Bijlage 2 - Bijlagen bij de Toelichting bestemmingsplan ‘Uitkoopregeling hoogspanningsleiding Lekdijk’
Tekst van het document
Verkennend bodemonderzoek Lekdijk 307-315 te Nieuw-Lekkerland
Verkennend bodemonderzoek Lekdijk 307-315 te Nieuw-Lekkerland Aeres Milieu Projectnummer Status rapport Datum
: AM21300 : Definitief (versie 1) : 5 augustus 2021
Opdrachtgever
: Ordito Postbus 94 5126 ZH GILZE
Opgesteld door Paraaf
: ir. B.M.A.C. Frijns :
Gecontroleerd door Paraaf
: ing. T.K.P.G. Thijssen :
Aeres Milieu B.V. Noordhoven 4 6042 NW ROERMOND (t) 0475 – 320 000 e-mail: info@aeres-milieu.nl www.aeres-milieu.nl
2001 + 2002
Disclaimer Het onderzoek is op zorgvuldige wijze uitgevoerd volgens de algemeen gebruikelijke inzichten en methoden (opzet conform NEN 5740 en interpretatie aan de hand van de Leidraad Bodembescherming). Opgemerkt wordt dat bij een verkennend bodemonderzoek sprake is van een steekproefsgewijze bemonstering en het nemen van een beperkt aantal monsters. De mogelijkheid blijft daarom bestaan dat puntverontreinigingen, welke niet voortkomen uit het historisch onderzoek, niet door het onderzoek worden aangetoond. Daarnaast blijft het mogelijk dat lokale afwijkingen in de samenstelling van het bodemmateriaal voorkomen. Tot slot wordt erop gewezen dat het uitgevoerde bodemonderzoek een momentopname is. Het bovenstaande betekent dat Aeres Milieu op voorhand geen aansprakelijkheid accepteert voor maatregelen of mogelijke beslissingen die de opdrachtgever naar aanleiding van het door Aeres Milieu uitgevoerde bodemonderzoek neemt. Tevens wordt opgemerkt dat Aeres Milieu voor het verkrijgen van de voor het historisch onderzoek noodzakelijke informatie (mede) afhankelijk is van externe bronnen. Voor Aeres Milieu is niet te verifiëren of deze bronnen altijd volledig en zonder fouten zijn. Hierdoor kan Aeres Milieu niet instaan voor de juistheid en volledigheid van de verzamelde historische informatie.
Pagina | 2 AM21300
INHOUDSOPGAVE 1.
INLEIDING ...................................................................................................................................................................................................................4
2.
VOORONDERZOEK ..................................................................................................................................................................................................5
3.
4.
5.
6.
2.1
Inleiding ............................................................................................................................................................................................................5
2.2
Topografische beschrijving........................................................................................................................................................................5
2.3
Historisch overzicht en omgeving ...........................................................................................................................................................6
2.4
Dossieronderzoek ..........................................................................................................................................................................................6
2.5
Bodemopbouw en geo(hydro)logie .........................................................................................................................................................9
2.6
Beschrijving van de onderzoekslocatie .................................................................................................................................................9
2.7
Asbest ............................................................................................................................................................................................................. 10
2.8
Bodemkwaliteitskaart en Nota bodembeheer ................................................................................................................................. 10
2.9
Onderzoekshypothese .............................................................................................................................................................................. 10
ONDERZOEKSSTRATEGIE .................................................................................................................................................................................. 11 3.1
Inleiding ......................................................................................................................................................................................................... 11
3.2
Onderzoeksstrategie ................................................................................................................................................................................. 11
VELDWERKZAAMHEDEN .................................................................................................................................................................................... 12 4.1
Algemeen ...................................................................................................................................................................................................... 12
4.2
Grondbemonstering ................................................................................................................................................................................... 12
4.3
Grondwatermonstername ........................................................................................................................................................................ 13
LABORATORIUMONDERZOEK .......................................................................................................................................................................... 14 5.1
Algemeen ...................................................................................................................................................................................................... 14
5.2
Grond(meng)monster(s)............................................................................................................................................................................ 14
5.3
Grondwatermonster(s) .............................................................................................................................................................................. 16
5.4
Toetsing van de gestelde hypothese .................................................................................................................................................. 16
CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN ................................................................................................................................................................ 17
Bijlagen: 1 2 3 4 5 6 7 8
Topografische en kadastrale overzichtskaart Foto’s onderzoekslocatie Situatietekening onderzoekslocatie met boorpunten Boorprofielen en zintuiglijke waarnemingen Verklaring veldmedewerker Toetsingstabellen en analyserapport grond(meng)monster(s) Toetsingstabellen en analyserapport grondwatermonster(s) Bodeminformatie omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid
Pagina | 3 AM21300
1. INLEIDING In opdracht van Ordito heeft Aeres Milieu een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd op de locatie: Adres onderzoekslocatie
: Lekdijk 307-315 te Nieuw-Lekkerland
Gemeente
: Molenlanden
Kadastrale registratie
: Nieuw-Lekkerland, sectie D, nrs. 490, 491, 342, 1328, 26, 1327 (ged.) en 1146 (ged.)
Oppervlakte
: circa 3.250 m2
Huidig gebruik van de locatie
: wonen met tuin
Toekomstig gebruik
: bedrijf, tuin en recreatie
Dit bodemonderzoek is uitgevoerd conform de richtlijnen van de NEN 5740. Het verkennend bodemonderzoek bestaat uit een vooronderzoek naar de historie en bodemgesteldheid van de onderzoekslocatie en aanvullend hierop een bodemonderzoek op het perceel.
Aanleiding De aanleiding voor het laten uitvoeren van dit bodemonderzoek is een herontwikkeling met bestemmingsplanwijziging.
Doel Het doel van het verkennend onderzoek is, middels een steekproef, het vaststellen van de actuele bodemkwaliteit ter plaatse. Het onderzoek is niet bedoeld om een exacte aard en omvang van een eventuele verontreiniging aan te geven.
Onderzoek Aeres Milieu B.V. heeft geen binding met de opdrachtgever en de onderzoekslocatie anders dan als onafhankelijk onderzoeksbureau. In hoofdstuk 2 is het vooronderzoek en de daaruit volgende onderzoekshypothese beschreven. Naar aanleiding van de opgestelde hypothese wordt in hoofdstuk 3 de onderzoeksstrategie opgesteld. In hoofdstuk 4 worden de veldwerkzaamheden (grond-
en
grondwateronderzoek)
beschreven.
Hoofdstuk
5
beschrijft
de
laboratoriumwerkzaamheden
en
de
onderzoeksresultaten. Het rapport wordt afgesloten met hoofdstuk 6, waarin de conclusies en enkele aanbevelingen staan beschreven. Bemonstering en laboratoriumonderzoek vonden plaats in juli 2021. De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd conform de protocollen van de BRL SIKB 2000. De chemische analyses zijn uitgevoerd door SGS Environmental Analytics B.V. te Rotterdam. SGS Environmental Analytics B.V. is geaccrediteerd volgens de door de Raad voor Accreditatie gestelde criteria voor Testlaboratoria conform ISO/IEC 17025. Alle analyses zijn uitgevoerd conform Accreditatie Schema 3000 (AS3000).
Pagina | 4 AM21300
2. VOORONDERZOEK 2.1
Inleiding
Conform het onderzoeksprotocol NEN 5725 is ten behoeve van de bepaling van de onderzoeksstrategie op onderhavige locatie een vooronderzoek uitgevoerd. De resultaten van dit vooronderzoek zijn opgenomen in voorliggend hoofdstuk. De in paragraaf 2.1 t/m 2.6 opgenomen informatie is afkomstig van/uit: •
de opdrachtgever;
•
het kadaster;
•
topotijdreis.nl;
•
gemeente Molenlanden;
•
omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid;
•
het dinoloket;
•
het bodemloket;
•
terreininspectie.
In principe richt het vooronderzoek zich op alle percelen waarop het onderzoek betrekking heeft én de direct hieraan grenzende percelen. Indien een direct aangrenzend perceel smal (< 10 m breed) is, worden ook de percelen hier weer aan grenzend meegenomen. Indien de aangrenzende percelen groot zijn, wordt alleen het gedeelte van deze percelen binnen 25 meter vanaf de grens van de bodemonderzoekslocatie in beschouwing genomen, tenzij er aanleiding bestaat toch het gehele perceel te onderzoeken.
2.2
Topografische beschrijving
De onderzoekslocatie ligt aan de Lekdijk 307-315 te Nieuw-Lekkerland. Kadastraal is de locatie bekend als Nieuw-Lekkerland, sectie D, nrs. 490, 491, 342, 1328, 26, 1327 (ged.) en 1146 (ged.). De coördinaten volgens het R.D. stelsel zijn X = 106.101/Y = 433.490. Zie bijlage 1 voor een kadastrale kaart. Op de luchtfoto is de globale begrenzing van de locatie weergegeven.
