Bijlage 1: Toelichting bestemmingsplan ‘Goudriaan, Noordzijde 75’
Tekst van het document
Toelichting Bestemmingsplan ‘Goudriaan, Noordzijde 75’
Gemeente Molenlanden Toelichting Bestemmingsplan ‘Goudriaan, Noordzijde 75’
Identificatie
Planstatus
Identificatiecode: NL.IMRO.1978.BPnoordzijde75GDA-VG01
Datum: 07-12-2020
Status: Vastgesteld
Projectnummer: 1009997
2
Inhoud 1.
2.
3.
4.
Inleiding............................................................................................................ 5 1.1
Inleiding ..................................................................................................... 5
1.2
Kader .......................................................................................................... 7
1.3
Maatschappelijk resultaat ........................................................................... 9
1.4
Maatschappelijk draagvlak .......................................................................... 9
1.5
Financiële consequenties/economische uitvoerbaarheid.............................. 9
1.6
Communicatie ............................................................................................ 9
1.7
Realisatie .................................................................................................... 9
1.8
Leeswijzer................................................................................................. 10
Planbeschrijving .............................................................................................. 11 2.1
Bestaande situatie ..................................................................................... 11
2.2
Nieuwe situatie ......................................................................................... 15
Beleidskader ................................................................................................... 18 3.1
Rijksbeleid ................................................................................................ 18
3.2
Provinciaal beleid ...................................................................................... 18
3.3
Regionaal beleid ....................................................................................... 19
3.4
Gemeentelijk beleid .................................................................................. 20
3.5
Conclusie .................................................................................................. 20
Sectorale aspecten .......................................................................................... 21 4.1
Milieueffectrapportage (vormvrije m.e.r.) .................................................. 21
4.2
Watertoets ................................................................................................ 21
4.3
Geluid ....................................................................................................... 22
4.4
Luchtkwaliteit ........................................................................................... 23
4.5
Bedrijven en milieuhinder ......................................................................... 23
4.6
Externe veiligheid ..................................................................................... 23
4.7
Kabels en leidingen................................................................................... 24
4.8
Ecologie .................................................................................................... 24
4.9
Bodem ...................................................................................................... 25
4.10 Archeologie............................................................................................... 25 4.11 Duurzaamheid .......................................................................................... 26 5.
Juridische planbeschrijving .............................................................................. 27 5.1
Inleiding ................................................................................................... 27
5.2
Systematiek van de regels ......................................................................... 27
5.3
Bestemmingen .......................................................................................... 27
5.4
Aanduidingen ........................................................................................... 28 3
6.
7.
Verantwoording beleidskader .......................................................................... 29 6.1
Rijksbeleid ................................................................................................ 29
6.2
Provinciaal beleid ...................................................................................... 32
6.3
Regionaal beleid ....................................................................................... 38
6.4
Gemeentelijk beleid .................................................................................. 40
6.5
Conclusie .................................................................................................. 44
Verantwoording sectorale aspecten ................................................................. 45 7.1
Milieueffectrapportage (vormvrije m.e.r.) .................................................. 45
7.2
Watertoets ................................................................................................ 49
7.3
Geluid ....................................................................................................... 54
7.4
Luchtkwaliteit ........................................................................................... 56
7.5
Bedrijven en milieuhinder ......................................................................... 58
7.6
Externe veiligheid ..................................................................................... 60
7.7
Kabels en leidingen................................................................................... 63
7.8
Ecologie .................................................................................................... 64
7.9
Bodem ...................................................................................................... 68
7.10 Archeologie .............................................................................................. 70 7.11 Duurzaamheid .......................................................................................... 73 Bijlage 1
Omschrijving Ontwerp
2
Digitale watertoets
3
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Ecologische quickscan Verkennend bodemonderzoek Archeologisch onderzoek
4 5 6
Auteur Van der Padt & Partners Waterschap Rivierenland Voortman Ingenieurs
Referentie 68-18 VO01 201910099-21549 R-JVO/1509
Datum 10-12-2018
Blom Ecologie
BE/2019/57 9/r 19-2109
04-10-2019
Rapport 5042
04-06-2020
Linge Milieu ADC ArcheoProjecten
09-10-2019 11-12-2019
18-03-2020
4
1.
Inleiding
1.1 Inleiding 1.1.1 Aanleiding Op het perceel Noordzijde 75 te Goudriaan is het bedrijf Blokland Autobedrijf gevestigd. Het perceel is voorzien van enkele gebouwen, zoals de bedrijfswoning, garage en opslagloodsen. Op het buitenterrein staan tientallen personenauto’s en de nodige buitenopslag. De gebouwen zijn verouderd en enkele gebouwen bevinden zich in een zeer slechte bouwkundige staat. Het gehele perceel doet verrommeld aan. De familie is voornemens om de bedrijfsvoering van het autobedrijf stop te zetten en het perceel geheel op te ruimen door vier verouderde opslagschuren en de kas te saneren, onnodige terreinverharding op te ruimen en de personenauto’s op het terrein te verwijderen. De bedrijfswoning met uitbouwen en het bedrijfsgebouw met opslagloods blijven gehandhaafd, waarbij het bedrijfsgebouw gerenoveerd wordt. Per saldo zal 239 m2 aan verouderde opstallen gesaneerd worden. Ter compensatie van het verwijderen van verouderde opstallen, het opruimen van terreinverharding en buitenopslag en het wegnemen van de bedrijfsbestemming heeft de familie het idee opgevat om een deel van het voormalige bedrijfsgebouw om te bouwen tot woning. De overige ruimte van het gebouw zal gebruikt worden als (geschakeld) bijgebouw, onder andere voor hobbymatige doeleinden (de initiatiefnemer wil graag nog hobbymatig blijven sleutelen aan auto’s).
In de nieuwe woning zal de dochter van de initiatiefnemer komen te wonen, waardoor een toekomstbestendige situatie met oog op mantelzorg ontstaat tussen de familieleden. Daarnaast heeft de initiatiefnemer het idee opgevat om de opslagloods geheel te vernieuwen en om te bouwen tot een ruimte voor recreatieve doeleinden in de vorm van een bed & breakfast. Het plan is strijdig met het vigerende bestemmingsplan ‘Buitengebied Graafstroom’ van de voormalige gemeente Graafstroom. Het perceel heeft de bestemming ‘Bedrijf’. Op gronden met de bestemming ‘Bedrijf’ is het niet toegestaan om een burgerwoning en een bed & breakfast te realiseren. Daarnaast zal het perceel geen bedrijfsbestemming meer nodig hebben, gezien de initiatiefnemers voornemens zijn om te stoppen met de volwaardige bedrijfsactiviteiten behorende bij het autobedrijf. Het perceel zal hierdoor een woonfunctie krijgen. Voor het onderhavige plan is een principeverzoek ingediend bij de gemeente. In een schriftelijke beantwoording heeft de gemeente Molenlanden aangegeven medewerking te willen verlenen middels een bestemmingsplanprocedure. 1.1.2 Plangebied Het plangebied betreft het perceel Noordzijde 75, kadastraal bekend GDA02-C-219 en 220. Het perceel is gelegen ten oosten van de dorpskern Goudriaan.
Het plangebied wordt in het noorden begrensd door een wetering en aan de oostzijde wordt het plangebied begrensd door een watergang. Aan de zuidzijde grenst het plangebied aan de Noordzijde en aan de westzijde door een watergang.
5
Afbeelding 1: Begrenzing plangebied
1.1.3 Belang De gemeente Molenlanden geeft toestemming aan ruimtelijke ontwikkelingen in het buitengebied wanneer er sprake is van een aangetoonde verbetering van de ruimtelijke kwaliteit en de individuele, bedrijfs- en maatschappelijke belangen en overige belangen in de directe omgeving niet nadelig worden beïnvloed. Het onderhavige plan past binnen de beleidsuitgangspunten van de gemeente Molenlanden. Het plan zorgt voor een aanzienlijke verbetering van de ruimtelijke kwaliteit. Middels het plan wordt het huidige bedrijfsgebouw/autogarage gerenoveerd tot een landelijke schuurwoning, waardoor het perceel beter zal aansluiten bij het landelijke karakter van het cultuurhistorisch lint Noordzijde. Om in een optimale ruimtelijke kwaliteitsverbetering te voorzien wordt het perceel tevens op een verantwoorde wijze landschappelijk ingepast. Middels het plan worden streekeigen beplanting (zoals knotwilgen) behouden en aangeplant. Het parkeren wordt in het tuinontwerp geïntegreerd, zodat het parkeren aan het zicht vanaf de openbare weg wordt onttrokken. Een landschappelijk doorzicht naar het achtergelegen open slagenlandschap over het perceel blijft behouden en versterkt door het opruimen van de buitenopslag en de personenauto’s.
