CConstaterende datMolenlanden
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 Magazine ‘Aan de slag met liefde voor het vak’

Raadsvergadering 15 juli 2021, gemeente MolenlandenBij agendapunt: Kaderstelling integraal beheerplan buitenruimte6.320 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

gemeente

MOLENLANDEN

BEHEER BUITENRUIMTE

AAN DE SLAG MET LIEFDE VOOR HET VAK ALS GEMEENTE MOETEN WE BEWONERS OVERTUIGEN VAN HET BELANG VAN GROEN

pag. 14

BIJ DE OVERGANG NAAR LED MAKEN WE GEBRUIK VAN DE LAATSTE INNOVATIES

pag. 24

GOED DATABEHEER IS EEN ONMISBARE PIJLER VOOR GOED BEHEER

pag. 10

VOORWOORD

Molenlanden, een groot gebied met 19 dorpen en 1 vestingstad, ieder met zijn eigen inrichting van de leefomgeving. Ingericht naar de wensen en eisen uit vroegere tijden. Deze wensen en eisen veranderen voortdurend en er komen nieuwe uitdagingen bij. Zoals bijvoorbeeld het vergroten van de verkeersveiligheid, hoe om te gaan met bodemdaling, langdurige hitte en heftige regenval. Dit zijn maar een paar voorbeelden die de komende jaren van grote invloed zullen zijn op het beheer van onze buitenruimte. Zaken waar we als gemeente mee aan de slag moeten. Onze wegen, openbare verlichting, watergangen, straatmeubilair en meer worden met zorg en aandacht beheert en aangepast. Om dit op een goede wijze te doen wordt er een integraal beheerplan gemaakt voor de komende jaren. Het fraaie magazine dat nu voor u ligt, laat u op een toegankelijke manier kennismaken met hoe wij onze buitenruimte beheren. Onze medewerkers van verschillende teams vertellen enthousiast hoe zij bijdragen aan een leefomgeving waar we in Molenlanden trots op zijn. Ook de nieuwe uitdagingen waar we voor staan komen hierbij aan bod. De gemeente ziet er nu prachtig uit en dat willen we graag zo houden. Daarbij is vooruitkijken en tijdig ingrijpen essentieel: niet wachten, maar nu doen wat echt nodig is om onaangename verrassingen in de toekomst te voorkomen.

Zo geven we invulling aan goed rentmeesterschap en beheren we de leefomgeving zodat de volgende generatie er ook van kan genieten. Bij de uitvoering van de plannen worden inwoners van Molenlanden nauw betrokken en we zien dat ze bereid zijn om mee te praten en denken over hoe hun wijk of buurt er uit moet zien. Tijdens de “100 waardgesprekken” bijvoorbeeld zijn veel onderwerpen benoemd die inwoners belangrijk vinden in hun directe omgeving. Aan veel van deze onderwerpen wordt al gewerkt en worden in het beheerplan opgenomen. Met trots presenteren wij u dan ook dit magazine. Het geeft inzicht hoe Molenlanden werkt aan een leefomgeving die past bij onze inwoners waarbij we oog hebben voor verandering. Johan Quik Wethouder

INHOUD PAG 6 DUURZAME ENERGIEVOORZIENING EN VOORBEREID OP DE VERANDERINGEN IN HET KLIMAAT

PAG 10

PAG 14

DOOR TE INVESTEREN IN DUURZAME MATERIALEN BESPAREN WE OP BEHEERKOSTEN

GROEN IS ESSENTIEEL VOOR EEN GEZONDE LEEFOMGEVING

PAG 18 VEEL ZETTING LEIDT TOT HOGE BEHEERKOSTEN

PAG 22

PAG 26

BEWONERS WILLEN SPORTEN, SPELEN EN RECREËREN IN HET GROEN

INITIATIEVEN VAN BEWONERS LEIDEN TOT MEER VERBINDING

PAG 30 (BEELD)KWALITEIT NEEMT LANGZAAM AF

BELEID

DUURZAME ENERGIEVOORZIEING EN VOORBEREID OP VERANDERINGEN IN HET KLIMAAT

MAUREEN PESMAN.

WILLEM VAN VALEN

Programmamanager omgevingswet, daarnaast beleidsadviseur klimaatadaptatie en bodemdaling.

Adviseur duurzaamheid en energietransitie en trekker binnen Molenlanden van de regionale energiestrategie.

JORDY VENDERBOS Adviseur duurzaamheid en transitie en trekker van de aardgastransitie.

Waar zijn jullie op dit moment mee bezig? Willem: Ik richt me vooral op de verduurzaming van de energievoorziening in onze regio. We trekken daarin op met de gemeente Gorinchem, de waterschappen en de provincie. We kijken naar alternatieve mogelijkheden voor energiewinning, zoals het opwekken van zonne-energie op daken van bedrijventerreinen en van agrarische bedrijven. Dat is ons ideaalplaatje, dat je voor de dorpen naar een systeem van energielevering gaat met lokaal opgewekte energie. We krijgen de agrariërs hierin goed mee, want zij zijn groot voorstander van energie opwekken op eigen daken en via kleine windturbines. Ze zijn wel behoorlijk tegenstander van zon op land door middel van zonnevelden. Met de gemeente Gorinchem, het waterschap en de provincie vormen we regio Alblasserwaard. Als regio brengen we een bod uit aan het Rijk hoe we de energievoorziening in de regio kunnen verduurzamen. We geven de ambities aan, de manier waarop we zonne- en windenergie kunnen opwekken en de locaties waar dat zou kunnen. Dat bod moet er op 1 juli liggen. We werken nu dus vooral nog op regionaal niveau. Afhankelijk van de goedkeuring van het bod gaan we werken aan de uitvoering op lokaal niveau. Maureen: Ik houd me voornamelijk met de implementatie van de Omgevingswet bezig en daarnaast met de thema’s klimaatadaptatie en bodemdaling.

