Bijlage 2 Bijlagen bij de Toelichting Bestemmingsplan Streefkerk, Nieuwe Veer 71
Tekst van het document
Met uitzondering van de melkveestal en kapschuur zijn de opstallen afgesloten waardoor nesten van uilen ook niet mogelijk zijn. Op de planlocatie is geen sprake van functioneel leefgebied van uilen. Er zijn geen bomen van voldoende formaat aanwezig op en rondom de planlocatie. De nestaanwezigheid van in bomen broedende soorten als buizerd, sperwer en ransuil kan uitgesloten worden. Op de planlocatie is geen sprake van functioneel leefgebied van roofvogelsoorten. 15
Grote gele kwikstaart broedt langs stromende watergangen in dichte vegetatie langs natuurlijke oevers of onder bruggen of stuwen. Voor deze soort zijn op de planlocatie geen geschikte nestlocaties of functioneel leefgebied aanwezig. Vogels - Algemene broedvogels en cat. 5 De planlocatie voorziet in beperkt voedselaanbod en structuurrijke schuilgelegenheden voor algemene soorten. De struiken, bomen en bebouwing vormen voor algemene broedvogels zoals merel, duiven en kleine zangvogels geschikte nestlocaties. Tijdens het veldbezoek zijn nesten aangetroffen van de boerenzwaluw, houtduif en spreeuw. Gedurende het broedseizoen zijn de nesten en de functionele leefomgeving van voornoemde soorten beschermd. Het broedseizoen vangt aan onder bepaalde klimatologische omstandigheden en betreft indicatief de periode 15 maart t/m 15 juli. Ten aanzien van algemene broedvogels en categorie 5 soorten kunnen de kap- en sloopwerkzaamheden worden opgestart buiten het broedseizoen en/of na het ongeschikt maken van de planlocatie. Verdere vervolgstappen ten aanzien van de categorie 5 soorten zijn niet nodig aangezien er slechts enkele nesten zijn waargenomen en de directe omgeving voldoende uitwijkmogelijkheden biedt. Derhalve zijn er geen redenen van zwaarwegend ecologisch belang.
Indien de beoogde werkzaamheden in het broedseizoen worden opgestart dient de locatie voorafgaand aan de werkzaamheden geïnspecteerd te worden door een ter zake deskundige.
16
3.2 Gebiedsbescherming Natura 2000 De planlocatie maakt geen deel uit van een Natura 2000-gebied. Op een afstand van circa 2,0 km ligt het Natura 2000-gebied ‘Donkse Laagten’ (figuur 3.3).
Figuur 3.3 De planlocatie ligt op een afstand van circa 2,0 km tot het Natura 2000-gebied ‘Donkse Laagten’. De beoogde ruimtelijke ingreep betreft de sloop van diverse opstallen ten behoeve van twee nieuwbouwwoningen. Ondanks dat deze buiten een Natura 2000-gebied uitgevoerd wordt, kunnen er nog steeds effecten optreden. Voor een aantal effecten (trillingen, geluid, optische verstoring etc.) geldt dat de afstand tot de omliggende Natura 2000-gebieden per definitie te groot is om te resulteren in negatieve effecten. Een toename in stikstofdepositie kan een negatief effect sorteren op stikstofgevoelige habitattypen en leefgebieden. Ten opzichte van de huidige situatie leidt de beoogde ruimtelijke ingreep in de gebruiksfase tot een beperkte toename in het aantal verkeersbewegingen, hiervoor zullen echter bedrijfsmatige verkeersbewegingen gestopt worden. De nieuwbouw zal zonder gasaansluiting in de gebruiksfase geen stikstofuitstoot hebben. Gedurende de bouwfase kan er een beperkte en tijdelijke stikstofemissie verwacht worden ten gevolge van het gebruik van mobiele werktuigen en bijbehorende verkeersbewegingen. De Wet natuurbescherming bevat ten gevolge van de Stikstofwet per d.d. 1 juli 2021 een partiële vrijstelling voor activiteiten gedurende de bouwfase.
Hiermee kunnen de gevolgen van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden door aangewezen activiteiten van de bouwsector buiten beschouwing worden gelaten (Wnb art. 2.9a). De juridische status van deze partiële vrijstelling kan in de toekomst wijzigen. Als activiteiten van de bouwsector worden aangewezen (algemene maatregelen van bestuur stikstofreductie en natuurverbetering): a. het verrichten van een bouwactiviteit of een sloopactiviteit die het feitelijk verrichten van bouw- of sloopwerkzaamheden aan een bouwwerk betreft, met inbegrip van de daarmee samenhangende vervoersbewegingen; b. het aanleggen, veranderen of verwijderen van een werk, met inbegrip van de daarmee samenhangende vervoersbewegingen.
17
Ondanks dat er sprake is van een beperkte afstand (2,0 km) tussen het plangebied en het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied, wordt er geen verhoging van stikstofdepositie verwacht. De beoogde uitstoot betreft enkel tijdelijke uitstoot tijdens de sloop- en bouwfase. Hiervoor wordt gestopt met bedrijfsmatig uitvoeren van agrarische activiteiten (melkveehouderij). Verder betreft de beoogde ruimtelijke ingreep een ontwikkeling van beperkte omvang. Derhalve kan op voorhand uitgesloten worden dat er sprake is van een verhoging van stikstofdepositie in stikstofgevoelige habitattypen of leefgebieden binnen Natura 2000-gebieden. Een berekening middels de AERIUS Calculator kan derhalve achterwege blijven. Provinciaal aangewezen gebieden De planlocatie maakt geen deel uit van een beschermd gebied betreffende beschermingscategorie 1 (Natuurnetwerk Nederland en beschermd grasland in de Bollenstreek) of beschermingscategorie 2 (Belangrijk weidevogelgebied en Groene buffer). Op een afstand van circa 30 m ligt het Natuurnetwerk Nederland (figuur 3.4) en op een afstand van circa 37,6 km ligt beschermd grasland in de Bollenstreek. Op een afstand van circa 1,1 km ligt Belangrijk weidevogelgebied en op een afstand van circa 4,3 km ligt de Groene buffer (figuur 3.5). Er zijn wel karakteristieke landschapselementen (knotwilgenlaan) aanwezig op de planlocatie.
Deze blijven echter volledig behouden in het kader van de beoogde ontwikkelingen. Ten aanzien van provinciaal aangewezen gebieden geldt dat externe werking geen toetsingskader is.
Figuur 3.4 De planlocatie ligt op een afstand van circa 30 m tot het Natuurnetwerk Nederland
18
Figuur 3.5 De planlocatie ligt op een afstand van ca. 1,1 km van Belangrijk Weidevogelgebied.
3.3 Houtopstanden Wet natuurbescherming In de beoogde ingreep zijn geen kapwerkzaamheden voorzien aan (i) zelfstandige eenheden van bomen, boomvormers, struiken, hakhout of griend, met een oppervlakte van 1000 m2 of meer of (ii) een rijbeplanting met meer dan 20 bomen. Een meldingsplicht in het kader van Wnb is niet noodzakelijk.
19
4 Samenvatting 4.1
Soortenbescherming Voorafgaand aan de sanering van de melkveestal (gebouw E) dient aanvullend onderzoek naar de huismus uitgevoerd te worden. De overige bebouwing heeft geen essentiële functie voor beschermde soorten. De planlocatie is mogelijk geschikt leefgebied voor soorten welke niet beschermd zijn (behoudens de algemene zorgplicht) en/of waarvoor een vrijstelling geldt. Voor broedvogels geldt dat de nesten van alle soorten beschermd zijn tijdens het broedseizoen (indicatief 15 maart – 15 juli).
Tabel 4.1
Overzicht van de Soortenbescherming.