Verder wordt met de sanering van de verouderde en in slechte bouwkundige staat zijnde bijgebouwen verdere veroudering en verpaupering en daarmee aantasting van de ruimtelijke kwaliteit voorkomen. Tenslotte zijn volwaardige bedrijven in het cultuurhistorisch lint niet wenselijk. Middels het onderhavige plan wordt de juridisch-planologische mogelijkheid tot het vestigen van een volwaardig bedrijf binnen het plangebied uitgesloten. Daarmee wordt tevens het woon- en leefklimaat in de directe omgeving verbeterd. Het plan is een passende ontwikkeling voor de gemeente Molenlanden.
6
1.2 Kader Bestemmingsplan ‘Buitengebied Graafstroom’ Het plangebied valt binnen de contouren van het bestemmingsplan ‘Buitengebied Graafstroom’, vastgesteld op 25 januari 2010 door de gemeenteraad van de voormalige gemeente Graafstroom. Het plangebied heeft de enkelbestemmingen: • Agrarisch met waarden; • Bedrijf; • Verkeer. De dubbelbestemming: • Waarde – Archeologie. En de aanduidingen: • Bouwvlak; • Functieaanduiding ‘specifieke vorm van bedrijf – detailhandel in personenauto’s en (brom)fietsen’; • Functieaanduiding ‘specifieke vorm van verkeer – erftoegangswegen’; • Gebiedsaanduiding ‘milieuzone – stiltegebied’; • Gebiedsaanduiding ‘wro-zone – aanlegvergunning overgangsgebied’; • Gebiedsaanduiding ‘wro-zone – wijzigingsgebied dorplint’; • Maatvoeringsaanduiding ‘maximum goothoogte (m): 4’.
Afbeelding 2: Uitsnede bestemmingsplan 'Buitengebied Graafstroom’
7
Bestemmingsplan ‘Buitengebied Graafstroom 3e herziening’ Op 15 september 2015 is de 3e herziening van bestemmingsplan ‘Buitengebied Graafstroom’ vastgesteld. In de 3de herziening zijn regels opgenomen en aangepast naar aanleiding van afwijkingen tussen de verschillende bestemmingsplannen voor het buiten- gebied, evenals omissies of nieuw beleid. Voor het plangebied betekent dat: • De dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 4 is toegevoegd. • De gebiedsaanduidingen ‘wro-zones’ zijn gewijzigd naar ‘wetgevingszones’: o Gebiedsaanduiding wetgevingszone – omgevingsvergunning overgangsgebied; o Gebiedsaanduiding wetgevingszone – wijzigingsgebied dorpslint.
Afbeelding 3: Uitsnede bestemmingsplan 'Buitengebied Graafstroom 3e herziening'
Bestemmingsplan ‘parapluherziening Buitengebied Graafstroom’ Op 20 februari 2018 is een volgende herziening van het bestemmingsplan ‘Buitengebied Graafstroom’, het bestemmingsplan ‘parapluherziening Buitengebied Graafstroom’ vastgesteld. In de herziening zijn tevens regels opgenomen en aangepast naar aanleiding van afwijkingen tussen de verschillende bestemmingsplannen voor het buitengebied, evenals omissies of nieuw beleid. Voor het onderhavige plangebied betekent dit de aanpassing/actualisatie van de regelgeving en het opnemen van de gebiedsaanduiding ‘wetgevingszone – wijzigingsgebied dorpslint’.
8
1.3 Maatschappelijk resultaat Met de vaststelling van het bestemmingsplan wordt een nieuwe, geactualiseerde en gedigitaliseerde juridische regeling geboden. Middels het onderhavige bestemmingsplan wordt het juridisch-planologisch mogelijk gemaakt om de bedrijfsfunctie van het perceel te wijzigen in een woonfunctie, ter plaatse van het perceel Noordzijde 75 te Goudriaan een woning in een bestaand gebouw te realiseren en de huidige bedrijfswoning om te zetten in een burgerwoning.
1.4 Maatschappelijk draagvlak Op de voorbereiding van een ruimtelijke procedure is afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing. Vooroverleg In het kader van het vooroverleg is het plan besproken met de overlegpartners. Inspraak en overleg Gelijktijdig met het vooroverleg heeft het voorontwerpbestemmingsplan vanaf 28 augustus 2020 zes weken ter inzage gelegen (Gemeenteblad nr. 215873), waarbij eenieder in de gelegenheid is gesteld om een inspraakreactie in te dienen. Tijdens deze periode zijn geen reacties binnengekomen. Zienswijzen Het ontwerpbestemmingsplan en bijbehorende stukken hebben vanaf 23 oktober 2020 zes weken ter inzage gelegen (Gemeenteblad nr. 269596), waarbij eenieder in de gelegenheid wordt gesteld om zienswijzen kenbaar te maken. Er zijn geen zienswijzen ingediend.
1.5 Financiële consequenties/economische uitvoerbaarheid Vanwege het private initiatief komt het onderzoek naar de economische uitvoerbaarheid van het plan, voor verantwoordelijkheid van de initiatiefnemer, welke aangeeft dat de financiële haalbaarheid gewaarborgd is. Ter zekerheid voor de gemeente is er een anterieure overeenkomst met de initiatiefnemer getekend, waarin onder andere is geregeld dat eventuele planschade voor rekening van de initiatiefnemer komt. Op basis van het vorenstaande kan worden vastgesteld dat de economische uitvoerbaarheid gewaarborgd is.
1.6 Communicatie Er wordt op de wettelijke manier gecommuniceerd over de te voeren procedure (via internet en de Staatscourant).
1.7 Realisatie Wanneer er geen beroep wordt ingediend, is het bestemmingsplan na de beroepstermijn onherroepelijk. De omgevingsvergunning voor het plan kan dan worden aangevraagd.
9
1.8 Leeswijzer Deze toelichting bestaat uit de volgende hoofdstukken, waarin de achtergronden van de planontwikkeling zijn beschreven: • Hoofdstuk 2: Planbeschrijving; • Hoofdstuk 3: Beleidskaders; • Hoofdstuk 4: Sectorale aspecten; • Hoofdstuk 5: Juridische planbeschrijving; • Hoofdstuk 6: Verantwoording beleidskader; • Hoofdstuk 7: Verantwoording sectorale aspecten.
10
2.
Planbeschrijving
2.1 Bestaande situatie 2.1.1 Ontstaansgeschiedenis en stedenbouwkundige structuur Rond de 12e en 13e eeuw is men voor bewoning het uitgestrekte natte veengebied van de Alblasserwaard ingetrokken. Daarbij kwamen de in het veen zichtbare donken en stroomruggen van riviertjes als de Alblas en Goudriaan het eerst voor permanente bewoning in aanmerking. Zo is ook het huidige dorp Goudriaan in de 13e en 14e eeuw als lintbebouwing ontstaan langs natuurlijke waterloop de Goudriaan. Vanaf de stroomruggen langs de Goudriaan werden haaks op deze stroomruggen sloten gegraven. Ook ging men over tot de aanleg van min of meer parallel aan de riviertjes gelegen voor- en achter weteringen en kaden. Deze kaden dienden onder meer om wateroverlast vanuit het achterliggende nog onontgonnen veengebied te voorkomen. De gronden die het dichtst bij de woningen lagen werden aanvankelijk gebruikt voor akkerbouw en hennepteelt, de daarachter gelegen gronden als weiland en hooiland. Het dorp Goudriaan kenmerkt zich oorspronkelijk door een eenvoudige lineaire plattegrond met een plaatselijke verdichting in de omgeving van een brug of de kerk. Vanuit de lintbebouwing is er een buurtschap ontstaan, van waaruit het dorp na de Tweede Wereldoorlog een grote groei heeft gekend. Na de Tweede Wereldoorlog heeft er aan beide zijde van de Goudriaan uitbreiding van het dorp plaatsgevonden.
