CConstaterende datMolenlanden
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Uitvoeringsprogramma Duurzaamheid en Klimaat Molenlanden 2022-2025 Def.pdf

Raadsvergadering 21 december 2021, gemeente MolenlandenBij agendapunt: Uitvoeringsprogramma Duurzaamheid en Klimaat 2022-20257.465 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Molenlanden

Gemeente Molenlanden

Uitvoeringsprogramma Duurzaamheid – Klimaat 2022-2025

Inhoudsopgave 1. Inleiding 2. Energietransitie – samenhang RES en TVW

3

6. Circulaire Economie

13

6.1 Ambitie

13

6

6.2 Doelen en Activiteiten

13

2.1 Overlappende Doelen en Activiteiten RES en Warmte:

6

6.3 Benodigde extra middelen

13

2.2 Benodigde extra middelen

6

3. Energiestrategie: Regionale Energiestrategie (RES) 3.1 Ambitie

7

7. Veenweidestrategie

14

7.1 Ambitie

14

7

7.2 Voortgang

14

3.2 Voortgang

7

7.3 Doelen en Activiteiten

14

3.3 Doelen en Activiteiten

7

7.4 Benodigde middelen

14

3.4 Benodigde extra middelen

8

4. Energietransitie: (Lokale) Warmtetransitie 4.1 Ambitie

9 9

4.2 Voortgang

9

4.3 Doelen en Activiteiten

9

4.4 Planning

10

4.5 Benodigde extra middelen

10

5. Klimaatadaptatie en bodemdaling

11

5.1 Ambitie

11

5.2 Status klimaatadaptatie

11

5.3 Doelen en Activiteiten

11

5.4 Benodigde extra middelen

12

8. Thema-overstijgende programma-activiteiten

15

8.1 Monitoring

15

8.2 Communicatie en Participatie

17

9. Integraal Financieel Overzicht

19

1. Inleiding duurzaamheidsdossiers visies en strategieën vast. Daarin zijn de volgende (lange termijn) doelstellingen geformuleerd:

De toekomstvisie van gemeente Molenlanden is om in 2050 als gemeente (nagenoeg) CO2neutraal, aardgasvrij en klimaatbestendig te zijn. Om daartoe te komen kent elk transitiethema haar eigen ambities. De Raad van Molenlanden stelde/stelt in 2021 op verschillende

Ambities Thema

2025

2030

Energietransitie: Warmtetransitie

Verkenning gedaan voor korte termijn projecten (uitvoeringstermijn 4-8 jaar) + opstart van uitvoeringsfase (tot 2030).

20% van de gebouwde omgeving van het aardgas af.

Energietransitie: RES

Om de RES-ambitie voor 2030 te halen, dienen uiterlijk 1/1 2025 de benodigde omgevingsvergunningen voor grootschalige opwek van duurzame energie te zijn verleend.

• RES-regio Alblasserwaard 49% CO2 reductie. • 50% van de geschikte bedrijfsdaken te benutten voor de opwek van zonne-energie. • 562 TJ duurzame elektriciteit opwekken door middel van energie uit wind.

Veenweide strategie

Uitvoering gebiedsplan Alblasserwaard: Veenoxidatie tegengaan door hogere waterstand op 500 ha veenweiden.

1Mton CO2eq reductie ten opzichte van 1990

Klimaatadaptatie en bodemdaling

1) De gemeentelijke organisatie handelt klimaat adaptief. 2) Inwoners en bedrijven bewuster maken van de risico’s door extremer weer. 3) Actieve inwoners, bedrijven en organisaties hebben toegang tot kennis en financiële bijdrage om klimaat adaptief te kunnen handelen.

Zie 2025

Circulaire Economie

100 kg restafval per inwoner per jaar.

Nog niet gedefinieerd

2050

100% klimaat neutraal

100% klimaatbestendig

3

100 % circulair

Vanaf 2022 willen we aan de slag met de uitvoering van deze ambities. We hebben daartoe dit uitvoeringsprogramma Duurzaamheid en Klimaat opgesteld. En wel om drie redenen: 1. Het zorgt voor (over)zicht op de inhoud Om in samenhang te werken aan duurzame ontwikkeling is overzicht nodig wat er in Molenlanden op verschillende onderwerpen is vastgesteld door de Raad en wat op basis daarvan wordt opgepakt op duurzaamheid en klimaat. Het uitvoeringsprogramma beoogt de gewenste doelstellingen en wat we daarvoor gaan doen bij elkaar te brengen. Het uitvoeringsprogramma laat daarmee zien waar we als gemeente, samen met onze inwoners, (allemaal) mee bezig zijn/gaan op duurzaamheid en klimaat.

Figuur 1: Scope Uitvoeringsprogramma

2. Het brengt de extra kosten in beeld Voor het uitvoeren van de activiteiten zijn middelen nodig. Deels kunnen we gebruik maken van bestaande budgetten en capaciteit. Maar extra middelen zijn (zeker) ook nodig om te kunnen starten. Met dit uitvoeringsprogramma brengen we de benodigde extra middelen voor de jaren 2022, 2023 en 2024 in beeld.

Het uitvoeringsprogramma richt zich op het in beeld brengen van de doelen (een op een overgenomen uit de vastgestelde visies), activiteiten en de daarmee samenhangende kosten voor de jaren 2022 t/m 2024. Gezien de lokale en landelijke klimaatdoelstellingen voor 2030 en 2050 is het noodzakelijk dat het uitvoeringsprogramma ook na 2024 wordt gecontinueerd. Het programma is adaptief en speelt in op de actuele ontwikkelingen, de voortgang brengen we jaarlijks in kaart en waar nodig passen we het programma aan.

3. Het monitort de resultaten In het uitvoeringsprogramma zijn enkele (prestatie)indicatoren per transitie opgenomen. Hiermee willen we zicht krijgen en houden op de voortgang van de activiteiten uit dit uitvoeringsprogramma en de effecten.

Figuur 1 geeft de samenhang tussen de duurzaamheidsdossiers, het Uitvoeringsprogramma en het lange termijnperspectief weer. Tot slot benadrukken we dat de verduurzaming binnen de gemeente Molenlanden al in volle gang is. Veel inwoners en bedrijven zijn aan de slag om duurzaam te wonen, te werken en hun bedrijfsvoering te verduurzamen. Dit is herkenbaar aan de vele initiatieven die er lopen en samenwerkingen die zijn opgezet zoals Energie coöperatie Molenlanden, Stichting Duurzaam Molenlanden en huurders organisaties die zich actief in zetten voor verduurzaming van vastgoed.

Er maken vijf1) transitiethema’s onderdeel uit van het uitvoeringsprogramma: 1. Energietransitie: Regionale Energiestrategie (RES); 2. Energietransitie: (Lokale) Warmtetransitie; 3. Klimaatadaptatie en Bodemdaling; 4. Circulaire Economie; 5. Veenweidestrategie.

De mobiliteitstransitie heeft nog geen visiedocument opgesteld, maar wordt in de komende jaren als transitiethema wel onderdeel van het Uitvoeringsprogramma.