Afbeelding 1: globale begrenzing onderzoekslocatie (Bron luchtfoto: PDOKViewer) Pagina | 5 AM21300
2.3
Historisch overzicht en omgeving
In het kader van het vooronderzoek is historisch kaartmateriaal bestudeerd. Uit kaartmateriaal van de geraadpleegde historische kaarten is af te leiden dat het noordelijk deel van de onderzoekslocatie reeds in 1900 bebouwd was. Op de kaart uit 1969 is ook het zuidelijk deel van de locatie bebouwd. Na 1969 zijn nog enkele kleine wijzigingen in de bebouwing te zien. De kaart uit 1998-2020 geeft de huidige situatie weer.
1900
1936
1969
1989
1995
1998-2020
Afbeelding 2: geraadpleegde historische kaarten (Bron kaarten: topotijdreis.nl)
2.4
Dossieronderzoek
Via de website van de omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid is op 26 mei 2021 bodeminformatie gedownload van de locatie en directe omgeving. De bodemrapportage is opgenomen in bijlage 8. Uit de rapportage blijkt onder meer dat er diverse onderzoeken hebben plaatsgevonden aan de Lekdijk (zie tabel 2.2). Voor het verkrijgen van historische informatie van de onderzoekslocatie is op 26 mei en 25 juni 2021 een informatieverzoek ingediend bij de Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid en de gemeente Molenlanden. Gevraagd is naar uitgevoerde bodemonderzoeken en/of bodemsaneringen, verleende hinderwet- of milieuvergunningen, bouw- en/of sloopvergunningen, de aanwezigheid van onder- en/of bovengrondse brandstoftanks, gegevens over calamiteiten en eventuele asbestinventarisaties. Tevens is gevraagd of de locatie en de directe omgeving verdacht is op het voorkomen van verhoogde gehalten aan PFAS en/of GenX, of dat er ter plaatse bronlocaties bekend zijn voor PFAS of GenX.
Pagina | 6 AM21300
In het gemeentelijk archief en het archief van de omgevingsdienst waren echter geen, voor het verkennend bodemonderzoek relevante, milieu-vergunningsdossiers beschikbaar. Voor de onderzoekslocatie zijn de in tabel 2.1 weergegeven (relevante) bouwvergunningen geraadpleegd. Dossiernummer
Datum
Vergunning
Opmerkingen
1983/126 1362
27-03-1983
Plaatsen schuur
Lekdijk 312; dak: eternit golfplaten (pvc dakgoot en afvoer)
1986/16 221
08-04-1986
Vergroten schuur
Lekdijk 312; dak: eternit golfplaten (pvc dakgoot en afvoer)
1982/119
25-01-1983
Plaatsen groenten- en plantenkas
Lekdijk 315; nieuwe hobbykas ter plaatse van een varkensschuur
Tabel 2.1.: Overzicht geraadpleegde (relevante) bouwvergunningen
Op de onderzoekslocatie zelf zijn niet eerder bodemonderzoeken uitgevoerd. In de directe omgeving zijn de in tabel 2.2 weergegeven bodemonderzoeken uitgevoerd. Kenmerk
Bijzonderheden
Verkennend bodemonderzoek
De aanleiding voor de uitvoering van het onderzoek betreft de voorgenomen nieuwbouw van een
perceel gelegen nabij Lekdijk 315
woning op de locatie. Het doel van het bodemonderzoek is het vaststellen van de milieuhygiënische
en 318 (Lekdijk 317) te Nieuw-
kwaliteit van de bodem.
Lekkerland (AT Milieu Advies
De bovengrond is zeer licht verontreinigd met PAK.
rapport met kenmerk AT01175 d.d.
In de ondergrond worden licht verhoogde concentraties nikkel en zink gemeten.
juni 2001
Het grondwater is niet verontreinigd. Op basis van voorliggende resultaten bestaat geen aanleiding tot nader onderzoek. De licht verhoogde concentraties in de boven- en de ondergrond vormen geen beperkingen ten aanzien van het huidige gebruik en de mogelijke herinrichting van de locatie ten behoeve van woningbouw.
Historisch bodemonderzoek
Het doeI van het historisch onderzoek is:
Dijkversterkingsprojecten
- het in beeld brengen van bekende bodemverontreinigingslocaties die relevant zijn voor het
RvR/HWBP Rivierenland (Geofox-Lexmond rapport met
project; - leveren van een voorstel voor nader vervolgonderzoek voor de Projectnota m.e.r.
kenmerk 20090309 d.d. 17 november 2009)
In de rapportage zijn voor de huidige onderzoekslocatie geen bijzonderheden opgenomen.
Verkennend bodemonderzoek
- In de geroerde bovengrond zijn de gehalten aan koper, kwik, zink en PAK boven de AW 2000
Lekdijk 297 Nieuw-Lekkerland
aangetroffen en het loodgehalte lag aanvankelijk boven de tussenwaarde. Naar aanleiding van
(Bakker Milieuadviezen rapport met
de matige loodverhoging is een uitsplitsing uitgevoerd, waarbij het gemiddelde loodgehalte
kenmerk BM/1846-12 d.d. april
minder dan de helft bedroeg van het aanvankelijke mengmonstergehalte. In slechts een
2012)
monster (2) wordt de tussenwaarde overschreden en in de 4 overige monsters lagen de loodgehalten duidelijk lager. Binnen het onderzoeks oppervlak wordt derhalve in geen enkele boring de interventiewaarde overschreden.
- In de ongeroerde moerige ondergrond zijn lood en molybdeen in gehalten boven de AW 2000 aangetroffen. Dit heeft geen consequenties. - In het grondwater zijn de gehalten aan barium, zink en kwik licht verhoogd aangetroffen. Dit zijn geen relevante overschrijdingen.
Pagina | 7 AM21300
Kenmerk
Bijzonderheden
Aanbevelingen: Op grond van het onderzoek vormt, de kwaliteit van de bodem geen belemmering voor de voorgenomen nieuwbouw van een kantoorpand. Partijkeuring grond vrijkomend bij
Het doel van de partijkeuring is het vaststellen van de milieuhygiënische kwaliteit van de grond,
dijkversterking HWBP Kinderdijk-
zodat kan worden bepaald of de partij in het kader van het Besluit bodemkwaliteit in aanmerking
Schoonhovenseveer (KIS)
komt voor hergebruik.
(Oranjewoud rapport met kenmerk
De bodemkwaliteit tussen Dijkpaal 166 en 172 wordt in de rapportage gekwalificeerd als
245484 d.d. april 2012)
kwaliteitsklasse Industrie. De bodemkwaliteit tussen Dijkpaal 171 en 175 wordt in de rapportage gekwalificeerd als kwaliteitsklasse Wonen.
Aanvullend bodemonderzoek in het
Het doel van het onderzoek is het leveren van voldoende informatie over de bodemkwaliteit, zodat
kader van de aanleg van het
de aannemer deze kan vertalen naar eventueel te nemen veiligheidsmaatregelen in de uitvoering.
nutstracé ten behoeve van het
De bodemkwaliteit tussen Dijkpaal AW 171 en AW 172, nabij de huidige onderzoekslocatie, wordt
project Dijkversterking HWBP
als volgt gekwalificeerd: de bodemkwaliteit van de bovengrond en van de ondergrond is klasse
Kinderdijk-Schoonhovenseveer
Industrie.
(KIS). (Anteagroup rapport met kenmerk 268099 d.d. juni 2014) Indicatief bodemonderzoek t.b.v.
Doel van dit indicatief onderzoek is het bepalen van de milieuhygiënische kwaliteit van de bij de
palenwanden langs Lekdijk in
werkzaamheden vrijkomende grond van maaiveld tot maximaal 3,0 m-mv. De opdrachtgever is
Nieuw-Lekkerland
voornemens om, wanneer de grond voldoende schoon is, deze op basis van Bodemkwaliteitskaart
(RPS rapport met kenmerk
(Bkk), te verwerken op de omringende weilandpercelen. De bodemkwaliteit tussen Dijkpaal 171 en
1506092A00-B15-1323 d.d. 18
173 wordt in de rapportage als volgt gekwalificeerd:
november 2015) Deellocatie 3 - tussen dijkpaal 171-173 Uit dit onderzoek blijkt dat de bovengrond tot 0,5 m-mv ook waarin zintuiglijk puin en kolengruis is waargenomen, hooguit licht is verontreinigd met kwik, lood, zink en PAK. In eerste instantie is binnen traject 0,5 tot 1,0 m-mv ter plaatse van boring 20 een sterk verhoogd gehalte aan koper aangetoond. Middels heranalyse is het aantreffen van een sterke verontreiniging niet bevestigd en derhalve wordt uitgegaan van een ‘toevalstreffer’. De onderliggende bodemlaag ter plaatse van boring 20, traject van 1,0 tot 1,5 m-mv, is analytisch schoon.
Toetsend aan het Bbk voldoet de bovengrond indicatief sowieso aan bodemkwaliteitsklasse Industrie. Lokaal voldoet de bovengrond aan Wonen. De ondergrond van 0,5 tot 3,0 m-mv is hooguit licht verontreinigd met koper en kwik maar voldoet indicatief aan de eisen voor onbeperkt hergebruik.
