CConstaterende datMolenlanden
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 - Toelichting bestemmingsplan Bedrijventerrein Parallelweg Schelluinen

Raadsvergadering 23 januari 2024, gemeente MolenlandenBij agendapunt: 5b. Bestemmingsplan Bedrijventerrein Parallelweg Schelluinen21.803 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Toelichting bestemmingsplan ‘Bedrijventerrein Parallelweg Schelluinen’

Toelichting bestemmingsplan ‘Bedrijventerrein Parallelweg Schelluinen’

Opgesteld door: Van den Heuvel Ontwikkeling & Beheer B.V. Lekdijk 44 2967GB Langerak In opdracht van: Ham-Burger Vastgoed VII B.V. Weide 30 4206 CJ Gorinchem Identificatie: NL.IMRO.1978.BPBTParallelwegSCH-VG01 Datum: 23-01-2024 Planstatus: Vastgesteld

2

Inhoudsopgave 1.

2.

3.

4.

Inleiding ....................................................................................................................................... 5 1.1

Inleiding ..................................................................................................... 5

1.2

Vigerend bestemmingsplan......................................................................... 7

1.3

Maatschappelijke uitvoerbaarheid ............................................................. 10

1.4

Economische uitvoerbaarheid ................................................................... 14

1.5

Leeswijzer................................................................................................. 14

Planbeschrijving .................................................................................................................... 15 2.1

Bestaande situatie ..................................................................................... 15

2.2

Nieuwe situatie ......................................................................................... 18

Verantwoording beleidskader ......................................................................................... 26 3.1

Rijksbeleid ................................................................................................ 26

3.2

Provinciaal beleid ...................................................................................... 29

3.3

Regionaal beleid ....................................................................................... 37

3.4

Gemeentelijk beleid .................................................................................. 38

3.5

Conclusie .................................................................................................. 39

Verantwoording sectorale aspecten ............................................................................. 40 4.1

Milieueffectrapportage (vormvrije m.e.r.) .................................................. 40

4.2

Watertoets ................................................................................................ 41

4.3

Geluid ....................................................................................................... 49

4.4

Luchtkwaliteit ........................................................................................... 51

4.5

Bedrijven en milieuhinder ......................................................................... 53

4.6

Externe veiligheid ..................................................................................... 55

4.7

Kabels en leidingen................................................................................... 59

4.8

Ecologie .................................................................................................... 60

4.9

Bodem ...................................................................................................... 66

4.10 Archeologie .............................................................................................. 69 4.11 Duurzaamheid en klimaatadaptatie ........................................................... 72 5 Juridische planbeschrijving .................................................................................................. 75 5.1

Inleiding ................................................................................................... 75

5.2

Systematiek van de regels ......................................................................... 75

5.3

Bestemmingen .......................................................................................... 75

5.4

Aanduidingen ........................................................................................... 76

3

Bijlage Omschrijving 1 Stedenbouwkundige uitwerking 2 Stikstofdepositieonderzoek (aanlegen gebruiksfase) Bijlagen deelgebied 1 3 Verhardingsbalans (incl. tekeningen) 4 Archeologisch onderzoek 5 Onderzoek externe veiligheid 6 Verkennend bodemonderzoek (incl. asbest) 7 Aanvullend bodemonderzoek 8 Ecologische quickscan 9 Nader onderzoek huismus 10 Nader onderzoek gierzwaluw 11 Nadere onderzoeken vleermuizen 12 Nader onderzoek heikikker, rugstreeppad en grote modderkruiper 13 Nota van Zienswijzen Bijlagen deelgebied 2 14 Akoestisch onderzoek wegen railverkeerslawaai (SRM-II) 15 Onderzoek externe veiligheid 16 Ecologische quickscan 17 Verkennend bodemonderzoek (incl. asbest)

Auteur Kuiper Compagnons

Referentie 622.119.90

Datum 24-10-2022

De Roever Omgevingsadvies

20221634.v03

02-06-2023

Adcim B.V.

10‐01‐2024

ADC ArcheoProjecten

20220144/ C79 vS Rapport 5827

DGMR Industrie, Verkeer en Milieu B.V. Linge Milieu B.V.

M.2022.0426. 00.R001 22-2062

25-05-2023

Linge Milieu B.V.

22-2062A

25-04-2023

Ecofect B.V.

QS50300 –v1.2

13-12-2022

Ecofect B.V.

NOH50340

21-12-2022

Ecofect B.V.

50341/versie 1.1 NOV50342 / NOV50343 NOMK50840

10-07-2023

Gemeente Molenlanden

-

Dec. 2023

Voortman Ingenieurs

R-JVO/1853

13-12-2022

DGMR Industrie, Verkeer en Milieu B.V. Blom Ecologie

M.2022.0744. 00.N001 2022-0854

09-08-2022

Bakker Milieuadviezen

BM/2887-2022

Sept. 2022

Ecofect B.V. Ecofect B.V.

31-10-2022

09-08-2022

26-10-2023 30-10-2023

26-08-2022

4

1.

