CConstaterende datMolenlanden
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 - Bijlagen bij de toelichting bestemmingsplan Bleskensgraaf - tegenover Abbekesdoel 39_Giessenburg - A.M.A. van Langeraadweg 10-14

Raadsvergadering 15 juli 2021, gemeente MolenlandenBij agendapunt: Bestemmingsplan Bleskensgraaf, tegenover Abbekesdoel 39 / Giessenburg, A.M.A. van Langeraadweg 10-1419.707 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

V.O. Abbekesdoel E 91, Bleskensgraaf

Bakker Milieuadviezen

2 Voormalig gebruik. Op TOPO-tijdreis is op oude topografische kaarten te zien dat het terrein nooit bebouwd is geweest en dat er nooit een sloot heeft gelegen over het terrein. Het terrein is in de voor OCB kritische periode 1940-1980 nooit in gebruik geweest als boomgaard of voor glastuinbouw. De huidige fruitbomen dateren van rond 2000 en zijn alleen voor hobbymatig gebruik. Calamiteiten. Geen gegevens van bekend. Ophogingen/dempingen/stort. Op de oostelijke perceelsgrens is ooit een greppel of ondiep slootje gedempt met terreineigen grond. Inonderhavig onderzoek zijn ter controle hier 2 boringen verricht (waarbij inderdaad geen afwijkende of verdachte rond is aangetroffen). Op de noordwesthoek ligt een dam, die geheel gehandhaafd en onaangeroerd zal blijven als oprit. Boven- en ondergrondse tanks. Op het terrein is geen sprake geweest van boven- of ondergrondse olie-opslag. Omgeving. Ten westen ligt een enkele meters brede sloot en vervolgens grasland. Op het oostelijk aangrenzende terrein wordt momenteel een woning gebouwd. Aan de overzijde van de weg bevindt zich de woning van de eigenaar. Deze woning ligt aan de Graafstroom. Bodemonderzoeken locatie en omgeving. In augustus 2015 is door Bakker Milieuadviezen een bodemonderzoek uitgevoerd op het oostelijk aangrenzende terrein.

Op dit terrein zijn gangbare lichte verhogingen aangetroffen, die geen belemmering vormden voor de bouw van een woning. Hypothese. Op grond van de verkregen informatie is in dit onderzoek qua onderzoeksinspanning (aantal boringen en analyses) uitgegaan van een onverdachte locatie. Aandachtspunt PFOA. In juni 2018 heeft de Omgevingsdienst ZHZ middels een nieuwe handreiking vereist dat de bodem binnen een bepaalde zone in hoofdzakelijk de Alblasserwaard extra onderzocht moet worden op de stof Perfluoroctaanzuur (afgekort PFOA). Deze stof is decennialang uitgestoten door onder andere een bedrijf uit Dordrecht. De stof is via de lucht aantoonbaar in de bodem terechtgekomen in een tamelijk groot gebied, zo ook in Bleskensgraaf. Om deze reden is de grond extra onderzocht op PFOA.

V.O. Abbekesdoel E 91, Bleskensgraaf

Bakker Milieuadviezen

3 2.2

Bodemopbouw en geohydrologische situatie. Informatie over de bovenste 1.20 meter van de ongeroerde bodem ter plaatse is verkregen via de geologische kaart van Nederland. Het bodemtype valt onder de zogenoemde poldervaaggronden, welke worden gekarakteriseerd door humeuze klei op een venige ondergrond. De grondwaterstromingsrichting wordt hier met name bepaald door de drainerende en/of stuwende werking van direct aangrenzende sloten. Daarmee is de stromingrichting niet eenduidig.

3.

ONDERZOEKSOPZET.

3.1

Algemeen. Het onderzoek is opgezet volgens de NEN 5740+A1 (april 2016), paragraaf 5.1, "Onderzoeksstrategie voor verkennend onderzoek" (Nederlands Normalisatie-Instituut). De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd volgens de BRL SIKB 2000 en de onderliggende protocollen 2001 en 2002.

3.2

Veldwerkzaamheden. Op 21 januari 2019 zijn op de onderzoekslocatie de veldwerkzaamheden verricht. Voor het boren is een Edelmanboor gebruikt. De locaties van de boringen en de peilbuis zijn weergegeven in bijlage 2. Er zijn 10 boringen verricht, waarvan 2 voor de controle van de demping op de oostelijke perceelsgrens. Boring 1 is uitgevoerd tot 2 m-mv en voorzien van een peilbuis. Boring 2 is 1.5 m diep en de boringen 3 t/m 8 zijn uitgevoerd tot 0.5 m-mv. De boringen 9 en 10 zijn ruim 1 m diep. De uitkomende grond is zintuiglijk onderzocht op de aanwezigheid van eventuele verontreinigingen en beschreven. De beschrijvingen van de boorprofielen zijn opgenomen in bijlage 3.

3.3

Laboratoriumonderzoek De chemische analyses van de grond- en grondwatermonsters zijn uitgevoerd in het geaccrediteerde laboratorium AL-west. Grond. Van de grondmonsters zijn 2 mengmonsters samengesteld. De samenstelling ervan, het betreffende terreindeel en de bijbehorende resultaten staan beschreven in paragraaf 4.2. De 2 mengmonsters zijn geanalyseerd op het standaard analysepakket (NEN 5740) voor grondmonsters. Dit pakket omvat de volgende parameters: Zware metalen: Barium, Cobalt, Molybdeen, cadmium, koper, kwik, lood, nikkel en zink. De meeste metalen komen van nature reeds in lage concentraties in de bodem voor en worden daarbij niet aangemerkt als een verontreiniging. Verontreinigingen met zware metalen kunnen onder andere worden aangetroffen op terreinen van bedrijven waar met metaaloplossingen (bijv. galvanische bedrijven) en metaalpigmenten (keramische industrie) wordt gewerkt en voorts op stookplaatsen, in sintelverhardingen en in combinatie met puin in de bodem. In stedelijke gebieden blijkt vaak sprake van een diffuse (niet zeer sterke maar over een groot gebied verspreide) verontreiniging met zware metalen, voornamelijk lood en in mindere mate koper en zink; Polychloorbifenylen (PCB). Minerale olie. Minerale olie is een verzamelnaam voor de verschillende soorten aardolieprodukten zoals benzine, gasolie en petroleum.

Minerale olie kan als verontreiniging worden aangetroffen bij tankstations, ondergrondse opslagtanks e.d.;

V.O. Abbekesdoel E 91, Bleskensgraaf

Bakker Milieuadviezen

4 -

Polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK). Polycyclische aromatische koolwaterstoffen is een verzamelnaam voor teerachtige produkten welke bestaan uit twee of meer aromatische ringen. Verontreinigingen met polycyclische aromaten kunnen worden aangetroffen op voormalige gasfabrieksterreinen, bij asfaltmolens, op stookplaatsen, in combinatie met verontreinigingen met aardolieprodukten en bij aanwezigheid van kooldeeltjes, sintels en asfalt in de grond. Diffuse verontreinigingen met polycyclische aromaten tengevolge van depositie vanuit de lucht komen eveneens voor. Voor onderzoek naar bodemverontreiniging met polycyclische aromaten worden bepaalde stoffen geanalyseerd. De zogenaamd VROM-reeks welke is opgenomen in het toetsingskader uit de Leidraad Bodembescherming omvat 10 stoffen (10 PAK van VROM).

Grondwater. Het grondwater is geanalyseerd op het standaardpakket voor grondwater. Dit pakket bestaat uit de volgende parameters: benzeen, tolueen, ethylbenzeen,xyleen, naftaleen en styreen; vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen (13); cobalt, barium, molybdeen, cadmium, koper, kwik, lood, nikkel, zink; minerale olie; tribroommethaan en dichloorpropanen(1,1-1,2-1,3).

V.O. Abbekesdoel E 91, Bleskensgraaf

Bakker Milieuadviezen

5 4.

ONDERZOEKSRESULTATEN

4.1

Bodemopbouw en veldwaarnemingen. Uit de boorbeschrijvingen (bijlage 3) blijkt dat de bodem bestaat uit een toplaag van sterk humeuze klei. Daaronder wordt kleiig veen en mineraalarm veen aangetroffen tot 2 m-mv. De opgeboorde grond bevatte geen bijmengingen. Ook bij de boringen 9 en 10 (vermoedelijke demping op oostelijke perceelsgrens) was de bodem vergelijkbaar van opbouw (venige klei op kleiig veen zonder bijmengingen).Er was geen enkele aanleiding voor asbestonderzoek in de grond. Op de datum van grondwatermonstername (29 januari 2019) werd grondwater op 0.35 m-mv aangetroffen. De overige veldwaarnemingen staan in bijlage 3.

4.2

Analyseresultaten De analyserapporten zijn opgenomen als bijlage 4. Voor de beoordeling van de analyseresultaten wordt gebruik gemaakt van onderstaande normen: Achtergrondwaarde AW 2000 (streefwaarden voor water). Deze waarde geeft het niveau aan waarbij sprake is van een duurzame bodemkwaliteit. Dit komt overeen met het niveau waarbij de functionele eigenschappen, die de bodem voor mens, dier en plant heeft, zijn veiliggesteld. Interventiewaarde: Deze waarde geeft het verontreinigingsniveau aan waarboven sprake kan zijn van een geval van ernstige bodemverontreiniging. Hierbij is sprake van een zodanige bodemverontreiniging, dat de functionele eigenschappen die de bodem heeft voor mens, dier en plant kunnen verminderen. De interventiewaarden zijn gebaseerd op een uitgebreide studie van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM), naar zowel de humaan- als ecotoxicologische effecten van bodemverontreinigende stoffen. Er is sprake van een ernstig geval van bodemverontreiniging indien in meer dan 25 m3 grond of in meer dan 100 m3 grondwater sprake is van een overschrijding van de interventiewaarde door een of meer parameters. Tussenwaarde: Voor de waarde voor nader onderzoek, de tussenwaarde genaamd, wordt het gemiddelde van de AW 2000 en de interventiewaarde gehanteerd.

