de volgende regels: a. per bouwvlak is maximaal één (bedrijfs)woning met aan- en uitbouwen toegestaan; b.

ter plaatse van de aanduiding "maximale goothoogte (m)" geldt de als zodanig aangeduide goothoogte als maximum goothoogte; c. het gezamenlijk grondoppervlak van aan-, uit- en bijgebouwen en overkappingen bij een (bedrijfs)woning mag niet meer bedragen dan 75 m2 met een goothoogte van ten hoogste 3 m; d. bijgebouwen en overkappingen bij de (bedrijfs)woning mogen uitsluitend achter (het verlengde van) de voorgevel van de (bedrijfs)woning worden opgericht; e. de bouwhoogte van erfafscheidingen voor de voorgevelrooilijn mag ten hoogste 1 m bedragen; f. de bouwhoogte van erfafscheidingen elders mag ten hoogste 2 m bedragen; g. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag ten hoogste 6 m bedragen; h. in afwijking van het voorgaande geldt voor bestaande gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gebouwd krachtens een bouwvergunning, het volgende: indien en voorzover de bestaande maatvoering en/of oppervlaktes en/of situering van gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, de genoemde maxima, danwel minima overschrijden, geldt de bestaande maatvoering als maximum respectievelijk minimum.

9

3.3 Specifieke gebruiksregels Onder strijdig gebruik wordt in ieder geval begrepen het gebruiken of doen of laten gebruiken van de gronden en/of opstallen binnen deze bestemming: a. b. c. d.

voor de opslag van meer dan 10.000 kg consumentenvuurwerk; als verkooppunten voor motorbrandstoffen; detailhandel in volumineuze goederen en grootschalige detailhandel; van vrijstaande bijgebouwen voor zelfstandige bewoning en afhankelijke woonruimte, behoudens ten behoeve van mantelzorg; e. voor een seksinrichting; f. voor het realiseren van paardenbakken. 3.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 3.4.1 Omgevingsvergunning Het is verboden op de in dit artikel bedoelde gronden zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van burgemeester en wethouders (omgevingsvergunning) de in het schema onder artikel 3 lid 4.4 opgenomen omgevingsvergunningplichtige werken en werkzaamheden uit te voeren of te doen of laten uitvoeren. 3.4.2 Uitzonderingen Het onder artikel 3 lid 4.1 vervatte verbod geldt niet voor werken en werkzaamheden: a. waarvoor ten tijde van het van kracht worden van het bestemmingsplan aanlegvergunning is verleend; b. welke ten tijde van het van kracht worden van het bestemmingsplan in uitvoering waren; c. welke betreffen het normale onderhoud en/of landschapsbeheer. 3.4.3 Verlening De in artikel 3 lid 4.1 bedoelde vergunning wordt slechts verleend indien na een belangenafweging blijkt dat er geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de aanwezige waarden als opgenomen in artikel 3 lid 1.

Ten behoeve van de belangenafweging zijn in het schema onder artikel 3 lid 4.4 de toetsingscriteria weergegeven. Alvorens de vergunning wordt verstrekt, wordt door het College van burgemeester en wethouders van Graafstroom eerst een onafhankelijke terzake deskundige gehoord. 3.4.4 Schema omgevingsvergunning Aanlegvergunningplichtige werken/werkzaamheden

Criteria voor ve van de aanlegvergunn

het geheel of gedeeltelijk slopen van gebouwen ter plaatse van de aanduiding "cultuurhistorische waarden"

door de genoem werken en werkzaamheden wel door de daa direct hetzij indir

10

verwachten gev mogen geen blij onomkeerbare verstoring van d cultuurhistorisch waarden tot gev hebben.