Klimaatadaptatie en bodemdaling passen erg goed bij mijn achtergrond als watermanager. We hebben het uitvoeringsprogramma klimaatadaptatie en bodemdaling ‘Op naar een klimaatbestendig Molenlanden 

MAUREEN Leuk aan mijn functie: De uitdaging om grote complexe opgaven klein en eenvoudig te maken. Zo wordt het behapbaar voor partijen, collega’s en bestuurders om erin mee te denken en om ermee aan de slag te gaan. Verder is de werkomgeving erg dynamisch wat mij veel energie geeft. Van beleidsadviseurs tot directie en van inwoners tot grote regionale partners.

JORDY Leuk aan mijn functie: De diversiteit aan casussen die je tegenkomt, maar ook de werkzaamheden die uiteenlopen van strategische tot praktische vraagstukken. En natuurlijk het werken met een heel mooi team.

WILLEM Leuk aan mijn functie: Samen met gezellige, gemotiveerde collega’s en met veel partijen uit het ‘veld’ een steentje bijdragen aan een hele boeiende en uitdagende opgave.

MOLENLANDEN 7

in 2050’ ontwikkeld wat nu de bestuurlijke besluitvorming in gaat. Het is een uitvoeringsprogramma geworden waar ik trots op ben. We omschrijven daarin de streefdoelen voor de komende jaren. De besluitvorming in de raad over dit stuk is in juli 2021. Wanneer de raad akkoord gaat, kunnen we beginnen aan de uitvoering van het programma. De basis voor het uitvoeringsprogramma zijn de regionale stresstest kaarten en de lokale kennis van het gebied van mijn collega’s. De stresstestkaarten hebben we in werksessies met de collega’s verspreid van beheer buitenruimte tot beleid besproken. Vanuit het fysieke domein, maar ook het sociale domein en veiligheidssector waren betrokken. Tijdens de werksessies is bekeken wat we herkennen op de kaarten en waar volgens de ervaring van de collega’s de pijnpunten liggen. We werken op drie sporen; vanuit buitenruimte pakken de beheerders van de buitenruimte in projecten al zo veel mogelijkheden op, het laaghangend fruit noemen we dat. Dit is een mooi begin, maar er is ook borging in het beleid nodig. Dat gebeurt via het uitvoeringsprogramma. Daarnaast werken we op regionaal niveau aan een strategie en uitvoeringsagenda. Daaruit komen regionale projecten waarin partners elkaar versterken. Die sporen lopen nu nog parallel maar moeten elkaar de komende jaren steeds meer gaan vinden en versterken.

Jordy: Mijn aandachtsgebied is de warmte transitie, het zoeken naar alternatieven voor aardgas.

8 MOLENLANDEN

We brengen op lokaal niveau in kaart welke kansen er zijn om alternatieve duurzame energiebronnen in te zetten voor het verwarmen van onze gebouwen. Maar we kijken daarnaast veel breder naar duurzaamheid. Voor de projectleiders die zich bezig houden met ontwikkeling van nieuwe gebieden hebben we het handboek duurzaamheid in gebiedsontwikkelingen opgesteld. Daarin pakken we vier thema’s aan: energie, klimaatadaptatie, mobiliteit en circulariteit. Bij het onderdeel energie streven we naar realisatie van nieuwe nul op de meterwoningen (NOM). Het onderdeel klimaatadaptie is het verlengde van het uitvoeringsprogramma dat Maureen aan het maken is. Ons document is bedoeld als praktisch handboek dat je als een boodschappenlijstje kunt gebruiken bij gebiedsontwikkeling. In het handboek beschrijven we wat de wettelijke verplichting is en waar we als gemeente een stapje extra willen doen. We stimuleren daarin collega’s om op een duurzame manier te werken aan gebiedsontwikkelingen. Bijvoorbeeld door de locatie van nieuwe bomen zo te bepalen dat je zo effectief mogelijk zon kunt winnen op een dak of juist de schaduw van een boom kan benutten. En te zorgen dat het regenwater zo veel mogelijk in de wijk wordt opgenomen. Ook geven we in het handboek aandacht aan mobiliteit.

We willen het gebruik van elektrisch vervoer stimuleren en dus moeten we zorgen voor voldoende ruimte en aandacht voor oplaadvoorzieningen op parkeerplaatsen. Dit handboek is een ambitiehandboek, en dat schrijft

niet iets letterlijk voor. Dat kan ook niet anders, want niet elk project is hetzelfde, en je kunt niet altijd alle doelen halen. Daarom moet je per project de afweging maken en eruit halen wat erin zit. Hoe zien jullie de rol van de gemeente in deze transities? Willem: We hebben in onze gemeente heel veel plannen, en voornemens en convenanten. Wat uiteindelijk allemaal papier is. Maar laten we nu eens de tijd nemen om een aantal dingen echt goed doen in de uitvoering. We hebben nog een paar ontwikkellocaties op de rol staan waar nog niets voor is getekend. Laten we daar eens concreet mee aan de slag gaan. Jordy: Zo willen we de aanleg van de nieuwe huis- vesting in Bleskensgraaf zo duurzaam mogelijk doen. En bewoners stimuleren om mee te gaan in de ener-gietransitie. Daarin zien we veel verschil in de kernen. Er is een aantal hele actieve kernen waar de ge- meente alleen een faciliterende rol hoeft te spelen, in andere dorpen moeten we er waarschijnlijk iets harder aan trekken. Maureen: Het is een belangrijke opgave voor de toekomstbestendigheid van ons gebied, en als gemeente moeten we sturing geven om de transitie naar een klimaatadaptieve inrichting van de buiten-ruimte op gang te brengen, te beginnen bij onszelf. De term klinkt heel abstract, maar uiteindelijk betekent klimaatadaptatie gewoon dat we een goede leefom- geving creëren die veilig en gezond is om in te wonen.