Inleiding

1.1 Inleiding 1.1.1 Aanleiding De gemeente Molenlanden is al geruime tijd op zoek naar geschikte bedrijfsontwikkelingslocaties om in te spelen op de behoefte naar bedrijfsruimten in de gemeente Molenlanden. Ham-Burger Vastgoed VII B.V. is eigenaar van de betreffende gronden gelegen tussen het bedrijventerrein Schelluinen-West en de Parallelweg te Schelluinen. Men krijgt vanuit de markt steeds vaker vragen van bedrijven/ondernemers in de gemeente Molenlanden met betrekking tot behoefte aan bedrijfsterreinen. Om in te spelen op de toenemende vraag naar bedrijventerrein en mee te denken met de gemeente Molenlanden heeft Ham-Burger Vastgoed VII B.V. een plan gemaakt voor een integrale bedrijfsontwikkeling (in twee fases) op de gronden gelegen tussen het bedrijventerrein Schelluinen-West en de Parallelweg te Schelluinen. Het college van de gemeente Molenlanden heeft op 10 mei 2022 besloten in principe medewerking te verlenen aan de integrale bedrijfsontwikkeling. Door stedenbouwkundig bureau Kuiper Compagnons is een stedenbouwkundige uitwerking gemaakt. De stedenbouwkundige uitwerking biedt inzicht in welke ontwikkelingen in het plangebied kunnen plaatsvinden. De stedenbouwkundige uitwerking wordt als uitgangspunt genomen bij de nader uitwerking van het bedrijventerrein. De stedenbouwkundige uitwerking is toegevoegd als bijlage van dit bestemmingsplan.

Het college van burgemeester en wethouders heeft in september 2022 de concept stedenbouwkundige uitwerking vastgesteld. Om de integrale bedrijfsontwikkeling juridisch-planologisch mogelijk te maken wordt een bestemmingsplanprocedure doorlopen. Het voorliggende bestemmingsplan richt zich uitsluitend op fase 1 van de integrale bedrijfsontwikkeling en de verplaatsing van de woning Parallelweg 4 naar de nieuwe locatie ten westen van de Kerkweg te Giessenburg. De verplaatsing van de woning is nodig om te komen tot een goed functionerend toekomstbestendig bedrijventerrein en een onacceptabel woon- en leefklimaat voor de woning Parallelweg 4 te voorkomen. 1.1.2 Ligging en begrenzing plangebied Het plangebied kan worden opgedeeld in drie deelgebieden. Deelgebied 1 betreft de percelen Parallelweg 5-6 te Schelluinen en de voormalige percelen Parallelweg 7-8 te Schelluinen (deze woningen zijn reeds gesloopt in het kader van de ontwikkeling van het bedrijventerrein Schelluinen-West fase 2). Deelgebied 2 betreft een perceel ten westen van de Kerkweg te Giessenburg. Het perceel is kadastraal bekend als Giessenburg, sectie G, nummer 2845. Deelgebied 3 betreft de locatie waar de benodigde watercompensatie voor de ontwikkeling van het bedrijventerrein wordt gegraven. De watercompensatielocatie 5

is gelegen aan de Parallelweg en is kadastraal bekend als Giessenburg, sectie G, nummer 2832 (gedeeltelijk) en nummer 1646 (gedeeltelijk). Deelgebied 3

Deelgebied 1

Deelgebied 2

Afbeelding 1: Ligging en begrenzing deelgebieden 1, 2 en 3

1.1.3 Belang De gemeente Molenlanden kan toestemming geven aan een plan wanneer het plan bijdraagt aan het behalen van gemeentelijke en/of regionale doelstellingen, een bijdrage levert aan de ruimtelijke kwaliteit (of daar tenminste geen afbreuk aan doet) en overige belangen niet, of in ieder geval niet onevenredig nadelig worden beïnvloed. Het plan speelt in op de concrete behoefte naar bedrijventerreinen in de gemeente Molenlanden. Bedrijvigheid op bedrijventerreinen is van groot belang voor de werkgelegenheid in de gemeente Molenlanden. Op dit moment is er een tekort aan ruimte voor bedrijven in de gemeente. Bedrijven die willen uitbreiden kan de gemeente niet goed accommoderen en er is nauwelijks ruimte voor bedrijven die willen verplaatsen. Er zijn op dit moment geen bedrijfskavels meer te koop in onze gemeente, terwijl er vanuit het bedrijfsleven wel vraag is naar meer ruimte. Dit geldt ook voor de lokale bedrijven die betrokken zijn bij dit plan. De bedrijven hebben de afgelopen jaren een sterke groei doorgemaakt, waardoor de huidige bedrijfslocaties in Nederland niet meer toereikend zijn voor de continuïteit van de bedrijven. Dit plan speelt in op de concrete behoefte naar meer bedrijfsruimte voor deze bedrijven. Het plan heeft een maatschappelijke meerwaarde voor Schelluinen en de rest van de gemeente Molenlanden. Bij dit plan zijn lokale bedrijven betrokken.

De bedrijven hebben de afgelopen jaren een sterke groei doorgemaakt, waardoor de huidige bedrijfslocaties niet meer toereikend zijn voor de continuïteit van de bedrijven. Er is een concrete behoefte naar meer bedrijfsruimte. De bedrijven hebben een sterke binding met de gemeente Molenlanden. Veel werknemers van de betrokken bedrijven zijn woonachtig in de gemeente Molenlanden. De bedrijven hebben een maatschappelijke functie in de 6

vorm van werkgelegenheid. Het plan zal resulteren in toenemende werkgelegenheid. Dit geeft een positieve impuls aan de aantrekkelijkheid en leefbaarheid van het dorp Schelluinen. Het plan is een wenselijke ontwikkeling voor de gemeente Molenlanden.