Het plangebied is gelegen in de lintbebouwing langs de Noordzijde, ten oosten van de kern Goudriaan. 2.1.2 Huidige status/gebruik Het perceel Noordzijde 75 te Goudriaan betreft een autogaragebedrijf. Het bedrijfsgebouw is verouderd en de overige bijgebouwen op het perceel bevinden zich in een zeer slechte bouwkundige staat. Verder vindt er op het buitenterrein opslag van materiaal en tientallen personenauto’s plaats. Het geheel doet verrommeld aan.
Afbeelding 4: Aanzicht perceel Noordzijde 75 te Goudriaan
11
Afbeelding 5: Tientallen geparkeerde (oude) personenauto's op het voorerf
Afbeelding 6: Tekening bestaande situatie
Tabel 1: Oppervlakte gebouwen bestaande situatie No. Gebouw 1 Woonhuis 2 Aanbouw aan woonhuis 3 Schuur aan woonhuis 4 Opslag 5 Garage 6 Opslag 7 Kas 8 Opslag 9 Opslag 10 Loods/opslag Totaal
Oppervlakte 84 m² 21 m² 43 m² 54 m² 264 m² 172 m² 28 m² 99 m² 6 m² 52 m² 823 m² 12
Afbeelding 7: Verouderde schuur op het achtererf
Afbeelding 8: Opslag van materialen
13
Afbeelding 9: In zeer slechte bouwkundige staat zijnde bijgebouw
Afbeelding 10: Verouderd schuurtje
14
2.2 Nieuwe situatie 2.2.1 Plan Middels het onderhavige plan wordt de bedrijfsvoering van het autobedrijf stopgezet en wordt het perceel opgeruimd en in een representatieve staat teruggebracht. Hierbij worden er vier schuren en een kas gesaneerd, onnodige terreinverharding opgeruimd en worden de personenauto’s op het perceel verwijderd of hobbymatig gestald in de bestaande schuur. Per saldo wordt 239 m² aan verouderde opstallen gesaneerd. Tezamen met het verwijderen van de verouderde stallen, het opruimen van de verharding, buitenopslag en personenauto’s en het wegnemen van de bedrijfsbestemming wordt ter compensatie een woning gerealiseerd binnen een deel van het te renoveren bedrijfsgebouw. Het bedrijfsgebouw krijgt een landelijke uitstraling door het gebouw te voorzien van zwarte gepotdekselde gevels. De overige ruimte van het bedrijfsgebouw wordt gebruikt als (geschakeld) bijgebouw, onder andere voor het hobbymatig sleutelen aan auto’s en een bed & breakfast. Hiermee wordt het huidige bedrijfsgebouw vanuit stedenbouwkundig en landschappelijk oogpunt op een verantwoorde wijze getransformeerd. De nieuwe woning zal in gebruik worden genomen door de dochter van de initiatiefnemer, waardoor een toekomstbestendige situatie ontstaat met het oog op mantelzorg.
Afbeelding 11: Ontwerp gerenoveerde bedrijfsgebouw
Om in een optimale ruimtelijke kwaliteitswinst te voorzien wordt het perceel landschappelijk ingericht. Streekeigen beplanting (zoals knotwilgen) worden aangebracht en het parkeren wordt aan het zicht onttrokken door de parkeerplaatsen in het tuinontwerp te integreren.
15
Bedrijfsgebouw naar woning, B&B en hobbyruimte
Parkeren in tuinontwerp
Bedrijfswoning naar burgerwoning
Afbeelding 12: Ontwerp inrichting Noordzijde 75 Goudriaan
2.2.2 Ontsluiting en parkeren Ontsluiting Het perceel wordt thans ontsloten middels twee in- en uitritten op de Noordzijde. De huidige in- en uitritten blijven behouden voor het autoverkeer. Hierdoor krijgen beide woningen een eigen in- en uitrit. Het plan voorziet niet in het toevoegen van ontsluitingen op de Noordzijde. Parkeren Voor de vaststelling van de parkeernorm is gebruik gemaakt van de CROW-publicatie 381. Uitgaande van het type ‘koop, vrijstaand’ liggend in een ‘niet stedelijk gebied’ in het ‘buitengebied’ wordt uitgegaan van een gemiddelde parkeernorm van 2,4 parkeerplaatsen per woning. Voor wat betreft de woningen komt de parkeerbehoefte uit op 4,8 parkeerplaatsen voor de twee woningen. Middels het plan wordt verder een bed & breakfast gerealiseerd met één kamer (maximaal 4 bedden). Om de parkeerbehoefte op te vangen wordt voor de bed & breakfast twee parkeerplaatsen gerealiseerd. Per saldo dient het perceel voorzien te worden van zeven parkeerplaatsen. De zeven parkeerplaatsen worden volledig op het eigen terrein gerealiseerd en meegenomen in het tuinontwerp, zodat deze aan het zicht worden onttrokken. Hiermee wordt voldaan aan de gestelde parkeernorm.
16
7 parkeerplaatsen op eigen terrein
Afbeelding 13: Nieuwe parkeersituatie Noordzijde 75 Goudriaan
17
3.
Beleidskader
In dit hoofdstuk zijn de conclusies vanuit de beleidsaspecten weergegeven. De uitgebreide verantwoording van het beleidskader staat beschreven in hoofdstuk 6.
3.1 Rijksbeleid Op rijksniveau zijn op ruimtelijk gebied de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR), het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) en het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) de meest bepalende beleidsdocumenten. Het onderhavige plan is kleinschalig van aard en er worden geen rijksbelangen geschaad. Toetsing aan ladder voor duurzame verstedelijking In het onderhavige plan wordt per saldo één wooneenheid toegevoegd. Vanuit jurisprudentie is in dit geval geen sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling en is toetsing aan de ladder voor duurzame verstedelijking niet noodzakelijk.
3.2 Provinciaal beleid Op 20 februari 2019 hebben de Provinciale staten van Zuid-Holland het Omgevingsbeleid vastgesteld. Het Omgevingsbeleid van Zuid-Holland omvat al het provinciale beleid voor de fysieke leefomgeving. Het bestaat uit twee kaderstellende instrumenten: de Omgevingsvisie en de Omgevingsverordening. Het plan betreft een passende nieuwe invulling van het perceel Noordzijde 75 te Goudriaan van bedrijfslocatie naar woonlocatie. De ernstig verouderde en in slechte bouwkundige staat zijnde bijgebouwen worden gesaneerd en het bedrijfsgebouw/ garage wordt gerenoveerd, zodat dit gebouw zal aandoen als een landelijke schuur en hiermee aansluit bij de overige bebouwing in het lint langs de Noordzijde. Tevens wordt het perceel in een representatieve staat teruggebracht door het verwijderen van de buitenopslag en personenauto’s. Het plan voorziet hiermee in een verbetering van de ruimtelijke kwaliteit. Om in een optimale ruimtelijke kwaliteit te voorzien wordt het perceel op een passende wijze landschappelijk ingericht. Het parkeren zal geïntegreerd worden in het tuinontwerp en aan het zicht worden onttrokken vanaf de openbare weg. Aan de oostzijde blijft het landschappelijk doorzicht gehandhaafd. Met de sanering van de verouderde gebouwen en het opruimen van het perceel wordt tevens verdere verloedering en daarmee aantasting van de ruimtelijke kwaliteit voorkomen.