De genoemde waarden zijn voor een aantal stoffen afhankelijk gesteld van de percentages lutum en organische stof van de grond. De berekening van deze waarden voor de bepaalde of geschatte percentages is opgenomen in bijlage 5.

V.O. Abbekesdoel E 91, Bleskensgraaf

Bakker Milieuadviezen

6 In het hierna volgende overzicht staan per geanalyseerd monster de overschrijdingen van de toetsingswaarden als volgt weergegeven: > AW >T >I

overschrijding achtergrondwaarde AW 2000 (lichte verontreiniging); overschrijding tussenwaarde (matige verontreiniging); overschrijding interventiewaarde (ernstige verontreiniging).

Grond. Mengmonster

Bodemlaag

Gehalte > AW

Gehalte > T

Gehalte > I

1 t/m 8

bovengrond

kobalt, koper,kwik lood,molybdeen nikkel,zink

-

-

1.2+1.3+2.2+2.3

ondergrond kleiig veen

molybdeen

-

-

Grondwater In onderstaande tabel staan de overschrijdingen in het grondwater weergegeven. Parameter

Barium

Gehalte in ug/l 180

Streefwaarde

Tussenwaarde

50

340

*

Interventiewaarde

625

Onderzoek PFOA. Naast de individuele monsters voor het reguliere onderzoek is van zowel de bovengrond (0-50 cm) als de venige ondergrond (0.5-1 m-mv) monstermateriaal verzameld ten behoeve van analyses op PFOA. De monsters hiervoor zijn in daarvoor geschikte plastic monsterpotten gedaan. In het analytisch onderzoek zijn onderstaande PFOAgehalten bepaald: bovengrond 0-50 cm (humeuze klei): ondergrond 50-100 cm (kleiig veen):

18 ug/kgds 6.1 ug/kgds

NB: PFOS: 1.0 in bovengrond en 0.9 in ondergrond.

V.O. Abbekesdoel E 91, Bleskensgraaf

Bakker Milieuadviezen

7 5.

CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN.

Op basis van het hierboven beschreven bodemonderzoek kan voor het onderzochte terrein het volgende worden geconcludeerd: -

De zintuiglijk schone bovengrond bevat licht verhoogde gehalten aan kobalt, kwik, lood, koper, zink en nikkel. Dergelijke lichte verhogingen zijn gangbaar te noemen in oude lintbebouwingszones in Bleskensgraaf en in het algemeen. Deze verhogingen zijn niet bezwaarlijk voor de bestemming wonen;

-

De kleiige veen uit de ondergrond bevat alleen een minimaal verhoogd gehalte aan molybdeen;

-

In de bovengrond is een PFOA-gehalte bepaald van 18 ug/kgds en in de venige ondergrond is dit 6.1 ug/kgds. Deze verhogingen vormen geen belemmering voor de bestemming wonen;

-

In het grondwater is alleen barium in een gehalte boven de streefwaarde aangetroffen. Dit is een gangbare, niet relevante verhoging.

Op grond van het uitgevoerde onderzoek vormt de bodemkwaliteit geen belemmering voor de bestemming wonen. Gezien de problematiek met PFOA wordt aanbevolen om te werken met een gesloten grondbalans, ofwel om geen grond naar elders af te voeren. In dit geval zal dit geen probleem zijn aangezien op onderhavig perceel juist grond van elders opgebracht dient te worden gezien de zeer lage ligging ten opzichte van het grondwaterpeil en het peil van omliggende watergangen. NB: Grond die van elders wordt aangevoerd dient uiteraard ook vergezeld te gaan van een geldige kwaliteitsverklaring volgens de BRL SIKB 1000/1001.

V.O. Abbekesdoel E 91, Bleskensgraaf

Bakker Milieuadviezen

Omgevingskaart

Klantreferentie: bleske91

0m

125 m

625 m

Deze kaart is noordgericht. Hier bevindt zich Kadastraal object Bleskensgraaf E 91 CC-BY Kadaster.

Schaal 1: 12500

Uittreksel Kadastrale Kaart

Uw referentie: bleske91

115 39 40

114

849

91

90

0m

Deze kaart is noordgericht Perceelnummer 25 Huisnummer Vastgestelde kadastrale grens Voorlopige kadastrale grens Administratieve kadastrale grens Bebouwing Overige topografie Voor een eensluidend uittreksel, Y, 15 februari 2019 De bewaarder van het kadaster en de openbare registers

12345

5m

25 m

Schaal 1:500 Kadastrale gemeente Sectie Perceel

Bleskensgraaf E 91

Aan dit uittreksel kunnen geen betrouwbare maten worden ontleend. De Dienst voor het kadaster en de openbare registers behoudt zich de intellectuele eigendomsrechten voor, waaronder het auteursrecht en het databankenrecht.

Bijlage 2: situatietekening Abbekesdoel E 91, Bleskensgraaf 1 : 500 Boring 0.5-0.8 m-mv Boring 2 m-mv Peilbuis Bakker Milieuadviezen BM 2513-2019 Get. A.F. Bakker

3

4

1

9

te bouwen woning

8 5

N

7 2 6

10

Bijlage 3

Boorstaten

Boring:

1

Boring:

GWS: Opmerking:

35 pH 7,1 Ec 105 mS/m 32 NTU

GWS: Opmerking:

0

0

Klei, zwak siltig, sterk humeus, donkerbruin

1 -50

50

Veen, sterk kleiïg, donkerbruin

1,2 100

2

0

0

Klei, zwak siltig, sterk humeus, donkerbruin

2 -50

50

Veen, sterk kleiïg, donkerbruin

2,2 100

1,3

2,3

150

-150

150 -200

200

Boring:

3

Boring:

GWS: Opmerking:

GWS: Opmerking:

0

0

Klei, zwak siltig, sterk humeus, donkerbruin

3 -50

50

Boring:

4

0

0

-50

50

5

Boring:

GWS: Opmerking:

Klei, zwak siltig, sterk humeus, donkerbruin

4

6

GWS: Opmerking:

0

0

Klei, zwak siltig, sterk humeus, donkerbruin

5 -50

50

Projectcode: 2513

0

0

Klei, zwak siltig, sterk humeus, donkerbruin

6 50

Abbekesdoel E91 Bleskensgraaf

-50

Bijlage 3

Boorstaten

Boring:

7

Boring:

GWS: Opmerking:

GWS: Opmerking:

0

0

Klei, zwak siltig, sterk humeus, donkerbruin

7 -50

50

Boring:

8

Boring:

GWS: Opmerking:

-50

10

GWS: Opmerking:

0

Klei, zwak siltig, sterk humeus, donkerbruin -50

50

Klei, zwak siltig, sterk humeus, donkerbruin

8 50

9

0

0

0

Veen, sterk kleiïg, donkerbruin

100

0

50

0

Klei, zwak siltig, sterk humeus, donkerbruin -50

Veen, sterk kleiïg, donkerbruin

100 -120

Projectcode: 2513

-120

Abbekesdoel E91 Bleskensgraaf

Bijlage 4 Analyserapporten

AL-West B.V. - AL-West B.V. Dortmundstraat 16B NL - 7418 BH Deventer. Tel: +31 570 788110 Fax: +31 570 788108

Toetsingsinstellingen Versie Toetsingsmethode

2.0.0 Beoordeling kwaliteit van grond volgens Wbb [T.12]

De toetsing is uitgevoerd volgens de vigerende wetgeving waarbij gebruik gemaakt is van de BOTOVA webservice (zie https://www.BOTOVA-service.nl/) Opdracht Opdrachtnummer Laboratorium Matrix Project Datum binnenkomst Rapportagedatum CRM

824716 AL-West B.V. Vaste stoffen 2513 Abbekesdoel Bleskensgraaf 22.01.2019 30.01.2019 Dhr. Henk Berenpas

AL-West B.V. - AL-West B.V. Dortmundstraat 16B NL - 7418 BH Deventer. Tel: +31 570 788110 Fax: +31 570 788108

Monster Analysenummer Monsteromschrijving Datum monstername Monstersoort Versie

864024 MIX: 1 2 3 4 5 6 7 8 21.01.2019 Bodem / Eluaat 1

Gehanteerde waarden voor dit monster Humus (%) Lutum (%)

19,5 21

Resultaat voor dit monster Toetsingsresultaat

Parameter IJzer (Fe2O3) Fractie < 2 µm Cadmium (Cd) Kwik (Hg) Barium (Ba) Kobalt (Co) Zink (Zn) Nikkel (Ni) Molybdeen (Mo) Lood (Pb) Koper (Cu) Indeno-(1,2,3c,d)pyreen Chryseen Fenanthreen Benzo(a)anthraceen Benzo(k)fluorantheen Benzo(ghi)peryleen Anthraceen Benzo-(a)-Pyreen Fluorantheen Naftaleen Koolwaterstoffractie C10-C40 Koolwaterstoffractie C10-C12 Koolwaterstoffractie C12-C16 Koolwaterstoffractie C16-C20 Koolwaterstoffractie C20-C24 Koolwaterstoffractie C24-C28 Koolwaterstoffractie C28-C32 Koolwaterstoffractie C32-C36 Koolwaterstoffractie C36-C40 PCB 28 PCB 52 PCB 101 PCB 118 PCB 138 PCB 153 PCB 180 som 7 polychloorbifenylen PCB28, 52, 101, 118, 138, 153, 180 som 10 polyaromatische koolwaterstoffen (VROM)

