CConstaterende datMolenlanden
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 toelichting en regels bestemmingsplan Vinkenhof, Wijngaarden - versie 12 jan

Raadsvergadering 26 januari 2021, gemeente MolenlandenBij agendapunt: Bestemmingsplan Vinkenhof, Wijngaarden30.843 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Bestemmingsplan VINKEN HOF, WIJNGAARDEN Gemeente Molenlanden

STATUS:

VASTGESTELD

DATUM:

26 januari 2021

IMRO IDN:

NL.IMRO.1978.BPtwwesteinde35aWG-VG01

OPDRACHTNEMER IntROview B.V. Sterrenlaan 24 2743 LS Waddinxveen telefoon 0182 630480 info@introview.nl www.introview.nl

OPDRACHTGEVER Blok Bouwconsultancy B.V. Voorstraat 4 3245 BH Sommelsdijk

STATUS Concept: Voorontwerp: Ontwerp: Vastgesteld:

DATUM 19 juni 2018 3 december 2018 18 februari 2020 26 januari 2021

VERSIE 2e versie 2e versie 2e versie 3e versie

bestemmingsplan Vinken Hof, Wijngaarden

Toelichting

Toelichting

3

bestemmingsplan Vinken Hof, Wijngaarden

4

Toelichting

bestemmingsplan Vinken Hof, Wijngaarden

Inhoudsopgave Toelichting

3

Hoofdstuk1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Ligging plangebied 1.3 Vigerende bestemmingsplannen 1.4 Leeswijzer

7 7 7 8 9

Hoofdstuk2 Planbeschrijving 2.1 Bestaande situatie plangebied en omgeving 2.2 Nieuwe situatie 2.3 Verkeer en parkeren 2.4 Westeinde Wijnwaarden; uitwerking stappenplan "Kookboek Molenwaard"

11 11 12 13 14

Hoofdstuk3 Beleidskader 3.1 Rijksbeleid 3.2 Provinciaal beleid 3.3 Gemeentelijk beleid 3.4 Conclusie

21 21 22 28 31

Hoofdstuk4 Water 4.1 Inleiding 4.2 Beleid Rijk en provincie 4.3 Beleid waterschap Rivierenland 4.4 Waterhuishouding

33 33 33 34 34

Hoofdstuk5 Omgevingsaspecten 5.1 Milieu 5.2 Archeologie en cultuurhistorie 5.3 Flora en fauna 5.4 Overige realiserings- en uitvoeringsaspecten

37 37 46 50 52

Hoofdstuk6 Juridische planbeschrijving 6.1 Algemeen 6.2 Verbeelding 6.3 Regels 6.4 Handhaving bestemmingsplan

53 53 53 53 55

Hoofdstuk7 Uitvoerbaarheid en resultaten overleg 7.1 Economische uitvoerbaarheid 7.2 Resultaten overleg ex artikel 3.1.1 Bro 7.3 Communicatie 7.4 Maatschappelijke uitvoerbaarheid

57 57 57 57 57

Regels

59

Hoofdstuk1 Artikel 1

Toelichting

Inleidende regels Begrippen

60 60

5

bestemmingsplan Vinken Hof, Wijngaarden

Artikel 2

Wijze van meten

67

Hoofdstuk2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5

Bestemmingsregels Agrarisch met waarden Leiding - Gas Waarde - Archeologie 2

68 68 75 77

Hoofdstuk3 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11

Algemene regels Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene afwijkingsregels Overige regels Algemene wijzigingsregels

79 79 80 81 82 83 84

Hoofdstuk4 Artikel 12 Artikel 13

Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel

85 85 86

Bijlagen bij toelichting Bijlage 1

Akoestischonderzoek wegverkeerslawaai

Bijlage 2

Risico analyse Externe Veiligheid

Bijlage 3

Onderzoek archeologie meet- & regelstation in Wijngaarden 2012

Bijlage 4

Archeologisch vooronderzoek 2020

Bijlage 5

Beschikking Wet natuurbescherming

Bijlage 6

Memo stikstofVinkenhof (15 juni 2020)

Bijlage 7

Nota van Beantwoording zienswijzen

Bijlagen bij regels Bijlage 1

Staat van Horeca-activiteiten

Bijlage 2

Staat van Bedrijfsactiviteiten

Bijlage 3

Inrichtingsplan

6

Inhoudsopgave

bestemmingsplan Vinken Hof, Wijngaarden

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding

Black Horses B.V. exploiteert aan de Kweldamweg 8-10 in Sliedrecht een paardenfokkerij. Op deze locatie worden paarden opgefokt en getraind. Om de agrarische bedrijfsvoering te optimaliseren is er behoefte aan een nieuw bedrijfsonderdeel waar inseminatie van merries, geboorte van jonge veulens en embryonaal onderzoek kan plaatsvinden. Initiatiefnemer wenst dit merrie- & veulencentrum te realiseren op de percelen van het voormalige gasstation ten westen van Westeinde 35a in Wijngaarden, waarvan hij eigenaar is. Om dit planologisch mogelijk te maken is een nieuw agrarisch bouwvlak noodzakelijk. Bij brief van 14 september 2017 hebben burgemeester en wethouders medegedeeld in beginsel bereid te zijn aan het verzoek medewerking te verlenen, omdat het buitengebied van Molenwaard, waarin het plangebied is gelegen, wordt gekenmerkt door de aanwezigheid van diverse agrarische bedrijven. Eén van de beleidsuitgangspunten in het buitengebied is dat nieuwvestiging van agrarische bedrijven of omschakeling onder voorwaarden mogelijk moet zijn, waarbij de belangen van natuur en landschap zoveel mogelijk worden gewaarborgd.

In verband hiermee heeft initiatiefnemer een landschappelijk inpassingsplan laten opstellen, waarin wordt aangetoond dat de uitwerking op een juiste wijze landschappelijk kan worden ingepast ingevolge het stappenplan en de recepten uit het 'Molenwaards Kookboek ruimtelijke kwaliteit 2016'. Gelijktijdig kan worden geïnvesteerd in natuurontwikkeling door aanleg van een klompenpad nabij het nieuwe bouwvlak richting het gascompressorstation als onderdeel van de aanwezige recreatieve routes nabij het Alblasserbos (een recreatief knooppunt). Om het oprichten van een merrie- & veulencentrum ten westen van Westeinde 35a in Wijngaarden planologisch mogelijk te maken is dit bestemmingsplan opgesteld.

1.2

Ligging plangebied

Het plangebied ligt in het buitengebied ten westen van Westeinde 35a in Wijngaarden. De westelijk gelegen Sliedrechtse Binnenvliet vormt de gemeentegrens met de gemeente Sliedrecht. Hier ligt het Alblasserbos. Verderop in noordelijke richting ligt een gasstation van de Gasunie. In oostelijke richting staan voormalige boerderijen die thans in gebruik zijn voor wonen. Aan de overzijde van het Westeinde ligt grasland. Het plangebied is aangeduid in figuur 1.

Toelichting

7

bestemmingsplan Vinken Hof, Wijngaarden

Figuur 1: Situering plangebied en omgeving (planlocatie met zwart gestreepte lijn aangeduid).

1.3

Vigerende bestemmingsplannen

Voor het plangebied gelden de volgende, door de gemeenteraad van Graafstroom vastgestelde, bestemmingsplannen. Bestemmingsplan Raadsbesluit Uitspraak Raad van State Bestemmingsplan "Buitengebied Graafstroom" 25 januari 2010 15 februari 2012 Bestemmingsplan "Buitengebied Graafstroom 15 september 2015 3e herziening" Bestemmingsplan "Compressorstation" 25 mei 2009 15 december 2010 Buitengebied Graafstroom In het bestemmingsplan 'Buitengebied Graafstroom' zijn de gronden ter plaatse van het gevraagde bouwvlak bestemd voor 'Agrarisch met waarden'. In artikel 3.8.1 (wijziging (nieuw)vestiging en omschakeling) is een wijzigingsbevoegdheid opgenomen om een nieuw bouwvlak op te nemen voor een grondgebonden veehouderij met een hierbij behorende bedrijfswoning, mits voldaan wordt aan de hieraan gestelde voorwaarden. Op 15 september 2015 heeft de gemeenteraad de 3e partiële herziening van het moederplan vastgesteld. Dit betreft een daadwerkelijke herziening op onderdelen van het moederplan waarbij gedeelten van de regels en gedeelten van de verbeelding zijn herzien (de 1e en 2e herziening hebben geen betrekking gehad op het plangebied).