Sloop van gebo kan worden toeg in de volgende g

a. de karakteri hoofdvor niet lang aanwezi niet zond ingrijpen wijziging het pand hersteld; b. de karakteri hoofdvor niet te handhav c. het betre van een bijgebou op zichz als karak vallen aa merken, sloop da vindt gee onevenre aantastin van de cultuurhi e waarde

Ter afweging va bovenstaande w advies ingewonn de monumentencom

11

3.5 Wijzigingsbevoegdheid 3.5.1 Wijziging extra woning Burgemeester en wethouders kunnen de bestemming wijzigen teneinde nieuwbouw van een extra woning toe te staan, mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a. de woningtoevoeging draagt bij aan het behoud, beheer en herstel van de bestaande molen als beeldbepalend element en van de cultuurhistorische waarden als bedoeld in artikel 3 lid 1.1; b. de woningtoevoeging mag niet leiden tot extra belemmeringen voor de bedrijfsontwikkelingen van de omliggende agrarische bedrijven, voortvloeiende uit de milieu- en dierenwelzijnswetgeving; c. uit een onderzoek naar de bodemkwaliteit dient te blijken dat de bodem geschikt is voor de nieuwe functie; d. er bestaan geen overwegende bezwaren vanwege de aanwezigheid van archeologische waarden in de bodem; e. er wordt voldaan aan de wettelijke voorkeursgrenswaarde als bedoeld in de Wet geluidhinder; f. de waterhuishouding wordt niet onevenredig aangetast; hiertoe wordt advies ingewonnen bij de waterbeheerder; g. er is sprake van een goede ruimtelijke ordening; h. de regels van de bestemming Gemengd zijn na wijziging van overeenkomstige toepassing;

12

Artikel 4 Verkeer 4.1 Bestemmingsomschrijving 4.1.1 Algemeen De voor "Verkeer" aangewezen gronden zijn bestemd voor verkeersdoeleinden in de vorm van: a. ter plaatse van de aanduiding "specifieke vorm van verkeer – erftoegangsweg" een erftoegangsweg met maximaal 2 rijstroken; een en ander met bijbehorende voorzieningen zoals groenvoorzieningen, parkeervoorzieningen, wandel- en/of fietspaden, openbare nutsvoorzieningen, bermen, wegbeplantingen, sloten. 4.1.2 Waterhuishouding Daar waar wegen en primaire wateren elkaar kruisen, zijn de gronden mede bestemd voor de waterhuishouding met bijbehorende voorzieningen. 4.2 Bouwregels a. uitsluitend mogen worden opgericht bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten dienste van de bestemming, alsmede gebouwen ten dienste van openbare nutsvoorzieningen; b. gebouwen ten behoeve van openbare nutsvoorzieningen dienen aan het volgende te voldoen: 1. de bebouwde oppervlakte mag per gebouw niet meer bedragen dan 10 m2; 2. de hoogte mag niet meer bedragen dan 3 m. c. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag maximaal 3 m bedragen, met dien verstande dat lichtmasten en voorzieningen voor de verkeersgeleiding hoger mogen zijn. d.

In afwijking van het voorgaande geldt voor bestaande gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gebouwd krachtens een bouwvergunning, het volgende: indien en voorzover de bestaande maatvoering en/of oppervlaktes en/of situering van gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, de genoemde maxima, danwel minima overschrijden, geldt de bestaande maatvoering als maximum respectievelijk minimum.

13

Artikel 5 Waarde - Archeologie 7 5.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Waarde - Archeologie 7' aangewezen gronden zijn - behalve voor de andere aldaar voorkomende bestemming(en) - mede bestemd voor de bescherming en veiligstelling van archeologische waarden. De inhoud van deze dubbelbestemming gaat vóór ten opzichte van de hieronder liggende enkelbestemmingen. 5.2 Bouwregels Op deze gronden mag worden gebouwd en gelden de volgende regels: a. op deze gronden mogen ten behoeve van de in artikel 5 lid 1 genoemde bestemming uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd; b. ten behoeve van de andere, voor deze gronden geldende bestemming(en) mag - met inachtneming van de voor de betrokken bestemming(en) geldende (bouw)regels uitsluitend worden gebouwd, indien: 1. de aanvrager van de omgevingsvergunning een rapport heeft overgelegd waarin de archeologische waarde van de betrokken locatie naar het oordeel van het bestuursorgaan dat bevoegd is de omgevingsvergunning te verlenen in voldoende mate is vastgesteld; 2.