Gemeten waarde Gemeten waarde

Overschrijding Achtergrondwaarde

Resultaat

Eenheid

Resultaat BOTOVA(G_standaard) eenheid 3,5 % 21 % 0,57 mg/kg 0,22 mg/kg 459 mg/kg 18,3 mg/kg 157 mg/kg 50,8 mg/kg 3,1 mg/kg 71,4 mg/kg 47,6 mg/kg 0,11 mg/kg

Toetsing

IRW

<5 21 0,7 0,22 400 16 160 45 3,1 76 52 0,22

% Ds % Ds mg/kg Ds mg/kg Ds mg/kg Ds mg/kg Ds mg/kg Ds mg/kg Ds mg/kg Ds mg/kg Ds mg/kg Ds mg/kg Ds

0,2 0,12 0,15 0,11 0,16 < 0,05 0,17 0,36 < 0,05 < 35

mg/kg Ds mg/kg Ds mg/kg Ds mg/kg Ds mg/kg Ds mg/kg Ds mg/kg Ds mg/kg Ds mg/kg Ds mg/kg Ds

0,1 0,062 0,077 0,056 0,082 0,018 0,087 0,18 0,018 12,6

mg/kg mg/kg mg/kg mg/kg mg/kg mg/kg mg/kg mg/kg mg/kg mg/kg

<3

mg/kg Ds

1,08

mg/kg

N

<3

mg/kg Ds

1,08

mg/kg

N

<4

mg/kg Ds

1,44

mg/kg

N

<5

mg/kg Ds

1,79

mg/kg

N

<5

mg/kg Ds

1,79

mg/kg

N

10

mg/kg Ds

5,13

mg/kg

N

<5

mg/kg Ds

1,79

mg/kg

N

<5

mg/kg Ds

1,79

mg/kg

N

< 0,001 < 0,001 < 0,001 < 0,001 < 0,001 < 0,001 < 0,001

mg/kg Ds mg/kg Ds mg/kg Ds mg/kg Ds mg/kg Ds mg/kg Ds mg/kg Ds

0,36 0,36 0,36 0,36 0,36 0,36 0,36 2,51

ug/kg ug/kg ug/kg ug/kg ug/kg ug/kg ug/kg ug/kg

0,8

mg/kg

<= Achtergrondwaarde Wonen

N N N N N N N N N N N N

AW

I

T-index

Toets oordeel

0,6 0,15

13 36

-1 0,002

<= AW > AW en <= T

15 140 35 1,5 50 40

190 720 100 190 530 190

0,019 0,029 0,24 0,0085 0,045 0,05

> AW en <= T > AW en <= T > AW en <= T > AW en <= T > AW en <= T > AW en <= T

190

5000

-1

<= AW

<= Achtergrondwaarde

N N N N N N N N

20

1000

-1

<= AW

<= Achtergrondwaarde

N

1,5

40

-1

<= AW

Wonen Wonen Industrie Wonen Wonen Wonen

<= Achtergrondwaarde

N N N N N N N N N N

AL-West B.V. - AL-West B.V. Dortmundstraat 16B NL - 7418 BH Deventer. Tel: +31 570 788110 Fax: +31 570 788108

Monster Analysenummer Monsteromschrijving Datum monstername Monstersoort Versie

864025 MIX: 1.2 1.3 2.2 2.3 21.01.2019 Bodem / Eluaat 1

Gehanteerde waarden voor dit monster Humus (%) Lutum (%)

53,5 21

Resultaat voor dit monster Toetsingsresultaat

Parameter IJzer (Fe2O3) Fractie < 2 µm Cadmium (Cd) Kwik (Hg) Barium (Ba) Kobalt (Co) Zink (Zn) Nikkel (Ni) Molybdeen (Mo) Lood (Pb) Koper (Cu) Indeno-(1,2,3c,d)pyreen Chryseen Fenanthreen Benzo(a)anthraceen Benzo(k)fluorantheen Benzo(ghi)peryleen Anthraceen Benzo-(a)-Pyreen Fluorantheen Naftaleen Koolwaterstoffractie C10-C40 Koolwaterstoffractie C10-C12 Koolwaterstoffractie C12-C16 Koolwaterstoffractie C16-C20 Koolwaterstoffractie C20-C24 Koolwaterstoffractie C24-C28 Koolwaterstoffractie C28-C32 Koolwaterstoffractie C32-C36 Koolwaterstoffractie C36-C40 PCB 28 PCB 52 PCB 101 PCB 118 PCB 138 PCB 153 PCB 180 som 7 polychloorbifenylen PCB28, 52, 101, 118, 138, 153, 180 som 10 polyaromatische koolwaterstoffen (VROM)

Gemeten waarde Gemeten waarde

Voldoet aan Achtergrondwaarde

Resultaat

Eenheid

Resultaat BOTOVA(G_standaard) eenheid 3,5 % 21 % 0,3 mg/kg 0,029 mg/kg 241 mg/kg 12,6 mg/kg 72,4 mg/kg 27,1 mg/kg 2 mg/kg 31,4 mg/kg 15,1 mg/kg 0,097 mg/kg

Toetsing

IRW

<5 21 0,63 < 0,05 210 11 100 24 2 46 25 0,29

% Ds % Ds mg/kg Ds mg/kg Ds mg/kg Ds mg/kg Ds mg/kg Ds mg/kg Ds mg/kg Ds mg/kg Ds mg/kg Ds mg/kg Ds

0,25 < 0,05 < 0,05 < 0,05 0,23 < 0,05 0,21 0,43 < 0,05 < 140

mg/kg Ds mg/kg Ds mg/kg Ds mg/kg Ds mg/kg Ds mg/kg Ds mg/kg Ds mg/kg Ds mg/kg Ds mg/kg Ds

0,083 0,012 0,012 0,012 0,077 0,012 0,07 0,14 0,012 32,7

mg/kg mg/kg mg/kg mg/kg mg/kg mg/kg mg/kg mg/kg mg/kg mg/kg

< 12

mg/kg Ds

2,8

mg/kg

N

< 12

mg/kg Ds

2,8

mg/kg

N

< 16

mg/kg Ds

3,73

mg/kg

N

25

mg/kg Ds

8,33

mg/kg

N

30

mg/kg Ds

10

mg/kg

N

33

mg/kg Ds

11

mg/kg

N

< 20

mg/kg Ds

4,67

mg/kg

N

< 20

mg/kg Ds

4,67

mg/kg

N

< 0,004 < 0,004 < 0,004 < 0,004 < 0,004 < 0,004 < 0,004

mg/kg Ds mg/kg Ds mg/kg Ds mg/kg Ds mg/kg Ds mg/kg Ds mg/kg Ds

0,93 0,93 0,93 0,93 0,93 0,93 0,93 6,53

ug/kg ug/kg ug/kg ug/kg ug/kg ug/kg ug/kg ug/kg

0,53

mg/kg

<= Achtergrondwaarde <= Achtergrondwaarde

N N N N N N N N N N N N

AW

I

T-index

Toets oordeel

0,6 0,15

13 36

-1 -1

<= AW <= AW

15 140 35 1,5 50 40

190 720 100 190 530 190

-1 -1 -1 0,0027 -1 -1

<= AW <= AW <= AW > AW en <= T <= AW <= AW

190

5000

-1

<= AW

<= Achtergrondwaarde

N N N N N N N N

20

1000

-1

<= AW

<= Achtergrondwaarde

N

1,5

40

-1

<= AW

<= Achtergrondwaarde <= Achtergrondwaarde <= Achtergrondwaarde Wonen <= Achtergrondwaarde <= Achtergrondwaarde

<= Achtergrondwaarde

N N N N N N N N N N

AL-West B.V. - AL-West B.V. Dortmundstraat 16B NL - 7418 BH Deventer. Tel: +31 570 788110 Fax: +31 570 788108

Tabelinformatie Toetsing BOTOVA IRW AW I T-index Toets oordeel

Toetsresultaat uit BOTOVA Indicatieve Referentie Waarden (Bijlage 1, Tabel 2, Staatscourant 2013 nr 16675) Achtergrondwaarde Interventiewaarde Index voor de afwijking van Gstandaard tov gemiddelde van Streefwaarde en Interventiewaarde Parameteroordeel op basis van de waarde bij 'T Index'

Tabelinformatie Index < 0 0 < Index < 0,5 0,5 < Index < 1 Index > 1

GStandaard < AW GStandaard ligt tussen de AW en de oude T GStandaard ligt tussen de oude T en I I overschreden

BIJLAGE 5b: TOETSINGSTABEL GRONDWATER. Parameter

Streefwaarde(ug/l)

Tussenwaarde(ug/l)

Interventiewaarde

Barium

50

340

625

Cadmium

0,4

3,2

6

Cobalt

20

60

100

Koper

15

45

75

Kwik

0,05

0,18

0,3

Lood

15

45

75

Nikkel

15

45

75

Zink

65

433

800

Molybdeen

5

153

300

Benzeen

0.2

15

30

Tolueen

7

504

1000

Ethylbenzeen

4

77

150

Xyleen

0.2

35

70

Naftaleen

0.02

35

70

Styreen

6

153

300

Vinylchloride

0.01

2.5

5

Dichloormethaan

0.2

500

1000

1,1-dichloorethaan

7

454

900

1,1-dichlooretheen

0.01

5

10

1,2-Dichloorethaan

7

204

400

cis-1,2-dichlooretheen

0.2

10

20

Trans1,2-dichlooretheen

0.2

5

10

Trichloormethaan

6

203

400

1,1,1-trichloorethaan

0.2

150

300

1,1,2-trichloorethaan

0.2

65

130

Trichlooretheen(tri)