Parapluherziening Buitengebied Graafstroom, Liesveld en Nieuw-Lekkerland Voor de buitengebieden van de (nieuwe) gemeente heeft de gemeenteraad van Molenwaard op 20 februari 2018 een parapluherziening vastgesteld voor Graafstroom, Liesveld en Nieuw-Lekkerland met een geconsolideerde versie van de regels (regels van het moederplan, rekening houdend met de reactieve aanwijzing en daarin verwerkt de aanpassingen van de regels als gevolg van de 3e herziening).

8

Toelichting

bestemmingsplan Vinken Hof, Wijngaarden

Dit bestemmingsplan is conform de nieuwe systematiek van de regels opgesteld. Compressorstation Het plangebied ligt gedeeltelijk in het bestemmingsplan 'Compressorstation', waarin de gronden eveneens zijn bestemd voor 'Agrarisch met waarden'. In dit bestemmingsplan is in tegenstelling tot het later vastgestelde bestemmingsplan 'Buitengebied Graafstroom' geen wijzigingsbevoegdheid opgenomen voor het opnemen van een agrarisch bouwvlak, zodat een herziening van het bestemmingsplan noodzakelijk is.

Figuur 2: Uitsnede plankaart bestemmingsplan 'Landelijk Buitengebied Graafstroom'. Het witte gedeelte betreft het bestemmingsplan Compressorstation.

1.4

Leeswijzer

Hoofdstuk 2 beschrijft de huidige situatie en geeft een planbeschrijving van de nieuwe toestand. In Hoofdstuk 3 wordt het beleidskader uiteengezet. Hierin wordt het voor dit bestemmingsplan relevante rijks-, provinciaal en gemeentelijke beleid beschreven. In Hoofdstuk 4 wordt ingegaan op de waterparagraaf. Hoofdstuk 5 omvat de omgevingsaspecten. Ook uitvoeringsaspecten worden hier beschreven. In Hoofdstuk 6 wordt de keuze voor de planmethodiek nader toegelicht. Hoofdstuk 7 is gewijd aan de uitvoerbaarheid. Hier wordt met name ingegaan op de uitkomsten van de inspraak en het overleg ex artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening.

Toelichting

9

bestemmingsplan Vinken Hof, Wijngaarden

10

Toelichting

bestemmingsplan Vinken Hof, Wijngaarden

Hoofdstuk 2 2.1

Planbeschrijving

Bestaande situatie plangebied en omgeving

Het buitengebied van Graafstroom maakt deel uit van het Zuid-Hollandse slagenlandschap met karakteristieke slagenverkaveling en vormt een van de best bewaard gebleven delen van dit landschapstype. Het ritme, de richtingen en evenwijdigheid, de grote lengte en de breedte van de kavelsloten met haaks daarop gelegen dorpslinten, randwegen en kaden bepalen voor een belangrijk deel de identiteit van het slagenlandschap. Zowel de ruimtelijke opbouw als het grondgebruik zijn sterk gerelateerd aan de bodemopbouw. Wegen en bebouwing zijn gelegen op de hoger gelegen oeverwallen van de veenstromen of op de rivierduinen, terwijl de lage vochtige polders doorsneden worden door een groot aantal sloten en in gebruik zijn als grasland. Kenmerkend voor de ruimtelijke opbouw zijn de contrasten tussen het open poldergebied en de besloten lijnvormige elementen. Parallel aan het centrale dorpslint loopt een tweetal zones met elk hun eigen landschappelijke karakteristieken. Deze zones zijn de polders, de overgangszones en de dorpslinten. Op de overgang van de polders naar de dorpslinten liggen de overgangszones, welke aan de polderzijde op de meeste plaatsen worden begrensd door de achterweteringen. Het plangebied zelf ligt in de Polder Wijngaarden. Naast grasland zijn ook bosschages aanwezig langs het Westeinde en de Sliedrechtse Binnenvliet.

In westelijke richting ligt het Alblasserbos met een recreatieve functie (paden en picknickplaatsen). In de gebieden liggen halfverharde en onverharde paden die worden gebruikt voor het bosbeheer en de wandelrecreatie. Aan de Matenaweg is Natuur- en Vogelwacht Alblasserwaard is gevestigd. Agrarisch bouwperceel vanaf Westeinde.

Sliedrechtse Binnenvliet.

Natuur- en Vogelwacht Alblasserwaard Matenaweg.

Plangebied richting Westeinde.

Toelichting

11

bestemmingsplan Vinken Hof, Wijngaarden

2.2

Nieuwe situatie

Plangebied Het plangebied ligt in de Polder Wijngaarden aan het Westeinde tussen de Sliedrechtse Binnenvliet en nummer 35a. Het bouwvlak is circa 1 hectare. De entree van het bedrijf vindt plaats via de bestaande te verbreden uitrit. Aan weerszijden van het toegangspad zal bedrijfsbebouwing worden gerealiseerd. Het pad zelf, dat doorloopt richting het verderop noordelijk gelegen gascompressorstation, blijft onbebouwd, omdat hier een gasleiding ligt. Bijkomend voordeel hiervan is dat de open zichtlijnen vanaf de inrit behouden blijven. Om deze reden wordt ervoor gekozen om twee bouwvlakken op te nemen met een relatiepijl. Ten oosten van het pad worden stallen gebouwd voor de merries en veulens. Hier vindt ook de verzorging van de dieren plaats met onder andere een longeercirkel en een binnenbak. Ten westen van het pad komen stallen voor opslag van hooi en materieel. In totaal worden 50 paarden jonger dan 3 jaar en 50 paarden van 3 jaar en ouder gehouden. Voor de agrarische bedrijfsbebouwing is een goothoogte en bouwhoogte van respectievelijk maximaal 7 en 12 meter opgenomen. De nieuwbouw wordt op een landschappelijke wijze ingepast. De bedrijfswoning wordt ten oosten bij de aanwezige bosbeplanting gerealiseerd. De woning krijgt een inhoud van maximaal 1.000 m³. Hierbij is aansluiting gezocht bij de gemiddelde grootte van de (bedrijfs)woningen in dit gebied.

In het geldende bestemmingsplan is deze inhoudsmaat al (bij afwijking) toegestaan. De maximum goot- en bouwhoogte zijn in de regels vastgelegd op respectievelijk 6 en 10 m. De bomen langs de Sliedrechtse Binnenvliet blijven gehandhaafd. De woning krijgt een eigen uitrit op het Westeinde. Tussen de bedrijfswoning en de bedrijfsbebouwing wordt een nieuwe sloot gegraven in noord-zuidrichting. Hierdoor wordt een tweede doorzicht richting het open agrarisch landschap gecreëerd. Klompenpad Tussen het nieuwe bouwvlak van de bedrijfsbebouwing wordt een klompenpad aangelegd, welke in noordelijke richting aantakt op de bestaande padenstructuur (zie figuur 6). Deze route gaat onderdeel uitmaken van de planetenwandeling, zodat de recreatiemogelijkheden voor wandelaars worden vergroot. Het bouwvlak zal landschappelijk worden ingepast overeenkomstig de uitwerking van het stappenplan 'Kookboek Molenwaard'. In paragraaf 2.4 wordt dit nader toegelicht. In figuur 3 is een situatietekening van het merrie- & veulencentrum met bedrijfswoning opgenomen.

12

Toelichting

bestemmingsplan Vinken Hof, Wijngaarden

Figuur 3: Voorlopige situatietekening met bedrijfswoning.

2.3

Verkeer en parkeren

Verkeer Het plangebied ligt aan het Westeinde, welke aantakt op de Matenaweg. Op beide wegen geldt een maximum snelheid van 60 km/uur. Dit zijn gebiedsontsluitingswegen buiten de bebouwde kom tussen de kern Wijngaarden en richting de A15 naar Sliedrecht/ Papendrecht. Deze ontwikkeling zal in zeer geringe mate extra verkeer aantrekken. Het Westeinde en de Matenaweg hebben voldoende capaciteit om deze extra verkeersbewegingen op te vangen.

Toelichting

13

bestemmingsplan Vinken Hof, Wijngaarden

Het Westeinde.

Huidige inrit.

