CConstaterende datMolenlanden
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 Bijlagen bestemmingsplan ‘Entreegebied Kinderdijk’

Raadsvergadering 17 juli 2025, gemeente MolenlandenBij agendapunt: Bestemmingsplan Entreegebied Kinderdijk en Kwaliteitskader Entreegebied Kinderdijk-Elshout16.463 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

ENTREEGEBIED KINDERDIJK bestemmingsplan

1/2

DATUM KENMERK

03-06-2025 NL.IMRO.1978.BPEntreeKDD-VG01

PROJECT PROJECTLEIDER

Entreegebied Kinderdijk I. De Feijter

OPDRACHTGEVER Gemeente Molenlanden PROJECTNUMMER 20220592 AUTEUR STATUS

2/2

I. De Feijter Ter vaststelling

© RHO ADVISEURS BV

Niets uit dit drukwerk mag door anderen dan de opdrachtgever worden verveelvoudigd en/ of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook zonder voorafgaande toestemming van Rho Adviseurs bv, behoudens voorzover dit drukwerk wettelijk een openbaar karakter heeft gekregen. Dit drukwerk mag zonder genoemde toestemming niet worden gebruikt voor enig ander doel dan waarvoor het is vervaardigd.

Inhoudsopgave Bijlagen toelich ng Bijlage 1

Merbeoordelingsno

Bijlage 2

Passende beoordeling en voortoets

Bijlage 3

Milieuhygiënisch vooronderzoek

Bijlage 4

Archeologisch onderzoek

Bijlage 5

Watertoets

Bijlage 6

Akoes sch onderzoek

Bijlage 7

Verkeersgenera e en afwikkeling

Bijlage 8

Luchtkwaliteit onderzoek

Bijlage 9

Quick scan soorten Kinderdijk

Bijlage 10

natuurtoets buitenruimte Smitgemaal

Bijlage 11

Externe veiligheid & bedrijven en milieuzonering

Bijlage 12

Cultuurhistorisch onderzoek

Bijlage 13

Kwaliteitskader

Bijlage 14

Nota vooroverleg

Bijlage 15

Nota zienswijzen

Bijlage 16

oplegno

Bijlage 17

s ksto erekeningen 2025

e (vormvrij)

e milieuonderzoeken

Bijlagen regels Bijlage 1

Staat van bedrijfsac viteiten

BIJLAGEN BIJ DE TOELICHTING

Bijlage 1 Merbeoordelingsno

e (vormvrij)

Merbeoordelingsnotitie (vormvrij) 1. Inleiding In het kader van de ontwikkeling van de locatie is een ontwerpbestemmingsplan opgesteld. Deze beoordeling maakt onderdeel uit van deze bestemmingsplanprocedure. In deze notitie wordt beoordeeld of de ontwikkeling mogelijk kan leiden tot belangrijke nadelige milieugevolgen.

2. Wet- en regelgeving De wet- en regelgeving voor milieueffectrapportage (m.e.r.) is vastgelegd in hoofdstuk 7 van de Wet milieubeheer en in de AMvB Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.). In de Wet milieubeheer zijn vooral de procedurele verplichtingen opgenomen. In Besluit m.e.r. is opgenomen wanneer een m.e.r. verplicht is. Globaal zijn er 3 soorten m.e.r.: 1. Een plan m.e.r. is wettelijk verplicht wanneer: a. Het plan kaders stelt voor activiteiten in het plangebied waarvoor een (project-)m.e.r. noodzakelijk is, dan wel waarvoor beoordeeld moet worden of een (project-)m.e.r. noodzakelijk is. Dit zijn de activiteiten die genoemd zijn in kolom 1 van Bijlage C en D van het Besluit m.e.r. Voor activiteiten uit Bijlage D geldt de plan-m.e.r. plicht direct als ze groter is dan de getalsmatige drempelwaarden in kolom 2. Als ze kleiner is dan die drempelwaarden, wordt de plan m.e.r. plicht bepaald door de vormvrije m.e.r.-beoordeling. b. De activiteiten in het bestemmingsplan leiden tot mogelijk significante gevolgen voor Natura 2000-gebieden (passende beoordeling noodzakelijk). Bij een plan m.e.r. gaat het om besluiten uit kolom 3 van Bijlage C en D van het Besluit m.e.r. 2. Een project- of besluit-m.e.r. is wettelijk verplicht wanneer: a. De activiteit genoemd is in Bijlage C van het Besluit m.e.r. b.

De initiatiefnemer of het bevoegd gezag besloten hebben dat voor een activiteit uit Bijlage D van het Besluit m.e.r. een milieueffectrapport opgesteld wordt, cq. moet worden. Bij een project- of besluit-m.e.r. gaat het om besluiten uit kolom 4 van Bijlage C of D van het Besluit m.e.r. Het gaat daarbij bijvoorbeeld om een bestemmingsplan dat in directe zin woningbouw mogelijk maakt waarvoor een m.e.r.-plicht geldt, of om een omgevingsvergunning voor het in werking hebben van een bedrijf (met aanzienlijke milieugevolgen). 3. Een m.e.r.-beoordeling is wettelijk verplicht voor de activiteiten in kolom 1 van Bijlage D van het Besluit m.e.r.. Indien de activiteit kleiner is dan de getalsmatige drempelwaarden in kolom 2 van Bijlage D is er sprake van een vormvrije m.e.r.-beoordeling. Bij een (vormvrije) m.e.r.-beoordeling gaat het om besluiten uit kolom 4 van Bijlage 4 van het Besluit m.e.r.

3. Onderzoek en resultaten Het bestemmingsplan ‘Entreegebied Kinderdijk’ focust op vier verschillende onderwerpen: • de beleving van Kinderdijk; • de dorpen in de luwte van de toeristenstroom; • grip op alle bezoekersstromen en; • de doorontwikkeling van de organisatie en financiering in en rond het Werelderfgoed. Om deze onderwerpen mogelijk te maken is per deelgebied van Kinderdijk een maatregelenpakket geformuleerd. Deze maatregelen zijn weergegeven in paragraaf 4.1 van deze notitie. Het oprichten van de functies zoals benoemd in paragraaf 4.1 zijn opgenomen onder categorieën D11.2, de aanleg van een stedelijk ontwikkelingsproject, van het Beluit m.e.r.. De ontwikkelingen blijven onder de getalsmatige drempelwaarde. Hiermee is dit bestemmingsplan vormvrij m.e.r. – beoordelingsplichtig.

4. Vormvrije m.e.r.-beoordeling 4.1 Kenmerken van de ontwikkeling Bij de kenmerken van de projecten moet in het bijzonder in overweging worden genomen: • de omvang van het project, • de cumulatie met andere bestaande en/of goedgekeurde projecten, • het gebruik van natuurlijke hulpbronnen, • de productie van afvalstoffen, • verontreiniging en hinder, • risico van ongevallen, met name gelet op de gebruikte stoffen of technologieën, • de risico’s voor de menselijke gezondheid. In onderstaande tabel worden deze overwegingen beschreven. Aard en omvang

Voorkamer

In dit deelgebied vinden de volgende ontwikkelingen plaats: Gebouw windkracht 4 wordt gesloopt. De twee woningen worden gesloopt. Uitbreiding restaurant Buena Vista en terras . Sloop terras voorzijde. Mobiliteithub voor langzaam verkeer. Parkeerplaatsen komen te vervallen en er zal hier een ontvangstgebouw worden gecreëerd. Ontwikkelingen vallen binnen de drempelwaarden zoals deze zijn opgenomen in bijlage D (categorieën D11.2) van het Beluit

m.e.r. Lekdijk

In dit deelgebied vinden de volgende ontwikkelingen plaats: Verkeerstromen worden gescheiden waarbij een middenberm wordt gerealiseerd. Uitbreiding capaciteit steiger waterbus/taxi (van 1 naar 2 verbindingen). Meer ruimte bij de bushaltes. Ontwikkelingen vallen binnen de drempelwaarden zoals deze zijn opgenomen in bijlage D (categorieën D11.2) van het Beluit

m.e.r. Middelkade

In dit deelgebied vinden de volgende ontwikkelingen plaats: Toevoeging dijkgebouw voor bezoekerscentrum en meer ruimte horeca. Parkeerplaats wordt opgeheven. Fietsers en wandelaars worden op de kade gescheiden. Fietsenstalling. Een brug die verbinding maakt met de waterbus/taxisteiger. Ontwikkelingen vallen binnen de drempelwaarden zoals deze zijn opgenomen in bijlage D (categorieën D11.2) van het Beluit

m.e.r. Werkeiland Nederwaard

In dit deelgebied vinden de volgende ontwikkelingen plaats: Bestaande schuur wordt gesloopt waar ruimte moet komen voor groen. De randen en oevers worden groen en natuurvriendelijk ingericht. Parkeerplaatsen voor medewerkers van het gemaal. Ontwikkelingen vallen binnen de drempelwaarden zoals deze zijn opgenomen in bijlage D (categorieën D11.2) van het Beluit

m.e.r. Werkeiland Overwaard

In dit deelgebied vinden de volgende ontwikkelingen plaats: Sloop bijgebouwen en toevoeging van groen. Machinistenwoningen krijgen naast woonbestemming een kantoorbestemming.