24

262

500

Tetrachloormethaan

0.2

5

10

Tetrachlooretheen (per)

0.2

20

40

Dichloorpropanen

0.01

500

1000

tribroommethaan

1

315

630

Minerale olie

50

325

600

Abbekesdoel tegenover nummer 39, Bleskensgraaf rapport 4846

Abbekesdoel tegenover nummer 39 te Bleskensgraaf (gemeente Molenlanden) Een bureauonderzoek

I.S.J. Beckers

2

Colofon ADC Rapport 4846 Abbekesdoel tegenover nummer 39 te Bleskensgraaf (gemeente Molenlanden) Een bureauonderzoek Auteur: I.S.J. Beckers In opdracht van: Van den Heuvel Ontwikkeling & Beheer B.V., handelend namens de heer C. van der Stelt © ADC ArcheoProjecten, Amersfoort, 14 oktober 2019 Foto’s en tekeningen: ADC ArcheoProjecten, tenzij anders vermeld Status onderzoek: definitief Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie of op welke wijze dan ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgevers. ADC ArcheoProjecten aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit de toepassing van de adviezen of het gebruik van de resultaten van dit onderzoek.

Autorisatie: R.M. van der Zee

ISSN 1875-1067

ADC ArcheoProjecten Postbus 1513 3800 BM Amersfoort Tel. 033-299 81 81 E-mail info@archeologie.nl

3

Inhoudsopgave Samenvatting 1 Inleiding en administratieve gegevens 2 Bureauonderzoek 2.1 Doelstelling en vraagstelling 2.2 Methodiek 2.3 Resultaten 2.4 Gespecificeerde verwachting en conclusie 3 Aanbeveling Literatuur Geraadpleegde websites Lijst van afbeeldingen en tabellen

5 7 9 9 9 9 14 14 15 16 16

4

5

Samenvatting In opdracht van Van den Heuvel Ontwikkeling & Beheer B.V., handelend namens de heer C. Van der Stelt, heeft ADC ArcheoProjecten in januari en februari 2019 een bureauonderzoek uitgevoerd naar de (mogelijke) aanwezigheid van archeologische waarden op de locatie Abbekesdoel tegenover nummer 39 te Bleskensgraaf, gemeente Molenlanden. De aanleiding van het onderzoek is de voorgenomen bouw van een vrijstaande woning. Op basis van het bureauonderzoek is een gespecificeerde verwachting opgesteld. Hieruit blijkt dat het plangebied oorspronkelijk deel heeft uitgemaakt van een veengebied. Veengebieden waren vóór de grootschalige ontginningen in de Late Middeleeuwen vanwege de natte omstandigheden niet geschikt voor permanente bewoning. Daarom worden uit de periode Neolithicum t/m Vroege Middeleeuwen geen archeologische waarden verwacht. In de Late Middeleeuwen, gedurende de 11e tot en met de 13e eeuw, werden de veengebieden van de Alblasserwaard ontgonnen, waarbij de Alblas in oostelijke richting verlengd werd tot de Graafstroom. Ten zuiden van de Graafstroom kwam het ontginningslint van de Abbekesdoel tot ontwikkeling. Vanwege wateroverlast werden de erven opgehoogd en ontstond een reeks huisterpen. Het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN) en de van het gebied beschikbare oude kaarten geven geen aanleiding om in het plangebied een huisplaats te verwachten.

Tijdens het booronderzoek op het perceel direct ten oosten van het plangebied werden ook geen ophogingslagen of andere aanwijzingen voor bewoning van het gebied tijdens de Late Middeleeuwen en de Nieuwe tijd gevonden. De aanwezigheid van bewoningsresten uit genoemde perioden wordt in het plangebied niet waarschijnlijk geacht. ADC ArcheoProjecten adviseert daarom het plangebied vrij te geven voor de voorgenomen ontwikkeling. Het is nooit volledig uit te sluiten dat binnen het onderzochte gebied archeologische resten voorkomen. Mochten er tijdens graafwerkzaamheden archeologische resten worden aangetroffen, dan geldt hiervoor een meldplicht conform artikel 5.10 en 5.11 van de Erfgoedwet. Deze melding dient zo spoedig mogelijk plaats te vinden bij de gemeente Molenlanden en haar adviseur via e-mail: ronald.vanoosterbos@jouwgemeente.nl en info@hamaland-advies.nl. Bovengenoemd selectieadvies wordt onderschreven door de adviseur archeologie van de gemeente Molenlanden.

6

Tabel 1. Overzicht van de verschillende (pre)historische perioden. Periode

Afkorting

Tijd in jaren

Nieuwe tijd:

NT

1500 - heden

Middeleeuwen:

XME

450 – 1500 na Chr.

Late Middeleeuwen

LME

Vroege Middeleeuwen

VME

Romeinse tijd:

ROM

1050 - 1500 na Chr. 450 - 1050 na Chr. 12 voor Chr. – 450 na Chr.

Laat-Romeinse tijd

ROML

270 - 450 na Chr.

Midden-Romeinse tijd

ROMM

70 - 270 na Chr.

Vroeg-Romeinse tijd

ROMV

12 voor Chr. - 70 na Chr.

IJzertijd:

IJZ

Late IJzertijd

IJZL

250 - 12 voor Chr.

Midden-IJzertijd

IJZM

500 - 250 voor Chr.

Vroege IJzertijd

IJZV

Bronstijd:

BRONS

Late Bronstijd

BRONSL

800 – 12 voor Chr.

800 - 500 voor Chr. 2000 - 800 voor Chr. 1100 - 800 voor Chr.

Midden-Bronstijd

BRONSM

1800 - 1100 voor Chr.

Vroege Bronstijd

BRONSV

2000 - 1800 voor Chr.

Neolithicum (Jonge Steentijd):

NEO

Laat-Neolithicum

NEOL

5300 – 2000 voor Chr. 2850 - 2000 voor Chr.

Midden-Neolithicum

NEOM

4200 - 2850 voor Chr.

Vroeg-Neolithicum

NEOV

Mesolithicum (Midden-Steentijd):

MESO

5300 - 4200 voor Chr. 8800 – 4900 voor Chr.

Laat-Mesolithicum

MESOL

6450 - 4900 voor Chr.

Midden-Mesolithicum

MESOM

7100 - 6450 voor Chr.

Vroeg-Mesolithicum

MESOV

8800 - 7100 voor Chr.

Paleolithicum (Oude Steentijd):

PALEO

Laat-Paleolithicum

PALEOL

35.000 - 8800 voor Chr.

Midden-Paleolithicum

PALEOM

300.000 – 35.000 voor Chr.

Vroeg-Paleolithicum

PALEOV

tot 300.000 voor Chr.

Bron: Archeologisch Basis Register 1992

tot 8800 voor Chr.

7

1

Inleiding en administratieve gegevens In opdracht van Van den Heuvel Ontwikkeling & Beheer B.V., handelend namens dhr. C. Van der Stelt, heeft ADC ArcheoProjecten in januari en februari 2019 een bureauonderzoek uitgevoerd naar de (mogelijke) aanwezigheid van archeologische waarden op de locatie Abbekesdoel tegenover nummer 39 te Bleskensgraaf, gemeente Molenlanden (afb. 1 en 2). De aanleiding van het onderzoek is de voorgenomen bouw van een vrijstaande woning. Sinds 1 juli 2016 is de Erfgoedwet in werking getreden en is de Monumentenwet 1988 komen te vervallen. De bepalingen van een deel van de Monumentenwet zijn opgenomen in de Erfgoedwet. Het deel dat betrekking heeft op de besluitvorming in de fysieke leefomgeving gaat over naar de toekomstige Omgevingswet. Vooruitlopend op de datum van ingang van de Omgevingswet zijn deze artikelen te vinden in het Overgangsrecht in de Erfgoedwet, waar ze ongewijzigd van toepassing blijven zolang de Omgevingswet nog niet van kracht is. Op grond van de Erfgoedwet moeten archeologische (verwachtings)waarden gewaarborgd zijn in het bestemmingsplan.

In het vigerende bestemmingsplan ‘Buitengebied Graafstroom, 3e herziening’, dat op 15 september 2015 door de voormalige gemeente Molenwaard is vastgesteld, rust op het plangebied de dubbelstemming Waarde Archeologie 2.1 Op grond hiervan is archeologisch onderzoek verplicht bij bodemingrepen met een oppervlakte groter dan 100 m2 en dieper dan 30 cm –mv. Omdat de archeologische vrijstellingsgrenzen worden overschreden dient de initiatiefnemer in het kader van de omgevingsvergunning een rapport te overleggen waarin naar oordeel van de bevoegde overheid de archeologische waarde van het plangebied voldoende is vastgesteld. In het kader van dit proces heeft het in dit rapport beschreven onderzoek plaatsgevonden. In Nederland dient het vaststellen van de archeologische waarde van een plangebied te gebeuren op grond van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA versie 4.1).2 Gemeenten kunnen hierop aanvullende uitvoeringskaders vaststellen. De gemeente Molenlanden heeft voor zover bekend geen aanvullende uitvoeringskaders vastgesteld voor het uitvoeren van archeologisch vooronderzoek, noch zijn deze voor dit project afzonderlijk opgesteld.3 Dit onderzoek is dus gebaseerd op de algemene criteria die in de KNA staan geformuleerd.

