CConstaterende datMolenlanden
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 - Toelichting bestemmingsplan ‘Vertreklocatie gemeentehuis Hoornaar’

Raadsvergadering 19 maart 2024, gemeente MolenlandenBij agendapunt: 5a. Bestemmingsplan Vertreklocatie gemeentehuis Hoornaar17.368 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

BESTEMMINGSPLAN VERTREKLOCATIE GEMEENTEHUIS, HOORNAAR

ORDITO.NL

BESTEMMINGSPLAN VERTREKLOCATIE GEMEENTEHUIS, HOORNAAR GEMEENTE MOLENLANDEN Planstatus

Vastgesteld

Datum

30 - 01 - 2024

Plan identificatie

NL.IMRO.1978.BPGroeneweg33HNR-VG01

Auteur(s)

Ordito

Ordito b.v.

E

info@ordito.nl

Postbus 94

T

0161 801 022

5126 ZH

I

www.ordito.nl

Gilze

KVK

54811554

TOELICHTING

1.

Inleiding

1.1 1.2 1.3 1.4

Aanleiding Ligging en begrenzing plangebied Vigerende bestemmingsplannen Leeswijzer

2.

Bestaande situatie

2.1 2.2

Historie en ruimtelijke structuur omgeving Bestaande situatie

3.

Planbeschrijving

3.1 3.2. 3.3. 3.4. 3.5

Algemeen Ruimtelijke hoofdstructuur Duurzaamheid Concept stedenbouwkundig plan Verkeer en parkeren

4.

Beleidskader

4.1 4.2 4.3. 4.4

Rijksbeleid Provinciaal beleid Regionaal beleid Gemeentelijk beleid

5.

Randvoorwaarden

5.1 5.2 5.3 5.4 5.6 5.7 5.8 5.9 5.10

Archeologie en cultuurhistorie Bedrijven en milieuzonering Bodemkwaliteit Externe veiligheid Geluid Luchtkwaliteit Natuurwetgeving Water M.e.r.-beoordeling

6.

Juridische regelgeving

6.1 6.2 6.3

Inleiding Systematiek van de regels Beschrijving van de bestemmingen

7.

Uitvoerbaarheid

7.1 7.2

Economische uitvoerbaarheid Maatschappelijke uitvoerbaarheid

3 3 4 5

6 7

10 10 12 12 14

16 18 21 22

25 27 28 30 33 35 36 41 48

50 50 51

52 52

|2

Bijlagen: Bijlage 1: Ambitiewijzer duurzaamheid Bijlage 2: Archeologisch onderzoek Bijlage 3: Verkennend bodemonderzoek Bijlage 4: Quickscan Natuur Bijlage 5: Aanvullend onderzoek vleermuizen Bijlage 6: Stikstof onderzoek Bijlage 7: Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Bijlage 8: Nota van zienswijzen

NL.IMRO.1978.BPGroeneweg33HNR-VG01

Bestemmingsplan gemeentehuis Hoornaar

|3

1.

INLEIDING

1.1

Aanleiding

De aanleiding voor het opstellen van een bestemmingsplan is het voornemen om de vertreklocatie van het gemeentehuis Hoornaar aan de Groeneweg in Hoornaar (gemeente Molenlanden) te herontwikkelen naar woningbouw. De locatie aan de Groeneweg komt vrij met de verhuizing van het gemeentehuis naar een nieuwe locatie in Bleskensgraaf. Vanwege de grote woningbehoefte in de gemeente Molenlanden wordt ingezet op een herontwikkeling naar wonen. In het vigerende bestemmingsplan heeft het plangebied grotendeels de bestemming ‘Maatschappelijk”. Binnen deze bestemming zijn uitsluitend maatschappelijke en culturele voorzieningen toegestaan. Een klein gedeelte van het perceel heeft de bestemming ‘Bedrijf’ met de functieaanduiding ‘Nutsvoorziening’. Om de herontwikkeling naar ‘Woongebied’ juridisch -planologisch mogelijk te maken is een herziening van het bestemmingsplan noodzakelijk. Voorliggend bestemmingsplan voorziet in een uitwerking van het bestemmingsplan voor de genoemde locatie.

1.2

Ligging en begrenzing plangebied

Het plangebied van het gemeentehuis aan de Groeneweg 33 is gelegen aan de zuidzijde van het dorp Hoornaar in de gemeente Molenlanden. Aan de noordzijde wordt het plangebied begrensd door woonbuurt de Schans en aan de oostzijde door woningen aan de Fazantstraat. Aan de zuidzijde wordt het plangebied begrensd door de Weide en Leeuwerikshof. Aan de westzijde wordt het plangebied begrensd door de Groeneweg waar aan de overzijde vrijstaande woningen zijn gelegen.

NL.IMRO.1978.BPGroeneweg33HNR-VG01

Bestemmingsplan gemeentehuis Hoornaar

|4

Figuur 1: Ligging plangebied

1.3

Vigerende bestemmingsplannen

Ter plaatse van het plangebied vigeert het bestemmingsplan “Dorpskern Hoornaar” vastgesteld op 26 januari 2012 door de voormalige gemeente Giessenlanden. Naar aanleiding van een gerechtelijke uitspraak is het bestemmingsplan deels onherroepelijk vastgesteld. Voor één specifieke locatie van een inwoner (bestemming ‘tuin’ is door de rechter anders besloten). Het plangebied heeft op grond van dit bestemmingsplan de enkelbestemmingen ‘Maatschappelijk’ en ‘Bedrijf’ met een bouwvlak, en de dubbelbestemmingen ‘Waarde-archeologie-3’ en ‘LeidingRiool’. Voor de bestemming ‘Maatschappelijk’ geldt daarnaast een maximale goothoogte van 6 meter, een maximale bouwhoogte van 10 meter en een maximum bebouwingspercentage van 75% van het terrein binnen het bouwvlak. Voor de bestemming ‘Bedrijf’ geldt een functie aanduiding ‘nutsvoorziening’ en een maximale bouwhoogte van 3 meter. Voor het plangebied geldt tevens de ‘Parapluherziening Parkeren’ (vastgesteld 27 oktober 2020 door de gemeente Molenlanden). Het doel van de parapluherziening is het bieden van een eenduidige regeling ten aanzien van het aspect ‘parkeren’ in de gemeente Molenlanden. Dit paraplubestemmingsplan vormt de juridische vertaling van het parkeerbeleid. De parkeerregeling uit deze Parapluherziening is verwerkt in dit bestemmingsplan.

Tot slot geldt voor het plangebied het ‘Paraplubestemmingsplan Huisvesting Arbeidsmigranten’ (vastgesteld 26 oktober 2021 door de gemeente Molenlanden). Het doel van dit NL.IMRO.1978.BPGroeneweg33HNR-VG01

Bestemmingsplan gemeentehuis Hoornaar

|5 paraplubestemmingsplan is het reguleren van verkameren van woningen in de gemeente Molenlanden.

Figuur 2: Verbeelding- Vigerend bestemmingsplan

1.4

Leeswijzer

De toelichting is opgebouwd uit verschillende hoofdstukken. In hoofdstuk 2 wordt allereerst ingegaan op de huidige situatie van het plangebied, waarna in hoofdstuk 3 de beoogde toekomstige situatie wordt weergegeven. Een beschrijving van het relevante beleidskader op Rijks-, provinciaal, regionaal en gemeentelijke niveau staat in hoofdstuk 4. Vervolgens komen in hoofdstuk 5 de milieukundige randvoorwaarden en onderzoeken aan de orde. De juridische opzet van het plan staat in hoofdstuk 6. De economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid wordt in hoofdstuk 7 beschreven.

NL.IMRO.1978.BPGroeneweg33HNR-VG01

Bestemmingsplan gemeentehuis Hoornaar

|6

2.

BESTAANDE SITUATIE

2.1

Historie en ruimtelijke structuur omgeving

De identiteit van Hoornaar wordt in hoge mate bepaald doordat meerdere landschappelijke elementen (zoals donken, veenstromen, weteringen, veenweiden, boomgaarden, knotwilgen, elzensingels en wielen) gezamenlijk voorkomen in de directe nabijheid van het dorp. Door Hoornaar stroomt het kleine veenriviertje: ‘De Kromme Giessen’ en de boezem: ‘De Vort’. Langs Hoornaar stroomt de veenrivier: ‘De Giessen’. Hoornaar bestaat uit een oud, historisch dorpsgebied ten noorden van de Hoge en Lage Giessen (in het bijzonder langs de Dorpsweg) en uit een recenter twintigste-eeuws dorpsgebied ten zuiden van de Hoge en Lage Giessen. Bijzonder karakteristiek voor het oud, historisch dorpsgebied is de ligging van de dorpsbebouwing op een reeks van donken. De aanwezigheid van een hoge, langgerekte donkenreeks binnen het veenlandschap heeft geleid tot een sterke concentratie van bebouwing aan de Dorpsweg. Dit deel van Hoornaar kenmerkt zich door een opvallend dicht bebouwingspatroon aangevuld met opvallende verschillen in aanleg– en bouwhoogten van de bebouwing, en door de verschillen in afstand van de bebouwing tot aan de weg. Het kleine veenriviertje: ‘De Kromme Giessen’ vormt de overgang van de oude dorpskern naar het nieuwere dorpsgebied ten zuiden van de straten: ‘Lage en Hoge Giessen’.