1.2 Vigerend bestemmingsplan Bestemmingsplan ‘Buitengebied Giessenlanden’ Het plangebied valt voor het overgrote deel binnen het bestemmingsplan ‘Buitengebied Giessenlanden’ (vastgesteld op 11 maart 2015). De grond waarop deelgebied 1 is gelegen heeft de bestemming: • Agrarisch; • Bedrijf; • Tuin; • Verkeer. Met de aanduidingen: • Bouwvlak; • Functieaanduiding ‘specifieke vorm van bedrijf – spuiterij’; • Maatvoeringsaanduiding ‘maximum goothoogte (m): 5 (Parallelweg 4, 5, 6); • Maatvoeringsaanduiding ‘maximum bebouwingspercentage (%): 30 (Parallelweg 5); • Maatvoeringsaanduiding ‘maximum bebouwingspercentage (%): 45 (Parallelweg 4). De gronden waarop deelgebied 2 en 3 zijn gelegen hebben de enkelbestemming: • Agrarisch.

Deelgebied 2

Deelgebied 3

Deelgebied 1

Afbeelding 2: Uitsnede bestemmingsplan ‘Buitengebied Giessenlanden’

7

Bestemmingsplan ‘Schelluinen, Parallelweg 7-8’ Het westelijk deel van deelgebied 1 valt binnen het bestemmingsplan ‘Schelluinen, Parallelweg 7-8’ (vastgesteld op 17 december 2019). De grond waarop deelgebied 1 is gelegen heeft de bestemming: • Bedrijf; • Groen; De dubbelbestemming: • Waarde – Archeologie 4; Met de aanduidingen: • Bouwvlak; • Functieaanduiding ‘specifieke vorm van bedrijf – loon- en verhuurbedrijf; • Functieaanduiding ‘bedrijfswoning uitgesloten’; • Maatvoeringsaanduiding ‘maximum bebouwingspercentage (%): 40; • Maatvoeringsaanduiding ‘maximum bouw- en goothoogte (m): 11 en 6’.

Afbeelding 3: Uitsnede bestemmingsplan ‘Schelluinen, Parallelweg 7-8’

Bestemmingsplan ‘Parapluherziening Parkeren’ Op 27 oktober 2020 heeft de gemeente Molenlanden het bestemmingsplan ‘Parapluherziening Parkeren Molenlanden’ vastgesteld. Het doel van deze parapluherziening is het bieden van een eenduidige regeling ten aanzien van het aspect ‘parkeren’ in de gemeente Molenlanden. Dit paraplubestemmingsplan vormt de juridische vertaling van het parkeerbeleid. In de beleidsregel “Nota Parkeernormen Molenlanden 2020” zijn de parkeernormen opgenomen die van toepassing zijn

8

bij ruimtelijke ontwikkelingen. Het bestemmingsplan ‘Parapluherziening Parkeren Molenlanden’ regelt dat bij ruimtelijke ontwikkelingen dient te worden voldaan aan de beleidsregel “Nota Parkeernormen Molenlanden 2020”. De exacte verkaveling van het bedrijventerrein en grootten van de bedrijfsgebouwen dient nog nader te worden uitgewerkt (afhankelijk van de behoefte). Om juridisch te borgen dat er in de uiteindelijke situatie voldoende parkeergelegenheid aanwezig is, is een regeling opgenomen in de regels van het bestemmingsplan (artikel 9.5). De regeling luidt als volgt: a. ‘Een omgevingsvergunning voor het bouwen, het uitbreiden en/of het wijzigen van de functie van gebouwen en/of gronden wordt slechts verleend indien bij de aanvraag om een omgevingsvergunning wordt aangetoond dat gelet op de omvang of de bestemming van het gebouw en/of gronden in voldoende mate wordt voorzien in ruimte voor het parkeren of stallen van motorvoertuigen in het gebouw, dan wel op het onbebouwde terrein dat bij dat gebouw behoort. Hierbij gelden de parkeernormen, zoals vastgelegd in de 'Nota Parkeernormen Molenlanden 2020'. Indien deze beleidsregels gedurende de planperiode worden gewijzigd, dient getoetst te worden aan diens rechtsopvolger. b. Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van het gestelde onder a: 1.

Indien het voldoen aan die bepalingen door bijzondere omstandigheden op overwegende bezwaren stuit; 2. Voor zover op andere wijze in de nodige parkeer- of stallingruimte wordt voorzien.’ Paraplubestemmingsplan Huisvesting Arbeidsmigranten Op 26 oktober 2021 heeft de gemeente Molenlanden het bestemmingsplan ‘Paraplubestemmingsplan Huisvesting Arbeidsmigranten’ vastgesteld. Het paraplubestemmingsplan voorziet uitsluitend in een juridische borging voor het reguleren van het beleid met betrekking tot huisvesting van arbeidsmigranten. Door deze regeling wordt het eveneens onmogelijk gemaakt om andere ongewenste huisvestingsvormen toe te staan in woningen. De gemeente Molenlanden ziet kansen om de huisvesting van arbeidsmigranten onderdeel uit te laten maken van de totale bedrijfsterreinontwikkeling. De ontwikkelaar doet onderzoek naar de haalbaarheid hiervan. Hieruit is gebleken dat het inpassen van huisvestingsmogelijkheden voor arbeidsmigranten uitsluitend haalbaar is op het perceel Parallelweg 4 Schelluinen. In het kader van het realiseren van een toekomstbestendig en goed functionerend bedrijventerrein is in de regels van dit bestemmingsplan een regeling opgenomen die, onder bepaalde voorwaarden, de mogelijkheid tot huisvesting van arbeidsmigranten biedt. Dit is nader uitgewerkt in hoofdstuk 2.