Daar gaat het om en dat wil iedereen. 

MAUREEN: KLIMAATADAPTATIE BETEKENT UITEINDELIJK GEWOON DAT WE EEN GOEDE LEEFOMGEVING CREËREN DIE VEILIG EN GEZOND IS OM IN TE WONEN. DAAR GAAT HET OM EN DAT WIL IEDEREEN JORDY: WE STREVEN BIJ NIEUWBOUW NAAR NUL OP DE METER WONINGEN WILLEM: ONS IDEAALPLAATJE IS EEN SYSTEEM VAN ENERGIELEVERING VOOR DE DORPEN MET LOKAAL OPGEWEKTE ENERGIE.

MOLENLANDEN 9

DOOR TE INVESTEREN IN DUURZAME MATERIALEN BESPAREN WE OP BEHEERKOSTEN

KEES-JAN DE BOER Beheerder wegen Leuk aan mijn functie: De openbare buitenruimte is heel relevant. Dat blijkt nu ook weer in coronatijd. Het is mooi om hier aan bij te mogen dragen.

JOCHEM VAN DEN BERG Beheerder wegen Leuk aan mijn functie: De diversiteit van de werkzaamheden en het contact met onze inwoners.

ARIE HUISMAN Adviseur Civiele werken (Kunstwerken, Openbare verlichting & Wegen) Leuk aan mijn functie: Het is een dynamisch werkveld met veel uitdagende ontwikkelingen op het gebied van duurzaamheid en klimaat.

Aan welke eisen moet het beheer voldoen? Jochem: Voor wegen houden we voor de openbare ruimte beeldkwaliteit B aan, dat is volgens de omschrijving van het CROW ‘voldoende’. En A locaties, zoals dorpskernen worden naar een hoger niveau getild. Je ziet dat ook in de inrichting. Dat we bijvoorbeeld gebakken materialen gebruiken in plaats van standaard betonklinkers, en iets luxere bankjes, prullenbakken en lichtmasten plaatsen, dat soort dingen. In het beheer zie je dat we daar dan vaker gaan vegen zodat het gebied er verzorgder uitziet. Kees Jan: Alles is aangelegd met een functie. Met het beheer zorgen we dat de functie waar iets voor aangelegd is op peil blijft. Ik organiseer de weginspecties waarin we monitoren of de vereiste beheerkwaliteit wordt gehaald. En mede op basis daarvan maak ik de meerjarenplanningen voor groot onderhoud. Arie: Civiele kunstwerken moeten natuurlijk heel en veilig zijn. Daar moeten we nog een inhaalslag voor maken. Daarnaast streven we ernaar om zo duurzaam mogelijk te werken. Door bijvoorbeeld bij vervangingen van houten bruggen duurzame materialen te gebruiken. In het beleid van de gemeente Molenlanden zijn duurzaamheid, klimaatadaptatie en circulariteit belangrijke thema’s. Hoe vertaalt zich dat in jullie werk? Kees Jan: De herinrichting van straten is een mooie kans om de openbare ruimte klimaatadaptief in te richten.

Bijvoorbeeld geen kolk plaatsen, maar het hemelwater in de berm af laten stromen. Maar we kijken ook integraal naar de vervangingsopgave, wat zijn de mogelijkheden om iets op het gebied van sociaal domein te doen? We kunnen ommetjes realiseren en werken aan een betere toegankelijkheid van de openbare ruimte voor alle bewoners van Molenlanden. Je gaat eigenlijk zo’n hele wijk opnieuw inrichten, dus je wilt het wel voor dertig jaar goed doen. De verhouding zou eigenlijk moeten zijn, minimaal 40% groen en 60% bebouwing. Jochem: Ook in klein onderhoud kun je duurzaam werken, door bijvoorbeeld scheuren in het asfalt niet uit te frezen maar te gieten en zo de levensduur van het wegdek te verlengen. Recent hebben we met Arie een pilot gedaan met klimaatadaptieve parkeerplaatsen. Daarmee zorgen we dat het regenwater niet meteen in de kolk stroomt, maar vertraagd wordt afgevoerd zodat de riolering niet overbelast raakt. We hebben verschillende varianten toegepast om te kijken welke materialen het beste passen bij onze ondergrond. 

MOLENLANDEN 11

Arie: Bij vervangingsprojecten van civiele kunstwerken proberen we ook creatief te zijn en zo veel mogelijk te innoveren. Zo hebben we bij de vervanging van een brug de stalen ligger en een deel van het hardhout van de oude brug hergebruikt. Door circu- lair te werken hebben we een duurzame oplossing gevonden voor het vervangen van de brug en ook nog geld bespaard. Dit principe passen we ook toe bij de aanleg van wegen: een gebakken steen kost bij aanschaf meer maar gaat langer mee en kan bij een herinrichting weer gebruikt worden. Een betonnen klinker gaat minder lang mee, dus dat is uiteindelijk minder duurzaam. Het is goed om bij aanleg en vervanging te kijken naar de total cost of ownership. Soms moet je eerst investeren om later te kunnen besparen. Waar mogelijk kiezen we voor natuurinclusief te bouwen. Zo hebben we op de brug die ik net noemde vleermuiskasten geplaatst. Daarnaast hebben we bij een nieuwe kademuur mortel gebruikt in plaats van een harde voeg. Zo kunnen in de voegen bijzon-dere planten groeien. En door het aanleggen van een faunapassage is de kademuur een mooi voorbeeld geworden van natuurinclusief bouwen. Om dat meer structureel aan te pakken leggen we dit vast in het HIOR, Handboek Inrichting Openbare Ruimte.