De aan weerszijden van deze zone gelegen watergangen en het bebouwingslint zorgen voor een relatief groene overgangszone die het oude dorp en de latere planmatig ontwikkelde nieuwbouwbuurten aan weerszijden van de Groeneweg nadrukkelijk van elkaar scheidt. De woningen ten zuiden van de Hoge en Lage Giessen bestaan veelal uit rijwoningen. Groeneweg en omgeving Voorheen ging ten zuiden van de Lage en Hoge Giessen de hoog gelegen Dorpsweg over in de Gorinchemscheweg, een eenvoudige polderweg naar Gorinchem. De bebouwing langs deze nu Groeneweg geheten polderweg dateert uit de laatste decennia van de vorige eeuw. De bebouwing bestaat uit twee direct ten zuiden van de Lage en de Hoge Giessen gelegen kleinschalige woonbuurten (bij de Schans en bij Vissersland/Giessenland), het gemeentehuis en het voormalige politiebureau met de daarbij gelegen woonbuurt van de Fazantstraat en Leeuwerikshof en uit het bijzonder ruim opgezette bebouwingslint aan weerszijden van de Groeneweg. Door de waterlopen met brede groene oeverstroken van de Lage en Hoge Giessen en de watergang langs de Groeneweg nemen deze planmatig ontwikkelde woonbuurten een geheel eigen plaats in binnen de stedenbouwkundige structuur van Hoornaar.

In tegenstelling tot het oude dorpsgebied kenmerken de latere woonbuurten zich door het veel strakkere stedenbouwkundige beeld met eenduidige rooilijnen en evenwijdig en haaks ten opzichte van elkaar gesitueerde bouwstroken. De twee woonbuurten van de Schans en Vissersland/Giessenland sluiten beiden met twee wegen aan op de Groeneweg en met één weg op de Hoge Giessen respectievelijk de Lage Giessen. De woonbebouwing van de Schans en Vissersland/Giessenland bestaat vooral uit rijwoningen (waaronder seniorenwoningen), twee-onder-één-kapwoningen en enkele vrijstaande woningen. Het merendeel van de woningen bestaat uit twee bouwlagen onder een kap met een maximale goothoogte van 6 meter. Een beperkt deel uit woningen met een goothoogte van maximaal 4

NL.IMRO.1978.BPGroeneweg33HNR-VG01

Bestemmingsplan gemeentehuis Hoornaar

|7 meter. De woonbuurten aan de Fazantstraat en de Leeuwerikshof bestaan overwegend uit vrijstaande woningen en enkele rijwoningen. Het overgrote deel van deze woningen is gebouwd in één volledige woonlaag en een bewoonbare kaplaag met een goothoogte van 4 meter. Een beperkt aantal woningen bestaat uit twee bouwlagen met een kap (goothoogte van 6 m). De vrijstaande woningen tegenover en ten zuiden van het gemeentehuis langs de Groeneweg bestaan veelal uit twee bouwlagen met een kap en een goothoogte van 5 m. Het meest opvallende gebouw binnen dit nieuwere dorpsgebied van Hoornaar is het, in twee bouwlagen met een kap gerealiseerde, gemeentehuis. Het, in een duidelijk groene setting gesitueerde gemeentehuis, diende ter vervanging van het oorspronkelijk, op de hoek van de Lage Giessen en Groeneweg gevestigde gemeentehuis, dat een dorpsfunctie had en voor vergaderingen en het voltrekken van huwelijken gebruikt werd. Laatstgenoemde pand heeft na de bouw van het nieuwe raadhuis nog lange tijd dienst gedaan als dorpshuis totdat het nieuwe dorpshuis met sportzaal van 'De Hoeken' in gebruik kon worden genomen. Direct ten zuiden van het nieuwe gemeentehuis is tussen de woonbebouwing ook een dierenkliniek gevestigd.

Direct ten zuiden van de woonbuurt rond de Leeuwerikshof ligt – achter het bebouwingslint van de Groeneweg – het sportveldencomplex met onder meer voetbalvelden, een tennisbaan, gebouwde voorzieningen en parkeren.

2.2

Bestaande situatie

Figuur 3: Bestaande situatie

Het plangebied aan de Groeneweg 33 is gelegen aan de zuidzijde van het dorp Hoornaar. Het plangebied wordt aan de noordzijde begrensd door woonbuurt de Schans en aan de oostzijde door woonbuurt de Fazantstraat. Aan de zuidzijde wordt het plangebied begrensd door de Weide met NL.IMRO.1978.BPGroeneweg33HNR-VG01

Bestemmingsplan gemeentehuis Hoornaar

|8 daarachter woonbuurt de Leeuwerikshof, een dierenkliniek en de voetbalvereniging SteDoCo. Aan de westzijde wordt het plangebied begrensd door de Groeneweg waaraan enkele vrijstaande woningen zijn gelegen. Het plangebied heeft een totale oppervlakte van circa 16.850 m2 en bestaat uit de kadastrale percelen 1319/1320/1095/1256 (gedeeltelijk). Op het grootste perceel (1319) centraal gelegen in het plangebied bevindt zich het bestaande gemeentehuis. Het gebouw heeft een footprint van circa 3.394 m2 en is gebouwd in de vorm van een driehoek met in het midden een binnenplaats. Het gebouw bestaat grotendeels uit 2 bouwlagen en is voorzien van een kap of een plat dak. Op de verschillende hoeken heeft het gebouw lagere gedeelten, bestaande uit één bouwlaag met een kap of plat dak. De hoofdingang bevindt zich aan de zijde van de Groeneweg. Aan de achterzijde van het gemeentehuis was het voormalige politiebureau gevestigd, bereikbaar via de entree vanaf de Weide. Aan de noordoostzijde van het plangebied staan twee nutsvoorzieningen, waaronder een rioolgemaal van het waterschap Rivierenland. Het gemeentehuis beschikt over 2 ontsluitingen en parkeerterreinen. Aan de noordzijde ligt de hoofdentree van het gemeentehuis vanaf de Groeneweg met parkeerplaats. Aan de zijde van de watergang aan de noordzijde is een tijdelijke parkeerplaats met stelcon-platen aanwezig.

Aan de zuidzijde is een tweede parkeerplaats, met name voor de werknemers, bereikbaar via een inrit aan de Weide. Rondom de parkeerplaatsen zijn groenvoorzieningen aanwezig. Met name aan de zuidzijde staan grote bomen rondom het parkeerterrein. Langs de Groeneweg bevindt zich een representatieve voorruimte met waterpartijen, fontein en groenvoorzieningen. Rondom het gehele perceel liggen watergangen met groene oeverzones.

Figuur 4: Hoofdingang van het gemeentehuis

NL.IMRO.1978.BPGroeneweg33HNR-VG01

Bestemmingsplan gemeentehuis Hoornaar

|9

Figuur 5: Entree plangebied noordzijde

Figuur 6: Entree plangebied zuidzijde

NL.IMRO.1978.BPGroeneweg33HNR-VG01

Bestemmingsplan gemeentehuis Hoornaar

|10

3.

PLANBESCHRIJVING

3.1

Algemeen

Het planvoornemen is om het plangebied aan de Groeneweg 33 te herontwikkelen naar woningbouw met maximaal 41 woningen voor verschillende doelgroepen. Het bestaande gemeentehuis verhuist, naar verwachting begin 2024, naar Bleskensgraaf, waarmee de locatie aan de Groeneweg 33 in Hoornaar vrijkomt voor een nieuwe invulling. Deze locatie is uitermate geschikt om te kunnen voorzien in de groeiende woningbehoefte. Het planvoornemen bestaat uit de sloop van het ter plaatse gevestigde gemeentehuis. Daarvoor in de plaats komt woningbouw bestaande uit verschillende typen woningen, gericht op de doelgroepen uit de woonvisie. Het betreft maximaal 41 woningen voor de doelgroep starters, doorstromers en senioren.