Ontwikkelingen vallen binnen de drempelwaarden zoals deze zijn opgenomen in bijlage D (categorieën D11.2) van het Beluit

m.e.r. Groepsentree / Educatie eiland

In dit deelgebied vinden de volgende ontwikkelingen plaats: Kwalitatieve verbeteringen bestaande bebouwing en buitenruimte. Ontwikkelingen vallen binnen de drempelwaarden zoals deze zijn opgenomen in bijlage D (categorieën D11.2) van het Beluit

m.e.r. Rietsnijder-Eiland

Het Potterrein

In dit deelgebied vinden de volgende ontwikkelingen plaats: Kwaliteit groen wordt verbeterd en beplanting van kade Nederwaard. Ontwikkelingen vallen binnen de drempelwaarden zoals deze zijn opgenomen in bijlage D (categorieën D11.2) van het Beluit m.e.r. . In dit deelgebied vinden de volgende ontwikkelingen plaats: De kwaliteit van het groen wordt verbeterd. Parkeergelegenheid met 25 parkeerplekken. Ontwikkelingen vallen binnen de drempelwaarden zoals deze zijn opgenomen in bijlage D (categorieën D11.2) van het Beluit

m.e.r. Cumulatie

Entreegebied Kinderdijk

De ontwikkelingen in alle deelgebieden is een op zichzelf staand plan waarbij geen directe relaties met andere plannen of projecten in de gemeente Molenlanden of directe omgeving zijn.

Natuurlijke hulpbronnen

Entreegebied Kinderdijk

De ontwikkeling van Entreegebied Kinderdijk heeft gaan bijzondere kenmerken ten aanzien van het gebruik van natuurlijke hulpbronnen en de productie van afvalstoffen. Voor de ontwikkeling is een passende beoordeling opgesteld (Passende beoordeling entreegebied Molens Kinderdijk, Antea Group, 5 maart 2023). Uit deze passende beoordeling volgt dat de ontwikkeling niet leidt tot significant negatieve gevolgen voor enig Natura 2000-gebied.

Ongevallen

Entreegebied Kinderdijk

Ontwikkelingen liggen niet binnen relevante risicocontouren. Daarnaast geen significante toename van het groepsrisico.

Gezondheidseffecten

Entreegebied Kinderdijk

Mede op basis van de beoordeling ten aanzien van water, lucht, licht en geluid is er geen sprake van specifieke risico’s door het plan voor de volksgezondheid.

4.2 Locatie van de ontwikkeling In deze paragraaf is het bestaande en goedgekeurde landgebruik beschreven. Bestaand gebruik

Voorkamer Lekdijk Middelkade Werkeiland Nederwaard Werkeiland Overwaard

In de huidige situatie is het gebruik van de gronden parkeergelegenheid, woongebied, horeca, groen en verhard gebied. In de huidige situatie bestaat het gebied uit een dijk en een steiger voor de halte van de waterbus. De gronden worden hier gebruikt voor het wegverkeer en groen. In de huidige situatie worden de gronden gebruikt voor horeca functies, parkeergelegenheid, verharding en groen. In de huidige situatie ligt in het gebied het Kokgemaal, een schuurtje, parkeerplaats en machinistenwoningen. Overige gronden worden gebruikt voor verharding en groen. In de huidige situatie is er in het gebied een boezemgemaal en worden de gronden daarnaast gebruikt voor groen, parkeergelegenheid, verharding en bebouwing voor wonen en bedrijvigheid.

Groepsentree / Educatie eiland Rietsnijder-Eiland Het Potterrein

In de huidige situatie is er in het gebied bebouwing aanwezig voor musea en zijn de overige gronden gebruikt voor groen en verharding. Op het noordelijke gedeelte van het eiland bevinden zich nu enkele losse gebouwen, die bij een woonerf horen. Het zuidelijke gedeelte is nog onbebouwd. In de huidige situatie wordt het gebied gebruikt voor opslag en parkeren. Midden op het terrein staat een oude scheepsbouwloods.

4.3 Potentiële effecten In deze paragraaf zijn in samenhang met de criteria van de punten 4.1 en 4.2 de potentiële effecten van het project inzichtelijk gemaakt. In de overweging is opgenomen: • het bereik van het effect (geografische zone en grootte van de getroffen bevolking), • de aard van het effect, • het grensoverschrijdende karakter van het effect, • de intensiteit en complexiteit van het effect, • de waarschijnlijkheid van het effect, • de verwachte aanvang, de duur, de frequentie en de omkeerbaarheid van het effect, • de cumulatie van effecten met de effecten van andere bestaande en/of goedgekeurde projecten, • de mogelijkheid om de effecten doeltreffend te verminderen. Natuur

Voorkamer

Door de voorgenomen herinrichting van de Voorkamer kunnen permanente schadelijke effecten optreden op eventueel aanwezige vaste rust- en verblijfplaatsen en functioneel leefgebied van de huismus, gierzwaluw, algemene vogels, vleermuizen, en soorten met jaarrond en niet jaarrond beschermde nesten. Nader veldonderzoek is nodig om vast te stellen of voortplantings- en vaste rust- en verblijfplaatsen en functioneel leefgebied van deze soorten in het plangebied aanwezig zijn. Bij algemene vogels en soorten met niet jaarrond beschermde nesten dienen werkzaamheden buiten het broedseizoen uitgevoerd te worden. Indien er binnen het broedseizoen gewerkt wordt, is voorafgaand aan de werkzaamheden een controle door een deskundig ecoloog noodzakelijk. Voor de ontwikkeling is een passende beoordeling opgesteld (Passende beoordeling entreegebied Molens Kinderdijk, Antea Group, 5 maart 2023). Uit deze passende beoordeling volgt dat de ontwikkeling niet leidt tot significant negatieve gevolgen voor enig Natura 2000-gebied. Op grond hiervan kan geconcludeerd worden dat de ontwikkeling voor wat betreft het aspect Natuur niet zal leiden tot belangrijke nadelige milieugevolgen.

Lekdijk

De locatie Lekdijk is potentieel geschikt voor voortplantingsplaatsen of vaste rust- en verblijfplaatsen en essentieel leefgebied van algemene vogels, vleermuizen en soorten met jaarrond en niet jaarrond beschermde nesten. Voor soorten met jaarrond beschermde nesten dient nader veldonderzoek verricht te worden om aanwezigheid vast te stellen. Bij algemene vogels en soorten met niet jaarrond beschermde nesten dienen werkzaamheden buiten het broedseizoen uitgevoerd te worden. Indien er binnen het broedseizoen gewerkt wordt, is voorafgaand aan de werkzaamheden een controle door een deskundig ecoloog noodzakelijk. Voor de ontwikkeling is een passende beoordeling opgesteld (Passende beoordeling entreegebied Molens Kinderdijk, Antea Group, 5 maart 2023). Uit deze passende beoordeling volgt dat de ontwikkeling niet leidt tot significant negatieve gevolgen voor enig Natura 2000-gebied. Op grond hiervan kan geconcludeerd worden dat de ontwikkeling voor wat betreft het aspect Natuur niet zal leiden tot belangrijke nadelige milieugevolgen.

Middelkade

Bij het aanleggen van een separaat wandelpad langs de Molenkade gaat potentieel geschikt leefgebied van de noordse woelmuis verloren. Daarnaast is locatie geschikt voor de waterspitsmuis. Nader onderzoek is daarom noodzakelijk om vast te stellen of er sprake is van vaste rust- en verblijfplaatsen voor deze soorten. Locatie is potentieel ook geschikt voor voortplantingsplaatsen of vaste rust- en verblijfplaatsen en essentieel leefgebied van algemene vogels, vleermuizen, en soorten met jaarrond en niet jaarrond beschermde nesten. Voor soorten met jaarrond beschermde nesten dient nader veldonderzoek verricht te worden om aanwezigheid vast te stellen. Bij algemene vogels en soorten met niet jaarrond beschermde nesten dienen werkzaamheden buiten het broedseizoen uitgevoerd te worden. Indien er binnen het broedseizoen gewerkt wordt is voorafgaand aan de werkzaamheden een controle door een deskundig ecoloog noodzakelijk. Voor de ontwikkeling is een passende beoordeling opgesteld (Passende beoordeling entreegebied Molens Kinderdijk, Antea Group, 5 maart 2023). Uit deze passende beoordeling volgt dat de ontwikkeling niet leidt tot significant negatieve gevolgen voor enig Natura 2000-gebied. Op grond hiervan kan geconcludeerd worden dat de ontwikkeling voor wat betreft het aspect Natuur niet zal leiden tot belangrijke nadelige milieugevolgen.