Soortgroep
Bescherming Wnb
Soortspecifiek onderzoek
art. 3.1
Ja
Mogelijke functie planlocatie
Planten Grondgebonden zoogdieren Vleermuizen Amfibieën Reptielen Vissen Insecten en andere ongewervelden Vogels (cat. 1 t/m 4) Huismus
Nestlocatie
Vogels (Algemeen en cat. 5)
4.2 Gebiedsbescherming De planlocatie maakt geen onderdeel uit van een Natura 2000-gebied of provinciaal aangewezen beschermde gebieden. Gelet op de aard van de werkzaamheden, de afstand tot de gebieden en de beoogde situatie is van externe werking op omliggende Natura 2000-gebieden geen sprake. Een AERIUS-Calculatie, Voortoets en/of ‘nee, tenzij’-toets is niet noodzakelijk.
Tabel 4.2 Overzicht van beschermde gebieden in het kader van gebiedsbescherming. Gebiedsbescherming
Afstand
Effecten
Nader onderzoek
Natura 2000
2,0 km
Geen
N.v.t.
Natuurnetwerk Nederland
30 m
Geen
N.v.t.
Belangrijk weidevogelgebied
1,1 km
Geen
N.v.t.
Groene buffer
4,3 km
Geen
N.v.t.
4.3 Houtopstanden Op de planlocatie zijn geen houtopstanden aanwezig waarvoor bij kap een meldingsplicht geldt in het kader van de Wet natuurbescherming.
20
5 Conclusie 5.1
Conclusie De beoogde sloop van vijf agrarische opstallen ten behoeve van twee nieuwbouwwoningen aan de Nieuwe Veer 71 te Streefkerk is uitvoerbaar zoals bepaald in de Wro (art. 3.1.6 Bro).
5.2 Uitvoerbaarheid De beoogde ruimtelijke ingreep leidt niet tot overtreding van verbodsbepalingen omtrent gebiedsbescherming en houtopstanden in het kader van de Wet natuurbescherming. Er dienen enkele algemene maatregelen worden getroffen ten aanzien van de algemene zorgplicht, foeragerende vleermuizen en algemene broedvogels. Voorafgaand aan de sloop van de melkveestal dient met aanvullend onderzoek te worden vastgesteld of de te slopen bebouwing een relevante functie heeft voor huismussen (soortenbescherming). Indien er sprake is van overtreding van verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming kan bevoegd gezag onder voorwaarden een ontheffing verlenen. De voorwaarden betreffen: er is geen andere bevredigende oplossing, er is sprake van een wettelijk belang (huismus: er zijn belangen vanuit volksgezondheid -klimaatsverandering- aan te voeren) en er wordt geen afbreuk gedaan aan de gunstige staat van instandhouding van de soort (een robuust en ruim maatregelenpakket van tijdelijke en permanente voorzieningen wordt hiertoe voorgesteld en uitgevoerd). Gezien het voorgaande onderzoek is er geen reden om aan te nemen dat eventueel benodigde ontheffingen, mits de juiste maatregelen worden getroffen, er sprake is van een gedegen alternatievenafweging en een wettelijk belang kan worden aangevoerd, niet verkregen zouden kunnen worden.
5.3 Vervolgstappen • Voorafgaand aan de sloop van de melkveestal (gebouw E) dient aanvullend onderzoek naar huismus uitgevoerd te worden. Een aanvullend onderzoek naar huismus wordt uitgevoerd middels twee gerichte veldbezoeken in de periode 1 april t/m 15 mei, conform het Kennisdocument Huismus (BIJ12, 2017). Een technische inspectie kan worden uitgevoerd middels het inspecteren van de dakruimte. Buiten het broedseizoen kan dit tussen 15 september en 1 maart. Bij een technische inspectie bestaat er de kans dat er geen onderscheid gemaakt kan worden tussen oud nestmateriaal en recentelijk gebruikte nesten.
5.4 Te treffen maatregelen • Tijdens de werkzaamheden moet voorzichtig worden gehandeld met alle voorkomende flora en fauna (algemene zorgplicht). • Wanneer ondanks zorgvuldig handelen, onderzoek en advies schade lijkt te ontstaan voor beschermde flora en fauna, dient direct contact opgenomen te worden met een ter zake deskundige. • Eventueel aanwezige vegetatie of bodemmateriaal (takken, stronken) voorafgaand aan de werkzaamheden gefaseerd verwijderen. Dit om grondgebonden dieren de kans te bieden zelfstandig de planlocatie te verlaten. • Er wordt gelegenheid gegeven aan dieren, die tijdens de werkzaamheden worden gevonden, te vluchten of zich te verplaatsen naar een schuilplaats buiten het bereik van de werkzaamheden.
21
• De planlocatie tijdens de werkzaamheden en in de nieuwe situatie bij voorkeur niet verlichten en in de periode april-oktober de werkzaamheden tussen zonsopgang en zonsondergang uitvoeren (buiten schemerperiodes). Mocht verlichting noodzakelijk zijn hierbij een vleermuisvriendelijke verlichtingswijze toepassen (amberkleurig licht, lichtbundel nederwaarts richten, toepassen geconvergeerde lichtbundel). • De kap- en sloopwerkzaamheden opstarten of uitvoeren buiten het broedseizoen van vogels (indicatief medio maart t/m medio juli). Als dit niet mogelijk is dienen de potentiële nestlocaties van algemene broedvogels ruim voorafgaand aan het broedseizoen ongeschikt of ontoegankelijk gemaakt te worden. E.e.a. op aanwijzing van deskundige. Als werkzaamheden in het broedseizoen worden uitgevoerd die mogelijk resulteren in het wegnemen of verstoren van broedgevallen dient voor aanvang door een ter zake deskundig gecontroleerd te worden of er broedvogels aanwezig zijn.
22
Bronvermelding Broekhuizen, S., K. Spoelstra, J.B.M. Thissen, K.J. Canters & J.C. Buys (redactie) 2016. Atlas van de Nederlandse zoogdieren. – Natuur van Nederland 12. Naturalis Biodiversity Center & EIS Kenniscentrum Insecten en andere ongewervelden, Leiden. Creemers, R.C.M & J.J.C.W. van Delft (RAVON) (redactie), 2009. De amfibieën en reptielen van Nederland. -Nederlandse fauna 9. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, European Invertebrate Survey - Nederland, Leiden. Geraadpleegde documenten (BIJ12, 2017) Kennisdocument Bever (Castor fiber) Kennisdocument Gewone dwergvleermuis (Pipistrellus pipistrellus) Kennisdocument Gewone grootoorvleermuis (Plecotus auritus) Kennisdocument Gierzwaluw (Apus apus) Kennisdocument Heikikker (Rana arvalis) Kennisdocument Huismus (Passer domesticus) Kennisdocument Kerkuil (Tyto alba) Kennisdocument Ruige dwergvleermuis (Pipistrellus nathusii) Kennisdocument Steenuil (Athene noctua) Geraadpleegde websites www.arcgis.com www.bij12.nl www.nationaalgeoregister.nl www.ndff.nl www.pzh.maps.arcgis.com www.ravon.nl www.ruimtelijkeplannenzuidholland.nl www.vleermuisprotocol.nl www.vlinderstichting.nl www.zoogdiervereniging.nl
Bijlagen Bijlage 1 Bijlage 2
Fotografische impressie Vervolgstappen Wet natuurbescherming soortenbescherming
23
Bijlage 1
Fotografische impressie
Figuur 1
De planlocatie is gelegen aan de Nieuwe Veer 71 te Streefkerk en bestaat uit een boerenerf. De beoogde ruimtelijke ingreep betreft de sloop van 5 agrarische opstallen ten behoeve van twee nieuw te bouwen woningen.
Figuur 2
De te verwijderen groenstructuren rondom het terras te midden van de planlocatie.
24
Figuur 3
Naast de bebouwing wordt een mestopslag en kuilopslag verwijderd in het kader van de beoogde ontwikkeling.
Figuur 4
De watergang aan de zuidelijke zijde van het perceel met diverse knotwilgen.
