Bijlage 2 Bijlagen bij de toelichting bestemmingsplan ‘Arkel, tussen Dorpsweg 157 en 158’
Tekst van het document
Gedurende het veldbezoek zijn individuen, nesten en/of sporen niet aangetroffen van vogelsoorten met een jaarrond beschermde nestlocatie en/of leefgebied. Binnen een straal van 100 meter van de planlocatie is vastgestelde aanwezigheid van nestlocaties van jaarrond beschermde vogels niet bekend (NDFF 2012-2022). Vogels - Jaarrond beschermde nestlocaties (cat. 1 t/m 4) De huismus broedt vrijwel altijd bij bebouwing en bouwt zijn nesten onder dakpannen, onder golfplaten, kieren/gaten in de muur en in spantconstructies. Vanuit de nestlocatie en/of vanaf een uitzichtpunt moet de huismus zijn omgeving kunnen zien. Hierbij moet er in de directe omgeving continu voedsel te vinden zijn in de vorm van zaden van grassen en onkruiden en larven van insecten. Daarnaast moet er beschutting nabij de foerageerlocaties, voldoende jaarrond groene struiken of heesters, plaatsen met stof en grind voor stofbaden en water voor waterbaden aanwezig zijn (BIJ12 kennisdocument Huismus, 2017).
13
De te saneren loods en schuur zijn opgetrokken uit damwand gevels en golfplaten daken. De daken bevatten geen dakruimte en/of goten waardoor het voor huismussen niet mogelijk is om nestgelegenheid te vinden. De aanwezige (braam)struwelen kunnen mogelijk geschikt zijn als functioneel leefgebied voor de huismus. Echter is er sprake van een te grote afstand tot mogelijk geschikte nestlocaties om te spreken van essentieel leefgebied. Van aantasting van nestlocaties en functioneel leefgebied van de huismus is derhalve geen sprake. De gierzwaluw heeft als oorspronkelijk rotsbewoner de rotsen ingeruild voor bebouwing. De soort broedt daardoor hoofdzakelijk in stedelijk gebied in donkere holtes van ventilatieschachten, spleten in muren en onder (pannen)daken (BIJ12 kennisdocument Gierzwaluw, 2017). Gezien de soort niet direct vanuit zijn nest kan opstijgen, moet hij zich naar beneden kunnen laten vallen. Het nest dient hierdoor een vrije aanvliegroute van minimaal 1 meter breed, en minimaal 3 meter onder de nestopening te bevatten. Hierbij dienen zo min mogelijk belemmerende elementen, zoals bomen, aanwezig te zijn. Voedselvluchten kunnen op vele kilometers (tot wel 1000 km) van het nest plaatsvinden, waardoor het foerageergebied niet nader te definiëren is. Zoals eerder benoemd is er geen sprake van geschikte ruimten in de te saneren bebouwing voor nestlocaties.
Hierdoor kan de aanwezigheid van gierzwaluw op de planlocatie uitgesloten worden. De schuren zijn ontoegankelijk voor uilen met jaarrond beschermde nesten (kerkuil en steenuil). Verder zijn er geen sporen (c.q. braakballen, uitwerpselen en/of prooiresten) aangetroffen op de planlocatie. Op de planlocatie is geen sprake van functioneel leefgebied van uilen. Er zijn geen grote nesten of horsten aangetroffen in de bomen op en rondom de planlocatie. De aanwezigheid van in bomen broedende soorten als buizerd, sperwer en ransuil kan uitgesloten worden. Op de planlocatie is geen sprake van functioneel leefgebied van roofvogelsoorten. Er is wat betreft vogels met jaarrond beschermde nesten geen sprake van het vangen of doden van individuen, het wegnemen van rust- of nestplaatsen, of het wegnemen van structuren die essentieel zijn in het functioneren van rust- of nestplaatsen. Vogels - Algemene broedvogels en cat. 5 De planlocatie voorziet in beperkt voedselaanbod en structuurrijke schuilgelegenheden voor algemene soorten. De braamstruwelen vormen voor algemene broedvogels zoals merel, duiven en kleine zangvogels geschikte nestlocaties. Gedurende het broedseizoen zijn de nesten en de functionele leefomgeving van voornoemde soorten beschermd. Het broedseizoen vangt aan onder bepaalde klimatologische omstandigheden en betreft indicatief de periode 15 maart t/m 15 juli.
Ten aanzien van algemene broedvogels en categorie 5 soorten kunnen de werkzaamheden worden opgestart buiten het broedseizoen en/of na het ongeschikt maken van de planlocatie. Indien de beoogde werkzaamheden in het broedseizoen worden opgestart dient de locatie voorafgaand aan de werkzaamheden geïnspecteerd te worden door een ter zake deskundige.
14
3.2 Gebiedsbescherming Natura 2000 De planlocatie maakt geen deel uit van een Natura 2000-gebied. Op een afstand van circa 1,4 km ligt het Natura 2000-gebied ‘Lingegebied en Diefdijk-Zuid’ (figuur 3.1).
Figuur 3.1 De planlocatie ligt op een afstand van circa 1,4 km tot het Natura 2000-gebied ‘Lingegebied en Diefdijk-Zuid’ (bron: arcgis.com). De beoogde ruimtelijke ingreep betreft de sloop van een loods en schuur ten behoeve van 5 nieuwe bedrijfswoningen met bijhorende loodsen. Ondanks dat deze buiten een Natura 2000-gebied uitgevoerd wordt, kunnen er nog steeds effecten optreden. Voor een aantal effecten (trillingen, geluid, optische verstoring etc.) geldt dat de afstand tot de omliggende Natura 2000-gebieden per definitie te groot is om te resulteren in negatieve effecten. Een toename in stikstofdepositie kan een negatief effect sorteren op stikstofgevoelige habitattypen en leefgebieden. Ten opzichte van de huidige situatie leidt de beoogde ruimtelijke ingreep in de gebruiksfase tot een beperkte toename in het aantal verkeersbewegingen. De nieuwbouw zal zonder gasaansluiting in de gebruiksfase geen stikstofuitstoot hebben. Gedurende de bouwfase kan er een beperkte en tijdelijke stikstofemissie verwacht worden ten gevolge van het gebruik van mobiele werktuigen en bijbehorende verkeersbewegingen. De Wet natuurbescherming bevat ten gevolge van de Stikstofwet per d.d. 1 juli 2021 een partiële vrijstelling voor activiteiten gedurende de bouwfase.