9

1.3 Maatschappelijke uitvoerbaarheid Participatie In het kader van de maatschappelijke uitvoerbaarheid van een plan zijn er meerdere opties om omwonenden van een planontwikkeling te informeren. De ontwikkelaar heeft er voor gekozen om in een vroeg stadium de bewoners van de Kerkweg te Giessenburg te betrekken bij het plan. Op 20 april 2022 heeft een eerste overleg plaatsgevonden op het gemeentekantoor in Hoornaar. De bewoners van de Kerkweg zijn persoonlijk uitgenodigd voor dit overleg. De ontwikkelaar heeft de plannen op hoofdlijnen nader toegelicht. Op dit moment was de stedenbouwkundig uitwerking nog niet definitief. Er is afgesproken een nieuw overleg in te plannen zodra de stedenbouwkundige uitwerking gereed is. Op 14 oktober 2022 heeft een omgevingsdialoog plaatsgevonden op het gemeentekantoor in Hoornaar over de stedenbouwkundige uitwerking van de bedrijventerreinontwikkeling aan de Parallelweg te Schelluinen. De ontwikkelaar heeft een toelichting gegeven en bewoners van de Kerkweg in Giessenburg hebben de kans gekregen om vragen te stellen en opmerkingen te maken die meegenomen kunnen worden in de planvorming. Er zijn opmerkingen gemaakt op het gebied privacybescherming (wandelpad), uitzicht (groenstroken) en de groenstrook langs de Parallelweg. De opmerkingen zijn verwerkt in de stedenbouwkundige uitwerking.

Op 28 oktober 2022 heeft een 2de omgevingsdialoog plaatsgevonden op het gemeentekantoor in Hoornaar. De aanleiding hiervan was de ontstane ophef over de manier waarop deelgebied 2 was aangeduid in de stedenbouwkundige uitwerking. Dit is na dit overleg aangepast in de stedenbouwkundige uitwerking, waardoor de onrust voor de bewoners is weggenomen. Verder zijn er in dit overleg enkele vragen gesteld inzake wat voor bedrijven er gaan komen, huisvesting van arbeidsmigranten, de groenstrook tussen het bedrijventerrein en watercompensatielocatie, verkeersveiligheid en de maatvoering van de schuur achter de nieuwe woning. De vragen zijn beantwoord door de ontwikkelaar en/of de gemeente Molenlanden. Op 26 juni 2023 heeft een 3de omgevingsdialoog plaatsgevonden op het gemeentekantoor in Hoornaar. De omwonenden zijn in dit overleg, vooruitlopend op de ter inzage legging van het ontwerp-bestemmingsplan, geïnformeerd over het bestemmingsplan en de stand van zaken. De omliggende bedrijven zijn betrokken bij dit plan (interesse in bedrijfsgronden) of zijn door de ontwikkelaar geïnformeerd over de plannen. Vooroverleg ex art. 3.1.1 Bro Het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) artikel 3.1.1 geeft aan dat een gemeente bij de voorbereiding van een ruimtelijke ontwikkeling overleg moeten plegen met haar overlegpartners.

In het kader van het vooroverleg is het plan opgestuurd naar de overlegpartners, waaronder de Provincie Zuid-Holland, het Waterschap Rivierenland, Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid (VRZHZ), Oasen, Rijkswaterstaat, ProRail, Stedin en de Gasunie. Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid (VRZHZ) De Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid (VRZHZ) heeft per mail aangegeven dat het onderzoek externe veiligheid moet worden uitgebreid met de gevolgen van het bouwen van (beperkte) kwetsbare functies en/of verandering van functies 10

in aandachtsgebieden op de locatie van Parallelweg 4 Schelluinen (huisvesting arbeidsmigranten). Het onderzoek externe veiligheid is hierop aangepast. ProRail ProRail heeft aangegeven geen opmerkingen te hebben op het plan. Oasen Oasen heeft aangegeven geen opmerkingen te hebben op het plan. Rijkswaterstaat Rijkswaterstaat heeft via een schriftelijke brief een tweetal opmerkingen gemaakt m.b.t. geluid en mobiliteitseffecten. De geluidmaatregelen en de noodzaak tot het vaststellen van hogere waarden is correct benoemd in het bestemmingsplan. In het akoestisch onderzoek wordt voor de A15 verwezen naar het geluidregister en Rijkswaterstaat. De verder uitgewerkte gegevens zijn in bijlage van het akoestisch onderzoek vermeld. De gronden bedrijventerrein zullen worden verdeeld onder de bedrijven die een sterke connectie hebben met de gemeente Molenlanden/de Alblasserwaard en/of aangrenzende bedrijven met de wens tot uitbreiding van hun bedrijfsperceel. Dit betreffen niet allemaal logistieke bedrijven. Derhalve is het niet reëel om de verkeersgeneratie van een logistiek terrein te hanteren. In hoofdstuk 2.2.2 Verkeer en parkeren is nader onderbouwd dat de extra verkeersintensiteiten als gevolg van dit plan niet zodanig zijn dat het niet aannemelijk is dat de verkeersafwikkeling en de veiligheid buitenproportioneel wordt benadeeld.