WE LEGGEN RICHTLIJNEN VOOR DUURZAAM EN CIRCULAIR BOUWEN VAST IN ONS HANDBOEK INRICHTING OPENBARE RUIMTE

12 MOLENLANDEN

Waar willen jullie in de komende periode extra aandacht aan besteden? Kees Jan: Om goed te kunnen beheren en vooruit te plannen is goed databeheer een belangrijke pijler. Het is een onmisbaar middel om je beleidskeuzes te monitoren. Nu hebben we niet voldoende inzicht in de data, omdat we onvoldoende capaciteit hebben om het databeheer goed te doen. We hebben nu veel oudere collega’s die hier al lang werken, en die weten nog heel veel over hun gebied. Maar dat is kwetsbaar, want als die weg gaan zijn we echt afhankelijk van de data en hopelijk zitten die tegen die tijd goed in het systeem. Jochem: Binnen de gemeente Molenlanden zijn er grote verschillen in ondergrond. In het oude Giessenlanden is er minder zetting, omdat veel dorpen daar op zand- en kleiruggen zijn gebouwd. In het oude Molenwaard is zetting een groot probleem omdat de ondergrond daar grotendeels bestaat uit veen, en wegen dus eerder verzakken. Daar moeten wegen eerder vervangen worden en dat leidt tot hogere beheerkosten. Arie: We experimenteren nu op allerlei vlakken met klimaatadaptieve en duurzame inrichting. We hebben een start gemaakt met het handboek Inrichting Openbare Ruimte. Daar wil ik nog verder aan werken zodat de principes van duurzame aanleg straks door alle collega’s standaard worden toegepast. 

868.500 m2

Rijbanen

P

237.000 m2

Parkeerplaatsen

411.500 m2

Voetpaden

Totaal

23.500 m2

Fietspaden

1.540.500 m2

Beeldkwaliteit zichtgebieden kernen

Standaard beeldkwaliteit

A

B Wegen Civiele kunstwerken

197

27

Bruggen

Trappen

4

Kanonnen

8

Steigers

Totaal

290 civiele kunstwerken

GROEN IS ESSENTIEEL VOOR EEN GEZONDE LEEFOMGEVING Aan welke kwaliteit moet het beheer voldoen? Voor het groen in de gemeente Molenlanden geldt beheerniveau B, dat is volgens de omschrijving van het CROW ‘voldoende’. In de centra en op bijzondere plekken geldt beheerniveau A, dat is in de definitie van het CROW ‘goed’. Voor bomen is niet de beeldkwaliteit leidend, maar in het beheer zorgen we dat de bomen veilig en vitaal zijn.

STEF HENDRIKSEN Beheerder openbare ruimte, specialiteit groen Leuk aan mijn functie: Een bijdrage te kunnen leveren aan klimaatadaptieve maatregelen en natuurontwikkeling in de gemeente Molenlanden.

In het beleid van de gemeente Molenlanden zijn duurzaamheid, klimaatadaptatie en circulariteit belangrijke thema’s. Hoe vertaalt zich dat in jouw werk? Ik ben lid van het klimaat innovatieteam. We komen vanuit verschillende disciplines en initiëren projecten om collega’s enthousiast te maken voor het thema. We moeten klimaatadaptatie integraal oppakken, en dus als beheerders van groen, wegen en water gezamenlijk optrekken. Het is niet meer van deze tijd dat we alleen naar onze eigen discipline kijken. Een voorbeeld van duurzaam en klimaatadaptief inrichten is het natuurgebied Het ijsvogeltje dat we hebben ontwikkeld. Het gebiedje was een strook grond van 1200 vierkante meter onder een hoogspanningsmast. Deze grond was niet in gebruik, omdat je daar niet mag bouwen. Daarvan hebben we gezegd, laten we nu eens kijken of we daar natuur kunnen ontwikkelen. We zijn toen met inwoners van Nieuw Lekkerland om tafel gegaan en we hebben gekeken welke mogelijkheden er zijn om water te bergen en natuur te ontwikkelen. Dat heeft geleid tot een plan dat in oktober is aangelegd, een natuurlijke 

dus beheren volgens de maatstaf van Kleurkeur waaraan de gemeente Molenlanden zich heeft verbonden. Nu is de standaard om de bermen twee of drie keer te klepelen en het maaisel te laten liggen. Je krijgt dan een ruige begroeiing met weinig bloeiende planten. We willen er naar toe dat we één of twee keer per jaar maaien, en dat maaisel afvoeren. Zo krijgen ruige soorten minder kans en vestigen zich meer bloeiende soorten in de bermen. Dit ecologische beheer is gunstig voor vlinders en insecten. Dat maaibeheer is wel twee en een half tot drie keer zo duur als het beheer dat we nu doen. Dus zonder extra budget kunnen we dat niet in één keer in heel Molenlanden toepassen.

DE STRIJD TUSSEN WAT IDEAAL IS EN HAALBAAR IS ZAL ALTIJD BLIJVEN

inrichting, met water en een loopbrug. De diverse inrichting zorgt voor een gevarieerde flora en fauna en dankzij de brug kun je het groen, en het water beleven. We gaan samen met jongeren van de scholen monitoren hoe de natuur zich daar ontwikkelt. Het project heeft dus ook een hele duidelijke sociale component. Het is onze ambitie om binnen de gemeente meer natuur te ontwikkelen. We hebben nog een strookje grond op het oog in Nieuw Lekkerland. Dat willen we met vier basisscholen gaan omvormen. Zo werken we de sociale component nog verder uit. We dagen de scholen uit om een voorstel te maken hoe je in dat gebiedje de biodiversiteit kunt vergroten en water kunt bergen. Het beste ontwerp gaan we dan realiseren. Ook in de dagelijkse praktijk willen we duurzaam beheren en de biodiversiteit bevorderen,

