Bijlage 1 toelichting bp Nieuw-Lekkerland, Middelweg 2
Tekst van het document
Figuur 4.4: CROW richtlijn 381
In totaal is derhalve in de bestaande situatie sprake van een parkeervraag van 16,8 tot 22,1 parkeerplaatsen en derhalve gemiddeld afgerond 20 parkeerplaatsen.
32
Op eigen terrein is thans ruimte voor het parkeren van circa 3 auto’s. Dit betekent dat feitelijk in het openbare gebied 17 parkeerplaatsen aanwezig zijn die ‘gelabeld’ kunnen worden aan de locatie Middelweg 2. Nieuwe parkeervraag Het bouwplan voorziet in de nieuwbouw van een woongebouw met 13 appartementen. Het gaat om koopappartementen. Elk appartement krijgt 1 parkeerplaats in het souterrain van het woongebouw. In het souterrain komt nog één parkeerplaats extra, derhalve komen er intern in totaal 14 parkeerplaatsen. Daarnaast wordt één parkeerplaats buiten het gebouw op eigen terrein gerealiseerd, derhalve in totaal 15 parkeerplaatsen.
Figuur 4.5 indeling souterrain
Er zijn 7 kleinere appartementen die als koop, etage, goedkoop zijn in te schalen, 5 als koop, etage, midden en het penthouse als koop, etage, duur. Dit levert dit de volgende parkeervraag op.
33
Figuur 4.6: CROW richtlijn 381
Voor de berekening van de parkeervraag is uitgegaan van het gemiddelde in het middensegment. Derhalve 13 x 1,9 = 24,7 parkeerplaatsen, afgerond 25. Middels een parkeeronderzoek is aangetoond dat er gemiddeld op het drukte moment (ochtend) 21 van de 35 (38 – 2 laadplekken – 1 GPP) openbare parkeerplaatsen in de omgeving van het plangebied bezet zijn. Uitgaande dat een bezetting van 80% acceptabel is betekent dat 28 plaatsen die bezet mogen zijn (80% van 35pp). Er is derhalve een overcapaciteit van 7 parkeerplaatsen (28-21). Er zal door de bewoners gebruik kunnen worden gemaakt van een zogenaamde deelauto. In Factsheet 9 parkeerregulering voor autodelen verwijst het CROW naar de parkeernota van de gemeente Wageningen waarin men de volgende bepaling heeft opgenomen ‘Bij woningbouwprojecten waarbij een deelauto structureel deel uitmaakt van het woonaanbod zijn per deelauto 4 parkeerplaatsen minder nodig’. De deelauto heeft zelf ook een plaats nodig dus reduceert dit de parkeerbehoefte met 3 plaatsen. Dit resulteert in de volgende berekening: 13 Parkeerplaatsen onder pand (excl deelauto) 1 parkeerplaats onder pand voor deelauto 3 reductie inzet deelauto 7 overcapaciteit openbare ruimte ----------+ 24 totaal parkeeraanbod Parkeerbehoefte is 25, waardoor er 1 parkeerplaats tekort zou zijn. Deze parkeerplaats wordt op eigen terrein buiten het gebouw gecreëerd.
Conclusie Het plan is uit oogpunt van verkeer uitvoerbaar. 4.11 Milieueffectrapportage Ingevolge het Besluit milieueffectrapportage en het Besluit omgevingsrecht moet bij ontwikkelingen worden bekeken of de ruimtelijke ontwikkeling ook uit milieuoogpunt aanvaardbaar is en of er een Milieueffectrapportage moet worden opgesteld. Op grond van de D-lijst uit het besluit Mer moet er in ieder geval een Milieueffectrapportage worden opgesteld bij de aanleg of wijziging van een stedelijk ontwikkelingsproject dat een oppervlakte van 100 hectare of meer dan wel de bouw van 2000 of meer woningen omvat. 34
In onderhavig bestemmingsplan gaat het om de afwijking van een bestemmingsplan voor de realisering van 13 appartementen. Daarom heeft er een vormvrije merbeoordeling plaatsgevonden. De impact van dit plan is beperkt en de milieugevolgen zijn in de hiervoor opgenomen hoofdstukken voldoende in kaart gebracht. Het is uitgesloten dat er milieugevolgen voor het gebied optreden. Om deze reden is het niet vereist dat er een Milieueffectrapportage wordt opgesteld.