Bij de ontwikkeling van het huidige bedrijventerrein is bovendien rekening mobiliteitseffecten. Het bedrijventerrein heeft een goede bereikbaarheid (via de Griendweg en de Provincialeweg N216). De Griendweg en de N216 zijn geschikt voor het afwikkelen van grote aantal (transport)verkeersbewegingen. Waterschap Rivierenland Het waterschap Rivierenland heeft in het kader van het vooroverleg per mail een aantal opmerkingen gemaakt op paragraaf 4.2 Watertoets (en hieraan gerelateerde documenten en tekeningen). De opmerkingen zijn besproken met het waterschap Rivierenland en hebben geleid tot de volgende aanpassingen van het plan: • De watercompensatie voor de ontwikkeling van het bedrijventerrein wordt in hetzelfde peilgebied (stroomafwaarts) voor het overgrote deel opgelost op de locatie langs de Parallelweg (deelgebied 3) en binnen het bedrijventerrein door verbreden van watergangen (deelgebied 1). In de noordwesthoek van deelgebied wordt een waterplas gegraven. • De verhardingsbalans en bijbehorende tekeningen zijn geactualiseerd; • Het rioolplan zal in een later stadium nader worden uitgewerkt, omdat de verkaveling van het bedrijventerrein, de grootten van de bedrijfsgebouwen en de type bedrijven nog niet bekend zijn. • De bestemmingsplangrenzen en de werkgrenzen van de tekeningen van Adcim B.V. zijn op elkaar afgestemd.

• Het groen-blauwe-raamwerk is geborgd in de regels en verbeelding van het bestemmingsplan. De taluds van de watergangen worden uitgewerkt in het kader van de watervergunning (conform regels waterschap Rivierenland). 11

Het waterschap Rivierenland heeft daarna een zienswijze ingediend op het ontwerpbestemmingsplan. De zienswijze is samengevat en van een beantwoording voorzien in de bijgevoegde Nota van Zienswijzen. Provincie Zuid-Holland Provincie Zuid-Holland heeft in het kader van het vooroverleg per mail een aantal opmerkingen gemaakt op het plan. • Het bedrijventerrein Parallelweg Schelluinen moet op kaart 19 (bijlage II) van de Omgevingsverordening (grote buitenstedelijke bouwlocaties / 3ha kaart) wordt geplaatst. Het ontwerpbesluit (lees: de Ontwerp Herziening Omgevingsbeleid Wonen, Werken en Werelderfgoed) heeft gedurende zes weken ter inzage gelegen. • Op grond van artikel 6.12, lid 1 moet het bedrijventerrein vestiging van bedrijven uit de hoogst mogelijke milieucategorie mogelijk maken. In hoofdstuk 3.2 Provinciaal beleid is een onderbouwing gegeven op dit punt. • Ten aanzien van huisvesting arbeidsmigranten is artikel 6.10g van de Omgevingsverordening van belang. In hoofdstuk 3.2 Provinciaal beleid is een onderbouwing gegeven op dit punt. • Ten aanzien van de bereikbaarheid is artikel 6.10d van belang. In hoofdstuk 3.2 Provinciaal beleid is een onderbouwing gegeven op dit punt. • Ten aanzien van kansen voor biodiversiteit is artikel 6.10h van belang. Dit is gericht op het bevorderen van de biodiversiteit. In hoofdstuk 3.2 Provinciaal beleid is een onderbouwing gegeven op dit punt.

De Provincie Zuid-Holland heeft daarna een zienswijze ingediend op het ontwerpbestemmingsplan. De zienswijze is samengevat en van een beantwoording voorzien in de bijgevoegde Nota van Zienswijzen. Stedin Stedin heeft per mail aangegeven geen inhoudelijke opmerkingen te hebben op het plan. Binnen het plangebied bevinden zich geen eigendommen van Stedin die conflict hebben met deze ontwikkeling. Stedin heeft in het kader van de nadere uitwerking en uitvoering van het plan aandachtspunten meegegeven met betrekking tot verzwaring/uitbreiding van het energienet en het voorkomen van schade aan kabels en leidingen door bouwverkeer. De aandachtspunten worden meegenomen in de nadere uitwerking van het plan. Zienswijzen Het ontwerp-bestemmingsplan en bijbehorende stukken hebben gedurende zes weken ter inzage gelegen. Er zijn drie zienswijzen ingediend. De zienswijzen zijn samengevat en van een beantwoording voorzien in een Nota van Zienswijzen. De Nota van Zienswijzen is toegevoegd in de bijlage. Op woensdag 13 december 2023 heeft een overleg plaatsgevonden tussen het Waterschap Rivierenland, gemeente Molenlanden en de ontwikkelaar. Hierin zijn afspraken gemaakt over de realisatie van een robuust watersysteem.

De exacte (civieltechnische) uitwerking van het bedrijventerrein, waaronder de breedte van de watergangen (om te komen tot een robuust watersysteem), zal nader worden afgestemd met het waterschap Rivierenland in het kader van de watervergunning.