1)

4

De doelstellingen van het Klimaatakkoord zijn echter ambitieus. Het is daarom van belang dat de gemeente met activiteiten uit het Uitvoeringsprogramma daar, waar nodig, regie voert en ondersteuning kan bieden aan activiteiten van inwoners en bedrijven. Onderdeel van het uitvoeringsprogramma is om een actieve samenwerking tussen de gemeente en haar inwoners te behouden of tot stand te brengen en elkaars kracht te benutten in het werken aan een duurzaam Molenlanden. Leeswijzer In de volgende hoofdstukken duiden we per transitiethema de (reeds vastgestelde) doelstellingen en uit te voeren activiteiten, met daaraan gekoppeld de benodigde capaciteit en middelen. Belangrijk om te beseffen is dat dit de extra benodigde middelen zijn bovenop de vaste formatie van de gemeentelijke organisatie van Molenlanden. Verder duiden we programma overstijgende activiteiten (communicatie/participatie en monitoring) in hoofdstuk 8. Als laatst presenteren we een integraal financieel overzicht in hoofdstuk 9.

5

2. Energietransitie – samenhang RES en TVW 2. Verstrekken van verduurzamingsleningen en subsidies voor groendaken. 3. Uitvoeren projecten in samenwerking met het Regionaal Energieloket en Het Nieuwe Wonen (denk bijvoorbeeld aan het aanvragen van gratis advies van wooncoaches). 4. Aanvraag toekomstige tranches RREW-subsidies. 5. Duurzaamheidsprijs Molenlanden. 6. Week van de Duurzaamheid in Molenlanden om bewustwording te vergroten en aan te zetten tot gedrag (wat kan ik zelf doen?) voor alle transitie thema’s (mei 2022). Rol van de gemeente is om te initiëren en stimuleren, de uitvoering ligt bij de kernen zelf. 7. Verkennen en uitwerken van de inzet van financiële instrumenten in de energietransitie.

De energietransitie gaat over de overstap van energie uit fossiele brandstoffen naar volledig duurzame energie uit wind, zon en water. In Molenlanden werken we vanuit twee sporen aan de energietransitie. Vanuit spoor 1 wordt de uitvoering van de Regionale Energiestrategie samen met de gemeente Gorinchem vormgegeven en vanuit spoor 2 de lokale warmtetransitie van Molenlanden. De samenhang tussen deze twee sporen is hieronder schematisch weer gegeven.

Doel 2: Energiebesparing bedrijven: het doel is het reguleren en stimuleren van energiebesparing bij bedrijven (en bedrijventerreinen). Activiteiten bij doel 2: Uitvoering E-agenda door OZHZ: 1. Bedrijfsbezoeken (energiecontroles, koploper gesprekken, energiescans) 2. Branche-aanpakken (regionaal Zuid-Holland Zuid met maatwerk regio Alblasserwaard) 3. Bedrijventerreinenaanpak (lokaal) 4. Duurzame Bedrijvenroute (regionaal Zuid-Holland Zuid)

2.2 Benodigde extra middelen

2.1 Overlappende Doelen en Activiteiten RES en Warmte:

Met de huidige middelen en capaciteit verstrekken we de verduurzamingslening en subsidies voor groendaken. Verder benutten we de ontvangen RREW-subsidies tot en met 31 juli 2022 voor het uitvoeren van de activiteiten zoals opgesomd bij punt 1 van doel 1. Voor de continuering en het oppakken van de andere activiteiten zijn de volgende extra middelen nodig:

De RES en Warmtetransitie hebben twee overlappende doelen en samenhangende activiteiten, namelijk: Doel 1: Energiebesparing Inwoners: het doel is om inwoners en organisaties te stimuleren tot energiebesparing en het nemen van energiebesparende maatregelen zoals het isoleren van gebouwen en woningen zodat de vraag naar elektriciteit en aardgas vermindert. Activiteiten bij doel 1: 1. Uitvoeren Regeling Reductie Energiegebruik Woningen (RREW) looptijd t/m 31 juli 2022 met als beoogd bereik: 1.280 particuliere woningeigenaren en 1.400 huurders (1.200 sociale huur, 200 particuliere huur). Het gaat onder andere om het aanbieden van een cadeaubon voor de aanschaf van kleine energiebesparende maatregelen, deelnemen aan webinars en online energiecafés, een gratis warmtescan laten uitvoeren van de voorgevel van de woning en een collectieve inkoop actie voor isolatie (spouw, vloer, bodem, HR++glas). Bij de uitvoering van de regeling is daarnaast ook speciale aandacht voor huurders en voor woningeigenaren van monumenten en boerderijen.

Personele kosten

2022

2023

2024

Inwoners* Bedrijven Werkbudget Subtotaal per jaar

€ 280.280 € 18.900 € 62.441 € 361.621

€ 280.280 € 18.900 € 92.441 € 391.621

€ 280.280 € 18.900 € 92.441 € 391.621

Totaal

€ 1.144.863

* De groen gearceerde kosten worden 50/50 verdeeld over de transitievisie Warmte en de RES.

6

3. Energiestrategie: Regionale Energiestrategie (RES) 3.1 Ambitie

Doel 1, Zon: In de RES 1.0 Alblasserwaard gaan we voor het opwekvermogen met zonneenergie van 588 TJ (0,162 TWh) in 2030. Dit bod willen we realiseren in overeenstemming met de uitgangs punten van de zonneladder door (volgordelijk) in te zetten op: daken en gevels, bebouwd gebied en landelijk gebied. Het is onze ambitie om in 2030 50% van de geschikte bedrijfsdaken te benutten voor de opwek van zonne-energie.

Wereldwijd staan we voor de grote uitdaging om het gebruik van fossiele brandstoffen te vervangen door hernieuwbare brandstoffen om klimaatverandering tegen te gaan. In Nederland zijn de doelstellingen en het tempo hiervoor vastgelegd in het nationale Klimaatakkoord. Het doel van dit akkoord is om de CO2-uitstoot in 2030 met 49% te verminderen ten opzichte van 1990 en om in 2050 de CO2-uitstoot tot nagenoeg nul terug te brengen. Met een Regionale Energiestrategie (RES 1.0) geven 30 regio’s in Nederland aan hoe ze gaan bijdragen aan deze doelstelling. De gemeenten Molenlanden en Gorinchem, provincie Zuid-Holland en het waterschap Rivierenland en vele andere partners vormen samen de RES-regio Alblasserwaard. In de RES 1.0 zijn de gemaakte keuzes beschreven over hoe en waar we in de Alblasserwaard duurzame energie willen opwekken, een eerste aanzet tot de Regionale Structuur Warmte, de mogelijkheden voor energiebesparing en de kansen voor innovatie. De regio Alblasserwaard streeft ernaar om in 2030 20% energie te hebben bespaard en 35% van het totale energiegebruik (warmte, elektriciteit en brandstoffen) te gebruiken uit hernieuwbare bronnen die zo veel mogelijk lokaal zijn. Het regionale bod is 0,32 Tw, waarvan 126TJ bestaande wind, 436Tj nieuwe wind en 588Tj zon is.

Activiteiten bij doel 1: 1. Opstellen en uitvoeren van een uitvoeringsprogramma zon op dak, (in samenwerking met ondernemersverenigingen en energiecoöperaties); 2. Verduurzamen prestatieafspraken met woningcorporaties; 3. Realiseren van (meer) zonnepanelen op gemeentelijk vastgoed en scholen; 4. Verkennen mogelijkheden voor zonnepanelen langs infrastructuur, in restruimten en bij monumenten en beschermde stads- en dorpsgezichten. Doel 2, Wind: Tot 2030 willen de gemeenten Gorinchem en Molenlanden 562 TJ duurzame elektriciteit opwekken door middel van energie uit wind (zowel bestaande als nieuwe windenergie).