Deellocatie 4 - tussen dijkpaal 171-172,5 (binnendijks) De bovengrond tot 0,5 m-mv is hooguit licht verontreinigd met kwik, lood en zink. Indicatief toetsend aan het Bbk voldoet deze grond aan bodemkwaliteit Wonen. De ondergrond van 0,5 tot 3,0 m-mv is hooguit licht verontreinigd met cadmium, kwik, lood, zink en PCB en voldoet indicatief aan bodemkwaliteitsklasse Industrie. In het algemeen dient te worden opgemerkt dat bij analyses van mengmonsters de gehalten in individuele deelmonsters zowel hoger als lager kunnen zijn dan het gemeten gehalte in het mengmonster. Pagina | 8 AM21300
Kenmerk
Bijzonderheden Daarnaast is bij dit onderzoek slechts visueel gekeken naar de aanwezigheid van asbest. Dit onderzoek kan derhalve niet beschouwd worden als een onderzoek conform de NEN 5707.
Tabel 2.2: Overzicht uitgevoerde bodemonderzoeken
Op de onderzoekslocatie heeft, voor zover bekend, geen bovengrondse of ondergrondse opslag van oliehoudende producten plaatsgevonden. In de omgevingsrapportage (zie bijlage 8) worden enkele (niet gespecificeerde) dempingen genoemd. Het is niet bekend waar deze dempingen betrekking op hebben.
2.5
Bodemopbouw en geo(hydro)logie
De bodemopbouw van de onderzoekslocatie wordt schematisch weergegeven in tabel 2.3. Diepte [m-mv]
Lithostratigrafie
Lithologie
0,3 – 13,0
Holocene afzettingen
Complexe eenheid, bestaande uit een afwisseling van zandige klei, midden en fijn zand, klei en veen en een weinig grof zand
13,0 – 26,6
Formatie van Kreftenheye
Zandige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit midden en grof zand, weinig zandige klei, fijn zand en grind en een spoor klei en veen
26,6 – 38,8
Formatie van Waalre
Kleiige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit zandige klei, klei en midden zand, weinig veen, fijn en grof zand en een spoor grind
38,8 – 61,5
Formatie van Peize
Zandige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit midden en grof zand, met weinig zandige
Formatie van Waalre
klei, fijn zand en grind en een spoor klei en veen
Tabel 2.3: Geo(hydro)logische indeling (bron: Dinoloket identificatienummer B38C0609)
Het maaiveld ter plaatse van de onderzoekslocatie bevindt zich op een hoogte van circa 1,25 m -NAP. De stroming van het freatisch grondwater is globaal noordelijk gericht en bevindt zich op een hoogte van circa 1,8 m -NAP. De onderzoekslocatie bevindt zich binnen een boringsvrije zone.
2.6
Beschrijving van de onderzoekslocatie
Op 1 juli 2021 is een veldinspectie uitgevoerd, hierbij is gelet op het terreingebruik en de aanwezigheid van ondergrondse tanks, stookplaatsen, (half)verhardingslagen, ophogingen, storthopen, dempingen, afgravingen en asbestverdacht materiaal op het terrein. Op de onderzoekslocatie zijn 4 woningen gelegen (Lekdijk 307, 312, 314 en 315). Foto 1 in bijlage 2 heeft betrekking op Lekdijk 307. Achter Lekdijk 307 is een tegelverharding aanwezig (foto 13, 14 en 15). Foto 2 kijkt uit op Lekdijk 315, hier is een asfaltverharding aanwezig. Foto 4 geeft een zicht op de achterzijde van Lekdijk 307, hier is een gazon aanwezig. Foto 5 kijkt uit op Lekdijk 312, hier ligt een grindverharding. Achter Lekdijk 315 is een grindverharding en een beklinkerd terras aanwezig (foto 6 en 7) en verder naar achter staat een schuur met tegelverharding (foto 8 en 9). Achter deze schuur staat nog een groenten- en plantenkas (foto 10 en 11). Voor Lekdijk 312 ligt een verharding met klinkers en tegels (foto 12), achter Lekdijk 312 ligt een schuur (voorzien van asbestverdachte golfplaten met goot) en gazon (foto 16, 17, 18 en 19) Bij Lekdijk 314 is een tegel- en grind-verharding en gazon aanwezig (foto 20, 21 en 22).
Pagina | 9 AM21300
Tijdens de veldinspectie is op het terrein geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. Er zijn geen waarnemingen gedaan die wijzen op de aanwezigheid van bodemverontreinigingen of bronnen van verontreinigingen. Een fotoreportage van de onderzoekslocatie is opgenomen in bijlage 2. De onderzoekslocatie wordt aan de noordzijde begrensd door de Lekdijk, aan de oostzijde door woningen met tuin, aan de zuidzijde door een watergang (Bakwetering) en aan de westzijde door een woning met tuin.
2.7
Asbest
Uit het dossieronderzoek en de uitgevoerde veldinspectie is, met uitzondering van de schuur met asbestverdachte golfplaten dakbedekking aan de achterzijde van de woning Lekdijk 312, geen informatie naar voren gekomen dat ter plaatse van de onderzoekslocatie asbestverdachte activiteiten hebben plaatsgevonden.
2.8
Bodemkwaliteitskaart en Nota bodembeheer
Uit de interactieve bodemkwaliteitskaart van de Omgevingsdienst Zuid Holland Zuid blijkt dat voor de onderzoekslocatie de ontgravingsklasse ‘Industrie Heterogeen’ geldt voor zowel de bovengrond als ondergrond. Op de bodemfunctieklassenkaart heeft de locatie de functieklasse ‘Wonen’.
2.9
Onderzoekshypothese
Gebaseerd op de verzamelde gegevens uit het vooronderzoek is de onderzoekslocatie als “onverdacht” beschouwd. De aanwezigheid van asbestverdacht materiaal in de bodem ter plaatse van de schuur aan de achterzijde van de woning aan de Lekdijk 312 kan niet worden uitgesloten (verdacht). Op het overige deel van de onderzoekslocatie wordt de aanwezigheid van asbest in de bodem niet verwacht (niet verdacht).
Pagina | 10 AM21300
3. ONDERZOEKSSTRATEGIE 3.1
Inleiding
Op basis van de verzamelde informatie uit het vooronderzoek (NEN 5725) en de gestelde onderzoekshypothese(n) voor de onderzoekslocatie, is een onderzoeksstrategie opgesteld conform de richtlijnen van de onderzoeksnorm NEN 5740 (BodemLandbodem; Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek – Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond van het Nederlands Normalisatie-Instituut.
3.2
Onderzoeksstrategie
Het bodemonderzoek is uitgevoerd conform de strategie ‘ONV’ uit de NEN 5740. In principe worden boringen willekeurig verspreid over de gehele onderzoekslocatie. Voor het vaststellen van de milieuhygiënische conditie van de bodem (grond en grondwater) van de onderzoekslocatie zal volgens onderstaande strategie veldwerk en monstername voor laboratoriumanalyse plaatsvinden. ONDERZOEKSNORM NEN 5740 'ONV' Aantal boringen
Aantal te onderzoeken (meng)monsters
oppervlakte (m²)
tot 0,5 m
èn tot 2 m
èn met peilbuis
bovengrond
ondergrond
grondwater
3.250
10
2
1
2
1
1
NEN-grond incl. lutos
NEN-grond incl. lutos
NEN-grondwater
Analysepakket
Tabel 3.1: Veldwerk, monstername en analysestrategie volgens NEN 5740 ‘ONV’ Uit elke boring worden monsters genomen in trajecten van ten hoogste 0,5 m.
Legenda bij tabel 3.1 m: meter beneden maaiveld lutos: lutum en organische stofgehalte De bovengrond en de ondergrond worden onderzocht op de stoffen uit het NEN 5740 ‘standaardpakket’: • drogestof-bepaling • 9 zware metalen • 10 polycyclische aromatische koolwaterstoffen • 7 polychloorbifenylen (PCB) • minerale olie Tevens bepaalt het laboratorium het gehalte aan organische stof en lutumgehalte voor het vaststellen van een toetsingskader voor de lokale bodemkwaliteit. Het grondwater wordt onderzocht op de stoffen uit het NEN 5740 ‘standaardpakket’: • 9 zware metalen • 8 vluchtige aromatische koolwaterstoffen (incl. naftaleen) • 21 vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen • minerale olie
Pagina | 11 AM21300
4. VELDWERKZAAMHEDEN 4.1
Algemeen
Conform de onderzoeksstrategie, zoals beschreven in hoofdstuk 3, is op de onderzoekslocatie een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. De werkzaamheden zijn uitgevoerd onder certificaat op grond van BRL SIKB 2000 conform protocollen 2001 en 2002 van de Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer. Voor het traceren van de kabels en leidingen is voorafgaand aan de uitvoering van de veldwerkzaamheden een KLIC melding verricht.
4.2
Grondbemonstering
Op 1 juli 2021 zijn de boringen geplaatst volgens de in paragraaf 3.2 weergegeven onderzoeksstrategie. De werkzaamheden zijn uitgevoerd door de heer H. van den Tillaar, erkend monsternemer in het kader van de BRL SIKB 2000 voor de protocollen 2001, 2002 en 2018.