16 MOLENLANDEN

Waaraan wil je in de komende jaren meer aandacht besteden? Herinrichtingsprojecten in de kernen bieden ook kansen om af te wijken van de standaard inrichting en om verrassend te ontwerpen zodat er meer ruimte is voor groen en bomen in de openbare ruimte. Dat moeten we verder gaan ontwikkelen. En er zal altijd strijd zijn tussen wat ideaal en wat haalbaar is. Maar als we het niet op papier zetten weten we zeker dat het er niet gaat komen. Zo hebben we nu in het Handboek Inrichting Openbare Ruimte (HIOR) vastgelegd dat een boom van de eerste grootte bij aanplant 25 kuub bomenzand krijgt. Zodat de boom goed uit kan groeien en gezond blijft. Ook bij het plaatsen van bomen moeten we als gemeente meer de leiding gaan nemen. Bomen zor-gen voor schaduw in de hete zomer, dus die hebben we echt nodig. En als je bewoners vraagt of ze groen belangrijk vinden zeggen ze allemaal ja. Maar ze willen geen boom voor hun huis omdat ze dan last hebben van de naalden of andere rommel. Hetzelfde geldt voor parkeerplaatsen. Bewoners willen meer groen, maar ook een parkeerplaats voor de deur. Als gemeente moeten wij dan als één orgaan opereren en mensen overtuigen van de noodzaak om te kiezen voor bomen en groen in plaats van parkeerplaatsen.

Als je mensen kunt uitleggen wat de waarde is van bomen voor onze leefomgeving, en wat de nadelen zijn van een versteende omgeving krijg je ze enthousiast en kun je ze meenemen in de veranderingen die nodig zijn. 

Groen

Knotbomen

Bomen

11.600

Vormbomen

3.300

STUKS

379

STUKS

Bosplantsoen, heesters en hagen

STUKS

219.000 m2

964.000 m2

Bermen, gazons en begrazing

Totaal

4.000 m2

Vaste planten

1.187.000 m2

Beeldkwaliteit zichtgebieden kernen

A

Standaard beeldkwaliteit

B

VEEL ZETTING LEIDT TOT HOGE BEHEERKOSTEN

ARD HOEIJENBOS Beheerder/adviseur stedelijk water Leuk aan mijn functie: De diversiteit en hierin de integraliteit tussen de verschillende beheer- en beleidsvelden te vinden.

RIEN DE RUIJTER Beheerder/adviseur riolering en water Leuk aan mijn functie: De uitdaging om allerlei plannen en problemen die ontstaan voor de riolering te vertalen naar duurzaam technische oplossingen.

Hoe ziet jullie takenpakket eruit? Ard: Mijn werkzaamheden gaan over stedelijk water, daar hoort ook afvalwater, hemelwater, grondwater en oppervlaktewater bij, dus eigenlijk het hele watersysteem. Daarom heb ik ook veel contact met het waterschap Rivierenland. Voor water geldt dat we veilige en schone voorzieningen handhaven en zorgen dat de voorzieningen in een goede technische staat verkeren. Rien: Ik werk al lang bij de gemeente en heb hier vanaf het begin al water en riolering gedaan. Nu doe ik vooral de technische kant van de riolering, en mijn specialisatie is de gemechaniseerde riolering. Dat is alle riolering waarbij een pomp of een klep nodig is om afvalwater te transporteren. Zeg maar de meer complexere en vaak gecompliceerdere soorten riolering. We hebben ook nog vacuümriolering en dat is eigenlijk meer de “stoommachine” onder de gemechaniseerde riolering. En wie heeft er tegenwoordig nog verstand van “stoommachines”!? Wij hebben gelukkig een aannemer en eigen mensen die dat nog kunnen. Maar wat als die mensen over 10 jaar vertrekken? Wat heeft het meeste impact gehad op jullie werkzaamheden? Ard: In de afgelopen paar jaar hebben we een paar hele droge zomers gehad. We zien bijvoorbeeld dat bepaalde hoger gelegen peilgebiedjes, bijvoorbeeld langs de Lekdijk, in zulke zomers verdrogen. Maar ook binnen de kernen zien we de gevolgen.

In die droge perioden is die verdamping soms al meer dan tien centimeter in een paar dagen tijd. We hebben in onze polders wel veel ervaring met het afvoeren van overtollig water, maar nu moeten we dus ook zorgen dat we water vasthouden, zodat het beschikbaar komt in droge periodes. En dat is lastig in ons bestaande areaal, omdat onder de grond 

MOLENLANDEN 19

arealen, en de luchtfoto’s aan elkaar te knopen. Iemand die de juiste vragen weet te stellen aan het programma en ons kan vertellen welke vervangingen nu en in de toekomst nodig zijn. Dan kunnen we tijdig inspelen op nieuwe ontwikkelingen .

al heel veel functies zijn samengebracht, zoals riool en kabels en leidingen. Een goede bodem, met een luchtige structuur en een gezond bodemleven, houdt water langer vast. Dan is de bodem een soort accu waarin water opgeslagen wordt voor droge perioden. Maar als de bodem bestraat en verdicht is, dan spoelt alles weer uit. Rien: We hebben in het verleden drainages vooral aangebracht om water af te voeren, maar daar moeten we nu anders naar kijken. In droge zomers kun je het systeem ook gebruiken om water aan te voeren zodat bomen voldoende vocht hebben. Als een bestaande drainage boven het zomerpeil ligt dan kun je een afsluiter in je drainage inrichting zetten. Vervolgens pomp je het buitenwater in je drainagestelsel. Zo heb je ook in droge periodes voldoende water beschikbaar voor de bomen in de kernen. Bij nieuwe locaties moet je de drainages dus onder het winterpeil aanleggen, want dan hoef je niet te pompen en staat de drainage toch altijd vol water en verdroogt de grond niet. Hierbij wordt nog steeds overtollig grondwater afgevoerd ook al gaat het iets langzamer. Eigenlijk hebben we mensen tekort om ons werk goed te kunnen doen. Ons vak vraagt specialistische kennis, en die mensen zijn moeilijk te vinden. Ook voor het bestandsbeheer hebben we extra capaciteit nodig.