1

http://www.ruimtelijkeplannen.nl/

2

SIKB 2016.

3

Telefonisch contact met dhr. R.A.R.M. van Oosterbos (adviseur archeologie van de gemeente Molenlanden).

8

De volgende administratieve gegevens zijn van toepassing: opdrachtgever:

Van den Heuvel Ontwikkeling & Beheer B.V. dhr. T. Versluis Lekdijk 44 2967 GB Langerak tel.: 0184 – 600 240 e-mail: trevor@vandenheuvelbv.eu handelend namens: dhr. C. van der Stelt tel.: 0184 – 691 788

fase AMZ-cyclus:

bureauonderzoek

aanleiding:

bouw van een vrijstaande woning

locatie:

Abbekesdoel tegenover nummer 39

plaats:

Bleskensgraaf

gemeente:

Molenlanden

provincie:

Zuid-Holland

kadastrale gegevens:

gemeente Bleskensgraaf sectie B nummer 92

kaartblad:

38D (1:25.000)

oppervlakte plangebied:

ca. 1.460 m

coördinaten:

111.870 / 431.249

2

111.897 / 431.261 111.894 / 431.201 111.869 / 431.195 bevoegde overheid met contactgegevens:

Gemeente Molenlanden Dhr. R.A.R.M. van Oosterbos Postbus 5 2970 AA Bleskensgraaf tel: 088 – 751 50 00 e-mail: info@molenlanden.nl

Goedkeuring rapport door bevoegde overheid:

verondersteld, rapport is door opdrachtgever/initiatiefnemer

Archis-zaaknummer:

4668699100

ADC-projectcode:

4210100

voorgelegd

auteur:

I.S.J. Beckers

projectmedewerkers:

niet van toepassing

autorisatie:

R.M. van der Zee

periode van uitvoering:

januari, februari en oktober 2019

beheer en plaats documentatie:

ADC ArcheoProjecten bv, Amersfoort

beheer en plaats digitale documentatie (e-depot):

https://doi.org/10.17026/dans-x2t-tnns

9

2

Bureauonderzoek 2.1

Doelstelling en vraagstelling

Het bureauonderzoek vormt de eerste stap in het vaststellen van de archeologische waarde van het gebied. Het doel van bureauonderzoek is het aan de hand van schriftelijke bronnen verwerven van informatie over bekende en/of verwachte archeologische waarden in het plangebied, om daarmee te komen tot een gespecificeerde, archeologische verwachting. Voor het bureauonderzoek zijn de volgende onderzoeksvragen opgesteld:  Zijn mogelijk archeologische waarden in het plangebied aanwezig, en zo ja, wat is de specifieke archeologische verwachting?  Is het plangebied voldoende onderzocht en zo nee, welke vorm van nader archeologisch onderzoek kan worden geadviseerd?

2.2

Methodiek

Het onderzoek is uitgevoerd conform de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA), versie 4.1 Landbodems, protocol 4002 Bureauonderzoek. Tijdens het bureauonderzoek worden diverse bronnen geraadpleegd, wat leidt tot het opstellen van een gespecificeerde verwachting. De gespecificeerde verwachting kan worden beschouwd als een belangrijke conclusie van het bureauonderzoek, omdat hierin wordt aangegeven of archeologische waarden in het plangebied worden verwacht. Als dit het geval is, zal zo mogelijk de aard, de omvang, de diepteligging en de datering van deze waarden worden beschreven. Indien relevant zal de omvang worden weergegeven op een kaart.

2.3

Resultaten

2.3.1 Afbakening plan- en onderzoeksgebied, beschrijving huidig gebruik en vaststellen van de consequenties van het mogelijk toekomstige gebruik Het plangebied is gelegen in het buitengebied van de gemeente Molenlanden, ten westen van de kern Bleskensgraaf. Het bevindt zich ten zuiden van de Abbekesdoel, tegenover nummer 39. De noordgrens van het plangebied wordt gevormd door de Abbekesdoel en de west- en zuidgrens door sloten. Ten oosten van het plangebied bevindt zich het perceel van de Abbekesdoel 38a. Het plangebied heeft een oppervlakte van ca. 1.460 m2 en is momenteel in gebruik als grasland en dierenweide. In het noorden van het plangebied is een kleine schuur aanwezig. In het kader van het onderzoek zijn gegevens met betrekking tot de aanwezigheid van ondergrondse kabels en leidingen opgevraagd bij het KLIC. Uit de hierop ontvangen gegevens blijkt dat in het noorden van het plangebied een rioolleiding aanwezig is.4 Van het plangebied zelf zijn onvoldoende archeologische en aardkundige gegevens beschikbaar om een uitspraak te kunnen doen over de archeologische verwachting. Daarom zijn tevens gegevens betrokken uit de directe omgeving, waarmee het onderzoeksgebied kan worden gedefinieerd als het gebied binnen een straal van circa 500 m rondom het plangebied.

De begrenzing van deze zone is gebaseerd op het gegeven dat hierbinnen sprake is van voldoende informatie om een uitspraak te doen over de archeologische verwachting die representatief is voor het plangebied. In het plangebied zal een vrijstaande woning gebouwd worden (afb. 3). Deze woning krijgt een noord-zuid oriëntatie en wordt centraal in het plangebied gerealiseerd. De woning zal gefundeerd worden op funderingsbalken op heipalen. Ter plaatse van de nieuwe funderingsbalken zal de bodem tot ca. 80 cm –mv ontgraven worden. Het gedeelte rondom de woning zal als erf en parkeerterrein worden ingericht en worden voorzien van straatwerk. De overige delen van het plangebied zullen in gebruik genomen worden als tuin. 4

KLIC-Oriëntatieverzoek 19O008933.

10

De consequentie van de uitvoering van de voorgenomen plannen kan zijn dat eventuele aanwezige waardevolle archeologische resten in de ondergrond worden aangetast. 2.3.2 Beschrijving van de aardwetenschappelijke waarden De volgende aardwetenschappelijke informatie is bekend van het plangebied: Bron

Informatie

Geologische kaart van Nederland 1:50.000

5

Het plangebied ligt op de overgang van: Afzettingen van Tiel

6

(komafzettingen) op een afwisseling van Hollandveen met 7

Afzettingen van Gorkum (kom- en oeverafzettingen), op Afzettingen van Gorkum8 (geulafzettingen, kaartcode: rA2k) in het noorden, naar: 9

Afzettingen van Tiel (komafzettingen) op een afwisseling van 10

Hollandveen met Afzettingen van Gorkum (kom- en oeverafzettingen, kaartcode: rF2k) in het zuiden. Niet gekarteerd (bebouwd), het plangebied ligt in het

Geomorfologische kaart van Nederland 1:50.000 (landsdekkende, digitale versie)

11

Bodemkaart van Nederland 1:50.000 12

(landsdekkende, digitale versie) Meandergordelkaart (afb. 4)

13

verlengde van een rivier-inversierug (kaartcode: 3K26) weideveengronden op bosveen of eutroof broekveen (kaartcode: pVb) Het plangebied ligt op ca. 100 m ten zuidoosten van de Schoonrewoerdse stroomgordel (actief tussen 3.200 en 2.100 v. Chr. (cal.), hoogte van het beddingzand op 1,8 m tot 0,8 m -NAP) en op 400 m ten noorden en 350 m ten westen van takken van de Vuilendamse stroomgordel (actief tussen ca. 6.200 en 5.250 v. Chr. (cal.) en hoogte van het beddingzand op 7,2 tot 6,3 m –NAP)

Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN, afb. 5)

1,67 tot 1,72 m -NAP

14

Het plangebied bevindt zich in het centrale Nederlandse rivierengebied en maakt deel uit van de Alblasserwaard. In het Holoceen, de relatief warme periode die is ingegaan vanaf 9.700 v. Chr., heeft hier voornamelijk riviersedimentatie en veenvormingen plaatsgehad. De rivierafzettingen worden tot de Formatie van Echteld gerekend, het veen wordt tot het Hollandveen Laagpakket binnen de Formatie van Nieuwkoop gerekend.15 Volgens de digitale paleomeandergordelkaart zijn op 100 m ten noordwesten van het plangebied de Schoonrewoerdse stroomgordel, op 350 m ten oosten van het plangebied en 400 m ten zuiden van het plangebied twee takken van de Vuilendamse stroomgordel actief geweest (afb. 4). De Vuilendamse stroomgordel was actief in de periode tussen ca. 6.200 en 5.250 v. Chr. (cal.) en was waarschijnlijk een anastomoserend riviersysteem. Een anastomoserend rivierensysteem bestaat uit een stabiel patroon van meerdere, onderling verbonden riviergeulen, die worden gekenmerkt door een hoge sedimentatiesnelheid en een lage kronkelfactor. Deze geulen overstroomden regelmatig, waarbij in het tussengelegen gebied oeverafzettingen zijn afgezet (siltige en zandige klei). Verder van de rivier af werden komafzettingen afgezet, zwak tot matig siltige klei. In de gebieden zonder

5

Rijks Geologische Dienst 1992.

6

Oude benaming, volgens de huidige lithostratigrafische indeling (TNO 2013) is dit de Formatie van Echteld.

7

Idem, Formatie van Echteld.

8

Idem, Formatie van Echteld.

9

Idem, Formatie van Echteld.

10

Idem, Formatie van Echteld.

11

Alterra 2008.

12

Alterra 2014.

13

Cohen et al. 2012.

14

ahn.arcgisonline.nl/ahnviewer.

15

De Mulder et al. 2003.