Parkeren De bedrijfsbebouwing wordt ontsloten vanaf de bestaande uitrit. Voor de bedrijfswoning wordt een nieuwe uitrit aangelegd. Het parkeren vindt plaats op eigen terrein. Bij het bepalen van de parkeernorm is gebruik gemaakt van de beleidsregel “Nota Parkeernormen Molenlanden 2020”. Hierbij is aansluiting gezocht bij de richtlijnen van het CROW 2018, publicatie 318. Het CROW benoemt alleen een parkeernorm voor een manege (gemiddeld 0,4 pp per box in buitengebied/ niet stedelijk bij een bezoekersaandeel van 90%). Voor een paardenhouderij worden geen aparte normen benoemd. Het benodigde aantal parkeerplaatsen wordt dan bepaald aan de hand van praktijkcijfers (tellingen). Met behulp van praktijkcijfers en de normen is bepaald dat er maximaal 12 parkeerplaatsen (voor personeelsleden en bezoekers) nodig zijn en een opstelruimte voor de paardenwagens en leverancier van voer en stro. De parkeerplaatsen worden nabij de paardenstallen gerealiseerd. Het aantal parkeerplaatsen voor de woning is bepaald conform de richtlijnen van de CROW (2,8 parkeerplaatsen per woning in buitengebied/ niet stedelijk). Op het erf zullen minimaal drie parkeerplaatsen worden aangelegd bij de nieuw te bouwen bedrijfswoning. Voldaan kan worden aan parkeerbehoefte overeenkomstig de uitgangspunten van het gemeentelijke parkeerbeleid, zoals vastgelegd in de "Nota Parekkernormen Molenlanden 2020".

De parkeerkencijfers zijn als zodanig vastgelegd in artikel 10.

2.4 Westeinde Wijnwaarden; uitwerking stappenplan "Kookboek Molenwaard" Op basis van het Stappenplan 'Kookboek Molenwaard' (2016) is een landschapsinrichtingsplan opgesteld, wat aansluit op de landschappelijke karakteristieken van de omgeving. Aan de hand van deze karakteristieke kenmerken is een plan ontworpen dat zo goed mogelijk in de omgeving past. Het landschapsplan wordt hieronder toegelicht. Achtergrond Het gebiedsplatform Alblasserdam – Vijfheerenlanden heeft een waardevolle bijdrage geleverd aan het onderzoek naar de geschiedenis van het plangebied. Door een onderzoek naar de historie van het gebied kan het plan beter hierop worden aangepast en wordt er rekening gehouden met de historische aspecten van het gebied. In figuur 4 is een weergave opgenomen waarop is te zien hoe er een stroomrug over het gebied loopt met een hoge prehistorische waarde. Ook zijn er sporen gevonden uit de Romeinse tijd (gebruiksvoorwerpen en dergelijke). Dat wil dus zeggen dat dit gebied al werd bewoond rond deze tijd. Rond de middeleeuwen is de bebouwing uitgebreid. In eerste instantie begon zich een kern te vormen aan de noordkant van waar de kern zich nu bevindt. Later is het verplaatst naar de locatie waar het dorp zich nu bevindt. Het huidige slotenpatroon stamt nog grotendeels uit de middeleeuwen. Dit is een cultuurhistorische waarde die om behoud en versterking vraagt.

Dit slotenpatroon komt terug in de kaart uit 1811 – 1832. Ook is hierop te zien dat er onderscheid is gemaakt tussen weiland percelen en bouwland percelen. Hoewel hier nooit iets is gebouwd, is er vanuit historisch oogpunt wel rekening gehouden met eventuele bebouwing. Als hier alsnog gebouwd gaat worden, dan past dit in de visie die er al van oudsher ligt.

14

Toelichting

bestemmingsplan Vinken Hof, Wijngaarden

De boerderijen uit deze tijd waren kleinschaliger dan in de huidige situatie. Pas in de jaren '80 van de vorige eeuw hebben boeren in dit gebied hun stallen uitgebreid, waardoor ook de begrenzing van de bebouwing kwam te verschuiven. Omdat er in de directe omgeving archeologische vondsten zijn gedaan, is een verkennend archeologisch onderzoek uitgevoerd. Hieruit bleek dat er geen sprake is van bedreigde archeologische waarden (zie paragraaf 5.2).

Figuur 4: Oude kaart met stroomrug. Huidige landschappelijk kenmerken 1. Ten westen van het gebied ligt het Alblasserbos. Hierin zijn enkele wandelroutes opgenomen. Deze worden gebruikt voor het uitlaten van honden of vanwege enkele educatieve elementen die langs de route zijn geplaatst. De ingang van deze routes ligt in de buurt van de planlocatie. Er zullen dus recreatieve wandelaars langslopen. 2. Streeknatuurcentrum is onderdeel van "De Natuur- en Vogelwacht Alblasserwaard". Het natuurcentrum dient voornamelijk als uitvalsbasis voor wandelaars en fietsers. Daarnaast biedt het onderdak aan verschillende werkgroepen die zich bezig houden met de flora en fauna het gebied. 3. Het plangebied ligt op het uiterste westen van het lint van Wijngaarden, en wordt beëindigd door de Sliedrechtse Binnenvliet. 4. Ecologische hoofdstructuur. Volgens het Natuurbeheerplan 2016 liggen er twee verschillende natuurbeheertypen in de directe omgeving: Het Alblasserbos, met de aanduiding: 'N16.02: Vochtig bos met productie' en een bosje aan de overzijde van de Binnenvliet: 'N12.02: Kruiden en faunarijk grasland'. 5. Doorzichten naar het achterland. Het landschap is zoals dat heet een "slagenlandschap". Deze lange en smalle stukken land wijzen terug naar de historie van het gebied. Al honderden jaren maken deze slagen deel uit van het landschap.

Als gevolg van deze stroken, ontstaan er ook doorzichten op het open polderlandschap. 6. Het lint van Wijngaarden is door de geschiedenis heen weinig veranderd. Langs beide zijde van de hoofdweg staan boerderijen en grote schuren. De historische kenmerken zijn niet alleen terug te zien in de locaties en schaal van de gebouwen, maar ook in de bouwkundige details en materialisatie. De streekeigen erfbeplanting bestaat veelal uit lage heggen, en knotwilgen. Op eigen percelen komen ook lage struiken voor, bloemperken en af en toe middelhoge bomen.

Toelichting

15

bestemmingsplan Vinken Hof, Wijngaarden

7. Langs het lint zijn verschillende type en grootte bebouwing te vinden. Dit gaat van kleine landelijke boerderijen van één bouwlaag, tot lange stallen en loodsen. De zeven kenmerken zijn weergegeven in figuur 5.

Figuur 5: huidige landschappelijke kenmerken. Uitgangspunten van het plan Stap 1: Positie bebouwing - bedrijfsgebouwen Het nieuw te bouwen complex dient rekening te houden met de overige bebouwingen in het gebied. Om de kwaliteiten in de voorgaande analyse te behouden, is er zorgvuldig nagedacht over de positie en vorm van de bedrijfsgebouwen. Allereerst ligt de bouwmassa in redelijke mate terug vanaf de weg. Hiermee wordt aangesloten op de karakteristieken van het lint. Daarnaast is ervoor gekozen om niet één groot complex te positioneren, maar is het opgedeeld. Hierdoor blijft de kwaliteit: "doorzicht naar het achterland" gehandhaafd. Ook zijn de gebouwen in de lengterichting gepositioneerd, gelijk aan het achterliggende slagenlandschap. De kopgevel ligt aan de straatzijde. Door deze positie te kiezen wordt er ingespeeld op het knelpunt: verlies aan doorzichten door verdichting. Stap 1: Positie bebouwing - woonhuis Het woonhuis maakt ook onderdeel uit van het plan. Dit is een bedrijfswoning behorende bij het merrie& veulencentrum. Het woonhuis is parallel gepositioneerd aan de Sliedrechtse Binnenvliet. Het staat verder van het bedrijfsgebouw dan bij de meeste agrarische bedrijven in de buurt. Daardoor zal het zich niet zozeer oriënteren op de bedrijfsgebouwen die erbij horen. De relatie hiermee is minder direct dan bij standaard agrarische bebouwing.

In plaats daarvan kan het zich oriënteren op de natuurlijke elementen van het perceel, zoals het Natuurnetwerk Nederland en de Binnenvliet. Deze combinatie tussen wonen en natuur zal voor een hogere woonkwaliteit zorgen. De ontsluiting van de woning vanaf de weg zal door middel van een horizontale brug met brughoofd worden gerealiseerd. Stap 2: Beplanting De nu aanwezige beplanting wordt grotendeels vervangen, door gelijksoortige beplantingen. Eén van de redenen hiervoor is dat de bestaande beplanting in een niet vitale staat verkeerd. Maar om bij de omgeving aan te sluiten, moet hier een goede inpassing voor gemaakt worden. Beplanting zorgt voor een natuurlijke overgang tussen het vlakke land, en de bebouwing. Hiermee wordt voorkomen dat er harde overgangen ontstaan. De beplanting zal rondom de gebouwen gepositioneerd worden, maar niet dichtgesloten. De gebouwen zullen een rijkere uitstraling krijgen dan een standaard agrarische loods. Daardoor is het niet nodig om de gebouwen achter de beplanting te verbergen. Het type beplanting sluit aan bij de omgeving en draagt daarmee bij tot het in stand houden en verbeteren van de kwaliteiten van het gebied.

