Bijlage 1a Gemeente Molenlanden Position Paper
Tekst van het document
Position Paper versie 1
Belanghebbende: Gemeente Molenlanden Vertegenwoordiger: Jan Lock (wethouder) Verstuurd op datum: ** Verstuurd naar: Arjan Driesprong en in kopie aan Rinke Hilbrandie
Vraag 1: Wat is uw belang, verantwoordelijkheid en bevoegdheid in/bij dit project? Belang: Voor een nieuwe winning van Oasen zijn zes locatiealternatieven onderzocht. Drie hiervan zijn gelegen in de Alblasserwaard en dus gelegen op het grondgebied van de gemeente Molenlanden. Voor deze locaties en de gronden waarop effecten te verwachten zijn, behartigt de gemeente Molenlanden de belangen van haar inwoners en ondernemers, en het algemeen belang. Daarnaast oefent de gemeente haar publiekrechtelijke rol uit in dit proces om te komen tot een voorkeursalternatief (afronding fase 1) Bevoegdheid: De gemeente is een van de deelnemers in het bestuurlijk proces om te komen tot een voorkeursalternatief. In dit proces is de gemeente betrokken om overwegingen mee te geven aan Oasen, zodat Oasen een keuze kan maken over het voorkeursalternatief. Als de keuze voor het voorkeursalternatief (gedeeltelijk) valt in de Alblasserwaard zal het ter plaatse geldende juridisch-planologische regime -het Omgevingsplan- moeten worden gewijzigd om de winning mogelijk te maken. Dit is een handeling die plaats zal vinden in fase 2. Mogelijk zal de gemeente hierin optreden als bevoegd gezag, maar deze rol kan ook aan de provincie overgelaten worden. In fase 2 zullen de beide opties nader onderzocht moeten worden om te kunnen beoordelen welke het best passend en wenselijk is.
Formeel gezien is de gemeente Molenlanden -als een van de gemeenten in het voorzieningengebied van Oasen- ook een van de aandeelhouders van het drinkwaterbedrijf. Verantwoordelijkheid: Naast belanghebbende en op onderdelen (mogelijk) bevoegd gezag ziet de gemeente het ook als haar verantwoordelijkheid om overwegingen mee te geven aan Oasen om te komen tot een voorkeursalternatief. Deze overwegingen zijn beschreven in deze Position Paper en kent -naast de context van het concept MER-rapport- ook een realiteit van druk van een grote én diverse hoeveelheid aan ruimtelijke opgaven in ons landelijk gebied: We ondervinden dat er sprake is van een toenemende druk op ruimte die slechts in beperkte mate beschikbaar is. Dit geldt met name voor het landelijke (veenweide)gebied van onze gemeente cq. onze regio. Natuur-, water-, bodem-, landbouwopgaven, woningbouw en energietransitie; de ruimtelijke opgave is divers, actueel én vraagt om creatieve oplossingen. Hierbij moet ruimte worden gezien in het benutten van kansen en moeten uitdagingen het hoofd worden geboden. Belangrijk om te beseffen is het gegeven dat we als overheden continu met dezelfde mede-overheden dan wel omgevingspartijen in gesprek zijn over al deze opgaven. Als gemeente Molenlanden fungeren we immers ook als samenwerkingspartner in andere (bovengemeentelijke) ruimtelijk fysieke opgaven in het landelijk gebied.
Hierin werken
we ook samen met onder andere de gemeente Krimpenerwaard, Waterschap Rivierenland en de provincie Zuid-Holland, de partijen waarmee we momenteel deelnemen in het bestuurlijk proces om te komen tot een nieuwe winning. Deze samenwerking vraagt om aandacht voor elkaars belangen, goede afstemming en inpassing, maar ook om een goede onderlinge collegiale houding. Afweging in bepaalde dossiers hebben effect op andere vraagstukken die ook op een gezamenlijke agenda kunnen staan. Enerzijds kunnen feitelijkheden een keuze bepalen, anderzijds kan ook de verhouding van ‘een goede buur’ hierin een rol spelen. Hierbij is van belang om -waar mogelijk- de lasten te kunnen delen in plaats van deze op één paar schouders te laten landen. De gemeente Molenlanden heeft haar verantwoordelijkheid genomen om in fase 1 deel te nemen aan het proces om te komen tot een voorkeuralternatief. We gaan er vanuit dat een dergelijk proces ook in fase 2 geïnitieerd zal worden, ongeacht tot welk voorkeursalternatief Oasen besluit. Ook in dit volgende proces zien we een rol voor de gemeente(n) als belanghebbende en dus deelnemer in een gezamenlijk proces.
