Bijlage 1 Uittredingsvoorwaarden DG&J
Tekst van het document
HOOFDSTUK 12
Artikel 46
TOETREDING, UITTREDING, WIJZIGING EN OPHEFFING
Toetreding
1. Het dagelijks bestuur zendt een verzoek tot toetreding van een andere gemeente tot deze regeling aan de colleges der deelnemende gemeenten. 2. Toetreding tot de regeling door andere gemeenten kan plaatsvinden indien de colleges van tenminste twee derde van de deelnemende gemeenten daarmee instemmen. 3. Het algemeen bestuur regelt de gevolgen van de toetreding en kan aan de toetreding bepaalde voorwaarden verbinden. 4. Terstond na de toetreding worden door het college van de toetredende gemeente de leden van het algemeen bestuur aangewezen. Artikel 47
Uittreding
1. Een deelnemende gemeente kan uittreden door toezending aan het algemeen bestuur van het daartoe strekkende besluit van haar college. 2. Het dagelijks bestuur zendt een besluit tot uittreding van een gemeente aan de colleges van de overige deelnemende gemeenten. 3. Tenzij het algemeen bestuur een kortere termijn bepaalt, kan de uittreding niet eerder plaatsvinden dan tegen 31 december van het tweede kalenderjaar volgende op dat waarin het besluit tot uittreding door het algemeen bestuur is vastgesteld. 4. Het algemeen bestuur besluit over de voorwaarden waaronder de uittreding kan worden geëffectueerd en regelt de financiële en overige gevolgen van de uittreding. 5. De uittreedsom bestaat in beginsel uit een vergoeding ter compensatie van frictiekosten en desintegratiekosten, onder aftrek van eventuele baten. 6. Onder frictiekosten wordt verstaan alle incidentele kosten te maken door het samenwerkingsverband, ontstaan als direct gevolg van de uittreding. 7. Onder desintegratiekosten wordt verstaan alle kosten direct dan wel toekomstig te maken dan wel te dragen door het samenwerkingsverband, die samenhangen met de afbouw van overcapaciteit in personele en materiële sfeer en andere verplichtingen, de afbouw van risico’s daarbij inbegrepen, ontstaan als direct gevolg van de uittreding. 8.
Het vorige lid is van overeenkomstige toepassing op kosten te dragen door het samenwerkingsverband die samenhangen met de afbouw van overcapaciteit in personele en materiële sfeer en andere verplichtingen, de afbouw van risico’s daarbij inbegrepen, ontstaan binnen een periode van 5 jaar vanaf het moment van uittreding als direct gevolg van de uittreding. 9. Het algemeen bestuur kan afwijkende uittredingsregels vaststellen voor specifiek omschreven taken. Bij voorkeur maakt de voorbereiding van afwijkende uittredingsregels deel uit van de besluitvorming waarbij de deelnemende gemeenten nieuwe taken aan het samenwerkingsverband opdragen, zodat de colleges of de gemeenteraden hun zienswijze op de uittredingsregels kunnen geven. Artikel 48
Wijziging
1. Zowel het algemeen bestuur, op voorstel van het dagelijks bestuur, als de colleges van de deelnemende gemeenten kunnen voorstellen doen tot wijziging van de regeling. 2. De regeling wordt gewijzigd zodra de colleges van tenminste acht van het aantal deelnemende gemeenten tot deze wijziging hebben besloten.
Gemeenschappelijke regeling DG&J Zuid-Holland Zuid
Pagina 19 van 21