Werkeiland Nederwaard

Deze locatie is potentieel geschikt voor voortplantingsplaatsen of vaste rust- en verblijfplaatsen en essentieel leefgebied van algemene vogels, vleermuizen en soorten met jaarrond en niet jaarrond beschermde nesten. Voor soorten met jaarrond beschermde nesten dient nader veldonderzoek verricht te worden om aanwezigheid vast te stellen. Bij algemene vogels en soorten met niet jaarrond beschermde nesten dienen werkzaamheden buiten het broedseizoen uitgevoerd te worden. Indien er binnen het broedseizoen gewerkt wordt, is voorafgaand aan de werkzaamheden een controle door een deskundig ecoloog noodzakelijk. Voor de ontwikkeling is een passende beoordeling opgesteld (Passende beoordeling entreegebied Molens Kinderdijk, Antea Group, 5 maart 2023). Uit deze passende beoordeling volgt dat de ontwikkeling niet leidt tot significant negatieve gevolgen voor enig Natura 2000-gebied. Op grond hiervan kan geconcludeerd worden dat de ontwikkeling voor wat betreft het aspect Natuur niet zal leiden tot belangrijke nadelige milieugevolgen.

Werkeiland Overwaard

Groepsentree / Educatie eiland

De locatie is potentieel geschikt voor voortplantingsplaatsen of vaste rust- en verblijfplaatsen en essentieel leefgebied van algemene vogels, vleermuizen en soorten met jaarrond en niet jaarrond beschermde nesten. Voor soorten met jaarrond beschermde nesten dient nader veldonderzoek verricht te worden om aanwezigheid vast te stellen. Bij algemene vogels en soorten met niet jaarrond beschermde nesten dienen werkzaamheden buiten het broedseizoen uitgevoerd te worden. Indien er binnen het broedseizoen gewerkt wordt, is voorafgaand aan de werkzaamheden een controle door een deskundig ecoloog noodzakelijk. Voor de ontwikkeling is een passende beoordeling opgesteld (Passende beoordeling entreegebied Molens Kinderdijk, Antea Group, 5 maart 2023). Uit deze passende beoordeling volgt dat de ontwikkeling niet leidt tot significant negatieve gevolgen voor enig Natura 2000-gebied. Op grond hiervan kan geconcludeerd worden dat de ontwikkeling voor wat betreft het aspect Natuur niet zal leiden tot belangrijke nadelige milieugevolgen. Locatie is potentieel geschikt voor voortplantingsplaatsen of vaste rust- en verblijfplaatsen en essentieel leefgebied van algemene

vogels, vleermuizen en soorten met jaarrond en niet jaarrond beschermde nesten. Voor soorten met jaarrond beschermde nesten dient nader veldonderzoek verricht te worden om aanwezigheid vast te stellen. Bij algemene vogels en soorten met niet jaarrond beschermde nesten dienen werkzaamheden buiten het broedseizoen uitgevoerd te worden. Indien er binnen het broedseizoen gewerkt wordt, is voorafgaand aan de werkzaamheden een controle door een deskundig ecoloog noodzakelijk. Voor de ontwikkeling is een passende beoordeling opgesteld (Passende beoordeling entreegebied Molens Kinderdijk, Antea Group, 5 maart 2023). Uit deze passende beoordeling volgt dat de ontwikkeling niet leidt tot significant negatieve gevolgen voor enig Natura 2000-gebied. Op grond hiervan kan geconcludeerd worden dat de ontwikkeling voor wat betreft het aspect Natuur niet zal leiden tot belangrijke nadelige milieugevolgen.

Rietsnijder-Eiland

Indien bij de werkzaamheden de smalle watergangen op de zuidzijde van het Rietsnijderseiland worden gedempt is er echter mogelijk sprake van een negatief effect op vaste rust- en verblijfplaatsen van platte schijfhoren. Locatie is ook geschikt voor de steenmarter, de waterspitsmuis en de noordse woelmuis. Nader onderzoek is daarom noodzakelijk om vast te stellen of er sprake is van vaste rusten verblijfplaatsen van deze soorten. Daarnaast is locatie is potentieel geschikt voor voortplantingsplaatsen of vaste rust- en verblijfplaatsen en essentieel leefgebied van algemene vogels, vleermuizen en soorten met jaarrond en niet jaarrond beschermde nesten. Voor soorten met jaarrond beschermde nesten dient nader veldonderzoek verricht te worden om aanwezigheid vast te stellen. Voor de ontwikkeling is een passende beoordeling opgesteld (Passende beoordeling entreegebied Molens Kinderdijk, Antea Group, 5 maart 2023). Uit deze passende beoordeling volgt dat de ontwikkeling niet leidt tot significant negatieve gevolgen voor enig Natura 2000-gebied. Op grond hiervan kan geconcludeerd worden dat de ontwikkeling voor wat betreft het aspect Natuur niet zal leiden tot belangrijke nadelige milieugevolgen.

Het Potterrein

Locatie is potentieel geschikt voor voortplantingsplaatsen of vaste rust- en verblijfplaatsen en essentieel leefgebied van algemene vogels, vleermuizen en soorten met jaarrond en niet jaarrond beschermde nesten. Voor soorten met jaarrond beschermde nesten dient nader veldonderzoek verricht te worden om aanwezigheid vast te stellen. Bij algemene vogels en soorten met niet jaarrond beschermde nesten dienen werkzaamheden buiten het broedseizoen uitgevoerd te worden. Indien er binnen het broedseizoen gewerkt wordt is voorafgaand aan de werkzaamheden een controle door een deskundig ecoloog noodzakelijk. Voor de ontwikkeling is een passende beoordeling opgesteld (Passende beoordeling entreegebied Molens Kinderdijk, Antea Group, 5 maart 2023). Uit deze passende beoordeling volgt dat de ontwikkeling niet leidt tot significant negatieve gevolgen voor enig Natura 2000-gebied. Op grond hiervan kan geconcludeerd worden dat de ontwikkeling voor wat betreft het aspect Natuur niet zal leiden tot belangrijke nadelige milieugevolgen.

Cultuur / archeologie

Voorkamer

Voor wat betreft archeologie vinden er in de Voorkamer bodemingrepen plaats waarvoor eerst verkennende archeologische boringen nodig zijn, om zo eventuele archeologische vindplaatsen te kunnen lokaliseren. De aspecten archeologie en cultuurhistorie vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkelingen.

Lekdijk

Middelkade

Werkeiland Nederwaard Werkeiland Overwaard Groepsentree / Educatie eiland Rietsnijder-Eiland

Het Potterrein

Bij de Lekdijk vinden geen bodemverstorende activiteiten plaats die groter zijn dan 250 vierkante meter en 30 centimeter onder maaiveld. Hier is geen nader onderzoek nodig. De aspecten archeologie en cultuurhistorie vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkelingen. Voor de werkzaamheden aan de kop van de geplande brug en de bestaande brug is een verkennend booronderzoek nodig indien de werkzaamheden in de bodem groter zijn dan 100 vierkante meter en 30 centimeter onder maaiveld. De aspecten archeologie en cultuurhistorie vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkelingen. Het aspect archeologie en cultuurhistorie vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkelingen. Het aspect archeologie en cultuurhistorie vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkelingen. Het aspect archeologie en cultuurhistorie vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkelingen. Er vinden naar verwachting geen werkzaamheden in de bodem plaats die groter zijn dan 10.000 vierkante meter en 30 centimeter diep. Indien dit wel het geval is dienen de werkzaamheden onder archeologische begeleiding plaats te vinden. De aspecten archeologie en cultuurhistorie vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkelingen. Het aspect archeologie en cultuurhistorie vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkelingen.

Door de planontwikkeling is sprake van een afname van (zoek)verkeer in de dorpen en een verbetering van de verkeersveiligheid door het scheiden van verkeerstromen.

Verkeer

Entreegebied Kinderdijk

Geluid

Entreegebied Kinderdijk

De geluidtoename vanwege indirecte hinder als gevolg van de horeca-uitbreiding is akoestisch gezien verwaarloosbaar. Het aspect geluid vormt zodoende geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.

Lucht

Entreegebied Kinderdijk

Voor lucht geldt dat er geen overschrijdingen plaatsvinden van de luchtkwaliteitsnormen.