We zoeken een technisch applicatiebeheerder die inzicht heeft in wat er allemaal komt kijken om de diverse disciplines zoals kaarten, de te beheren

20 MOLENLANDEN

Waar willen jullie in de komende periode extra aandacht aan besteden? Ard: Bij uitbreidingsplannen ligt er veel druk op de beschikbare ruimte: we hebben 130% wensen voor 100% ruimte. We merken dat het bij nieuwe aanleg moeilijk is om het klimaatadaptief in te richten, met een goede verhouding tussen groen en verharding. Vaak krijgen toch die parkeerplaatsen extra voorrang en dat gaat ten koste van de mogelijkheden voor waterberging of groenvoorziening met een hoge belevingswaarde en biodiversiteit. Rien: We moeten ook niet overal willen bouwen. Onze riolering ligt voor 50% in het buitengebied en dat deel bedient nog geen kwart van het aan-tal woningen in de gemeente. Die gemechaniseerde riolering in het buitengebied is veel duurder in beheer dan de vrijverval riolering in de kernen. Die gemecha-niseerde riolering is in de jaren ‘80 aangelegd en is berekend op een bepaalde capaciteit gebaseerd op het aanwezige aantal woningen uit die tijd. Dus als je in het buitengebied veel nieuwe huizen bouwt, kun je die niet zomaar meer aansluiten op het bestaande gemechaniseerde riolering. Dan heb je extra aanvullende gemechaniseerde riolering nodig met nieuwe persleidingen en nieuwe tracés waardoor de aanlegen beheerkosten extreem hoog worden. In het geval van de vacuümrioleringssystemen zijn uitbreidingen of aanpassingen niet eens mogelijk of al uitgevoerd.

En waarom niet zo veel mogelijk uitbreiden in de zandgebieden, in plaats van op veen? Dat is pas duurzaam. In veengebied vindt veel zetting plaats, dat leidt tot hogere aanleg- en beheerkosten. Op veen moet je een project goed voorbelasten en dat kost tijd en veel geld. Maar ook dan blijft de bodem op een veenondergrond zakken en moet je eerder je wegen en riolering vervangen. De beheerkosten gaan daardoor fors omhoog. We moeten ook anders durven bouwen. Bijvoorbeeld drijvende woningen en meer parkeerplaatsen onder de grond aanleggen. Daarmee creëer je meer ruimte voor water en groen. Ard: Daarom willen we pleiten voor goed rentmeesterschap. Dus bij nieuwe plannen niet alleen naar de aanlegkosten kijken, maar ook naar de beheerskosten op lange termijn. Je moet kijken naar de totale levensduur van een asset, zodat je opvolgers (en dus de gemeenschap) niet voor onverwachte verrassingen of hoge kosten komen te staan. 

Kolken

14.000 STUKS

Riolering

431 KILOMETER

Rioolgemalen

81

STUKS

Riool Stedelijk water

Water

312.000

METER2

Beschoeiing

31.000 STREKKENDE METER

Natuurlijke oevers

12.400

STREKKENDE METER

BEWONERS WILLEN SPORTEN, SPELEN EN RECREEREN IN HET GROEN Aan welke eisen moet het beheer voldoen? Voor verlichting geldt beheerkwaliteit B, in het centrum hanteren we kwaliteit A. Daar passen we luxere of juist klassieke verlichting toe. Voor speeltoestellen is de veiligheid en uitstraling het belangrijkst. Speeltoestellen moeten voldoen aan de veiligheidseisen van het warenwetbesluit.

INGMAR VERVEER Adviseur openbare ruimte voor spelen en openbare verlichting Leuk aan mijn functie: De taakvelden openbare verlichting en spelen zijn zeer verschillend, dat maakt het afwisselend. Ook zijn beide producten enorm in ontwikkeling hierdoor wordt het nooit saai. Openbare verlichting is complex en elektrotechnisch. Spelen is speels, uitdagend en creatief. Kinderen die naar hartenlust spelen op een mooi ingerichte speelplek blijft fantastisch om te zien.

Waar loop je tegenaan in het beheer? Het kerngericht werken en daarbij adviseren, participeren en leveren van maatwerk zorgt voor meer draagvlak en cohesie. Wel vraagt deze manier van werken veel tijd en aandacht. Dit gaat ten koste van het efficiënt en planmatig beheer. De kernen worden volgebouwd en de informele speelruimte verdwijnt snel. Hierdoor wordt de formele speelruimte steeds belangrijker. We zien een maat-schappelijke verandering en een toename van de vraag van inwoners naar meer formele speelruimte. Dat sluit beter aan bij de behoefte om jaarrond te kunnen spelen, sporten en bewegen. Helaas hebben we op dit moment te weinig budget om adequaat op deze vraag in te spelen. Led-verlichting heeft veel voordelen en is energiezuinig en duurzaam. Aan de andere kant zien we dat led door veel inwoners als fel en daardoor als onprettig wordt ervaren. We zien hierdoor een toename in verzoeken voor een afschermkap. Led produceert minder omgevingslicht, wat goed is voor natuur en milieu. We willen zo min mogelijk lichtvervuiling. 

Maar inwoners gebruiken het omgevingslicht zeker in het buitengebied als baken en oriëntatiepunt. Kortom led heeft plussen en minnen. De led armaturen die worden toegepast in openbare verlichting zijn nog een relatief jong product. We zien dat de technieken nog steeds doorontwikkeld worden. Dat maakt verlichting ook zo mooi, Zo heeft een nieuwe ledlamp meer lumen output en zijn deze nu verkrijgbaar in lagere Kelvin waardes dan een aantal jaren geleden. Door gestaag en stapsgewijs te verledden kunnen we gebruik maken van de laatste innovaties.