De boringen zijn verricht met behulp van de Edelmanboor (ø 7 of 10 cm). Zie voor de boorpuntlocaties bijlage 3.
Gebaseerd op de diepte en stroming van het freatisch grondwater is een boring afgewerkt met een peilbuis (zie bijlage 2). Deze is centraal op de onderzoekslocatie geplaatst, ter plaatse van boorpunt 1. De bovenkant van het peilbuisfilter is onder de aangetroffen grondwaterstand geplaatst. Tijdens de installatie van de peilbuis is geen werkwater gebruikt.
Het opgeboorde bodemmateriaal is volgens de classificatienorm voor onverharde bodems (NEN 5104) beoordeeld. Daarnaast is vastgesteld in hoeverre het opgeboorde materiaal mogelijk aanwijzingen biedt voor de aanwezigheid van visueel zichtbare verontreiniging.
Op basis van de zintuiglijke waarnemingen en de bodemopbouw heeft laagsgewijze bemonstering plaatsgevonden. De uitkomende grond en alle zintuiglijk waargenomen bijzonderheden zijn per boring beschreven in de profielbeschrijvingen (zie bijlage 4).
In tabel 4.1 zijn de boringen beschreven waarin zintuiglijk afwijkingen zijn geconstateerd. Boring 01
Diepte boring (m -mv) 3,00
Traject (m -mv) 0,05 - 0,60
Grondsoort
Waargenomen bijzonderheden
05
0,60
0,08 - 0,12
Klei
sterk baksteenhoudend, sporen kooldeeltjes
06
1,00
0,00 - 0,50
Klei
sporen kooldeeltjes
07
1,00
0,00 - 0,50
Grind
zwak baksteenhoudend
08
0,90
0,00 - 0,40
Klei
matig baksteenhoudend, sporen kooldeeltjes, zwak cementresten
10
1,00
0,00 - 0,50
Klei
sporen baksteen
beton
Pagina | 12 AM21300
Boring
Traject (m -mv) 0,00 - 0,40
Grondsoort
Waargenomen bijzonderheden
11
Diepte boring (m -mv) 1,20
Zand
sporen baksteen, zwak cementresten
11
1,20
0,40 - 0,70
Klei
uiterst baksteenhoudend
Tabel 4.1: Overzicht zintuiglijke afwijkingen
In het kader van dit onderzoek is geen specifiek onderzoek (conform NEN 5707) verricht naar het voorkomen van asbest in de grond en op het maaiveld. Wel heeft een inspectie van het terrein plaatsgevonden. Op het maaiveld en in de vrijkomende grond zijn geen asbestverdachte materialen aangetroffen. De aangetroffen bijmengingen met baksteen en cement worden niet als asbestverdacht aangemerkt. Het voorliggende onderzoek doet echter geen uitspraak over de aan- of afwezigheid van asbest in de bodem binnen de onderzoekslocatie.
4.3
Grondwatermonstername
De peilbuis is op 13 juli 2021 bemonsterd conform protocol 2002 van de Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer. De bemonstering is uitgevoerd door erkend veldwerker van Aeres Milieu, de heer H. van den Tillaar. Voorafgaand aan de bemonstering is de grondwaterstand opgenomen en zijn de zuurgraad (pH) en het elektrischegeleidingsvermogen (Ec) van het grondwater bepaald. Deze waarden waren constant bij monstername. De geleidbaarheid is gecorrigeerd voor de grondwatertemperatuur. De geleiding is een maat voor de concentratie aan opgeloste stoffen in het water, terwijl de pH de zuurgraad van het water aangeeft (pH<7: zuur, pH = 7: neutraal, pH>7: basisch). De grondwatermonsters zijn in het veld, voor zover noodzakelijk gefiltreerd en geconserveerd. De in het veld gemeten parameters zijn in tabel 4.2 samengevat. Peilbuis 01
Filterdiepte (m-mv.) 2,00 - 3,00
Grondwaterstand (m-mv.
0,55
pH (-) 6,5
Ec (µS/cm) 1025
Troebelheid (NTU) 243
Tabel 4.2: Resultaten veldmetingen tijdens grondwatermonstername
De meetresultaten wijken niet af van natuurlijk of regionaal voorkomende waarden.
Pagina | 13 AM21300
5. LABORATORIUMONDERZOEK 5.1
Algemeen
De analyses zijn uitgevoerd door het onderzoekslaboratorium van SGS Environmental Analytics B.V. te Rotterdam. SGS Environmental Analytics B.V. is geaccrediteerd volgens de door de Raad voor Accreditatie gestelde criteria voor Testlaboratoria conform ISO/IEC 17025, waar verdere conservering en (voor)behandeling van de monsters plaats heeft gevonden.
5.2
Grond(meng)monster(s)
In het laboratorium zijn voor het chemisch onderzoek van de grondmonsters uit de boven- en ondergrond al dan niet mengmonsters samengesteld volgens onderstaande tabel. De keuze voor het samenstellen van deelmonsters tot een mengmonster of het analyseren van individuele monsters is gebaseerd op de zintuiglijke waarnemingen in het veld en op de onderzoeksstrategie.
Analysemonster
Deelmonsters
Analysepakket
MM1
Traject (m -mv) 0,0 - 0,5
01 (0,05 - 0,50) 06 (0,00 - 0,50) 08 (0,00 - 0,40)
Standaardpakket incl. lu/os
MM2
0,0 - 0,6
02 (0,25 - 0,50) 03 (0,00 - 0,50) 04 (0,00 - 0,50) 05 (0,12 - 0,60) 10 (0,00 - 0,50) 12 (0,05 - 0,40) 13 (0,00 - 0,50)
Standaardpakket incl. lu/os
MM3
0,4 - 1,5
01 (0,60 - 0,80) 02 (0,50 - 0,75) 03 (1,00 - 1,50) 10 (0,50 - 1,00) 11 (0,70 - 1,20) 12 (0,40 - 0,90)
Standaardpakket incl. lu/os
Tabel 5.1: samenstelling analysemonsters en analysepakket
De analyseresultaten van de grond(meng)monsters worden in de volgende tabel samengevat, waarbij door middel van onderstaande sterrencodering de mate van verontreiniging is aangegeven.
*
Het gehalte is groter dan de achtergrondwaarde en kleiner dan of gelijk aan de het gemiddelde van de achtergronden interventiewaarde;
**
het gehalte is groter dan het gemiddelde van de achtergrond- en interventiewaarde en kleiner dan of gelijk aan de interventiewaarde;
***
het gehalte is groter dan de interventiewaarde.
In de Regeling bodemkwaliteit (RBK) is vastgelegd dat de toetsing altijd moet plaatsvinden door het gevonden gehalte in een monster eerst te corrigeren met het lutum en organisch stof gehalte (=berekende concentratie) en vervolgens te vergelijken met de grenswaarden van de Regeling Bodemkwaliteit.
In de kolommen zijn alleen die stoffen vermeld waarvan de analyseresultaten na toetsing hoger zijn dan de bijbehorende achtergrondwaarde voor duurzame bodemkwaliteit. Zie bijlage 6 voor het analyserapport.
Pagina | 14 AM21300
(Meng)monster
Traject (m -mv)
Zintuiglijke waarnemingen
Verhoogde component Zink Kwik Lood PAK (10-VROM)
Berekende concentratie [mg/kg d.s.] en toetsing 227 * 0,224 * 283 * 2,23 *
MM1
0,0 - 0,5
Sterk baksteenhoudend, matig baksteenhoudend, sporen kooldeeltjes, zwak cementresten
MM2
0,0 - 0,6
Sporen baksteen
Nikkel Zink Kwik Lood PAK (10-VROM)
39,6 306 0,164 192 7,12
* * * * *
MM3
0,4 - 1,5
Geen bijmengingen / bijzonderheden
Kobalt Nikkel Zink Lood
17 54,4 180 74
* * * *
Tabel 5.2: Toetsingsresultaten van de grond(meng)monsters
Uit de analyseresultaten blijkt dat de grondmengmonsters MM1 (dieptetraject 0,0 – 0,5 m-mv.) en MM2 (dieptetraject 0,0 – 0,6 m-mv.) licht verhoogd zijn met zink, kwik, lood en Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen (PAK 10-VROM). Daarnaast is grondmengmonster MM2 nog licht verhoogd met nikkel. In grondmengmonster MM3 (dieptetraject 0,4 – 1,5 m-mv.) zijn de gehalten aan kobalt, nikkel, zink en lood gemeten licht verhoogd ten opzichte van de achtergrondwaarde.
De aangetoonde verhoogde gehalten zijn waarschijnlijk te relateren aan de aangetroffen zintuiglijk bijmengingen in de bovengrond en het langdurig menselijk gebruik van de locatie.
Zware metalen bezitten een geringe mobiliteit in de bodem en hechten zich met name aan slib- en kleideeltjes. Zware metalen komen van nature in bepaalde concentraties in de bodem voor. Deze concentraties kunnen verhoogd voorkomen in het stedelijk milieu. De afgifte vindt onder andere plaats door dakpannen, dakgoten, kabels en leidingen, verkeer en afval. Ook depositie van zware metalen op de bodem door industriële activiteiten is een mogelijke oorzaak van verhoogde concentraties. Tot de bedrijfsactiviteiten die verontreiniging van de bodem met zware metalen kunnen veroorzaken worden onder andere gerekend galvanische bedrijven, grafische industrie, sloperijen en metaalbewerkende industrie.