16

Toelichting

bestemmingsplan Vinken Hof, Wijngaarden

Stap 3: Toevoegen water Vanwege de verharding van het terrein is het nodig om oppervlaktewater te compenseren. Aan de voorkant van de graslanden aan de noordkant langs het Westeinde kan watercompensatie plaatsvinden. Op deze plek is in de historische situatie een wetering terug te vinden. In de planvorming zullen de bestaande sloten zodanig worden verbreed zodat de term wetering weer van toepassing. Zoals besproken is in het onderdeel geschiedenis, is het vanuit historisch en natuurlijk oogpunt niet mogelijk het water te laten aansluiten op de Sliedrechtse Binnenvliet. Dit komt door een peilverschil van 0,20 m. Doordat dit op een wijze gebeurt die aansluit bij de karakteristieken van de omgeving, draagt het positief bij aan de ontwikkeling van het gebied. Ook zal het toevoegen van extra water bijdragen tot een bevordering van de flora en fauna. Waar mogelijk zal een natuurlijke oever toegepast worden. Alleen op plekken waar dit niet mogelijk is, wordt een lage beschoeiing aangebracht. Impact ontwerp op het landschap Aan de hand van voorbeelden is een landschappelijk inrichtingsplan gemaakt, welke hier wordt toegelicht. Impact 1: Doorkijk De huidige situatie met het compressorstation geeft geen ruimte voor doorkijk, vanwege de verhulling door beplanting.

Het te realiseren plan houdt rekening met het achterliggende slagenlandschap, door het implementeren van zichtlijnen vanaf de weg. Dit heeft een positieve impact op het gebied. Het sluit perfect aan bij de reeds bestaande bebouwing in het gebied en verhoogt de waarde van het omringende landschap. Impact 2: Entree gebied De weg richting de kern van Wijngaarden wordt op dit moment gekenmerkt door een verlaten perceel. Dit past niet bij de visie die gemeente wil uitstralen. Het nieuwe plan biedt een betere entree voor het gebied door de bijpassende bebouwing, die zowel in functie als in vormgeving aansluit op het lint. De toevoeging van het water biedt een overgang tussen het Alblasserbos en de bebouwing van het Westeinde, oftewel een subtiele toegang. Impact 3: Beplanting Door het zorgvuldig plaatsen van erfbeplanting worden knelpunten voorkomen en verhoogt het de kwaliteit van de omgeving. Op het huidige perceel blokkeert de beplanting het uitzicht naar het achterland. In de nieuwe situatie is er een duidelijke aansluiting te zien op de naast gelegen ecologische hoofdstructuur, maar blijven ook de zichtlijnen bewaard die het lint verbinden met het achterland. De beplanting wordt nieuw aangebracht om de huidige, in slechte staat verkerende, beplanting te vervangen.

Tussen het woonperceel Westeinde 35a en de bedrijfsbebouwing zal een bomenrij worden geplaatst (knotwilgen) om het zicht op de bebouwing te verminderen. Deze rij is opgenomen in het inrichtingsplan. Impact 4: Duurzaamheid De in 'recept' 10 genoemde inpassing herwinbare energie biedt ook kansen voor het te realiseren merrie& veulencentrum. Er zijn veel soorten vormen van duurzaamheid toe te passen binnen dit project. Wat er exact toegepast gaat worden wordt later geïmplementeerd in het ontwerp. Er wordt echter wel rekening gehouden met de algehele uitstraling van het bouwwerk. Door deze toepassing draagt het plan ook bij aan de toekomstvisie van Wijngaarden en de gemeente Molenwaard. Impact 5: Recreatie Huidige situatie Op de grens van het gebied van Wijngaarden en Alblasserdam ligt een recreatief knooppunt in de vorm van een natuurgebied. Dit Alblasserbos is een geliefde plek voor wandelaars en fietsers. Het is een aangeplant bos, maar door de tijd heen gaat de natuur haar eigen gang, wat ruimte geeft voor speciale bloemen en planten. Ook is dit bos een thuisgebied voor vogels en andere kleine dieren. Vanwege deze flora en fauna heeft het Streeknatuurcentrum zich hier gevestigd, als onderdeel van de Natuur- en Vogelwacht Alblasserwaard. De komst van dit centrum is een welkome voorziening gebleken voor de recreanten van dit gebied.

In veel recensies over het Alblasserbos komt naar voren dat er zeker een bezoek aan dit centrum moet worden gebracht, omdat het informatie verschaft over het gebied, waardoor een wandeling des te interessanter wordt. Daarnaast is er 19 juni 2014 een nieuw educatief onderdeel geopend: de planetenwandeling. Door middel van kunstwerken wordt er meer informatie gegeven over de planeten, en hoe ze zich tot elkaar verhouden. Deze kunstwerken zijn langs de paden

Toelichting

17

bestemmingsplan Vinken Hof, Wijngaarden

door het gebied verspreid. In figuur 6 is het klompenpad aangegeven. Kansen voor het gebied Zoals ook te zien is op de kaart 6, loopt het pad tot voorbij het nieuwe gasstation. Deze route hoort bij de planetenwandeling en wordt dus ook gebruikt door wandelaars. Maar na een kort rondje wat ze daar kunnen maken, moeten wandelaars over dezelfde weg weer terug. Hier ligt een kans voor het gebied van het merrie- & veulencentrum. Dit gebied strekt zich uit tot dicht bij het nieuwe gasstation. Het einde van het perceel ligt dicht bij de wandelroute. In plaats van wandelaars terug te sturen over dit pad, kan er ook een eigen pad worden aangelegd over het perceel. Hierdoor wordt het deel aan de overkant van de Sliedrechtse Binnenvliet ook actief toegevoegd aan het knooppunt. Dit zogenaamde "klompenpad" maakt een noord – zuid verbinding in het gebied. Niet alleen wordt hierdoor een sluitende wandelronde gemaakt met de reeds bestaande paden, maar ook biedt het een heel andere ervaring dan de reeds gelopen paden. Waar die paden zich voornamelijk in het Alblasserbos bevinden, beschut door bomen, biedt het klompenpad een gevoel van ruimte. Het weidse van de open weilanden zijn in mooi contrast met het bos.

18

Toelichting

bestemmingsplan Vinken Hof, Wijngaarden

Figuur 6: Nieuw aan te leggen wandelpad. Samenvatting Door het stappenplan uit het 'Molenwaardse Kookboek' te volgen, is er een beeld ontstaan van de omgeving en de landschappelijke keurmerken van het gebied. Omdat hierdoor de randvoorwaarden duidelijk zijn, kan er beter geïnvesteerd worden in het versterken van de ruimtelijke kwaliteit van het plan. Het plan voor het te realiseren merrie- & veulencentrum laat zich inspireren door de geschiedenis van het gebied, niet alleen door zijn agrarische functie, maar ook in materiaal keuze, welke meegenomen zal worden in het ontwerp.

Toelichting

19

bestemmingsplan Vinken Hof, Wijngaarden

Daarnaast past het plan zich aan de huidige landschappelijke kenmerken, zoals de diversiteit van de schaal van de bebouwing, de afstand vanaf de weg en het toepassen van streekeigen beplanting. Ook de kwaliteiten en knelpunten van het gebied worden ondervangen in het plan. Zo zijn het slagenlandschap en de doorzichten naar het achterland belangrijke kwaliteiten van het gebied. Daarom zijn deze prominent meegenomen in de uitgangspunten van het ontwerp. De aanleg van het beplantingsplan wordt geborgd in de specifieke gebruiksregels in artikel 3.5.2 Landschappelijke inpassing. Het inrichtingsplan (tevens beplantingsplan) is opgenomen in Bijlage 3 van de regels. Bij uitwerking van de plannen wordt rekening gehouden met de bestaande ondergrondse gasleidingen. Dit wordt geborgd in de dubbelbestemming 'Leiding - Gas'. Concluderend kan gesteld worden dat het plan een positieve aanvulling is voor de omgeving. Het landschapsinrichtingsplan is opgenomen in figuur 7.

Figuur 7: Landschapsinrichtingsplan.