3.2 Voortgang

Activiteiten bij doel 2: 1. Verkenning naar technische, ecologische en maatschappelijke haalbaarheid van nieuwe windturbines in zoekgebied Avelingen in Gorinchem, inclusief omgevingsmanagement en participatie-activiteiten. De verkenning resulteert in een go/no-go besluit door beide Raden in het voorjaar 2022 over een eventuele volgende fase in de uitwerking van het zoekgebied; 2. De uitvoering motie ruimtelijk kader kleine windturbines.

De RES 1.0 was op 1 juli 2021 gereed en vastgesteld door de Raad, zodat de uitvoeringsagenda van start kan gaan. Elke 24 maanden zal er een update komen: een RES 2.0 in 2023 en zo verder.

Doel 3, Innovatie: Het stimuleren om samen met bewoners, jong en oud, bedrijven en maatschappelijke organisaties nieuwe kennis te ontdekken en ontwikkelen en deze omzetten naar concrete projecten en programma’s in de regio.

Figuur 2 Tijdlijn RES

Activiteiten bij doel 3: 1. Organiseren van een innovatienetwerk voor de energietransitie; 2. Onderzoeken van de mogelijkheden voor een regionale waterstof economie; 3. Samenwerken met het i_lab (voorheen Innovatie en Afstudeercentrum) en Agri en Food campus;

3.3 Doelen en Activiteiten In deze paragraaf zijn de regio doelstellingen van Alblasserwaard beschreven. We benoemen de RES-activiteiten per doel en verwijzen naar de Uitvoeringsagenda RES 1.0 voor een uitgebreidere uitleg per RES-activiteit.

7

3.4 Benodigde extra middelen

4. Verkennen innovatie technologieën voor vergroten netstabiliteit en uitvoering motie onderzoek energieopslag; 5. Pilotproject Smart Farmer Grid: dit project is bedoeld om innovatieve oplossingen te vinden voor mogelijke knelpunten met netcapaciteit in het landelijk gebied.

Binnen de huidige middelen en capaciteit pakken we het opstellen van de RES 2.0 met 2-jaarlijkse actualisatie op. De huidige bezetting kan daarmee de RES 2.0 uitwerken, maar er is additionele capaciteit nodig om deze ten uitvoer te brengen. De additionele activiteiten en de daarmee samenhangende kosten voor de komende 3 jaar zijn:

Doel 4, Warmte: Het regionaal en bovenregionaal afstemmen van warmtevraag en -aanbod, inclusief warmtebronnen, waardoor we voorkomen dat warmtebronnen dubbel worden ingezet of dat kansrijke bronnen niet worden aangewend.

Personele kosten *)

Activiteiten bij doel 4: 1. Opstellen Regionale structuur Warmte (RSW) 2.0 als onderdeel van de RES en als input van de Transitie Visie Warmte (TVW).

RES 2.0

Doel 5, Opstellen RES 2.0 (actualisatie) Activiteiten bij doel 5: 1. Opstellen RES 2.0 2. Participatie en communicatie is een belangrijk onderdeel van de RES. Dit gebeurt met inzet van communicatieadviseurs die: • Adviseren kernteam, projectteam en stuurgroep over participatie- en communicatiestrategie die een bijdrage levert aan transparante processen voor stakeholders en inwoners. • Woordvoerder voor de RES Alblasserwaard en zorg dragen voor heldere en eenduidige communicatie over energie gerelateerde onderwerpen in de regio. • Afstemmen communicatie en participatie met regiogemeenten, provincies en stakeholders. • Kennis delen en middelen inzetten om zoveel mogelijk draagvlak en/of acceptatie voor (ruimtelijke) energiemaatregelen te creëren.

2022

2023

2024

Vooralsnog geen extra kosten in beeld

Zon

€160.300

€160.300

€160.300

Wind

€ 82.250

P.M.

P.M.

Innovatie

€ 36.750

€ 36.750

€ 36.750

Communicatie

€ 189.000

€ 189.000

€ 189.000

Werkbudget

€ 100.000

€ 85.000

€ 85.000

Totaal per jaar

€ 568.300

€ 471.050

€ 471.050

Totaal

€ 1.510.400

Voor de RES geldt dat de gemeenten Gorinchem en Molenlanden werken volgens een kostenverdeelsleutel van 50%-50%. De kosten in bovenstaande tabel is het aandeel dat Molenlanden voor haar rekening neemt.

*)

8

4. Energietransitie: (Lokale) Warmtetransitie 4.1 Ambitie

Daarnaast monitoren van de voortgang van het aardgasvrij maken van de woningen en bedrijfsgebouwen, waardoor we inzicht houden of het tempo voor het aardgasvrij maken van de gemeente volgens planning loopt.

In het Klimaatakkoord is afgesproken dat de opwarming van de aarde beperkt wordt tot maximaal 2 graden, met 1,5 graad als streefwaarde. Om dat te bereiken moeten de deelnemende landen in 2050 de CO2-uitstoot met 95% verminderen. Dat betekent dat we uiterlijk in 2050 afscheid nemen van fossiele brandstoffen, dus ook van aardgas. De Transitievisie Warmte stippelt lokaal de route uit naar een aardgasvrije gemeente in 2050. In 2030 geeft het Klimaatakkoord als tussenstap aan dat 49% CO2 reductie ten opzichte van 1990 moet worden behaald. Voor de warmtetransitie is dit vertaald naar dat er landelijk 1.5 miljoen bestaande woningen verduurzaamd moeten zijn in 2030 (grofweg 1/5 van het totaal aantal woningen). Voor Molenlanden betekent dit dat 3.500 woningen in 2030 aardgasvrij zijn gemaakt of vergaand zijn verduurzaamd.

Activiteiten bij doel 1: 1. Doorlopen proces om te komen tot een herziene TVW met als eindresultaat een herziene TVW. 2. Monitoren: Bij afwijkingen van het tempo zullen we de plannen herzien en aanpassen. Doel 2: Invullen regierol van de gemeente bij de verkenningen om te komen tot de uitvoeringsplannen om één vijfde van de woningen in Molenlanden in 2030 verduurzaamd te hebben. Als de gemeente ook daadwerkelijk de trekker is, regisseren wij het proces, als een andere partij of stichting dit wil doen, ondersteunt de gemeente en bewaakt zij het proces.

4.2 Voortgang

Activiteiten bij doel 2: 1. Start verkenningen in 2022 van: (1) Bleskensgraaf (kern + bedrijverterrein) en (2) Giessenburg (kern+ bedrijventerrein) 2. Start pilot in 2022 gespikkeld bezit in Hoornaar 3. Start pilot in 2022 potentiële all-electric wijken in Groot-Ammers, Molenaarsgraaf, Nieuw-Lekkerland en Streefkerk 4. Start verkenningen in 2023 voor bedrijventerrein Arkel

Gemeenten zijn verplicht om voor 31 december 2021 een Transitievisie Warmte te hebben vastgesteld. De Transitievisie Warmte van Molenlanden is nog niet vastgesteld door de Raad. Het staat op de planning voor 23 november 2021 om te worden geaccordeerd. Gemeenten hebben een regierol in de warmtetransitie, ze creëren draagvlak en regisseren de buurt- kernaanpakken. Dit gebeurt in de verkenningsfase bij het opstellen van de uitvoeringsplannen. Per buurt/kern wordt nader verkend wat het meest kansrijke duurzame warmte alternatief is en wanneer de transitie naar deze aardgasvrije warmteoplossing ingaat. In Molenlanden zetten we in op een verduurzamingstransitie van 17% met de korte termijn projecten. Zo mogelijk behalen we de 2 à 3% in de komende 8 jaar met de woningen die op natuurlijk tempo overgaan. Daarmee voldoen we dan aan de wettelijke opgave van 20%.