25
Bijlage 2 Vervolgstappen Wnb Als uit het oriënterend onderzoek is gebleken dat effecten op beschermde soorten naar aanleiding van de beoogde ingreep niet uitgesloten zijn, dient een vervolgonderzoek te worden uitgevoerd. Uit dit vervolgonderzoek blijkt of desbetreffende soort aanwezig is en welke functie de planlocatie al dan niet heeft voor de soort. Met onderstaand stappenplan, overgenomen uit ‘Soortenbescherming bij ruimtelijke ingrepen’ van het Ministerie van Economische Zaken, wordt inzichtelijk gemaakt welke consequenties dit heeft voor het project.
26
Vogelrichtlijnsoort In het kader van de Vogelrichtlijn zijn een aantal belangen waarvoor een ontheffing kan worden aangevraagd. De beoogde ruimtelijke ingreep dient een dergelijk belang te dienen (Schema 4b ja/nee). De voorwaarden zijn onderstaand weergeven (conform Wet natuurbescherming art. 3.3, lid 4). Een ontheffing of een vrijstelling wordt uitsluitend verleend, indien is voldaan aan elk van de volgende voorwaarden: a) er bestaat geen andere bevredigende oplossing; b) zij is nodig: 1. in het belang van de volksgezondheid of de openbare veiligheid; 2. in het belang van de veiligheid van het luchtverkeer; 3. ter voorkoming van belangrijke schade aan gewassen, vee, bossen, visserij of wateren; 4. ter bescherming van flora of fauna; 5. voor onderzoek of onderwijs, het uitzetten of herinvoeren van soorten, of voor de daarmee samenhangende teelt, of 6. om het vangen, het onder zich hebben of elke andere wijze van verstandig gebruik van bepaalde vogels in kleine hoeveelheden selectief en onder strikt gecontroleerde omstandigheden toe te staan; c) de maatregelen leiden niet tot verslechtering van de staat van instandhouding van de desbetreffende soort. Habitatrichtlijnsoort In het kader van de Habitatrichtlijn zijn een aantal belangen waarvoor een ontheffing kan worden aangevraagd. De beoogde ruimtelijke ingreep dient een dergelijk belang te dienen (Schema 4b ja/nee).
De voorwaarden zijn onderstaand weergeven (conform Wet natuurbescherming art. 3.8, lid 5). Een ontheffing of een vrijstelling wordt uitsluitend verleend, indien is voldaan aan elk van de volgende voorwaarden: a) er bestaat geen andere bevredigende oplossing; b) zij is nodig: 1. in het belang van de bescherming van de wilde flora of fauna, of in het belang van de instandhouding van de natuurlijke habitats; 2. ter voorkoming van ernstige schade aan met name de gewassen, veehouderijen, bossen, visgronden, wateren of andere vormen van eigendom; 3. in het belang van de volksgezondheid, de openbare veiligheid of andere dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard en met inbegrip van voor het milieu wezenlijke gunstige effecten; 4. voor onderzoek en onderwijs, repopulatie of herintroductie van deze soorten, of voor de daartoe benodigde kweek, met inbegrip van de kunstmatige vermeerdering van planten, of 5.
om het onder strikt gecontroleerde omstandigheden mogelijk te maken op selectieve wijze en binnen bepaalde grenzen een beperkt, bij de ontheffing of vrijstelling vastgesteld aantal van bepaalde dieren van de aangewezen soort te vangen of onder zich te hebben, onderscheidenlijk een beperkt bij de ontheffing of vrijstelling vastgesteld aantal van bepaalde planten van de aangewezen soort te plukken of onder zich te hebben; c) er wordt geen afbreuk gedaan aan het streven de populaties van de betrokken soort in hun natuurlijke verspreidingsgebied in een gunstige staat van instandhouding te laten voortbestaan.
27
Andere soort Ten aanzien van Andere soorten zijn een aantal belangen waarvoor een ontheffing kan worden aangevraagd. De beoogde ruimtelijke ingreep dient een dergelijk belang te dienen (Schema 4b ja/nee). De belangen zijn onderstaand weergeven en zijn aanvullend op de belangen die voor Habitatrichtlijnsoorten kunnen worden aangevoerd (conform Wet natuurbescherming art. 3.10, lid 2). 1. in het kader van de ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden, daaronder begrepen het
daarop volgende gebruik van het ingerichte of ontwikkelde gebied; 2. ter voorkoming van schade of overlast, met inbegrip van schade aan sportvelden, schietterreinen,
industrieterreinen, kazernes, of begraafplaatsen; 3. ter beperking van de omvang van de populatie van dieren, in verband met door deze dieren ter
plaatse en in het omringende gebied veelvuldig veroorzaakte schade of in verband met de maximale draagkracht van het gebied waarin de dieren zich bevinden; 4. ter voorkoming of bestrijding van onnodig lijden van zieke of gebrekkige dieren; 5. in het kader van bestendig beheer of onderhoud in de landbouw of bosbouw; 6. in het kader van bestendig beheer of onderhoud aan vaarwegen, watergangen, waterkeringen, waterstaatswerken, oevers, vliegvelden, wegen, spoorwegen of bermen, of in het kader van natuurbeheer; 7. in het kader van bestendig beheer of onderhoud van de landschappelijke kwaliteiten van een bepaald gebied, of 8. in het algemeen belang.
28
Koeweistraat 2 4181 CD Waardenburg 0418 820 288
blomecologie.nl 29
Verkennend bodemonderzoek en asbest-in-grond onderzoek Nieuwe Veer 71 te Streefkerk
B.V. Verkennend bodemonderzoek en asbest-in-grond Adromi Reeweg 146 3343 AP Hendrik-Ido-Ambacht onderzoek
Nieuwe Veer 71 te Streefkerk
T 078 – 684 55 55 F 078 – 684 55 59 algemeen@adromi.nl www.adromi.nl K.v.K. 230.825.46 te Rotterdam BTW: 8050.63.286.B.01 IBAN: NL75RABO0385477481
Kenmerk:
B202146
Status: Datum:
Definitief 28-1-2022
Auteur:
Mevrouw ing. L. Kruse
Verkennend bodemonderzoek en asbest-in-grond onderzoek Nieuwe Veer 71 te Streefkerk
Inhoudsopgave 1.
Inleiding................................................................................................................................................................... 5
2.
Vooronderzoek ....................................................................................................................................................... 6 Locatiegegevens ............................................................................................................................................ 6 2.1.1.
Voormalig bodemgebruik .................................................................................................................... 7
2.1.2.
Huidig bodemgebruik .......................................................................................................................... 8
2.1.3.
Toekomstig bodemgebruik .................................................................................................................. 8
Bodemopbouw en geohydrologie ................................................................................................................ 8 Verwachting ten aanzien van de bodemkwaliteit ....................................................................................... 9 2.3.1.
Bodemkwaliteitskaart Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid .............................................................. 9
2.3.2.
Eerder uitgevoerde bodemonderzoeken ........................................................................................... 9
2.3.3.
Archeologie Regio Alblasserwaard en Vijfheerenlanden ................................................................... 9
2.3.4.
Explosieven ........................................................................................................................................... 9
Financieel / juridisch ..................................................................................................................................... 9 Conclusie en hypothese ................................................................................................................................ 9 3.
Onderzoeksstrategie ............................................................................................................................................10 Onderzoeksopzet ........................................................................................................................................10
4.
Resultaten .............................................................................................................................................................11 Veldwerk ......................................................................................................................................................11 Laboratoriumonderzoek .............................................................................................................................12 4.2.1.
Resultaten grond ................................................................................................................................13
4.2.2.
Resultaten grondwater ......................................................................................................................14
Bespreking resultaten .................................................................................................................................14 Overweging resultaten ................................................................................................................................15 Afwijkingen ..................................................................................................................................................15 5.
Resultaten verkennend asbest-in-grondonderzoek ...........................................................................................16 Onderzoeksstrategie ...................................................................................................................................16 Veldwerk ......................................................................................................................................................16 Maaiveldinspectie .......................................................................................................................................17 Laboratoriumonderzoek .............................................................................................................................17 Analyseresultaten fijne fractie (< 20 mm) bovengrond ............................................................................17 Analyseresultaten grove fractie > 20 mm bovengrond .............................................................................17 Interpretatie van de resultaten ..................................................................................................................18 Afwijkingen ..................................................................................................................................................18
6.
