CConstaterende datMolenlanden
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1: Uitgangspunten Molenlanden transitievisie warmte

Commissievergadering Samenleving, Duurzaamheid & Bedrijfsvoering 14 januari 2021, gemeente MolenlandenBij agendapunt: Uitgangspunten Transitievisie Warmte Molenlanden3.207 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Uitgangspuntennotitie ‘Transitievisie Warmte Molenlanden’

Bestuurlijk opdrachtgever: Teunis Jacob Slob Ambtelijk opdrachtgever: Anja Monster Steller: Jordy Venderbos en De WarmteTransitieMakers B.V. Versie: 8 Datum: 7 december 2020

Inhoud 1. Inleiding…………………………………………………………………………………………………………….. 3 2. Het proces………………………………………………………………………………………………………….. 4 3. De uitgangspunten………………………………………………………………………………………………. 6

Uitgangspuntennotitie Transitievisie Warmte gemeente Molenlanden 2

1. Inleiding In 2019 ondertekenden meer dan 100 partijen het landelijke klimaatakkoord. In het klimaatakkoord zijn tientallen maatregelen vastgelegd om klimaatverandering tegen te gaan. De Nederlandse overheid wil de uitstoot van broeikasgassen in Nederland in 2030 met 49% terugdringen ten opzichte van 1990. In 2050 moet de CO2-uitstoot met 95% verminderd zijn. Dit vraagt ingrijpende veranderingen in allerlei sectoren: industrie, landbouw, mobiliteit, de productie van elektriciteit en de wijze waarop we gebouwen verwarmen. Om de klimaatdoelen te behalen moeten we uiterlijk in 2050 afscheid nemen van fossiele brandstoffen en dus ook van het gebruik van aardgas voor koken, verwarming en warm water. In het klimaatakkoord is bepaald dat elke gemeente uiterlijk in 2021 een plan maakt voor de overstap van aardgas op andere, duurzame warmtebronnen. Dit plan noemen we een Transitievisie Warmte (TVW). Voor de uitvoering van de transitie hebben we tot 2050 de tijd. In Nederland gaan we dus stoppen met het gebruik van aardgas. Ook in Molenlanden zullen we tussen nu en 2050 het aardgas vervangen door duurzame warmtebronnen. Dat doen we buurt voor buurt en stap voor stap. Samen met inwoners, bedrijven en maatschappelijke partners gaan we als gemeente op zoek naar de beste oplossingen voor een duurzaam Molenlanden, waar onze én volgende generaties een prettige en leefbare toekomst hebben.

In de Transitievisie Warmte stippelen we het pad uit naar een duurzame en toekomstbestendige warmtevoorziening. De Transitievisie Warmte gaat daartoe in op drie hoofdvragen:  Welk alternatief voor aardgas is geschikt in de verschillende gebieden in Molenlanden? Een warmtenet, warmtepomp of duurzaam gas?  Wanneer gaan de verschillende buurten, kernen en linten van het aardgas af? We schetsen een globaal tijdpad tussen nu en 2050.  Welke stappen gaan we de komende jaren zetten? (uitvoeringsstrategie) In de transitievisie worden “startbuurten” geselecteerd: clusters van woningen/bedrijfspanden waar de gemeente kansen ziet om voor 2030 geheel of gedeeltelijk van het aardgas af te gaan. Voor de buurten die als startbuurt zijn aangewezen, worden de komende jaren “buurtuitvoeringsplannen” opgesteld. Hierin wordt de haalbaarheid van de voorgestelde oplossing nauwkeurig onderzocht, en er wordt een participatietraject met bewoners doorlopen. Over de buurtuitvoeringsplannen volgt aparte besluitvorming, waarin – met bewoners en andere partijen - definitief wordt besloten of de buurt voor 2030 van het aardgas af gaat, en welke oplossing er komt. De Transitievisie Warmte maken we in nauwe samenwerking met belangrijke stakeholders, zoals de woningcorporaties, netbeheerder Stedin en energiecorporatie Molenlanden. Ook bewoners worden betrokken (zie volgende paragraaf).