Samen met inwoners, bedrijven en lokale partijen starten we het verkenningsproces voor hun kern/buurt/bedrijventerrein om te komen tot een uitvoeringsplan. Dit duurt naar verwachting ongeveer 2 jaar. De verkenning geeft aan voor welke duurzame warmteoplossing draagvlak is, maar ook welke technische mogelijkheden er zijn en wordt er inzicht gegeven in de kosten. Via deze gezamenlijke route hopen we tot een gedragen en uitvoerbaar uitvoeringsplan te komen. Waarna er een gezamenlijk besluit genomen kan worden om deze te gaan uitvoeren. Vanaf 2025 staan de verkenningen voor de eerste buurten/kernen en bedrijventerreinen van de middellange

Figuur 3 Tijdlijn Warmtetransitie

4.3 Doelen en Activiteiten Doel 1: Periodiek monitoren en herijken Transitievisie Warmte: elke 5 jaar de Transitievisie Warmte actualiseren (verder: TVW), zodat de TVW flexibel blijft voor (mee koppel) kansen en de inwoner houvast geeft op welke wijze zijn of haar wijk mogelijk aardgasvrij kan worden.

9

4.5 Benodigde extra middelen

termijn gepland om te starten. In deze fase komen meer buurten/kernen en bedrijventerreinen aan bod dan in de korte termijnfase. Ook worden deze verkenningen over een langere periode gespreid.

Met de huidige middelen en caoaciteit stellen we de Transitievisie warmte met tenminste een 5-jaarlijkse actualisatie en communicatiecampagne rondom de warmtetransitie en coördineren we de in dit hoofdstuk genoemde activiteiten. De huidige bezetting kan daarmee de TVW verder uitwerken en actueel houden, maar er is additionele capaciteit nodig om deze ten uitvoer te brengen. De additionele activiteiten en de daarmee samenhangende kosten voor de komende 3 jaar zijn:

Doel 3: Uitvoeren gebiedsuitvoeringsplannen (2024 en verder): starten van concrete en vaak omvangrijke uitvoeringsprojecten van de verkenningskernen en/of buurten/bedrijventerreinen om de woningen en bedrijfsgebouwen aardgasvrij te maken of voorbereidingen daartoe te treffen. Denk hierbij aan het aanleggen van een buurt energiesysteem/warmtenet. Of het realiseren van een collectieve Warmte Koude Opslag (WKO) met een duurzame warmtebron die de WKO voedt, zoals aquathermie bron of zonthermie bron. Het realiseren van een uitvoeringsplan duurt gemiddeld vier tot acht jaar afhankelijk van de grootte en complexiteit van het plan. Door te starten in gebieden waar we concrete kansen zien, werken we stapsgewijs naar een aardgasvrije en duurzame gebouwde omgeving in onze gemeente.

Personele kosten

2022

2023

2024

Periodiek monitoren/herijken TVW

Vooralsnog geen extra kosten in beeld

Verkenningsfase en strategiefase

Activiteiten bij doel 3: 1. Uitvoering korte termijn buurten/kernen en bedrijventerreinen (2024 tot 2031). 2. Uitvoeringsstrategie natuurlijk tempo gebied (2022 tot 2050)

€ 476.000

€ 525.000

-

uitvoeringsplannen

-

-

€ 1.407.000

Werkbudget

€ 480.000

€ 480.000

€ 577.500

Totaal per jaar

€ 956.000

€ 1.005.000

€ 1.984.500

(o.a. dec circulaire 2019)

€ 150.000

€ 125.000

€ 50.000

Totaal per jaar

€ 806.000

€ 880.000

€ 1.934.500

Uitvoeren gebieds-

Doel 4: Overall gerichte aanpak (met name communicatie): Inwoners en bedrijven informeren en stimuleren tot het overgaan op alternatieve energiebronnen

Beschikbaar budget

Activiteiten bij doel 4: 1. Opzetten en uitvoeren van een doorlopend communicatietraject van 2022 tot 2050 voor onder andere het natuurlijk tempo gebied, met veel aandacht voor positieve voorbeelden en natuurlijke momenten.

Totaal

4.4 Planning

€ 3.620.500

Verdeling Benodigde Middelen Net zoals bij de RES is er nog geen toezegging gedaan over de periode na vaststelling van de RES 1.0. Dit wordt overgelaten aan het nieuwe kabinet.

Aan de hand van de Uitvoeringsagenda Transitievisie Warmte Molenlanden 1.0 is het mogelijk om meer detailniveau aan te brengen in welke activiteiten op de planning staan. Er zijn vier termijnen aangebracht om meer duidelijkheid te geven over hoeveel procent van de woningen in deze buurten/kernen en bedrijventerreinen wanneer aan de beurt zijn: Korte termijn: 2021-2035 17% Middellange termijn: 2025-2040 47% Lange termijn: 2035-2050 16% Natuurlijk tempo: 2022-2050 20%

10

5. Klimaatadaptatie en bodemdaling 2. Klimaat adaptief handelen inbrengen in de Omgevingsvisie en omgevingsplannen

De opgave is om onze gemeente weerbaar te maken tegen het veranderend klimaat. In het visiedocument “Op naar een Klimaatbestendig Molenlanden in 2050” (=Lokale Adaptatie Strategie) staan de ambitie, doelen en activiteiten uitgebreid beschreven. Wij maken hier een samenvatting van voor het Uitvoeringsprogramma maar voor details over doelen of activiteiten verwijzen wij naar het visiedocument.

5.1 Ambitie

Doel 2: Mee koppelkansen benutten in de periode 2021-2024 voor een meer klimaat adaptieve buitenruimte en gebouwen.

Molenlanden wil in 2050 een klimaatbestendige gemeente zijn. De Lokale Adaptatie Strategie (LAS) kent om dit te bereiken drie ambities: 1. De gemeentelijke organisatie handelt klimaat adaptief; 2. Inwoners en bedrijven bewuster maken van de risico’s van extremer weer; 3. Actieve inwoners, bedrijven en organisaties hebben toegang tot kennis en financiële bijdrage om klimaat adaptief te kunnen handelen.

Activiteiten bij doel 2: 1. Mee koppelen in projecten Bleskensgraaf-West, Oud Alblas-Zuid, en Bassischool Giessen-Oudekerk. 2. Klimaatadaptie handelen inbrengen bij uitvoering van het Bomenplan. Doel 3: Samen met partijen klimaat-risicodialogen voeren.

5.2 Status klimaatadaptatie

Activiteiten bij doel 3: 1. Participeren in het Regionale Adaptatie Strategie (RAS) 2. Risicodialoog starten met partijen om een robuustere groenstructuur in de bebouwde kom te stimuleren, minder schade aan woningen en bedrijven te hebben bij extreme neerslag of droogte, meer inwoners het gevaar van hitte laten kennen en publieke gebouwen te voorzien van CO2 neutrale koeling.