De afkorting PAK staat voor Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen. Het gaat hierbij om een verbindingsklasse van meer dan 200 stoffen, die bestaan uit twee of meer aan elkaar verbonden benzeenringen. Ze ontstaan met name bij verbrandingsprocessen, en kunnen dus zowel een synthetische als een natuurlijke oorsprong hebben. PAK’s ontstaan o.a. door onvolledige verbranding van minerale olie zoals die ook in het verkeer plaatsvindt. Ze worden tevens gevormd bij het proces van droge destillatie van steenkool, zoals die bij gas- en cokesfabrieken werd toegepast. Daarnaast kunnen ze worden aangetroffen bij de vervaardiging en verwerking van rubber, kunststoffen, verf, lakken, minerale olie en teerproducten.
Pagina | 15 AM21300
5.3
Grondwatermonster(s)
De analyseresultaten van de grondwatermonsters worden in de volgende tabel samengevat, waarbij door middel van onderstaande sterrencodering de mate van verontreiniging is aangegeven.
*
Het gehalte is groter dan of gelijk aan de streefwaarde (of de detectiegrens, indien deze hoger is) en kleiner dan of gelijk aan het gemiddelde van de streef- en interventiewaarde;
**
het gehalte is groter dan het gemiddelde van de streef- en interventiewaarde en kleiner dan of gelijk aan de interventiewaarde;
***
het gehalte is groter dan de interventiewaarde.
In de kolommen zijn alleen die stoffen vermeld waarvan de analyseresultaten na toetsing hoger zijn dan de bijbehorende streefwaarde voor duurzame bodemkwaliteit. Zie bijlage 7 voor het analyserapport.
Peilbuis 1
Filtertraject [m-mv] 2,0 – 3,0
Grondwaterstand [m-mv.]
Verhoogde component
0,55
Barium Xylenen
Gemeten concentratie [µg/l] en toetsing 250 * 0,69 *
Tabel 5.3: Toetsingsresultaten van de grondwatermonsters
Uit de analyseresultaten blijkt dat het grondwater afkomstig uit peilbuis 1 van de onderzochte componenten barium en xylenen zijn gemeten in een gehalte licht verhoogd ten opzichte van de streefwaarde.
Het licht verhoogde gehalte aan barium wordt waarschijnlijk gedeeltelijk van buiten de onderzoekslocatie aangevoerd, aangezien in de ondergrondmonsters geen verhoogde concentratie barium gemeten is. Barium komt ook vaak van nature in verhoogde gehalte voor in het grondwater. Voor het licht verhoogde gehalte aan xylenen is op basis van de beschikbare informatie geen directe verklaring te vinden. Op de locatie zijn geen verontreinigingsbronnen aan te wijzen die in relatie zouden kunnen staan met de verhoogd aangetroffen gehalten aan barium en xylenen.
5.4
Toetsing van de gestelde hypothese
Geconcludeerd kan worden dat de berekende concentraties in de boven- en ondergrond in tegenspraak zijn met de vooraf geformuleerde hypothese dat de locatie als onverdacht beschouwd kan worden. De gemeten concentraties liggen echter beneden de tussenwaarde (= het gemiddelde van de achtergrondwaarden (AW2000) en de interventiewaarden voor grond). Het uitvoeren van een aanvullend of nader bodemonderzoek is niet noodzakelijk.
Geconcludeerd kan worden dat de gemeten concentraties in het grondwater in tegenspraak zijn met de vooraf opgestelde hypothese dat de locatie onverdacht is. Het uitvoeren van een aanvullend of nader bodemonderzoek is gelet op de aangetroffen componenten en gemeten concentraties niet noodzakelijk.
Pagina | 16 AM21300
6. CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN Tijdens de veldinspectie op de locatie zijn geen waarnemingen gedaan die wijzen op de aanwezigheid van bodemverontreiniging of bronnen van verontreiniging. In het opgeboorde bodemmateriaal zijn zintuiglijk bijmengingen met baksteen, kooldeeltjes en cementresten waargenomen. Uit de analyseresultaten blijkt dat de bovengrond licht verhoogd is met kwik, lood, zink en Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen (PAK 10-VROM) en plaatselijk met nikkel. In de ondergrond zijn de gehalten aan kobalt, lood, nikkel en zink gemeten licht verhoogd ten opzichte van de achtergrondwaarde. Het freatisch grondwater is licht verhoogd met barium en xylenen. De resultaten van dit bodemonderzoek geven geen aanleiding tot het uitvoeren van een nader bodemonderzoek. De milieuhygiënische conditie van de bodem vormt geen belemmering voor de voorgenomen planontwikkeling.
In het kader van dit onderzoek is geen specifiek onderzoek (conform NEN 5707) verricht naar het voorkomen van asbest in de grond en op het maaiveld. Wel heeft een inspectie van het terrein plaatsgevonden. Op het maaiveld en in de vrijkomende grond zijn geen asbestverdachte materialen aangetroffen. De geconstateerde bijmengingen met baksteen en cementresten worden niet als asbestverdacht aangemerkt. Het voorliggende onderzoek doet echter geen uitspraak over de aan- of afwezigheid van asbest in de bodem binnen de onderzoekslocatie. Geadviseerd wordt om na sloop van de schuur aan de achterzijde van de Lekdijk 312 een verkennend onderzoek asbest in bodem conform de NEN 5707 uit te voeren. Indien er werkzaamheden plaatsvinden, waarbij grond vrijkomt, kan de grond mogelijk niet zonder meer worden afgevoerd of elders worden toegepast. Ten aanzien van hergebruik van deze grond elders is het Besluit Bodemkwaliteit en het Tijdelijk Handelingskader PFAS van toepassing.
Het grondwater ter plaatse van de onderzoekslocatie is niet multifunctioneel toepasbaar. Het wordt daarom afgeraden het freatisch grondwater te gebruiken voor consumptie, besproeiing of proceswater.
Pagina | 17 AM21300
aeres milieu
Bijlage 1 Topografische en kadastrale situatie
AM21300
Kadastrale kaart
Uw referentie: AM21300-LA
Deze kaart is noordgericht
12345 25
Schaal 1: 500
Perceelnummer Huisnummer Vastgestelde kadastrale grens Voorlopige kadastrale grens Administratieve kadastrale grens
Kadastrale gemeente Sectie Perceel
Nieuw-Lekkerland D 490
Bebouwing Voor een eensluidend uittreksel, geleverd op 26 mei 2021 De bewaarder van het kadaster en de openbare registers
Aan dit uittreksel kunnen geen betrouwbare maten worden ontleend. De Dienst voor het kadaster en de openbare registers behoudt zich de intellectuele eigendomsrechten voor, waaronder het auteursrecht en het databankenrecht.