Met hen hebben we een aantal uitgangspunten geformuleerd, die aangeven wat we in de gemeente Molenlanden belangrijk vinden in de energietransitie. Deze vormen bij het opstellen van de Transitievisie èn de jaren daarna bij het maken van uitvoeringsplannen, ons kompas. Deze notitie presenteert deze uitgangspunten.

Uitgangspuntennotitie Transitievisie Warmte gemeente Molenlanden 3

2. Het proces Om te komen tot een Transitievisie Warmte doorlopen we 5 stappen:

We bevinden ons nu in de inventarisatiefase en daar richten we ons op in deze notitie. Er is een technische analyse uitgevoerd die ons inzicht geeft in de warmtevraag van nu en een benadering van hoe die er in de toekomst uitziet. Op basis van de bebouwingsdichtheid, gekoppeld aan de warmtevraag, zijn er warmteprofielen opgesteld die een beeld geven welke warmtevraag er in de verschillende kernen is en welke temperatuur (laag, middel of hoog) daarbij hoort. Vervolgens is een inventarisatie gedaan van alternatieve warmtebronnen en de capaciteit daarvan. Door deze informatie naast elkaar te leggen ontstaat er een beeld van welke beschikbare bronnen kansrijk zijn om te koppelen aan de warmtevraag in een bepaalde buurt, kern of lint. Deze analyse vormt een eerste beeld van kansrijke bronnen die zouden kunnen worden gebruikt in onze gemeente. Naast de inventarisatie van data hebben we onder de inwoners, ondernemers en stakeholders gepeild wat zij belangrijk vinden bij de transitie naar aardgasvrij. Hiervoor is op 21 september 2020 een online bewonersavond gehouden (68 deelnemers), waarin deelnemers reacties hebben gegeven op de presentatie en de daarin gestelde vragen over wat zij belangrijk vinden. Ook is er in september 2020 een enquête gehouden om een zo goed mogelijk beeld te krijgen van wat er leeft onder de inwoners. 919 respondenten hebben deelgenomen aan de enquête.

De uitkomsten van de online bewonersavond en de enquête zijn vertaald tot concept uitgangspunten die we in de werkgroep met de hoofdstakeholders (de woningcorporaties, de netbeheerder en de energiecoöperatie) hebben besproken en aangescherpt. Ook zijn alle hoofdstakeholders apart geïnterviewd over wat voor hen belangrijk is in de warmtetransitie. Deze informatie heeft uiteindelijk geleid tot deze uitgangspuntennotitie. Het vaststellen van de uitgangspunten is een belangrijke basis voor het opstellen van de Transitievisie Warmte en onderdeel van de eerste stap in het proces, de ‘Inventarisatie’. Na afronding van de eerste stap de ‘Inventarisatie’ kunnen we door naar de volgende stap de ‘Inzet van bronnen’. In deze stap wordt bekeken of er op basis van de geformuleerde uitgangspunten een kansrijke match gemaakt kan worden tussen één of meerdere warmtebronnen in de verschillende buurten/kernen. Zo ontstaat langzaamaan een eerste beeld hoe we richting 2050 toewerken naar een aardgasvrije gemeente. In de fase ‘Transitiepad en Natuurlijke momenten’ wordt het transitiepad naar 2050 verder ingekleurd en komt er een beeld uit van welke startwijken verder verkend kunnen worden. Op dat moment hebben we een Transitievisie Warmte 0.7 die we in het eerste kwartaal van 2021 presenteren.

Hierbij proberen we zo veel mogelijk feedback op te halen van stakeholders en bewoners, die gebruikt wordt bij het uitwerken van de Transitievisie Warmte 0.7 naar de definitieve 1.0 versie. In deze nadere uitwerking formuleren we ook een uitvoeringsstrategie waarin de (gewenste) rolverdelingen en vervolgstappen zijn opgenomen.