De Lokale Adaptie Strategie (LAS) vormt het lokale beleid voor klimaatadaptatie. Via de LAS geven we input in het regionale klimaatadaptatie beleid (RAS) en visa versa. Van 2021 tot en met 2024 is de LAS in uitvoering om ervoor te zorgen dat klimaat adaptief handelen en reguleren geborgd wordt in gemeentelijk beleid in Molenlanden met als uiteindelijke doel om klimaatbestendig te zijn.

Doel 4: bewustwording en vaardigheden bij ambtenaren en bestuur vergroten. Activiteiten bij doel 4: 1. Interne training, kennissessies en inspiratie bijeenkomsten: (eventueel te combineren met de veranderopgave van de omgevingswet).

Figuur 4 Tijdlijn Klimaatadaptatie

5.3 Doelen en Activiteiten

Doel 5: stimuleren en faciliteren van inwoners en organisaties in Molenlanden

Doel 1: Klimaat adaptief handelen reguleren en borgen in gemeentelijk beleid. Activiteiten bij doel 1: 1. Klimaat adaptief handelen opnemen in o.a. het gemeentelijk Handboek Duurzaamheid voor gebiedsontwikkelingen, groenbeleid, Gemeentelijk rioleringsplan, gemeentelijk vastgoedbeleid, HIOR en in het Hitteplan (zowel lokaal als onderdeel van GGD inzet en het of calamiteitplan hitte & droogte van de Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid);

Activiteiten bij doel 5: 1. 3-jarige campagne om iedereen in de omgeving bewust te maken van de risico’s. 2. Promoten en ondersteunen van initiatieven door inwoners en organisaties. Onder andere door middelen beschikbaar te stellen aan bewoners om hun woonomgeving klimaat adaptief te maken (bijvoorbeeld regentonnen beschikbaar stellen via tuincentra en Subsidieregeling voor groene daken.)

11

Doel 6: Door vertalen van calamiteitenplannen naar fysieke maatregelen Activiteiten bij doel 6: 1. Een overzicht maken van de effecten die kunnen optreden door extreem weer die niet verholpen worden binnen de gemeente, omdat dit niet mogelijk is of omdat het een geaccepteerd risico is. Dit volgt uit de klimaat risicodialogen en uit het scannen van bestaand beleid. 2.  Pilot Veiligheidsregio en/of hulpdiensten in hoeverre de huidige calamiteitenplannen voldoen en waar en in welke mate er behoefte is aan het oppakken van nieuwe calamiteitenplannen. 3. Evaluatie van één of meerdere calamiteiten waaruit lessen getrokken kunnen worden voor de gemeentelijke organisatie.

5.4 Benodigde extra middelen Met de huidige capaciteit kunnen we de activiteiten oppakken. Uitzondering is communicatie. Een communicatie adviseur zou ontbreken als er geen extra middelen vanuit het uitvoeringsprogramma beschikbaar komen. Naast personele lasten is werkbudget nodig voor de uitvoering van de activiteiten. Die kunnen we voor een deel dekken uit de reeds beschikbare middelen uit het duurzaamsbudget voor klimaatadapatie (€ 105.000 per jaar). Voor het restant, dit is met name voor meer klimaat adaptieve buitenruimte te realiseren in de bij doel 2 genoemde projecten, is additioneel budget noodzakelijk. Samenvattend zijn aanvullend de volgende middelen nodig: Onderwerp

2022

2023

2024

Personeelslasten

€ 37.600

€ 37.600

€ 37.600

Werkbudget

€ 342.500

€ 333.500

€ 82.500

Totaal per jaar

€ 380.100

€ 371.100

€ 120.100

(Budget. Duurzaamheid)

€ 105.000

€ 105.000

€ 105.000

Totaal per jaar

€ 275.100

€ 266.100

€ 15.100

Beschikbaar budget

Totaal

€ 556.300

12

6. Circulaire Economie 6.1 Ambitie

3. De restafvalcontainers en afvalbrengstations voorzien van elektronische toegangscontrole systeem. 4. Het in 2023 invoeren van een variabel tarief voor restafval.

Onze ambitie is een 100% circulaire economie in 2050. Dat betekent dat er in 2050 geen (rest)afval meer mag worden verbrand en dat al het afval dat desondanks toch ontstaat, als grondstof wordt teruggewonnen ten behoeve van hergebruik en recycling.

Doel 3: Stimuleren /faciliteren van circulaire initiatieven in Molenlanden

In de strategienota 2021–2025 zijn de ambities en kaders vastgelegd voor het nieuwe afval- en grondstoffenbeleid voor de vier Waardlanden-gemeenten. Het nieuwe Afval- en grondstoffenbeleid, vanuit de Strategienota, is vastgesteld door de Molenlandse Raad. Na uitvoerig onderzoek en overleg met de gemeenteraden is het voorstel om in drie stappen van 232 kg naar 100 kg restafval te gaan in 2025.

Activiteiten: 1. Ondersteunen van de projecten Circulair Netwerk, zoals Korenet Recycling (= 2e Kans Bouwmaterialen depot in Groot-Ammers). 2. Ondersteunen van ‘Oogstkaart’ voor hergebruiken bouwmaterialen uit de Alblasserwaard. 3. Deelname aan het project ‘Waarde in de Waard’ (=verkenning naar kansen en voorbeelden van circulaire ketens in de regio).

Figuur 5 Tijdlijn Circulaire Economie

6.3 Benodigde extra middelen

6.2 Doelen en Activiteiten

De investeringen voor het nieuwe afval- en grondstoffenbeleid zijn gedekt via de Algemene Reserve en afvalstofheffing. De bestaande middelen zetten we verder in voor het financieel ondersteunen van initiatieven zoals het Kringlooplein Nieuw Lekkerland. Aanvullend vragen we verkenningsgeld (25.000 euro) voor het opstellen van een afvalpreventie-aanpak om afvalproducten te voorkomen (doel 1). De financiële consequenties zijn afhankelijk van de uitkomst van de verkenning en een besluit van de Raad om hier middelen voor beschikbaar te stellen. Daarom is dit nog niet meegenomen in onderstaande begroting voor de jaren 2023 en 2024.

Doel 1: Het inzetten op afvalpreventie om afvalproducten te voorkomen Activiteiten: 1. Uitvoeren van verkenning naar mogelijkheden voor afvalpreventie binnen het gemeentelijk beleid en op basis daarvan preventie-aanpak aan Raad voorleggen (voorjaar 2022). Doel 2: Met het invoeren van ‘omgekeerd inzamelen’ de hoeveelheid restafval laten dalen tot 100 kg (2025), Dit vertaalt zich in de volgende drie doelen: 1. Grondstoffeninzameling verbeteren. 2. Restafvalinzameling reguleren. 3. Afval scheiden belonen. Activiteiten (met Waardlanden): 1. Een nieuw Kringloopplein in Nieuw-Lekkerland en nieuw afvalbrengstation G-A realiseren. 2. Ondergrondse containers plaatsen.

2022

2023

2024

Werkbudget

€25.000

-

-

Totaal per jaar

€25.000

-

-

Totaal

13

€ 25.000

7. Veenweidestrategie 7.1 Ambitie

Activiteiten: 1. De uitvoering van het gebiedsplan Alblasserwaard. Onderdelen hiervan zijn: a) Draagvlak door middel van een gebiedsproces door in gesprek te gaan met ondernemende agrariërs; b) Opzetten van vitale gebiedsprocessen; c) Ontwikkelen van een gebiedsperspectief voor met name de agrarische sector, dan wel een strategie op basis van scenario’s; d) Voorbereiding met overheden, LTO en andere belanghebbenden; e) Afstemmen van ontwikkelingen en activiteiten op provinciaal en soms interprovinciaal niveau. 2. Projecten steunen zoals de Groene Cirkels Kaas en Bodemdaling (100 ha) en Life IP All4Biodiversity Donkse laagten (70 ha) 3. Waterinfiltratie systemen toepassen in het meest bodemgevoelige gebied (Bleskensgraaf en Molenaarsgraaf) van een grootte van 2 x 250 ha.