Hiermee kunnen de gevolgen van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden door aangewezen activiteiten van de bouwsector buiten beschouwing worden gelaten (Wnb art. 2.9a). De juridische status van deze partiële vrijstelling kan in de toekomst wijzigen. Als activiteiten van de bouwsector worden aangewezen (algemene maatregelen van bestuur stikstofreductie en natuurverbetering): a. het verrichten van een bouwactiviteit of een sloopactiviteit die het feitelijk verrichten van bouw- of sloopwerkzaamheden aan een bouwwerk betreft, met inbegrip van de daarmee samenhangende vervoersbewegingen; b. het aanleggen, veranderen of verwijderen van een werk, met inbegrip van de daarmee samenhangende vervoersbewegingen. Wegens de beperkte afstand (1,4 km) tussen het plangebied en het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied is er een AERIUS-calculatie uitgevoerd om inzichtelijk te maken of er sprake is van een verhoging in stikstofdepositie in Natura 2000-gebieden. Deze berekening heeft geconcludeerd dat er geen sprake is van een verhoogde depositiewaarden.
15
Provinciaal aangewezen gebieden De planlocatie maakt geen deel uit van een beschermd gebied betreffende beschermingscategorie 1 (Natuurnetwerk Nederland en beschermd grasland in de Bollenstreek) of beschermingscategorie 2 (Belangrijk weidevogelgebied en Groene buffer). Op een afstand van circa 1,4 km ligt het Natuurnetwerk Nederland (figuur 3.2) en op een afstand van circa 15,3 km ligt beschermd grasland in de Bollenstreek. De planlocatie grenst ten noorden aan Belangrijk weidevogelgebied (figuur 3.3) en op een afstand van circa 18,1 km ligt de Groene buffer. Aangezien er geen werkzaamheden binnen Belangrijk Weidevogelgebied plaatsvinden en er geen sprake is van externe werking, zijn negatieve effecten uitgesloten. Er zijn geen karakteristieke landschapselementen aanwezig op de planlocatie die weggenomen worden ten gevolge van de beoogde ingreep. Ten aanzien van provinciaal aangewezen gebieden geldt dat externe werking geen toetsingskader is.
Figuur 3.2 De planlocatie is gelegen op circa 1,4 km van het Natuurnetwerk Nederland (Bron: Omgevingsverordening Zuid-Holland).
16
Figuur 3.3 De planlocatie is gelegen op ca. 40 m van een Belangrijk Weidevogelgebied (Bron: Omgevingsverordening Zuid-Holland).
3.3 Houtopstanden Wet natuurbescherming In de beoogde ingreep zijn geen kapwerkzaamheden voorzien.
17
4 Samenvatting 4.1
Soortenbescherming De planlocatie heeft geen essentiële betekenis voor beschermde soorten. De planlocatie is mogelijk geschikt leefgebied voor soorten welke niet beschermd zijn (behoudens de algemene zorgplicht) en/of waarvoor een vrijstelling geldt. Voor broedvogels geldt dat de nesten van alle soorten beschermd zijn tijdens het broedseizoen (indicatief 15 maart – 15 juli). Tabel 4.1
Overzicht van de Soortenbescherming.
Soortgroep
Bescherming Wnb
Soortspecifiek onderzoek
Planten
Nee
Grondgebonden zoogdieren
Nee
Vleermuizen
Nee
Amfibieën
Nee
Reptielen
Nee
Vissen
Nee
Insecten en andere ongewervelden
Nee
Vogels (cat. 1 t/m 4)
Nee
Vogels (Algemeen en cat. 5)
Nee
Mogelijke functie planlocatie
4.2 Gebiedsbescherming De planlocatie maakt geen onderdeel uit van een Natura 2000-gebied of provinciaal aangewezen beschermde gebieden. Gelet op de aard van de werkzaamheden, de afstand tot de gebieden en de beoogde situatie is van externe werking op omliggende Natura 2000-gebieden geen sprake. Een Aerius-calculatie, Voortoets en/of ‘nee, tenzij’-toets is niet noodzakelijk. Gelet op de aard van de werkzaamheden, de afstand tot de gebieden en de beoogde situatie dienen de effecten van stikstofemissie inzichtelijk gemaakt te worden. Tabel 4.2
Overzicht van beschermde gebieden in het kader van gebiedsbescherming.
Gebiedsbescherming
Afstand
Effecten
Nader onderzoek
Natura 2000
1,4 km
Geen
N.v.t.
Natuurnetwerk Nederland
1,4 km
Geen
N.v.t.
Belangrijk weidevogelgebied
0m
Geen
N.v.t.
Groene buffer
18,1 km
Geen
N.v.t.
Bollenstreek
15,3 km
Geen
N.v.t.
4.3 Houtopstanden In de beoogde ingreep zijn geen kapwerkzaamheden voorzien.
18
5 Conclusie 5.1
Conclusie De beoogde sanering van de loods en schuur aan de Dorpsweg ong. te Hoogblokland ten behoeve van 5 nieuwbouw bedrijfswoningen met bijhorende loodsen is uitvoerbaar zoals bepaald in de Wro (art. 3.1.6 Bro).