20

Toelichting

bestemmingsplan Vinken Hof, Wijngaarden

Hoofdstuk 3 3.1

Beleidskader

Rijksbeleid

3.1.1 Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (2012) Op 22 november 2011 heeft de Tweede Kamer de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) met bijbehorende stukken aangenomen. De Minister van Infrastructuur en Milieu heeft op 13 maart 2012 het vaststellingsbesluit zoals bedoeld in de Wet ruimtelijke ordening (Wro) van de SVIR ondertekend. Daarmee is het nieuwe ruimtelijke en mobiliteitsbeleid zoals uiteengezet in de SVIR van kracht geworden. De structuurvisie bevat een concrete, bondige actualisatie van het mobiliteit- en ruimtelijke ordeningsbeleid. Dit nieuwe beleid vervangt de Nota Mobiliteit, de Nota Ruimte en de structuurvisie Randstad 2040. De structuurvisie heeft betrekking op: rijksverantwoordelijkheden voor basisnormen op het gebied van milieu, leefomgeving, (water)veiligheid en het beschermen van unieke ruimtelijke waarden; rijksbelangen met betrekking tot (inter)nationale hoofdnetten voor mobiliteit en energie; rijksbeleid voor ruimtelijke voorwaarden die bijdragen aan versterking van de economische structuur. Bij deze aanpak hanteert het Rijk een filosofie die uitgaat van vertrouwen, heldere verantwoordelijkheden, eenvoudige regels en een selectieve rijksbetrokkenheid. Zo laat het Rijk de verantwoordelijkheid voor de afstemming tussen verstedelijking en groene ruimte op regionale schaal over aan provincies.

Daarmee wordt bijvoorbeeld het aantal regimes in het landschaps- en natuurdomein fors ingeperkt. Daarnaast wordt (boven)lokale afstemming en uitvoering van verstedelijking overgelaten aan (samenwerkende) gemeenten binnen provinciale kaders. Alleen in de stedelijke regio's rond de mainports (Amsterdam c.a. en Rotterdam c.a.) zal het Rijk afspraken maken met decentrale overheden over de programmering van verstedelijking. Overige sturing op verstedelijking zoals afspraken over percentages voor binnenstedelijk bouwen, Rijksbufferzones en doelstellingen voor herstructurering laat het Rijk los. 3.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (afgekort Barro) bevat een beperkt aantal beslissingen van wezenlijk belang uit de Structuurvisie. Deze algemene regels bewerkstelligen dat nationale ruimtelijke belangen doorwerken tot op lokaal niveau. Voor deze belangen is het Rijk verantwoordelijk en wil het resultaten boeken. Buiten deze belangen hebben decentrale overheden beleidsvrijheid. Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening en de hierbij behorende ministeriële regeling zijn op 30 december 2011 in werking getreden.

Door de (thans 14) nationale belangen vooraf in bestemmingsplannen te borgen, wordt met het Barro bijgedragen aan versnelling van de besluitvorming bij ruimtelijke ontwikkelingen en vermindering van de bestuurlijke drukte. Het plangebied ligt niet binnen één van de rijksbelangen. 3.1.3 Besluit ruimtelijke ordening (2017) Ladder voor duurzame verstedelijking (artikel 3.1.6 Bro) Om zorgvuldig ruimtegebruik te bevorderen neemt het Rijk enkel nog een 'Ladder' voor duurzame verstedelijking op. Hierdoor neemt de bestuurlijke drukte af en ontstaat er ruimte voor regionaal maatwerk. Dit betekent dat in de toelichting van een bestemmingsplan een beschrijving wordt opgenomen van de behoefte aan de voorgenomen stedelijke ontwikkeling. Indien blijkt dat de stedelijke ontwikkeling niet binnen het bestaand stedelijk gebied kan worden voorzien, bevat de toelichting een motivering daarvan en een beschrijving van de mogelijkheid om in die behoefte te voorzien op de gekozen locatie buiten het bestaand stedelijk gebied. Doel van de ladder is een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. De ladder is als een procesvereiste opgenomen in het Besluit ruimtelijke ordening. Hierna wordt de planontwikkeling getoetst aan de Ladder, zoals deze vanaf 1 juli 2017 geldt.

Toetsing initiatief aan Ladder voor duurzame verstedelijking De belangrijkste motiveringsplichten van de Ladder, namelijk dat de behoefte aan een nieuwe

Toelichting

21

bestemmingsplan Vinken Hof, Wijngaarden

ontwikkeling moet worden aangetoond en dat moet worden toegelicht – als de ontwikkeling buiten het bestaand stedelijk gebied wordt gerealiseerd – waarom het bestaand stedelijk gebied niet geschikt is voor de nieuwe ontwikkeling, vloeien voort uit andere wettelijke normen en jurisprudentie. Ook in het geval er geen sprake is van een formele 'nieuwe stedelijke ontwikkeling', moet toch het nut en de noodzaak aan die ontwikkeling en de uitvoerbaarheid daarvan worden aangetoond. In dit bestemmingsplan wordt een nieuw agrarisch bedrijf mogelijk gemaakt. Er is geen sprake van een stedelijke ontwikkeling als bedoeld in het Besluit ruimtelijke ordening. Hieronder wordt verstaan: 'ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen'. Dit wordt nader toegelicht in 3.2.2. 3.1.4 Conclusie Rijksbeleid Het rijksbeleid laat zich niet specifiek uit over dergelijke kleinschalige ontwikkelingen. Het initiatief raakt geen rijksbelangen zoals opgenomen in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte en het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening. De Ladder voor duurzame verstedelijking is niet van toepassing voor deze planontwikkeling. Vanuit rijksbeleid zijn er geen beperkingen bij deze planontwikkeling.

3.2

Provinciaal beleid

3.2.1 Omgevingsvisie Zuid-Holland Op 20 februari 2019 hebben Provinciale Staten van Zuid-Holland de Omgevingsvisie Zuid-Holland en de Omgevingsverordening Zuid-Holland vastgesteld. In het Omgevingsbeleid is al het bestaande provinciale beleid voor de fysieke leefomgeving samengevoegd in een Omgevingsvisie en Omgevingsverordening. Omdat onderdelen uit het Programma ruimte naar het visiedeel zijn omgezet, is het resterende deel hiervan nu onderdeel van het Omgevingsbeleid. Het gehele Omgevingsbeleid is alleen redactioneel gewijzigd, de beleidsinhoud is niet veranderd. Op 1 april 2019 is de geconsolideerde versie van de Omgevingsvisie in werking getreden. De provincie ziet zes richtinggevende ambities in de fysieke leefomgeving. Deze nevengeschikte ambities staan niet op zichzelf. Ze zijn geworteld in de historie, ligging en economische structuur van Zuid-Holland en gekoppeld aan de strategische uitdagingen waar deze regio voor staat. De ambities zijn de kaders waarbinnen de provincie ruimte geeft. Die ruimte kan per opgave verschillen. Door in te zetten op de zes ambities draagt de provincie bij aan het sterker maken van Zuid-Holland. Bij de zes ambities is een aantal opgaven geïdentificeerd. De opgaven zijn vanuit provinciale optiek en op een zeker abstractieniveau geformuleerd zonder een beoogde eindsituatie te schetsen.

Daarom omvat de Omgevingsvisie geen eindbeeld voor 2030 of 2050, maar wel ambities die voortkomen uit actuele maatschappelijke opgaven. Het betreft de volgende ambities: 1. 1. Naar een klimaatbestendige delta 2. Naar een nieuwe economie: the next level 3. Naar een levendige meerkernige metropool 4. Energievernieuwing 5. Best bereikbare provincie 6. Gezonde en aantrekkelijke leefomgeving In het programma Ruimte zijn de instrumenten opgenomen waarmee de doelen en ambities uit de Omgevingsvisie uitgevoerd gaan worden. Omgevingskwaliteit Verbetering omgevingskwaliteit Centraal doel van het integrale omgevingsbeleid is het verbeteren van de omgevingskwaliteit. Daarbij streeft de provincie naar een optimale wisselwerking tussen gewenste ruimtelijke ontwikkelingen en een goede leefomgevingskwaliteit. Met het provinciaal omgevingsbeleid wordt aangesloten op de maatschappelijke doelen van de Omgevingswet: het doelmatig benutten van de fysieke leefomgeving voor maatschappelijke opgaven en het bereiken en in stand houden van een goede omgevingskwaliteit. Met het samenvoegen van al het bestaande beleid voor de fysieke leefomgeving heeft de provincie een eerste stap gezet richting een meer integrale sturing op omgevingskwaliteit.