De ambitie voor 2025 is invulling geven aan het uitvoeren van een pakket aan maatregelen, dat bijdraagt aan het landelijk terugdringen van de uitstoot van broeikasgassen met 1Mton CO2eq van de veenweidegebieden. Deze concrete doelstelling is afgeleid van de verplichtingen in de Klimaatwet waarin het uitgangspunt is 95% CO2-reductie in veenweidegebieden.

7.2 Voortgang Provincie Zuid-Holland heeft een regierol. Ze heeft haar medeoverheden in de veenweidegebieden uitgenodigd om een gezamenlijke Veenweidestrategie Zuid-Holland (VWS-ZH) te ontwikkelen. In dit proces pakt de gemeente Molenlanden een leidende rol in het prioritaire gebied Alblasserwaard. We werken nu een veenweidestrategie uit in de vorm van een gebiedsplan voor de Alblasserwaard. De kansrijkheid van verschillende vernattings-, natte teelt, bodem maatregelen en soorten waterinfiltratiesystemen wordt onderzocht. Ook starten er dialogen met agrariërs in de omgeving om te kijken waar en hoe de beste toepassing zou zijn voor de maatregelen tegen veenoxidatie. Doordat we in de onderzoekfase zitten, is er nog geen concreet beeld van de veenweidestrategie voor Molenlanden.

Doel 2: Ontwikkelen van een Veenweidestrategie met een doorkijk tot 2030 en 2050 met als uiteindelijke ambitie een toekomstbestendige landbouw met (onder andere) minder uitstoot van broeikasgassen en stikstof en een hogere biodiversiteit en waterkwaliteit. Activiteiten: 1. Aanbod plan Veenweidestrategie

Figuur 6 Tijdlijn Veenweidestrategie

7.4 Benodigde middelen

7.3 Doelen en Activiteiten

Met de huidige middelen voeren we de volgende activiteiten uit: • Opstellen gebiedsplan voor besteding impulsgelden • Opleveren Veenweidestrategie

Molenlanden draagt bij aan het landelijk terugdringen van de uitstoot van broeikasgassen met 1Mton CO2eq. Dit doen we door in 2025 bij 500 hectaren veenweide de grondwaterstand te verhogen met pomp-gestuurde waterinfiltratie. Ook maken we een gebiedsplan Alblasserwaard om in 2030 en 2050 aan de verdere verduurzaming van de veenweide te werken.

Voor de uitvoering (van klimaat mitigerende maatregelen) heeft provincie Zuid-Holland € 22 miljoen impulsgelden beschikbaar gesteld . Onderdeel van de drie prioritaire gebieden is het gebied de Alblasserwaard waar Molenlanden de regie voert. Deze gelden zijn nog niet specifiek verdeeld, maar in het 1e kwartaal van 2022 is de deadline om het gebiedsplan in te leveren waardoor aanspraak kan worden gemaakt op de gelden. De verwachting is dat er 5-7 miljoen voor de Alblasserwaard beschikbaar komt vanuit deze Impulsgelden.

Doel 1: Inzet impulsgelden voor de uitvoering van het gebiedsplan Alblasserwaard. Voor de uitvoering hiervan zetten we in op het inventariseren en werven van deelnemers aan 2*250 (500) hectare voor vernattingsmaatregelen.

14

8. Thema-overstijgende programma-activiteiten 8.1 Monitoring

Naast CO2 uitstoot zijn er per duurzaamheidsthema specifieke prestatie indicatoren te bedenken. In onderstaande tabellen staat waar reeds uitgewerkt de te hanteren indicatoren gekoppeld aan de doelstelling. Het is nog niet mogelijk om voor alle in dit plan benoemde resultaten indicatoren te koppelen omdat de indicator nog niet wordt gemeten of dat hiervoor nog geen betrouwbare meetinformatie beschikbaar is. Het onderdeel monitoring in dit uitvoeringsprogramma is daarom een groeimodel en zal bij elke actualisatie van het uitvoeringsprogramma waar mogelijk worden verrijkt met nieuwe indicatoren en meetinformatie. Voor zover monitoring met prestatie-indicatoren niet mogelijk is zal de monitoring vooral activiteit-gericht zijn.

De gemeenteraad van Molenlanden heeft in de kadernota het doel opgenomen om in 2050 (nagenoeg) CO2-neutraal te zijn. Om te weten in hoeverre dit doel wordt behaald is het van belang om de effecten en resultaten van het uitvoeringsprogramma te monitoren. Een gedeeld doel van alle duurzaamheidsthema’s is het terugdringen van de CO2 uitstoot. Een gedeelde effectindicator in het programma dashboard is daarom de hoeveelheid CO2 uitstoot. In 2019 was deze ongeveer 283.100 ton (inclusief uitstoot op de snelwegen en als gevolg van veenoxidatie). Dit komt neer op een uitstoot van rond de 8.725 kg CO2 per inwoner per jaar.

Regionale Energiestrategie Doelstelling

Indicator monitoring en sturing

In 2030 is 35% van de elektriciteit duurzaam opgewekt.

• Opgewekte wind- en zonne-energie in de gemeente (kilowattuur en TJ) • Percentage van de bedrijven en woningen met zonnepanelen

Het gemeentelijk vastgoed is energieneutraal in 2030.

• Elektriciteitsverbruik gemeentelijk vastgoed • Gasverbruik gemeentelijk vastgoed

In de gebouwde omgeving besparen we 2% energie per jaar tot 2030.

• Energieverbruik totaal gemeente (TJ) • Energieverbruik per woning (gemiddeld

In de gebouwde omgeving besparen we tot 2030 30% aardgas ten opzichte van 2020

• Verbruik totaal per jaar door bedrijven (miljoen m³) • Verbruik totaal per jaar door woningen (miljoen m³) • Percentage aardgasvrije woningen

De CO2-uitstoot van bedrijven in Alblasserwaard is in 2030 met 25% verminderd ten opzichte van 2020

• Uitstoot CO2 industrie, afval, energie en water • Uitstoot CO2 landbouw, bosbouw en visserij

15

Klimaatadaptatie Doelstelling

Indicator monitoring en sturing

Hoe meten?

Om de wederopbouw te versnellen dienen de essentiële elementen van vitale en kwetsbare infrastructuur droog te blijven bij een overstroming vanuit het hoofdwatersysteem.

% van de objecten die behoren tot de vitale en kwetsbare infrastructuur voor Molenlanden dat voldoet aan de volgende criteria: - droog houden van essentiële elementen bij overstroming - doorfunctioneren bij extreme neerslag en extreme hitte

Lijst met objecten opstellen die behoren tot vitale en kwetsbare infrastructuur. En elk 2 jaar de verantwoordelijk instanties vragen hoe het ervoor staat

Er is een minimale opwarming van het stedelijk gebied door toepassing van de volgende uitgangspunten • Tenminste 50% schaduw in het plangebied op de hoogste zonnestand voor verblijfsplekken en gebieden waar langzaam verkeer zich verplaatst. • 40% van alle oppervlakken wordt geschikt tegen warmte of verkoelend ingericht. • Koeling van gebouwen leidt niet tot opwarming van de (verblijfs-)ruimte in de directe omgeving.”