Vraag 2: Wat is (samengevat) uw inhoudelijke reactie op het concept MER-rapport fase 1 met bijlagen? Wat viel u op? Wat mist u? Inhoudelijke reactie: De inhoudelijke reactie op het conceptMER rapport fase 1 is verwoord in de reviewtabel, zoals ingestuurd in juni 2025. Voor de volledige weergave verwijzen we dan ook naar deze inzending. Kort samengevat zijn de belangrijkste onderwerpen (in onwillekeurige volgorde): -Zorgen over (ongelijkmatig) verloop van bodemdaling en gevolgen hiervan voor het landgebruik (veelal landbouw!). -Zorgen over verwerking van hoeveelheid reststromen ten opzichte van de capaciteit van de bestaande RWZI. -Zorgen over effecten op zettingen van de primaire en regionale waterkeringen. -Zorgen over effecten op bestaande bebouwing (waaronder monumenten), infrastructuur en kabels/leidingen. -Zorgen over de mogelijke ligging van een boringsvrije zone irt de bebouwde kom van Streefkerk. -Zorgen over effecten op natuurgebied de Donkse Laagten (Natura 2000-gebied). -Verzoek om meer inzet op waterbesparing in het kader van ‘nut en noodzaak’ van nieuwe winning. -Leer over effecten van winningen van ervaringen elders, zoals Langerak. De onderwerpen en opmerkingen zijn beantwoord en (gedeeltelijk) verwerkt in de eindconceptversie van het rapport. Waar deze niet zijn verwerkt, blijven onze opmerkingen in stand.
Opmerkingen: Het alternatief Weerszijden Lek is onderzocht om te kijken of de totale effecten lager zijn, doordat de onttrekking op twee locaties de helft is van de andere locatiealternatieven. Over het algemeen kan gezegd worden dat het effect van Weerszijden Lek niet de helft is van de andere alternatieven. De effecten van Weerszijden Lek zijn absoluut gezien wel kleiner (lagere veranderingen van de grondwaterstand en stijghoogte), maar het effectgebied is groter. Gelet op de kleinere effecten zien we zeker kansen voor voorkeursalternatief aan weerszijden van de Lek. Om deze zo klein mogelijk te houden op belangrijke onderwerpen voor de gemeente Molenlanden komt alternatief Waal naar voren als voorkeursalternatief.
2
Bovendien zien we een bijkomende kans om de effecten van de nieuwe winning gedeeltelijk samen te laten vallen met de effecten van de bestaande winning. Dit geldt voor alternatief Waal (4 miljoen m3 per jaar) en alternatief Den Hoek (4 miljoen m3 per jaar).
Vraag 3: In de deelrapporten bij het hoofdrapport worden verschillende effecten onderzocht. Er is bewust geen onderscheid gemaakt in de waarde van elke effect. Kunt u een top drie maken van de belangrijkste effecten voor u? A. De gemeente Molenlanden geeft aan dat de belangrijkste effecten zijn: 1. Effecten op landbouw, en hiermee samenhangend effecten op bodemdaling en effecten in de geohydrologische situatie. 2. Effecten op bestaande bebouwing (waaronder monumenten), infrastructuur en kabels/leidingen. 3. Effecten op de zettingen van de primaire en regionale waterkeringen. Uiteraard vinden we de effecten op natuurgebied de Donkse Laagten ook van belang. Uit de aanvullende onderzoeken, en zoals besproken met de experts, is gebleken dat de effecten bij alternatieven gemitigeerd kunnen worden door kansen te benutten. Als voorbeeld wordt genoemd afstemming van inrichtingsmaatregelen ter bevordering van aanwezigheid van bepaalde soorten nabij pompstation De Steeg (Zie paragraaf 5.4.2 van het eindconceptMERrapport). Ten aanzien van de weging van de effecten op de keringen het volgende: De gemeente Molenlanden vindt waterveiligheid een groot goed voor haar inwoners. Hiervoor werken wij samen met het waterschap. Recente ervaringen met dijkversterkingsproject KinderdijkSchoonhovenseveer hebben geleid tot veel onrust bij inwoners en ondernemers in de gemeente.