5.2 Uitvoerbaarheid De beoogde ruimtelijke ingreep leidt niet tot overtreding van verbodsbepalingen omtrent soortenbescherming, gebiedsbescherming en houtopstanden in het kader van de Wet natuurbescherming. Tijdens de uitvoering van de werkzaamheden dient rekening te worden gehouden met de (mogelijke) aanwezigheid van zoogdieren, kolonisatie door rugstreeppadden en algemene broedvogels (in het kader van algemene zorgplicht). Voor deze soorten dienen maatregelen te worden getroffen om effecten te voorkomen.
5.3 Vervolgstappen De beoogde ruimtelijke ingreep leidt niet tot aantasting van beschermde natuurwaarden (soortbescherming, gebiedsbescherming en houtopstanden). Derhalve is het uitvoeren van aanvullend onderzoek niet noodzakelijk.
5.4 Te treffen maatregelen • Tijdens de werkzaamheden moet voorzichtig worden gehandeld met alle voorkomende flora en fauna (algemene zorgplicht). • Wanneer ondanks zorgvuldig handelen, onderzoek en advies schade lijkt te ontstaan voor beschermde flora en fauna, dient direct contact opgenomen te worden met een ter zake deskundige. • Eventueel aanwezige vegetatie of bodemmateriaal (takken, stronken) voorafgaand aan de werkzaamheden gefaseerd verwijderen. Dit om grondgebonden dieren de kans te bieden zelfstandig de planlocatie te verlaten. • Er wordt gelegenheid gegeven aan dieren, die tijdens de werkzaamheden worden gevonden, te vluchten of zich te verplaatsen naar een schuilplaats buiten het bereik van de werkzaamheden. • De planlocatie tijdens de werkzaamheden en in de nieuwe situatie bij voorkeur niet verlichten en in de periode april-oktober de werkzaamheden tussen zonsopgang en zonsondergang uitvoeren (buiten schemerperiodes). Mocht verlichting noodzakelijk zijn hierbij een vleermuisvriendelijke verlichtingswijze toepassen (amberkleurig licht, lichtbundel nederwaarts richten, toepassen geconvergeerde lichtbundel). • Mogelijke overwinteringslocaties van algemene amfibieën (vorstvrije structuren als stenenstapels, houtwallen, dichte struwelen etc.) dienen verwijderd of ongeschikt gemaakt te worden buiten de overwinteringsperiode oktober – april.
19
• Voor rugstreeppad dient het terrein gedurende de ontwikkeling ongeschikt gehouden te worden (bijv. aanbrengen puinbed, voorkomen ontstaan puinhopen, egaliseren terrein e.d.) en/of ontoegankelijk gemaakt te worden voor de soort gedurende de bouwwerkzaamheden. Het ontoegankelijk maken dient bij voorkeur voor de migratie- en voortplantingsperiode plaats te vinden. Dit kan bijvoorbeeld door het plaatsen van schermen van stevig plastic of worteldoek van 50 centimeter hoog en minimaal 10 centimeter ingegraven in de grond. De voorzieningen die getroffen zijn om het gebied ontoegankelijk te maken moeten zodanig geplaatst en beheerd worden dat ze hun functie ten allen tijden kunnen vervullen. Zie voor meer instructies bijlage 3. • De werkzaamheden opstarten of uitvoeren buiten het broedseizoen van vogels (indicatief medio maart t/m medio juli). Als dit niet mogelijk is dienen de potentiële nestlocaties van algemene broedvogels ruim voorafgaand aan het broedseizoen ongeschikt of ontoegankelijk gemaakt te worden. E.e.a. op aanwijzing van deskundige. Als werkzaamheden in het broedseizoen worden uitgevoerd die mogelijk resulteren in het wegnemen of verstoren van broedgevallen dient voor aanvang door een ter zake deskundig gecontroleerd te worden of er broedvogels aanwezig zijn.
20
Bronvermelding Creemers, R.C.M & J.J.C.W. van Delft (RAVON) (redactie), 2009. De amfibieën en reptielen van Nederland. -Nederlandse fauna 9. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, European Invertebrate Survey - Nederland, Leiden. Geraadpleegde documenten (BIJ12, 2017) Kennisdocument Bever (Castor fiber) Kennisdocument Gewone dwergvleermuis (Pipistrellus pipistrellus) Kennisdocument Gierzwaluw (Apus apus) Kennisdocument Heikikker (Rana arvalis) Kennisdocument Huismus (Passer domesticus) Kennisdocument Kamsalamander (Triturus cristatus) Kennisdocument Poelkikker (Pelophylax lessonae) Kennisdocument Rugstreeppad (Epidalea calamita) Kennisdocument Ruige dwergvleermuis (Pipistrellus nathusii)Geraadpleegde websites www.arcgis.com www.bij12.nl www.nationaalgeoregister.nl www.ndff.nl www.pzh.maps.arcgis.com www.ravon.nl www.ruimtelijkeplannenzuidholland.nl www.vleermuisprotocol.nl www.vlinderstichting.nl www.wilde-planten.nl www.zoogdiervereniging.nl
Bijlage 1 Bijlage 2
Fotografische impressie Ecologie rugstreeppad
21
Bijlage 1
Fotografische impressie
Figuur 1
De planlocatie is gelegen aan de Dorpweg ong. te Hoogblokland en bestaat uit een grotendeels verhard terrein met loods en schuur.
Figuur 2
De te saneren bebouwing bestaat uit een loods (links) en een schuur (midden) opgetrokken uit damwandgevels en golfplaten zadeldak.
22
Figuur 3
De te verwijderen braamstructuren gelegen aan de zuidwestelijke zijde van de planlocatie.
Figuur 4
Ten noorden van de planlocatie is een deel onverhard gazon aanwezig.