3.2. Ruimtelijke hoofdstructuur Bij de herontwikkeling wordt ingezet op een duurzame ruimtelijke structuur met aandacht voor het behoud en versterken van de bestaande groen- en waterstructuur. De circa 41 nieuwe woningen worden zorgvuldig in de bestaande woonomgeving ingepast. De bestaande groen en waterstructuur blijft in hoofdlijnen behouden en wordt waar mogelijk versterkt. Dit betekent dat de bestaande watergangen behouden blijven en een meer natuurlijke inrichting krijgen. De bestaande bomen blijven zoveel mogelijk behouden, en worden ingepast in de stedenbouwkundige structuur. In het plan wordt zoveel mogelijk groen- en water gerealiseerd. Hiervoor wordt de oppervlakte van de kavels, tuinen en terrassen zo beperkt mogelijk gehouden ten gunste van zoveel mogelijk openbaar groen en/of gemeenschappelijke groenvoorzieningen. Hierbij wordt rekening gehouden met de gevolgen van bodemzetting. De voortuinen van grondgebonden woningen zijn 3 meter diep. Het parkeren vindt zoveel mogelijk geconcentreerd plaats in de vorm van groene parkeerplaatsen met open verharding. Het woongebied wordt ontsloten via twee entrees (aan de Groeneweg en de Weide), waarbij een doorlopende verkeerstructuur wordt gerealiseerd tussen de beiden entrees. De exacte ligging van de entrees gaat worden bepaald aan de hand van de definitieve bouwplannen.

Het parkeren vindt zoveel mogelijk geconcentreerd plaats ter hoogte van deze entrees. Hierdoor is er zo min mogelijk verharding en worden de verkeersbewegingen in het woongebied zelf beperkt. Aan de zijde van de Groeneweg blijft een brede, representatieve zone aanwezig met groen en water. Het nieuwe woongebied oriënteert zich met name aan deze zijde. De bestaande B-watergangen aan de noord-, oost- en zuidzijde blijven behouden. Langs deze watergangen komen bredere, verlaagde natuurvriendelijke oevers. Deze verlaagde oevers bieden

NL.IMRO.1978.BPGroeneweg33HNR-VG01

Bestemmingsplan gemeentehuis Hoornaar

|11 kansen voor het realiseren van extra waterberging. De bestaande bomen langs de watergangen blijven zoveel mogelijk behouden. Centraal in het plangebied wordt een compact woongebied gerealiseerd. Er zijn zowel vrijstaande, halfvrijstaande, aaneengebouwde als gestapelde woningen mogelijk. De nieuwe woningen hebben een goothoogte van maximaal 6 meter en een bouwhoogte van 10 meter. Deze regeling sluit aan bij de huidige hoogteregeling voor het gemeentehuis en is passend bij de woningen in de omgeving. De definitieve invulling van het woongebied is afhankelijk van de aanbesteding die door de gemeente Molenlanden in gang gaat worden gezet. In dit bestemmingsplan is een bouwvlak met een oppervlakte van ca. 6.500 m2 opgenomen, waarbinnen de nieuwe woningen ingepast worden. Dit nieuwe bouwvlak heeft een kleiner oppervlak dan het huidige bouwvlak (ca. 7.276 m2) voor het gemeentehuis, dat op basis van het huidige bestemmingsplan voor 75% bebouwd mag worden. De totale hoeveelheid aan planologisch mogelijke bebouwing wordt in de nieuwe situatie verminderd. Aan de oostzijde, grenzend aan de woningen aan de Fazantstraat, en aan de westzijde, grenzend aan de Groeneweg, volgt het nieuwe bouwvlak de grens van het huidige bouwvlak voor het gemeentehuis.

Aan de zuidzijde is het bouwvlak verder van de Groeneweg gelegd, om ruimte vrij te laten voor de groen- en watervoorzieningen en het inpassen van de bestaande bomen. Aan de noordzijde wordt de grens van het bouwvlak op ca. 28 meter vanaf de achtergevels van de woningen aan de Schans gelegd. Hiermee wordt voldoende afstand ten opzichte van deze bestaande woningen aangehouden.

Figuur 7: Verbeelding bestemmingsplan’ Vertreklocatie Hoornaar’. NL.IMRO.1978.BPGroeneweg33HNR-VG01

Bestemmingsplan gemeentehuis Hoornaar

|12

3.3.

Duurzaamheid

De nieuw te realiseren wijk moet een duurzame en toekomstbestendige woonwijk worden. Daarom zijn door de gemeente Molenlanden diverse duurzaamheidsambities en -eisen aan het project gekoppeld. Daarbij wordt gekeken naar de thema’s: gezondheid en biodiversiteit, klimaatbestendigheid, circulariteit, duurzaam vervoer en energie. De ambities zijn verwerkt in het concept “Ambitiewijzer, Vertreklocatie Hoornaar “(externe bijlage, gemeente Molenlanden, 18 mei 2022). Dit ambitiewijzer document is een nadere uitwerking van de geformuleerde ambities zoals deze zijn beschreven in het ‘Handboek duurzaamheid in gebiedsontwikkelingen’. In de ambitiewijzer is een analyse gegeven over de gemeentelijke ambities op de thema’s: energie, klimaatadaptatie, gezonde leefomgeving, circulariteit, en duurzame mobiliteit voor project Vertreklocatie Hoornaar. Het document vormt daarmee de onderlegger voor het stedenbouwkundig ontwerp. Het stedenbouwkundig ontwerp en dit document vormen beide een bijlage bij de te sluiten verkoopovereenkomst van de locatie aan een toekomstige ontwikkelaar. Via deze weg worden de duurzaamheidsambities, -eisen en -maatregelen geborgd. We hanteren een onderverdeling in duurzaamheidsambities, waaruit we een aantal ‘eisen’ en ‘maatregelen’ voor het project destilleren. De eisen en maatregelen sluiten innovatieve alternatieve oplossingen nadrukkelijk niet uit.

Alleen door het maken van goede afwegingen voor deze locatie kunnen we een duurzame, gezonde en toekomstbestendige woonwijk realiseren. Bij de ontwikkeling moet er door de gemeente een keuze gemaakt worden in de systematiek van meten van duurzaamheid. Het meten van duurzaamheid kan door een scala aan tools. De keuze wordt door de projectgroep in een later stadium gemaakt.

3.4.

Concept stedenbouwkundig plan

Op basis van de uitgangspunten van de ruimtelijke hoofdstructuur is een concept stedenbouwkundig plan opgesteld. Het concept plan wordt hieronder nader beschreven. De definitieve uitwerking is afhankelijk van de uiteindelijke aanbesteding. Het programma en de ruimtelijke opzet kunnen nog wijzigen binnen de kaders van het bestemmingsplan. Wonen voor starters/doorstromers: Beneden-bovenwoningen (BEBO) en rijwoningen Centraal in het plangebied komt een gebied met 8 beneden-bovenwoningen, 6 tussenwoningen en 2 hoekwoningen. Hiervan zijn de middelste 4 woningen gericht op de starters (beukmaat 4,8 m) en de buitenste 4 woningen op senioren (beukmaat 6 m). Aan de noordzijde van het plangebied is een tweede blok met 8 beneden-bovenwoningen voorzien. De rijwoningen gericht met de voorgevel op de Groeneweg worden met de achtertuin gesitueerd op de oostzijde en krijgen een berging in de achtertuin. Wonen voor doorstromers: (Half)vrijstaande woningen Aan de zuidzijde van de centrale parkeerplaats worden woningen voor doorstromers in de vorm van 4 (half)vrijstaande woningen gerealiseerd. De woningen zijn met de achtertuinen gesitueerd op het zuiden. Wonen voor senioren en appartementen Aan de zuidzijde van het plangebied komt een blok met 5 seniorenwoningen en 8 appartementen, NL.IMRO.1978.BPGroeneweg33HNR-VG01

Bestemmingsplan gemeentehuis Hoornaar

|13 in de vorm van een hofje. Een hofje met seniorenwoningen is een woonvorm waar bewoners naar elkaar kunnen omzien. Hierdoor is het mogelijk veilig en zelfstandig te blijven wonen zonder mantelzorg. De woningen worden opgesteld in 2 rijen, met daar tussen een gemeenschappelijke binnentuin. Het noordelijke bouwblok bestaat uit 5 grondgebonden seniorenwoningen in één laag met een kap. Het zuidelijke blok bestaat uit 8 wooneenheden over twee bouwlagen. Op de begane grond is ruimte voor senioren, op de verdieping kan ook ruimte zijn voor starters en doorstromers. Groen en water De bestaande watergangen en bomen vormen het robuuste groene kader waarin de woningen worden ingepast. De bestaande bomen blijven zoveel mogelijk behouden. Langs de bestaande watergangen worden natuurvriendelijke oevers gerealiseerd, die tevens een functie hebben voor de opvang van hemelwater. Aan de zijde van de Groeneweg is ruimte voor een ontmoetingsplek aan het water. In de centrale groenzone tussen de seniorenwoningen en starterswoningen is ruimte voor spelen en ontmoeten, in combinatie met de opvang van hemelwater.