Bodem

Voorkamer

Ter plaatse van Molenstraat 234 een restverontreiniging met sterk verhoogde gehalten aan lood aanwezig. Indien graafwerkzaamheden plaatsvinden ter plaatse van de isolerende voorzieningen of de leeflaag, dient voorafgaand aan de werkzaamheden overlegd te worden met het bevoegd gezag. Voor het overig deel van de locatie geldt dat het is verdacht op aanwezigheid van sterk verhoogde gehalten aan zware metalen in de grond. Voor de toekomstige ontwikkeling is daarom een nader verkennend onderzoek nodig. Op deze locatie is aanvullend onderzoek noodzakelijk. Als uit aanvullend onderzoek blijkt dat er een verontreiniging aanwezig is dan zal de eigenaar saneringsmaatregelen dienen te nemen. Na eventuele sanering is er sprake van een verbetering van de bodemkwaliteit die geschikt is voor de beoogde functie. Er zijn hiermee geen belangrijk negatieve bodemeffecten die zouden noodzaken tot het doorlopen van een m.e.r.- procedure en het opstellen van een MER.

Lekdijk

Uit het bodemonderzoek blijkt dat deze locatie verdacht wordt van aanwezigheid van sterk verhoogde gehalten aan zware metalen in de grond. Op deze locatie is aanvullend onderzoek noodzakelijk. Als uit aanvullend onderzoek blijkt dat er een verontreiniging aanwezig is dan zal de eigenaar saneringsmaatregelen dienen te nemen. Na

Middelkade

Werkeiland Nederwaard Werkeiland Overwaard

Groepsentree / Educatie eiland

Rietsnijder-Eiland

Het Potterrein

Ongevallen

Entreegebied Kinderdijk

eventuele sanering is er sprake van een verbetering van de bodemkwaliteit die geschikt is voor de beoogde functie. Er zijn hiermee geen belangrijk negatieve bodemeffecten die zouden noodzaken tot het doorlopen van een m.e.r.- procedure en het opstellen van een MER. Het reeds uitgevoerde onderzoek is afdoende indien de werkzaamheden binnen 5 jaar na de onderzoeken worden uitgevoerd. Wel dient nog bodemonderzoek naar PFOA uitgevoerd te worden als de grond wordt afgevoerd van de locatie. Na eventuele sanering is er sprake van een verbetering van de bodemkwaliteit die geschikt is voor de beoogde functie. Er zijn hiermee geen belangrijk negatieve bodemeffecten die zouden noodzaken tot het doorlopen van een m.e.r.- procedure en het opstellen van een MER. Voor de werkzaamheden bij het J.U. Smit gemaal geldt dat als het parkeerterrein naar de voormalige situatie wordt gebracht, er geen nader verkennend bodemonderzoek nodig is. Op deze locatie zijn geen gegevens bekend over de bodemkwaliteit bekend. Op deze locatie is aanvullend onderzoek noodzakelijk. Als uit aanvullend onderzoek blijkt dat er een verontreiniging aanwezig is dan zal de eigenaar saneringsmaatregelen dienen te nemen. Na eventuele sanering is er sprake van een verbetering van de bodemkwaliteit die geschikt is voor de beoogde functie.

Er zijn hiermee geen belangrijk negatieve bodemeffecten die zouden noodzaken tot het doorlopen van een m.e.r.- procedure en het opstellen van een MER. Op deze locatie is bodemonderzoek uitgevoerd. Het uitgevoerde onderzoek is afdoende indien de werkzaamheden binnen 5 jaar na de onderzoeken worden uitgevoerd. Wel dient nog bodemonderzoek naar PFOA uitgevoerd te worden als de grond wordt afgevoerd van de locatie. Na eventuele sanering is er sprake van een verbetering van de bodemkwaliteit die geschikt is voor de beoogde functie. Er zijn hiermee geen belangrijk negatieve bodemeffecten die zouden noodzaken tot het doorlopen van een m.e.r.- procedure en het opstellen van een MER. Op deze locatie zijn geen gegevens bekend over de bodemkwaliteit bekend. Op deze locatie is aanvullend onderzoek noodzakelijk. Als uit aanvullend onderzoek blijkt dat er een verontreiniging aanwezig is dan zal de eigenaar saneringsmaatregelen dienen te nemen. Na eventuele sanering is er sprake van een verbetering van de bodemkwaliteit die geschikt is voor de beoogde functie. Er zijn hiermee geen belangrijk negatieve bodemeffecten die zouden noodzaken tot het doorlopen van een m.e.r.- procedure en het opstellen van een MER. Uit het bodemonderzoek blijkt dat deze locatie verdacht wordt van aanwezigheid op sterk verhoogde gehalten aan zware metalen in de grond.

Op deze locatie is aanvullend onderzoek noodzakelijk. Als uit aanvullend onderzoek blijkt dat er een verontreiniging aanwezig is dan zal de eigenaar saneringsmaatregelen dienen te nemen. Na eventuele sanering is er sprake van een verbetering van de bodemkwaliteit die geschikt is voor de beoogde functie. Er zijn hiermee geen belangrijk negatieve bodemeffecten die zouden noodzaken tot het doorlopen van een m.e.r.- procedure en het opstellen van een MER. Het plangebied ligt binnen het invloedsgebied van de vaarweg Corridor Amsterdam-Rijn. Hierbij wordt de oriëntatiewaarde van het groepsrisico niet overschreden.

Gezondheidseffecten

Entreegebied Kinderdijk

Er treedt geen significant verslechtering van de milieukwaliteitsmaat op.

Water

Entreegebied Kinderdijk

Het plan leidt niet tot belangrijke nadelige milieueffecten betreffende het thema water.

5. Conclusie Uit de vormvrije m.e.r.-beoordeling blijkt dat geen sprake is van bijzondere omstandigheden ten aanzien van kenmerken en locatie van het plan, die zouden kunnen leiden tot belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu ter plaatse. Voor de meeste milieuaspecten geldt dat er geen relevante effecten optreden, dan wel dat deze effecten met mitigerende maatregelen worden beperkt, zodat voldaan wordt aan de geldende wet- en regelgeving. Het opstellen van een milieueffectrapport is dan ook niet aan de orde.

Bijlage 2 Passende beoordeling en voortoets

Passende beoordeling Entreegebied Molens Kinderdijk

projectnummer 0479411.100 definitief revisie 02 9 maart 2023

Passende beoordeling Entreegebied Molens Kinderdijk

projectnummer 0479411.100 definitief revisie 02 9 maart 2023

Auteurs J. van den Broek E. Been M. van Gemeren

Opdrachtgever Gemeente Molenlanden Groeneweg 33 4223 ME Hoornaar

datum 9 maart 2023

beschrijving definitief

vrijgave C. van Tilburg

Inhoudsopgave

Blz.

1

Inleiding

1

1.1 1.2 1.3

Aanleiding en voornemen Ligging ten opzichte van Natura 2000 Leeswijzer

1 1 2

2

Wettelijk kader

3

2.1 2.2 2.3

Europese Vogel- en Habitatrichtlijn en Wet natuurbescherming (Wnb) Onderzoek nodig naar significante gevolgen voor Natura 2000-gebieden Passende beoordeling en m.e.r.-plicht

3 3 3

3

Voortoets

5

4

Stikstofonderzoek

6

4.1 4.2 5.1 5.2.1 5.2.2 5.2.3 5.3

Berekening en toetsing Gebruiksfase Voortoets Gebruiksfase Realisatiefase Conclusie stikstofdepositie Conclusie

6 6 14 14 15 15 15

Bijlage 1 Voortoets Bijlage 2 Ingrepen per gebied Bijlage 3 Toelichting storingsfactoren Bijlage 4 Inzet materieel en vrachtwagens per activiteit Bijlage 5 AERIUS-berekening gebruiksfase Bijlage 6 AERIUS-berekening realisatiefase

Passende beoordeling Entreegebied Molens Kinderdijk projectnummer 0479411.100 9 maart 2023 revisie 02

1 Inleiding 1.1

Aanleiding en voornemen De gemeente Molenlanden is voornemens om het entreegebied Kinderdijk te herinrichten. De herinrichting van het entreegebied zelf leidt niet tot een groei in het aantal bezoekers. Een aantal reeds aanwezige gebouwen en woningen zullen worden vervangen door andere gebouwen en soms wijzigt een functie van een gebouw. Verder zullen bezoekerstromen (fietsers, wandelaars) zoveel mogelijk gescheiden gaan worden en wordt de aanvoer van bezoekers per schip beter gefaciliteerd. Op diverse plaatsen zullen groenstructuren worden aangebracht en hersteld. Een uitbreiding van de horeca-functie leidt wel tot enige toename van de bezoekers, en daarmee een toename van het verkeer. In bijlage 2 is een gedetailleerd overzicht opgenomen van de beoogde ontwikkelingen. In figuur 1.1 zijn de deelgebieden weergegeven. De beoogde herinrichting van het entreegebied van Kinderdijk zal beperkte invloed hebben op de verkeersintensiteiten rond het molengebied. Als onderdeel van de herinrichting zullen de parkeerplaatsen voor bezoekers uit het entreegebied verplaatst worden naar het transferium Alblasserdam. Hierdoor wijzigen de verkeersstromen en derhalve de verkeersintensiteiten.