aeres milieu
Bijlage 2 Foto’s onderzoekslocatie
AM21300
AM21300
Foto 1
Foto 2
Foto 3
Foto 4
Foto 5
Foto 6
AM21300
Foto 7
Foto 8
Foto 9
Foto 10
Foto 11
Foto 12
AM21300
Foto 13
Foto 14
Foto 15
Foto 16
Foto 17
Foto 18
AM21300
Foto 19
Foto 20
Foto 21
Foto 22
aeres milieu
Bijlage 3 Situatietekening met boorpuntlocaties
AM21300
106101
106126
106151
106176
433500 433475
433475
433500
433525
106076
433525
106051
Legenda Plangebied
Boorpuntenkaart (A4) Foto's
boring tot 0,5 m-mv
Schaal
N
boring tot 1,0 m-mv boring tot 2,0 m-mv
v1.0_3-8-2021_LK
433450
Boringen
433450
AM21300 Nieuw-Lekkerland Lekdijk 307-315
peilbuis Achtergrond: Luchtfoto PDOK Actueel 25 cm, OpenTopo (Map5)
106051
106076
106101
106126
106151
106176
aeres milieu
Bijlage 4 Boorprofielen en zintuiglijke waarnemingen
AM21300
getekend volgens NEN 5104
Boring:
01
Boring: 0 5
0
grind
0
Graven 1 50
60
2
80
3
Klei, sterk zandig, matig humeus, sterk baksteenhoudend, zwak grindhoudend, sporen kooldeeltjes, donkerbruin, Edelmanboor
Veen, zwak kleiïg, donkerbruin, Edelmanboor 4 150
150
Klei, zwak zandig, sporen wortels, donkergrijs, Edelmanboor
200
tuin
25
Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, donkerbruin, Edelmanboor
2 50
50
Klei, zwak zandig, matig humeus, donkerbruin, Edelmanboor
75
Klei, zwak zandig, bruingrijs, Edelmanboor
100
Zand, matig grof, zwak siltig, neutraalgrijs, Edelmanboor
3 4 100
Klei, sterk zandig, donkergrijs, Edelmanboor
5 150
Veen, zwak kleiïg, donker grijsbruin, Edelmanboor
5
0
1
Klei, zwak zandig, donkergrijs, Edelmanboor
100
100
02
6 200
200
250
300
300
Boring:
03
Boring: 0
0
tuin
0
0
Klei, sterk zandig, matig humeus, sporen wortels, donkerbruin, Edelmanboor
1 50
50
04 erf Klei, sterk zandig, matig humeus, sporen wortels, donkerbruin, Edelmanboor
1 50
50 Klei, sterk zandig, zwak humeus, bruingrijs, Edelmanboor, Sterk veenresten
2 100
100
Klei, zwak zandig, donkergrijs, Edelmanboor
3 150
150
Klei, zwak zandig, matig houthoudend, donkergrijs, Edelmanboor
4 200
200
Boring:
05
Boring: 0 8 12
0
klinker
0
0
Beton 1 50
60
Klei, sterk zandig, matig humeus, sterk houthoudend, donker grijsbruin, Edelmanboor
06 Klei, sterk zandig, matig humeus, sporen wortels, sporen kooldeeltjes, donkerbruin, Edelmanboor
1 50
50
Klei, zwak zandig, matig humeus, donkerbruin, Edelmanboor
2 100
100
Boring:
07
Boring: 0
0
grind
1 50
50
0
1 40
50 Klei, sterk zandig, matig humeus, donker grijsbruin, Edelmanboor
2
08
0
Grind, sterk zandhoudend, zwak baksteenhoudend, neutraal bruingrijs, Edelmanboor
2 90
100
tuin
gras Klei, sterk zandig, matig humeus, matig baksteenhoudend, sporen kooldeeltjes, donkerbruin, Edelmanboor, Zwak cementresten Klei, zwak zandig, zwak humeus, beigebruin, Edelmanboor, Sterk beigegrijs grof zand
100
Projectnaam: Lekdijk 307-315, Nieuw-Lekkerland Projectcode: AM21300
Opdrachtgever: Ordito
getekend volgens NEN 5104
Boring:
09
Boring: 0 5
0
tuin
10 0
0
Edelmanboor, Rode split
50
50
Klei, sterk zandig, matig humeus, sporen wortels, sporen baksteen, donker grijsbruin, Edelmanboor
1
Zand, matig fijn, zwak siltig, lichtgrijs, Edelmanboor
1
50
50
Klei, zwak zandig, donker bruingrijs, Edelmanboor
2 100
100
Boring:
11
Boring: 0
0 1
40
50
2 70
3
100
120
Boring:
tuin Zand, matig fijn, sterk kleiïg, zwak humeus, sporen baksteen, donker grijsbruin, Edelmanboor, Zwak cementresten Klei, sterk zandig, zwak humeus, uiterst baksteenhoudend, neutraalbruin, Edelmanboor
tuin
12 0 5
0
erf Edelmanboor, Rode split op worteldoek
1 40
50 2 90
Klei, sterk zandig, matig humeus, donkerbruin, Edelmanboor, Zwak rode split Klei, zwak zandig, bruingrijs, Edelmanboor
Klei, zwak zandig, donkergrijs, Edelmanboor
13 0
0
Klei, zwak zandig, zwak humeus, donker oranjebruin, Edelmanboor
1 50
erf
50
Projectnaam: Lekdijk 307-315, Nieuw-Lekkerland Projectcode: AM21300
Opdrachtgever: Ordito
Legenda (conform NEN 5104) grind
klei
geur
Grind, siltig
Klei, zwak siltig
Grind, zwak zandig
Klei, matig siltig
geen geur zwakke geur matige geur sterke geur
Grind, matig zandig
Klei, sterk siltig
Grind, sterk zandig
Klei, uiterst siltig
Grind, uiterst zandig
Klei, zwak zandig
uiterste geur
olie geen olie-water reactie zwakke olie-water reactie matige olie-water reactie sterke olie-water reactie Klei, matig zandig
Klei, sterk zandig
zand
uiterste olie-water reactie
p.i.d.-waarde >0
Zand, kleiïg
>1 >10 Zand, zwak siltig
>100
leem
>1000
Zand, matig siltig
Leem, zwak zandig
>10000
Zand, sterk siltig
Leem, sterk zandig
monsters geroerd monster
Zand, uiterst siltig
overige toevoegingen zwak humeus
veen Veen, mineraalarm
matig humeus
ongeroerd monster volumering
overig bijzonder bestanddeel
Veen, zwak kleiïg
sterk humeus
Gemiddeld hoogste grondwaterstand grondwaterstand
Veen, sterk kleiïg
zwak grindig
Veen, zwak zandig
matig grindig
Veen, sterk zandig
sterk grindig
Gemiddeld laagste grondwaterstand slib
water
peilbuis blinde buis
casing
hoogste grondwaterstand gemiddelde grondwaterstand laagste grondwaterstand zand afdichting bentoniet/mikoliet/klei afdichting
grind afdichting filter
aeres milieu
Bijlage 5 Verklaring veldmedewerker
AM21300
VERKLARING Hierbij verklaar ik (ondergetekende) dat de veldwerkzaamheden onafhankelijk van de opdrachtgever zijn uitgevoerd conform de eisen van de BRL 2000. Projectnummer
AM21300
Onderzoekslocatie
Lekdijk 307-315, Nieuw-Lekkerland
Opdrachtgever
Ordito
Afwijkingen van BRL 2000 (protocol)
Nee
Ja, aard en motivatie afwijkingen beschrijven Protocol :
Datum uitvoering veldwerkzaamheden:
2001
1 juli 2021
Gecertificeerd monsternemer
H. van den Tillaar
2002
13 juli 2021
Gecertificeerd monsternemer
H. van den Tillaar
aeres milieu
Bijlage 6 Analyseresultaten grond(meng)monsters met achtergrond en interventiewaarden
AM21300
Projectnaam Projectcode
Lekdijk 307-315, Nieuw-Lekkerland AM21300
Tabel: Analyseresultaten grond (as3000) monsters (gehalten in mg/kgds, tenzij anders aangegeven) Monstercode Bodemtype
MM1 1 or
MM2 2 or
br
AW 1/2(AW+I)
Ja 74.1 <1 Geen
-----
Ja 74.4 <1 Geen
-----
organische stof (gloeiverlies)(% vd DS)
7.0
--
7.8
--
KORRELGROOTTEVERDELING lutum (bodem)(% vd DS) 21
--
13
--
170 0.52 7.0 25 0.21 260 1.0 22 200
195 0.588 7.99 28.3 0.224 283 1 24.8 227
* *
*
170 0.43 8.1 29 0.14 160 1.1 26 220
POLYCYCLISCHE AROMATISCHE KOOLWATERSTOFFEN naftaleen <0.01 -0.02 fenantreen 0.18 -0.60 antraceen 0.05 -0.15 fluoranteen 0.47 -1.3 benzo(a)antraceen 0.24 -0.95 chryseen 0.31 -1.1 benzo(k)fluoranteen 0.19 -0.78 benzo(a)pyreen 0.28 -0.85 benzo(ghi)peryleen 0.26 -0.71 indeno(1,2,3-cd)pyreen 0.24 -0.66 pak-totaal (10 van VROM) (0.7 factor) 2.227 2.23 * 7.12 POLYCHLOORBIFENYLEN (PCB) PCB 28(µg/kgds) <1 PCB 52(µg/kgds) <1 PCB 101(µg/kgds) <1 PCB 118(µg/kgds) <1 PCB 138(µg/kgds) 1.1 PCB 153(µg/kgds) 1.8 PCB 180(µg/kgds) 1.4 som PCB (7) (0.7 factor)(µg/kgds) 7.1 MINERALE OLIE fractie C10-C12 fractie C12-C22 fractie C22-C30 fractie C30-C40 totaal olie C10 - C40
<5 <5 7 <5 <20
-------10.1
----20
<1 <1 <1 <1 2.2 2.1 1.5 8.6
<5 9 9 6 20
RBK eis
br
monster voorbehandeling() droge stof(gew.-%) gewicht artefacten(g) aard van de artefacten(-)
METALEN barium+ cadmium kobalt koper kwik° lood molybdeen nikkel zink
I
277 0.516 12.9 38 0.164 192 1.1 39.6 306
* * * *
0.60 15 40 0.15 50 1.5 35 140
6.8 102 115 18 290 96 68 430
920 13 190 190 36 530 190 100 720
20 0.20 3.0 5.0 0.050 10 1.5 4.0 20
1.5
21
40
0.35
20
510
1000
4.9
190
2595
5000
35
----------7.12
*
-------11
----25.6
Monstercode en monstertraject 1 13494666-001 MM1 01(1) 06(1) 08(1) 2 13494666-002 MM2 02(2) 03(1) 04(1) 05(1) 10(1) 12(1) 13(1)
De resultaten zijn voor de interventiewaarde getoetst aan de toetsingswaarden zoals vermeld in de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013, Staatcourant 27 juni 2013, Nr. 16675 en voor de achtergrondwaarde aan het Besluit Bodemkwaliteit, Staatscourant 20 december 2007, Nr. 247. Tevens zijn de volgende wijzigingen doorgevoerd: De gewijzigde grenswaarden van een aantal OCB (per 30-07-2008) (www.Senternovem.nl) en de wijziging in de Staatscourant 67 van 7 april 2009 en met wijzingen zoals beschreven in de Staatscourant nr. 22335 (02-11-2012). De gehalten die de betreffende toetsingswaarden overschrijden zijn als volgt geclassificeerd: het gehalte is groter dan de achtergrondwaarde en kleiner dan of gelijk aan het gemiddelde van de achtergrond- en * interventiewaarde het gehalte is groter dan het gemiddelde van de achtergrond- en interventiewaarde en kleiner dan of gelijk aan de ** interventiewaarde *** het gehalte is groter dan de interventiewaarde -geen toetsingswaarde voor opgesteld niet geanalyseerd # Verhoogde rapportagegrens, voor meer informatie zie analysecertificaat RBK Tabel 1 (rapportagegrenzen), Staatscourant nr. 22335 (02-11-2012). a gecorrigeerd gehalte is groter dan of gelijk aan de achtergrondwaarde (of geen achtergrondwaarde voor opgesteld), maar wel kleiner dan de RBK rapportagegrens zoals beschreven in de Staatscourant nr.