12

De zienswijzen en het overleg hebben geleid tot onderstaande ambtshalve wijzigingen in het bestemmingsplan: Algemeen: 1. De watercompensatielocatie is gewijzigd (watercompensatielocatie 1 en 2 (lees: deelgebied 3 en 4) zijn komen te vervallen en vervangen door een nieuw deelgebied 3). Verbeelding: 2. De verbeelding van het bestemmingsplan is gewijzigd (deelgebied 3 en 4 zijn komen te vervallen en vervangen door een nieuw deelgebied 3). Het nieuwe deelgebied 3 is bestemd als ‘Water’ met de functieaanduiding 'specifieke vorm van recreatie - extensief recreatief medegebruik'; 3. De waterplas aan de noordwestkant van deelgebied 1 is buiten het bestemmingsplan gelaten (wijziging plangrenzen deelgebied 1). 4. In deelgebied 1 is uitsluitend de A-watergang bestemd als ‘Water’ (ten behoeve van de gewenste flexibiliteit in het bestemmingsplan ingeval de Bwatergangen in deelgebied 1 minder breed mogen zijn). De A-watergangen zijn op de verbeelding verbreed naar 6 meter op de waterlijn i.v.m. varend onderhoud. 5. De gebiedsaanduiding ‘overige zone - groenblauw raamwerk’ is aangepast. Regels: 6. De regels van het bestemmingsplan zijn gewijzigd (bestemming ‘Agrarisch’ en de dubbelbestemming ‘Waarde - Archeologie – 7 en 8’ zijn komen te vervallen). 7. Artikel 3.3.2 (Groenblauw-raamwerk) is aangepast. Er is een afwijkingsmogelijkheid toegevoegd ingeval watergangen minder breed mogen zijn. 8.

Artikel 3.3.1 en artikel 3.3.2 inzake de toetsing van toekomstige vergunningsaanvragen aan het beeldkwaliteitsplan zijn aangescherpt. 9. Artikel 3.1 lid c is toegevoegd (functieaanduiding 'bedrijf tot en met categorie 4.1'). 10. Artikel 6.1 is aangevuld met lid e (ten behoeve van het toestaan van extensief recreatief medegebruik). Toelichting: 11. Hoofdstuk 3.2.2 Omgevingsverordening Zuid-Holland van de toelichting is aangevuld met een toelichting op het thema Milieucategorie bedrijven. 12. Hoofdstuk 4.2 Watertoets is geactualiseerd (gewijzigde verhardingsbalans, bijbehorende tekeningen en het watersysteem op basis van expert judgement). 13. Hoofdstuk 4.5 Bedrijven en milieuhinder is geactualiseerd. 14. Hoofdstuk 4.7 Kabels en leidingen is geactualiseerd. Bijlagen: 15. Gewijzigde verhardingsbalans (incl. bijbehorende tekeningen en het watersysteem op basis van expert judgement) zijn toegevoegd in de bijlagen..

13

1.4 Economische uitvoerbaarheid Vanwege het private initiatief komt het onderzoek naar de economische uitvoerbaarheid van het plan, voor verantwoordelijkheid van de ontwikkelaar, welke aangeeft dat de financiële haalbaarheid gewaarborgd is. Ter zekerheid voor de gemeente is er een anterieure overeenkomst met de ontwikkelaar gesloten, waarin onder andere is geregeld dat eventuele planschade voor rekening van de ontwikkelaar komt. Op basis van het vorenstaande kan worden vastgesteld dat de economische uitvoerbaarheid gewaarborgd is.

1.5 Leeswijzer Deze toelichting van het bestemmingsplan bestaat uit de volgende hoofdstukken, waarin de achtergronden van het plan zijn beschreven: • • • • •

Hoofdstuk 1: Inleiding; Hoofdstuk 2: Planbeschrijving; Hoofdstuk 3: Verantwoording beleidskaders; Hoofdstuk 4: Verantwoording sectorale aspecten; Hoofdstuk 5: Juridische planbeschrijving.

14

2.

Planbeschrijving

2.1 Bestaande situatie 2.1.1 Ontstaansgeschiedenis en ruimtelijke structuur Schelluinen ligt ten westen van Gorinchem aan de noordzijde van de A15 en de Betuwelijn. De oude kern van Schelluinen bestaat uit de bebouwing rond het Kerkplein met de aanliggende Nederlands Hervormde Kerk en het oude kasteel. Deze kern ontstond in de zuidwesthoek van de Kwakernaaksche Polder, daar waar het noordelijk deel van de (Groote) Schelluinensche Vliet met een bijna haakse bocht overgaat in het oostelijk deel. De Kwakernaaksche Polder werd echter in cultuur gebracht vanuit de noordelijk van de kern gelegen De Nol (de huidige Nolweg). De kern strekte zich nog iets uit langs de Kaatsbaan, aan de overzijde van de Vliet. Tot ver in de 19e eeuw bleef de bebouwing beperkt tot een clustervorming verdichting rond de uitwatering van de wetering op de Vliet en tot de extensief bebouwde boerderijenlinten langs de Voordijk en de zuidzijde van de Nolweg (en de daarbij aansluitende tot Gorinchem behorende Haarweg). In de 20ste eeuw heeft gaandeweg eerst een verdichting plaatsgevonden langs de Voordijk en de Nolweg. Deelgebied 1 ligt ingeklemd tussen het bedrijventerrein Schelluinen-West en de Parallelweg. Langs de Parallelweg zijn van oudsher diverse bedrijven gevestigd. Het bedrijventerrein Schelluinen-West wordt ontsloten via de Griendweg en de Provincialeweg N216.

Deelgebied is gelegen aan de Parallelweg in de nabijheid van de buurtschap aan de Kerkweg te Giessenburg.