Figuur 1.1: Een impressie van de toekomstige situatie. Bron: SVP (2022).

1.2

Ligging ten opzichte van Natura 2000 Het plangebied ligt direct naast en gedeeltelijk in het Natura 2000-gebied ‘Boezems Kinderdijk’, dit gebied is niet stikstofgevoelig. Ook de Natura 2000-gebieden ‘Donkse Laagten’ op circa 7.1 km en ‘Oude Maas’ op 8,1 km zijn niet stikstofgevoelig. Het dichtstbijzijnde stikstofgevoelige Natura

Blad 1 van 21

Passende beoordeling Entreegebied Molens Kinderdijk projectnummer 0479411.100 9 maart 2023 revisie 02

2000-gebied is de ‘Biesbosch’ op ca. 11,3 km. De Natura 2000-gebieden zijn weergegeven in onderstaand figuur.

Figuur 1.2: Ligging planvoornemen t.o.v. omliggende Natura 2000-gebieden. Bron: AERIUS.

Om de voorgenomen ontwikkeling mogelijk te maken dient het bestemmingsplan te worden gewijzigd. Hierbij moet onderzocht worden of de geplande ingrepen effect hebben op beschermde natuurgebieden. Indien een plan significante gevolgen kan hebben voor de natuurlijke habitats en de habitats van soorten in een Natura 2000-gebied, kan een plan uitsluitend worden vastgesteld indien uit een passende beoordeling (PB), rekening houdend met de instandhoudingsdoelstellingen voor dat gebied, de zekerheid is verkregen dat het plan de natuurlijke kenmerken van N2000-gebieden niet zal aantasten. De voorliggende PB heeft tot doel aan te tonen of de zekerheid verkregen kan worden dat het plan de natuurlijke kenmerken van N2000-gebieden niet aantast.

1.3

Leeswijzer In hoofdstuk 2 wordt ingegaan op het wettelijk kader. De mogelijke invloed van storingsfactoren (voortoets) is in hoofdstuk 3 beschouwd. In hoofdstuk 4 worden de uitgangspunten en resultaten van de stikstofberekeningen weergegeven. Hoofdstuk 5 gaat in op de conclusie.

Blad 2 van 21

Passende beoordeling Entreegebied Molens Kinderdijk projectnummer 0479411.100 9 maart 2023 revisie 02

2

Wettelijk kader

2.1

Europese Vogel- en Habitatrichtlijn en Wet natuurbescherming (Wnb) Binnen de EU worden de belangrijkste leefgebieden van de meest bedreigde en waardevolle soorten en habitattypen aangewezen als Natura 2000-gebied. Deze Natura 2000-gebieden moeten samen een Europees ecologisch netwerk vormen om de achteruitgang van de biodiversiteit te keren. De juridische basis voor dit netwerk zijn de Europese Vogel- en Habitatrichtlijn, die in Nederland zijn doorvertaald in de Wet natuurbescherming (Wnb). Per gebied worden voor de soorten en habitattypen instandhoudingsdoelstellingen bepaald. Dit kunnen behouds- of uitbreidings-/verbeteringsdoelstellingen zijn. De Wnb, onderdeel gebiedsbescherming, biedt de juridische basis voor de aanwijzing van Natura 2000-gebieden en de beoordeling van activiteiten die (mogelijk) negatieve effecten hebben op de instandhoudingsdoelstellingen voor die gebieden. Het kan daarbij zowel activiteiten binnen als buiten het betreffende Natura 2000-gebied betreffen. Het regime voor Natura 2000 kent een zogenaamde externe werking, waardoor ook moet worden bezien of activiteiten buiten het Natura 2000-gebied, negatieve effecten kunnen hebben op de daarvoor vastgestelde instandhoudingsdoelstellingen. Het is verplicht om projecten te beoordelen op de gevolgen voor Natura 2000-gebieden.

Voor projecten geldt een vergunningsplicht als het project een significant gevolg kan hebben voor een Natura 2000-gebied (art. 2.7 lid 2, Wnb). Bij vaststelling van plannen moet het bevoegd gezag rekening houden met de gevolgen van het plan voor Natura 2000gebieden (art. 2.7 lid 1, Wnb).

2.2

Onderzoek nodig naar significante gevolgen voor Natura 2000-gebieden Bij plannen of projecten in of in de nabijheid van een Natura 2000-gebied dient in een oriënterende fase (voortoets) onderzocht te worden of de ontwikkeling een significant (negatief) gevolg op het betreffende Natura 2000-gebied kan hebben. Indien na dit onderzoek op voorhand niet kan worden uitgesloten dat de activiteit een significant gevolg heeft, dient meer gedetailleerd dan in de oriënterende fase in kaart gebracht te worden wat de effecten van de activiteit kunnen zijn. Deze analyse heet een ‘passende beoordeling’. Wanneer uit de passende beoordeling (bijvoorbeeld na het nemen van maatregelen, extern salderen of ecologisch beoordelen) alsnog de zekerheid wordt verkregen dat de activiteit geen significant gevolg heeft, staat de Wet natuurbescherming besluitvorming (voor wat betreft gebiedsbescherming) niet in de weg.

2.3

Passende beoordeling en m.e.r.-plicht Een passende beoordeling leidt bij plannen (niet bij projecten) tot een m.e.r.-beoordeling (art. 7.2a Wm). Er is tegenwoordig niet altijd meer sprake van een m.e.r.-plicht bij het opstellen van een passende beoordeling. Er is geen sprake meer van een plan-m.e.r.-plicht voor de volgende 2 categorieën van plannen.

Blad 3 van 21

Passende beoordeling Entreegebied Molens Kinderdijk projectnummer 0479411.100 9 maart 2023 revisie 02

1.

2.

Plannen waarbij de gemeente het bevoegd gezag is, ze slechts het gebruik bepalen van kleine gebieden en via een plan-m.e.r.-beoordeling aangetoond moet zijn dat er geen aanzienlijke milieueffecten plaatsvinden. Plannen met enkel kleine wijzigingen en waarvoor eveneens aangetoond is dat er geen aanzienlijke milieueffecten plaatsvinden.

Voor beide categorieën van plannen geldt dat, naast de plan-m.e.r.-beoordeling, het bevoegd gezag in het planbesluit moet verwerken dat er geen m.e.r.-procedure wordt gevolgd

Blad 4 van 21

Passende beoordeling Entreegebied Molens Kinderdijk projectnummer 0479411.100 9 maart 2023 revisie 02

3

Voortoets In het kader van deze passende beoordeling is een voortoets uitgevoerd. Deze voortoets is integraal opgenomen in bijlage 1.

Blad 5 van 21

Passende beoordeling Entreegebied Molens Kinderdijk projectnummer 0479411.100 9 maart 2023 revisie 02

4

Stikstofonderzoek Omdat uit de voortoets is gebleken dat stikstofdepositie de enige storingsfactor is die een significant gevolg zou kunnen hebben voor Natura 2000-gebieden is dit nader onderzocht. In het onderzoek is onderscheid gemaakt tussen de realisatiefase en de gebruiksfase. Omdat voor de voorgenomen ontwikkeling zowel een planbesluit als een vergunning op grond van de Wet natuurbescherming is vereist, is het stikstofonderzoek zodanig uitgevoerd, dat dit voor beide besluiten bruikbaar is. Onderstaand worden de uitgangspunten die gehanteerd zijn bij de berekening weergegeven.

4.1

Berekening en toetsing De stikstofdepositie op een Natura 2000-gebied kan berekend worden met behulp van het verplicht te gebruiken rekenprogramma AERIUS Calculator (2022). Van elke te berekenen situatie wordt een model gemaakt met invoergegevens waarmee vervolgens de berekening wordt uitgevoerd. Het rekenprogramma AERIUS Calculator bepaalt zelf de rekenpunten op de Nederlandse Natura 2000-gebieden. De bijdrage aan de stikstofdepositie in de omliggende Natura 2000-gebieden wordt berekend ter plaatse van voor stikstofgevoelige habitats die zich in een (bijna) overbelaste situatie bevinden.1 Als een ontwikkeling op zichzelf niet leidt tot een toename van stikstofdepositie (< 0,00 mol/ha/jaar), dan is op grond van objectieve gegevens uitgesloten dat de ontwikkeling qua stikstofdepositie significante gevolgen voor een Natura 2000-gebied heeft. Als een ontwikkeling op zichzelf leidt tot een toename van stikstofdepositie, maar vergeleken met de referentiesituatie er geen toename is van stikstofdepositie, dan zijn er eveneens vanwege stikstofdepositie geen significante gevolgen voor Natura 2000-gebieden. In de twee genoemde situaties staat de Wet natuurbescherming besluitvorming (voor wat betreft gebiedsbescherming) dan niet in de weg.