11

rivieractiviteit kon veen gevormd worden. Het beddingzand van de Vuilendamse stroomgordel bevindt zich op ca. 7,2 tot 6,3 m –NAP. Vanaf ongeveer 3.200 v. Chr. werd de Schoonrewoerdse stroomgordel in het noorden van het onderzoeksgebied actief. Deze rivier had een meanderende patroon. Een meanderend systeem bestaat uit één grote hoofdgeul die zich door verschillen in stroomsnelheid tussen de binnen- en buitenbochten zijdelings verplaatst. Langs de rivier ontstaan relatief hoge oeverwallen. Aan weerszijden van de oeverwallen werden tijdens overstromingen komafzettingen afgezet. Als gevolg van avulsies ontstonden nieuwe lopen, waarbij de oude loop langzaam dichtslibde. Door verschillen in klink tussen de oever- en bedddingafzettingen en het omringende veen kwamen de voormalige rivierlopen relatief hoog in het landschap te liggen. De zogenoemde stroomruggen vormden daarom aantrekkelijke locaties voor bewoning. Dit blijkt uit de aanwezigheid van archeologische vindplaatsen, uit de periode van het Neolithicum tot en met de IJzertijd, die op de Schoonrewoerdse stroomgordel zijn aangetroffen.16 Bij een booronderzoek dat direct ten oosten van het plangebied is uitgevoerd, zijn in het noordoosten van het onderzochte gebied bedding- en oeverafzettingen van de Schoonrewoerdse stroomgordel gevonden.17 Hier werden echter geen aanwijzingen gevonden voor een bewoonbaar oppervlak.

Nadat de Schoonrewoerdse stroomgordel inactief was geworden, ontstonden in dit deel van de Alblasserwaard zeer gunstige omstandigheden voor de vorming van veen. Dit veen wordt gerekend tot het Hollandveen Laagpakket binnen de Formatie van Nieuwkoop.18 Volgens de Geologische Kaart van Nederland, schaal 1:50.000 zijn boven op het veenpakket komafzettingen aanwezig. In het plangebied is een geologische boring uitgevoerd. Volgens de beschrijving van de boring is van een diepte van 0 tot 1,7 m –mv een pakket humeuze klei aanwezig op een 1 m dik pakket mineraalarm veen en op een tenminste tot 8 m –mv reikend pakket ‘kleiige’ klei.19 Een andere, gedetailleerder beschreven boring, is direct ten noordwesten van het plangebied gezet. Hier bestaat het bodemprofiel van 0 tot 0,4 m –mv uit zwak siltige klei, op een 2,1 m dik mineraalarm veenpakket, op een ten minste tot 4 m –mv reikende laag zwak siltige klei.20 Waarschijnlijk is dus in het plangebied sprake van een laag komafzettingen in de ondergrond, afgedekt met een laag mineraalarm veen en een dunne laag komafzettingen direct onder het maaiveld.

Het perceel ten oosten van het plangebied is archeologisch onderzocht door middels een inventariserend veldonderzoek in de vorm van een verkennend booronderzoek.21 In het westelijke deel van het perceel, het gedeelte dat direct aan het plangebied grenst, zijn enkele veenpakketten met daartussen lagen komafzettingen gevonden. Waarschijnlijk maakt het plangebied dus ten minste na de actieve fase van de Schoonrewoerdse stroomgordel, dus vanaf ongeveer 3.200 v. Chr., al deel uit van een komgebied. Op het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN) is in het plangebied sprake van een relatief geringe maaiveldhoogte vergeleken met het deel ten noorden van de Abbekesdoel (afb. 5). Het maaiveldniveau in het plangebied varieert van 1,67 m –NAP in het zuiden tot 1,72 m –NAP in het noorden. Ten noorden van de Abbekesdoel is er sprake van een maaiveldhoogte van ca. 0,45 tot 0,5 m –NAP.22 In de Late Middeleeuwen werd de Alblasserwaard gefaseerd ontgonnen. vanwege de slechte waterhuishouding was het noodzakelijk om woonlocaties op te hogen en ontstonden huisterpen.23 Deze zijn over het algemeen goed zichtbaar op het AHN en vormden de kern van de boerderijerven 16

Cohen et al. 2012.

17

Huizer 2016.

18

De Mulder et al. 2003.

19

http://www.dinoloket.nl/ondergrondgegevens, geologische boring B38D1680.

20

http://www.dinoloket.nl/ondergrondgegevens, geologische boring B38D4441.

21

Archis-zaakidentificatie 3298031100, Huizer 2016.

22

https://ahn.arcgisonline.nl/ahnviewer/

23

Huizer 2016.

12

uit de Late Middeleeuwen en veelal ook van de boerderijerven uit de Nieuwe tijd. De lage ligging van het plangebied op het AHN is dus een indicatie dat het plangebied in de Late Middeleeuwen en Nieuwe tijd niet bewoond is geweest. Op de digitale Bodemkaart van Nederland, schaal 1:50.000 is het plangebied gekarteerd in een zone met weideveengronden, ontwikkeld in bosveen of eutroof broekveen.24 Weideveengronden zijn veengronden die tot boven in het bodemprofiel nauwelijks veraard zijn en zonder moerige bovengrond. Ze worden gekenmerkt door een afdekkende kleilaag, waarin in de top een minerale eerdlaag is ontwikkeld.25 In de omgeving van Bleskensgraaf is de humushoudende bovengrond in dit bodemtype ongeveer 15 tot 25 cm dik.26 2.3.3 Beschrijving van bekende archeologische waarden Op de archeologische verwachtings- en beleidsadvieskaart van de voormalige gemeente Graafstroom27 maakt het plangebied deel uit van een bewoningslint en maakte (voor zover bekend) geen deel uit van een huisplaats (afb. 6). Aan deze delen van de bewoningslinten is daarom een middelmatige archeologische verwachting voor de Late middeleeuwen en de Nieuwe tijd worden gekoppeld. Hierbinnen geldt een relatief lage dichtheid aan archeologische sporen, omdat niet gehele zone langs de ontginningsassen bewoond is geweest.

De Cultuurhistorische Hoofdstructuur (CHS) van de provincie Zuid-Holland was tijdens het onderzoek door een storing niet raadpleegbaar.28 In het onderzoeksgebied zijn verschillende archeologische onderzoeken uitgevoerd en zijn diverse vondstlocaties bekend in Archis (afb. 7). Het plangebied ligt in het onderzoeksgebied van een bureau- en inventariserend veldonderzoek in de vorm van een verkennend booronderzoek dat ten behoeve van de opwaardering van de 380 kV verbinding tussen Krimpen aan den IJssel en Geertruidenberg is uitgevoerd. Het ligt ter hoogte van de toegangsweg naar mastlocatie 28. Omdat deze toegangsweg niet over een oude stroomgordel loopt of nabij een oude stroomgordel ligt en dientengevolge geen archeologische waarden werden verwacht, is besloten van aanvullend onderzoek af te zien.29 Direct ten oosten van het plangebied is voor de bouw van een woning op de Abbekesdoel 38 een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek in de vorm van verkennend booronderzoek uitgevoerd. Uit het onderzoek bleek dat in de ondergrond van het noordoosten van de locatie oever- op beddingafzettingen van de Schoonrewoerdse stroomgordel aanwezig waren. In de overige delen werden veenpakketten afgewisseld met lagen komklei gevonden. Er werd geen opgebrachte laag aangetroffen.

Omdat de oeverafzettingen niet ontkalkt waren en in het gebied geen archeologische niveaus zijn herkend, werden in het gebied geen archeologische waarden verwacht. Daarom is geadviseerd om hier geen vervolgonderzoek uit te voeren. 30 Op de locatie Heulenslag 39, op 380 m ten westen van het plangebied, is een bureauonderzoek uitgevoerd naar de (mogelijke) aanwezigheid van archeologische waarden.31 Dit werd gevolgd door de uitvoering van een inventariserend veldonderzoek in de vorm van een verkennend booronderzoek. Tijdens dit onderzoek, uitgevoerd met handmatig uitgevoerde boringen, bleek dat op de gehele locatie sprake was van ondoordringbare puinlagen. Als gevolg hiervan kon geen van de boringen dieper doorgezet worden dan 25 tot 70 cm –mv. Gezien de bijmenging van plastic werden de aangetroffen puinlagen als (sub)recent of verstoord beschouwd. Omdat de diepere ondergrond niet onderzocht kon worden, konden geen uitspraken worden gedaan over de 24

Alterra 2014.

25

De Bakker & Schelling 1966.

26

Markus 1984.

27

Boshoven et al. 2009.

28

http://pzh.b3p.nl/viewer/app/Cultuur_historische_atlas.

29

Archis-zaakidentificatie 4591578100, Fens & Teekens 2018.

30

Archis-zaakidentificatie 3298031100, Huizer 2016.

31

Archis-zaakidentificatie 4571732100, Holl 2018.