22335 (02-11-2012), dus mag verondersteld worden kleiner dan de achtergrondwaarde te zijn. b gecorrigeerd gehalte is groter dan de achtergrondwaarde (of geen achtergrondwaarde voor opgesteld), en groter dan de RBK rapportagegrens zoals beschreven in de Staatscourant nr. 22335 (02-11-2012). + De interventiewaarde voor barium geldt alleen voor die situaties waarbij duidelijk sprake is van antropogene verontreiniging en geen sprake is van thermisch gereinigde grond en baggerspecie. ° Er staan twee interventie waardes beschreven voor kwik in grond in de circulaire bodemsanering (per 1 juli 2013); 4 mg/kg d.s. voor organisch kwik en 36 mg/kg d.s. voor anorganisch kwik. Het analyse resultaat is het gehalte aan kwik. Er kan daarin geen verder onderscheid worden gemaakt tussen de twee soorten. Voor deze toetsing wordt de eis van 36 mg/kg d.s. gehanteerd. or Origineel resultaat br Omgerekend resultaat De achtergrond- en interventiewaarden zijn afhankelijk van de bodemsamenstelling. Voor de toetsing is gebruik gemaakt van de volgende samenstelling: (Als humus/lutum niet is gemeten geldt een default waarde van lutum = 25% en organische stof = 10%.) Bodemtypehumus lutum 1 7% 21% 2 7.8% 13%
Projectnaam Projectcode
Lekdijk 307-315, Nieuw-Lekkerland AM21300
Tabel: Analyseresultaten grond (as3000) monsters (gehalten in mg/kgds, tenzij anders aangegeven) Monstercode Bodemtype
monster voorbehandeling() droge stof(gew.-%) gewicht artefacten(g) aard van de artefacten(-)
MM3 3 or
AW 1/2(AW+I)
Ja 72.6 <1 Geen
-----
--
KORRELGROOTTEVERDELING lutum (bodem)(% vd DS) 9.3
--
0.60 15 40 0.15 50 1.5 35 140
6.8 102 115 18 290 96 68 430
920 13 190 190 36 530 190 100 720
20 0.20 3.0 5.0 0.050 10 1.5 4.0 20
POLYCYCLISCHE AROMATISCHE KOOLWATERSTOFFEN naftaleen <0.01 -fenantreen 0.02 -antraceen <0.01 -fluoranteen 0.04 -benzo(a)antraceen 0.02 -chryseen 0.03 -benzo(k)fluoranteen 0.02 -benzo(a)pyreen 0.02 -benzo(ghi)peryleen 0.03 -indeno(1,2,3-cd)pyreen 0.02 -pak-totaal (10 van VROM) (0.7 factor) 0.214 0.214
1.5
21
40
0.35
POLYCHLOORBIFENYLEN (PCB) PCB 28(µg/kgds) <1 PCB 52(µg/kgds) <1 PCB 101(µg/kgds) <1 PCB 118(µg/kgds) <1 PCB 138(µg/kgds) <1 PCB 153(µg/kgds) <1 PCB 180(µg/kgds) <1 som PCB (7) (0.7 factor)(µg/kgds) 4.9
20
510
1000
4.9
190
2595
5000
35
MINERALE OLIE fractie C10-C12 fractie C12-C22 fractie C22-C30 fractie C30-C40 totaal olie C10 - C40
140 0.29 8.7 25 0.11 56 1.3 30 110
RBK eis
br
organische stof (gloeiverlies)(% vd DS) 5.0
METALEN barium+ cadmium kobalt koper kwik° lood molybdeen nikkel zink
I
<5 <5 <5 <5 <20
284 0.399 17 38.2 0.138 74 1.3 54.4 180
*
* * *
-------9.8
----28
Monstercode en monstertraject 1 13494666-003 MM3 01(2) 02(3) 03(3) 10(2) 11(3) 12(2)
De resultaten zijn voor de interventiewaarde getoetst aan de toetsingswaarden zoals vermeld in de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013, Staatcourant 27 juni 2013, Nr. 16675 en voor de achtergrondwaarde aan het Besluit Bodemkwaliteit, Staatscourant 20 december 2007, Nr. 247. Tevens zijn de volgende wijzigingen doorgevoerd: De gewijzigde grenswaarden van een aantal OCB (per 30-07-2008) (www.Senternovem.nl) en de wijziging in de Staatscourant 67 van 7 april 2009 en met wijzingen zoals beschreven in de Staatscourant nr. 22335 (02-11-2012). De gehalten die de betreffende toetsingswaarden overschrijden zijn als volgt geclassificeerd: het gehalte is groter dan de achtergrondwaarde en kleiner dan of gelijk aan het gemiddelde van de achtergrond- en * interventiewaarde het gehalte is groter dan het gemiddelde van de achtergrond- en interventiewaarde en kleiner dan of gelijk aan de ** interventiewaarde *** het gehalte is groter dan de interventiewaarde -geen toetsingswaarde voor opgesteld niet geanalyseerd # Verhoogde rapportagegrens, voor meer informatie zie analysecertificaat RBK Tabel 1 (rapportagegrenzen), Staatscourant nr. 22335 (02-11-2012). a gecorrigeerd gehalte is groter dan of gelijk aan de achtergrondwaarde (of geen achtergrondwaarde voor opgesteld), maar wel kleiner dan de RBK rapportagegrens zoals beschreven in de Staatscourant nr.
22335 (02-11-2012), dus mag verondersteld worden kleiner dan de achtergrondwaarde te zijn. b gecorrigeerd gehalte is groter dan de achtergrondwaarde (of geen achtergrondwaarde voor opgesteld), en groter dan de RBK rapportagegrens zoals beschreven in de Staatscourant nr. 22335 (02-11-2012). + De interventiewaarde voor barium geldt alleen voor die situaties waarbij duidelijk sprake is van antropogene verontreiniging en geen sprake is van thermisch gereinigde grond en baggerspecie. ° Er staan twee interventie waardes beschreven voor kwik in grond in de circulaire bodemsanering (per 1 juli 2013); 4 mg/kg d.s. voor organisch kwik en 36 mg/kg d.s. voor anorganisch kwik. Het analyse resultaat is het gehalte aan kwik. Er kan daarin geen verder onderscheid worden gemaakt tussen de twee soorten. Voor deze toetsing wordt de eis van 36 mg/kg d.s. gehanteerd. or Origineel resultaat br Omgerekend resultaat De achtergrond- en interventiewaarden zijn afhankelijk van de bodemsamenstelling. Voor de toetsing is gebruik gemaakt van de volgende samenstelling: (Als humus/lutum niet is gemeten geldt een default waarde van lutum = 25% en organische stof = 10%.) Bodemtypehumus lutum 3 5% 9.3%
SGS Environmental Analytics B.V. Correspondentieadres Steenhouwerstraat 15 · 3194 AG Rotterdam Tel.: +31 (0)10 231 47 00 · Fax: +31 (0)10 416 30 34 www.sgs.com/analytics-nl
Analyserapport
Aeres Milieu BV Lennart Koomen Postbus 1015 6040 KA ROERMOND
Uw projectnaam Uw projectnummer SGS rapportnummer Rapport-verificatienummer
Blad 1 van 8
: Lekdijk 307-315, Nieuw-Lekkerland : AM21300 : 13494666, versienummer: 1. : MKV4HCGE
Rotterdam, 09-07-2021
Geachte heer/mevrouw, Hierbij ontvangt u de analyse resultaten van het laboratoriumonderzoek ten behoeve van uw project AM21300. Het onderzoek werd uitgevoerd conform uw opdracht. De gerapporteerde resultaten hebben uitsluitend betrekking op de monsters zoals deze door SGS ontvangen zijn. De door u aangegeven omschrijvingen voor de monsters, het project en de monsternamedatum (indien aangeleverd) zijn overgenomen in dit analyserapport. SGS is niet verantwoordelijk voor de gegevens verstrekt door de opdrachtgever. Het onderzoek is uitgevoerd door SGS Environmental Analytics B.V., gevestigd aan de Steenhouwerstraat 15 in Rotterdam (NL). Indien het onderzoek is uitgevoerd door derden of het SGS laboratorium in Frankrijk (99-101 Avenue Louis Roche, Gennevilliers) is dit in het rapport aangegeven. Dit analyserapport bestaat inclusief bijlagen uit 8 pagina's. In geval van een versienummer van '2' of hoger vervallen de voorgaande versies. Alle bijlagen maken onlosmakelijk onderdeel uit van het rapport. Alleen vermenigvuldiging van het hele rapport is toegestaan. Voor meer informatie, omtrent bijvoorbeeld meetonzekerheid of gebruikte analysemethoden, kunt u contact opnemen met de afdeling Customer Support. Per 23 maart 2021 is SYNLAB Analytics & Services B.V. overgegaan naar de nieuwe naam SGS Environmental Analytics B.V.