Een nadere uitwerking van het provinciale beleid voor het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit is weergegeven in de 'kwaliteitskaart' en de 'richtpunten ruimtelijke kwaliteit', behorende bij zowel de Omgevingsvisie als de Omgevingsverordening. Voor het realiseren van een goede omgevingskwaliteit werkt de provincie vanuit

22

Toelichting

bestemmingsplan Vinken Hof, Wijngaarden

twaalf samenhangende opgaven van het omgevingsbeleid die zij van provinciaal belang acht. De 12 opgaven zijn: landschap en cultuurhistorie, gezondheid en veiligheid, natuur en recreatie, ruimte en verstedelijking, wonen, bodem en ondergrond, cultuurparticipatie en bibliotheken, klimaatadaptie, zoetwater en drinkwater, bereikbaarheid, regionale economie en energievoorziening. Versterken ruimtelijke kwaliteit In de Structuurvisie heeft de provincie een kwaliteitskaart opgenomen. Deze gaat over het buitengebied (de ruimte tussen steden en dorpen) en over de rand van steden en dorpen. Op deze kaart staan kwaliteiten van Zuid-Holland benoemd. Bijvoorbeeld prachtige en unieke gebieden, variërend van kust en delta tot de veenlandschappen van het Groene Hart. De kwaliteitskaart bestaat uit een aantal legenda-eenheden. De provincie vraagt gemeenten om voor ontwikkelingen in en nabij het buitengebied de kwaliteitskaart te benutten en gebruik te maken van de opgestelde gebiedsprofielen. Het Westeinde ligt in het gebiedsprofiel Alblasserwaard & Vijfheerenlanden. In paragraaf 3.2.3 wordt hierop ingegaan. Kwaliteitskaart In de Laag van de ondergrond maakt het plangebied onderdeel uit van een 'Veencomplex - Veen'. Binnen het veengebied is een aantal plekken waar in de ondergrond nog grote veenpakketten aanwezig zijn.

Niet alleen zijn deze veenpakketten van bijzondere waarde, ook zijn deze gebieden zeer gevoelig voor bodemdaling. Als richtpunt geldt dat ontwikkelingen in het veenlandschap zorg dragen voor behoud van het veen en zijn met name bij de diepe veenpakketten gericht op het beperken van de bodemdaling. In de Laag van cultuur- en natuurlandschappen is de structuur in de veengebieden sterk bepaald door de rivieren en veenstromen, de op enige afstand daarvan aangelegde weteringen en andere ontginningsbasissen. Loodrecht daarop staan de (regelmatige) verkavelingspatronen. Het landschap is tussen deze structuren weids met lange zichtlijnen. Andere kenmerken zijn de smalle kavels, vele sloten met hoog waterpeil en overwegend grasland als bodemgebruik. Het agrarisch gebruik overheerst. Belangrijke kenmerken van het veenweidegebied zijn het contrast tussen (meer verdichte) hooggelegen boezems, linten en bovenlanden en het uitgestrekte, ingeklonken veen (open gebied). Veenstromen, dijken en kades vormen landschappelijke structuurdragers en begrenzen de (open) poldereenheden. Het gebruik richt zich op behoud van de maat van de poldereenheden, het verkavelingspatroon, de beplanting, de kades en dijken en de zichtbaarheid van water in de vorm van sloten, weteringen en boezems. Een duurzaam gebruik en eigenaarschap van het veen(weide)gebied is van belang.

Het maken van nieuwe (agrarische) natuurlandschappen met een (extensieve) recreatieve functie behoort daarbij tot de mogelijkheid. Richtpunten zijn onder andere dat nieuwe agrarische bedrijven aan bestaande ruilverkavelingslinten liggen of op een zeer goed bereikbare locatie voor zwaar verkeer. Ze vormen visuele eilanden in het veenweidelandschap door stevige, passende beplanting en een ligging op ruime afstand van elkaar. Daarnaast ligt het plangebied in een lint. Linten zijn lineaire, aangesloten bebouwing langs wegen, waterwegen of dijken met een sterke relatie met het omliggende landschap. Ze bepalen mede de kenmerken van het landschap en zijn daarvan niet los te zien. Om die reden worden linten beschouwd als onderdeel van de tweede laag. Het plangebied ligt in een polderlint: De bebouwing ligt op één niveau met de omgeving. Dit biedt ruimte voor plaatselijke verbreding van het profiel door differentiatie in kaveldiepte. Er liggen hier kansen voor ontwikkeling, mits rekening wordt gehouden met de overige karakteristieken van het lint. Bestaande linten kunnen worden verlengd met inachtneming van de uitgangspunten voor een lint, als dit bijdraagt aan de leesbaarheid van het landschap en dit de (verdere) verdichting en verdikking van hetzelfde lint voorkomt. Op de Laag van de stedelijke occupatie ligt het plangebied in het buitengebied.

Op de Laag van de beleving is het plan niet specifiek aangeduid. Uit deze kaart blijkt dat het plangebied ten oosten van het Natuurnetwerk Nederland ligt. In figuur 8 is een uitsnede van de kaart opgenomen. Een toetsing aan de richtpunten vindt plaats in paragraaf 3.2.2. Hieruit blijkt dat de ontwikkeling in overeenstemming met de Omgevingsvisie.

Toelichting

23

bestemmingsplan Vinken Hof, Wijngaarden

Figuur 8: links uitsnede Laag van de cultuur- en natuurlandschappen en rechts Laag van de beleving. Het plangebied is zwart omlijnd. Conclusie De Omgevingsvisie is zelfbindend voor de provincie. Deze planontwikkeling maakt een agrarisch bouwvlak mogelijk voor een nieuw agrarisch bedrijfscomplex, waarbij rekening wordt gehouden met de kernkwaliteiten van het landschap. Het agrarisch bouwvlak wordt landschappelijk ingepast. 3.2.2 Omgevingsverordening Zuid-Holland Provinciale Staten van Zuid-Holland hebben op 20 februari 2019 de Omgevingsverordening Zuid-Holland vastgesteld. In deze verordening zijn alle regels voor de fysieke leefomgeving van het bestaande provinciale omgevingsbeleid samengevoegd. Voor zover relevant worden deze hieronder toegelicht. Ladder voor duurzame verstedelijking De in het Besluit ruimtelijke ordening opgenomen Ladder voor duurzame verstedelijking is opgenomen in artikel 6.10 van de Omgevingsverordening. Op grond van dit artikel dient een bestemmingsplan waarin een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk wordt gemaakt te voldoen aan artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening. Indien in de behoefte aan de stedelijke ontwikkeling niet binnen het bestaand stads- en dorpsgebied kan worden voorzien en voor zover daarvoor een locatie groter dan 3 hectare nodig is, wordt gebruik gemaakt van locaties die zijn opgenomen in het Programma ruimte.

Toetsing aan ladder voor duurzame verstedelijking Dit bestemmingsplan maakt een agrarisch bouwvlak mogelijk voor een nieuw op te richten agrarisch bedrijf. Hier is geen sprake van een stedelijke ontwikkeling, zoals opgenomen in de definitie in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) en de begripsbepaling in de Omgevingsverordening. Toetsing aan de Ladder is niet nodig. Ruimtelijke kwaliteit Op grond van artikel 6.9, lid 1 van de Omgevingsverordening (Ruimtelijke kwaliteit) kan een bestemmingsplan voorzien in een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling, onder de volgende voorwaarden ten aanzien van ruimtelijke kwaliteit: a. de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, voorziet geen wijziging op structuurniveau, past bij de aard en schaal van het gebied en voldoet aan de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart (inpassen); b. als de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, maar wijziging op structuurniveau voorziet (aanpassen), wordt deze uitsluitend toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft door: 1. zorgvuldige inbedding van de ontwikkeling in de omgeving, rekening houdend met de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart, en 2. het zo nodig treffen van aanvullende ruimtelijke maatregelen zoals bedoeld in het derde lid.

24

Toelichting

bestemmingsplan Vinken Hof, Wijngaarden

c. als de ruimtelijke ontwikkeling niet past bij de bestaande gebiedsidentiteit (transformeren), wordt deze uitsluitend toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit van de nieuwe ontwikkeling is gewaarborgd door: 1. een integraal ontwerp, waarin behalve aan de ruimtelijke kwaliteit van het gehele gebied ook aandacht is besteed aan de fysieke en visuele overgang naar de omgeving en de fasering in ruimte en tijd, alsmede rekening is gehouden met de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart, en 2. het zo nodig treffen van aanvullende ruimtelijke maatregelen zoals bedoeld in het derde lid. Toelichting Omgevingsverordening Het kwaliteitsbeleid gaat uit van 'ja, mits': ruimtelijke ontwikkelingen zijn mogelijk, met behoud of verbetering van de ruimtelijke kwaliteit en geldt in principe voor het grondgebied van de gehele provincie, dat wil zeggen zowel de groene ruimte als de bebouwde ruimte. De provincie hanteert hier het handelingskader ruimtelijke kwaliteit: een benadering die enerzijds onderscheid maakt in drie soorten ruimtelijke ontwikkelingen (nieuwe bebouwing of nieuw gebruik van grond of bebouwing) naar gelang hun impact op de omgeving en anderzijds de realisatie van bepaalde soorten ruimtelijke ontwikkelingen uitsluit in gebieden met een bepaalde beschermingscategorie.

