Bijlage 2 Aanvullende notitie Uitvoeringsprogramma Duurzaamheid en Klimaat.docx
Tekst van het document
Uitvoeringsprogramma Duurzaamheid Aanvullende notitie 30 november 2021
Inleiding Op 18 november 2021 is in de commissie Samenleving, Duurzaamheid &
Bedrijfsvoering het Uitvoeringsprogramma Duurzaamheid en Klimaat besproken. Door de oogharen heen was de rode draad van de bespreking de volgende:
a. We vinden het belangrijk dat Molenlanden in 2022 start met de uitvoering van de visies op Duurzaamheid en Klimaat. We willen niet stil vallen.
b. Het uitvoeringsprogramma geeft het gevraagde overzicht en inzicht op na te
streven doelen en op te pakken activiteiten om uitvoering te geven aan de door de Raad vastgestelde visies op gebied van Duurzaamheid en Klimaat.
c. We zijn bereid om ter overbrugging, tot financiering van derden beschikbaar komt, middelen beschikbaar stellen.
d. We willen geen open einde regeling op de financiering.
e. Hoe verhoudt de dekking uit de algemene reserve voor het
uitvoeringsprogramma zich tot andere opgaves waarvoor ook een (toekomstig) beroep op de algemene reserve wordt gedaan.
f. De hoogte van het gevraagde budget (€ 2,16 milj voor 2022) laat de vraag rijzen of er niet een meer minimale variant denkbaar is.
Afgesproken is dat de verdere behandeling van het Uitvoeringsprogramma
doorschuift naar de raad van december. Deze notitie is bedoeld om nader te
verkennen op enkele van deze bespreekpunten en daarmee de bespreking in de raad van december te voeden. Deze bespreekpunten zijn: 1. Beroep op algemene reserve 2. Open einde financiering
3. Minimumvariant uitvoeringsprogramma voor 2022 1. Beroep op algemene reserve
2
Het voorstel is om het gevraagde budget 2022 van 2,16 miljoen te dekken uit de algemene reserve. Het gaat dan om dekking vanuit het zogenaamde ‘groene
gedeelte’ van de begroting 2022. Dit gedeelte kan worden ingezet als “incidenteel dekkingsmiddel voor het realiseren van nieuwe bestuurlijke prioriteiten zoals
vermeld in de kadernota/programmabegroting”. Bij de vaststelling van de begroting 2022 was de hoogte daarvan:
Dit overzicht telt op tot € 33 miljoen. Op basis van de nieuwe stand wijzigt de in groen aangegeven ruimte van € 14,6 miljoen in € 12,2 miljoen.
Wethouder Visser heeft toegezegd een overzicht te geven van de mogelijke omvang van alle financiële effecten van de grote opgaven voor de gemeente over een periode van 4 - 10 jaar vooruit. Dit overzicht zal in 1e kwartaal van 2022
beschikbaar komen. De energietransitie kan worden gezien als zo’n grote opgave die op de gemeente afkomt. De doorrekening voor het overzicht is echter nog lopende. We kunnen daarom op dit overzicht nog niet terugvallen.
2. Open einde financiering
De zorg leeft bij de raadscommissie dat door het beschikbaar stellen van het
gevraagde budget voor 2022 de uitgaven voor het uitvoeringsprogramma niet
voldoende gelimiteerd kunnen worden, of anders gesteld, een open einde kennen. In letterlijke zin is een open einderegeling een begrotingsbesluit waarbij aan een
financiële regeling geen budgettair plafond wordt toegekend. Dit omdat de regeling personen of bedrijven recht geeft op een bijdrage van de gemeente, indien zij voldoen aan bepaalde criteria. In deze technische zin kent het
3
uitvoeringsprogramma geen open einde regeling: er kan niet meer uitgegeven worden dan begroot zonder een nieuw besluit van de raad daarover. Wel kun je je afvragen of met het oppakken van activiteiten uit het
uitvoeringsprogramma je niet een weg inslaat, waar eigenlijk geen weg terug meer is. En we ons daardoor als gemeente wel bijna genoodzaakt gaan voelen om te
blijven financieren. Bijvoorbeeld omdat draagvlak is gegenereerd, verwachtingen
zijn gewekt of andere partijen (ook) financieel over de brug komen. Wij hebben de budgetten van het uitvoeringsprogramma gescreend op de risico’s op deze
figuurlijke open einde financiering. Uitkomst van deze screening levert het volgende beeld op: •
Het overgrote deel van de budgetten zijn duidelijk begrensd. Denk bijvoorbeeld aan uitgaves op basis van een (jaar)programma of gekoppeld aan op te leveren producten. We voorzien daarbij geen risico om in de fuik te zwemmen van opvolgende uitgaves.