Uitgangspuntennotitie Transitievisie Warmte gemeente Molenlanden 4

Samenhang met andere beleidstrajecten: De Transitievisie Warmte staat niet op zichzelf. Belangrijk is de wisselwerking met de Regionale Energiestrategie (RES). Molenlanden vormt samen met Gorinchem de RES-regio Alblasserwaard. Samengevat ziet de RES toe op de strategie voor het grootschalig opwekken van energie binnen de eigen RES-regio. Ook wordt de Regionale Structuur Warmte (RSW) in de RES in beeld gebracht. In de RSW wordt bijvoorbeeld bekeken of er een warmtebron in de buurt van een gemeentegrens is die niet door de gemeente waar deze in ligt kan worden benut, maar wellicht wel door de buurgemeente. Of beide gemeente willen gebruik maken van dezelfde bron en is de capaciteit hiervan dan wel toereikend? Dit zijn aspecten die in de Regionale Structuur Warmte worden verkend en daarmee een direct raakvlak hebben met de lokale Transitievisies Warmte van de verschillende gemeenten in de regio. De Transitievisie Warmte Molenlanden gaat over de transitie van het aardgasvrij maken van de gebouwde omgeving in Molenlanden. Ook werkt de input vanuit de Transitievisie Warmte door in de RES. Voorbeeld: onze gemeente heeft een uitgestrekt gebied met veel lintbebouwing. De lintbebouwing kent over het algemeen een lage bebouwingsdichtheid. Hiervoor lijken in eerste instantie vooral individuele of kleinschalige collectieve oplossingen kansrijk.

Een voorbeeld hiervan is dat woningen overstappen op hybride systemen (bijv. warmtepomp met (groen)gasketel) of all-electric systemen (warmtepomp, elektrische boiler ed.). Dat betekent weliswaar dat de woningen (al dan niet deels) van het aardgas af zijn, maar wel meer elektriciteit gaan gebruiken. Deze elektriciteit zal duurzaam moeten worden opgewekt! Dit is de connectie met de RES, waarin de opgave voor grootschalige energieopwekking wordt beschreven. Daarnaast is de gemeente ook bezig met het implementeren van de Omgevingswet en wordt er gewerkt aan het opstellen van een Omgevingsvisie. De tijdspaden van de RES, TVW en Omgevingsvisie lopen niet synchroon. De RES en de TVW zullen eerder gereed zijn dan de Omgevingsvisie. De RES en TVW vormen daarom bouwstenen voor de Omgevingsvisie en komen naar verwachting als programma’s terug in de Omgevingsvisie.

Figuur: dit figuur geeft de verhouding tussen de Regionale Energiestrategie (RES), de Transitievisie Warmte (TVW), de wijkuitvoeringsplannen (WUP), en de Omgevingsvisie weer.

Uitgangspuntennotitie Transitievisie Warmte gemeente Molenlanden 5

3. De uitgangspunten De warmtetransitie gaat de komende 30 jaar een grote impact hebben op onze gebouwde omgeving en gaat uiteindelijk iedereen aan. Om te komen tot een aardgasvrije gebouwde omgeving moeten er keuzes gemaakt worden. Waar gaan we starten en waarom? Voor welke alternatieve warmteoplossing kiezen we? Om deze beslissingen weloverwogen te maken, benoemen we in deze transitievisie een aantal belangrijke uitgangspunten. Deze staan gedurende het hele proces centraal. Toekomstig beleid en de toekomstige plannen voor de warmtetransitie zullen we steeds toetsen aan deze uitgangspunten.

De Molenlandse aanpak De gemeente Molenlanden vindt het belangrijk om met haar bewoners te komen tot een nieuwe energievoorziening die betaalbaar, betrouwbaar en duurzaam is. Daar staan we nuchter in. Molenlanden hoeft geen koploper te zijn, maar we gaan nu wel aan de slag met de stappen die we alvast kunnen zetten. Dat doen we samen met onze inwoners, en stap voor stap. We streven naar projecten die bijdragen aan de lokale economie en waar dat mogelijk is leiden tot extra banen en bedrijvigheid. Daarbij zoeken we naar logische samenhang met projecten van het bedrijfsleven, onderwijs, zorginstellingen, wijkverenigingen, etc. We zoeken handige combinaties met verbetering van de leefomgeving of de woningkwaliteit. Bij de eerste buurten die van het aardgas af gaan, worden geijkte technieken gebruikt. Daarbij blijven we oog houden voor nieuwe ontwikkelingen en innovatie en nemen deze mee in de overweging voor de keuze van toekomstige oplossingen. We hebben aandacht voor individuele oplossingen en maken duidelijk welke maatregelen je nu al kunt nemen, hoe de techniek zich verder ook zal ontwikkelen (zogenoemde ‘geen-spijtmaatregelen’, zoals isolatie). Dit kunnen ook tussenstappen zijn, zoals isolatie of een hybride warmtepomp. Regelmatig zullen we de transitievisie updaten met de nieuwste kennis, en nieuwe technieken opnemen.