23
Bijlage 2 Rugstreeppad Herkenning De rugstreeppad (Epidalea calamita) is een middelgrote pad met een lengte van circa 4,5 - 7 cm. De pad heeft vrij korte poten en heeft op de rug een karakteristieke lichtgele lengtestreep. Verder is de rug grijsbruin met groenige vlekken en heeft de buik een lichtgrijze kleur met grijszwarte vlekken. De ogen zijn geelgroen en hebben een horizontale pupil. Mannetjes zijn in de paartijd te onderscheiden van vrouwtjes door een paars/blauwe verkleuring van de keel. Gedurende het voortplantingsseizoen is tijdens de kooractiviteiten een typische en harde roep te horen die over een afstand van 1 - 3 km is waar te nemen (Creemers & Van Delft, 2009). De larven van rugstreeppad zijn maximaal 2,5 cm lang en zwart van kleur. Oudere larven hebben een lichte keelvlek en soms een streep over de rug (figuur 1, Diepenbeek & Creemers, 2006).
Figuur 1
Impressies van de verschillende levensstadia van rugstreeppad. Bron: bovenste foto’s RAVON, onderste foto’s: Blom Ecologie.
24
Gedrag De rugstreeppad is een typische pioniersoort die opportunistisch profiteert van tijdelijke gunstige omstandigheden. Veranderingen in weersomstandigheden als vocht en temperatuur vormen in sterke mate een sein voor migratie, voortplanting en dergelijke. Onderstaande periodes zijn dan ook indicatief. Bij het koloniseren van nieuwe gebieden kunnen jonge rugstreeppadden afstanden tot wel 5 km afleggen (BIJ12 kennisdocument Rugstreeppad, 2017). De overwintering vindt plaats van oktober/november tot en met maart. De eerste dieren kunnen vanaf begin maart de overwinteringslocatie verlaten om vervolgens al dan niet direct door te trekken naar de voortplantingslocaties. De voortplanting vindt plaats in de periode april - september met een hoogtepunt rond half april - mei. Het vaststellen van aan- of afwezigheid van rugstreeppadden kan middels drie gerichte (avond)veldbezoeken in de periode 15 april – juli (BIJ12 kennisdocument Rugstreeppad, 2017). Habitat en verblijfplaatsen De geprefereerde habitat van de rugstreeppad bestaat uit een dynamische omgeving met vergraafbaar zand of fijne grond. De verblijfplaatsen van de soort kunnen worden onderverdeeld in voortplantings-, zomer- en overwinteringshabitat. De voortplantingshabitat is aquatisch en na de voortplanting zijn rugstreeppadden hoofdzakelijk op het land te vinden.
Het functionele leefgebied bestaat ook uit het gebied tussen deze habitats (migratieroutes). De eitjes worden afgezet in veelal tijdelijke, ondiepe en wateren zonder vegetatie, waar weinig tot geen sprake is van concurrentie of predatie. Voorbeelden hiervan zijn greppels, rijsporen, regenplassen en geschoonde sloten. De zomer en- en winterlocaties bevinden zich op het land in hoogwatervrije terreinen. Voor de overwintering gebruikt de rugstreeppad bestaande (muizen)holletjes, graaft deze zich in de bodem of kruipt de rugstreeppad onder materialen als: stenen, boomstammen, banden en houtstapels. Voorwaarde voor de winterhabitat is dat deze locatie vorstvrij dient te zijn. Populatieomvang Rugstreeppadden verspreiden zich in diverse richtingen waardoor de minimale populatieomvang en bijbehorend oppervlakte voor de gunstige staat van instandhouding locatiespecifiek is. Als vuistregel wordt gehanteerd dat een gezonde populatie uit minimaal 100 - 200 dieren bestaat en dat deze in verbinding staat met andere populaties (BIJ12 Kennisdocument Rugstreeppad, 2017). Voorkomen kolonisatie Doordat de rugstreeppad een typische pioniersoort is en een dynamische omgeving met vergraafbare grond prefereert, kan snel spontane kolonisatie van de soort in een braakliggend gebied of bouwterrein ontstaan. Om kolonisatie van rugstreeppad te voorkomen wordt geadviseerd maatregelen te treffen.
Deze maatregelen bestaan uit het ongeschikt dan wel ontoegankelijk houden van het plangebied. Indien er sprake is van het ontstaan van mogelijk geschikt voortplantingswater dient het ontoegankelijk maken van een perceel voor de migratie en voortplantingsperiode (april-september) uitgevoerd worden. Het ongeschikt houden van het plangebied voor rugstreeppadden houdt in dat zo min mogelijk vergraafbaar zand gebruikt of opgeslagen wordt binnen het bouwterrein. Bij het bouwrijp maken van het perceel dient het zand direct geëgaliseerd te worden. De aanleg van een zanddepot moet voorkomen worden. In de voorjaars- en zomerperiode zorgen dat er geen kleine poelen ontstaan waar rugstreeppadden eieren kunnen leggen. Diepe rijsporen van machines kunnen al voldoende diep zijn als voortplantingswater voor rugstreeppadden (figuur 2).
25
Figuur 2
Bij hevige regenval kunnen ondiepe plassen gevuld worden met water. Deze tijdelijke poelen zijn uitermate geschikt voor de rugstreeppad, waarin eisnoeren afgezet kunnen worden. Het ontstaan van deze geulen dient te allen tijde voorkomen te worden (bron: Blom Ecologie).
In de najaar- en winterperiode moet gezorgd worden dat er geen overwintering van rugstreeppadden kan optreden. Voldoende vergraafbaar zand (zanddepot) kan gebruikt worden voor overwintering. Ook stenenstapels, houtstapels of andere vorstvrije structuren (onder een bouwkeet bijvoorbeeld) kunnen gebruikt worden voor overwintering. Dergelijke structuren dienen weggehaald te worden buiten de overwinteringsperiode (september-april) van de soort. Het ontoegankelijk houden van het plangebied voor rugstreeppadden houdt in dat voorzieningen worden geplaatst waardoor rugstreeppadden het plangebied niet kunnen bereiken. Dit kan bijvoorbeeld door het plaatsen van schermen van stevig plastic of worteldoek van 50 centimeter hoog en minimaal 10 centimeter ingegraven in de grond (figuur 3). De voorzieningen die getroffen zijn om het gebied ontoegankelijk te maken moeten zodanig geplaatst en beheerd worden dat ze hun functie ten allen tijden kunnen vervullen.