Dit betekent dat ruimtelijke ontwikkelingen 1) moeten passen binnen de bestaande gebiedsidentiteit en 2) moeten voldoen aan de relevante richtpunten van de Kwaliteitskaart. Als een ontwikkeling niet past bij de aard en/of de schaal van het gebied zijn ontwerpoptimalisaties, inpassingsmaatregelen of aanvullende ruimtelijke maatregelen nodig om de ruimtelijke kwaliteit te behouden of te verbeteren. Toetsing aan ruimtelijke kwaliteit Gelet op het uitgangspunt dat de ruimtelijke kwaliteit als gevolg van ontwikkeling per saldo niet afneemt, dient de toetsing aan ruimtelijke kwaliteit een integraal onderdeel te vormen van de planvorming en afweging. Voor ruimtelijke ontwikkelingen die niet passen bij de aard en/of de schaal van het gebied zijn ontwerpoptimalisaties, inpassingsmaatregelen of aanvullende ruimtelijke maatregelen nodig om de ruimtelijke kwaliteit te behouden of te verbeteren. Op de Kwaliteitskaart is het plangebied aangeduid als 'veen(weide)gebied' en 'lint'. Als richtpunten voor veen(weide)gebied' wordt onder andere het volgende aangehouden: Bewaren diversiteit aan verkavelingspatronen. Lengtesloten zijn beeldbepalend en worden behouden. Ontwikkelingen houden rekening met het behoud van kenmerkende landschapselementen. Ontwikkelingen dragen bij aan behoud van de maat en weidsheid van de poldereenheden.

Nieuwe bebouwing en bouwwerken worden geplaatst binnen de bestaande structuren/ linten en niet in de veenweidepolders. Voor ontwikkelingen in het lint geldt als richtpunt dat de bebouwing op één niveau met de omgeving ligt. Dit biedt ruimte voor plaatselijke verbreding van het profiel door differentiatie in kaveldiepte. Er liggen hier kansen voor ontwikkeling, mits rekening wordt gehouden met de overige karakteristieken van het lint. Onderhavige planontwikkeling voorziet in het oprichten van een nieuw agrarisch bouwvlak om een merrie- & veulencentrum met bedrijfswoning mogelijk te maken. Deze ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit van het buitengebied waar al meer agrarische bedrijven zijn gevestigd in het lint aan het Westeinde. Het bedrijf wordt landschappelijk ingepast op basis van een landschapsinrichtingsplan. Voorts wordt geïnvesteerd in natuurontwikkeling door aanleg van een klompenpad nabij het Alblasserbos. De verkavelingspatronen, kenmerkende landschapselementen en de poldereenheden worden hierdoor gerespecteerd. Het nieuwe agrarische bouwvlak past qua aard en schaal bij wat er al is, waarbij de aanwezige kavelstructuur niet wordt aangetast. Dit betekent dat sprake is van 'inpassing', zodat aanvullende maatregelen op het vlak van ruimtelijke kwaliteit niet nodig zijn voor deze onderdelen van het plan.

Agrarische bedrijven De algemene regels voor agrarische bedrijven zijn opgenomen in artikel 6.18, lid 1. Hierin is vastgelegd dat een bestemmingsplan voor agrarische gronden aan de volgende voorwaarden dient te voldoen: a. nieuwe agrarische bebouwing, uitgezonderd kassen en schuilgelegenheden voor vee, wordt geconcentreerd binnen een bouwperceel van maximaal 2 hectare;

Toelichting

25

bestemmingsplan Vinken Hof, Wijngaarden

b. nieuwe agrarische bebouwing is alleen mogelijk als deze noodzakelijk en doelmatig is voor de bedrijfsvoering van volwaardige agrarische bedrijven; c. bij een volwaardig agrarisch bedrijf wordt ten hoogste één agrarische bedrijfswoning toegelaten. Toetsing aan regels voor agrarische bedrijven Uitgangspunt van het beleid is dat voldoende ruimte wordt geboden voor landbouw, zodat de landbouw een vitale sector blijft en waar mogelijk bijdraagt aan behoud en versterken van landschappelijke kernkwaliteiten en biodiversiteit. Sprake is van een nieuw agrarisch bedrijfsperceel dat groot is circa 1 ha. Het nieuwe bouwvlak brengt geen belemmeringen met zich mee voor de bedrijfsvoering van de omliggende agrarische bedrijven en woningen. Dit wordt aangetoond in paragraaf 5.1.2 Milieuzonering. Natuurnetwerk Nederland In artikel 6.24, lid 1 is opgenomen dat een bestemmingsplan voor gronden binnen het Natuurnetwerk Nederland (NNN), onderverdeeld in bestaande en nieuwe natuur, waternatuurgebied en ecologische verbinding, waarvan de plaats geometrisch is bepaald en verbeeld op ‘Kaart 7 Natuurnetwerk Nederland’, geen bestemmingen aanwijst die de instandhouding en ontwikkeling van de wezenlijke kenmerken en waarden van deze gebieden significant beperken, of leiden tot een significante vermindering van de oppervlakte, kwaliteit of samenhang van die gebieden.

Het plangebied ligt buiten de westelijk gelegen bestaande natuur van NNN, zoals op kaart 7 is weergegeven (zie figuur 8), zodat deze ontwikkeling niet leidt tot een vermindering van dit NNN-gebied. Conclusie Het nieuwe bouwvlak voor een merrie- & veulencentrum met bedrijfswoning voldoet aan de provinciale belangen met betrekking tot regels voor ruimtelijke kwaliteit en agrarische bedrijven, zodat het bestemmingsplan in overeenstemming is met de provinciale belangen. 3.2.3 Gebiedsprofiel Alblasserwaard & Vijfheerenlanden De provincie Zuid-Holland heeft op 19 december 2012 het gebiedsprofiel Alblasserwaard & Vijfheerenlanden vastgesteld. Een gebiedsprofiel omvat een beschrijving van karakteristieken (wat is er), ontwikkeling (wat speelt er), kwaliteiten (wat is waardevol) en ambitie (wat willen we) van het landschap van het betreffende gebied. Het gebiedsprofiel is in samenwerking met gemeenten en andere overheden en gebiedspartners opgesteld als gezamenlijke basis voor de ruimtelijke kwaliteit van dit gebied. Gedeputeerde Staten stellen het gebiedsprofiel vast als bevestiging van dit gezamenlijke vertrekpunt en tegelijk als uitgangspunt voor provinciale plannen. Het gebiedsprofiel is een handreiking om de kwaliteit van plannen en ontwikkelingen te stimuleren om zo de ruimtelijke kwaliteit te behouden of te versterken.

Het gebiedsprofiel bevat een schat aan informatie die gebruikt kan worden om te bepalen met welke kwaliteiten het wenselijk is rekening te houden bij ruimtelijke ontwikkelingen. Het gebiedsprofiel is de basis voor het plannen met kwaliteit. Elke ontwikkeling vraagt uiteindelijk om maatwerk. Het gebied is grotendeel planmatig ontgonnen. Vanuit de ontginningsbasis werd volgens een vaste maat naar achteren toe gewerkt. Het hele gebied kent een min of meer gelijke verkavelingswijze. Het zogenaamde cope-systeem bestaat uit langgerekte relatief smalle percelen. Door het dempen van sloten is de typische cope-maat, een kavelbreedte van ongeveer 100 meter, veelal verdwenen. Veenweidegebied In het open gebied zijn de linten ruimtelijk dominant. Alle linten zijn organisch gegroeid, kennen een afwisselende bebouwing en variëren in dichtheid en daarmee ook in doorzichten naar het achterland. In het landelijk gebied van de Alblasserwaard en Vijfheerenlanden vinden we bebouwingslinten langs de veenstromen en op de stroomruggen. De linten in de Alblasserwaard zijn veelal compact en begrensd door het water. Daarbij zijn er zowel enkele linten, met de bebouwing aan een zijde van het water, als dubbele linten, waarbij de bebouwing aan beide zijden van het water staat.