Vernieuwing zoeken we ook door op innovatieve manier met elkaar samen te werken. Denk bijvoorbeeld aan bewonerscollectieven die initiatief nemen en/of eigenaar worden van (een deel van) een energiesysteem. De transitievisie geeft een langetermijnvisie, maar is vooral het startpunt om met elkaar aan het werk te gaan. We zoeken daarom naar pilotprojecten, afspraken over samenwerking tussen verschillende partijen en een heldere tijdlijn.

Quote enquête: Op de vraag "Hoe kijkt u aan tegen de overstap van aardgas naar een andere duurzame warmtevoorziening?" en scoor dit op schaal van 1 (negatief) tot 10 (positief): geeft 50,3% van de respondenten geeft een 5 of lager, 49,7% van de respondenten geeft een 6 of hoger.

Op vraag: Hoe belangrijk vindt u het tempo om woningen aardgasvrij maken?" antwoordt 39% van de respondenten: "We hoeven geen koplopers te zijn: voorlopig doorgaan met het stoken op aardgas en zoveel mogelijk besparen.". 18% geeft aan met een geleidelijk tempo: tot 2050 wijk voor wijkaanpakken als de tijd er rijp voor is.

Uitgangspuntennotitie Transitievisie Warmte gemeente Molenlanden 6

Algemene uitgangspunten Deze aanpak hebben we vertaald naar vijf hoofduitgangspunten, die in de energietransitie ons richtsnoer vormen: We doen het samen: Bewoners, ondernemers en andere lokale partijen betrekken we intensief, Hun wensen en zorgen nemen we serieus. Bewoners en gebouweigenaren kunnen meepraten én meebeslissen over welke warmtevoorziening er in hun buurt komt. Zo willen we plannen maken waar een groot deel van Molenlanden zich prettig bij voelt. Dat begint met duidelijk zijn: de gemeente verstrekt duidelijke informatie en we wekken geen verwachtingen die we niet waar kunnen maken. Kortom: we zijn zorgvuldig en transparant in het proces. Daarnaast maken we de stap van het aardgas af voor bewoners zo simpel mogelijk, bijvoorbeeld met goede informatie of collectieve inkoopacties. We vinden het belangrijk diverse groepen – jongeren, ouderen, gezinnen, huurders, kopers – te betrekken. Ook gaan we de samenwerking aan met lokale ondernemers, agrariërs, woningbouwcorporaties, verenigingen, etc., als daar kansen liggen. Betaalbaar: Voor zowel huurders, eigenaren van een koopwoning als ondernemers moet de energietransitie betaalbaar zijn. Ook mensen met minder geld moeten mee kunnen doen. De kosten van een warmtetechniek zijn daarom altijd een bepalende factor, zowel de investeringskosten aan het begin, als de maandelijkse energierekening voor de eindgebruiker.

In eerste instantie kijken we hiervoor naar de zogeheten “nationale kosten”: Dit zijn de totale kosten van alle maatregelen die nodig zijn om een warmteoplossing uit te voeren, ongeacht wie die kosten betaalt1, Betaalbaarheid bepaalt ook mede de volgorde waarin wijken van het aardgas afgaan: voor buurten waar de overstap nu nog lastig of extra kostbaar is, wachten we eerst technologische ontwikkeling af en kiezen we voor een lager tempo of een betaalbare tussenstap zoals hybride oplossingen. Als blijkt dat de kosten relatief laag zijn kunnen we opschalen naar een hoger tempo en meer buurten voor 2030 van het aardgas afhalen.