Het is vaste rechtspraak van de Afdeling (Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State) dat voor de vraag of een ontwikkeling significante gevolgen kan hebben, onder voorwaarden een vergelijking mag worden gemaakt tussen de gevolgen van de beoogde situatie en de gevolgen van de situatie voorafgaande aan die beoogde situatie. Dit wordt ook wel salderen genoemd. De situatie voorafgaande aan de beoogde situatie wordt de referentiesituatie genoemd.

4.2

Gebruiksfase De herinrichting van het entreegebied wordt aardgasloos uitgevoerd. Dit houdt in dat er geen gebouwen zijn aangesloten op het aardgasnet. In de toekomstige situatie wordt vanwege de aanpassingen aan het entreegebied voor parkeren een transferium ingericht naast de A15, deze ligt buiten het nieuwe bestemmingsplan (zie figuur 4.1). Motorvoertuigen van bezoekers kunnen op dit transferium parkeren. Van en naar het transferium gaan pendelbussen rijden. 1

Er is sprake van een overbelaste situatie als de achtergronddepositie hoger is dan de Kritische depositie Waarde (KDW) van een voor stikstof gevoelig habitat.

Blad 6 van 21

Passende beoordeling Entreegebied Molens Kinderdijk projectnummer 0479411.100 9 maart 2023 revisie 02

Bovenstaande betekent dat er in de gebruiksfase geen sprake is van directe emissies ten gevolge van het voornemen. Het voornemen heeft echter wel indirecte emissies tot gevolg door de wijzigingen in de verkeersstromen.

Figuur 4.1: Ligging van het plangebied (rode kader) en het transferium (paarse kader). Bron ondergrond: PDOK.

De wijzigingen van de verkeerstromen zijn door Rho Adviseurs in beeld gebracht 2. In tabel 4.1 zijn de wijzigingen in de verkeersintensiteiten weergegeven. De nummers van de wegvakken in deze tabel komen overeen met de in figuur 4.2 aangegeven wegvakken. Zoals uit deze tabel blijkt zijn er zowel wegvakken waarop door het voornemen een toename van het verkeer gaat plaatsvinden als wegvakken waarop een afname gaat plaatsvinden. Ten behoeve van de eenvoud zijn uitsluitend de toenames als gevolg van het voornemen bij de berekeningen betrokken. Deze toenames zijn in tabel 4.1 met roze aangegeven. Alhoewel er dus 2 Rho Adviseurs (20 oktober

2022). Verkeer Kinderdijk.

Blad 7 van 21

Passende beoordeling Entreegebied Molens Kinderdijk projectnummer 0479411.100 9 maart 2023 revisie 02

op sommige wegvakken een saldo aanwezig is (door het voornemen is er sprake van een afname van het verkeer ten opzichte van de referentiesituatie), is hier bij de berekeningen geen rekening mee gehouden (worst case). Tabel 4.1: Gewijzigde verkeersstromen als gevolg van het voornemen. Bron: Rho Adviseurs (2022).

15 16

Figuur 1.2: Ligging van de wegvakken. Bron: Rho Adviseurs (2022).

Blad 8 van 21

Passende beoordeling Entreegebied Molens Kinderdijk projectnummer 0479411.100 9 maart 2023 revisie 02

De wegvakken met een toename zijn gemodelleerd als beoogde situatie. De verkeersaantallen in de kolom ‘auto’ en ‘pendelbus’ zijn gemodelleerd als licht verkeer. De tourbus is gemodelleerd als ‘busverkeer’. In figuur 4.3 zijn de bij de berekeningen betrokken wegvakken weergegeven.

Figuur 4.3: Ligging van de wegvakken in de gebruiksfase (paars is binnen bebouwde kom, oranje is een buitenweg). Bron: AERIUS.

Voor deze berekening is het jaar 2024 als rekenjaar gehanteerd. In dat rekenjaar zijn de verkeersemissies hoger dan in de jaren daarna zodat sprake is van een worst-case-benadering.

Blad 9 van 21

Passende beoordeling Entreegebied Molens Kinderdijk projectnummer 0479411.100 9 maart 2023 revisie 02

4.3

Realisatiefase Het voornemen leidt tot diverse activiteiten tijdens de realisatiefase. Zo zijn op de locatie thans enkele gebouwen aanwezig die zullen worden gesloopt. Daarvoor in de plaats zullen nieuwe gebouwen worden gerealiseerd. Verder worden wandel- en fietspaden verlegd en een enkele brug aangelegd. De steigers in de Lek ten behoeve van cruiseschepen en watertaxi worden gemoderniseerd en de groenkwaliteit wordt verbeterd. Zoals in hoofdstuk 1 al is gememoreerd zijn al de voorgenomen activiteiten uitgebreid beschreven in bijlage 2. Bij de transitie van het entreegebied worden verschillende mobiele werktuigen ingezet. Daarnaast zijn er transportbewegingen van (vracht)voertuigen van en naar de plan/projectlocatie. Deze activiteiten hebben emissie van stikstofoxiden (NOx) en/of ammoniak (NH3) tot gevolg die mogelijk gevolgen kunnen hebben voor de Natura 2000-gebieden in de omgeving. De volgende stikstof emitterende bronnen zijn te onderscheiden: 1 Het in werking zijn van mobiele werktuigen binnen het plangebied; 2 Stationaire emissies als gevolg van onder andere laad- en losactiviteiten. 3 Transport van en naar het plangebied; De realisatiewerkzaamheden zullen over een periode van ca. 4 jaar uitgevoerd gaan worden. Tijdens de bouwperiode blijven de Molens Kinderdijk te bezichtigen. 1 en 2.

Mobiele werktuigen binnen het projectgebied Op basis van de opgesomde activiteiten (bijlage 2) is per activiteit bepaald welk materieel daarvoor gebruikt gaat worden en is het aantal bijbehorende draaiuren ingeschat. Dit is in bijlage 4 weergegeven. De in te zetten mobiele werktuigen met de bijbehorende draaiuren tijdens de realisatiefase zijn in onderstaande tabel weergegeven. Tabel 4.2: ureninzet per jaar

Activiteit/machine Voorkamer shovel graafmachine shovel graafmachine heien koppen snellen lossen betonmixer hoogwerker verreiker mobiele kraan Lekdijk

2023

Draaiuren per jaar 2024 2025 2026

32 44 8 24 6 1,5 8 120 120 56

Blad 10 van 21

Passende beoordeling Entreegebied Molens Kinderdijk projectnummer 0479411.100 9 maart 2023 revisie 02

heien mobiele kraan shovel graafmachine shovel shovel graafmachine asfalteren heien mobiele kraan Middelkade shovel graafmachine shovel heien mobiele kraan graafmachine graafmachine shovel graafmachine hoogwerker Werkeiland Nederwaard shovel graafmachine shovel graafmachine Werkeiland Overwaard shovel graafmachine shovel graafmachine Educatie-eiland graafmachine shovel Rietsnijdereiland graafmachine graafmachine heien verreiker mobiele kraan Potterrein shovel graafmachine verreiker mobiele kraan Totaal

4 16 8 12 24 16 8 8 4 8 16 4 8 2 8 20 8 8 8 4 8 16 8 12 4 8 8 24 16 24 24 8 4 40 16 8 12 8 4 232

Blad 11 van 21

146

388

100

Passende beoordeling Entreegebied Molens Kinderdijk projectnummer 0479411.100 9 maart 2023 revisie 02

Op basis van de voor elk uitvoeringsjaar verwachtte activiteiten wordt geconcludeerd dat voor wat betreft de realisatiefase het jaar 2026 maatgevend is. Zowel de mobiele werktuigen als het bouwverkeer (zie tabel 4.4) zorgen dan voor de hoogste emissies en derhalve de hoogste stikstofdepositie. Uitgaande van het door de aannemer in te zetten materieel is met behulp van de door TNO3 beschikbaar gestelde rapportage vervolgens per bron het brandstofverbruik en het AdBlueverbruik bepaald. In onderstaande tabel is het voor het jaar 2026 te verwachten brandstofverbruik (diesel) en AdBlue-verbruik bij de bouwactiviteiten weergegeven. Tabel 4.3: brandstofverbruik bij bouwactiviteiten in 2026 Werktuig

Voorkamer Graafmachine Heistelling Koppensnellen Hoogwerker Verreiker Mobiele kraan Shovel Lossen betonmixer Lekdijk Graafmachine Shovel Middelkade Graafmachine

Draaiuren per jaar

Bouwjaar

Vermogen [ kW ]

Brandstofverbruik [ L diesel ]

AdBlueverbruik [L]

24 6 2 120 120 56 8 8

2014 2014 2014 2014 2014 2014 2014 2014

120 280 120 20 100 100 180 300

520 299 44 496 2178 1017 258 427

36 20 3 0 152 71 18 29

12 24

2014 2014

120 87

260 351

18 24

8

2014

120

174

12

De in de tabel 4.3 weergegeven bronnen zijn in AERIUS Calculator als een vlakbron gemodelleerd in de sectorgroep “Mobiele werktuigen” met sector “Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning”. 3. Transport van en naar het plangebied In de realisatiefase zal sprake zijn van diverse transportbewegingen van en naar het plangebied. Specifiek gaat het om de aan- en afvoer van grond, beton, bouwmaterialen en personeel. Op basis van de opgesomde activiteiten (bijlage 2) is per activiteit bepaald hoeveel vrachtwagens daarbij gebruikt gaan worden. Dit is in bijlage 4 weergegeven. In onderstaande tabel is het aantal vrachtwagens per deelgebied weergegeven.