13

aanwezigheid van archeologisch interessante lagen en/of niveaus onder de genoemde puinlagen. Om de onderliggende bodemopbouw te bereiken en in kaart te kunnen brengen werd geadviseerd gebruik te maken een mechanisch pulsboorsysteem. Op de locatie Abbekesdoel, op 380 m ten oosten van het plangebied, is een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek in de vorm van verkennend booronderzoek uitgevoerd. Tijdens het booronderzoek werden in het noorden van het gebied crevasse- en oeverafzettingen van de Schoonrewoerdse stroomgordel aangetroffen. Er was in de top van deze afzettingen echter geen archeologische niveau aanwezig. Daarom werden geen archeologische waarden in het gebied verwacht en is het gebied vrijgegeven voor de voorgenomen ontwikkeling.32 In 1981 zijn alle (mogelijke) huisterpen van de Alblasserwaard in kaart gebracht. In het onderzoeksgebied zijn langs de Abbekesdoel en de Heulenslag verschillende locaties aangegeven waar van een huisterp sprake is of kan zijn. De dichtstbijzijnde huisterpen op respectievelijk 80 m ten westen,33 100 m ten noorden34 en op 90 m ten oosten van het plangebied.35 Op de archeologische verwachtings- en beleidsadvieskaart van de voormalige gemeente Graafstroom zijn deze aangegeven als zones met een zeer hoge verwachtingswaarde voor de Late Middeleeuwen en Nieuwe tijd (zie afb. 6).

2.3.4 Beschrijving van de historische situatie, mogelijke verstoringen en bouwhistorische waarden De historische situatie is op verschillende kaarten als volgt: Bron

Jaartal

Historische situatie

Kadastrale minuut (afb. 8)36

1811-1832

bouwland

Topografische kaart

37

1847-1848

weiland

Bonnekaart (afb. 9)38

1878, 1894, 1899, 1927 & 1930

weiland

Topografische kaart39

1936, 1952, 1959, 1969, 1981, 1989, 1995

weiland

In de Late Middeleeuwen werd de veengebieden van de Alblasserwaard grootschalig ontgonnen. De Alblas werd als ontginningsbasis gebruikt en werd in oostelijke richting uitgebreid tot voorbij Bleskensgraaf. De gegraven voortzetting van de Alblas werd de Abbekesdoel of de Graafstroom genoemd. Bleskensgraaf is naar de Graafstroom vernoemd. In de Late Middeleeuwen ontstond ook langs de dijk langs de Abbekesdoel een bewoningslint. In eerste instantie was het noodzakelijk om de erven op te hogen ter bescherming tegen wateroverlast. Dit verklaart de aanwezigheid van een bewoningslinten met huisterpen. In de Nieuwe tijd verbeterde de waterhuishouding en was het niet meer nodig om de erven op te hogen. Wel werd er nog dankbaar gebruik gemaakt van de laatmiddeleeuwse huisterpen als vestigingsplaats.40 Op de oudste kadasterkaart, het minuutplan van de gemeente Bleskensgraaf uit 1811-183241, komt de begrenzing van het perceel dat het onderhavige plangebied vormt, exact overeen met de huidige begrenzing. Het perceel was in het begin van de 19e eeuw volgens de bij de kadastrale minuutkaart behorende Oorspronkelijke Aanwijzende Tafelen (OAT) in gebruik als bouwland. Volgens het latere kaartmateriaal uit de 19e en 20e eeuw is het perceel in gebruik als weiland (fig. 8). De schuur in het noorden van het plangebied dateert volgens de gegevens van de

32

Archis-zaakidentificatier 4557111100, Holl 2018.

33

Archis-objectnummer 1064236.

34

Archis-objectnummer 1004231.

35

Archis-objectnummer 1064907.

36

Kadaster 1832.

37

Wolters-Noordhoff Atlasprodukties 1990.

38

Bureau Militaire Verkenningen 1878, 1894, 1899, 1927 & 1930.

39

Topografische Dienst Nederland 1936-1989

40

Huizer 2016.

41

Kadaster 1811-1832.

14

Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG) uit 1995.42 Op basis van het historische kaartmateriaal wordt in het gebied geen boederijerf uit de Late Middeleeuwen en/of de Nieuwe tijd verwacht.

2.4

Gespecificeerde verwachting en conclusie

De eerste, voor het bureauonderzoek opgestelde onderzoeksvraag “Zijn mogelijk archeologische waarden in het plangebied aanwezig, en zo ja, wat is de specifieke archeologische verwachting?” kan als volgt worden beantwoord: Het plangebied heeft oorspronkelijk deel uitgemaakt van een komgebied. Komgebieden waren vóór de grootschalige ontginningen in de Late Middeleeuwen vanwege de natte omstandigheden niet geschikt voor permanente bewoning. Daarom worden uit perioden Neolithicum tot en met de Vroege Middeleeuwen geen archeologische waarden verwacht. In de Late Middeleeuwen, gedurende de 11e tot en met de 13e eeuw, werden de veengebieden van de Alblasserwaard ontgonnen, waarbij de Alblas in oostelijke richting verlengd werd tot de Graafstroom. Ten zuiden van de Graafstroom kwam het ontginningslint van de Abbekesdoel tot ontwikkeling. Vanwege wateroverlast werden de erven opgehoogd en ontstond een reeks huisterpen. Het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN) en de van het gebied beschikbare oude kaarten geven geen aanleiding om in het plangebied een huisplaats te verwachten. Tijdens het booronderzoek op het perceel direct ten oosten van het plangebied werden ook geen ophogingslagen of andere aanwijzingen voor bewoning van het gebied tijdens de Late Middeleeuwen en de Nieuwe tijd gevonden.

De aanwezigheid van bewoningsresten uit genoemde perioden wordt in het plangebied niet waarschijnlijk geacht. De beantwoording van de overige onderzoeksvragen is als volgt:  Is het plangebied voldoende onderzocht en zo nee, welke vorm van nader archeologisch onderzoek kan worden geadviseerd? Samenvattend kan gesteld worden dat in het plangebied, vanwege de ligging in een veengebied, geen archeologische resten uit de periode voorafgaand aan de grootschalige ontginningen zijn te verwachten. Verder zijn er op basis van oude kaarten alsook de maaiveldhoogte geen aanknopingspunten voor de aanwezigheid van een huisplaats uit de Late Middeleeuwen en de Nieuwe tijd. Het plangebied wordt derhalve als voldoende onderzocht beschouwd.

3

Aanbeveling ADC ArcheoProjecten adviseert het plangebied vrij te geven voor de voorgenomen ontwikkeling. Het is nooit volledig uit te sluiten dat binnen het onderzochte gebied archeologische resten voorkomen. Mochten er tijdens graafwerkzaamheden archeologische resten worden aangetroffen, dan geldt hiervoor een meldplicht conform artikel 5.10 en 5.11 van de Erfgoedwet. Deze melding dient zo spoedig mogelijk plaats te vinden bij de gemeente Molenlanden en haar adviseur via email: ronald.vanoosterbos@jouwgemeente.nl en info@hamaland-advies.nl. Bovengenoemd selectieadvies wordt onderschreven door de adviseur archeologie van de gemeente Molenlanden.

42

https://bagviewer.kadaster.nl

15

Literatuur Alterra, 2008: Geomorfologische kaart van Nederland 1:50.000; Landsdekkend digitaal bestand. Alterra, 2014: Bodemkaart van Nederland 1:50.000; Landsdekkend digitaal bestand. Bakker, H. de, & J. Schelling, 1966: Systeem van bodemclassificatie voor Nederland, de hogere niveaus. Wageningen. Boshoven, E.H., A. Buesink, H.M.M. Geerts, J.S. Krist, L.A. Tebbens & J.M.J. Willems, 2009: Regio Alblasserwaard en Vijfheerenlanden, een archeologische inventarisatie, verwachtings- en beleidsadvieskaart. BAAC-rapport V-08.0185. ’s-Hertogenbosch. Bureau Militaire Verkenningen, 1878, 1894, 1899, 1927 & 1930: Bonnekaart, schaal 1:50.000, Blad 526 Molenaarsgraaf Cohen, K.M., E. Stouthamer, H.J. Pierik & A.H. Geurts, 2012: Digitaal Basisbestand Paleogeografie van de Rijn-Maas Delta. Utrecht. Holl, J., 2018: Abbekesdoel 22a te Bleskensgraaf (gemeente Molenwaard), een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek in de vorm van een verkennend booronderzoek. ADC-rapport 4411. Amersfoort. Holl, J., 2018: Heulenslag 39 te Bleskensgraaf (gemeente Molenwaard), een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek in de vorm van een verkennend booronderzoek. ADC-rapport 4474. Amersfoort.. Huizer, J., 2016: Abbekesdoel 38 te Bleskensgraaf (gemeente Molenwaard), een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek in de vorm van een verkennend booronderzoek. ADC rapport 3960. Amersfoort.

Kadaster, 1832: Kadastrale minuutkaart 1811-1832, Bleskensgraaf, Zuid Holland, sectie B, Blad 01. Markus, W.C., 1984: Bodemkaart van Nederland, 1:50.000, toelichting bij het kaartblad 38 West Gorinchem. Stichting voor Bodemkartering. Wageningen. Rijks Geologische Dienst, 1992: Geologische Kaart van Nederland, schaal 1:50.000, Blad 38 West Gorinchem. Haarlem. SIKB, 2016: Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA). Gouda. TNO, 2013: Lithostratigrafische Nomenclator van de Ondiepe Ondergrond, versie 2013. Topografische Dienst Nederland, 1936-1995: Topografische kaart van Nederland, schaal 1:25.000, Blad 38D. Emmen. Wolters-Noordhoff Atlasprodukties, 1990: Grote Historische Atlas van Nederland, schaal 1:50.000; Deel 1; West Nederland, 1839-1859. Groningen.