•
Voor uitgaven van de RES delen Gorinchem en Molenlanden de kosten.
Gorinchem verwacht dat we in 2022 de zaken oppakken die we in de RES met
elkaar hebben benoemd. Terug schalen kan, maar dan wel in afstemming met Gorinchem.
•
Het ingaan van de verkenningsfase met de dorpen voor een buurtaanpak
alternatieve energiebronnen wekt de verwachting dat bij een positieve uitkomst we ook aan de slag gaan met elkaar. Ieder vanuit zijn of haar rol. Het dan
stopzetten als gemeente kan tot frustratie leiden en straalt ook af op komende
verkenningen in andere dorpen. Aan de andere kant: juist omdat we niet weten
welke oplossing uit een verkenningsfase komen, kunnen we ook niet anders dan een voorbehoud op financiering maken. Het is belangrijk om de verwachting vooraf te managen en daarmee dit risico te beheersen.
•
Voor klimaatadaptatie gaat de gemeente in 2022 op een aantal opgaves
risicodialogen aan met stakeholders. Het doel is om een gezamenlijk beeld van de opgave (kans en gevolgen) te krijgen en een besluit te nemen welk risico
acceptabel is en niet. Hieruit volgt ook welke maatregelen nodig zijn om het risico te beheersen en heeft het dus mogelijk financiële gevolgen voor de
gemeente. De uitkomsten van deze risicodialogen worden als besluit aan de
gemeenteraad voorgelegd en zijn in die zin geen open einde. Wel worden er uiteraard verwachtingen geschapen bij de stakeholders dat de gemeente meefinanciert om bepaalde risico’s te minimaliseren.
3. Minimum variant 4
Voor het opstellen van het uitvoeringsprogramma is zorgvuldig afgewogen welke activiteiten (echt) nodig zijn als ook welke activiteiten met bestaande middelen uitgevoerd kunnen worden. Het verder afschalen van het nu voorliggende
uitvoeringsprogramma achten we daarom niet wenselijk. Maar er zijn altijd knoppen om aan te draaien om de aanspraak op middelen te verminderen. We lopen ze hieronder door.
Knop 1: Verlaging van ambitieniveau Het college heeft de in de Raad vastgestelde visies als uitgangspunt genomen. Het uitvoeringsprogramma geeft de vertaling van die visies naar concrete doelen,
activiteiten en middelen. Het verminderen van het aantal ambities of het verlagen van het ambitieniveau leidt tot minder activiteiten en dus minder uitgaven. Een
dergelijk bijstelling van de visies kan via een raadsbesluit. Het college is hier geen
voorstander van. De visies zijn op een zorgvuldige wijze tot stand gekomen, vaak na een uitgebreid participatietraject1. Bovendien zijn we als gemeente verplicht om bij de energietransitie een volwaardige RES en transitievisie warmte op te leveren. En
niet in de laatste plaats willen we op de belangrijke opgaves om te verduurzamen en te vergroenen onze verantwoording nemen. Molenlanden hoeft niet voorop te lopen, maar we zien het wel als onze taak om de nodige stappen te zetten om een bijdrage te leveren met als uiteindelijk doel een prettige leefomgeving te houden, voor onszelf en de generatie na ons.
Specifiek voor de regionale energiestrategie geldt nog dat we de visie en uitvoering samen met de gemeente Gorinchem oppakken. Bijstelling van ambities kan (alleen) in samenspraak met Gorinchem.
Knop 2: Kaderstellend bedrag beschikbaar stellen Voor het uitvoeringsprogramma hebben we doorgerekend welke middelen nodig
zijn om de activiteiten op te starten. De inhoud is voor het college leidend geweest. Het omgekeerde is ook mogelijk, namelijk van een kaderstellend bedrag uitgaan en op basis daarvan keuzes maken. Afhankelijk van de hoogte van het bedrag vallen dan meer of minder activiteiten van de haak.