Dit geeft reden tot extra ‘bestuurlijke waakzaamheid’ op dit onderwerp.
Hieronder zijn citaten (cursief) uit ‘Samenvatting” van eindconceptMER rapportage opgenomen, aangevuld met de concretisering van belangen voor de gemeente Molenlanden: Locatiealternatief Streefkerk West ligt het dichtst bij Natura 2000-gebied Donkse Laagten. Desondanks is op dit criterium de beoordeling neutraal doordat de verstoring van dit gebied en de berekende impact van grondwaterstandverlagingen niet erg hoog is. In de omgeving van dit alternatief liggen veel regionale waterkeringen waar zettingen optreden. Hierdoor is op dit criterium een sterk negatieve beoordeling gegeven. Daar staat tegenover dat de impact op de primaire waterkering lager is en er minder gemalen, duikers en stuwen liggen in het gebied waar maaivelddaling is berekend. Dit locatiealternatief scoort sterk negatief op het criterium infrastructuur, omdat relatief lange stukken van de rondom liggende wegen beïnvloed worden door maaivelddalingen. Daarnaast is ook de impact op de landbouw groot door relatieve vernatting.
3
Belangrijk in weging voor Molenlanden: 1
Grote impact op landbouw als gevolg van relatieve vernatting; de afstand tussen de grondwaterstanden en het maaiveld neemt af. Hierdoor ontstaat extra natschade wat leidt tot berekende afname van de potentiële opbrengst. (dit effect is mogelijk te mitigeren met wijziging van peilgrenzen.)
2
Sterk negatieve beoordeling aangezien relatief veel kilometers aan wegen negatief effect ondervinden als gevolg van maaivelddalingen. Dicht bij de winning bevinden zich onderheide kunstwerken waar een maaivelddaling van ongeveer 35 cm is berekend. Bovendien wordt over een lengte van meer dan 5 km een maaivelddaling van meer dan 15 cm berekend voor het onderdeel Kabels en Leidingen. Ook wordt veel bebouwing geraakt door effecten (Sterk negatief beoordeeld).
3
Sterk negatieve beoordeling aangezien er veel regionale keringen nabij het alternatief aanwezig zijn waar zettingen optreden (zetting hoger van 15 cm).
Overig
Natuur is neutraal beoordeeld (Natura 2000 Donkse Laagten)
Locatiealternatief Streefkerk Oost scoort op de minste thema’s negatief. Zo is de impact op natuur en op landbouw neutraal beoordeeld. Sterk negatieve scores zijn er bijvoorbeeld wel op de criteria zetting van de regionale kering (die relatief veel rond dit alternatief liggen), effecten op kabels en leidingen en bebouwing.
Belangrijk in weging voor Molenlanden: 1
Landbouw is neutraal beoordeeld.
2
Negatieve beoordeling aangezien relatief veel kilometers aan wegen negatief effect ondervinden als gevolg van maaivelddalingen. Dicht bij de winning bevinden zich onderheide kunstwerken waar een maaivelddaling van ongeveer 35 cm is berekend. Bovendien wordt over een lengte van meer dan 5 km een maaivelddaling van meer dan 15 cm berekend voor het onderdeel Kabels en Leidingen. Ook wordt veel bebouwing geraakt door effecten (Sterk negatief beoordeeld).
3
Sterk negatieve beoordeling aangezien er veel regionale keringen nabij het alternatief aanwezig zijn waar zettingen optreden (zetting hoger van 15 cm).