SMART LIGHTING OF SLIMME VERLICHTING IS STERK IN ONTWIKKELING

24 MOLENLANDEN

In het beleid van de gemeente Molenlanden zijn duurzaamheid, klimaatadaptatie en circulariteit belangrijke thema’s. Hoe vertaalt zich dat in jouw werk? Dit doen we onder meer door conventionele verlichting te vervangen door energiezuinige led technieken. Door zo min mogelijk kunststof te gebruiken. Door solarverlichting toe te passen bij op plekken waar dit wenselijk is of waar geen stroomkabel aanwezig is. Door oriëntatie verlichting toe te passen op de lintbebouwingswegen buiten de kom en door buitengebieden donker te houden. Op het gebied van spelen is er ruimte voor invullen van klimaatadaptie, duurzaamheid en circulariteit. Dit passen we daar waar mogelijk ook zeker toe, zoals speelaanleidingen, een wadi met stapstenen of een beleef- en pluktuin, en het toepassen van waterdoorlatende ondergronden. Ook zijn er ontwikkelingen op het gebied van duurzame valdempende ondergronden, klimaat adaptieve kunstgrasvelden en waterpleinen. Circulariteit staat eerlijk gezegd nog in de kinderschoenen, dat willen we nog verder uitwerken. Waaraan wil je in de komende jaren meer aandacht besteden? De informele speelruimte verdwijnt snel. We moeten meer toekomstbestendig en duurzaam kijken naar speelruimte bij planvorming van een wijk en kern. De 3% speelnorm is hierin een belangrijke maatstaf. We hebben te weinig groen en parken in de kernen.

Grote trapvelden willen we waar mogelijk omvormen naar sport-, speel- en beleefparken. Daarin kunnen jong en oud elkaar ontmoeten, sporten, spelen en recreëren. Door deze invulling is er ook meer ruimte voor biodiversiteit. Trend is dat mensen whatsapp groepen aanmaken om buiten te sporten, door corona is die trend nog versterkt. Als gemeente hebben we het Sportakkoord ondertekend, waarin we willen voorzien in die behoefte om buiten te sporten en bewegen. Hier willen we bij de  fysieke inrichting van de buitenruimte op inspelen.

Spelen

Aantal speeltoestellen

Aantal sporttoestellen

503

116

STUKS

STUKS

Ballenvangers

Hekwerken

1.100

Trapvelden

1.135

METER

3.372

METER

VIERKANTE METER

Openbare verlichting en technische installaties

10.250 Lichtpunten

83 Abri’s

VERBINDERS

INITIATIEVEN VAN BEWONERS LEIDEN TOT MEER VERBINDING

BERNARDINE BOLWIJN

BEN ROOS

Verbinder

Verbinder

KARINA DE JAGER

ARIE VAN DEN BERG

Verbinder

Verbinder

Jullie functie is verbinder, wat houdt dat precies in? Bernardine: Toen ik nog voor de gemeente Graafstroom werkte, wat nu uiteindelijk Molenlanden is geworden, constateerden we dat er voor jongeren erg weinig voorzieningen waren in de buitenruimte. Ook vanuit leefbaarheid waren er aandachtspunten. Vanuit de jongerengroep en de leefbaarheidsgroep zijn de klankbordgroepen, de huidige dorpsoverleggen, ontstaan. Hoewel de oorspronkelijke opzet van het contact met de dorpsoverleggen komt van de afdeling Welzijn, zijn er de afgelopen 20 jaar veel activiteiten en voorzieningen in de buitenruimte uitgevoerd. Goede samenwerking met collega’s is dus heel belangrijk! Ben: We proberen verbindingen te leggen op alle niveaus van de participatieladder, om dingen voor elkaar te krijgen. De ene keer is dat een bewonersinitiatief, een andere keer is dat een initiatief vanuit een kernoverleg, klankbordgroep of dorpsoverleg. Net welke naam ze aan zichzelf geven. Of het wordt ingezet vanuit de organisatie de strategische thema’s, zoals nu het samenlevingsprogramma. Tijdens verschillende bijeenkomsten en de 100Waard gesprekken hebben we geïnventariseerd wat bewoners van waarde vinden voor hun leefomgeving. En we benadrukken steeds dat het samenlevingsprogramma van de bewoners en van de gemeente is. Het is dus een gezamenlijk proces. 

BERNARDINE: Leuk aan mijn functie: Gezamenlijk werken aan zaken vergroot het onderlinge begrip bij alle betrokken partijen en maakt vaak meer mogelijk dan gedacht.

BEN: Leuk aan mijn functie: Dat iedere dag voor inwoners en gemeente nieuwe kansen biedt, voor samen denken, samen doen.

KARINA: Leuk aan mijn functie: Verbinden, krachten bundelen en kansen verzilveren

ARIE: Leuk aan mijn functie: Het geeft veel voldoening als we als gemeente op een verassende wijze kunnen aansluiten bij wat inwoners belangrijk vinden.

MOLENLANDEN 27

Kun je een concreet voorbeeld noemen? Bernardine: Het kan bijvoorbeeld gaan over de aanleg van een wandelpad en het plaatsen van bankjes. Die grond is van het waterschap, niet van ons. Dus leggen wij contact met het waterschap en met onze afdeling buitenruimte. We zoeken uit of er een vergunning nodig is en of de aangeboden zelfwerkzaamheid van de initiatiefnemers wenselijk is. Het is onze rol om de partijen aan elkaar te koppelen, zodat de verbinding wordt gelegd. Daarna zetten wij als het kan weer een stapje terug. Ben: Het kunnen ook langduriger processen zijn waarbij je inwoners, collega’s en bestuurders probeert mee te nemen om tot een oplossing voor een probleem te komen. Zo klaagden bewoners dat er niet voldoende parkeerplekken waren bij het winkelcentrum in Molenaarsgraaf. Dat liep hoog op, en er kwam niet echt een oplossing. We hebben toen alle partijen bij elkaar gezet: de inwoners, de ondernemers, de school en de kerk. En samen hebben we het probleem gefileerd en zijn tot een creatieve oplossing gekomen. Voor langparkeerders hebben we een alternatieve parkeerplek gevonden. De langparkeerders zijn voornamelijk werknemers van de winkels, en personeelsleden van de school. We hebben voor hen particuliere parkeerplaatsen gehuurd en bij het nabijgelegen appartementencomplex zes extra parkeerplekken gerealiseerd.