% van het oppervlakte van de openbare ruimte binnen de bebouwde kom dat schaduw krijgt van bomen

In de Landelijke Bomenmonitor wordt elk jaar de omvang van de boomkronen bijgehouden

In de kernen wordt minimaal 50% van de jaarlijkse neerslag vastgehouden.

% onverhard oppervlak verdeeld naar: - openbare ruimte binnen bebouwde kom - particulier terrein binnen bebouwde kom - bezit woningcorporaties

Op basis van luchtfoto’s en remote sensing wordt dit nauwkeurig in beeld gebracht.

Inwoners kennen de gevaren van hitte en weten wat ze moeten doen (met betrekking tot gezondheid, woning koelhouden en naar elkaar omkijken).

% van de respondenten die de gevaren kennen van hitte en weten wat ze moeten doen

Elke 2 jaar bewoners enquête. Daarin nemen we meer onderwerpen mee.

De vitale en kwetsbare functies blijven bij extreme neerslag en bij bliksem altijd door functioneren. De vitale en kwetsbare functies blijven bij extreme hitte altijd door functioneren.

16

Veenweidestrategie

Warmte Doelstelling

Als op nationaal niveau een reductiedoelstelling voor bodemdaling wordt vastgesteld, is het belangrijk om te beschikken over accurate gegevens over de mate van bodemdaling. Met hoeveel millimeter daalt de bodem in het veengebied op dit moment? En wat is er precies nodig om een vermindering van bodemdaling van 50% in 2030 en 70% in 2050 te bereiken? Met behulp van een landelijk monitoringsysteem kan worden nagegaan of de doelen worden behaald. Op dit moment wordt al een meetsysteem voor CO2-uitstoot ontwikkeld, met vijf meetpunten in veenweidegebieden in Nederland (Friesland, Noord-Holland, Zuid-Holland, Utrecht en Overijssel). Het meetsysteem is zo opgezet dat het straks ook bodemdaling gaat meten. Dit systeem zou moeten worden uitgebouwd naar een landelijk systeem voor het meten van bodemdaling én broeikasgasuitstoot in het veenweidegebied.

Indicator monitoring en sturing • Temperatuur gecorrigeerd gasverbruik woningen • Gasverbruik bedrijven en instellingen (incl. productie)

8.2 Communicatie en Participatie

Voor de warmtetransitie zou bij voorkeur het aantal gasaansluitingen van woningen, utiliteitsgebouwen en andere gebouwen als indicator gebruikt kunnen worden. Deze gegevens zijn helaas nog niet (eenduidig en bestendig) te achterhalen.

Het verduurzamen heeft een grote impact op de leefomgeving in onze gemeente. (Gedrags) veranderingen kunnen alleen maar goed tot stand komen dankzij een nauwe samenwerking met onze inwoners en bedrijven. Participatie is een van de meest waardevolle instrumenten hierbij.

De tweede optie is om het aardgasverbruik per woning, bedrijf en instelling te gebruiken als indicator. Doordat het weer het aardgasverbruik kan beïnvloeden gaan we bij woningen uit van de temperatuur gecorrigeerde weergave, waardoor de jaren met elkaar te vergelijken zijn. Bij bedrijven en instellingen is geen tempartuur gecorrigeerde waarde gegeven, waardoor we uitgaan van de gemeten waarde per jaar.

Voor het Uitvoeringsprogramma zijn er twee belangrijke doelgroepen – inwoners en bedrijven – waar de communicatie- en participatie aanpak zich op richt. Het doel is om de inwoners van en bedrijven in Molenlanden te informeren over wat er allemaal op hen af komt op het gebied van Duurzaamheid en Klimaat en samen op te trekken in het verduurzamen van de gemeente. Daarbij hanteren we de volgende uitgangspunten: 1. Aansluiten: we willen aansluiten op waar inwoners en bedrijven mee bezig zijn en initiatieven stimuleren; 2. Bewustwording: we willen inwoners en bedrijven informeren/bewust maken dat voor de lange termijn opgave voor verduurzamen ander gedrag mogelijk, wenselijk en noodzakelijk is; 3. Positieve boodschap: we willen uitstralen dat ander gedrag en keuzes niet per definitie vervelend zijn of opgelegd worden, maar dat verduurzamen juist leuk en lonend kan zijn (als het makkelijk is én als het iets oplevert).

Circulaire Economie Doelstelling

Indicator monitoring en sturing

Met het invoeren van ‘omgekeerd inzamelen’ de hoeveelheid restafval laten dalen tot 100 kg (2025)

• KG restafval per inwoner

Voor de verschillende transitiethema’s zijn/worden communicatieaanpakken opgesteld. Elk transitiethema werkt met een eigen communicatieaanpak op maat vanwege de verschillende fases waarin elke transitie zich bevindt en het verschil tussen doelgroepen. De lokale warmtetransitie richt zich bijvoorbeeld voornamelijk op bewoners en de verduurzaming van hun huizen, terwijl de veenweidestrategie zich meer richt op agrariërs. Het is goed om mensen te motiveren op de plek/wanneer ze het gedrag vertonen.

17

De projectleiders starten hun communicatieaanpak per spoor door uit te zoeken: • Wie de doelgroepen zijn; • Wat de natuurlijke momenten zijn voor beslissingen; • Wie de aanbieders zijn; • Waar de beste resultaten te behalen zijn; • Wat past bij welke leefstijlen; • Welke invloedrijke personen er zijn in de sociale omgeving. Naast de uitwerking van een specifieke communicatie-aanpak per transitiethema willen we overkoepelend over de hele breedte van het uitvoeringsprogramma het volgende organiseren: A. Externe Klankbordgroep Een onderdeel van participatie is dat we over dit uitvoeringsprogramma advies hebben gevraagd aan een externe klankbordgroep. Het idee is om ook na vaststelling een vorm van een klankbordgroep/platform in te richten voor de periode van het uitvoeringsprogramma. De doelstelling, invulling, en bemensing van zo’n meedenkgroep voor de uitvoeringsfase van het programma bespreken we nog verder met de groep. B. Centraal Digitaal Informatiepunt We willen een centraal digitaal informatiepunt inrichten voor Duurzaamheid en Klimaat om een platform te creëren voor inwoners en bedrijven. Dit platform kan worden gebruikt om de samenwerking tussen gemeente en haar samenleving te ondersteunen en voor het beschikbaar stellen van informatie zoals: 1. Waar welke informatie is te vinden (verwijzen naar juiste loket of bedrijf); 2.

Welke contactpersonen waarvoor benaderd kunnen worden; 3. Een duurzaamheidskalender met een overzicht van de duurzaamheidsactiviteiten; 4. Informatie over subsidies of andere financieringsmogelijkheden. 5. Inspirerende voorbeelden uit de dorpen (van elkaar leren) C. Overkoepelend communicatie-adviseur Duurzaamheid en Klimaat Gezien het grote belang om samen op te trekken met onze inwoners en bedrijven stellen we voor om overstijgend 1 fte op strategisch communicatie en participatie toe te voegen. Deze 36 uur verdelen we over strategische advisering (met een lange termijn perspectief en monitoring) en uitvoering (grafische vormgeving, social media, organisatie evenementen, (online/fysieke) participatie, accountmanagement, schrijf- en redigeerwerk).