We kunnen niet terugvallen op gemeentelijke richtlijnen over inzetten van groene gedeelte van de algemene reserve. Dit maakt dat het lastig te bepalen is, welk
bedrag nu wenselijk is voor duurzaamheid vrij te maken in de algemene reserve. 1 Enige uitzondering is de afvalpreventie-aanpak. Het daarmee gemoeide bedrag van 20.000 euro is echter dermate klein
dat het wegstrepen weinig financieel effect sorteert.
5
Ook mede in relatie tot andere (toekomstige) opgaves die een beslag (gaan) leggen de algemene reserve. Andere gemeentes (Dordrecht en Gorinchem) hebben we er
voor gekozen om de opbrengsten van de Enecogelden meerjarig te reserveren voor de energietransitie. In Molenlanden hebben we besloten de Eneco-gelden terug te laten vloeien in de Algemene Reserve, dus daarmee biedt dit geen onderbouwing voor de hoogte van het kaderstellend bedrag voor Duurzaamheid.
Specifiek voor klimaatadaptie geldt dat het gemeentelijk budget mag worden ingezet als cofinanciering om € 250.000 aan Impulsgelden binnen te halen. Bijstelling van het budget leidt ook tot minder subsidie van het Rijk.
Bij de transitievisie Warmte liggen er meekoppelkansen en bouwen we voort op de energie die er nu is bij participanten is. Bij de keuzes minder op te pakken
laten we mogelijk meekoppelkansen schieten en kan energie verloren gaan. Ook bestaat dan het risico dat we onze doelstelling om in 2030 1/5 van het aantal woningen aardgasvrij(ready) te hebben, lastiger halen.
Knop 3: Alleen geld beschikbaar stellen voor de uitvoering/concreet resultaat. In het uitvoeringsprogramma variëren de activiteiten van het doen van verkenningen op verduurzaming wijken, het maken van een uitvoeringsplan “zon op dak” tot
concreet meekoppelkansen benutten op klimaatadaptie. Het is een keuze om het
budget in te zetten op juist die activiteiten die direct en zichtbaar bijdragen aan het doel. Door bijvoorbeeld de CO-2 reductie als uitgangspunt te nemen, kun je kiezen om alleen die activiteiten op te pakken waar direct effect te verwachten is op de
CO2-reductie. Hiermee gaat het geld zitten in de uitvoering en direct effect in plaats in verkenning en planvorming. Bijkomend voordeel is dat dit veelal afgeronde
activiteiten met een duidelijk resultaat zijn, waar het risico van open einde niet snel speelt.
We gaan dan echter voorbij aan de belangrijke gemeentelijke rol om inwoners en
bedrijven te informeren, bij hen aan te sluiten en te stimuleren tot andere keuzes en
gedrag. De rol van de gemeente in de energie- en klimaattransitie is er vooral eentje van regievoeren, inspireren en aanjagen. Het effect daarvan is niet direct meetbaar, maar verandering van gedrag speelt een cruciale factor bij het laten slagen van de
verduurzaming en vergroening van Molenlanden. Bovendien is het nodig om na de
visievorming in dit jaar nu een goed fundament te leggen in middelen en capaciteit om tot uitvoering te kunnen komen op basis van goed uitgewerkte plannen in
samenspraak met onze inwoners en bedrijven. De effecten daarvan zullen op korte termijn minder zichtbaar zijn, maar juist op langere termijn doorwerken.
6
Bedrag
Onderwerp
Vrijgeven na
Toelichting
akkoord Raad van: 50.000
RES –
Plan van aanpak “Zon
In dit Plan van aanpak is (ook)
Werkbudget Zon
op dak”.
opgenomen het programmeringsoverleg met Stedin over de beschikbare netcapaciteit en acties op het gebied van energie-opslag.