Figuur 8: Planschets concept bouwplan

Ontsluiting en parkeren concept stedenbouwkundig plan De woningen in het plangebied zijn in het concept stedenbouwkundig plan bereikbaar via de bestaande in-/uitritten aan de noordwestzijde (Groeneweg) en de zuidwestzijde (Weide) van het plangebied. Voor de (half)vrijstaande woningen wordt in oostelijke richting een doodlopende straat en een parkeerplaats gerealiseerd, die tevens de ontsluiting voor de nutsvoorzieningen verzorgd. De parkeerplaats ligt in de noordoosthoek van het plangebied en heeft 44 groene parkeerplaatsen. Aan de zuidzijde wordt bij de entree vanaf de Weide aan beiden zijden van de nieuwe woonstraat onder de bestaande bomen een tweede parkeergebied met ca. 22 parkeerplaatsen gerealiseerd. De NL.IMRO.1978.BPGroeneweg33HNR-VG01

Bestemmingsplan gemeentehuis Hoornaar

|14 (half)vrijstaande woningen krijgen per woning één parkeerplek op eigen terrein. Het concept stedenbouwkundig plan voorziet in totaal in 70 parkeerplaatsen.

3.5

Verkeer en parkeren

Verkeer Ontsluiting Het gemeentehuis wordt nu ontsloten via twee entrees vanaf de Groeneweg en de Weide. Ook in de nieuwe situatie is het uitgangspunt om de ontsluiting vanaf de Groeneweg en de Weide te behouden. De exacte locatie van de entrees is afhankelijk van de definitieve planuitwerking. Parkeren Voor het parkeren dient voldaan te worden aan de “Nota Parkeernormen Molenlanden 2020”. Het plangebied valt in ‘(Rest) bebouwde kom’. Om de parkeerbehoefte in beeld te brengen is uitgegaan van 100% koopwoningen, wat een beeld geeft van het maximaal aantal benodigde parkeerplaatsen. Het uitgangspunt voor het definitieve bouwplan is een mix van (sociale) huur- en koopwoningen, waardoor het vereiste aantal parkeerplaatsen in de praktijk waarschijnlijk lager ligt. De parkeernormen voor huurwoningen zijn namelijk lager dan voor koopwoningen. In onderstaand tabel is de parkeernorm in beeld gebracht.

Tabel 1: Parkeernormen Molenlanden 2020

De parkeerbehoefte kan berekend worden aan de hand van de te realiseren woningtypes. Het definitieve bouwplan gaat voldoen aan de “Nota Parkeernormen Molenlanden 2020”. Hiervoor is in de planregels de volgende regel opgenomen om dit te borgen: “Een omgevingsvergunning voor het bouwen, het uitbreiden en/of het wijzigen van de functie van gebouwen en/of gronden wordt slechts verleend indien bij de aanvraag om een omgevingsvergunning wordt aangetoond dat gelet op de omvang of de bestemming van het gebouw en/of gronden in voldoende mate wordt voorzien in ruimte voor het parkeren of stallen van motorvoertuigen in, op of onder het gebouw, dan wel op of onder het onbebouwde terrein dat bij dat gebouw behoort. Hierbij gelden de parkeernormen, zoals vastgelegd in de 'Nota NL.IMRO.1978.BPGroeneweg33HNR-VG01

Bestemmingsplan gemeentehuis Hoornaar

|15 Parkeernormen Molenlanden 2020'. Indien deze beleidsregels gedurende de planperiode worden gewijzigd, dient getoetst te worden aan diens rechtsopvolger”.

NL.IMRO.1978.BPGroeneweg33HNR-VG01

Bestemmingsplan gemeentehuis Hoornaar

|16

4.

BELEIDSKADER

4.1

Rijksbeleid

Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) vastgesteld. De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) is geheel opgenomen in deze nieuwe visie. De Nationale Omgevingsvisie biedt een duurzaam perspectief voor de leefomgeving. Hiermee kan het Rijk inspelen op de grote uitdagingen die voor hen liggen. Allerlei trends en ontwikkelingen hebben invloed op de leefomgeving. Veranderende en groeiende steden, de overgang naar een duurzame en circulaire economie en het aanpassen aan de gevolgen van de klimaatverandering vormen slechts een deel van de opgaven. Dit biedt kansen, maar vraagt wel om zorgvuldige keuzes. Want ruimte, zowel boven-, als ondergronds, is een schaars goed. Het combineren van al die opgaven vraagt een nieuwe manier van werken. Niet van bovenaf opgelegd, maar in goede samenwerking tussen overheden, bedrijven, kennisinstellingen, maatschappelijke organisaties en burgers. De NOVI biedt een kader, geeft richting en maakt keuzes waar dat kan. Tegelijkertijd is er ruimte voor regionaal maatwerk en gebiedsgerichte uitwerking. Omdat de verantwoordelijkheid voor het omgevingsbeleid voor een groot deel bij provincies, gemeenten en waterschappen ligt, kunnen inhoudelijke keuzes in veel gevallen het beste regionaal worden gemaakt.

Met de NOVI zet het Rijk een proces in gang waarmee keuzes voor de leefomgeving sneller en beter kunnen worden gemaakt. Met onderhavig planvoornemen wordt invulling gegeven aan het vertrek van het bestaande gemeentehuis door een herontwikkeling naar woongebied. Hiermee wordt de woon- en leefbaarheid ter plaatse verbeterd. Hetgeen in lijn is met de NOVI. Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte bepaalt welke kaderstellende uitspraken zodanig zijn geformuleerd dat deze bedoeld zijn om beperkingen te kunnen stellen aan de ruimtelijke besluitvormingsmogelijkheden op lokaal niveau. Ten aanzien daarvan is een borging door middel van normstelling, gebaseerd op de Wet ruimtelijke ordening, gewenst. Die uitspraken onderscheiden zich in die zin dat van de provincies en gemeenten wordt gevraagd om de inhoud daarvan te laten doorwerken in de ruimtelijke besluitvorming. Zij zijn dus concreet normstellend bedoeld en worden geacht direct of indirect, dat wil zeggen door tussenkomst van de provincie, door te werken tot op het niveau van de lokale besluitvorming, zoals de vaststelling van bestemmingsplannen. Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) bevestigt in juridische zin die kaderstellende uitspraken. Het Barro is op 1 oktober 2012 in werking getreden.

Met onderhavig planvoornemen wordt invulling gegeven aan het vertrek van het bestaande gemeentehuis door een herontwikkeling naar woongebied. Hiermee wordt de woon- en leefbaarheid ter plaatse verbeterd. Hetgeen in lijn is met het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro).

NL.IMRO.1978.BPGroeneweg33HNR-VG01

Bestemmingsplan gemeentehuis Hoornaar

|17 Besluit ruimtelijke ordening/ Ladder duurzame verstedelijking Met de inwerkingtreding op 1 oktober 2012 van artikel 3.1.6 lid 2 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) – de ladder voor duurzame verstedelijking - geldt voor alle juridisch verbindende ruimtelijke plannen van decentrale overheden die (planologisch) nieuwe stedelijke ontwikkelingen mogelijk maken een bijzonder procesvereiste. Dit nationale belang houdt in dat, ten behoeve van een goed systeem van ruimtelijke ordening, een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij ruimtelijke besluiten plaats dient te vinden. Deze zorgvuldige afweging heeft tot doel om, vanuit een oogpunt van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik, planologische ongewenste versnippering en een onaanvaardbare leegstand te voorkomen. Per 1 juli 2017 is de nieuwe ladder voor duurzame verstedelijking in werking getreden. Het begrip “stedelijke ontwikkeling” is in artikel 1.1.1, lid 1 sub i van de Bro gedefinieerd als: “ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen”. Een aantal aspecten zijn van belang om te bepalen of en hoe de ladder moet worden toegepast, waaronder de vraag of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling en of de ontwikkeling ‘nieuw’ is.