Quote enquête: Op de vraag: “Wat is voor u het belangrijkst kijkende naar de betaalbaarheid (op lange termijn)?” geeft de helft van de respondenten (53%) aan dat de alternatieve warmtebron alleen mag wanneer de maandlasten niet of nauwelijks hoger worden. Een op de vier respondenten vindt dat de maanlasten in het begin hoger mogen zijn maar op langere termijn voordeliger moeten zijn. 13% van de respondenten geeft aan dat men geen alternatieve warmtebron wil, ook niet als dat per maand even duur of goedkoper is dan aardgas.

Op de vraag: “Maakt u zich zorgen over de transitie naar aardgasvrij wonen?” antwoordt 60% van de respondenten: "Ja, over de kosten". Daarnaast geeft 41% van de respondenten aan zich zorgen te maken over het gedoe en de eventueel benodigde verbouwing van het huis. Eén op de tien respondenten maakt zich geen zorgen en 12% geeft aan het nog niet goed te kunnen inschatten.

1

In de nationale kosten zijn onder andere opgenomen: investeringskosten voor isolatie, meerkosten voor verzwaring

van het elektriciteitsnetwerk, kosten voor aanleg van warmtetransportleidingen en energieverbruikslasten. Het is exclusief belastingen, heffingen en subsidies. Voor de berekening wordt aangesloten bij de Startanalyse uit de Leidraad Transitievisie Warmte van het PBL. In het klimaatakkoord is afgesproken dat de laagste nationale kosten een belangrijke sturende factor zijn.

Uitgangspuntennotitie Transitievisie Warmte gemeente Molenlanden 7

Aandachtspunt: In het Klimaatakkoord is woonlastenneutraliteit als het uitgangspunt opgenomen. Dat houdt in dat woonlasten als gevolg van de uitvoering van het klimaatakkoord niet mogen stijgen, maar er bestaat landelijk nog twijfel of dat wel gegarandeerd kan worden. De gemeenten zijn op dat punt grotendeels afhankelijk van concretere steun van de Rijksoverheid. De Rijksoverheid is bezig om instrumenten te bieden om de woonlastenneutraliteit mogelijk te maken. Zo is het Rijk een tijd bezig geweest met een onderzoek naar het opzetten van een gebouwgebonden financiering voor het verduurzamen van woningen, hier is begin 2020 vanaf gezien. Het Rijk heeft toen besloten om een warmtefonds op te richten en heeft deze ondergebracht bij het Nationaal Energiebespaarfonds, welke in juli 2020 is omgevormd tot Nationaal Warmtefonds. Het doel van het Warmtefonds is het verstrekken van leningen voor het verduurzamen van woningen (gebouwen) tegen een lage rente. Het idee hierachter is dat de rentelasten van de lening lager of gelijk zijn aan de maandelijkse kosten die men bespaart op de energierekening door de uitgevoerde energiebesparende maatregelen, de zogenaamde ‘woonlastenneutraliteit’. De lening bij het Warmtefonds kan voor diverse woningeigenaren uitkomst bieden. Echter moeten woningeigenaren wel een extra lening aangaan en dat is voor sommigen een drempel.

Ten tijde van het schrijven van deze notitie is de worsteling/discussie/uitwerking van het aspect betaalbaarheid van de warmtetransitie nog in volle gang en moeten we het doen met wat er nu over bekend is. We hopen dan ook dat het Rijk de belangrijke rol en verantwoordelijkheid op zich neemt om hier meer instrumenten voor beschikbaar te stellen en meer duidelijkheid over te verschaffen.

Energiebesparing: Het belangrijkste doel van de warmtetransitie is om de CO2-uitstoot terug te dringen, om zo onze bijdrage aan klimaatverandering te verminderen. We zetten daarom vol in op energiebesparing. Het goed isoleren van gebouwen en daarmee de energievraag verminderen is een belangrijke eerste stap en zorgt er mogelijk voor dat er meerdere duurzame bronnen kansrijk zijn voor het verwarmen van woningen. Ook staan we open voor tussenstappen, zoals een hybride warmtepomp in combinatie met een cv-ketel op aardgas. Deze verlaagt het gasverbruik flink, maar pas in een volgende stap gaat de woning dan echt van het aardgas af.