375.000
Warmte –
Uitvoeringsplannen (3
Het totaal opgenomen werkbudget
werkbudget
totaal) voor de
bedraagt 417.500. Inzet van het
Verkennings- en
buurtaanpakken in
resterend deel van het werkbudget
strategiefase
Bleskensgraaf,
(42.500) is direct per 2022 nodig voor:
Giessenburg en
•
bedrijventerrein Arkel.
gerichte campagne in de natuurlijk tempo gebieden (2022-2050)
•
pilot “gespikkeld bezit” in Hoornaar in samenwerking met
woningcorporatie KleurrijkWonen. 250.000
Klimaatadaptatie –
Voorstel voor welke
Budget kan op verschillende doelen en
Werkbudget
specifieke projecten en
op verschillende projecten ingezet
meekoppelkansen
op welke wijze
worden.
klimaatadaptatie meekoppelt 675.000
TOTAAL
Knop 4A: Gefaseerde budgetuitgifte - met reservering 2,16 miljoen Deze knop zorgt niet voor minder kosten en past daarom eigenlijk niet in het rijtje. Maar het zorgt wel voor de gewenste grip en sturing op de uitgaven. Bij deze knop reserveert de Raad de gevraagde 2,16 miljoen in 2022, maar de uitgifte van
budgetten op enkele belangrijke uitgaven is (pas) na instemming van de raad
mogelijk. De Raad blijft daarmee in positie om op belangrijke dossiers te beslissen
over de volgende stap en het vrijgeven van het budget gekoppeld aan een concreet te bereiken resultaat. Bovendien biedt dat de gelegenheid om het al dan niet vrijkomen van middelen van derden volgend jaar mee te wegen in de
besluitvorming. Concreet denken wij bijvoorbeeld aan het labelen van de volgende drie budgetten en beslismomenten:
Knop 4B: Gefaseerde budgetuitgifte - met beschikbaar stellen 1,485 miljoen Bij deze knop stelt de Raad nu niet de gevraagde 2,16 miljoen, maar 1,4852 miljoen beschikbaar voor 2022. Hiermee kan de uitvoering volgens het
Uitvoeringsprogramma starten. Voor de in de tabel genoemde drie dossiers zullen
2 Dit is 2,16 miljoen minus 675.000 = 1,485 miljoen.
7
we in 2022 per dossier via separate raadsvoorstellen de uitvoeringsbudgetten aanvragen. Verder komt de knop overeen met 4a: •
uitgifte van budgetten op enkele belangrijke uitgaven is (pas) na instemming van
de raad mogelijk. De Raad blijft daarmee in positie om op belangrijke dossiers te beslissen over de volgende stap en het vrijgeven van het budget gekoppeld aan een concreet te bereiken resultaat.
•
Al dan niet vrijkomen van middelen van derden in 2022 kan meegewogen worden in de besluitvorming.
4. Tot slot …
Zoals eerder aangegeven is zorgvuldig afgewogen wat we in het
uitvoeringsprogramma opnemen. Het nu voorliggend uitvoeringsprogramma zorgt dat we als gemeente Molenlanden: • •
goed in positie blijven om op de transitieopgaves de regie te pakken.
blijven aansluiten op inwoners en bedrijven en gedragsverandering op verduurzaming en vergroening met positieve energie stimuleren.
•
kansen kunnen benutten op verduurzaming en vergroening, door waar mogelijk mee te koppelen.
Of anders gezegd: met het gevraagde budget leggen we het spoor neer en zetten
we de trein van verduurzaming en vergroening in Molenlanden in beweging. Door
voor stap 4 te kiezen wordt dit geen doordenderende trein, waar je niet vanaf kan
springen. Voor grote besluiten rond belangrijke opgaves stopt de trein dan op het station en kan de Raad het sein op groen zetten, het spoor wisselen of een wagon aan- of afhaken.
Het uitvoeringsprogramma is ook bedoeld als instrument om de effecten en
prestaties te monitoren (aan de hand van de beschreven prestatie-indicatoren op
pagina 15, 16 en 17). Minimaal 1 keer per jaar rapporteren we hierover. Dat geeft informatie om zo nodig te sturen: moeten we de trein harder laten rijden, een dubbeldekker inzetten of er een spoor naast leggen.
Daarnaast stellen we minimaals jaarlijks het uitvoeringsprogramma bij. Te beginnen medio 2022. De ontwikkelingen voor verduurzaming en vergroening gaan namelijk
zo hard (gelden van derden komen beschikbaar, nieuwe technieken en oplossingen dienen zich aan, maar ook nieuwe problemen die om een oplossing vragen….) dat we hier telkens flexibel in mee moeten en willen bewegen. Of, om nog voor de laatste keer in de beeldspraak te blijven: het spoorboekje stellen we minimaal
jaarlijks bij aan de hand van al het verkeer dat gaande is op de transitiesporen. 8
9