de betrokken archeologische waarden, gelet op dit rapport, door de bouwactiviteiten niet worden geschaad of mogelijke schade kan worden voorkomen door aan de omgevingsvergunning regels te verbinden, gericht op het behoud van de archeologische resten in de bodem, het doen van opgravingen dan wel het begeleiden van de bouwactiviteiten door een archeologische deskundige; 3. het overleggen van een rapport als bedoeld in dit lid onder b.1.is niet nodig indien naar het oordeel van burgemeester en wethouders de archeologische waarde van de betrokken locatie in andere beschikbare informatie volgende is vastgesteld; 4. het bepaalde in dit lid onder b.1 en b.2 is niet van toepassing, indien het bouwplan betrekking heeft op een of meer van de volgende activiteiten of bouwwerken: i. vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bebouwing, waarbij de oppervlakte, voor zover gelegen op of onder peil, niet wordt uitgebreid en waarbij gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering; ii. een bouwwerk met een oppervlakte van ten hoogste 500 m2; iii. een bouwwerk dat zonder graafwerkzaamheden dieper dan 30 cm en zonder heiwerkzaamheden kan worden geplaatst.

5.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 5.3.1 Verbodsbepaling Het is verboden op of in de gronden met de bestemming 'Waarde - Archeologie 7' zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken en werkzaamheden de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: 14

a. het ophogen van de bodem met meer dan 30 cm; b. het aanleggen, verbreden of verharden van wegen, paden, banen of parkeergelegenheid en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; c. het aanleggen, verbreden en dempen van sloten, vijvers en andere wateren; d. het verlagen of het verhogen van het waterpeil; e. het aanleggen van ondergrondse kabels en leidingen en het aanbrengen van daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur. f. Het bebossen van gronden die op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan niet als bosgrond kunnen worden aangemerkt; g. Het rooien van bos of boomgaard, waarbij de stobben worden verwijderd; h. Het aanleggen van bos of boomgaard; i. Het scheuren van grasland; j. het uitvoeren van grondbewerkingen op een grotere diepte of hoogte dan 30 cm, waartoe worden gerekend afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ontginnen en aanleggen van drainage. 5.3.2 Uitzonderingen Het verbod van artikel 5 lid 3.1 is niet van toepassing, indien de werken en werkzaamheden: a. noodzakelijk zijn voor de uitvoering van een bouwplan waarbij artikel 5 lid 2 in acht is genomen, en/of; b. een oppervlakte beslaan van ten hoogste 500 m2, en/of; c. niet dieper worden uitgevoerd dan 30 cm, en/of; d. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van de inwerkingtreding van het plan, en/of; e.

ten dienste van archeologisch onderzoek worden uitgevoerd. 5.3.3 Voorwaarden De werken en werkzaamheden, zoals in artikel 5 lid 3.1 bedoeld, zijn slechts toelaatbaar, indien de aanvrager van de omgevingsvergunning aan de hand van nader archeologisch onderzoek kan aantonen dat op de betrokken locatie geen archeologische waarden aanwezig zijn. Voorts zijn de werken en werkzaamheden toelaatbaar, indien: a. de aanvrager van de omgevingsvergunning een rapport heeft overgelegd waarin de archeologische waarde van de betrokken locatie naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate is vastgesteld; b. de betrokken archeologische waarden, gelet op dit rapport, door de activiteiten niet worden geschaad of mogelijke schade kan worden voorkomen door aan de omgevingsvergunning regels te verbinden, gericht op het behoud van de archeologische resten in de bodem, het doen van opgravingen dan wel het begeleiden van de bouwactiviteiten door een archeologische deskundige.