16

Geraadpleegde websites http://ahn.arcgisonline.nl/ahnviewer/ http://archeologieinnederland.nl/bronnen-en-kaarten/amk-en-ikaw https://archis.cultureelerfgoed.nl/ https://bagviewer.kadaster.nl http://beeldbank.cultureelerfgoed.nl http://www.bodemdata.nl https://www.dinoloket.nl/ondergrondgegevens https://www.kadaster.nl/ http://pzh.b3p.nl/viewer/app/Cultuur_historische_atlas http://www.ruimtelijkeplannen.nl http://www.topotijdreis.nl https://zoeken.cultureelerfgoed.nl/

Lijst van afbeeldingen en tabellen Afb. 1 Locatie van het plangebied Afb. 2 Detailkaart van het plangebied Afb. 3 Schetsontwerp landschappelijke inpassing nieuwe woning t.o. Abbekesdoel 39 te Bleskensgraaf. De blauwe lijn geeft de begrenzing van plangebied aan, de rode lijn de op te richten vrijstaande woning. Afb. 4 Locatie van het plangebied op de digitale paleomeandergordelkaart. Afb. 5 Locatie van het plangebied op het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN). Afb. 6 Locatie van het plangebied op de archeologische verwachtings- en beleidsadvieskaart van de voormalige gemeente Graafstroom. Afb. 7 Archis-meldingen in het onderzoeksgebied. Afb. 8 Plangebied op een uitsnede van het minuutplan van de gemeente Bleskensgraaf (18111832) Afb. 9 Locatie van het plangebied op de Bonnekaart van 1878. Tabel 1. Overzicht van de verschillende (pre)historische perioden.

17

Afb. 1 Locatie van het plangebied

18

Afb. 2 Detailkaart van het plangebied

19

Afb. 3 Schetsontwerp landschappelijke inpassing nieuwe woning t.o. Abbekesdoel 39 te Bleskensgraaf.43 De blauwe lijn geeft de begrenzing van plangebied aan, de rode lijn de op te richten vrijstaande woning.

43

Lagendijk tuin- en landschapsarchitecten d.d. 13 juli 2018.

20

Afb. 4 Locatie van het plangebied op de digitale paleomeandergordelkaart.

21

Afb. 5 Locatie van het plangebied op het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN).

22

Afb. 6 Locatie van het plangebied op de archeologische verwachtings- en beleidsadvieskaart van de voormalige gemeente Graafstroom.

23

Afb. 7 Archis-meldingen in het onderzoeksgebied.

24

Afb. 8 Plangebied op een uitsnede van het minuutplan van de gemeente Bleskensgraaf (1811-1832)

25

Afb. 9 Locatie van het plangebied op de Bonnekaart van 1878.

Blinde Banisweg 15, 7462 VH, Rijssen E info@voortmaningenieurs.nl I www.voortmaningenieurs.nl

T (0548) 51 22 88 BTW NL 128131421 B01 NL 34 RABO 0113973667

Rapport Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai woning aan de Abbekesdoel te Bleskensgraaf

projectnummer

19.1249

kenmerk

R-JVO/1442

opdrachtgever

Van den Heuvel Ontwikkeling & Beheer bv

postadres

Lekdijk 44 2967 GB LANGERAK

contactpersoon

dhr. E. van den Heuvel

telefoon

(0184) 600 240

e-mail

info@vandenheuvelbv.eu

status

Definitief

versie

1

aantal pagina’s

13

datum

23 mei 2019

auteur

Ing. J. Voortman

paraaf

© Voortman Ingenieurs Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook zonder voorafgaande toestemming van Voortman Ingenieurs, noch mag het zonder een dergelijke toestemming worden gebruikt voor enig ander werk dan waarvoor het is vervaardigd.

13

INHOUDSOPGAVE 1

INLEIDING

2

2

WETTELIJK KADER

3

2.1

Algemeen

3

2.2

Zones langs wegen

3

2.3

Grenswaarden wegverkeerslawaai

4

2.4

30 km/h zone

5

2.5

Aftrek artikel 110g Wet geluidhinder

5

2.6

Plangebied

6

2.7

Gemeentelijk beleid

6

3

ONDERZOEKSGEGEVENS

7

3.1

Onderzoeksgebied

7

3.2

Rekenmethode wegverkeerslawaai

7

3.3

Verkeersgegevens wegverkeer

8

4

ONDERZOEKSRESULTATEN

9

4.1

Rekenresultaten en toetsing wegverkeerslawaai

9

4.2

Maatregelen

11

5

SAMENVATTING EN CONCLUSIES

13

5.1

Aan te vragen hogere grenswaarden wegverkeerslawaai

13

5.2

Geluidwering van de gevel

13

Bijlagen Bijlage 1: Figuren akoestisch model en situatietekening Bijlage 2: Invoergegevens akoestisch model Bijlage 3: Berekeningsresultaten wegverkeerslawaai

datum

23 mei 2019

kenmerk

R-JVO/1442 19.1249

pagina 1 van 13

13

1

INLEIDING In opdracht van Van den Heuvel Ontwikkeling & Beheer bv is door Voortman Ingenieurs een akoestisch onderzoek uitgevoerd voor de bouw van een woning aan de Abbekesdoel (tegenover huisnummer 39) te Bleskensgraaf. In afbeelding I en bijlage 1 is de situering van de woning weergegeven. Afbeelding I: situering woning aan de Abbekesdoel te Bleskensgraaf (bron Google Maps)

De woning is ten aanzien van wegverkeerslawaai gelegen binnen de geluidzone van de Abbekesdoel en de Heulenslag. Doel van het onderzoek is om in het kader van de ruimtelijke onderbouwing de geluidbelasting op de woningen ten gevolge van wegverkeerslawaai te bepalen en te toetsen aan de Wet geluidhinder en het gemeentelijk geluidbeleid.

datum

23 mei 2019

kenmerk

R-JVO/1442 19.1249

pagina 2 van 13

13

2

WETTELIJK KADER

2.1

Algemeen De Wet geluidhinder (Wgh) vormt het wettelijke kader voor de toelaatbare geluidbelasting vanwege een weg of spoorlijn op geluidsgevoelige bestemmingen, zoals bijvoorbeeld woningen, onderwijsgebouwen en zorginstellingen. Het Reken- en meetvoorschrift geluidhinder 2012 stelt regels aan het bepalen van de geluidbelasting. Binnen de geluidzone van een weg of spoorlijn dient een akoestisch onderzoek plaats te vinden naar de geluidbelasting op de binnen de zone gelegen woningen en andere geluidgevoelige bestemmingen. Uitgangspunt voor het bepalen van de toekomstige geluidbelasting is het zogenaamde maatgevende jaar. In beginsel is dat minimaal 10 jaar na realisatie van de bouwplannen. Bij het berekenen van de geluidbelasting wordt de Europese dosismaat L den (day-evening-night) in dB rekenkundig als volgt bepaald: ▪

Lden = 10log 1/24 (12 x 10^(Lday/10) + 4 x 10^(Levening/10) + 8 x 10^(Lnight/10))

De geluidbelasting Lden-waarde is het energetisch en naar de tijdsduur van de beoordelingsperiode gemiddelde van de volgende drie waarden:

2.2

▪

het geluidniveau in de dagperiode (tussen 7.00 en 19.00 uur);

▪

het geluidniveau in de avondperiode (tussen 19.00 en 23.00 uur) + 5 dB;

▪

het geluidniveau in de nachtperiode (tussen 23.00 en 07.00 uur) + 10 dB.

Zones langs wegen De Wet geluidhinder is alleen van toepassing binnen de wettelijk vastgestelde geluidzone van een weg. In artikel 74 van de Wet geluidhinder wordt beschreven dat alle wegen een zone hebben, uitgezonderd wegen waarvoor een maximum snelheid van 30 km/uur geldt en wegen gelegen binnen als een woonerf aangeduid gebied. De breedte van de zone, aan weerszijden van de weg, is afhankelijk van het aantal rijstroken en de aard (stedelijk of buitenstedelijk) van de omgeving. De afstanden worden aan weerszijden van de weg gemeten vanaf de buitenste begrenzing van de buitenste rijstrook. In tabel 2.1 zijn de zonebreedten weergegeven. Tabel 2.1: zonebreedten aantal rijstroken

datum

breedte van de geluidzone [m] stedelijk gebied

buitenstedelijk gebied

1 of 2

200

250

3 of 4

350

400

5 of meer

350

600

23 mei 2019

kenmerk

R-JVO/1442 19.1249

pagina 3 van 13

13

In artikel 1 van de Wet geluidhinder is het stedelijk en buitenstedelijk gebied als volgt gedefinieerd: ▪

stedelijk: het gebied binnen de bebouwde kom met uitzondering van het gebied binnen de zone van een autoweg of autosnelweg;

▪

buitenstedelijk: het gebied buiten de bebouwde kom (begrensd door de borden van de komgrens) en het gebied (binnen en buiten de bebouwde kom) binnen de zone van een autoweg of autosnelweg.

In artikel 75 van de Wet geluidhinder is geregeld dat het breedste zonedeel van een weg, bij een overgang tussen weggedeelten met verschillende zonebreedte, over een afstand van een derde van de breedte nog langs de wegas doorloopt. Aan de uiteinden van een weg loopt de zone door over een afstand gelijk aan de breedte van de zone ter hoogte van het einde van de weg.

2.3

Grenswaarden wegverkeerslawaai In de Wet geluidhinder worden eisen gesteld aan de toelaatbare geluidbelasting op de gevels van nieuwe en bestaande woningen langs nieuwe en bestaande wegen binnen en buiten de bebouwde kom. In tabel 2.2 zijn de voorkeursgrenswaarden en maximale ontheffingswaarden weergegeven waarin in verschillende situaties moet worden voldaan. Tabel 2.2: overzicht voorkeursgrenswaarden en maximale ontheffingswaarden wegverkeerslawaai stedelijk gebied

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Molenlanden&id=3fece98e-e31f-43cb-87e8-de54aea42d70