Het plangebied is gelegen buiten bestaand stads- en dorpsgebied (BSD), maar binnen de ‘bebouwde ruimte’. Binnen het gebied ‘bebouwde ruimte’ (systeem van kernen en linten) streeft de provincie Zuid-Holland naar het beter benutten van deze ruimte voor een compact, samenhangend en kwalitatief hoogwaardig bebouwd gebied door het stimuleren en faciliteren van verdichting, herstructurering en transformatie. Het plangebied is gelegen in het bestaande bebouwingslint. Middels het plan wordt één wooneenheid toegevoegd en krijgt het plangebied een passende 18
nieuwe invulling (bedrijf naar wonen). Het plangebied is kleiner dan 3 hectare. In dit geval is geen sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling, waardoor toetsing aan de ladder voor duurzame verstedelijking niet noodzakelijk is. Ruimtelijke kwaliteit Het plan kan worden geschaard binnen de categorie ‘inpassen’. De ontwikkeling is gebiedseigen, passend bij de schaal en aard van het gebied. Middels het plan is sprake van een ruimtelijke kwaliteitsverbetering. Het plan voldoet aan de doelstellingen en richtpunten van de kwaliteitskaart van de provincie Zuid-Holland. Stedelijke ontwikkelingen (Ladder voor duurzame verstedelijking) Het plan betreft een kleinschalige woningbouwontwikkeling in het bestaande bebouwingslint. Middels het plan krijgt het plangebied een passende nieuwe invulling en wordt er één wooneenheid toegevoegd. Het plangebied is kleiner dan 3 hectare. In dit geval is geen sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling, waardoor toetsing aan de ladder voor duurzame verstedelijking niet noodzakelijk is. Stiltegebied Het plangebied is gelegen in een stiltegebied. Om stiltegebieden zo stil mogelijk te houden gelden een aantal regels. Gemotoriseerd verkeer, grootschalige evenementen of andere bronnen van lawaai zijn verboden. Gebiedseigen geluiden zijn wel toegestaan.
Middels het plan wordt de mogelijkheid om een bedrijf te vestigen op het perceel uitgesloten en wordt de huidige autogarage ‘wegbestemd’ door de huidige bedrijfs-bestemming te wijzigen in de bestemming ‘Wonen’. Wel wordt het hobbymatig houden van auto’s mogelijk gemaakt. Het hobbymatig houden van auto’s is ten opzichte van het huidige autobedrijf kleinschalig, waarmee het plan bijdraagt aan het stilhouden van stiltegebieden. Verder voorziet het plan in het toevoegen van één wooneenheid en een bed & breakfast in het huidige bedrijfsgebouw/garage. Het toevoegen van één woning en een bed & breakfast zorgt niet voor een onevenredige toename in de verkeersbewegingen. Op basis hiervan kan worden gesteld dat er geen sprake is van onevenredige geluidsproductie.
3.3 Regionaal beleid Op regionaal niveau is op ruimtelijk gebied de regionale structuurvisie Visie 2030 ‘Open voor elkaar’ en de ‘Regionale Woonvisie’ de meest bepalende beleidsdocumenten. De regionale structuurvisie ‘Open voor elkaar’ benadrukt het bijzondere cultuurhistorische landschap, de grote sociale cohesie en de innovatiekracht van het bedrijfsleven als kernwaarden. Het plan voorziet in het slopen van de zeer verouderde en in slechte bouwkundige staat zijnde bijgebouwen en het renoveren van de huidige garage in een landelijk bijgebouw. Tevens wordt het perceel in een representatieve staat teruggebracht door de buitenopslag en de personenauto’s op te ruimen. Tevens wordt een landschappelijk doorzicht aan de oostzijde van het perceel behouden. Hiermee wordt een rustiger en landelijker straatbeeld gecreëerd en draagt het plan bij aan het overwegende open, rustige en authentieke karakter van de regio en is derhalve in overeenstemming met het regionaal beleid.
19
Goudriaan is in de regionale woonvisie benoemd als woondorp (kleine kern met beperkte voorzieningen). Het meest voorkomende mentality-milieu is ‘Traditionele Burgerij’. Om flexibel in te kunnen spelen op de behoefte is van belang dat kleinere plannen tot ontwikkeling te brengen. Dit plan, dat uit slechts één extra woning bestaat, voldoet aan die behoefte en is daarmee passend in de regionale woonvisie. Daarnaast wordt de toegevoegde woning bewoond door de dochter van de bewoners van de bestaande woning Noordzijde 75. De woning is regionaal afgestemd en wordt meegenomen in de herijking van de woningbouwmonitor Alblasserwaard-Vijfheerenlanden 2020-2030.
3.4 Gemeentelijk beleid Met de ontwikkeling van het voorgenomen plan wordt voorzien in de gemeentelijke doelstellingen zoals opgenomen in de structuurvisie Graafstroom, het MeerjarenPerspectief Wonen en de Toekomstvisie Molenwaard van de gemeente. Het plan is strijdig met de vigerende bestemmingsplannen. Het perceel heeft thans de bestemming ‘Bedrijf’. Op gronden met de bestemming ‘Bedrijf’ is het niet toegestaan om een burgerwoning en een bed & breakfast te realiseren. Daarnaast zal het perceel geen bedrijfsbestemming meer nodig hebben, gezien de initiatiefnemers voornemens zijn om te stoppen met de volwaardige bedrijfsactiviteiten behorende bij het autobedrijf. Het perceel zal hierdoor een woonfunctie krijgen. Het onderhavige plan voorziet in een partiële herziening van het vigerend bestemmingsplan, waarmee de beoogde situatie juridisch-planologisch mogelijk wordt gemaakt.
3.5 Conclusie De voorgenomen ontwikkeling is niet mogelijk op basis van het vigerende bestemmingsplan, maar is wel in overeenstemming met het ruimtelijk beleid.
20
4.
Sectorale aspecten
Sectoraal aspect: 4.1 Milieueffectrapportage 4.2 Watertoets 4.3 Geluid 4.4 Luchtkwaliteit 4.5 Bedrijf-milieuhinder 4.6 Externe veiligheid 4.7 Kabels en leidingen 4.8 Ecologie 4.9 Bodem 4.10 Archeologie 4.11 Duurzaamheid
Extern onderzoek uitgevoerd: Nee Nee Ja Nee Nee Nee Nee Ja Ja Ja Nee
Belemmering:
Nadere voorwaarden:
Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Ja Nee Nee
Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Saneren asbest Nee Nee
4.1 Milieueffectrapportage (vormvrije m.e.r.) Voor het onderhavige plan kan gesteld worden dat geen directe m.e.r.-plicht vanuit de wet milieubeheer en vanuit het besluit m.e.r. geldt op grond van Bijlage C. Tevens kan gesteld worden dat er geen m.e.r.-plicht geldt op basis van Bijlage D (er is geen sprake van een stedelijke ontwikkelingsproject). Er hoeft derhalve geen m.e.r.-beoordeling plaats te vinden.
4.2 Watertoets Voor het onderhavige plan is de digitale watertoets doorlopen (20191009-9-21549). De uitkomsten van de digitale watertoets zijn verder in dit hoofdstuk uitgewerkt. Het plangebied is gelegen binnen het peilgebied OVW050. Het peilgebied heeft een zomerpeil van -1,74 meter NAP en een winterpeil van –1,84 meter NAP. Ten aanzien van de drooglegging geldt voor het maaiveld een drooglegging van 0,7 meter, voor het straatpeil een drooglegging van 1,0 meter en voor het bouwpeil een drooglegging van 1,3 meter. Voldoende drooglegging is nodig om grondwateroverlast te voorkomen. Watergangen In de directe omgeving van het plangebied zijn meerdere watergangen gelegen. De sloopwerkzaamheden zullen deels plaatsvinden binnen de beschermingszones van A-watergang 000566. Voor deze sloopwerkzaamheden is het aanvragen van een watervergunning bij het Waterschap Rivierenland noodzakelijk. Overige werkzaamheden vinden buiten de beschermingszones van de watergangen plaats. Waterberging en -compensatie Het onderhavige plan resulteert in een toename aan verharding met 84 m2. Op basis hiervan zijn watercompenserende maatregelen noodzakelijk. Conform de stelregel van het waterschap dient 3,67 m3 water gerealiseerd te worden. Uitgaande van een 21
maximum toelaatbaar peil van 0,2 m betekent dit een oppervlak van 18,4 m². Indien de initiatiefnemer nog niet eerder gebruik heeft gemaakt van de eenmalige particuliere vrijstelling kan hierop aanspraak gemaakt worden. In dat geval is watercompensatie niet noodzakelijk. De afdeling vergunningen van het waterschap toetst of gebruik kan worden gemaakt van deze vrijstelling. Hemelwater- en vuilwaterafvoer (riolering) In de directe omgeving van het plangebied is voldoende oppervlaktewater aanwezig om het hemelwater naar af te voeren. Vuil water wordt afgevoerd via een gescheiden rioleringsstelsel. De nieuwe woning wordt aangesloten op het gescheiden rioleringsstelsel. Het gescheiden rioleringsstelsel valt onder de verantwoordelijkheid van de gemeente Molenlanden. In het plangebied ligt geen rioolwaterpersleiding van het Waterschap Rivierenland. Primaire of regionale waterkering Het plangebied is niet gelegen in de kern- en/of (buiten)beschermingszone van een regionale of primaire waterkering. Wegbeheer Buiten de bebouwde kom is het Waterschap Rivierenland verantwoordelijk voor het beheer van de wegen in de Alblasserwaard, waaronder de Noordzijde. Het perceel wordt thans ontsloten middels twee in- en uitritten op de Noordzijde. Dit zal in de nieuwe situatie niet wijzigen. De Noordzijde betreft een 15T-zone, wat wil zeggen dat de weg gesloten is voor verkeer zwaarder dan 15 ton.