15

Artikel 6 Waterstaat - Waterkering 6.1 Bestemmingsomschrijving De voor "Waterstaat - Waterkering" aangewezen gronden zijn, behalve voor de aldaar voorkomende andere bestemming(en), mede bestemd voor: a. Het in stand houden, het beheer, het onderhoud en de verbetering van de waterkering; b. Bij deze bestemming behorende voorzieningen zoals kunstwerken, dijksloten en andere waterstaatswerken. 6.2 Bouwregels Op deze gronden mag worden gebouwd en gelden de volgende regels: a. Op de gronden mogen ten behoeve van de in artikel 6 lid 1 genoemde bestemming uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd; b. De bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt ten hoogste 3 m; c. Ten behoeve van de andere, voor deze gronden geldende bestemmingen mag niet worden gebouwd. 6.3 Afwijken van de bouwregels Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 6 lid 2 met inachtneming van het volgende: a. De bij de betrokken bestemming behorende bouwregels in acht worden genomen; b. Het belang van de waterkering wordt niet oneveredig geschaad en vooraf wordt schriftelijk advies ingewonnen bij de betreffende waterbeheerder.

16

3 Algemene regels Artikel 7 Anti-dubbeltelregel Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

17

Artikel 8 Algemene bouwregels 8.1 Afstand bebouwing tot waterlopen 8.1.1 Waterlopen In verband met het toezicht en onderhoud van boezemwater en (hoofd)watergangen (beide bestemd tot "Water") mag er binnen de beschermingszone geen bebouwing worden geprojecteerd. Tot de beschermingszone voor boezemwater en hoofdwatergangen, als bedoeld in de keur waterbeheer van de waterbeheerder, worden gerekend de stroken grond ter breedte van 5 meter landinwaarts gemeten vanaf de bovenkant van de taluds. Voor alle andere watergangen geldt een breedte van 1 meter. 8.2 Milieu 8.2.1 Wet geluidshinder verkeerslawaai Geluidsgevoelige objecten als bedoeld in de Wet geluidhinder mogen slechts worden opgericht indien en voor zover wordt voldaan aan de wettelijke voorkeursgrenswaarde als bedoeld in de Wet geluidhinder. 8.3 Parkeren Een omgevingsvergunning voor het bouwen, het uitbreiden en/of het wijzigen van de functie van gebouwen en/of gronden wordt slechts verleend indien bij de aanvraag om een omgevingsvergunning wordt aangetoond dat gelet op de omvang of de bestemming van het gebouw en/of gronden in voldoende mate wordt voorzien in ruimte voor het parkeren of stallen van motorvoertuigen in, op of onder het gebouw, dan wel op of onder het onbebouwde terrein dat bij dat gebouw behoort. Hierbij gelden de parkeernormen, zoals vastgelegd in de 'Nota Parkeernormen Molenlanden 2020'.

Indien deze beleidsregels gedurende de planperiode worden gewijzigd, dient getoetst te worden aan diens rechtsopvolger. Met dien verstande dat minimaal 16 parkeerplaatsen worden gerealiseerd ter plaatse van de aanduiding 'parkeerterrein' en de overige parkeerplaatsen elders groen worden uitgevoerd, bijvoorbeeld middels een roosterconstructie of grasbetontegels.