Figuur 3
Een incorrect geplaatst amfibiescherm (links). Een correct geplaatst amfibiescherm (rechts). Deze dienen minimaal 10 cm ingegraven te zijn (bron foto’s: Blom Ecologie).
26
Koeweistraat 2 4181 CD Waardenburg 0418 820 288
blomecologie.nl 27
STIKSTOFDEPOSITIEONDERZOEK DORPSWEG NAAST 157, ARKEL
De Roever Omgevingsadvies Heidebloemstraat 15 Postbus 64 5480 AB Schijndel T 073 594 10 11 E info@deroever.nl W www.deroever.nl NL97 RABO 0122 6903 11 NL21 INGB 0001 0833 26 Advies- en ingenieursbureau J.G. de Roever B.V. KvK 16068733 BTW NL 8015.63.136.B.01
Titel document: Referentie: Datum: Opdrachtgever:
Stikstofdepositieonderzoek Dorpsweg naast 157 te Arkel 20220122.v01 14 april 2022 Van den Heuvel ontwikkeling & beheer B.V.
Stikstofdepositieonderzoek Dorpsweg naast 157 te Arkel Datum: 14 april 2022 ; Referentie: 20220122.v01
2
INHOUDSOPGAVE 1.
INLEIDING ....................................................................................................................................... 4
1.1. 1.2.
Algemeen ..................................................................................................................................... 4 Ligging van het plangebied .......................................................................................................... 6
2.
WETTELIJK KADER ...................................................................................................................... 7
2.1. 2.2. 2.3. 2.4. 2.5.
Wet natuurbescherming .............................................................................................................. 7 Programma Aanpak Stikstof (PAS) ............................................................................................. 7 Beleidsregels intern en extern salderen ...................................................................................... 7 Referentiesituatie ......................................................................................................................... 8 Wet stikstofreductie en natuurverbetering ................................................................................... 8
3.
REKENONDERZOEK ..................................................................................................................... 9
3.1. Uitgangspunten gebruiksfase ...................................................................................................... 9 3.1.1. Verkeersbewegingen ........................................................................................................... 9 3.1.2. Mobiele machines .............................................................................................................. 10 3.1.3. Stookinstallaties ................................................................................................................. 10 3.2.
Berekeningswijze ....................................................................................................................... 11
4. RESULTATEN............................................................................................................................... 12 BIJLAGE I. AERIUS-BEREKENING GEBRUIK ............................................................................. 13
Stikstofdepositieonderzoek Dorpsweg naast 157 te Arkel Datum: 14 april 2022 ; Referentie: 20220122.v01
3
1.
INLEIDING
1.1.
Algemeen
De initiatiefnemer is voornemens om op het perceel aan de Dorpsweg naast nummer 157 in Arkel vijf bedrijfswoningen inclusief vijf bedrijfsloodsen te realiseren. Hiervan hebben vier bedrijfsloodsen een oppervlakte van 105 m2 bvo en één loods heeft een oppervlakte van 150 m2 bvo. Deze locatie heeft reeds een bedrijfsbestemming, waar bedrijven met maximaal milieucategorie 2.0 zijn toegestaan. In het kader van deze ontwikkeling moet nog wel een stikstofdepositieonderzoek voor de gebruiksfase worden uitgevoerd. Het plangebied is kadastraal bekend als percelen 2429, Sectie C te AKL00 (Arkel). Op afbeelding 1 is de locatie van het plangebied weergegeven; deze ontwikkeling betreft fase 2 van het plan. Een tekening van de beoogde situatie is weergegeven op afbeelding 2. Voor dit onderzoek is gebruik gemaakt van de volgende gegevens: ▪ informatie verstrekt door de initiatiefnemer; ▪ via internet toegankelijke informatie zoals Streetview en Bing Maps en digitale ondergronden (PDOK); ▪ gegevens en bureauexpertise De Roever Omgevingsadvies.
Afbeelding 1. Locatie plangebied (fase 2) Bron: 2802 ontwerpt en adviseert bv
Stikstofdepositieonderzoek Dorpsweg naast 157 te Arkel Datum: 14 april 2022 ; Referentie: 20220122.v01
4
Afbeelding 2. Vogelvucht vanuit noordwesthoek Bron: 2802 ontwerpt en adviseert bv
Stikstofdepositieonderzoek Dorpsweg naast 157 te Arkel Datum: 14 april 2022 ; Referentie: 20220122.v01
5
1.2.
Ligging van het plangebied
De ligging van het plangebied en de dichtstbijzijnde Natura 2000-gebieden zijn weergegeven op afbeelding 3. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied betreft ‘Lingegebied & Diefdijk-Zuid’ gelegen op een afstand van circa 1,5 kilometer vanaf het plangebied. Dit is tevens een Natura 2000-gebied met stikstofgevoelige habitats.
Afbeelding 3. Ligging van het plangebied ten opzichte van Natura 2000-gebieden Bron: AERIUS Calculator
Stikstofdepositieonderzoek Dorpsweg naast 157 te Arkel Datum: 14 april 2022 ; Referentie: 20220122.v01
6
2.
WETTELIJK KADER
2.1.