Indien het voor de werkzaamheden noodzakelijk is om verkeer zwaarder dan 15 ton over de Noordzijde te laten plaatsvinden, dient een ontheffing te worden aangevraagd bij het Waterschap Rivierenlanden. Conclusie Het onderhavige plan heeft geen negatieve gevolgen voor het waterhuishoudkundige systeem ter plaatse. Voor het onderhavige plan dient een watervergunning te worden aangevraagd.
4.3 Geluid Het plangebied ligt binnen de invloedsfeer van het de Noordzijde (60 km/h) en de Zuidzijde (60 km/h). Het plangebied is niet gelegen binnen de invloedsfeer van enig spoorwegtraject en/of een gezoneerd industrieterrein, waardoor deze bronnen verder buiten beschouwing zijn gelaten. Het plangebied is gelegen in een stiltegebied. Het toevoegen van één woning en een bed & breakfast zorgt niet voor een onevenredige toename in de verkeersbewegingen. Op basis hiervan kan worden gesteld dat er geen sprake is van onevenredige geluidsproductie. Het onderhavige plan betreft de toevoeging van een wooneenheid. In het kader van de Wgh is hiermee sprake van het toevoegen van een nieuw geluidsgevoelig object en is het uitvoeren van een akoestisch onderzoek naar wegverkeerslawaai 22
noodzakelijk. Het akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai is uitgevoerd door Voortman Ingenieurs. De conclusies uit dit onderzoek luiden: ‘Uit het uitgevoerde akoestisch onderzoek blijkt dat: • De berekende geluidbelasting ten gevolge van de Noordzijde, Zuidzijde, Gorissenweg en Boonevlietweg ten hoogste respectievelijk 39 dB, 40 dB, 43 dB en 39 dB, incl. aftrek artikel 110g Wgh, bedraagt. Deze geluidbelastingen zijn niet hoger dan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB voor wegverkeer; • De berekende gecumuleerde geluidbelasting ten gevolge van alle wegen ten hoogste 46 dB, incl. aftrek artikel 110g Wgh, bedraagt; • De woningen beschikt alzijdig over geluidluwe gevels en een geluidluwe buitenruimte, zodat aan het streven uit het gemeentelijk geluidbeleid wordt voldaan. Voor deze woning hoeft geen hogere grenswaarden te worden vastgesteld omdat de voorkeursgrenswaarden voor wegverkeerslawaai niet worden overschreden.’ Conclusie Het onderhavige plan ondervindt voor wat betreft het aspect geluid geen belemmeringen.
4.4 Luchtkwaliteit Het onderhavige plan is kleinschalig van aard. Hiermee valt het plan in het besluit NIBM, waardoor kan worden gesteld dat het plan geen tot nihil invloed heeft op de luchtkwaliteit en dat toetsing niet noodzakelijk wordt geacht. Geconcludeerd wordt dat het aspect luchtkwaliteit de uitvoering van het plan niet in de weg staat.
4.5 Bedrijven en milieuhinder Het plan is getoetst aan de richtafstanden van het VNG-Handboek Bedrijven en milieuzonering (editie 2009). Op basis van deze toetsing (paragraaf 7.5) kan worden geconcludeerd dat voldaan wordt aan de gestelde richtafstanden. Gesteld kan worden dat er sprake is van een acceptabel woon- en leefklimaat en dat omliggende bedrijven niet (verder) in hun bedrijfsvoering worden beperkt. Conclusie Het onderhavige plan ondervindt voor wat betreft bedrijf- en milieuhinder (milieuzonering) geen belemmeringen.
4.6 Externe veiligheid Invloed van stationaire bronnen Volgens de risicokaart bevinden zich in de omgeving van het plangebied geen inrichtingen waar opslag van gevaarlijke stoffen plaatsvindt en/of inrichtingen waar
23
werkzaamheden met gevaarlijke stoffen plaatsvindt die een bedreiging kunnen vormen voor het onderhavige plan. Invloed transport gevaarlijke stoffen – buisleidingen In en om het plangebied zijn geen van dergelijke buisleidingen aanwezig. Invloed transport gevaarlijke stoffen – transportroutes Wegverkeer In de directe omgeving van het plangebied vindt geen voor de externe veiligheid relevant structureel transport van gevaarlijke stoffen over de weg plaats. Incidentele transporten van gevaarlijke stoffen over de omliggende wegen zijn echter niet uit te sluiten, maar deze vallen ruimschoots buiten het toetsingskader. Hierdoor zijn geen relevante externe veiligheidsrisico’s door transport over de weg te verwachten. Spoorverkeer In de directe omgeving van het plangebied zijn geen spoorwegen aanwezig. Vaarwegen In de directe omgeving van het plangebied zijn geen voor beroepsvaart relevante vaarwegen gelegen. Conclusie Geconcludeerd wordt dat het aspect externe veiligheid de uitvoering van het plan niet in de weg staat.
4.7 Kabels en leidingen In het plangebied of de directe omgeving zijn geen planologisch relevante leidingen zoals rioolpersleidingen, waterleidingen, hoogspanningslijnen of straalpaden gelegen. Voorafgaand aan de bouwwerkzaamheden wordt een KLIC-melding gedaan.
4.8 Ecologie Het onderhavige plan betreft onder andere de sanering van enkele schuren en de renovatie van de loods. Hiermee is sprake van werkzaamheden die in het kader van ecologie bedreigend kunnen zijn voor verblijfplaatsen van beschermde plant- en diersoorten. Om de invloed van de geplande werkzaamheden op de eventueel aanwezige flora en fauna in kaart te brengen is door Blom Ecologie een ecologisch onderzoek uitgevoerd. De resultaten uit dit onderzoek luiden: ‘Soortenbescherming De planlocatie heeft geen essentiële betekenis voor beschermde soorten. De planlocatie is mogelijk geschikt leefgebied voor algemene zoogdieren, foeragerende vleermuizen, amfibieën, insecten en broedvogels welke niet beschermd zijn (behoudens de Algemene zorgplicht) onder de Wet natuurbescherming.
24
Gebiedsbescherming De planlocatie maakt geen deel uit van een beschermd gebied en/of locatie betreffende: Natura 2000 en het Natuurnetwerk Nederland. Op een afstand van 10 km ligt het Natura 2000-gebied ‘Donkse laagten’. Op een afstand van 560 m ligt het Natuurnetwerk Nederland. Op een afstand van 150 m ligt het dichtstbijzijnde Belangrijk weidevogelgebied. Op een afstand van 13,1 km ligt het dichtstbijzijnde gebied wat valt onder de ‘Strategische reservering natuur’. Een toename in stikstofdepositie kan een negatief effect sorteren op kwetsbare en gevoelige habitattypen. De beoogde ontwikkeling betreft de sanering van de vervallen schuren en overkapping en de renovatie van de loods en garage. Mogelijk worden er ook renovatiewerkzaamheden verricht aan de aanbouw en schuur aan de woning. Dit leidt tot een zeer beperkte toename in het aantal verkeersbewegingen. De nieuwbouw zal met hogere isolatiewaarden en hoogrenderende stookinstallaties een relatief lage stikstofuitstoot hebben. Ten opzichte van de huidige situatie wordt verwacht dat er in de nieuwe situatie mogelijk sprake zal zijn van een afname in stikstofemissie op het perceel. Mogelijk is er een tijdelijke emissietoename van de projecteffecten, echter doordat er voornamelijk inpandige werkzaamheden zijn beoogd worden er geen negatieve effecten verwacht op kwetsbare natuurtype.