Overig
Natuur is neutraal beoordeeld (NNN) Negatieve beoordeling aangezien enkele gemeentelijke en rijksmonumenten effecten ondervinden van zettingen van meer dan 10 cm
Locatiealternatief Waal scoort ten opzichte van de andere alternatieven enigszins afwijkend. De winning heeft hier, meer dan de andere alternatieven, invloed op de freatische grondwaterstanden. Dit komt vooral door het ontbreken van veenlagen in de ondergrond. Bij de andere locaties werken deze veenlagen als scheidende laag tussen de diepte waarvandaan het water wordt opgepompt en het maaiveld. Omdat deze lagen hier niet zijn, heeft de winning een groter effect op de grondwaterstand. Deze grondwaterstand daalt meer. Daarnaast is de totale maaivelddaling hier minder dan bij de andere alternatieven omdat de zettingsgevoelige laag dunner is. Er is daarom minder effect op bebouwing, infrastructuur, waterkeringen en landbouw. Doordat er in dit alternatief relatief meer invloed is op het grondwater treedt er een verlaging van de grondwaterstand op. Doordat de omstandigheden hierdoor iets droger worden, verbeteren de omstandigheden voor de huidige landbouwgewassen bij deze locatie. Wel is het oppervlak van het grondwaterbeschermingsgebied voor dit alternatief het grootst, wat leidt tot een negatieve beoordeling op dit criterium binnen het thema landbouw. Ook het indicatieve energiegebruik is sterk negatief beoordeeld, omdat de afstand tot het referentiepunt van het leidingennet het grootst is.
Op het criterium Natura 2000 scoort dit locatiealternatief negatief, vanwege de impact op Natura 2000-gebied Uiterwaarden Lek.
4
Belangrijk in weging voor Molenlanden: 1
Relatief klein gebied met maaivelddaling. Er is daarom minder effect op landbouw. Doordat de omstandigheden hierdoor iets droger worden, verbeteren de omstandigheden voor de huidige landbouwgewassen bij deze locatie.
2
Hierdoor treden minder effecten op onderwerpen als Bebouwing en infrastructuur en Kabels & Leidingen
3
Er is daarom ook minder effect op waterkeringen. Wel is sprake van negatieve beoordeling omdat zettingen te verwachten zijn op de regionale keringen, maar weliswaar in mindere mate (minder dan 15 cm). De zetting van de primaire kering kent hier de minst te verwachten zetting.
Overig
Aansluiting op/nabij het bestaande zuiveringsstation De Steeg zorg ervoor dat geen extra aantasting plaatsvindt van landschap/open veenweidegebied.
Locatiealternatief Weerszijden Lek heeft ten opzichte van de andere alternatieven een kleiner gebied waar de maaivelddaling meer dan 25 cm is. Dit komt doordat de winhoeveelheid gelijk verdeeld is over twee locaties, eentje in de Krimpenerwaard en eentje in de Alblasserwaard. Wel is het totale gebied waar effecten optreden groter. Het maximale effect op bijvoorbeeld bebouwing (negatieve beoordeling), infrastructuur (negatieve beoordeling) en landbouw (positieve beoordeling) is dus kleiner, maar de effecten treden in een groter gebied op. Op het criterium Natura 2000 scoort dit locatiealternatief negatief, vanwege de impact op Natura 2000-gebied Donkse Laagten (paragraaf 5.3 en 5.5).
Belangrijk in weging voor Molenlanden: Weerszijden Lek Alternatief Den Hoek en Streefkerk (Uitsplitsing per alternatief heeft niet plaatsgevonden!)
Interpretatie Alternatief Waal (1x4 mln m3 per jaar)
1
Beperkte maximale maaivelddaling. Er is wel relatief groot oppervlakte met maaivelddaling, maar gaat hierbij om twee separate locaties.
Beperkte maximale maaivelddaling (Er is wel relatief groot oppervlakte met maaivelddaling, maar gaat hierbij om twee separate locaties.
2
Negatieve beoordeling van effecten op bebouwing en infrastructuur en kabels en leidingen.
Zie onder score op vorige pagina.