Conclusies en aanbevelingen ...............................................................................................................................19 Conclusies ....................................................................................................................................................19 Aanbevelingen .............................................................................................................................................20 7. Referenties ...........................................................................................................................................................21
Adromi B.V.
B202146
Pagina 3 van 21
Verkennend bodemonderzoek en asbest-in-grond onderzoek Nieuwe Veer 71 te Streefkerk
Bijlagen 1 2 3 4 5 6 7 8
Kadastrale gegevens Overzichtstekening met boorpunten Boorprofielbeschrijvingen en verantwoording veldwerk Toetsingstabellen Analysecertificaten Foto-overzicht Historische gegevens Meest actuele plan herinrichting
Adromi B.V.
B202146
Pagina 4 van 21
Verkennend bodemonderzoek en asbest-in-grond onderzoek Nieuwe Veer 71 te Streefkerk
1.
Inleiding
Van den Heuvel Ontwikkeling & Beheer B.V. heeft opdracht gegeven aan Adromi B.V. (hierna ook: Adromi) voor de uitvoering van een verkennend bodemonderzoek gebaseerd op de NEN 5740:2009+A1:2016 nl (hierna: NEN 5740+A1) in combinatie met een verkennend asbest-ingrondonderzoek conform de NEN 5707+C2:2017 nl (hierna: NEN 5707+C2), voor de locatie Nieuwe Veer 71 te Streefkerk. De aanleiding van het verkennend bodemonderzoek is de voorgenomen bestemmingswijziging (agrarisch naar wonen) alsmede de nieuwbouw van woningen. Het doel van het verkennend bodemonderzoek in deze situatie is: - Vaststellen of de concentraties van de vermoede verontreinigende stof in de grond en het freatische grondwater boven respectievelijk de achtergrondwaarde en de streefwaarde worden aangetroffen (VED-HE-NL). De doelstelling van het verkennend asbest-in-grondonderzoek is: - Nagaan met een relatief geringe onderzoeksinspanning of de verdenking op verontreiniging van de bodem met asbest terecht is en (indien sprake is van de aanwezigheid van puin in de grond) een indicatieve uitspraak doen over het asbestgehalte in de bodem. Ook indien voor een locatie geen verdenking op de aanwezigheid van asbest bestaat, kunnen er situaties zijn waarin het gewenst is deze hypothese door onderzoek te bevestigen. Het onderzoek is onafhankelijk uitgevoerd.
Adromi is geen eigenaar van de onderzoekslocatie en financieel niet gelieerd aan de opdrachtgever. Het onderzoek is met de grootst mogelijke nauwkeurigheid en conform de daarvoor opgestelde normen en richtlijnen uitgevoerd. Hierbij wordt opgemerkt dat een bodemonderzoek slechts bestaat uit een steekproef waarbij een relatief gering aantal boringen en analyses worden uitgevoerd. Daarom kan niet geheel uitgesloten worden dat er op de locatie een verontreiniging aanwezig is als die bij dit onderzoek niet is aangetroffen. Adromi acht zich niet aansprakelijk voor eventueel hieruit voortvloeiende (financiële) schade.
Adromi B.V.
B202146
Pagina 5 van 21
Verkennend bodemonderzoek en asbest-in-grond onderzoek Nieuwe Veer 71 te Streefkerk
2.
Vooronderzoek
Voorafgaand aan het verkennend bodemonderzoek is een vooronderzoek uitgevoerd conform de NEN 5725:2017 nl (hierna ook: NEN 5725). Ten behoeve van het vooronderzoek zijn de volgende bronnen geraadpleegd: − Informatie van de opdrachtgever; − Informatie van de Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid (OZHZ) betreffende reeds uitgevoerde bodemonderzoeken op en in de nabije omgeving van de onderzoekslocatie, eventuele aanwezigheid van brandstoftank(s), ophooglagen, maar ook de bodemkwaliteitskaart en overige relevante informatie; − Bodemloket (www.bodemloket.nl); − Topografische kaart (www.topotijdreis.nl); − Risicokaart (www.risicokaart.nl); − Ruimtelijke plannen (www.ruimtelijkeplannen.nl); − Luchtfoto’s (Google Earth); − Grondwaterkaart van Nederland (www.dinoloket.nl); − Archeologische waardenkaart en explosievenkaart; − Kadaster. De aanleiding voor het vooronderzoek is gebaseerd op aanleiding A uit de NEN 5725:2017 nl: − Het opstellen van een hypothese over de milieuhygiënische bodemkwaliteit ten behoeve van uit te voeren bodemonderzoek. Op 14 december 2021 is door mevrouw L. Kruse ter plaatse van de onderzoekslocatie een terreinverkenning uitgevoerd. In de volgende paragrafen worden de resultaten van het vooronderzoek beschreven. Een foto-overzicht van de locatie is opgenomen in bijlage 6.
Locatiegegevens Volgens informatie van de opdrachtgever betreft het de locatie Nieuwe Veer 71 te Streefkerk. De te onderzoeken locatie is gelegen in kadastrale gemeente Streefkerk, sectie E, perceel 180 (505 m2), perceel 181 (2.070 m2), perceel 183 (150 m2), perceel 907 (2.520 m2) en deels perceel 908 (25.810 m2). De totaal te onderzoeken locatie is volgens de opdrachtgever circa 6.624 m2, zie figuur 1 (groen).
Figuur 1: Ligging onderzoekslocatie (groen)
Adromi B.V.
B202146
Pagina 6 van 21
Verkennend bodemonderzoek en asbest-in-grond onderzoek Nieuwe Veer 71 te Streefkerk
De kadastrale kaart van de locatie is weergegeven in bijlage 1. 2.1.1. Voormalig bodemgebruik De onderzoekslocatie is gelegen in het buitengebied van het dorp Streefkerk in de gemeente Molenlanden, provincie Zuid-Holland (poldergebied). De locatie ligt aan de lintbebouwing langs een dijk ten noordoosten van het centrum van Streefkerk, ten zuidoosten van de rivier Lek. De woning op nummer 71 dateert uit 1850. De historische kaarten zijn hieronder en op de volgende pagina weergegeven met daarop rood omlijnd de onderzoekslocatie.
Kaart 1815
Kaart 1850
Kaart 1900
Kaart 1950
Kaart 2000
Kaart 2020
Adromi B.V.
B202146
Pagina 7 van 21
Verkennend bodemonderzoek en asbest-in-grond onderzoek Nieuwe Veer 71 te Streefkerk
Op de locatie zijn voor zover bekend geen gedempte sloten en/of opslagtanks voor brandstoffen aanwezig (geweest). Ook bij navraag eigenaar zijn geen verdachte activiteiten benoemd. 2.1.2. Huidig bodemgebruik De te onderzoeken locatie betreft een woning met meerdere opstallen (schuren). De schuur ten zuiden van de woning betreft een oude stal en hier zijn o.a. caravans gestald en is een timmerwerkplaats aanwezig. In de overige opstallen en terrein wordt agrarisch materiaal opgeslagen. De verharding op de locatie betreft met name beton(platen). De omgevingsrapportage van de OZHZ is opgevraagd en gedownload, zie bijlage 7. 2.1.3. Toekomstig bodemgebruik Men is voornemens de bestemming van de gehele onderzoekslocatie te wijzigen (van agrarisch naar wonen). De schuur ten zuiden naast de woning zal worden heringericht tot woningen. Ook zijn op het zuidelijke terreindeel meerdere nieuwe woningen gepland. Het meest actuele plan is opgenomen in bijlage 8. Bodemopbouw en geohydrologie De navolgende informatie is ontleend aan de website voor Data- en Informatie van de Nederlandse Ondergrond, genaamd het DINOloket (www.dinoloket.nl). Tabel 1: Regionale bodemopbouw en geohydrologie Diepte (m-NAP)
Geohydrologische samenstelling
-1,0 – -9
Deklaag
-9 – -20
1e watervoerend pakket
-20 – -39
Scheidende laag
-39 – -52
2e watervoerend pakket
Bodemkundige samenstelling Holocene afzettingen: afwisseling van zandige klei, midden en fijn zand, klei en veen en een weinig grof zand. Formatie van Kreftenheye: zandige klei en klei met weinig veen, fijn en midden zand en een spoor grof zand. Formatie van Sterksel: grof en midden zand, met weinig zandige klei, fijn zand en grind en een spoor klei. Formatie van Waalre: zandige klei, klei en midden zand, met weinig veen, fijn en grof zand en een spoor grind.