18

Artikel 9 Algemene gebruiksregels 9.1 Parkeren Een omgevingsvergunning voor het bouwen, het uitbreiden en/of het wijzigen van de functie van gebouwen en/of gronden wordt slechts verleend indien bij de aanvraag om een omgevingsvergunning wordt aangetoond dat gelet op de omvang of de bestemming van het gebouw en/of gronden in voldoende mate wordt voorzien in ruimte voor het parkeren of stallen van motorvoertuigen in, op of onder het gebouw, dan wel op of onder het onbebouwde terrein dat bij dat gebouw behoort. Hierbij gelden de parkeernormen, zoals vastgelegd in de 'Nota Parkeernormen Molenlanden 2020'. Indien deze beleidsregels gedurende de planperiode worden gewijzigd, dient getoetst te worden aan diens rechtsopvolger. Met dien verstande dat minimaal 16 parkeerplaatsen worden gerealiseerd ter plaatse van de aanduiding 'parkeerterrein' en de overige parkeerplaatsen elders groen worden uitgevoerd, bijvoorbeeld middels een roosterconstructie of grasbetontegels.

9.2 Parkeren winkel- en horecafunctie Het gebruik van gebouwen en/of gronden van de winkelfunctie als bedoeld in artikel 3 lid 1.1 sub b en het gebruik van gebouwen en/of gronden van de horecafunctie als bedoeld in artikel 3 lid 1.1 sub c is uitsluitend toegestaan als is aangetoond dat gelet op de omvang of de bestemming van het gebouw en/of gronden in voldoende mate wordt voorzien in ruimte voor het parkeren of stallen van motorvoertuigen in, op of onder het gebouw, dan wel op of onder het onbebouwde terrein dat bij dat gebouw behoort. Hierbij gelden de parkeernormen, zoals vastgelegd in de 'Nota Parkeernormen Molenlanden 2020'. Indien deze beleidsregels gedurende de planperiode worden gewijzigd, dient getoetst te worden aan diens rechtsopvolger.

19

Artikel 10 Algemene aanduidingsregels 10.1 Molenbiotoop Ter plaatse van de aanduiding "vrijwaringszone – molenbiotoop 400m" gelden ter bescherming en instandhouding van de belangen van de bestaande molen als werktuig en beeldbepalend element de volgende bepalingen: 10.1.1 Bouwregels Voor de bouwhoogte van nieuw op te richten gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, geldt het volgende: a. Ter plaatse van de aanduiding "vrijwaringszone – molenbiotoop 100 m" mag geen bebouwing worden opgericht hoger dan de onderste punt van de verticaal staande wiek 10.1.2 Afwijken van de bouwregels Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 10 lid 1.1 teneinde hogere gebouwen of bouwwerken, geen gebouwen zijnde op te richten, mits de vrije windvang en het zicht op de molen reeds beperkt zijn door bebouwing. Hierover dient tevoren advies te zijn ingewonnen bij een door het bevoegd gezag aan te wijzen onafhankelijke terzake deskundige. 10.1.3 Omgevingsvergunning 10.1.3.1 Vergunningplicht Het is verboden op de in dit artikel bedoelde gronden zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van het bevoegd gezag (omgevingsvergunning voor werken en werkzaamheden) de in het schema onder artikel 10 lid 1.3.4 opgenomen omgevingsvergunningplichtige werken en werkzaamheden uit te voeren of te doen of laten uitvoeren.

10.1.3.2 Uitzonderingen Het onder artikel 10 lid 1.3.1 vervatte verbod geldt niet voor werken of werkzaamheden: a. Waarvoor ten tijde van het van kracht worden van het bestemmingsplan aanlegvergunning danwel omgevingsvergunning voor werken en werkzaamheden is verleend; b. Welke ten tijde van het van kracht worden van het bestemmingsplan in uitvoering waren; c. Welke het normale onderhoud, beheer en gebruik van de gronden betreffen. 10.1.3.3 Verlening De in artikel 10 lid 1.3.1 bedoelde vergunning wordt slechts verleend indien voldaan wordt aan het in artikel 10 lid 1.3.4 opgenomen criterium.