3
Negatieve beoordeling van effecten op de keringen. De lengte waarover de primaire kering wordt beïnvloed is het grootst van alle locatiealternatieven. Bij de regionale kering is de berekende zetting kleiner dan bij locatiealternatieven Streefkerk West en Streefkerk Oost, maar groter dan bij alternatief Waal.
Zie onder score op vorige pagina.
Overig
Veelal negatieve beoordeling van effecten op natuur (behalve irt weidevogels, dit is neutraal beoordeeld). Effecten zijn vergelijkbaar met locatiealternatieven Waal en Streefkerk West.
Zie onder score op vorige pagina.
-In zijn algemeenheid veronderstellen wij dat de uitkomsten van Locatiealternatief Weerszijden Lek op hoofdlijnen vergelijkbaar is als een van de twee alternatieven van Weerszijden Lek een andere is, namelijk Waal in plaats van Streefkerk. Dit geldt met name op de uitkomst als ‘absoluut gezien zijn effecten kleiner, maar totale gebied waar effecten optreden is groter’.
5
-Daarnaast merken we op dat ook robuustheid van de waterkering een rol speelt;
Het dijklichaam van een primaire waterkering is beduidend groter dan dat van een regionale kering. Daardoor kan een primaire waterkering onder andere meer zettingen opvangen dan een regionale kering. Eenzelfde effect van de winning op regionale keringen zal dan ook relatief gezien meer impact hebben dan bij een primaire kering. Locatiealternatief Waal ligt het meest in de buurt van de primaire waterkering, dus deze maakt deze gunstiger in dit opzicht, ten opzichte van de andere locaties aan de zuidzijde van de Lek. -Daarnaast zijn bij alternatief Waal significante gevolgen op Natura 2000-gebieden (Donkse Laagten en Uiterwaarden Lek) uit te sluiten. -Voor het zuiveringsstation kan aangesloten worden op de locatie van het bestaande station De Steeg. Hier kan meerwaarde worden gevonden door het nieuwe station toe te voegen aan de bestaande. Er vinden hiervoor dan geen ingrepen dan wel aantastingen plaats op andere locaties. Voor het afvoeren van reststromen is geen onderscheid gemaakt tussen de locaties. “… In alle gevallen zal de leiding vanaf het zuiveringsstation een zo recht mogelijk traject naar de Lek volgen, waarbij rekening wordt gehouden met de aanwezige functies zoals bebouwing...’ B. Onderscheid in waarden van effecten is beleidsmatig ingegeven.
Voor de gemeente Molenlanden wordt dit onder andere onderschreven in de Omgevingsvisie Molenlanden 2040, de Toekomstvisie 2025 en Veenweidestrategie. De Omgevingsgsvisie gaat over de inrichting van de fysieke leefomgeving, met als stip op de horizon het jaar 2040. Hierin staat onder andere beschreven dat we een vitaal en toekomstbestendig landelijk gebied willen behouden en versterken. Dit wordt onderschreven in de Toekomstvisie 2050. Voor de agrarische sector zoeken we voortdurend naar een duurzame balans tussen bedrijfsvoering en draagkracht van de bodem en het water. Hierbij streven we naar behoud van een gezonde landbouwsector, waarbij samen met agrariërs wordt gekeken naar een goede balans tussen functie en peil. Daarbij houden we ons aan de gestelde peilen uit het peilbesluit van het waterschap. We blijven ruimte bieden aan passende gebruiksfuncties, zoals innovatie van agrarische activiteiten. Daarbij houden we rekening met de omgeving. Juist bij landbouw geldt dat de ondergrond flink kan bijdragen aan het oplossen van de huidige problematiek en uitdagingen zoals bodemgebruik, bodemvruchtbaarheid, bodembelasting en waterberging. Als landbouw met nieuwe ontwikkelingen goed aansluit bij de aanwezige kwaliteiten van de ondergrond, maken we het ruimtegebruik robuuster en toekomstbestendiger.