Wet natuurbescherming
Op 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming in werking getreden. In deze wet worden drie eerdere wetten vervangen. Het gaat om de Natuurbeschermingswet 1998 (Nb-wet) inclusief het Programma Aanpak Stikstof, de Boswet en de Flora- en faunawet. De bescherming van de Natura 2000-gebieden is ondervangen in onderdeel gebiedsbescherming (vervangt Nb-wet). Voor bestemmingsplannen is het toetsingskader voor deze gebieden in de basis ongewijzigd gebleven ten opzichte van de Nb-wet. Als (een wijziging van) een bestemmingsplan negatieve gevolgen heeft voor de Natura 2000gebieden kan het plan in beginsel niet worden vastgesteld. In dat geval moet het bevoegd gezag volgens artikel 2.8, van de Wet natuurbescherming (Wnb) eerst een passende beoordeling opstellen. Uit de passende beoordeling moet blijken dat de instandhoudingsdoelstellingen van de betreffende gebieden niet aangetast worden door het plan. Eventueel worden maatregelen opgenomen die getroffen worden om dit te bereiken. Als niet aangetoond wordt dat aan de instandhoudingsdoelstellingen voldaan wordt, kan het plan geen doorgang vinden. Met behulp van een voortoets kan het bevoegd gezag bepalen of op voorhand negatieve gevolgen uit te sluiten zijn. Hierbij moet voor de gewenste situatie worden uitgegaan van de maximale planologische mogelijkheden.
Voor plannen die ten opzichte van de uitgangssituatie op het referentiemoment geen significante toename in stikstofdepositie veroorzaken, zijn negatieve effecten ten aanzien van dit aspect uit te sluiten. In dat geval hoeft geen passende beoordeling te worden opgesteld.
2.2.
Programma Aanpak Stikstof (PAS)
Gelet op de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 29 mei 2019, kan de PAS niet meer worden gehanteerd als toetsingskader op grond van de Wet natuurbescherming. Inmiddels is een nieuwe versie van het rekenprogramma AERIUS Calculator uitgebracht. Met deze nieuwe tool is de depositie op de stikstofgevoelige natuurgebieden berekend. Hoe de resultaten worden beoordeeld, is aan het bevoegd gezag.
2.3.
Beleidsregels intern en extern salderen
Vanwege de vernietiging van het PAS is het voor het bevoegd gezag niet mogelijk om toestemmingen te verlenen voor projecten waarvoor ontwikkelingsruimte nodig is. Om aan te tonen dat een project geen significant effect heeft op de stikstofdepositie ter plaatse van stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden bestaan de volgende mogelijkheden: - aantonen dat in de beoogde situatie geen effect (stikstofdepositie < 0,00 mol/ha/jaar) op de omliggende stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden optreedt. - middels intern of extern salderen aantonen dat in de beoogde situatie geen sprake is van een stikstoftoename met significante gevolgen voor Natura 2000-gebieden ten opzichte van de referentiesituatie. - middels een ecologische voortoets onderzoeken of significante negatieve effecten op instandhoudingsdoelstellingen kunnen worden uitgesloten. Een ecologische voortoets is een mogelijkheid voor activiteiten die enkel zorgen voor een stikstofdepositie op hectares waarvan de kritische depositiewaarde (KDW) niet wordt overschreden.
Stikstofdepositieonderzoek Dorpsweg naast 157 te Arkel Datum: 14 april 2022 ; Referentie: 20220122.v01
7
Als de stikstofdepositie in de beoogde situatie hoger is dan 0,00 mol/ha/jaar, dan is een verdere inhoudelijke beoordeling van de te verwachten stikstofdepositie noodzakelijk. Het is dan mogelijk om toestemming te krijgen op basis van intern of extern salderen. Voor extern salderen geldt een vergunningplicht omdat van de beoogde activiteit op zichzelf negatieve effecten niet op voorhand kunnen worden uitgesloten. Met salderen wordt inzichtelijk gemaakt of in de beoogde situatie sprake is van een stikstoftoename met significante gevolgen voor Natura 2000-gebieden ten opzichte van de referentiesituatie. Of sprake is van een significante toename van de stikstofdepositie hangt af van de toegestane depositie in de referentiesituatie.
2.4.
Referentiesituatie
Wanneer sprake is van de wijziging of uitbreiding van een bestaande activiteit, gelden de volgende referentiesituaties [1], een: - vigerende vergunning die verleend is op basis van de Wet natuurbescherming; - vigerende vergunning die verleend is op basis van de Natuurbeschermingswet 1998; - vigerende omgevingsvergunning die verleend is op basis van de Wabo met een verklaring van geen bedenkingen (VVGB) op grond van één van de twee hierboven genoemde wetten; - tracébesluit, wegaanpassingsbesluit of kavelbesluit waaraan een passende beoordeling is gekoppeld; - (milieu-)toestemming op de Europese referentiedatum, zie afbeelding 4.
Afbeelding 4. Stappenplan voor het bepalen van de referentiesituatie[1]
2.5.
Wet stikstofreductie en natuurverbetering
De Wet stikstofreductie en natuurverbetering is per 1 juli 2021 in werking getreden. De wet maakt een partiële vrijstelling mogelijk van de natuurvergunningplicht voor het aspect stikstof voor activiteiten van de bouwsector. De bouwvrijstelling geldt voor de aanleg of bouw van onder andere woningen, utiliteitsbouw, energieprojecten en activiteiten in de grond-, weg- en waterbouw en de sloop van bouwwerken. De vrijstelling geldt niet voor de gebruiksfase van wat wordt gebouwd of aangelegd. 1
Handreiking intern en extern salderen; https://www.bij12.nl/wp-content/uploads/2020/09/Handreiking-intern-extern-salderen-en-verleasen22092020.pdf
Stikstofdepositieonderzoek Dorpsweg naast 157 te Arkel Datum: 14 april 2022 ; Referentie: 20220122.v01
8
3.
REKENONDERZOEK
De voor stikstof relevante emissiebronnen van de gebruiksfase van de beoogde ontwikkeling worden hieronder nader toegelicht.
3.1.
Uitgangspunten gebruiksfase
In de beoogde situatie zijn de bedrijfswoningen inclusief bedrijfsloodsen in gebruik. De NOxen NH3-emissies worden enkel veroorzaakt door verkeersbewegingen.
3.1.1.