Voor woningbouwlocaties geldt volgens de overzichtsuitspraak dat ‘in beginsel’ sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling als er meer dan 11 woningen gerealiseerd worden. Voor wonen is daarmee de lijn getrokken dat vanaf 12 woningen sprake is van een stedelijke ontwikkeling. Indien de Ladder niet van toepassing is op het plan, is een motivering nodig waaruit blijkt dat er sprake is van een goede ruimtelijke ordening. Daarbij moet onder andere aandacht besteed worden aan de uitvoerbaarheid van het plan. In het kader van de uitvoerbaarheid moet aandacht worden besteed aan de behoefte aan de beoogde ontwikkeling. Toetsing Onderhavige planvoornemen betreft de realisatie van maximaal 41 nieuwbouwwoningen. Het aantal extra woningen (ruimtelijk gezien) ligt boven de grens van 11 woningen, waardoor er sprake is van een stedelijke ontwikkeling. Hierbij dient wel opgemerkt te worden dat de nieuwe woningen ter plaatse van de transformatielocatie van het te slopen gemeentehuis worden gerealiseerd. Bij de toetsing aan de nieuwe Ladder voor duurzame verstedelijking is de beoordeling of de nieuwe stedelijke ontwikkeling voorziet in een behoefte. Over- en ondercapaciteit moet zo veel mogelijk worden voorkomen door regionaal af te stemmen bij de invulling van een kwantitatieve of kwalitatieve behoefte.

Kwalitatieve en kwantitatieve behoefte In oktober 2020 heeft de gemeente Molenlanden de Woonvisie 2020 - 2024 vastgesteld. Relevant voor het plan is het gemeentelijk beleid ten aanzien van woningbouw. Op het vlak van woningbouw luidt de visie als volgt: •

Er worden voldoende woningen gebouwd om te voorzien in de lokale woningvraag, het gaat daarbij om de realisatie van +1.460 woningen in de periode 2020 t/m 2029.

•

De focus in de nieuwbouw gaat uit naar het bouwen van betaalbare woningen voor starters, jonge doorstromers en nultredenwoningen voor senioren. Daarbij gaat het met name om een vraag naar betaalbare koopwoningen.

NL.IMRO.1978.BPGroeneweg33HNR-VG01

Bestemmingsplan gemeentehuis Hoornaar

|18 •

De gemeente stuurt meer op de juiste prijs-kwaliteit van woningen, gericht op die doelgroepen waar de grootste vraag zit. Tegelijkertijd versnelt de gemeente de woningproductie, zodat voorkomen wordt dat woningzoekenden naar andere gemeenten uitwijken.

•

Nieuwbouw voldoet minimaal aan de landelijke eisen met betrekking tot duurzaamheid en energieverbruik. Dit betekent dat woningen bijna energieneutraal zijn (BENG) en aardgasloos.

•

Bij de ontwikkeling van nieuwe woningbouwlocaties en herstructurering van bestaande wijken is het belangrijk om voldoende aandacht te hebben voor klimaatadaptatie, om de gevolgen van droogte en wateroverlast op te kunnen vangen.

•

Nieuwbouw wordt primair gerealiseerd op transformatieplekken binnen de kernen (sloop/ nieuwbouw of herbestemming leegstaand vastgoed).

Hoornaar is vanwege de voorzieningen en het bestaande woningaanbod aantrekkelijk voor meerdere doelgroepen, maar zeker ook oudere huishoudens. In de Woonvisie gemeente Molenlanden 2020-2024 wordt aangegeven dat de totale woonbehoefte in Hoornaar ligt op ongeveer 75 woningen in de periode t/m 2029. Er is in Hoornaar behoefte aan geschikte woonvormen voor ouderen, zowel grondgebonden als gestapeld, starterswoningen en woningen voor doorstromers. Geconcludeerd kan worden dat het woningbouwprogramma met de realisatie van maximaal 41 woningen in de vorm van: ‘een hofje met seniorenwoningen’, ‘Benedenbovenwoningen’, ‘rijwoningen’ en ‘(half)vrijstaande woningen’ voorziet in deze behoefte. Het plan is conform de afspraken afgestemd in de regio. Conclusie Het nationale ruimtelijke beleid geeft geen belemmeringen voor het planvoornemen.

4.2

Provinciaal beleid

Omgevingsvisie Zuid-Holland Op 20 februari 2019 hebben Provinciale Staten van Zuid-Holland de Omgevingsvisie Zuid-Holland en de Omgevingsverordening Zuid-Holland vastgesteld. In het Omgevingsbeleid is al het bestaande provinciale beleid voor de fysieke leefomgeving samengevoegd in een Omgevingsvisie en Omgevingsverordening. Op 2 februari 2022 is de Omgevingsvisie Zuid-Holland-Herziening 2021 vastgesteld. Omdat onderdelen uit het Programma ruimte naar het visiedeel zijn omgezet, is het resterende deel hiervan nu onderdeel van het Omgevingsbeleid. Het gehele Omgevingsbeleid is alleen redactioneel gewijzigd, de beleidsinhoud is niet veranderd. Op 15 maart 2022 is de geconsolideerde versie van de Omgevingsvisie in werking getreden. De provincie wil met haar Omgevingsvisie een uitnodigend perspectief bieden, zonder een beoogde eindsituatie te schetsen. Daarom omvat de Omgevingsvisie geen eindbeeld voor 2030 of 2050, maar wel ambities die voortkomen uit actuele maatschappelijke opgaven. De provincie ziet zes richtinggevende ambities in de fysieke leefomgeving. De ambities zijn de kaders waarbinnen de provincie ruimte geeft. Die ruimte kan per opgave verschillen. Door in te zetten op de zes ambities draagt de provincie bij aan het sterker maken van Zuid-Holland. De zes ambities zijn: NL.IMRO.1978.BPGroeneweg33HNR-VG01

Bestemmingsplan gemeentehuis Hoornaar

|19 1. Naar een klimaatbestendige delta; 2. Naar een nieuwe economie: the next level; 3. Naar een levendige meerkernige metropool; 4. Energievernieuwing; 5. Best bereikbare provincie; 6. Gezonde en aantrekkelijke leefomgeving. Voor het realiseren van de maatschappelijke belangen wordt vanuit bovenstaande vernieuwingsambities gewerkt en vanuit opgaven in gebieden. Beleid ruimtelijke kwaliteit De provincie geeft richting en ruimte aan een optimale wisselwerking tussen ruimtelijke ontwikkelingen en gebiedskwaliteit. In de gehele provincie, zowel in het stedelijk als in het landelijk gebied, beoogt het kwaliteitsbeleid een ‘ja, mits-beleid’: ruimtelijke ontwikkelingen zijn mogelijk, met behoud of versterking van de ruimtelijke kwaliteit (waarborg ruimtelijke kwaliteit). Om te kunnen bepalen of een ontwikkeling past bij een gebied, onderscheidt de provincie de kwaliteit van gebieden in categorieën en onderscheidt ze ruimtelijke ontwikkelingen naar hun mate van impact op de omgeving. Hieruit is de Kwaliteitskaart ontwikkeld, een kaart waarbij de kwaliteiten van onder meer het plangebied inzichtelijk worden gemaakt. Steden en dorpen Het plangebied is volgens de kwaliteitskaart gelegen in ‘steden en dorpen’. Voor dergelijke gebieden zijn de volgende richtlijnen opgenomen in de Omgevingsvisie: •

Ontwikkelingen dragen bij aan de karakteristieke kenmerken/identiteit van stad, kern of dorp;

•

Hoogteaccenten (waaronder hoogbouw) vallen zoveel mogelijk samen met centra (zwaartepunten) en interactiemilieus in de stedelijk structuur;

•

Daar waar hoogbouw niet samenvalt met ‘zwaartepunten’ in de stedelijke structuur geeft een beeldkwaliteitsparagraaf inzicht in de effecten, invloed en aanvaardbaarheid van hoogbouw op de (wijde) omgeving;

•

Ontwikkelingen dragen bij aan versterking van de stedelijke groen- en waterstructuur;

•

Een nieuwe uitbreidingswijk bouwt voort op het bestaande stads- en dorpsgebied en versterkt de overgangskwaliteit van de stadsrand;

•

Cultuurhistorisch waardevolle gebouwen en stedenbouwkundige patronen worden behouden door ze waar mogelijk een functie te geven die aansluit bij de behoeften van deze tijd;

•

Het eigen karakter van het historische centrum wordt versterkt;

•

Historische centra en kernen blijven ervaarbaar vanuit het omringend gebied;

•

Bij bedrijventerreinen krijgt de beeldkwaliteit van de randen, een goede ontsluiting en de samenhang met de omgeving extra aandacht.

Stads- en dorpsranden (200 meter) Het plangebied is volgens de kwaliteitskaart gelegen in ‘Stads- en dorpsranden’. Voor dergelijke gebieden is de volgende richtlijn opgenomen in de Omgevingsvisie: •

Ontwikkelingen aan de stads- of dorpsrand dragen bij aan het realiseren van een rand met passende overgangskwaliteit (front, contact of overlap).