3

AUB (AdBlue verbruik, Uren, en Brandstofverbruik) | TNO Publications

Blad 12 van 21

Passende beoordeling Entreegebied Molens Kinderdijk projectnummer 0479411.100 9 maart 2023 revisie 02

Tabel 4.4: Vrachtwagens (zwaar) van en naar de locatie (in de realisatiefase) Aantal voertuigen in 2024

Aantal voertuigen in 2025

Aantal voertuigen in 2026

Aantal voertuigen in 2027

Voorkamer 16

38

12

18

Lekdijk 8

Middelkade 5

12

6

4

3

7

2

Werkeiland Nederwaard Werkeiland Overwaard Educatie-eiland 8 Rietsnijdereiland 12

6 Potterrein Totaal

7 55

31

58

20

Omdat sommige mobiele werktuigen ook per dieplader worden aangevoerd of zelf naar de locatie rijden is voor de berekeningen uitgegaan van 70 vrachtwagens per jaar (140 vrachtwagenbewegingen). Voor het werkpersoneel is ingeschat dat er gemiddeld per werkdag 20 personenauto’s (40 bewegingen) worden gebruikt. Het werkverkeer is bij de berekeningen betrokken vanaf het plan/projectgebied tot aan de snelweg A15. Het verkeer is in AERIUS Calculator gemodelleerd als lijnbron met als wegtype “Binnen de bebouwde kom”. In AERIUS wordt gerekend met emissiefactoren voor het wegverkeer zoals die jaarlijks worden bepaald door het RIVM. Voor binnen de bebouwde kom wordt een emissiefactor gehanteerd overeenkomend met de emissiefactor voor normaal stadsverkeer. Bij het bepalen van deze emissiefactor is rekening gehouden met een redelijke mate van congestie, gemiddelde rijsnelheid tussen de 15 en 30 km/uur en gemiddeld ca. 2 stops per afgelegde kilometer. 4

4

https://www.infomil.nl/onderwerpen/lucht-water/luchtkwaliteit/slag/aerius-lucht-rekentoolnsl-rekentool/handleiding/algemeen/bestanden/wegsegmenten/#hef3846fc-c5e8-44ed-97fcdd72d39e48cd

Blad 13 van 21

Passende beoordeling Entreegebied Molens Kinderdijk projectnummer 0479411.100 9 maart 2023 revisie 02

5

Resultaten en conclusies De gemeente Molenlanden is voornemens om het entreegebied Kinderdijk te herinrichten. In het kader van de Wet natuurbescherming is beoordeeld of het realiseren van het voornemen significante gevolgen kan hebben voor de nabijgelegen Natura 2000-gebieden.

5.1

Voortoets Op basis van de effectenanalyse en -beoordeling kunnen, met uitzondering van vermesting en verzuring (stikstofdepositie), significant negatieve effecten op de instandhoudingsdoelstellingen die gelden voor het Natura 2000-gebied Boezems Kinderdijk worden uitgesloten. Voor de storingsfactoren verontreiniging, licht en verstoring door geluid en trillingen geldt dat deze kunnen worden voorkomen door een aantal maatregelen te treffen. De maatregelen zijn in de realisatiefase: Verstoring door geluid en trilling voorkomen door: • te werken buiten het broedseizoen (voor moerasvogels is dit gemiddeld genomen de periode tussen 1 april en 15 augustus); • Voor wat betreft de heiwerkzaamheden in deelgebied 1 wordt daarnaast geadviseerd om rustig te starten buiten het broedseizoen en de heiwerkzaamheden in een aaneengesloten periode uit te voeren zodat er maar één keer verstoring optreedt waarbij er een bepaalde mate van gewenning kan optreden zodat stressreacties zoveel mogelijk worden vermeden. Lichtverstoring voorkomen door overdag te werken en geen bouwlampen toe te passen. De maatregelen zijn in de gebruiksfase: Lichtverstoring voorkomen door geen buitenverlichting die uitstraalt op de natuurgebieden toepassen in de deelgebieden 3 t/m 7; Verontreiniging door zwerfafval voorkomen door het plaatsen van voldoende prullenbakken.

5.2

Stikstofdepositie Met behulp van AERIUS Calculator, versie 2022, zijn de gevolgen van de voorgenomen ontwikkeling voor de stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden berekend. Deze berekeningen zijn zowel voor de gebruiksfase als voor de realisatiefase uitgevoerd.

5.2.1

Gebruiksfase AERIUS Calculator (2022) berekent voor de gebruiksfase geen bijdrage5 aan de stikstofdepositie van meer dan 0,00 mol N/ha/jaar op voor stikstof gevoelige habitats in een Natura 2000-gebied. De AERIUS-Pdf met de uitgangspunten en resultaten is als bijlage 5 toegevoegd. 5

In deze berekening is uitgegaan van grote pendelbussen (36 personen) tussen het Transferium en de Entree. Indien uitgegaan wordt van minibussen (12 personen) neemt het aantal verkeersbewegingen toe, maar omdat deze minibussen “lichte motorvoertuigen” zijn, wordt ook dan geen bijdrage hoger dan 0,00 mol/ha/jaar berekend.

Blad 14 van 21

Passende beoordeling Entreegebied Molens Kinderdijk projectnummer 0479411.100 9 maart 2023 revisie 02

Omdat er geen sprake is van een toename van stikstofdepositie op stikstofgevoelige habitats ten gevolge van de gebruiksfase, kunnen significante (negatieve) gevolgen ten aanzien van stikstofdepositie vanwege deze gebruiksfase worden uitgesloten.

5.2.2

Realisatiefase AERIUS Calculator (2022) berekent voor de realisatiefase geen bijdrage aan de stikstofdepositie van meer dan 0,00 mol N/ha/jaar op voor stikstof gevoelige habitats in een Natura 2000-gebied. De AERIUS-Pdf met de uitgangspunten en resultaten is als bijlage 6 toegevoegd. Omdat er geen sprake is van een toename van stikstofdepositie op stikstofgevoelige habitats ten gevolge van de realisatiefase, kunnen significante (negatieve) gevolgen ten aanzien van stikstofdepositie vanwege deze realisatiefase worden uitgesloten.

5.2.3

Conclusie stikstofdepositie Omdat zowel de gebruiksfase als de realisatiefase niet leiden tot een toename van de stikstofdepositie op enig voor stikstof gevoelig Natura 2000-gebied staat het aspect stikstofdepositie nadere besluitvorming, zowel voor het plan als voor de natuurvergunning niet in de weg.

5.3

Conclusie Het voornemen tot aanpassing van het entreegebied van de Molens Kinderdijk heeft geen significant (negatieve) gevolgen voor enig Natura 2000-gebied. De Wet natuurbescherming, onderdeel gebiedsbescherming, staat besluitvorming niet in de weg.

Blad 15 van 21

Passende beoordeling Entreegebied Molens Kinderdijk projectnummer 0479411.100 9 maart 2023 revisie 02

Bijlage 1 Voortoets

Blad 16 van 21

Voortoets Entreezone Kinderdijk

projectnummer 0480913.100 definitief 5 december 2022

Voortoets Entreezone Kinderdijk

projectnummer 0480913.100 definitief 5 december 2022

Auteur M. van Gemeren

Opdrachtgever Gemeente Molenlanden Groeneweg 33 4223 ME Hoornaar

Gecontroleerd: Lotte de Jong

datum 5 december 2022

beschrijving definitief

vrijgave

Inhoudsopgave

Blz.