Quote enquête: Bent u van plan, binnen enkele jaren, (nog) één of meer besparingsmaatregelen te gaan toepassen?" antwoordt 31% van de respondenten: "Waarschijnlijk wel". 12% van de respondenten geeft aan ‘zeker wel’ (nog) één of meer besparingsmaatregelen te gaan toepassen binnen enkele jaren. 27% van de respondenten gaat waarschijnlijk niet of zeker niet binnen enkele jaren (nog) één of meer besparingsmaatregelen toepassen.

Natuurlijke momenten: Waar we werkzaamheden kunnen combineren, doen we dat. De onderhoudsplanning van woningbouwcorporaties of werkzaamheden aan de openbare ruimte, kunnen aanleiding zijn om direct ook de energie-infrastructuur in een buurt aan te pakken. Ook gepland onderhoud aan het aardgasnet is een belangrijke factor. Voor particulieren en bedrijven zijn een verhuizing of verbouwing vaak een geschikt moment om ook energiemaatregelen te nemen. Ook sociale en lokale ontwikkelingen kunnen een aanknopingspunt zijn: wellicht ontstaan er kansen om energietransitie mee te nemen bij een kwaliteitsverbetering in buurten of bijvoorbeeld te verbinden aan initiatieven van dorpsraden en scholen.

Uitgangspuntennotitie Transitievisie Warmte gemeente Molenlanden 8

Ruimte voor initiatief: Molenlanden kent ondernemende inwoners, en in de meeste kernen zijn al inwoners en bedrijven aan de slag met de energietransitie. Soms alleen, vaak in groepsverband. De gemeente wil zoveel mogelijk ruimte laten voor initiatief en ondersteunt dergelijke initiatieven actief. Bijvoorbeeld met een financiële bijdrage of door het verbinden van initiatieven met de juiste mensen binnen de gemeentelijke organisatie. Bij het maken van keuzes over het ondersteunen van initiatieven bekijkt de gemeente naar het te verwachte duurzaamheidsrendement en de mate van bereik onder de bewoners.

Quote enquête: In wat voor buurten, wijken of kernen zou u beginnen met de overstap naar duurzame energiebronnen? Maak een top 3 van de aspecten die u het meest belangrijk vindt." 1. In buurten waar werkzaamheden gepland staan (vervangen riolering of gasnet, nieuwbouw, openbare ruimte). 2. In buurten waar flinke slagen gemaakt kunnen worden met grote gebouweigenaren zoals woningcorporatie, scholen en verzorgingshuizen. 3. In buurten waar de overstap het meest betaalbaar is.

Hoe kiezen we de startbuurten? Naast de bovenstaande hoofduitgangspunten, gelden specifiek voor het kiezen van de startbuurten/kernen en het tempo nog twee aanvullingen: Grote slagen: Als we kansen zien om grote slagen te maken onderzoeken we of we daar kunnen starten, bijvoorbeeld omdat er grote gebouweigenaren zijn, zoals woningcorporaties, scholen en verzorgingshuizen. Dit sluit aan bij het idee uit het klimaatakkoord dat corporatiewoningen fungeren als ‘startmotor’ voor veranderingen in de buurt, dankzij grootschalige isolatieprojecten of aanleg van een oplossing voor de hele buurt. Is er aanwezigheid van maatschappelijk vastgoed? Dan kan dit een extra reden zijn om eerder met een buurt/bedrijventerrein aan de slag te gaan. Schaalbaar: Buurten waarvan de aanpak uitgerold kan worden in andere buurten hebben de voorkeur. Dit om het leereffect in de rest van de gemeente te benutten. Molenlanden heeft bijvoorbeeld veel lintbebouwing en monumentale panden. We onderzoeken of we kansen zien om een lint (of deel daarvan) en enkele monumentale gebouwen als pilot voor 2030 geheel of gedeeltelijk van het aardgas af te halen. We kijken natuurlijk ook over de gemeentegrenzen: type buurten die in andere gemeenten al tot succes hebben geleid, pakken we het eerst aan.

Uitgangspuntennotitie Transitievisie Warmte gemeente Molenlanden 9

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Molenlanden&id=c67897a5-b952-45af-8f2b-c0d3736e98db