NL.IMRO.1978.BPGroeneweg33HNR-VG01

Bestemmingsplan gemeentehuis Hoornaar

|20 Met onderhavig planvoornemen wordt invulling gegeven aan het vertrek van het bestaande gemeentehuis door een herontwikkeling naar woongebied. Hiermee wordt de woon- en leefbaarheid ter plaatse verbeterd. Hetgeen in lijn is met de Omgevingsvisie Zuid-Holland. Omgevingsverordening Zuid-Holland In samenhang met de Omgevingsvisie is de Omgevingsverordening opgesteld, van kracht vanaf 20 februari 2019. Op 9 april 2019 is er een wijzigingsbesluit vastgesteld voor het onderdeel NNN Krimpenenerwaard van de Omgevingsverordening. Op 1 juli 2020 is de Omgevingsverordening ZuidHolland – verzamelherziening 2020 vastgesteld. Op 16 juni 2021 is de Omgevingsverordening ZuidHolland-Koers 2020 vastgesteld. Op 2 februari 2022 is de Omgevingsverordening Zuid-Hollandherziening 2021 vastgesteld. De Omgevingsvisie en de Omgevingsverordening zijn instrumenten die onderling sterk met elkaar samenhangen. In de systematiek van de Omgevingswet is de inhoud van de Omgevingsvisie voor een groot deel leidend voor de inhoud van de Omgevingsverordening. In de Omgevingsverordening zijn de regels opgenomen voor het beschermen en benutten van de fysieke leefomgeving. In relatie tot het onderhavige plan is artikel 6.9 “Ruimtelijke kwaliteit” van de Omgevingsverordening van toepassing.

De provincie Zuid-Holland streeft er naar om stedelijke ontwikkelingen primair te laten plaatsvinden binnen bestaand stads- en dorpsgebied (BSD). Het onderhavige plangebied is gelegen binnen het BSD. Een bestemmingsplan kan voorzien in een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling, onder de volgende voorwaarden ten aanzien van ruimtelijke kwaliteit: a. De ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, voorziet geen wijziging op structuurniveau, past bij de aard en schaal van het gebied en voldoet aan de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart (inpassen); b. Als de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, maar wijziging op structuurniveau voorziet (aanpassen), wordt deze uitsluitend toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft door: i. Zorgvuldige inbedding van de ontwikkeling in de omgeving, rekening houdend met de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart, en ii. Het zo nodig treffen van aanvullende ruimtelijke maatregelen als bedoeld in het derde lid; c. Als de ruimtelijke ontwikkeling niet past bij de bestaande gebiedsidentiteit (transformeren), wordt deze uitsluitend toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit van de nieuwe ontwikkeling is gewaarborgd door: i.

Een integraal ontwerp, waarin behalve aan de ruimtelijke kwaliteit van het gehele gebied ook aandacht is besteed aan de fysieke en visuele overgang naar de omgeving en de fasering in ruimte en tijd, alsmede rekening is gehouden met de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart, en ii. Het zo nodig treffen van aanvullende ruimtelijke maatregelen als bedoeld in het derde lid. Met onderhavig planvoornemen wordt invulling gegeven aan het vertrek van het bestaande gemeentehuis door een herontwikkeling naar woongebied. Hiermee wordt de woon- en

NL.IMRO.1978.BPGroeneweg33HNR-VG01

Bestemmingsplan gemeentehuis Hoornaar

|21 leefbaarheid ter plaatse verbeterd. De ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, voorziet geen wijziging op structuurniveau, past bij de aard en schaal van het gebied en voldoet aan de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart (inpassen). Het planvoornemen past binnen de Omgevingsverordening Zuid-Holland. Conclusie Het planvoornemen is in lijn met het provinciaal beleid.

4.3.

Regionaal beleid

Visie 2030 “Open voor elkaar” De “Visie 2030 ‘Open voor elkaar’ ” is vanuit de regio Alblasserwaard- Vijfheerenlanden opgesteld. Deze visie is een actualisering van het beleid uit de regionale structuurvisie en waarin de beleidskeuzes worden bepaald met het oog op 2030. Binnen de Visie 2030 komen onderwerpen als de regionale woonvisie, beleid op het gebied van recreatie & toerisme, bedrijventerreinen, water & klimaat en een regionaal verkeer & vervoersplan naar voren. In de visie speelt de leefbaarheid en behoud en versterking van voorzieningen in het gebied een grote rol. De centrale visie uit de nota is de vorming van een vitale regio, gericht op het duurzaam vernieuwen van zowel het landelijk als het stedelijk gebied, tezamen met het versterken van het overwegende open, rustige en authentieke karakter van de regio, waardoor bewoners, bedrijven en bezoekers zich thuis blijven voelen en zich verder kunnen ontplooien. De visie “Open voor elkaar” benadrukt het bijzondere cultuurhistorische landschap, de grote sociale cohesie en de innovatiekracht van het bedrijfsleven als kernwaarden. Met onderhavig planvoornemen wordt invulling gegeven aan het vertrek van het bestaande gemeentehuis door een herontwikkeling naar woongebied. Hiermee wordt de woon- en leefbaarheid ter plaatse verbeterd. Het voornemen sluit daarmee aan op de Visie 2030 “Open voor elkaar”.

Conclusie Het planvoornemen is in lijn met het regionaal beleid. Regionale woonvisie 2017-2020 In 2017 is in de regio Alblasserwaard-Vijfheerenlanden een actualisatie van de Regionale woonvisie 2020 (2013) vastgesteld. De regio AV wil een aantrekkelijk en onderscheidend woongebied in de luwte van de randstad zijn. De regio kent een bijzondere combinatie van een rustig middengebied een dynamische stedelijke zone. De verschillende woonmilieus in de regio moeten elkaar goed aanvullen. Hiervoor is het noodzakelijk dat er voldoende kwalitatieve woonmilieus zijn en er sprake is van een goede balans tussen vraag en aanbod op regionaal niveau. Om die goede balans te bereiken, trekken de gemeenten gezamenlijk op om plannen af te stemmen en te realiseren. Zo wordt onnodige concurrentie tussen gemeenten voorkomen en kan snel en efficiënt op de markt worden ingespeeld. Er wordt onderscheid gemaakt in: • Stedelijk gebied; • Voorzieningendorpen; • Woondorpen.

NL.IMRO.1978.BPGroeneweg33HNR-VG01

Bestemmingsplan gemeentehuis Hoornaar

|22 De huidige afspraak is een netto toevoeging van maximaal 3.364 woningen netto in totaal voor de regio voor de periode 2015-2025. De gemiddelde jaarlijkse netto woningbehoefte in de regio is geschat op 0,7% huishoudensgroei per jaar. Hoornaar is een voorzieningendorp. Voorzieningenkernen zijn aantrekkelijk voor verschillende doelgroepen: starters, doorstromers en senioren. Dit plan kan voorzien in de woonbehoefte van al deze doelgroepen. Het plan is conform de afspraken afgestemd in de regio. Conclusie Het planvoornemen sluit aan op het vigerend beleid van de regionale woonvisie en is regionaal afgestemd en akkoord bevonden.

4.4

Gemeentelijk beleid

Toekomstvisie Molenlanden, een gezamenlijke koers naar 2030 Als jonge, innovatieve gemeente is Molenlanden qua formaat en ambitie een belangrijke overheidspartner in de regio. In aanvulling op het Samenlevingsprogramma, heeft de gemeenteraad van Molenlanden op 28 september 2020 de “Toekomstvisie 2030” vastgesteld. Hiermee laat Molenlanden zien welke koers zij de komende 10 jaar wil varen. Deze visie is niet nieuw, maar gebaseerd op de vele plannen en visies die al zijn gemaakt vanaf 2019. Elkaar nodig Inwoners, ondernemers, (kennis)partners, andere overheden en gemeente ontmoeten elkaar, delen hun kennis, zoeken samen naar oplossingen en inspireren elkaar. Dit doen we vanuit het besef elkaar nodig te hebben. Een gezamenlijke koers hoe we willen wonen, werken en (samen)leven in Molenlanden is heel belangrijk. Met deze Toekomstvisie hebben we geprobeerd een blik in toekomst te werpen, omdat we weten dat alles in wat we nu doen, al keuzes zitten voor morgen. Wat we zeker weten is dat Molenlanders sterk verbonden zijn met elkaar, waarbij het eigen karakter en eigen behoeften als individu, dorp en vestingstad ook de ruimte krijgt. We leven, wonen en werken met elkaar vanuit die sterke basis. Niet alleen onze ambities als jonge gemeente maakt dat er nu een Toekomstvisie ligt.