Afbeelding 4: Ruimtelijke structuur omgeving plangebied

15

2.1.2 Huidige status/gebruik Deelgebied 1 bestaat hoofdzakelijk uit weilanden/agrarische grond. In deelgebied 1 zijn langs de Parallelweg vier bedrijfspercelen gelegen. De bebouwing heeft een oppervlakte van ca. 4.043 m2. Verder liggen er binnen deelgebied 1 drie bedrijfswoningen. De bedrijfsactiviteiten op de percelen Parallelweg 5-6 en de voormalige percelen Parallelweg 7-8 zijn reeds beëindigd. De bedrijfsbebouwing is reeds gesloopt.

Afbeelding 5: Bestaande situatie deelgebied 1

16

Deelgebied 2 is jarenlang gebruikt voor hobbymatige agrarische activiteiten (stallen en houden van paarden). Door de storm is de bebouwing op het perceel ingestort. Uit veiligheidsredenen is de bebouwing reeds gesloopt.

Afbeelding 6: Bestaande situatie deelgebied 2 (bebouwing door storm ingestort, waarna het uit veiligheidsredenen is afgebroken).

Deelgebied 3 betreft een agrarisch weiland gelegen aan de Parallelweg te Giessenburg.

Afbeelding 7: Bestaande situatie deelgebied 3

17

2.2 Nieuwe situatie 2.2.1 Plan Het plan is om een duurzaam en klimaatadaptief bedrijventerrein te ontwikkelen met een robuust groen-blauw-raamwerk. De hoofdontsluiting van het bedrijventerrein (vanaf de Griendweg) wordt begeleid met groen en water. De ambitie van de ontwikkelaar is om hemelwater zoveel mogelijk binnen het bedrijventerrein vast te houden. Hierbij wordt gedacht aan multifunctioneel ruimtegebruik. Op het bedrijventerrein wordt uitgegaan van een maximale bouwhoogte van 21 meter voor het westelijk deel en een maximale bouwhoogte van 15 meter voor het oostelijk deel. Dit is nader uitgewerkt in de door Kuiper Compagnons opgestelde stedenbouwkundige uitwerking. De stedenbouwkundige uitwerking wordt als uitgangspunt genomen bij de nader uitwerking van het bedrijventerrein. De stedenbouwkundige uitwerking is toegevoegd als bijlage van dit bestemmingsplan. Langs de Parallelweg wordt zoveel mogelijk ingezet op het realiseren van verzorgde en representatieve (groene) gevels van de bedrijfsgebouwen. Dit is juridischplanologisch geborgd in de regels en op de verbeelding van dit bestemmingsplan (specifieke bouwaanduiding – representatieve gevels). Dichte gevels langs de Parallelweg zijn niet gewenst. Het plan is verder om het groene karakter langs de Parallelweg te behouden dan wel te versterken.

Dit is juridisch-planologisch geborgd in de regels en op de verbeelding van dit bestemmingsplan (gebiedsaanduiding overige zone – groenblauw raamwerk). De gronden bedrijventerrein zullen worden verdeeld onder de bedrijven die een sterke connectie hebben met de gemeente Molenlanden/de Alblasserwaard en/of aangrenzende bedrijven met de wens tot uitbreiding van hun bedrijfsperceel. De exacte verkaveling en grootten van de bedrijfsgebouwen dient nader te worden uitgewerkt (afhankelijk van de behoefte). Om te komen tot een toekomstbestendig en goed functionerend bedrijventerrein, en een onacceptabel woon- en leefklimaat voor de woning Parallelweg 4 te voorkomen, wordt de bestaande woning Parallelweg 4 en paardenstalling verplaatst naar de nieuwe locatie (lees: deelgebied 2) ten westen van de Kerkweg te Giessenburg.

Afbeelding 8: Impressies nieuwe situatie deelgebied 1

18

Afbeelding 9: Stedenbouwkundige uitwerking totaalplan

Afbeelding 10: Maximale bouwhoogten bedrijfsgebouwen

19

Wat betreft de bouwregels voor de nieuwe woning (in deelgebied 2) is aangesloten bij de regels voor de bestemming ‘Wonen’ in het vigerend bestemmingsplan ‘Buitengebied Giessenlanden’ (een maximale inhoud van 850 m3 en een maximale goothoogte van 6 meter). De oppervlakte van het nieuwe bijgebouw mag max. 156 m2 bedragen. De schuur zal worden gebruikt als paardenstalling waarvoor een minimale goothoogte van 4 meter is vereist. Binnen deelgebied 1 worden in totaal drie bedrijfswoningen (Parallelweg 4, 5 en 6) met bijbehorende bebouwing gesloopt. Van de drie bedrijfswoningen wordt er slechts één woning teruggebouwd (in deelgebied 2). Deze locatie heeft door de aanwezige dichte beplanting een gesloten groen karakter. Hierdoor ontstaat er geen onevenredige hinder voor wat betreft uitzicht, privacy of schaduwwerking voor de omgeving. Op grond hiervan is een groter bijgebouw dan 150 m2 (op grond van het bestemmingsplan ‘Buitengebied Giessenlanden’ en aanvullende vergunningsvrije bouwregels) op deze locatie goed inpasbaar en gerechtvaardigd.