Het freatisch grondwater is waargenomen op een diepte van 1,00 meter minus maaiveld. De stromingsrichting van het freatische grondwater is vermoedelijk noordoostelijk gericht. De stromingsrichting van het eerste watervoerende pakket is regionaal noordwestelijk gericht. Voor het gebied waarbinnen de onderzoekslocatie ligt, is sprake van voornamelijk inzijging. De onderzoekslocatie valt binnen een grondwaterbeschermingsgebied.
Adromi B.V.
B202146
Pagina 8 van 21
Verkennend bodemonderzoek en asbest-in-grond onderzoek Nieuwe Veer 71 te Streefkerk
Verwachting ten aanzien van de bodemkwaliteit Op de locatie zijn verder geen aanvullende verdachte deellocaties waargenomen. Tevens zijn geen andere ophogingen, verzakkingen, brandplekken en/of asbestverdacht materiaal aangetroffen. 2.3.1. Bodemkwaliteitskaart Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid De bodemfunctieklasse van de locatie is deels Wonen (lintbebouwing) en deels Landbouw/Natuur (achterste deel van het terrein). De boven- en ondergrond zijn gelegen in kwaliteitsklasse IndustrieHetergeen (lintbebouwing) en kwaliteitsklasse Achtergrondwaarde (achterste deel van het terrein) (bron: Interactieve bodemkwaliteitskaart Zuid-Holland Zuid 2015 via www.ozhz.nl). 2.3.2. Eerder uitgevoerde bodemonderzoeken Op de locatie zijn eerder geen bodemonderzoeken uitgevoerd, zie ook bijlage 7. 2.3.3. Archeologie Regio Alblasserwaard en Vijfheerenlanden De onderzoekslocatie is gelegen in de lintbebouwing ten noordoosten van het centrum van Streefkerk. Uit de archeologische beleidskaart van de gemeente Alblasserwaard en Vijfheerenlanden is de onderzoekslocatie in de zone met een redelijke tot hoge archeologische verwachting gelegen (bron: Archeologische inventarisatie verwachtings- en beleidsadvieskaart Regio Alblasserwaard en Vijfheerenlanden, BAAC rapport V-08.0185 d.d. november 2009 en Provinciaal Cultuurhistorische Waardenkaart, via www.cultureelerfgoed.nl). 2.3.4.
Explosieven Voor de onderzoekslocatie is geen kaart met niet-gesprongen conventionele explosieven beschikbaar. Financieel / juridisch Op de locatie hebben voor zover bekend geen calamiteiten plaatsgevonden. De kadastrale gegevens zijn opgenomen in bijlage 1. Conclusie en hypothese Het bodemonderzoek zal worden gebaseerd op de NEN 5740+A1 waarbij de gehele te onderzoeken locatie (circa 6.624 m2) als verdacht is aangemerkt, vanwege de aanwezige verhardingen met beton en de oude opstallen op de locatie. In hoofdstuk 3 wordt de onderzoeksstrategie van het verkennend bodemonderzoek verder beschreven. Tegelijkertijd met het verkennend bodemonderzoek is een asbest-in-grondonderzoek uitgevoerd. In hoofdstuk 5 wordt dit onderzoek verder beschreven.
Adromi B.V.
B202146
Pagina 9 van 21
Verkennend bodemonderzoek en asbest-in-grond onderzoek Nieuwe Veer 71 te Streefkerk
3.
Onderzoeksstrategie
Onderzoeksopzet De onderzoekslocatie heeft een totale aaneengesloten oppervlakte van circa 6.624 m2. Het onderzoek is gebaseerd op de NEN 5740+A1, strategie verdacht (VED-HE-NL). In tabel 2 zijn de te plaatsen boringen en uit te voeren chemische analyses weergegeven. Tabel 2: Onderzoeksstrategie verdacht (VED-HE-NL) Oppervlakte Veldwerkzaamheden locatie (boringen en peilbuis) tot 50 cm-in tot 200 boring met 5.000-7.000 m2 de verdachte cm-mv peilbuis laag Onderzoekslocatie 15 3 1 (6.624 m2)
Chemische analyses
grond (verdachte laag)
grondwater
3x NEN-pakket
1x NEN-pakket
De boringen zijn zoveel als mogelijk verspreid over de locatie geplaatst en zo min mogelijk in de aanwezige verhardingen. De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd conform de BRL SIKB 2000 “Veldwerk milieuhygiënisch bodem- en waterbodemonderzoek” en de daarbij horende protocollen 2001 en 2002. Het opgeboorde monstermateriaal van de grond is zintuiglijk beoordeeld (onder andere op kleur, bodemopbouw en bodemvreemde bijmengingen), beschreven en bemonsterd per 0,5 meter of per zintuiglijk gelijkwaardige laag. Het grondwater is minimaal 7 dagen na plaatsing van de peilbuizen bemonsterd en geanalyseerd. Tijdens het plaatsen van de peilbuizen en het bemonsteren van het grondwater is de grondwaterstand, de zuurgraad, de elektrische geleidbaarheid en de troebelheid gemeten. De chemische analyses van de grond en het grondwater zijn uitgevoerd door SGS Environmental Analytics B.V. te Rotterdam. Dit laboratorium is geaccrediteerd door de Raad voor Accreditatie conform ISO/IEC 17025:2005 onder nummer L028. Samenstelling pakketten en parameters: − Standaard NEN-pakket grond: Barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel, zink, som PCB, som OCB, som PAK, minerale olie, organische stof en lutumgehalte; −
Standaard NEN-pakket grondwater: Barium, cadmium, chroom, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel, zink, minerale olie, vluchtige aromatische koolwaterstoffen en vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen; naftaleen, antraceen, fenantreen, fluorantheen, benzo(a)antraceen, chryseen, benzo(a)pyreen, benzo(k)fluorantheen, benzo(ghi)peryleen, indeno(1,2,3-cd)pyreen;
Voor de beoordeling van de kwaliteit van de grond en het grondwater zijn de gemeten gehalten omgerekend naar de waarden voor standaardbodem (10% organische stof en 25% lutum), zoals is opgenomen in de Circulaire Bodemsanering 2013.
Adromi B.V.
B202146
Pagina 10 van 21
Verkennend bodemonderzoek en asbest-in-grond onderzoek Nieuwe Veer 71 te Streefkerk
4.
Resultaten
Veldwerk Het plaatsen van de boringen en peilbuis is uitgevoerd door de heer D.A. Bakker op 21 december 2021. Het grondwater uit de peilbuis is door de heer M.G.G.W. Inge op 4 januari 2022 bemonsterd. De heren D.A. Bakker en M.G.G.W. Inge zijn erkende en ervaren veldwerkers, welke jaarlijks worden geaudit. Alle werkzaamheden zijn conform de BRL 2000 en de daarbij behorende protocollen 2001 en 2002 uitgevoerd. In totaal zijn 19 boringen geplaatst (nummers 01 t/m 03, 04A, 04B, 05 t/m19). Boring 10 is afgewerkt met een peilbuis. Boring 04B is extra geplaatst, in verband met de staking van boring 04A op een harde laag, vermoedelijk beton. De boringen zijn ingemeten met GPS (x- en y-coördinaten). Een overzichtstekening met de boringen en peilbuizen is weergegeven in bijlage 2. Grond De bodemopbouw ter plaatse van de onderzoekslocatie bestaat vanaf het maaiveld tot circa 50 cm-mv uit uiterst tot zeer fijn, matig siltig of kleiig zand. De bodemopbouw vanaf circa 50 cm-mv tot circa 100/200 cm-mv bestaat uit zwak siltig en humeuze klei. Vanaf 100/200 cm-mv tot de maximale boordiepte van 250 cm-mv bestaat uit een veenlaag. De zintuiglijk waargenomen bijzonderheden zijn opgenomen in tabel 3. De boorstaten zijn opgenomen in bijlage 3.