Belangrijke onderwerpen als innovatie, het woningtekort, veilige leefomgeving en klimaateffecten op het polderlandschap vragen om nieuwe paden, sturing en samenhang.’ Inclusief, klimaatadaptief en leefbaar Molenlanden De vele wensen voor de toekomst zijn uitgewerkt, waarbij het college de nadruk wil leggen op een samenleving waar: •

Iedereen welkom is en de lokale structuur van het samen leven en voor elkaar zorgen centraal staat;

•

De leefomgeving klimaatadaptief is en waarin mensen graag willen wonen, verblijven en zich veilig voelen;

NL.IMRO.1978.BPGroeneweg33HNR-VG01

Bestemmingsplan gemeentehuis Hoornaar

|23 •

De landschappelijke kwaliteit van ons open agrarisch gebied en haar identiteit belangrijk is. Andere onderwerpen zoals recreatie dragen hier aan bij. Er is balans aanwezig; waardoor de leefbaarheid optimaal is;

•

Het vestigingsklimaat optimaal is voor ondernemers met vooral een agrarisch en productie profiel die innovatie en verantwoord ondernemen belangrijk vinden. Deze wensen voor de toekomst zijn de rode draden van eerdere visies en plannen die in nauwe samenwerking met onze netwerkpartners en inwoners zijn opgesteld. We blijven continue met onze partners en inwoners in contact hoe we samen onze wensen waar kunnen maken. Met onderhavig planvoornemen wordt met een herontwikkeling naar woningbouw invulling gegeven aan de vrijkomende locatie van het vertrekkende gemeentehuis in Hoornaar. Hiermee wordt de woon- en leefbaarheid ter plaatse verbeterd. Het voornemen sluit daarmee aan op de Visie 2030 “Open voor elkaar”. Woonvisie Molenlanden 2020-2024 In oktober 2020 heeft de gemeente Molenlanden de Woonvisie 2020 - 2024 vastgesteld. Relevant voor het plan is het gemeentelijk beleid ten aanzien van woningbouw. Op het vlak van woningbouw luidt de visie als volgt: •

Er worden voldoende woningen gebouwd om te voorzien in de lokale woningvraag, het gaat daarbij om de realisatie van +1.460 woningen in de periode 2020 t/m 2029.

•

De focus in de nieuwbouw gaat uit naar het bouwen van betaalbare woningen voor starters, jonge doorstromers en nultredenwoningen voor senioren. Daarbij gaat het met name om een vraag naar betaalbare koopwoningen.

•

De gemeente stuurt meer op de juiste prijs-kwaliteit van woningen, gericht op die doelgroepen waar de grootste vraag zit. Tegelijkertijd versnelt de gemeente de woningproductie, zodat voorkomen wordt dat woningzoekenden naar andere gemeenten uitwijken.

•

Nieuwbouw voldoet minimaal aan de landelijke eisen met betrekking tot duurzaamheid en energieverbruik. Dit betekent dat woningen bijna energieneutraal zijn (BENG) en aardgasloos.

•

Bij de ontwikkeling van nieuwe woningbouwlocaties en herstructurering van bestaande wijken is het belangrijk om voldoende aandacht te hebben voor klimaatadaptatie, om de gevolgen van droogte en wateroverlast op te kunnen vangen.

•

Nieuwbouw wordt primair gerealiseerd op transformatieplekken binnen de kernen (sloop/ nieuwbouw of herbestemming leegstaand vastgoed).

Hoornaar is vanwege de voorzieningen en het bestaande woningaanbod aantrekkelijk voor meerdere doelgroepen, maar zeker ook oudere huishoudens. Er is behoefte aan geschikte woonvormen voor ouderen, zowel grondgebonden als gestapeld. Bij doorstroming komen er ruimere grondgebonden koopwoningen voor gezinnen beschikbaar. Nieuwbouw in het betaalbare koopsegment voor starters, maar ook jonge doorstromers is wenselijk. Daarmee is de woningbouwopgave voor Hoornaar divers. Het plan voor de vertreklocatie speelt daarop in met een gedifferentieerd woningbouwprogramma, waarin alle doelgroepen aan bod komen. Het plan bevat levensloopgeschikte woningen voor senioren. Dit past in de ambitie om het aanbod van levensloopgeschikte woningen te vergroten. Daarnaast bevat het plan doorstroomwoningen (vrijstaand/2-onder-1-kap), die voor de gewenste doorstroming zorgen. Van het plan wordt 40% in het sociale segment gebouwd (sociale huur en/of NL.IMRO.1978.BPGroeneweg33HNR-VG01

Bestemmingsplan gemeentehuis Hoornaar

|24 sociale koop, met een prijs tot maximaal € 250.000), waarmee het plan aanbod creëert voor starters en lage inkomens. Hiermee wordt voldaan aan de woonvisie, waarin als uitgangspunt is opgenomen dat bij plannen van 10 woningen of meer 40% van het totaal aantal te realiseren woningen in het sociale segment gerealiseerd wordt. De totale woningbouwopgave ligt in Hoornaar op ongeveer 75 woningen voor de periode 2020 t/m 2029. Inclusief dit plan ligt de woningbouwproductie op ca. 95 woningen in deze periode. Rekening houdend met een noodzakelijke overprogrammering van 130% ligt de woningbouwproductie op het gewenste peil. De gemeente ziet nieuwbouw primair plaatsvinden op transformatieplekken. Het voorgenomen plan is in overeenstemming met deze ambitie. Geconcludeerd wordt dat de ontwikkeling in lijn is met de Woonvisie 2020-2024. Conclusie Het planvoornemen is in lijn met het gemeentelijk beleid.

NL.IMRO.1978.BPGroeneweg33HNR-VG01

Bestemmingsplan gemeentehuis Hoornaar

|25

5.

RANDVOORWAARDEN

5.1

Archeologie en cultuurhistorie

Beleidskader Ter bescherming van de cultuurhistorische en archeologische waarden in Nederland dient volgens de Erfgoedwet, sinds 1 juli 2016 van kracht, bij nieuwe ontwikkelingen te worden gekeken naar de aanwezige waarden. Samen met de toekomstige Omgevingswet maakt de Erfgoedwet een integrale bescherming van het cultureel erfgoed mogelijk. Beleidsnota Archeologie De gemeenten in de regio Alblasserwaard – Vijfheerenlanden, waaronder de gemeente Molenlanden, hebben een regionaal archeologiebeleid geformuleerd. Dit archeologiebeleid, vastgesteld op 24 november 2009, is genaamd “Een archeologische inventarisatie, verwachtings- en beleidsadvieskaart”. De nota is gebaseerd op de uitgangspunten en principes van het Verdrag van Malta en gaat uit van behoud van het cultureel erfgoed in situ (op locatie en veiliggesteld in de bodem). Daarnaast gaat het beleid uit van het principe “de verstoorder betaalt”. Het beleid krijgt vooral gestalte door de bescherming van archeologische waarden en verwachtingen via de Wet ruimtelijke ordening. Het bestemmingsplan vormt hierin het centrale instrument. Bij een nieuwe ontwikkeling, waarbij het noodzakelijk is een bodem verstorende activiteit uit te voeren op een plaats waar archeologische waarden aanwezig zijn of verwacht worden, zal door de gemeente worden getoetst of aan die activiteit specifieke voorwaarden verbonden moeten worden.

Dit geschiedt aan de hand van de Archeologische Monumentzorgcyclus, die er op is gericht om kennis te verzamelen om vervolgens een afgewogen besluit te kunnen nemen over het al dan niet of onder voorwaarden toestaan van die bodem verstorende activiteit. Bij de verlening van omgevingsvergunningen kunnen voorschriften worden opgenomen over (bijvoorbeeld) aanpassingen van het bouwplan, archeologievriendelijk heien of het beperken van bodemingrepen. Onderzoek De onderzoekslocatie ligt volgens de Archeologische Beleidskaart van de voormalige gemeente Giessenlanden (2009) in een zone met een zeer hoge archeologische verwachting. Binnen het bestemmingsplan “Dorpskern Hoornaar” (2012) geldt de dubbelbestemming Waarde – Archeologie 3. Voor deze zone geldt een onderzoeksplicht bij bodemingrepen met een oppervlakte groter dan 50 m2 en een verstoringsdiepte vanaf 30 centimeter onder maaiveld. De gemeente heeft middels deze kaart aangegeven dat er een archeologische onderzoeksplicht geldt. Voor het plangebied is op 13 en 14 juni 2022 een archeologisch bureau-en verkennend veldonderzoek door middel van boringen uitgevoerd (externe bijlage: Aeres Milieu, projectnummer AM21617). Aanleiding voor het laten uitvoeren van dit bodemonderzoek is de voorgenomen herontwikkeling van de locatie.