Verkeersbewegingen
Met betrekking tot het verkeer dat in de gebruiksfase kan worden toegerekend aan de bedrijfswoningen en bedrijfsloodsen is uitgegaan van gegevens uit de ASVV 2021 van kennisplatform CROW[2]. Er is uitgegaan van de ligging ‘rest bebouwde kom’ in de gemeente Molenlanden (‘niet stedelijk’). Hierbij is de functie: ‘koop, huis, vrijstaand’ aangehouden voor de bedrijfswoningen. Voor dit type woning wordt uitgegaan van de verkeersaantallen zoals genoemd in tabel 1. De functie: ‘bedrijf arbeidsextensief/bezoekersextensief (loods, opslag, transportbedrijf)’, met verkeersaantallen zoals genoemd in tabel 2, is aangehouden voor de bedrijfsloodsen. Tabel 1. Verkeersgeneratie per woning, ASVV 2021 CROW
Koop, huis, vrijstaand Niet stedelijk
Rest bebouwde kom minimaal maximaal 7,8 8,6
Per vrijstaande woning is de maximale (worst-case) verkeersgeneratie 8,6 voertuigbewegingen per etmaal. Er worden in totaal vijf bedrijfswoningen gerealiseerd. Daarmee komt de verkeersgeneratie voor de bedrijfswoningen uit op 8,6 vtb/etmaal * 5 = 43 voertuigbewegingen per etmaal. Tabel 2. Verkeersgeneratie per 100 m2 bvo, ASVV 2021 CROW
Bedrijf arbeidsextensief/bezoekersextensief (loods, opslag, transportbedrijf) Niet stedelijk
Rest bebouwde kom minimaal 3,9
maximaal 5,7
Per 100 m2 bvo is de maximale (worst-case) verkeersgeneratie 5,7 voertuigbewegingen per etmaal. Er worden in totaal vijf bedrijfsloodsen gerealiseerd, hiervan hebben er vier een oppervlakte van 105 m2 bvo en één een oppervlakte van 150 m2 bvo. De totale oppervlakte aan bedrijfsloods omvat dus 4 * 105 m2 bvo + 150 m2 bvo = 570 m2 bvo. Daarmee komt de verkeersgeneratie voor de bedrijfsloodsen uit op naar boven afgerond 5,7 vtb/etmaal/100 m2 bvo * 570 m2 bvo = 33 voertuigbewegingen per etmaal. Daarnaast is nog eens rekening gehouden 5 voertuigbewegingen met vrachtwagens. De totale verkeersgeneratie ten gevolge van het plan omvat dus 43 vtb/etmaal + 33 vtb/etmaal = 76 lichte voertuigbewegingen per etmaal en 5 zware voertuigbewegingen per etmaal. Ander verkeer zal niet gegenereerd worden door het onderliggende plan. 2 Aanbevelingen voor Verkeersvoorzieningen Binnen de Bebouwde Kom (ASVV), CROW, 2021
Stikstofdepositieonderzoek Dorpsweg naast 157 te Arkel Datum: 14 april 2022 ; Referentie: 20220122.v01
9
De voertuigbewegingen zijn gemodelleerd als lijnbronnen met licht en zwaar verkeer met de actuele emissiefactoren voor wegverkeer die in het rekenprogramma AERIUS Calculator zijn opgenomen. Er is uitgegaan van een buitenweg met 10% stagnatie. Het verkeer is gemodelleerd tot het punt waarop de voertuigen in het heersende verkeersbeeld van de openbare weg zijn opgenomen. Er is aangenomen dat het verkeer in oostelijke en westelijk richting ontsluit. Het verkeer in oostelijke richting gaat vanaf het plangebied via de Dorpsweg naar de Stationsweg. Wanneer het verkeer op de Stationsweg het spoor passeert is het verkeer opgenomen in het heersende verkeersbeeld overeenkomstig de verkeersgegevens van het NSL, zie afbeelding 5. Het verkeer in westelijke richting gaat vanaf het plangebied via de Dorpsweg naar de Beemdweg. Op de kruising van de Dorpsweg met de Beemdweg is het verkeer opgenomen in het heersende verkeersbeeld overeenkomstig de verkeersgegevens van het NSL, zie afbeelding 6. Voor beide lijnbronnen is worst-case de totale verkeersgeneratie aangehouden.
Afbeeldingen 5 en 6. Verkeersgegevens NSL met de verkeersintensiteit van het met rood gemarkeerde wegvak. De ligging van het plangebied is met rood omcirkeld.
Het manoeuvreren en stationair draaien van de vrachtwagens is ondervangen door een extra lijnbron op het terrein van de inrichting met 100% stagnatie.
3.1.2.
Mobiele machines
In en rondom de bedrijfsloodsen wordt gebruik gemaakt van een of meerdere elektrische vorkheftrucks. De inzet van deze elektrische vorkheftrucks zal geen NOx- en NH3-emissies veroorzaken.
3.1.3.
Stookinstallaties
Het plan (de bedrijfswoningen inclusief bedrijfsloodsen) wordt gasloos uitgevoerd, er zal dus geen stikstofemissie uitgestoten worden als gevolg van het stoken van gasgestookte installaties.
Stikstofdepositieonderzoek Dorpsweg naast 157 te Arkel Datum: 14 april 2022 ; Referentie: 20220122.v01
10
3.2.
Berekeningswijze
De stikstofdepositie als gevolg van de gewenste activiteiten op de Natura 2000-gebieden is berekend met AERIUS Calculator (2021). Er is een AERIUS-berekening uitgevoerd met de emissies als gevolg van de gebruiksfase. Als rekenjaar is 2022 gekozen. De rekenresultaten en de ingevoerde gegevens van de berekening van de gebruiksfase zijn te vinden in bijlage I.
Stikstofdepositieonderzoek Dorpsweg naast 157 te Arkel Datum: 14 april 2022 ; Referentie: 20220122.v01
11
4.