18

9. Integraal Financieel Overzicht Om de activiteiten uit het uitvoeringsprogramma uit te voeren zijn middelen nodig. In deze paragraaf geven we een overzicht van de kosten gekoppeld aan de activiteiten per thema. Het betreft hier de additionele kosten bovenop de huidige besteding van projectleiders en andere uitgaven die in de komende 3 jaar blijven bestaan (en al gedekt zijn). De kosten in onderstaande tabel bestaan uit: • Personele kosten: extra bemensing, vaste FTE’s of tijdelijke inhuur; • Werkbudgetten: ‘out of pocket’ budget per duurzaamheidsthema. Additionele kosten uitvoeringsprogramma Energiebesparing Inwoners bedrijven RES RES 2.0 Zon Wind Innovatie Communicatie en participatie

SUBTOAAL

SUBTOAAL Warmte Periodiek monitoren / herijken TV Warmte Verkenningsfase en strategiefase Uitvoeren gebiedsuitvoeringsplannen Overall aanpak (met name communicatie) Beschikbaar budget SUBTOAAL Klimaatadaptatie Meekoppel kansen Klimaat risico dialogen Interne bewustwording Stimuleren en faciliteren Communicatie Beschikbaar budget SUBTOAAL Circulaire Economie SUBTOAAL Veenweidestrategie Thema overstijgende kosten Communicatieadviseur Centraal digitaal platform Monitoring SUBTOAAL TOTAAL PER JAAR

2022 Personele kosten

2023

Werkbudget

€ 280.280 € 10.000 € 18.900 € 52.441 € 361.621

Personele kosten

2024

Werkbudget

€ 280.280 € 40.000 € 18.900 € 52.441 € 391.621

Vooralsnog geen extra kosten in beeld € 160.300 € 50.000 € 160.300 € 50.000 € 82.250 € 15.000 €0 €0 € 36.750 € 35.000 € 36.750 € 35.000 € 189.000 € 189.000 € 568.300 € 471.050

€ 476.000

Vooralsnog geen extra kosten in beeld € 417.500 € 525.000 € 417.500

€ 62.500 -€ 150.000 € 806.000

€ 62.500 -€ 125.000 € 880.000

€ 250.000 € 10.000 € 7.500 € 75.000

€ 250.000

€ 37.600

Werkbudget

Totaal per thema

€ 280.280 € 40.000 € 18.900 € 52.441 € 391.621

€ 1.144.863

Personele kosten

€ 160.300 € 50.000 €0 €0 € 36.750 € 35.000 € 189.000 € 471.050

€ 515.000 € 62.500 -€ 50.000 € 1.934.500

€ 1.407.000

€ 8.500 € 75.000

€ 128.000 € 2.164.021

€ 40.000

€ 88.000

€ 91.000 € 2.099.771

€ 3.000

€ 3.620.500

€ 7.500 € 75.000

€ 37.600 € 37.600 -€ 105.000 -€ 105.000 -€ 105.000 € 275.100 € 266.100 € 15.100 € 25.000 € 25.000 €0 €0 ntb op basis van nog op te stellen veenweidestrategie

€ 88.000

€ 1.510.400

€ 88.000

€ 556.300 € 25.000

€ 3.000 € 310.000

€ 91.000 € 2.903.271 Totaal:

€ 7.167.063

19

Dekking van de kosten De kosten uit bovenstaande tabel zullen voor een deel gedekt gaan worden uit een bijdrage van de Rijksoverheid en de provincie Zuid-Holland. Het is op dit moment nog onduidelijk hoeveel middelen precies beschikbaar komen en wanneer. Wat we wel weten is dat op Prinsjesdag bekend is gemaakt dat er voor het jaar 2022 € 73 mln. beschikbaar wordt gesteld voor het klimaatakkoord, waarvan 20 mln. voor het uitwerken van RES 2.0. Er blijft dan nog € 53 mln. over voor de overige onderwerpen. Het is daarbij nog niet duidelijk via welke verdeelsleutel deze middelen worden verdeeld over verschillende lagere overheden. Mogelijk worden er nog extra middelen beschikbaar gesteld via de decembercirculaire. Het is daarmee op dit moment niet concreet te maken welk deel van de kosten uit bovenstaande tabel gedekt worden door inkomsten van buiten de gemeente Molenlanden. We stellen voor om voor het eerste jaar van het uitvoeringsprogramma, als overbrugging totdat er duidelijkheid is over beschikbaarheid van Rijksmiddelen, de kosten te dekken uit de algemene reserve. Op die manier kunnen we van start gaan met de noodzakelijke stappen in Duurzaamheid en Klimaat. We actualiseren het uitvoeringsprogramma op het moment dat er duidelijkheid is over de provinciale en/of Rijksbijdrage, inclusief deze begroting.

Specifiek voor de RES en Klimaatadaptatie kan er aanvullend op bovenstaande het volgende worden gezegd over de dekking van kosten: RES De RES-regio’s worden ondersteund door het Nationaal Programma RES (NP RES). Het opstellen van de RES 1.0 en de actualisatie ervan is daarmee gedekt. De activiteiten voor uitvoering zijn niet inbegrepen en er is nog geen definitieve toezegging gedaan over de periode na vaststelling van de RES 1.0. Dit wordt overgelaten aan het nieuwe kabinet.

Op Prinsjesdag is duidelijk geworden dat in de Rijksbegroting middelen zijn opgenomen voor het continueren van de RES. Er is voor 2022 voor de RES-regio’s weer eenzelfde budget beschikbaar om verder te werken aan de uitvoering van de RES 1.0 en het uitwerken van de RES 2.0. De middelen worden naar verwachting volgens dezelfde systematiek als de afgelopen jaren over de 30 regio’s verdeeld. De verwachting is dat de bedragen meegaan in de decembercirculaire. Klimaatadaptatie Voor de Impulsregeling Klimaatadaptatie is 200 miljoen beschikbaar gesteld voor 45 werkregio’s. Het Rijk heeft 2,5 miljoen euro ter beschikking gesteld aan de klimaatregio A5H. Gemeente Molenlanden is penvoerder van de regionale samenwerking. Met behulp van de RAS en het Uitvoeringsprogramma kan er aanspraak gemaakt worden op deze gelden vanaf 2021 tot en met 2023. De impulsgelden dienen uitsluitend voor water-gerelateerde (overstroming, wateroverlast) en droogte maatregelen (dus geen maatregelen tegen hittestress) en dekken vervolgens een derde (1/3) van de kosten van de maatregelen. Twee-derde (2/3) moet gefinancierd worden door de werkregio zelf, waarbij er een uitsplitsing moet worden gemaakt tussen gemeenten, waterschappen en provincies over de verdeling van de overige twee-derde (2/3).

Duurzaamheidsbudget gemeente Molenlanden Er is een duurzaamheidsbudget binnen de gemeente Molenlanden van jaarlijks € 340.000. Dit bedrag is reeds verdeeld over verschillende duurzaamheidsonderdelen voor de jaren 2022 t/m 2024 (denk bijvoorbeeld aan dekking subsidies groene daken) of nu verwerkt in dit uitvoeringsprogramma (=bij klimaatadaptatie).

20

Molenlanden

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Molenlanden&id=01ab5f85-fc15-482b-9da4-272a53c693ce