In sommige linten is de bebouwing op het water georiënteerd terwijl op andere locaties de bebouwing juist met de rug naar het water staat. Met name de veenlinten van de Alblas en Giessen zijn ruimtelijk dominant. Ze kennen een sterke oostwest oriëntatie. Veenweide De Alblasserwaard kan worden gekenmerkt als een open gebied met een duidelijke oostwest oriëntatie

26

Toelichting

bestemmingsplan Vinken Hof, Wijngaarden

en een regelmatige verkaveling Ontwikkelingen De dynamiek, die van invloed kan zijn op het ruimtelijke beeld van het waterrijke veenweide landschap, komt vooral voort vanuit de ontwikkeling van de landbouw. Ruimtelijk gezien lijkt de landbouwkundige schaalvergroting de volgende gevolgen te hebben: Vergroting van de bouwkavels van 1,5 naar 2 hectare als gevolg van de toename van bebouwing en mogelijke installaties zoals bijvoorbeeld biovergisting. Een aantal nieuwe boerderijlocaties. Deze twee punten hebben vooral gevolgen voor de linten. Aanpassingen in de kavelstructuur zullen nog steeds plaatsvinden. Ambities Vanuit de Provinciale Kwaliteitskaart zijn de volgende relevant zijnde algemene ambities voor het waterrijke veenweidegebied geformuleerd: Nieuwe agrarische bedrijven liggen aan boerenervenlinten en vormen visuele eilanden in het veenweidelandschap door stevige, passende beplanting en een ligging op ruime afstand van elkaar. Behoud van de veenstroom, de dijk en de kade als herkenbare landschappelijke structuurdragers van het veen(weide)landschap en als begrenzing van de poldereenheden. Het gebruik is zoveel mogelijk gericht op behoud van de karakteristieken (maat van de poldereenheden, verkavelingspatroon, beplanting, kades en dijken, de zichtbaarheid van water in de vorm van sloten, weteringen en boezems).

Ontwikkelingen zijn gericht op een duurzaam gebruik en eigenaarschap van het veen(weide) gebied. Het maken van nieuwe (agrarische) natuurlandschappen met een (extensieve) recreatieve functie zijn een mogelijkheid. Linten blijven linten De meeste bebouwing in het landelijk gebied is in de lintbebouwing geconcentreerd. De linten zorgen voor een geleding van het landschap, het zijn grenzen van de kamers. De linten kennen een hoge mate van transparantie in de vorm van doorzichten naar het achterliggende gebied. De linten kennen een voortdurende dynamiek van inbreiden, herstructureren en aanvullen. Veenlinten De veenlinten liggen meestal op hogere delen. In de Alblasserwaard hebben de meeste linten een veel gestrekter karakter dan linten in Vijfheerenland. De linten zijn hier compacter: de bebouwing staat vaak aaneengesloten, het profiel is smaller en de kavels liggen dichter op het water. Binnen deze linten komt veel variatie voor. Kijkend naar de positie van de bebouwing ten opzichte van de waterloop zijn er enkelzijdige linten, dubbelzijdige linten en ook dubbele linten (langs de Alblas en de Graafstroom) waarbij de bebouwing met de achterzijde naar het water staat. Ontwikkelingen Bij de veenlinten zien we geen grote contingenten meer van nieuwbouw maar veeleer een sluipende transformatie in de vorm van sloop, herbouw en verdichting.

Bij de agrarische bedrijven in de linten bestaat vaak de behoefte aan het verder vergroten van de bouwkavel. Bestaande bedrijfslocaties worden regelmatig omgebouwd en herbestemd. Ambities Voor veenlinten ligt de bebouwing op één niveau met de omgeving. Dit biedt ruimte voor plaatselijke verbreding van het profiel door differentiatie in kaveldiepte. Er liggen hier kansen voor ontwikkeling, mits rekening wordt gehouden met de overige karakteristieken van het lint. Spiegeling planontwikkeling aan Gebiedsprofiel Alblasserwaard en& Vijfheerenland In het veenlint wordt een nieuw agrarisch bedrijf opgericht. Het bouwvlak wordt landschappelijk ingepast, waarbij de westelijk gelegen veenstroom wordt gerespecteerd. Het erf bij de nieuwe woning wordt landschappelijk ingepast met erfbeplanting, waardoor zij als een groen eilandje naast de oostelijk gelegen bedrijfsbebouwing komt te liggen. Door aanleg van een klompenpad wordt een bijdrage geleverd aan een betere bereikbaarheid van de aanwezige recreatieve routes nabij het Alblasserbos. Het agrarische karakter van de polder blijft behouden Verderop gelegen woningen ondervinden geen hinder van de uitbreiding van de agrarische bedrijvigheid.

Toelichting

27

bestemmingsplan Vinken Hof, Wijngaarden

Conclusie De bebouwing staat met ‘het gezicht’ naar de weg, waarbij de agrarische bedrijfsgebouwen landschappelijk worden ingepast. Het veenlint in het veenweidegebied blijft beleefbaar, zodat per saldo de ruimtelijke kwaliteit tenminste gelijk blijft. Hiermee wordt een bijdrage geleverd aan een strategie van 'behoud, herstel en ontwikkeling': behoud van de nabijgelegen veenstroom, zonder daarmee 'het gebied op slot te zetten' (ontwikkeling), waarbij tevens het recreatieroutenetwerk kan worden verbeterd. Het agrarische bouwvlak is in overeenstemming met de uitgangspunten van het ambitiebeeld van het Gebiedsprofiel.

3.3

Gemeentelijk beleid

3.3.1 Structuurvisie Graafstroom De Structuurvisie Graafstroom heeft de voormalige gemeenteraad van Graafstroom op 29 maart 2011 vastgesteld. Deze structuurvisie is per 1 januari 2015 van rechtswege vervallen. Er is geen verlengingsbesluit genomen, maar het 'gedachtengoed leeft voort' als toetsingskader. Doelstellingen De Structuurvisie verschaft helderheid in het ruimtelijk beleid van de voormalige gemeente Graafstroom en de wijze waarop zij deze tot uitvoering wil brengen. Deze helderheid is gewenst voor inwoners en ondernemers, als ook voor andere (semi-)overheden en maatschappelijke partners. De gemeente beoogt met de opstelling van de Structuurvisie meerdere inhoudelijke en procesmatige doelen te bereiken: Integrale visievorming voor de lange termijn. Bijeenbrengen en afwegen van belangen (inhoudelijk en procesmatig). Toetsings- en inspiratiekader voor ruimtelijke beslissingen: 1. ‘bottom-up’ voor regionale en provinciale planvorming; 2. ‘top-down’ voor ruimtelijke initiatieven. Basis voor uitwerking in sectoraal beleid en in juridisch-planologische kaders (zoals bestemmingsplannen). Basis voor uitvoering: stellen locatie-eisen, verhalen bovenplanse kosten, vestigen voorkeursrecht. Linten De laatste jaren is de bebouwing in de linten toegenomen. Vaak zijn boerderijen gesloopt en vervangen door villabebouwing, groter dan voorheen, maar bovenal anders van karakter.

De oorspronkelijke gebouwen in het lint kennen een vanzelfsprekende situering, zij voegen zich in het ritme en de rooilijn van het lint. Historische gebouwen worden afgewisseld door nieuwere bebouwing en verschillende functies komen hier voor. Dit is tegelijkertijd de charme van het gebied. Plaatselijk zijn doorzichten naar het achterliggende landschap behouden. Veelal zijn deze echter door verdergaande verstedelijking verdwenen. De nog aanwezige doorzichten zijn derhalve waardevol en geven het gebied het karakteristieke uiterlijk. Visie op hoofdlijnen Met behulp van de Structuurvisie wordt een belangrijke strategische stap gezet naar een vitale gemeente waar het goed wonen, werken en leven is voor jong en oud. Met behulp van de Structuurvisie wordt getracht bedreigingen om te buigen in kansen en kansen om te zetten in concrete activiteiten. Daarmee is het in de gemeente ook in de toekomst ‘prettig samenleven in een groene oase van rust en ruimte’. De visie is vooral gericht op het behoud van het bestaande. Het karakteristieke landschap, de cultuurhistorisch waardevolle elementen, het relatief grote voorzieningenaanbod dat zo kenmerkend is voor de gemeente en de dynamiek in de kernen en linten. De bestaande kwaliteiten vormen het uitgangspunt voor veranderingen. Dit dient te gebeuren door de aanwezige kansen te benutten. De agrarische sector blijft de drager van het landschap.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Molenlanden&id=026f8416-41b9-45d2-9371-4830c256c3bd