20

10.1.3.4 Schema omgevingsvergunning voor werken en werkzaamheden Vergunningplichtige werken/werkzaamheden

Criteria voor verlening van de omgevingsvergunning

a. Het aanbrengen van bovengrondse constructies, installaties of apparatuur hoger dan de ingevolge artikel 10 lid 1.1 toegestane bouwhoogte voor gebouwen; b. Het hebben of aanleggen van beplantingen die hoger wordt dan de bouwhoogte die ingevolge artikel 10 lid 1.1 voor bouwwerken is toegestaan; c. Het ophogen van gronden.

Indien en voor zover door de werken en werkzaamheden, dan wel door de daarvan hetzij direct hetzij indirect te verwachten gevolgen de belangen van de molen niet onevenredig worden aangetast. Hierover dient tevoren advies te zijn ingewonnen bij een door het bevoegd gezag aan te wijzen onafhankelijke terzake deskundige

10.2 Vrijwaringszone - dijk - 1 a. Ter plaatse van de gebiedsaanduiding 'vrijwaringszone - dijk - 1' zijn de gronden, naast de voor die gronden aangewezen bestemmingen, tevens aangeduid voor de bescherming, onderhoud en instandhouding van de waterkering; b. Ter plaatse van gronden met de gebiedsaanduiding 'vrijwaringszone - dijk - 1' mag niet worden gebouwd; c. Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van het gestelde onder b, met inachtneming van de volgende regels: 1. De bij de betrokken bestemming behorende bouwregels worden in acht genomen; 2. Het belang van de waterkering wordt niet onevenredig geschaad en vooraf wordt schriftelijk advies ingewonnen bij de betreffende waterbeheerder.

21

Artikel 11 Algemene afwijkingsregels 11.1 Nutsvoorzieningen Het bevoegd gezag kan, voor zover niet reeds op grond van een andere bepaling kan worden afgeweken, afwijken van het plan voor het bouwen van niet voor bewoning bestemde gebouwtjes van openbaar nut, zoals telefooncellen, wachthuisjes, gasreduceerstations en schakelstations, mits de inhoud niet meer bedraagt dan 50 m3 en de goothoogte niet meer dan 3 m. 11.2 Baggerdepots Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van deze regels voor het aanleggen van tijdelijke baggerdepots, mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: a. De situering van een baggerdepot is niet toegestaan binnen de bestemmingen 'Natuur' en 'Bos'; b. De noodzakelijkheid van het baggerdepot wordt door de initiatiefnemer aangetoond; c. Het woon- en leefklimaat mag niet onevenredig worden aangetast; d. Het gebruik mag niet leiden tot extra belemmeringen voor de bedrijfsontwikkelingen van de omliggende agrarische bedrijven, voortvloeiende uit de milieu- en dierenwelzijnswetgeving; e. Er vindt geen onevenredige aantasting plaats van de landschaps- en natuurwaarden; f. Er vindt geen aantasting plaats van de waterstaatsdoeleinden. Alvorens medewerking aan de ontheffing wordt verleend, wordt de waterbeheerder gehoord.

22

4 Overgangs- en slotregels Artikel 12 Overgangsrecht 12.1 Overgangsrecht bouwwerken 12.1.1 Algemeen Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, danwel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, a. Gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; b. Na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. 12.1.2 Omgevingsvergunning Het bevoegd gezag kan eenmalig afwijken van het bepaalde in artikel 12 lid 1.1 voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in artikel 12 lid 1.1 met maximaal 10%. 12.1.3 Uitzondering Het bepaalde in artikel 12 lid 1.1 is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder omgevingsvergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. 12.2 Overgangsrecht gebruik 12.2.1 Algemeen Gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet.

12.2.2 Strijdig gebruik Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in artikel 12 lid 2.1 te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. 12.2.3 Onderbroken gebruik Indien het gebruik, bedoeld artikel 12 lid 2.1, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. 12.2.4 Uitzondering Het bepaalde in artikel 12 lid 2.1 is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan. 23

Artikel 13 Slotregel Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan 'Oud-Alblas, Oosteinde 7'.

24

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Molenlanden&id=a0f4b51d-603d-4d9d-a61e-671d48a6ad0a