Tabel 3: Zintuiglijk waargenomen bijzonderheden Boring Diepte boring Traject Grondsoort (m -mv) (m -mv) 10 2,50 0,50 - 2,00 Klei 11 1,20 0,00 - 0,50 Zand 0,50 - 0,70 Zand 12 1,00 0,00 - 0,50 Zand 16 1,00 0,10 - 0,50 Zand 18 1,00 0,00 - 0,50 Zand
Waargenomen bijzonderheden sporen kolengruis zwak metselpuinhoudend zwak baksteenhoudend sterk metselpuinhoudend matig metselpuinhoudend matig metselpuinhoudend
Tijdens de veldwerkzaamheden is zintuiglijk metselpuin waargenomen. Het waarnemen van (metsel)puin is asbestverdacht. Een verkennend asbest-in-grondonderzoek is gelijktijdig met het bodemonderzoek uitgevoerd. De resultaten van het verkennend asbest-in-grondonderzoek zijn opgenomen in hoofdstuk 5. Grondwater De zintuiglijke waarnemingen tijdens de grondwatermonstername en de resultaten van de veldmetingen van het grondwater staan weergegeven in tabel 4. Het betreft de grondwaterstand, de zuurgraad (pH), de elektrische geleidbaarheid (EC) en de troebelheid.
Adromi B.V.
B202146
Pagina 11 van 21
Verkennend bodemonderzoek en asbest-in-grond onderzoek Nieuwe Veer 71 te Streefkerk Tabel 4: Metingen grondwater Watermonster Filterdiepte Grondwaterstand pH EC (m -mv) (m -mv) (-) (µS/cm) 10-1-1 1,50 - 2,50 0,42 7,4 2871 *het kan zijn dat de troebelheid per abuis niet is vermeld, de waarde van 0 is twijfelachtig.
Troebelheid (NTU) 0*
De gemeten pH, EC en NTU zijn normale waarden voor een natuurlijke situatie in deze omgeving. Laboratoriumonderzoek Het laboratoriumonderzoek is uitgevoerd conform de voorgestelde onderzoeksstrategie, zie tabel 2. Totaal is één extra grond(meng)monster ingezet en zijn de mengmonsters mm2 en mm3 uitgesplitst en de individuele grondmonsters zijn extra ingezet op de parameters koper en/of zink. Grond In het laboratorium zijn 8 grond(meng)monsters ingezet. Bij de samenstelling van de grondmonsters is gekeken naar de diepte van het bemonsteringstraject, de waargenomen bodemsoort en de zintuiglijk bodemvreemde bijmengingen. Tabel 5: Monsterselectie grond Analyse- Traject Deelmonsters monster (m -mv) mm1 0,00 - 0,50 01 (0,00 - 0,50) 09 (0,00 - 0,50) 13 (0,00 - 0,50) 17 (0,00 - 0,50) mm2 0,00 - 0,50 11 (0,00 - 0,50) 12 (0,00 - 0,50) mm3 0,00 - 0,50 16 (0,10 - 0,50) 18 (0,00 - 0,50) m4 0,50 - 1,00 10 (0,50 - 1,00) m5 0,00 - 0,50 11 (0,00 - 0,50) m6 0,00 - 0,50 12 (0,00 - 0,50) m7 0,10 - 0,50 16 (0,10 - 0,50) m8 0,00 - 0,50 18 (0,00 - 0,50)
Analysepakket Standaardpakket incl. lu/os
Standaardpakket incl. lu/os Standaardpakket incl. lu/os Standaardpakket incl. lu/os Pakket lutum en organische stof, Zink Pakket lutum en organische stof, Zink Koper, Pakket lutum en organische stof, Zink Koper, Pakket lutum en organische stof, Zink
Grondwater In de volgende tabel zijn de analyses van het grondwater opgenomen. Tabel 6: Analyse grondwater AnalyseFilterdiepte (m -mv) monster 10-1-1 1,50 - 2,50
Adromi B.V.
Analysepakket Standaardpakket
B202146
Pagina 12 van 21
Verkennend bodemonderzoek en asbest-in-grond onderzoek Nieuwe Veer 71 te Streefkerk
4.2.1. Resultaten grond De geselecteerde grond(meng)monsters alsmede de toetsing Wbb van de analyseresultaten zijn weergegeven in tabel 7. De toetsing van de indicatieve klassebepaling van de grond (BBK) is tevens weergegeven. Tabel 7: Overschrijdingstabel grond Wbb en BBK AnalyseTraject > AW (+index) monster (m -mv) mm1 0,00 - 0,50 Koper (0,17) Zink (0,39) Cadmium (-) Kwik (-) Lood (0,12) PAK 10 VROM (0,12) mm2 0,00 - 0,50 Koper (0,05) Zink (0,52) Cadmium (0,02) Kwik (-) Lood (0,42) PAK 10 VROM (0,15) mm3 0,00 - 0,50 PCB (som 7) (-) Kobalt (0,05) Nikkel (0,05) Zink (0,81) Molybdeen (0,02) Cadmium (0,01) Lood (0,16) PAK 10 VROM (0,18) Minerale olie (totaal) (0,05) m4 0,50 - 1,00 Cadmium (0,14) Kwik (-) Lood (0,15) PAK 10 VROM (0,53) m5 0,00 - 0,50 Zink (0,51) m6 0,00 - 0,50 Zink (0,64) m7 0,10 - 0,50 m8 > AW >I Index
0,00 - 0,50 Zink (0,24) : > Achtergrondwaarde : > Interventiewaarde : (GSSD - AW) / (I - AW)
> I (+index)
BBK indicatief
-
Klasse industrie
-
Klasse industrie
Koper (1,18)
Niet Toepasbaar > Interventiewaarde
Zink (1,63)
Niet Toepasbaar > Interventiewaarde
Koper (7,38) Zink (1,34) -
Klasse industrie Klasse industrie Niet Toepasbaar > Interventiewaarde Klasse industrie
De toetsingstabellen en analysecertificaten zijn opgenomen in respectievelijk bijlage 4 en bijlage 5.
Adromi B.V.
B202146
Pagina 13 van 21
Verkennend bodemonderzoek en asbest-in-grond onderzoek Nieuwe Veer 71 te Streefkerk
4.2.2. Resultaten grondwater De analyseresultaten van het grondwater zijn samengevat in de volgende tabel. Tabel 8: Overschrijdingstabel grondwater Watermonster Filterdiepte > S (+index) (m -mv) 10-1-1 1,50 - 2,50 Nikkel (0,12) Zink (0,06) Molybdeen (0,01) Barium (0,24) Xylenen (som) (0,01) Naftaleen (-) Minerale olie (totaal) (0,01) >S : > Streefwaarde >I : > Interventiewaarde Index : (GSSD - S) / (I - S)
> I (+index) -
De toetsingstabellen en analysecertificaten zijn opgenomen in respectievelijk bijlage 4 en bijlage 5. Bespreking resultaten Grond Uit de analyseresultaten blijkt dat in de zandlaag zonder bodemvreemde bijmengingen (mm1: boring 01, 09, 13 en 17 van 0,00-0,50 m-mv) de gehalten cadmium, koper, kwik, lood, zink en PAK verhoogd boven de achtergrondwaarden worden aangetroffen. Uit de analyseresultaten blijkt dat in de sterk tot zwak metselpuinhoudende zandlaag (mm2: boring 11 en 12 van 0,00-0,50 m-mv) het gehalte zink matig verhoogd en de gehalten cadmium, koper, kwik, lood en PAK verhoogd boven de achtergrondwaarden worden aangetroffen. Het mengmonster is uitgesplitst en de individuele grondmonsters zijn extra ingezet op de parameter zink. Uit de analyseresultaten blijkt dat in de zandlaag (m5: boring 11 en m6: boring 12 van 0,00-0,50 m-mv) het gehalte zink wederom matig verhoogd boven de achtergrondwaarde wordt aangetroffen. Uit de analyseresultaten blijkt dat in de matig metselpuinhoudende zandlaag (mm3: boring 16 en 18 van 0,00-0,50 m-mv) het gehalte koper sterk verhoogd, het gehalte zink matig verhoogd en de gehalten cadmium, kobalt, lood, molybdeen, nikkel, PCB, PAK en minerale olie verhoogd boven de achtergrondwaarden worden aangetroffen. Het mengmonster is uitgesplitst en de individuele grondmonsters zijn extra ingezet op de parameter koper en zink.