De diepte van de toekomstige verstoring is niet bekend, maar uitgaande van een standaard funderingsdiepte naar verwachting tot ten minste 0,8-1,0 meter beneden maaiveld

NL.IMRO.1978.BPGroeneweg33HNR-VG01

Bestemmingsplan gemeentehuis Hoornaar

|26 reiken. De onderzoekslocatie ligt volgens de Archeologische Beleidskaart van de voormalige gemeente Giessenlanden (2009) in een zone met een zeer hoge archeologische verwachting. Binnen het bestemmingsplan Dorpskern Hoornaar (2012) geldt de dubbelbestemming Waarde – Archeologie 3. Voor deze zone geldt een onderzoeksplicht bij bodemingrepen met een oppervlakte groter dan 50 m2 en een verstoringsdiepte vanaf 30 centimeter onder maaiveld. De gemeente heeft middels deze kaart aangegeven dat er een archeologische onderzoeksplicht geldt. De omgeving van het plangebied ligt in een dynamisch gebied. Het grootste deel van het plangebied ligt binnen een Laat-Glaciale meandergordel. Deze meandergordel was actief van circa 10.950 tot 9.000 voor Chr. (laat-paleolithicum B). De stroomgordel zal zich hebben ingesneden in de Pleistocene ondergrond. Om die reden geldt een lage archeologische verwachting voor vuursteenvindplaatsen uit de periode laat-paleolithicum. Naar verwachting was het plangebied te nat voor bewoning in deze periode. Om deze redenen geldt er een lage verwachting voor de periode laat-paleolithicum. Op basis van de datering van Laat-Glaciale meandergordel kunnen er archeologische resten vanaf het vroeg-mesolithicum voorkomen. Van oudsher vestigde de mens zich op de overgang van nat naar droog (gradiëntzones).

Er is geen tot onvoldoende informatie voorhanden over de aan- of afwezigheid van een dergelijke gradiëntzone in of nabij het plangebied. De top van de afzettingen uit het Weichselien bevindt zich in het plangebied op een diepte van circa 4,00 meter onder maaiveld. Om deze redenen kan er geen nader gespecificeerde archeologische verwachting gegeven worden voor de periode vroeg-mesolithicum tot laat-mesolithicum. De omgeving van het plangebied bestond tijdens het laat-neolithicum tot aan de ontginning van het plangebied in de middeleeuwen uit een veenlandschap. Alleen de hoger gelegen rivierduinen, zoals ten noordwesten van het plangebied, werden niet bedekt met veen. Het veen landschap bestaat uit een nat milieu en vormt geen gunstige plek voor bewoning. Om deze redenen geldt een lage archeologische verwachting voor nederzettingsresten. Het plangebied ligt aan de Groeneweg, ten zuiden van de historische dorpskern van Hoornaar. Het uitgestrekte veengebied Alblasserwaard werd vanaf de 12e en 13e eeuw in cultuur gebracht. Gedurende de 19e en 20e eeuw in gebruik als weiland en akkerland. Vanwege de ligging in agrarisch gebied, en de afwezigheid van aanwijzingen voor historische bebouwing, worden resten van bewoning uit de late middeleeuwen en nieuwe tijd niet verwacht in het plangebied.

Op basis van deze gegevens geldt voor het plangebied een lage verwachting voor de periode late middeleeuwen en nieuwe tijd. Op basis van het uitgevoerde verkennend veldonderzoek door middel van boringen kan worden gesteld dat in het plangebied de natuurlijke afzettingen vooral zijn gevormd in een komgebied van de stroomgordel van Schaik dat nat en/of vochtig was voor bewoning. In het zuiden van het plangebied is vermoedelijk een oude geul aangetroffen van de Schaik stroomgordel. Er zijn geen bewoonbare niveaus of donken of terpen en archeologische indicatoren aangetroffen die wijzen op de aanwezigheid van archeologische resten. Op basis van het uitgevoerde verkennend onderzoek kan de lage verwachting uit het bureauonderzoek worden gehandhaafd voor perioden neolithicum – nieuwe tijd. Voor het plangebied wordt om bovenstaande redenen geen archeologisch vervolgonderzoek noodzakelijk geacht.

NL.IMRO.1978.BPGroeneweg33HNR-VG01

Bestemmingsplan gemeentehuis Hoornaar

|27 De resultaten van dit onderzoek zijn getoetst door de bevoegde overheid (gemeente Molenlanden), dat op basis van het uitgebrachte advies een selectiebesluit zal nemen. “De gemeente is akkoord met het eindrapport op voorwaarde dat de opmerkingen, waar onder de bouwdossier gegevens verwerkt/toegelicht worden in het eindrapport. Wij gaan akkoord met het selectieadvies om het plangebied vanuit het aspect archeologie vrij te geven (geen vervolgonderzoek). De ondergrond bestaat uit komafzettingen en een veenpakket dat niet geschikt was voor permanente menselijke bewoning in het verleden. De trefkans op vindplaatsen is gezien de onderzoeksresultaten nihil. Wel wijzen wij erop dat voor toevalsvondsten een meldplicht geldt conform art. 5.10 en 5.11 van de Erfgoedwet bij de RCE en gemeente Molenlanden.” Het uitgevoerde onderzoek is verricht conform de gestelde eisen en gebruikelijke methoden. Het onderzoek is gericht op het inzichtelijk maken van de toestand van het aanwezige bodemarchief. Hiermee kan de beschadiging dan wel vernietiging als gevolg van de voorgenomen verstoring van een mogelijk aanwezig bodemarchief tot een minimum worden beperkt. Echter kan door de aard van het onderzoek, steekproefsgewijs, niet volledig worden uitgesloten dat er archeologische resten aan- of afwezig zullen zijn.

Als gevolg hiervan is bij het aantreffen van archeologische resten het, conform de Erfgoedwet van 2016, artikel 5.10 (Archeologische toevalsvondst) en 5.11 (Waarneming), een meldingsplicht van toepassing. Conclusie Het aspect archeologie en cultuurhistorie vormt geen belemmering voor het planvoornemen.

5.2

Bedrijven en milieuzonering

Wet Milieubeheer De Wet milieubeheer zorgt ervoor dat milieuoverlast in woongebieden zoveel mogelijk wordt beperkt. Alle voorzieningen en bedrijven die overlast veroorzaken moeten daarom een vergunning hebben in het kader van de Wabo en Wet milieubeheer of ze moeten voldoen aan het activiteitenbesluit. In de publicatie “Bedrijven en Milieuzonering” van de VNG (Vereniging van Nederlandse Gemeenten) is een lijst met indicatieve richtafstanden opgenomen voor milieubelastende bedrijfsactiviteiten ten opzichte van gevoelige bestemmingen. De richtafstand geldt tussen enerzijds de grens van de bestemming die bedrijven (of andere milieubelastende functies) toelaat en anderzijds de uiterste ligging van de gevel van een woning die mogelijk is. Onderzoek De planlocatie aan de Groeneweg 33 in Hoornaar ligt in een woonwijk met enkele maatschappelijke functies in de directe omgeving. Ten noorden in het plangebied bevindt zich een gebouw met de bestemming bedrijf. Hier is een rioolgemaal gevestigd. Ten zuidwesten van het plangebied bevindt zich een Dierenkliniek en iets verder ten zuiden een tennis- en voetbalvereniging. Het plangebied en haar directe omgeving is aan te merken als ‘rustige woonwijk’. De onderstaande tabel geeft een overzicht van de richtafstanden uit de publicatie “Bedrijven en milieuzonering” (VNG) in combinatie met de werkelijke afstand tot het plangebied.

NL.IMRO.1978.BPGroeneweg33HNR-VG01

Bestemmingsplan gemeentehuis Hoornaar

|28

Adres

Omschrijving

Richtafstand “Bedrijven en milieuzonering”

Werkelijke afstand woningen plangebied

Groeneweg 33

Rioolgemaal

30 meter

Minimaal 30 meter

Groeneweg 33A

Dierenkliniek Giessenlanden

10 meter

Minimaal 30 meter

Groeneweg 43

Tennisvereniging in den Bogerd

50 meter

Minimaal 150 meter

Groeneweg 59

Voetbalvereniging SteDeCo

50 meter

Minimaal 400 meter

Tabel 2: Bestaande bedrijven en inrichtingen omgeving plangebied

Uit de bovenstaande tabel blijkt dat VGN-richtafstanden geldend voor de bestaande bedrijven en inrichtingen in de omgeving niet over het plangebied zijn gelegen en zich op voldoende afstand tot de geplande woningen bevinden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Molenlanden&id=e00f3c44-819a-4693-8b7c-4aaa4854008e