Die parkeerplekken vallen onder gemeentegrond, dus dat was eenvoudig te besluiten, maar voor het huren van de particuliere

28 MOLENLANDEN

plekken hadden we natuurlijk de toestemming van de raad nodig. Daar zijn twee collegevoorstellen voor uit gegaan. Maar dan heb je een deel van de openbare ruimte versteend… Ben: Dat klopt, het is natuurlijk de ambitie om de openbare ruimte minder te verstenen. Onder invloed van een van de collegeleden zijn voor de nieuwe parkeerplaatsen grasbetontegels toegepast, om toch nog iets terug te winnen. En met de omwonenden hebben we afgesproken dat we de beplanting aan die kant zouden verhogen en versterken. Maar waar het om gaat is dat we binnen de beschikbare ruimte die we hebben en de verschillende belangen die spelen toch tot een oplossing zijn gekomen die door alle partijen wordt gedragen. Daarom spreken wij liever van processen dan over projecten. En daarom heb je een lange adem nodig. Hoe komen jullie aan middelen om projecten te realiseren? Bernardine: Alle dorpsoverleggen krijgen elk jaar een budget van de gemeente. Dat bedrag mogen ze ook opsparen, maar niet meer dan tot een bepaald plafond. Hiermee willen we stimuleren dat ze het geld investeren in hun dorp of stad. Daarnaast is er een speciale regeling om inwonersinitiatieven te ondersteunen, de zogenaamde initiatievenpot. De inrichting van een hondenuitrenveldje, jeugdactiviteiten, een zorginitiatief,

alles is mogelijk. Voorwaarde is dat mensen daadwerkelijk bijdragen aan de realisatie van hun initiatief en niet alleen hun wens bij de gemeente neerleggen. Wat verwachten jullie voor de toekomst? Bernardine: De onderwerpen zijn heel divers. Je ziet wel dat er zo zachtjes aan een verschuiving plaatsvindt. Van vooral initiatieven in de buitenruimte naar meer zorg- en sociale projecten zoals samen koken en activiteiten organiseren voor de jeugd. Ben: We zien een initiatief in de openbare ruimte als een vervoermiddel voor verbinding tussen bewoners. Het begint vaak met een herinrichting, en dat leidt tot meer sociale cohesie. Het is een groeimodel, waarbij bewoners meer met elkaar gaan praten en samen activiteiten organiseren. En dat bewoners meer vertrouwen krijgen in de gemeente Molenlanden. Dat maakt dit proces zo mooi. 

BEN: JE HEBT VOOR PARTICIPATIEPROCESSEN EEN LANGE ADEM NODIG BERNARDINE: HET IS ONZE ROL OM VERSCHILLENDE PARTIJEN AAN ELKAAR TE KOPPELEN EN VERBINDINGEN TE LEGGEN

MOLENLANDEN 29

INVESTEREN IN BUITENRUIMTE IS (OOK) INVESTEREN IN WELZIJN

BEHEER BUITENRUIMTE

(BEELD)KWALITEIT NEEMT LANGZAAM AF Beheer BuitenRuimte (BBR) werkt met man en macht om de buitenruimte op orde te houden. Omdat er structureel capaciteitstekort is, wordt gewerkt volgens een piepsysteem. Als er klachten of incidenten zijn, worden deze zo spoedig mogelijk verholpen. De buitenruimte wordt zo visueel toonbaar gehouden. Het ontbreekt echter aan tijd om het beheer planmatig en pro-actief uit te voeren. Dus door vooruit kijken en tijdig ingrijpen. Er is een langzame aftakeling aan de gang. Deze is niet direct zichtbaar omdat Beheer Buitenruimte er met lapmiddelen voor zorgt dat de buitenruimte er steeds toonbaar uit blijft zien. Maar er wordt langzaam ingeteerd op vroegere kwaliteit. Op langere termijn is er sprake van een structurele achteruitgang van de openbare ruimte. Om in de toekomst deze schade te herstellen zijn hoge kosten nodig. Dit vinden we onwenselijk. Vanuit beheer willen we als goed rentmeester te handelen. Keuzes in beheer maken we met oog op de toekomst. Bij investeringen en vervangingen kijken we naar de totale levenscyclus van een asset en de maatschappelijke kosten en baten die een investering of vervanging met zich meebrengt. Dat is ook een vorm van duurzaamheid. Wij pleiten ervoor om nu te zorgen voor voldoende mensen en middelen om de gewenste kwaliteit van de openbare ruimte ook voor de toekomst te waarborgen.

Een prettige en groene leefomgeving draagt direct bij aan het welzijn van de bewoners. Dat hebben veel burgers in coronatijd aan den lijve kunnen ervaren. Investeren in de openbare ruimte is ook een investering in het welzijn van de burgers van onze gemeente.

MOLENLANDEN 31

LEGENDA

36 MOLENLANDEN

Wegen

Civiele kunstwerken

Straatmeubilair

Verkeersvoorzieningen

Groen

Riolering

Stedelijk water

Spelen

Openbare verlichting

COLOFON Mei 2021 Tekst Marga Alferink, Helena Klok – DG groep i.s.m. Gemeente Molenlanden Grafisch ontwerp & infographics Studio Weikamp Verstraten Paul Verstraten en Hinke Weikamp Fotografie Openbare ruimte: Paul Verstraten

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Molenlanden&id=c0259ffd-f376-4d16-a73e-05e292a9995c