Uit de analyseresultaten blijkt dat in de zandlaag (m7: boring 16 van 0,00-0,50 m-mv) de gehalten koper en zink verhoogd boven de interventiewaarden worden aangetroffen. Uit de analyseresultaten blijkt dat in de zandlaag (m8: boring 18 van 0,00-0,50 m-mv) het gehalte zink verhoogd boven de achtergrondwaarde wordt aangetroffen. Het gehalte koper daarentegen wordt niet meer boven de achtergrondwaarde aangetroffen. Uit de analyseresultaten blijkt dat in de kleilaag met sporen kolengruis (m4: boring 10 van 0,50-1,00 mmv) het gehalte zink sterk verhoogd, het gehalte PAK matig verhoogd en de gehalten cadmium, kwik en
Adromi B.V.
B202146
Pagina 14 van 21
Verkennend bodemonderzoek en asbest-in-grond onderzoek Nieuwe Veer 71 te Streefkerk
lood verhoogd boven de achtergrondwaarden worden aangetroffen. Aangezien dit één grondmonster betreft kan het niet worden uitgesplitst. De toetsing van de indicatieve klassebepaling van de grond (BBK) is klasse ‘Industrie’ tot ‘NietToepasbaar’. Grondwater In het grondwater ter plaatse van boring 10 zijn de gehalten barium, nikkel, zink, molybdeen, xylenen, naftaleen en minerale olie verhoogd boven de streefwaarden aangetoond. Overweging resultaten Om de mate van verontreiniging aan te geven wordt voor grond en grondwater een indexwaarde (index = (GSSD-AW) / (I-AW)) berekend. Indien de indexwaarde voor een parameter groter is dan 1,0 (interventiewaarde), is er sprake van een ernstige bodemverontreiniging. Indien de indexwaarde voor een parameter gelijk is aan of groter is dan 0,5 (helft van de interventiewaarde), bestaat er een vermoeden van ernstige bodemverontreiniging. In beide gevallen is dan nader onderzoek noodzakelijk. De gehalten in het grondwater overschrijden niet de interventiewaarden. De gehalten zware metalen en/of PAK in de grond overschrijden de (helft van) de interventiewaarden ter plaatse van de boringen 10, 11, 12, 16 en 18. Ter plaatse van boring 10 is kolengruis in de grond en ter plaatse van de boringen 11, 12, 16 en 18 is metselpuin in de grond waargenomen. Vermoedelijk zijn de verhoogde gehalten afkomstig van deze waargenomen bodemvreemde bijmengingen.
Afwijkingen Onderhavig verkennend bodemonderzoek is gebaseerd op de normen NEN 5725 en NEN 5740+A1. In de volgende tabel zijn de afwijkingen en opmerkingen ten opzichte van de normen weergegeven. Tabel 9: Afwijkingen op de normen Deel van het onderzoek Afwijkingen / opmerkingen Vooronderzoek Geen afwijkingen. Onderzoeksstrategie Gebaseerd op de NEN 5740/A1. Geen afwijkingen. Veldwerk Een extra boring 04B is geplaatst: dit is een verrijking, geen afwijking. Grondanalyses Voor mm1, mm2 en mm3 zijn voor analyse PCB componenten aanwezig die een storende invloed hebben op de meting. Om die reden is de onzekerheid in het resultaat vergroot. Na het nemen van deelmonsters van m5, m7 en m8 ten behoeve van het bepalen van de bodemkenmerken (droge stof en eventueel organisch stof, lutum en pH-CaCl2), alsmede eventuele deelmonsters voor vluchtige verbindingen (BTEX, vluchtige halogenen, Cyanides), was geen 140 gram meer over voor de monstervoorbehandeling voor de overige parameters. Daarom is minder dan 140 gram voorbehandeld voor deze parameters. Dit zijn opmerkingen, geen afwijkingen. Grondwaterbemonstering Geen afwijkingen. Grondwateranalyses Geen afwijkingen.
Adromi B.V.
B202146
Pagina 15 van 21
Verkennend bodemonderzoek en asbest-in-grond onderzoek Nieuwe Veer 71 te Streefkerk
5.
Resultaten verkennend asbest-in-grondonderzoek
Het verkennend bodemonderzoek is gecombineerd met het verkennend asbest-in-grondonderzoek conform de NEN 5707+C2. Onderzoeksstrategie Voor de uitvoering van het verkennend asbest-in-grondonderzoek is de onderzoeksstrategie gehanteerd zoals opgenomen in de NEN 5707+C2, hoofdstuk 6, paragraaf 6.4.5.: een verdachte locatie met een diffuse bodembelasting, heterogeen verdeeld. In de volgende tabel is de onderzoeksinspanning weergegeven. Tabel 10: Verkennend onderzoek asbest conform NEN 5707+C2:2017, §6.4.5. Oppervlakte Minimaal Gaten in de Gaten tot onderzijde locatie aantal te verdachte laag tot verdachte laag met inspecteren maximaal 50 cm een maximum van 2 5.000-7.000 m2 punten van meter het maaiveld Onderzoekslocatie 15 15 3 (6.624 m2)
Aantal te analyseren (meng)monsters per verdachte laag
3
Vooralsnog zal de gehele onderzoekslocatie visueel worden geïnspecteerd. Indien tijdens de visuele inspectie asbestverdacht monstermateriaal wordt aangetroffen, zal hiervan een asbest verzamelmonster worden genomen. Vervolgens worden minimaal 15 graafgaten gegraven, daar waar de ondiepe boringen van het verkennend bodemonderzoek zullen worden geplaatst. Per gat en per traject van maximaal 0,5 meter diep wordt de uitgegraven grond geïnspecteerd op de aanwezigheid van asbestverdacht materiaal. Van de zintuiglijk waargenomen verdachte bodemlaag worden (meng)monsters genomen. Indien in een graafgat asbestverdacht materiaal of een afwijkende puinlaag wordt aangetroffen, zal dit separaat bemonsterd en geanalyseerd worden. Uitgangspunt is dat (meng)monsters van de fractie <20 mm zullen worden geanalyseerd op asbest. Veldwerk Het veldwerk is in combinatie met het verkennend bodemonderzoek uitgevoerd door de heer D.A. Bakker op 21 december 2021. De heer D.A. Bakker is een gecertificeerd monsternemer voor de BRL 2000, protocol 2018 en wordt jaarlijks geaudit. Met behulp van een schep zijn ter plaatse van de onderzoekslocatie in totaal 15 gaten gegraven. De gegraven gaten van de schep hebben een breedte van 0,3 meter, een lengte van 0,3 meter en een diepte van 0,5 meter. Voor een laagbeschrijving van de gaten wordt verwezen naar bijlage 3.
Het materiaal uit de geboorde gaten is gezeefd met een zeefmaat van 20 mm. De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd volgens het protocol 2018, zoals vermeld op het formulier ‘verantwoording veldwerk’, zie bijlage 3.
Adromi B.V.