Gezien de afname in stikstofemissie en de grote afstand tot Natura 2000-gebieden worden er geen negatieve gevolgen voor relevante Natura 2000-gebieden verwacht.’ Conclusie Het onderhavige plan ondervindt voor wat betreft ecologie geen belemmeringen, mits de te treffen maatregelen in het kader van de algemene zorgplicht worden genomen.
4.9 Bodem Om aan te tonen dat de bodem geschikt is voor het beoogde gebruik is door Linge Milieu een verkennend bodemonderzoek (NEN 5740) en asbestbodemonderzoek (NEN 5707) uitgevoerd. De resultaten uit de onderzoeken luiden: ‘De verontreiniging met asbest zal in het kader van de ontwikkeling gesaneerd moeten worden. Dit kan op basis van een BUS-melding. Bevoegd gezag daarbij is Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid. Het graafwerk zal onder asbestveiligheidscondities uitgevoerd moeten worden.’ Conclusie Voor het onderhavige plan dient asbest gesaneerd te worden. Dit kan op basis van een BUS-melding. Het saneren van asbest wordt als voorwaarde opgenomen bij de omgevingsvergunningaanvraag.
4.10 Archeologie Voor onderhavige plan is door ADC ArcheoProjecten een bureau- en inventariserend veldonderzoek in de vorm van een booronderzoek uitgevoerd. De conclusie uit dit onderzoek luidt:
25
‘ADC ArcheoProjecten adviseert om het plangebied vrij te geven voor de voorgenomen ontwikkeling.’ Conclusie Het onderhavige plan ondervindt voor wat betreft archeologie geen belemmeringen. Conform artikel 5.10 van de Erfgoedwet dient de uitvoerder van het grondwerk eventuele archeologische vondsten te melden bij het bevoegd gezag.
4.11 Duurzaamheid De gemeente Molenlanden heeft de ambitie om meer duurzaam te bouwen binnen de gemeente. De initiatiefnemer is bewust van deze gemeentelijke ambitie en zal onderzoek doen naar toepassingen in het kader van het opwekken van duurzame energie (bijvoorbeeld middels het aanbrengen van zonnepanelen).
26
5.
Juridische planbeschrijving
5.1 Inleiding Het bestemmingsplan ‘Goudriaan, Noordzijde 75’ bestaat uit drie delen de verbeelding en regels, vergezeld van een toelichting. De verbeelding en de regels vormen het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan. De verbeelding heeft de rol van visualisering van de bestemmingen. De regels regelen de gebruiksmogelijkheden van de gronden, de bouwmogelijkheden en de gebruiksmogelijkheden van de aanwezige en/of op te richten bebouwing. De toelichting heeft weliswaar geen bindende werking, maar heeft wel een belangrijke functie bij de weergave en onderbouwing van het bestemmingsplan en bij de uitleg van de verbeelding en regels. In dit hoofdstuk wordt de systematiek van de regels uiteengezet en wordt een uitleg per bestemming gegeven. De systematiek van het bestemmingsplan sluit aan bij de gestandaardiseerde opbouw uit de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012 (SVBP 2012). Het voorliggende bestemmingsplan ‘Goudriaan, Noordzijde 75’ is conform de landelijke ROstandaarden (2012) opgesteld. Het plan voldoet daarmee aan de digitale verplichting.
5.2 Systematiek van de regels Voor wat betreft de regels van het onderhavige bestemmingsplan ‘Goudriaan, Noordzijde 75’ is aangesloten bij het bestemmingsplan ‘parapluherziening Buitengebied Graafstroom’, vastgesteld op 18 april 2017. De regels bestaan uit 4 hoofdstukken, waarin achtereenvolgens de inleidende regels, de bestemmingsregels, de algemene regels en de overgangs- en slotregels aan de orde komen.
5.3 Bestemmingen Water Ten behoeve van de watergang op de noordelijke perceelsgrens wordt de bestemming ‘water’ opgenomen. Wonen Ten behoeve voor het woongebruik wordt de huidige bedrijfsbestemming gewijzigd naar ‘Wonen’. Hierdoor kunnen er juridisch-planologisch geen volwaardige bedrijfsmatige activiteiten meer plaatsvinden op het perceel. Waarde – Archeologie 4 De dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 4’ is mede bestemd voor de bescherming en veiligstelling van archeologische waarden in de bodem.
27
5.4 Aanduidingen • • • • • • • •
Bouwvlak; Functieaanduiding ‘bed & breakfast’; Functieaanduiding specifieke vorm van wonen – hobbymatige opslag en stalling van auto’s; Functieaanduiding ‘wonen uitgesloten’; Gebiedsaanduiding ‘milieuzone – stiltegebied’; Maatvoeringsaanduiding ‘maximum aantal wooneenheden: 2’; Maatvoeringsaanduiding ‘maximum goothoogte (m): 4’; Maatvoeringsaanduiding ‘maximum volume (m3): 750.
28
6.
Verantwoording beleidskader
6.1 Rijksbeleid 6.1.1 Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) Het Rijk streeft naar een Nederland dat concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig is. Dit wil zij doen met een krachtige aanpak, die ruimte geeft aan regionaal maatwerk, de gebruiker voorop zet, investeringen scherp prioriteert en ruimtelijke ontwikkelingen en infrastructuur met elkaar verbindt. Bij deze aanpak hanteert het Rijk een filosofie die uitgaat van vertrouwen, heldere verantwoordelijkheden, eenvoudige regels en een selectieve rijksbetrokkenheid. Een actualisatie van het ruimtelijk- en mobiliteitsbeleid is nodig om deze nieuwe aanpak vorm te geven. Daarnaast geven nieuwe politieke accenten, veranderende omstandigheden zoals de economische crisis, klimaatverandering en toenemende regionale verschillen aanleiding voor herziening van het rijksbeleid. In de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte laat het Rijk de verantwoordelijkheid voor de afstemming tussen verstedelijking en groene ruimte op regionale schaal over aan provincies. Daarmee wordt bijvoorbeeld het aantal regimes in het landschaps- en natuurdomein fors ingeperkt. Daarnaast wordt (boven)lokale afstemming en uitvoering van verstedelijking overgelaten aan (samenwerkende) gemeenten binnen provinciale kaders. Afspraken over percentages voor binnenstedelijk bouwen, rijksbufferzones en doelstellingen voor herstructurering laat het Rijk los.
Het Rijk geeft aan dat landschappelijke en cultuurhistorische kwaliteiten identiteit geven aan een gebied en culturele voorzieningen en cultureel erfgoed bovendien van groeiend belang zijn voor de concurrentiekracht van Nederland. In de nieuwe structuurvisie is aangegeven dat het Rijk verantwoordelijk blijft voor het cultureel en natuurlijk UNESCO Werelderfgoed (inclusief de voorlopige lijst), kenmerkende stadsen dorpsgezichten, rijksmonumenten en het maritieme erfgoed. Het beleid ten aanzien van landschap is echter niet langer een Rijksverantwoordelijkheid en laat het Rijk over aan de provincies. Het onderhavige plan is kleinschalig van aard en er worden geen rijksbelangen geschaad. 6.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Kern van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) is dat alle overheden hun ruimtelijke belangen vooraf kenbaar maken en aangeven via welke weg zij die belangen denken te realiseren. Het Rijk geeft dit aan in de AMvB Ruimte. De nieuwe AMvB Ruimte, het Barro (Besluit algemene regels ruimtelijke ordening) is gebaseerd op enkele hoofdstukken uit de voorgaande AMvB Ruimte en enkele nieuwe toevoegingen. Het Barro omvat alle ruimtelijke rijksbelangen uit eerder uitgebrachte PKB's (planologische kernbeslissingen) die juridisch doorwerken op het niveau van bestemmingsplannen.