4.12 Duurzaamheid Bij de verdere ontwikkeling is het de inzet om het gebouw zo duurzaam mogelijk te maken aangaande verbruik van energie, terwijl het gebouw tevens zo duurzaam mogelijk dient te worden ingepast in de omgeving. Met het oog daarop wordt onder andere aandacht besteed aan: -energiebesparing, zeer goed geïsoleerde appartementen -gebruik van duurzame materialen -respect voor het milieu -lage fossiele brandstof behoefte -een gezond binnenmilieu -duurzaam slopen, waarbij materialen opnieuw kunnen worden gebruikt
35
5. Juridische planbeschrijving. Dit bestemmingsplanplan bestaat uit een: -Toelichting -Regels -Verbeelding Op 1 juli 2008 is de Wet ruimtelijke ordening (Wro) en het daarbij behorende Besluit ruimtelijke ordening (Bro) in werking getreden. Deze wet vormt het wettelijk kader voor bestemmingsplannen. Vanaf 1 januari 2010 moeten alle nieuwe ruimtelijke plannen digitaal, uitwisselbaar en vergelijkbaar worden gemaakt. Het gaat om bestemmingsplannen, provinciale verordeningen, Algemene maatregelen van Bestuur (AMvB's) en structuurvisies. Uitgangspunt hierbij is dat gemeenten, provincies en departementen verantwoordelijk zijn voor het maken en beheren van hun eigen ruimtelijke plannen en verordeningen. Tevens worden deze plannen en verordeningen digitaal beschikbaar gesteld voor burgers, bedrijven en medeoverheden. Een vergelijkbaar ruimtelijk plan is opgebouwd volgens de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen, editie 2012 (SVBP2012), die is verankerd in het Besluit ruimtelijke ordening. De SVBP2012 is toegepast in de planregels en verbeelding. Daarnaast is in de nieuwe Besluit ruimtelijke ordening een aantal bepalingen opgenomen waaraan de regels van bestemmingsplannen moeten voldoen. Het gaat hierbij om een aantal begrippen, wijze van meten, regels ten aanzien van het overgangsrecht en de antidubbeltelregel.
Het voorliggende plan is opgebouwd en vormgegeven conform de bindende afspraken van de SVBP2012. Opzet verbeelding. Op het renvooi wordt de betekenis aangegeven van de bestemmingen en de aanduidingen. Binnen dit plan is de bestemming ‘Wonen’ van toepassing, met een maximum van 13 wooneenheden. Daarnaast geldt er een dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 2’ voor bescherming van de eventueel aanwezige archeologische waarden. Ter bescherming van de Waterstaatfunctie zijn de dubbelbestemming ’Waterstaat- Waterkering’ en de aanduidingen ‘vrijwaringszone – dijk-1’ en ‘vrijwaringszone –dijk-2’ opgenomen. Opzet regels Overeenkomstig SVBP2012 kent de indeling in hoofdstukken, waarin de regels zijn opgenomen, de volgende vaste volgorde. De juridische regeling bestaat uit vier hoofdstukken. Het eerste hoofdstuk bevat de definities van begrippen, die voor het algemene begrip, de leesbaarheid en uitleg van het plan van belang zijn en de wijze van meten. In hoofdstuk twee wordt op de bestemmingen en hun gebruik ingegaan. Het derde hoofdstuk gaat in op de algemene regels. De overgangs- en slotregel maken onderdeel uit van het vierde hoofdstuk.
36