B202146
Pagina 16 van 21
Verkennend bodemonderzoek en asbest-in-grond onderzoek Nieuwe Veer 71 te Streefkerk
Maaiveldinspectie Het onderzoek bestaat uit het visueel inspecteren van de grond. De visuele inspectie kon niet conform de NEN 5707+C2 worden uitgevoerd in verband met de aanwezige verhardingen en vegetatie op de locatie. Er is visueel geen asbestverdacht materiaal op het maaiveld waargenomen. De inspectieefficiëntie van de toplaag is kleiner dan 25%. Laboratoriumonderzoek De gaten zijn tijdens het graven geïnspecteerd op de aanwezigheid van asbestverdacht materiaal. Op de locatie is (metsel)puinhoudende grond waargenomen. Het materiaal uit de gaten is gezeefd op 20 mm. Van de gezeefde fractie (< 20 mm) van alle gaten zijn totaal 20 grepen van minimaal 0,50 kg genomen. Per mengmonster is gezorgd voor minimaal 10 kg. Een tweetal monsters zijn op het laboratorium geanalyseerd (één puinmonster is hiernaast ingezet, zie paragraaf 5.6). De vochtigheid van de grond varieert van 10-12%. De inspectie-efficiëntie van de gaten is vastgesteld op < 20%. Tabel 11: Monsterselectie asbest conform NEN 5707+C2 Analysemonster Traject Deelmonsters (cm -mv) ABMM01 0-50 11 en 12 ABMM02
0-50
16 en 18
Analysepakket asbest asbest
De analysemonsters zijn afgegeven aan de koerier van het laboratorium SGS Environmental Analytics B.V. te Rotterdam. Deze monsteroverdracht is uitgevoerd op 22 december 2021. De monsteroverdracht is uitgevoerd conform NEN 5861. Het laboratorium is geaccrediteerd door de Raad van Accreditatie en staat geregistreerd onder nummer L028. De analysecertificaten zijn opgenomen in bijlage 5. Analyseresultaten fijne fractie (< 20 mm) bovengrond Tijdens het veldwerk zijn monsters van de fijne fractie (< 20 mm) van de bovengrond samengesteld. Het monster ABMM01 heeft een massa in droge toestand van 11,67 kilogram en het monster ABMM02 heeft een massa in droge toestand van 12,72 kilogram. In de volgende tabel staan de bevindingen weergegeven. Tabel 12: Asbest in grond gaten bovengrond (fractie < 20 mm) Monster Laag Omschrijving Asbest (cm -mv)
Concentratie (mg/kg ds)
Hechtgebonden / niet hechtgebonden
ABMM01 ABMM02
<2 6,54
n.v.t. Hechtgebonden
0-50 0-50
< 20 mm < 20 mm
geen wel
Analyseresultaten grove fractie > 20 mm bovengrond Tijdens het veldwerk is in graafgaten 06, 10 en 14 een volledige puinlaag waargenomen onder de betonlaag in de grond van 10-55 cm-mv en ter analyse aangeboden, monster PMMM01. Het monster PMMM01 heeft een massa in droge toestand van 22,32 kg (<25 kg). Het betreft een plaat van totaal 0,497 gram. De plaat (4-8 mm) bevat asbest in de vorm van hechtgebonden chrysotiel.
Adromi B.V.
B202146
Pagina 17 van 21
Verkennend bodemonderzoek en asbest-in-grond onderzoek Nieuwe Veer 71 te Streefkerk
Interpretatie van de resultaten Hieronder zijn de zintuiglijke en analytische resultaten van het asbest-in-grond onderzoek weergegeven: − Op het maaiveld en in de bodem is, voor zover mogelijk was, geen asbestverdacht materiaal waargenomen; − In de analysemonster ABMM01 is geen asbest aangetoond; − In het analysemonster ABMM02 is wel asbest aangetoond. Het betreft één rode plaat (8-20 mm), hechtgebonden asbest, chrysotiel. − In het monster PMMM01 van de grond onder de betonlaag is asbest aangetoond. Het betreft één plaat (4-8 mm) hechtgebonden asbest, chrysotiel. Afwijkingen In de volgende tabel zijn eventuele afwijkingen van de norm NEN 5707+C2 opgenomen. Tabel 13: Afwijkingen op de norm Deel van het onderzoek Opmerking Onderzoeksstrategie
NEN 5707+C2:2017 paragraaf 6. De maaiveldinspectie-efficiëntie tijdens de veldwerkzaamheden is vastgesteld op kleiner dan 25%. Dit is een afwijking.
Veldwerk
Het veldwerk is uitgevoerd door een protocol 2018 gecertificeerde monsternemer. Geen afwijkingen. Voor PMMM01 geldt dat na droging minder dan de aangegeven minimale monsterhoeveelheid van 25 kg resteert. Dit is een afwijking.
Analyses
Adromi B.V.
B202146
Pagina 18 van 21
Verkennend bodemonderzoek en asbest-in-grond onderzoek Nieuwe Veer 71 te Streefkerk
6.
Conclusies en aanbevelingen
Van den Heuvel Ontwikkeling & Beheer B.V. heeft opdracht gegeven aan Adromi B.V. (hierna ook: Adromi) voor de uitvoering van een verkennend bodemonderzoek gebaseerd op de NEN 5740:2009+A1:2016 nl (hierna: NEN 5740+A1) in combinatie met een verkennend asbest-ingrondonderzoek conform de NEN 5707+C2:2017 nl (hierna: NEN 5707+C2), voor de locatie Nieuwe Veer 71 te Streefkerk. De aanleiding van het verkennend bodemonderzoek is de voorgenomen bestemmingswijziging (agrarisch naar wonen) alsmede de nieuwbouw van woningen. Het doel van het verkennend bodemonderzoek in deze situatie is: − Vaststellen of de concentraties van de vermoede verontreinigende stof in de grond en het freatische grondwater boven respectievelijk de achtergrondwaarde en de streefwaarde worden aangetroffen (VED-HE-NL). De doelstelling van het verkennend asbest-in-grondonderzoek is: − Nagaan met een relatief geringe onderzoeksinspanning of de verdenking op verontreiniging van de bodem met asbest terecht is en (indien sprake is van de aanwezigheid van puin in de grond) een indicatieve uitspraak doen over het asbestgehalte in de bodem. Ook indien voor een locatie geen verdenking op de aanwezigheid van asbest bestaat, kunnen er situaties zijn waarin het gewenst is deze hypothese door onderzoek te bevestigen.
Conclusies Op basis van de resultaten van het verkennend onderzoek wordt het volgende geconcludeerd: − De bovengrond zonder bodemvreemde bijmengingen is licht verontreinigd met cadmium, koper, kwik, lood, zink en PAK; − De (metsel)puinhoudende bovengrond, noordoostelijk terreindeel ter plaatse van boringen 11 en 12, is matig verontreinigd met zink en licht verontreinigd met cadmium, koper, kwik, lood en PAK. Na uitsplitsing is wederom een matige verontreiniging met zink aangetroffen; − De (metsel)puinhoudende bovengrond (zuidelijk terreindeel ter plaatse van boringen 16 en 18) is sterk verontreinigd met koper, matig verontreinigd met zink en licht verontreinigd met cadmium, kobalt, lood, molybdeen, nikkel, PCB, PAK en minerale olie. Na uitsplitsing is ter plaatse van boring 16 nog een sterke verontreiniging met koper en zink aangetroffen; − De ondergrond met sporen kolengruis is sterk verontreinigd met zink, matig verontreinigd met PAK en licht verontreinigd met cadmium, kwik en lood; − Het grondwater is licht verontreinigd met barium, nikkel, zink, molybdeen, xylenen, naftaleen en minerale olie; − In het mengmonster ABMM01 (boringen 11 en 12) is geen asbest aangetoond; − In het monster ABMM02 (boringen 16 en 18) en het puinmonster PMMM01 is wel asbest aangetoond. Het betreft voor beide monsters hechtgebonden plaatmateriaal, chrysotiel.
De hypothese verdacht wordt bevestigd vanwege het aantreffen van sterke tot lichte verontreinigingen met metalen, PAK, PCB en minerale olie in de grond en lichte verontreinigingen met metalen, aromaten
Adromi B.V.
B202146
Pagina 19 van 21