Ook ondersteunen we de agrarische sector bij het verder beperken van de uitstoot van CO2, door bijvoorbeeld mestvergisting en de aanleg van waterinfiltratiesystemen te stimuleren in samenwerking met provincie en waterschap. Hierover zijn ook afspraken vastgelegd in de Veenweidestrategie. Ook is hierin een zoekgebied van 500 ha bepaald voor realisatie van waterinfiltratiestystemen, Naast diverse ruimtelijke kansen kent Molenlanden uiteraard ook diverse uitdagingen, aandachtspunten en knelpunten: onze zorgen. Deze zorgen zijn er nu, maar als we hier niet aan werken kunnen deze groter en urgenter worden. Zorgen zijn er in allerlei soorten en maten. Veel zorgen ontstaan doordat opgaven ergens in de ruimte moeten landen en niet alles op dezelfde plek mogelijk is. Er is sprake van een toenemende druk op de ruimte waardoor keuzes moeten worden gemaakt. Een aantal van onze belangrijkste zorgen (passend bij de schaal van onze omgevingsvisie) hebben relatie met de keuze voor een nieuwe drinkwaterwinning. Deze lichten we hieronder kort toe: -Bodemdaling in ons veenweidegebied “…In een groot deel van het gemeentelijk grondgebied bestaat de grond uit klei op veen. Al eeuwen kent dit gebied een robuust bodem- en watersysteem, een belangrijke basis voor de ontwikkeling van de agrarische sector. 6
In het gebied komt ook bodemdaling voor…. Maatregelen om bodemdaling tegen te gaan in het landelijk gebied zijn onderdeel van het (in voorbereiding zijnde) gebiedsplan Alblasserwaard in het kader van het Zuid Hollands Programma Landelijk Gebied…” -Klimaatverandering en drinkwatervoorziening “…De verdergaande klimaatverandering leidt tot maatregelen om de dijken te versterken en ook water beter vast te houden en af te voeren. Ook zal de hevigheid van buien en stormen toenemen en dit zal mogelijk ook in de kernen leiden tot meer wateroverlast. Zeker omdat de maximumcapaciteit van ons rioleringssysteem in de lintbebouwing (bijna) bereikt is. Tegelijkertijd zien we ons geconfronteerd met toenemende droogte. Daarbij neemt de druk op drinkwatervoorzieningen verder toe. Dit betekent ruimtereservering voor grondwaterbeschermingsgebieden en nieuwe locaties voor aanvullende strategische voorraden (ASV’s)…” -Transitie van de sterke agrarische sector “…Klimaatadaptatie en bodemdaling geven al veel uitdagingen voor de agrarische sector. De problematiek rondom stikstof en biodiversiteit zijn daar de afgelopen jaren bij gekomen. Ook het waarborgen van de kwaliteit van grondwater en oppervlaktewater is een opgave, vastgelegd in de Kaderrichtlijn Water.
Dit alles betekent dat ook de agrarische sector in Molenlanden voor een grote transitie staat….” Ten aanzien van de bodem irt de bebouwde omgeving stellen we het volgende: “…In Molenlanden wordt bodemdaling veroorzaakt door verschillende factoren. Het dalende waterpeil (mede door drinkwaterwinning) leidt tot het droogvallen van het bovenste veenpakket. Ook klimaatverandering, met langere aangesloten perioden van warmte en droogte, zorgt voor verdamping van het grondwater. Het droogvallen van het bovenste veenpakket veroorzaakt oxidatie. Hierdoor daalt de bodem en is er CO2uitstoot. Deze emissie draagt bij aan het versterken van klimaatverandering. Ook de natuurlijke werking van veen als een spons speelt een rol bij de bodemdaling. De grond zakt in onder het gewicht. Deze zogenaamde zetting is vooral een uitdaging in bebouwde gebieden. We zetten continu in op het voorkomen van verdere bodemdaling. Sterke bodemdaling kan ervoor zorgen dat we op een aantal plaatsen niet zonder meer traditioneel kunnen bouwen. Per gebied zoeken we naar (nieuwe) vormen van bouwen in combinatie met bodemdaling. Samen met agrariërs kijken we naar een goede balans tussen functie en waterpeil. Daarbij houden we ons aan de gestelde peilen uit het peilbesluit van het waterschap. We blijven ruimte bieden aan passende gebruiksfuncties, zoals innovatie van agrarische activiteiten.