Het gaat om kaders voor onder meer het bundelen van verstedelijking, de bufferzones, nationale landschappen, de ecologische 29
hoofdstructuur, de kust, grote rivieren, militaire terreinen, mainportontwikkeling van Rotterdam en de Waddenzee. Met het Barro maakt het Rijk proactief duidelijk waar provinciale verordeningen en gemeentelijke bestemmings- plannen aan moeten voldoen. Het onderhavige plan is kleinschalig van aard en maakt geen onderdeel uit van de genoemde ruimtelijke rijksbelangen in het Barro. 6.1.3 Besluit ruimtelijke ordening (Bro) In artikel 3.1.6, lid 2 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is de verplichting opgelegd aan gemeenten en provincies om in de toelichting op een ruimtelijk besluit voor nieuw te realiseren stedelijke ontwikkelingen bepaalde duurzaamheidsaspecten van het voornemen te motiveren. Per 1 juli 2017 is artikel 3.1.6. van de Bro op een aantal punten gewijzigd. In het geval in het bestemmingsplan een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk wordt gemaakt, dient de toelichting een beschrijving te bevatten van de behoefte aan de voorgenomen stedelijke ontwikkeling. Indien het bestemmings- plan een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, dient de toelichting, aanvullend op de beschrijving van de behoefte en het resultaat van het nodige overleg, een motivering te bevatten waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in de behoefte kan worden voorzien.
Voordat een stedelijke ontwikkeling plaats kan vinden zal deze moeten worden getoetst aan de zogenoemde ‘ladder voor duurzame verstedelijking’. Ladder voor duurzame verstedelijking Of toetsing van het plan aan de hand van de ladder voor duurzame verstedelijking wettelijk verplicht is hangt af van het feit of er sprake is van een ‘stedelijke ontwikkeling’. Een in een bestemmingsplan voorziene ontwikkeling dient voldoende substantieel te zijn om als stedelijke ontwikkeling te kunnen worden aangemerkt. Inmiddels biedt jurisprudentie een beoordelingskader van welke ontwikkelingen als nieuwe ‘stedelijke ontwikkeling’ worden aangemerkt. In artikel 1.1.1, lid 1, onder i van het Bro is de volgende definitie van stedelijke ontwikkeling opgenomen: ‘Ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen’. Inmiddels biedt jurisprudentie een specifiekere definitie van een stedelijke ontwikkeling: De bouw van één woning is niet aan te merken als een stedelijke ontwikkeling in de zin van de ladder (ABRvS 14 januari 2014, ECLI:NL:RVS:2014:156). Ook een plan dat voorziet in de planologische inpassing van drie woningen is niet aan te merken als een stedelijke ontwikkeling (ABRvS 5 november 2014, ECLI:NL:RVS:2014:3929).
De ladder voor duurzame verstedelijking is tevens niet van toepassing op een ontwikkeling waarbij zes woningen mogelijk worden gemaakt (ABRVS 18 december 2013, ECLI: NL:RVS: 2013:2471). Wanneer een bestemmingsplan voorziet in niet meer dan 11 woningen die gelet op hun onderlinge afstand als één woningbouwlocatie als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, van het Bro, kunnen worden aangemerkt, kan deze ontwikkeling in beginsel niet als een stedelijke ontwikkeling worden aangemerkt (ABRvS 28 juni 2017, ECLI:NL:RVS: 2017:1724, Uitspraak 201608869/1/R3). 30
Toetsing aan ladder voor duurzame verstedelijking In het onderhavige plan wordt per saldo één wooneenheid toegevoegd. Vanuit jurisprudentie is in dit geval geen sprake van een nieuwe ‘stedelijke ontwikkeling’ en is toetsing aan de ladder voor duurzame verstedelijking niet noodzakelijk.
31
6.2 Provinciaal beleid 6.2.1 Omgevingsvisie Zuid-Holland Op 20 februari 2019 hebben de Provinciale staten van Zuid-Holland het Omgevingsbeleid vastgesteld. Per 1 april is het Omgevingsbeleid in werking getreden. Het Omgevingsbeleid van Zuid-Holland omvat al het provinciale beleid voor de fysieke leefomgeving. Het bestaat uit twee kaderstellende instrumenten: de Omgevingsvisie en de Omgevingsverordening. De provincie Zuid-Holland heeft in de Omgevingsvisie zes richtinggevende ambities voor de fysieke leefomgeving geformuleerd: • Naar een klimaatbestendige delta; • Naar een nieuwe economie: the next level; • Naar een levendige meerkernige metropool; • Energievernieuwing; • Best bereikbare provincie; • Gezonde en aantrekkelijke leefomgeving. Het centrale doel van het provinciale omgevingsbeleid is het verbeteren van de omgevingskwaliteit. De provincie streeft naar een optimale wisselwerking tussen gewenste ruimtelijke ontwikkelingen en een goede leefomgevingskwaliteit. Hiermee wordt aangesloten op de maatschappelijke doelen van de omgevingswet: het doelmatig benutten van de fysieke leefomgeving voor maatschappelijke opgaven en het bereiken en in stand houden van een goede omgevingskwaliteit. Onder ‘omgevingskwaliteit’ wordt verstaan het geheel aan kwaliteiten die de waarde van de fysieke leefomgeving bepalen.
Hierbij gaat het om een samenvoeging van ruimtelijke kwaliteit (belevingswaarde, gebruikswaarde en toekomstwaarde) en milieukwaliteit (gezondheid en veiligheid). Beter benutten bestaand stads- en dorpsgebied (BSD) De provincie Zuid-Holland zet in op het beter benutten van het bestaand stads- en dorpsgebied. Beter benutten van de bebouwde ruimte krijgt ruimtelijk invulling door verdichting, herstructurering en binnenstedelijke transformatie. Onder “bebouwde ruimte” wordt het stelsel verstaan van de stedelijke agglomeratie, het systeem van kernen en linten en het logistiek-industrieel systeem. Tegelijkertijd is er het streven om de leefkwaliteit van die bebouwde ruimte te verbeteren. Niet alle vraag naar wonen en werken kan en hoeft te worden opgevangen binnen bestaand stads- en dorpsgebied (BSD). Stedelijke ontwikkelingen die niet binnen BSD gerealiseerd kunnen worden en kleinschalige stedelijke ontwikkelingen, kunnen in het landelijk gebied plaatsvinden in aansluiting op BSD of in bebouwingslinten. Bij nieuwe stedelijke ontwikkelingen buiten BSD dient de ladder voor duurzame verstedelijking te worden doorlopen en dient het plan te voldoen aan het provinciaal beleid voor ruimtelijke kwaliteit.
Stedelijke ontwikkelingen groter dan 3 hectare buiten BSD dienen eerst door Provinciale Staten worden afgewogen en worden op de kaart ‘woningbouwlocaties, bedrijventerreinen en andere stedelijke ontwikkelingen’ (ook wel genoemd: ‘3 ha kaart’) gezet. Het plangebied is gelegen buiten BSD, maar binnen de ‘bebouwde ruimte’. Binnen het gebied ‘bebouwde ruimte’ (systeem van kernen en linten) streeft de provincie Zuid-Holland naar het beter benutten van deze ruimte voor een compact, samenhangend en kwalitatief hoogwaardig bebouwd gebied door het stimuleren en faciliteren van verdichting, herstructurering en transformatie. Het plangebied is gelegen in het bestaande bebouwingslint. Middels het plan wordt één wooneenheid
32
toegevoegd en krijgt het plangebied een passende nieuwe invulling (bedrijf naar wonen). Het plangebied is kleiner dan 3 hectare. In dit geval is geen sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling, waardoor toetsing aan de ladder voor duurzame verstedelijking niet noodzakelijk is. Verbeteren ruimtelijke kwaliteit Gezien het sterke contrast tussen een dynamische stedelijke omgeving en open deltalandschappen in Zuid-Holland, is zorg voor de ruimtelijke kwaliteit in het bijzonder van belang. Ruimtelijke kwaliteit is het resultaat van goede ruimtelijke ordening: een evenwicht en samenspel van toekomstwaarde, gebruikswaarde en belevingswaarde. Ruimtelijke ontwikkelingen moeten niet alleen functioneel zijn, maar ook duurzaam houdbaar (of bewust tijdelijk) en in hun uiterlijke verschijning bijdragen aan de kwaliteit van de omgeving. De essentie van het ‘verbeteren van ruimtelijke kwaliteit’ is dat initiatiefnemers van ruimtelijke ontwikkelingen enerzijds inspelen op de aanwezige kwaliteiten in de omgeving (zeker als de omgeving hoge cultuurhistorische of identiteitsbepalende waarden vertegenwoordigt) en er anderzijds specifieke kwaliteiten toevoegen aan het gebied en de samenleving. Het plan betreft een passende nieuwe invulling van het perceel Noordzijde 75 te Goudriaan van bedrijfslocatie naar woonlocatie.