RESULTATEN
In dit stikstofdepositieonderzoek is voor de gebruiksfase van de beoogde ontwikkeling aan de Dorpsweg naast 157 in Arkel de te verwachten stikstofdepositie ter plaatse van het Natura 2000-gebied berekend. Uit de berekening van de gebruiksfase blijkt dat de stikstofdepositie op de stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden niet hoger is dan 0,00 mol/ha/jaar. Er is dus geen sprake van vergunningplicht op grond van de Wet natuurbescherming. Stikstof vormt geen belemmering voor het plan.
Stikstofdepositieonderzoek Dorpsweg naast 157 te Arkel Datum: 14 april 2022 ; Referentie: 20220122.v01
12
BIJLAGE I.
AERIUS-BEREKENING GEBRUIK
Stikstofdepositieonderzoek Dorpsweg naast 157 te Arkel Datum: 14 april 2022 ; Referentie: 20220122.v01
13
Projectberekening
Dit document geeft een overzicht van de invoer en rekenresultaten van een Projectberekening met AERIUS Calculator. De berekening is uitgevoerd binnen stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden, op rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant, en waar tevens sprake is van een overbelaste of bijna overbelaste situatie voor stikstof.
Overzicht Samenvatting situaties Resultaten Detailgegevens per emissiebron
Meer toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via: www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers
Projectberekening
Contactgegevens Rechtspersoon Inrichtingslocatie
Activiteit
Omschrijving Toelichting
Berekening
De Roever Omgevingsadvies Dorpsweg naast 157, - Arkel Ontwikkeling Dorpsweg naast 157 te Arkel Ontwikkeling van het perceel aan de Dorpsweg naast nummer 157 in Arkel met de realisatie van vijf bedrijfswoningen en vijf bedrijfsloodsen. AERIUSberekening van de beoogde situatie (gebruiksfase).
AERIUS kenmerk Datum berekening Rekenconfiguratie
Rux2Ps7KmDpZ 31 januari 2022, 12:56 Wnb-rekengrid
Totale emissie
Rekenjaar 2022
Situatie 1 - Beoogd
Resultaten
Emissie NH3 < 0,1 ton/j
Hoogste depositie Hexagon Situatie 1 - Beoogd Gekarteerd oppervlak met toename (ha) 0,00 ha Gekarteerd oppervlak met afname (ha) 0,00 ha Grootste toename van depositie 0,00 mol/ha/j Grootste afname van depositie 0,00 mol/ha/j
Rux2Ps7KmDpZ (31 januari 2022)
Emissie NOx < 0,1 ton/j Gebied
2/6
Projectberekening
Situatie 1 (Beoogd), rekenjaar 2022 Emissiebronnen 3 Anders... | Anders... | Plangebied
Emissie NH3 -
Emissie NOx -
Verkeersnetwerk
< 0,1 ton/j
< 0,1 ton/j
Rux2Ps7KmDpZ (31 januari 2022)
3/6
Projectberekening
Hoogste af- en toename op (bijna) overbelaste stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden.
500 m Habitatrichtlijn Vogelrichtlijn
Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn Niet bepaald
Grootste afname van depositie Grootste toename van depositie Hoogste totale depositie De bronnen op de kaart horen bij de Beoogde situatie. Rux2Ps7KmDpZ (31 januari 2022)
4/6
Projectberekening
Resultaten stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden situatie "Situatie 1" (Beoogd) incl. saldering e/o referentie Totaal
Rux2Ps7KmDpZ (31 januari 2022)
Berekend (ha Hoogste totale Met toename Grootste gekarteerd) depositie (ha gekarteerd) toename (mol/ha/jr) (mol/ha/jr)
0,00
0,00
0,00
0,00
Met afname (ha Grootste gekarteerd) afname (mol/ha/jr)
0,00
0,00
5/6
Projectberekening
Situatie 1, Rekenjaar 2022 3 Anders... | Anders... Naam Plangebied Uittreedhoogte Wijze van ventilatie Niet geforceerd Warmteinhoud Temporele Variatie Continue Emissie
0,0 m 0,000 MW
Disclaimer Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden. Rekenbasis Deze berekening is tot stand gekomen op basis van: AERIUS versie 2021.0.2_20220128_2eee9c6138 Database versie 2021_2eee9c6138 Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/
Rux2Ps7KmDpZ (31 januari 2022)
6/6
Projectberekening
Dit document geeft een overzicht van de invoer en rekenresultaten van een Projectberekening met AERIUS Calculator. De berekening is uitgevoerd binnen stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden, op rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant, en waar tevens sprake is van een overbelaste of bijna overbelaste situatie voor stikstof.
Overzicht Samenvatting situaties Resultaten Detailgegevens per emissiebron
Meer toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via: www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers
Projectberekening
Contactgegevens Rechtspersoon Inrichtingslocatie
Activiteit
Omschrijving Toelichting
Berekening
De Roever Omgevingsadvies Dorpsweg naast 157, - Arkel Ontwikkeling Dorpsweg naast 157 te Arkel Ontwikkeling van het perceel aan de Dorpsweg naast nummer 157 in Arkel met de realisatie van vijf bedrijfswoningen en vijf bedrijfsloodsen. AERIUSberekening van de beoogde situatie (gebruiksfase).
AERIUS kenmerk Datum berekening Rekenconfiguratie
Rux2Ps7KmDpZ 31 januari 2022, 12:56 Wnb-rekengrid
Totale emissie
Rekenjaar 2022
Situatie 1 - Beoogd
Resultaten
Emissie NH3 < 0,1 ton/j
Hoogste depositie Hexagon Situatie 1 - Beoogd Gekarteerd oppervlak met toename (ha) 0,00 ha Gekarteerd oppervlak met afname (ha) 0,00 ha Grootste toename van depositie 0,00 mol/ha/j Grootste afname van depositie 0,00 mol/ha/j
Rux2Ps7KmDpZ (31 januari 2022)
Emissie NOx < 0,1 ton/j Gebied
2/6