Daarbij houden we rekening met de omgeving. Juist bij landbouw geldt dat de ondergrond flink kan bijdragen aan het oplossen van de huidige problematiek en uitdagingen zoals bodemgebruik, bodemvruchtbaarheid, bodembelasting en waterberging. Als landbouw met nieuwe ontwikkelingen goed aansluit bij de aanwezige kwaliteiten van de ondergrond, maken we het ruimtegebruik robuuster en toekomstbestendiger…” Over waterkwaliteit beschrijft de Omgevingsvisie het volgende: “…Molenlanden kent een aantal grondwaterbeschermingsgebieden. Een grondwaterbeschermingsgebied is de zone rondom een waterwingebied. Deze waterwingebieden zijn beschikbaar voor drinkwaterbedrijven. Deze worden gebruikt voor drinkwatervoorziening. Door toestroming van grondwater vanuit de Lek wordt dit grondwater continu aangevuld. Molenlanden heeft twee waterwingebieden: De Put in Nieuw- Lekkerland en De Steeg (oever- en diepe waterwinning) in Langerak. We willen ervoor zorgen dat de grondwaterkwaliteit wordt behouden en beschermd, zodat waterwinning in de waterwingebieden mogelijk blijft. Naast de grondwaterbeschermingsgebieden zijn er in de Omgevingsvisie van de provincie ZuidHolland ook locaties voor Aanvullende Strategische Voorraden (ASV’s) aangewezen. 7
Dit zijn mogelijke plekken voor een drinkwatervoorziening. Het gaat daarbij om voorraden van grond- en oppervlaktewater die kunnen worden ingezet voor de drinkwaterproductie. In Molenlanden gaat dit om een gebied direct ten zuiden van de Lek tussen Streefkerk en Groot-Ammers, en een gebied oostelijk van Nieuwpoort. Deze gebieden liggen in het veen en zijn gevoelig voor bodemdaling en kunnen waterveiligheid aantasten. Molenlanden zet in op drinkwaterwinning met zo min mogelijk effect op bodemdaling en waterveiligheid. Hiervoor is altijd een zorgvuldige (belangen)afweging noodzakelijk. …”
Deze ambities en zorgen gelden niet alleen voor onze gemeente, maar herkennen deze ook in gespreken die we voeren met onze samenwerkingspartners. We vinden het van groot belang om deze opgave voor een nieuwe winning van 8 miljoen m3 per jaar in gezamenlijkheid met de betrokken partijen te dragen. De winning levert drinkwater op voor een gedeelte van het voorzieningengebied ver ten noorden van de Lek, op relatief grote afstand van de Alblasserwaard. Negatieve effecten van de winning enkel laten dragen door inwoners en ondernemers die hiervan nauwelijks tot geen profijt van hebben achten we in deze opgave niet passend.
Vraag 4: Welk alternatieven/welk alternatief ziet u als het meest kansrijk? Wat zijn de belangrijkste redenen daarvoor? De gemeente Molenlanden acht het alternatief van Weerszijden Lek het meest kansrijk, waarbij we voor de Alblasserwaard de minste belemmeringen zien voor alternatief Waal rekening houdend met een winning van 4 miljoen m3 per jaar (dus in plaats van alternatief Streefkerk). Hieronder lichten we dit toe. Zoals onder vraag 3 benoemd hechten we veel belang aan zo min mogelijk effecten op landbouw/bodemdaling, de waterkeringen en de bestaande bebouwing, infrastructuur en kabels/leidingen. Uit de onderzoeken van het MER-rapport blijkt dat: Voor alternatief Waal geldt dat de effecten minder groot zijn in vergelijking met de andere onderzochte alternatieven: -minder effecten van bodemdaling als gevolg van andere bodemopbouw -hierdoor beperkte effecten optreden op bestaande bebouwing en infrastructuur -de zetting van de primaire en regionale keringen en de lengte waarover deze optreden is het kleinst voor dit alternatief. Daarnaast is gebleken dat: -er sprake is van minimale effecten op natuur, onder andere als gevolg van de niet-nabije ligging van natuurgebied de Donkse Laagten. Ook zien we de kans om aan te sluiten bij het bestaande zuiveringsstation De Steeg.