Alle erkenningen van SYNLAB Analytics & Services B.V blijven van kracht en zijn/worden omgezet naar SGS Environmental Analytics B.V. Wij vertrouwen er op u met deze informatie van dienst te zijn. Hoogachtend,
Jaap-Willem Hutter Technical Director SGS Environmental Analytics B.V. IS GEACCREDITEERD VOLGENS DE DOOR DE RAAD VOOR ACCREDITATIE GESTELDE CRITERIA VOOR TESTLABORATORIA CONFORM EN ISO/IEC 17025:2017 ONDER NR. L 028
AL ONZE WERKZAAMHEDEN WORDEN UITGEVOERD ONDER DE ALGEMENE VOORWAARDEN GEDEPONEERD BIJ DE KAMER VAN KOOPHANDEL EN FABRIEKEN TE ROTTERDAM INSCHRIJVING HANDELSREGISTER: KVK ROTTERDAM 24265286
Blad 2 van 8
Analyserapport Aeres Milieu BV Lennart Koomen Projectnaam Projectnummer Rapportnummer
02-07-2021 Orderdatum 02-07-2021 Startdatum Rapportagedatum 09-07-2021
Lekdijk 307-315, Nieuw-Lekkerland AM21300 13494666 - 1
Nummer
Monstersoort
Monsterspecificatie
001 002 003
Grond (AS3000) Grond (AS3000) Grond (AS3000)
MM1 01(1) 06(1) 08(1) MM2 02(2) 03(1) 04(1) 05(1) 10(1) 12(1) 13(1) MM3 01(2) 02(3) 03(3) 10(2) 11(3) 12(2)
Analyse
Eenheid
Q
monster voorbehandeling droge stof gewicht artefacten aard van de artefacten
gew.-% g -
S S S S
Ja 74.1 <1 geen
Ja 74.4 <1 geen
Ja 72.6 <1 geen
organische stof (gloeiverlies)
% vd DS
S
7.0
7.8
5.0
KORRELGROOTTEVERDELING lutum (bodem) % vd DS
S
21
13
9.3
METALEN barium cadmium kobalt koper kwik lood molybdeen nikkel zink
S S S S S S S S S
170 0.52 7.0 25 0.21 260 1.0 22 200
170 0.43 8.1 29 0.14 160 1.1 26 220
140 0.29 8.7 25 0.11 56 1.3 30 110
0.02 0.60 0.15 1.3 0.95 1.1 0.78 0.85 0.71 0.66 1) 7.12
<0.01 0.02 <0.01 0.04 0.02 0.03 0.02 0.02 0.03 0.02 1) 0.214
<1 <1 <1 <1 2.2 2.1 1.5 1) 8.6
<1 <1 <1 <1 <1 <1 <1 1) 4.9
mg/kgds mg/kgds mg/kgds mg/kgds mg/kgds mg/kgds mg/kgds mg/kgds mg/kgds
001
POLYCYCLISCHE AROMATISCHE KOOLWATERSTOFFEN naftaleen mg/kgds S <0.01 fenantreen mg/kgds S 0.18 antraceen mg/kgds S 0.05 fluoranteen mg/kgds S 0.47 benzo(a)antraceen mg/kgds S 0.24 chryseen mg/kgds S 0.31 benzo(k)fluoranteen mg/kgds S 0.19 benzo(a)pyreen mg/kgds S 0.28 benzo(ghi)peryleen mg/kgds S 0.26 indeno(1,2,3-cd)pyreen mg/kgds S 0.24 1) pak-totaal (10 van VROM) mg/kgds S 2.227 (0.7 factor) POLYCHLOORBIFENYLEN (PCB) PCB 28 µg/kgds PCB 52 µg/kgds PCB 101 µg/kgds PCB 118 µg/kgds PCB 138 µg/kgds PCB 153 µg/kgds PCB 180 µg/kgds som PCB (7) (0.7 factor) µg/kgds
S S S S S S S S
<1 <1 <1 <1 1.1 1.8 1.4 1) 7.1
002
003
De met S gemerkte analyses zijn geaccrediteerd en vallen onder de AS3000-erkenning.
Paraaf : SGS Environmental Analytics B.V. IS GEACCREDITEERD VOLGENS DE DOOR DE RAAD VOOR ACCREDITATIE GESTELDE CRITERIA VOOR TESTLABORATORIA CONFORM EN ISO/IEC 17025:2017 ONDER NR. L 028
AL ONZE WERKZAAMHEDEN WORDEN UITGEVOERD ONDER DE ALGEMENE VOORWAARDEN GEDEPONEERD BIJ DE KAMER VAN KOOPHANDEL EN FABRIEKEN TE ROTTERDAM INSCHRIJVING HANDELSREGISTER: KVK ROTTERDAM 24265286
Blad 3 van 8
Analyserapport Aeres Milieu BV Lennart Koomen Projectnaam Projectnummer Rapportnummer
02-07-2021 Orderdatum 02-07-2021 Startdatum Rapportagedatum 09-07-2021
Lekdijk 307-315, Nieuw-Lekkerland AM21300 13494666 - 1
Nummer
Monstersoort
Monsterspecificatie
001 002 003
Grond (AS3000) Grond (AS3000) Grond (AS3000)
MM1 01(1) 06(1) 08(1) MM2 02(2) 03(1) 04(1) 05(1) 10(1) 12(1) 13(1) MM3 01(2) 02(3) 03(3) 10(2) 11(3) 12(2)
Analyse
Eenheid
MINERALE OLIE fractie C10-C12 fractie C12-C22 fractie C22-C30 fractie C30-C40 totaal olie C10 - C40
mg/kgds mg/kgds mg/kgds mg/kgds mg/kgds
Q
S
001
<5 <5 7 <5 <20
002
<5 9 9 6 20
003
<5 <5 <5 <5 <20
De met S gemerkte analyses zijn geaccrediteerd en vallen onder de AS3000-erkenning.
Paraaf : SGS Environmental Analytics B.V. IS GEACCREDITEERD VOLGENS DE DOOR DE RAAD VOOR ACCREDITATIE GESTELDE CRITERIA VOOR TESTLABORATORIA CONFORM EN ISO/IEC 17025:2017 ONDER NR. L 028
AL ONZE WERKZAAMHEDEN WORDEN UITGEVOERD ONDER DE ALGEMENE VOORWAARDEN GEDEPONEERD BIJ DE KAMER VAN KOOPHANDEL EN FABRIEKEN TE ROTTERDAM INSCHRIJVING HANDELSREGISTER: KVK ROTTERDAM 24265286
Blad 4 van 8
Analyserapport Aeres Milieu BV Lennart Koomen Projectnaam Projectnummer Rapportnummer
Lekdijk 307-315, Nieuw-Lekkerland AM21300 13494666 - 1
02-07-2021 Orderdatum 02-07-2021 Startdatum Rapportagedatum 09-07-2021
Monster beschrijvingen
001
*
De monstervoorbehandeling en analyses zijn uitgevoerd conform Accreditatieschema AS3000, dit geldt alleen voor de analyses die worden gerapporteerd met het "S" kenmerk.
002
*
De monstervoorbehandeling en analyses zijn uitgevoerd conform Accreditatieschema AS3000, dit geldt alleen voor de analyses die worden gerapporteerd met het "S" kenmerk.
003
*
De monstervoorbehandeling en analyses zijn uitgevoerd conform Accreditatieschema AS3000, dit geldt alleen voor de analyses die worden gerapporteerd met het "S" kenmerk.
Voetnoten 1
De sommatie na verrekening van de 0.7 factor voor <-waarden volgens BoToVa.
Paraaf : SGS Environmental Analytics B.V. IS GEACCREDITEERD VOLGENS DE DOOR DE RAAD VOOR ACCREDITATIE GESTELDE CRITERIA VOOR TESTLABORATORIA CONFORM EN ISO/IEC 17025:2017 ONDER NR. L 028
AL ONZE WERKZAAMHEDEN WORDEN UITGEVOERD ONDER DE ALGEMENE VOORWAARDEN GEDEPONEERD BIJ DE KAMER VAN KOOPHANDEL EN FABRIEKEN TE ROTTERDAM INSCHRIJVING HANDELSREGISTER: KVK ROTTERDAM 24265286
Blad 5 van 8
Analyserapport Aeres Milieu BV Lennart Koomen Projectnaam Projectnummer Rapportnummer