De ernstig verouderde en in slechte bouwkundige staat zijnde bijgebouwen worden gesaneerd en het bedrijfsgebouw/ garage wordt gerenoveerd, zodat dit gebouw zal aandoen als een landelijke schuur en hiermee aansluit bij de overige bebouwing in het lint langs de Noordzijde. Tevens wordt het perceel in een representatieve staat teruggebracht door het verwijderen van de buitenopslag en personenauto’s. Het plan voorziet hiermee in een verbetering van de ruimtelijke kwaliteit. Om in een optimale ruimtelijke kwaliteit te voorzien wordt het perceel op een passende wijze landschappelijk ingericht. Het parkeren zal geïntegreerd worden in het tuinontwerp en aan het zicht worden onttrokken vanaf de openbare weg. Aan de oostzijde blijft het landschappelijk doorzicht gehandhaafd. Met de sanering van de verouderde gebouwen en het opruimen van het perceel wordt tevens verdere verloedering en daarmee aantasting van de ruimtelijke kwaliteit voorkomen. Kwaliteitskaart De provincie wil de karakteristieken van de Zuid-Hollandse landschappen, herkenbaar en beleefbaar houden en tegelijk ook ruimte bieden voor nieuwe ontwikkelingen. In de Omgevingsvisie heeft de provincie de karakteristieken van de Zuid-Hollandse landschappen vastgelegd op de kwaliteitskaart. Het plangebied is gelegen in de gebieden ‘veenweidelandschap’ en ‘linten’.
33
Veen(weide)landschap Linten
Afbeelding 14: Uitsnede Kwaliteitskaart
De ruimtelijke structuur in het veenweidegebied wordt sterk bepaald door de rivieren en veenstromen, de op enige afstand daarvan aangelegde weteringen en andere ontginningsbasissen. Haaks hierop staan de verkavelingspatronen. Kenmerkend voor het veenweidelandschap is de openheid van het gebied met lange zichtlijnen. Andere kenmerken zijn de smalle kavels omringd door sloten. Voor ontwikkelingen in het veenweidelandschap heeft de provincie de volgende richtpunten vastgesteld: • Bewaren diversiteit aan verkavelingspatronen. Lengtesloten zijn beeldbepalend en worden behouden; • Ontwikkelingen houden rekening met het behoud van kenmerkende landschapselementen; • Ontwikkelingen dragen bij aan behoud van de maat en weidsheid van de poldereenheden; • Nieuwe bebouwing en bouwwerken worden geplaatst binnen de bestaande structuren/ linten en niet in de veenweidepolders; • Nieuwe agrarische bedrijven liggen aan bestaande ruilverkavelingslinten of op een zeer goed bereikbare locatie voor zwaar verkeer. Ze vormen visuele eilanden in het veenweidelandschap door stevige, passende beplanting en een ligging op ruime afstand van elkaar. Linten blijven linten als onderscheidende bebouwingsvorm in het gebied. Bij nieuwe ontwikkelingen zijn de huidige korrel, profiel, transparantie en respect voor historische gaafheid van een lint richtinggevend.
Voor ontwikkelingen in de linten heeft de provincie de volgende richtpunten vastgesteld: • Linten blijven linten als onderscheidende bebouwingsvorm in het gebied; • Linten behouden hun lineaire karakter, waarbij de achterzijde van de bebouwing een direct contact met het landschap heeft en de voorzijde aan de openbare weg of waterloop grenst; • Bij nieuwe ontwikkelingen zijn de huidige korrel, profiel, transparantie en respect voor historische gaafheid van een lint richtinggevend; • Bij grootschalige ontwikkelingen blijft het lint herkenbaar als bebouwingsvorm. Dit betekent dat op gepaste afstand van het lint gebouwd
34
wordt, waarbij het landschap, het lint en de nieuwe ontwikkeling bepalend zijn voor deze afstand. Het lint behoudt zijn eigen gezicht. Het plan sluit aan bij de kwaliteitskaart en daarmee aan bij richtpunten voor ontwikkelingen in de gebieden ‘veenweidelandschap’ en ‘linten’. Voor het plan is een landschappelijk inrichtingsplan opgesteld (paragraaf 2.2.1). Gebiedsprofiel Alblasserwaard & Vijfheerenlanden Als uitwerking van de kwaliteitskaart zijn in het buitengebied van Zuid-Holland voor 17 gebieden een gebiedsprofiel opgesteld. Voor de regio AlblasserwaardVijfheerenlanden is tevens een gebiedsprofiel opgesteld. Een gebiedsprofiel omvat een beschrijving van de karakteristieken, de ontwikkelingen, de kwaliteiten en de ambities in het gebied. Het gebiedsprofiel is een hulpmiddel om kwaliteit van de plannen en ontwikkelingen te stimuleren. De acht belangrijkste ambities waar het gebiedsprofiel Alblasserwaard & Vijfheerenlanden op richt zijn: 1. Het veiligstellen van de oostwest oriëntatie van de open ruimte in de Alblasserwaard. 2. Het veiligstellen en waar mogelijk versterken van het lommerrijke karakter van de Vijfheerenlanden als contrast met de Alblasserwaard. 3. Het behoud van de kamerstructuur, door het herkenbaar houden van de middeleeuwse polderkaden en de linten. 4. Het herkenbaar houden en versterken van de differentiatie tussen en binnen de linten. 5.
Het herkenbaar houden en versterken van het hoofdwatersysteem. 6. Het ontwikkelen van kwalitatief hoogwaardige dorpsranden bij het bouwen aan de dorpskernen. 7. Het bij de stedenband middels aantrekkelijke routes naar het landelijk gebied kwalitatief versterken van de stad-landrelaties. 8. Het behouden en versterken van het contact met de rivier in de stedenband, met name bij herstructureringen en dijkverbeteringen.
Plangebied
Afbeelding 15: Ambitiebeeld gebiedsprofiel Alblasserwaard Vijfheerenlanden
35
6.2.2 Omgevingsverordening Zuid-Holland Gelijktijdig met de omgevingsvisie hebben de Provinciale staten van Zuid-Holland op 20 februari 2019 de Omgevingsverordening vastgesteld. Deze verordening vormt de vertaling van het provinciaal beleid, in algemene regels (zoals bedoeld in artikel 4.1 van de Wet ruimtelijke ordening). Hiermee is het beleid van de provincie juridisch verankerd. In de verordening zijn regels gesteld over de inhoud van bestemmingsplannen en de inhoud van de toelichting van bestemmingsplannen. Bij het opstellen van bestemmingsplannen dient daarom ook rekening te worden gehouden met provinciaal beleid. Het gaat daarbij verder vooral om het integrale ruimtelijke beleid dat is opgenomen in de provinciale Omgevingsvisie. Ruimtelijke kwaliteit In paragraaf 6.2.2 van de Omgevingsverordening zijn regels opgenomen voor ruimtelijke kwaliteit. Een bestemmingsplan kan voorzien in een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling, onder de volgende voorwaarden ten aanzien van ruimtelijke kwaliteit: a. De ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, voorziet geen wijziging op structuurniveau, past bij de aard en schaal van het gebied en voldoet aan de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart (inpassen); b.