Vraag 5: Zijn er nog aspecten waar Oasen extra rekening mee moet houden bij het uitwerken van de voorkeursvariant vanuit uw optiek? A. -Bij de uitwerking van een voorkeursvariant is van belang om rekening te houden met voorwaarden die de gemeente zal stellen om effecten te mitigeren dan wel te compenseren Zo kan gedacht worden aan herstel van verzakkingen van gebouwen en infrastructuur en kabels en leidingen (bijvoorbeeld herstraten, herstel riolering enz.). Verdere concretisering en financiering is onderdeel van de nadere uitwerking van een voorkeursvariant. 8
-Het aansluiten bij de bestaande winning biedt kansen om de effecten ten opzichte van de effecten van de andere alternatieven te verminderen én te minimaliseren. -We vragen aandacht voor meekoppelkansen. Een voorbeeld is ‘functiestapeling’; Een voorbeeld hiervan is het creëren van ‘natte natuur op plaatsen waar vernatting optreedt als effect van de nieuwe winning. Of, kansen voor extra water; watercompensatie en waterbergingsbank
en of aanleg van ‘groen-blauwe zones. - Wij verzoeken om bij naleving van de toekomstige vergunning zoveel mogelijk een stabiele onttrekking te laten plaatsvinden. -We vragen (de provincie) de gevolgen cq. van de regels omtrent ‘waterwingebied’, ‘grondwaterbeschermingsgebied’ en ‘boringsvrije zone’ te beschouwen. In de huidige situatie leiden deze regels ook tot gebruiksbeperkingen die niet in alle gevallen aansluiten bij de realiteit. Zo sluit toepassing van bestrijdingsmiddelen door de landbouwsector niet aan bij de gebruiksbeperkingen van dergelijke stoffen. Bovendien vinden innovaties op dit gebied snel achtereenvolgend plaats. Aan de hand van deze beschouwing dient ook toepassing van technische restricties als gevolg van de aanduidingen beter aan te sluiten op de praktijk. Ook deze kunnen naar onze mening beter aansluiten bij de praktijk, zoals toepassing van technische middelen bij uitvoering van projecten aan bijvoorbeeld riolering/persleidingen dan wel (tijdelijke) damwanden, om bodemdaling tegen te gaan of om duurzaamheidsambities te realiseren. -We vragen aandacht voor een passende schaderegeling voor inwoners en ondernemer en vragen Oasen nadrukkelijke hierover in gesprek te blijven met vertegenwoordigers van onder andere de landbouwbelangen.
B. Daarnaast willen we meegeven dat alternatief Streefkerk Oost met name één melkveehouderij specifiek raakt. De locatie van het bedrijf met de bijbehorende woning en omliggende gronden liggen direct naast respectievelijk ter plaatse van de ingetekende puttenvelden. (Negatieve) Effecten hebben een maximale doorwerking zo dicht bij de daadwerkelijk winningslocatie. Deze maken dat het agrarisch bedrijf in de huidige vorm hier niet behouden kan blijven. Dit is een zeer onwenselijke situatie aangezien het een vitaal bedrijf betreft. Continuïteit van bedrijfsvoering geldt op deze locatie voor ons als uitgangspunt. Dit past bij onze ambitie om een gezonde en toekomstbestendige landbouwsector te behouden en waar mogelijk te versterken.
Vraag 6: Welke alternatief levert voor u de grootste bezwaren op? Kunt u onderbouwen waarom dat is? Streefkerk Oost. Zoals onder vraag 3 beantwoord hebben we zorgen over effecten van bodemdaling in relatie tot onze gebouwde omgeving en infrastructuur. Voor alternatief Streefkerk Oost zijn deze effecten groot. Dit is een onwenselijk situatie. Tevens verwijzen we naar de beantwoording zoals verwoord onder 5B. Ten slotte, in de beantwoording van vraag 4 is verwoord waarom we vooral kansen zien voor andere onderzochte alternatieven.
9