1

Inleiding

1

1.1 1.2 1.3

Aanleiding Doel Leeswijzer

1 2 2

2

Toetsingskader

4

2.1 2.2

Natura 2000 Natuurnetwerk Nederland

4 4

3

Voorgenomen ontwikkeling

6

3.1 3.2 3.3

Planvoornemen Werkzaamheden Gebiedsbeschrijving

6 6 7

4

Natura 2000-gebied Boezems Kinderdijk

10

4.1 4.1.1 4.1.2 4.1.3 4.1.4 4.1.5 4.2 4.2.1 4.2.2 4.2.3 4.3 4.3.1 4.3.2

Natura 2000-gebied Boezems Kinderdijk Ligging plangebied ten opzichte van Natura 2000-gebied Beschrijving Boezems Kinderdijk Instandhoudingsdoelstellingen Aanwezigheid vogels en trendontwikkeling aantallen Gevoeligheid vogels Beoordeling effecten op Natura 2000 Relevante storingsfactoren en relevante natuurwaarden Aanlegfase en gebruiksfase Beoordeling storingsfactoren Natuurnetwerk Nederland Ligging plangebied ten opzichte van het NNN Beoordeling

10 10 11 12 13 17 18 18 19 20 24 24 26

5

Conclusie & advies

28

5.1 5.1.1 5.1.2

Gebiedsbescherming Natura 2000 NNN

28 28 29

6

Bronnen

30

Voortoets Entreezone Kinderdijk projectnummer 0480913.100 5 december 2022 Gemeente Molenlanden

1

Inleiding

1.1

Aanleiding De gemeente Molenlanden is voornemens de entreezone van Unesco Werelderfgoed Kinderdijk te herinrichten. Deze ontwikkeling is nodig om een kwaliteitsimpuls aan het gebied te geven waarin verbetering van de verkeersveiligheid en verbetering van de groenkwaliteiten centraal staan om in de toekomst te kunnen blijven wonen, werken en recreëren in het gebied zonder overlast voor de dorpsbewoners (Bron: www.kinderdijk2030.nl). In het kader van de Wet natuurbescherming is een Quickscan Natuur uitgevoerd door Ecoresult (Bron: Ecoresult 2022, Quickscan Wnb en Omgevingsverordening Zuid-Holland). Uit dit onderzoek is naar voren gekomen dat het plangebied naast en deels in het Natura 2000-gebied Boezems Kinderdijk en aangewezen NNN-gebied is gelegen. Om te bepalen of er mogelijk negatieve effecten op de beschermde gebieden optreden als gevolg van de voorgenomen herinrichting is een Voortoets geadviseerd. In voorliggende rapportage is deze Voortoets nader uitgewerkt. Voor het onderdeel Wnb soortbescherming wordt verwezen naar voorgenoemde Quickscan. In de figuren 1.1 en 1.2. is de ligging van het plangebied weergegeven.

Figuur 1.1. Globale ligging plangebied. Bron: Streetsmart luchtfoto 2022.

Blad 1 van 30

Voortoets Entreezone Kinderdijk projectnummer 0480913.100 5 december 2022 Gemeente Molenlanden

Figuur 1.2 Gedetailleerd ligging plangebied Kinderdijk. Bron: Ecoresult 2022. Quickscan Wnb Kinderdijk.

1.2

Doel Het doel van deze Voortoets is te onderzoeken of er als gevolg van de voorgenomen activiteiten effecten op de instandhoudingsdoelen van het Natura 2000-gebied te verwachten zijn en in welke mate. Dit geschiedt in de vorm van een Voortoets in het kader van de Wet natuurbescherming. Indien negatieve effecten niet zijn uit te sluiten zal een toetsing in de vorm van een Passende Beoordeling uitsluitsel moeten geven over de aard en ernst van effecten op Natura 2000-gebied(en).

1.3

Leeswijzer De toetsing is gericht op het in beeld brengen van de effecten van de bouwfase en de gebruiksfase van de ontwikkeling van de Entreezone van Kinderdijk op de instandhoudingsdoelen van het Natura 2000-gebied ‘Boezems Kinderdijk’. Dit vindt plaats aan de hand van een beschrijving van de huidige situatie, de deelontwikkelingen, de beschikbare ecologische gegevens en de besluiten tot aanwijzing van het gebied als Natura 2000-gebied. Daarnaast wordt in beeld gebracht wat de (mogelijke) effecten op NNN-gebieden zijn die zijn aangewezen in (de omgeving van) het plangebied. Op basis van beschikbare kennis en inzichten wordt informatie aangedragen over de mogelijke effecten die de activiteiten kunnen hebben op de instandhoudingsdoelen van de kwalificerende

Blad 2 van 30

Voortoets Entreezone Kinderdijk projectnummer 0480913.100 5 december 2022 Gemeente Molenlanden

soorten (effectenbeoordeling). Dit geschiedt aan de hand van verschillende criteria die bij de effectbeoordeling een rol spelen, zoals verstoringsafstand, staat van instandhouding van de soort, soortspecifiek gedrag (foerageren, rusten, e.d.) en verspreidingsgegevens van de relevante soorten nabij de ontwikkellocaties. De Voortoets is als volgt opgebouwd: Hoofdstuk 2 beschrijft beknopt het wettelijk kader; Hoofdstuk 3 beschrijft het plangebied en de te toetsen (deel)ontwikkeling(en); Hoofdstuk 4 geeft een beschrijving van het Natura 2000-gebied en de relevante storingsfactoren bij de te toetsen (deel)ontwikkeling(en). Tevens worden de gevoeligheden van de instandhoudingsdoelen voor deze storingsfactoren gegeven; Hoofdstuk 5 beschrijft de conclusies en (eventuele) vervolgstappen en procedures.

Blad 3 van 30

Voortoets Entreezone Kinderdijk projectnummer 0480913.100 5 december 2022 Gemeente Molenlanden

2

Toetsingskader

2.1

Natura 2000 Natura 2000-gebieden zijn natuurgebieden van groot internationaal belang. Deze gebieden zijn aangewezen onder de Europese Habitat- en/of Vogelrichtlijn. Voor de gebieden en de daarbij aangewezen soorten en habitattypen zijn instandhoudingsdoelstellingen opgesteld. Voor Natura 2000-gebieden geldt een beschermingsregime om aantasting van de natuurlijke kenmerken van deze gebieden te voorkomen. In de Wet natuurbescherming (verder Wnb) is de bescherming van deze gebieden geregeld. In het kader van de besluitvorming over het project dient getoetst te worden op de mogelijke gevolgen voor Natura 2000-gebieden. Ook activiteiten buiten een Natura 2000-gebied kunnen de instandhoudingsdoelstellingen in gevaar brengen. Dit wordt externe werking genoemd. Voor projecten geldt een vergunningplicht als het project een verslechterend of significant verstorend effect kan hebben op een Natura 2000-gebied (art. 2.7 Wnb) of als werkzaamheden in een Natura 2000-gebied plaatsvinden. Als significante effecten niet met zekerheid kunnen worden uitgesloten, moet er op grond van de Wnb een passende beoordeling worden opgesteld (art 2.8 Wnb).

2.2

Natuurnetwerk Nederland Het Natuurnetwerk Nederland is een stelsel van ecologisch hoogwaardige natuurgebieden. Dit is onderdeel van de actieve soortbescherming uit de Wet natuurbescherming; bedreigde dier- en plantensoorten in een gunstige staat van instandhouding te brengen. Om dit realiseren is in de Wnb art. 1.12, lid 2 vastgelegd dat de provincies zorgen voor de totstandkoming en instandhouding van een samenhangend landelijk ecologisch netwerk, genaamd Natuurnetwerk Nederland. Voor de natuurgebieden die behoren tot het NNN geldt het ‘nee, tenzij’-principe. In de Omgevingsverordening van provincie Zuid-Holland (15 maart 2022) zijn regels voor het NNN opgenomen in Artikel 2.5 en Artikel 6.31. Een bestemmingsplan voor een locatie binnen het Natuurnetwerk Nederland, onderverdeeld in bestaande en nieuwe natuur, waternatuurgebied en ecologische verbinding, waarvan de plaats geometrisch is bepaald en verbeeld op kaart 7 in bijlage II van de Omgevingsverordening, wijst geen bestemmingen aan die de instandhouding en ontwikkeling van de wezenlijke kenmerken en waarden van deze gebieden significant beperken, of leiden tot een significante vermindering van de oppervlakte, kwaliteit of samenhang van die gebieden.

Voor zover de ontheffing betrekking heeft op een ontwikkeling in een gebied binnen het Natuurnetwerk Nederland of de strategische reservering natuur, bedoeld in artikel 6.24, gelden aanvullend de volgende voorwaarden: • er zijn geen reële alternatieven; • de negatieve effecten op de wezenlijke kenmerken en waarde, oppervlakte, kwaliteit en samenhang van het Natuurnetwerk Nederland worden beperkt en de overblijvende effecten worden gelijkwaardig gecompenseerd overeenkomstig artikel 6.24, vierde lid; en • de toelichting van het bestemmingsplan bevat hierover een verantwoording, overeenkomstig artikel 6.24, vijfde lid.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Molenlanden&id=a781341c-7c02-44a3-8a97-52238b103af6