Afbeelding 11: Nieuwe situatie deelgebied 2 (indicatief)

20

Huisvesting arbeidsmigranten De economie trekt aan en de (technische) beroepsbevolking krimpt. Aan de vraag naar arbeid kan niet meer worden voldaan. Een deel van de Molenlandse bedrijven is structureel aangewezen op werknemers uit het buitenland. De gemeente ziet dit terug in de komst van arbeidsmigranten. Om deze ontwikkelingen in goede banen te leiden, heeft de gemeente Molenlanden een parapubestemmingsplan Huisvesting Arbeidsmigranten opgesteld. De gemeente Molenlanden ziet kansen om de huisvesting van arbeidsmigranten onderdeel uit te laten maken van de totale bedrijfsterreinontwikkeling. De ontwikkelaar doet onderzoek naar de haalbaarheid hiervan. Hieruit is gebleken dat het inpassen van huisvestingsmogelijkheden voor arbeidsmigranten uitsluitend haalbaar is op het perceel Parallelweg 4 Schelluinen. Er worden nog drie mogelijke locaties in fase 2 van de bedrijfsontwikkeling onderzocht. In het kader van het realiseren van een toekomstbestendig en goed functionerend bedrijventerrein is in de regels van dit bestemmingsplan een regeling opgenomen, (gekoppeld aan het perceel Parallelweg 4 Schelluinen), die, onder bepaalde voorwaarden, de mogelijkheid tot huisvesting van arbeidsmigranten biedt (artikel 4.6.2).

Artikel 4.6.2 Huisvesting arbeidmigranten Het college van Burgemeester en wethouders is bevoegd om ter plaatse van de funcieaanduiding ‘specifieke vorm van wonen – huisvesting arbeidsmigranten’ middels een omgevingsvergunning huisvesting van arbeidsmigranten toe te staan, mits voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: a. De omgevingsvergunning wordt tijdelijk verleend (maximaal 15 jaar). De tijdelijkheid dient voldoende verzekerd te zijn via een privaatrechtelijke overeenkomst; b. Huisvesting van arbeidsmigranten is uitsluitend toegestaan binnen bestaande of nieuw te bouwen (bedrijfs)gebouwen (huisvesting in, kampeermiddelen en/of stacaravans is niet toegestaan); c. De locatie en woonruimten voldoen minimaal aan de vereisten uit het SNFkeurmerk en Bouwbesluit (inclusief normering ten aanzien van m² per persoon). d. Op de locatie zijn faciliteiten voor arbeidsmigranten aanwezig afhankelijk van en passend bij de aard en omvang van de locatie. e. Er is een goede ontsluiting en parkeervoorziening op eigen terrein, conform de geldende parkeernorm van de gemeente. f. Er is een vervoersplan voor verkeersbewegingen van arbeidsmigranten. g. Er wordt een beheerplan aangeleverd waarbij het toezicht past bij de aard en schaal.

21

2.2.2 Verkeer en parkeren Verkeer Het bedrijventerrein wordt ontsloten via de reeds geplande ontsluitingsweg op de Griendweg. Er wordt een brug over de watergang aangelegd waarmee de nieuwe bedrijven kunnen worden ontsloten. De niet te vestigen bedrijven krijgen geen ontsluiting op de Parallelweg teneinde hinder voor de omgeving en/of verkeersonveilige situaties op de Parallelweg en Kerkweg te voorkomen. Bij de uitwerking van het terrein tussen de bedrijfspercelen wordt rekening gehouden met de bochtstralen van vrachtwagens. Het bedrijventerrein heeft een goede bereikbaarheid (via de Griendweg en de Provincialeweg N216). De Griendweg en de N216 zijn geschikt voor het afwikkelen van grote aantal (transport)verkeersbewegingen.

Afbeelding 12: Onsluitingsstructuur bedrijventerein

Verkeersgeneratie Om er zeker van te zijn dat het plan niet leidt tot negatieve effecten op de verkeersafwikkeling en verkeerveiligheid in het gebied is een theoretische (verschil-) berekening van de verkeersgeneratie gemaakt. Bestaande (planologische) situatie Voor de berekening van de verkeersgeneratie in de bestaande situatie is gebruik gemaakt van de CROW-publicatie 381 (Toekomstbestendig parkeren, 2018). In de berekening is uitgegaan van de minimale kencijfers gelegen in het ‘buitengebied’ van een ‘niet stedelijk’ gebied. Langs de Parallelweg liggen in de bestaande situatie vier bedrijfspercelen. In totaal ligt er binnen het plangebied ca. 17.500 m2 aan bedrijfsgronden (bestemming ‘bedrijf’. De bedrijfsbebouwing heeft een brutovloeroppervlakte (BVO) van 4.043 m2. De (voormalige) bedrijven op deze bedrijfspercelen kunnen worden geschaard in de categorie ‘arbeidsextensief/ bezoekersextensief’. Het CROW-beleid stelt voor de categorie ‘arbeidsextensief/bezoekersextensief, in het ‘buitengebied’ van een 22

‘weinig stedelijk gebied’ een minimaal kengetal van 3,9 verkeersbewegingen per 100 m2 BVO per etmaal). Dit betekent een verkeersgeneratie van: 40,43 * 3,9 = naar boven afgerond 158 verkeersbewegingen per etmaal, waarvan 20% verkeersbewegingen met zwaar verkeer. De totale verkeersgeneratie in de huidige (planologische) situatie betreft 0,80 * 158 vtb/etmaal = 126 lichte verkeersbewegingen en 0,20 * 158 vtb/etmaal = 32 zware verkeersbewegingen per etmaal. Daarnaast voorzien de bestaande bedrijfswoningen (Parallelweg 4, 5 en 6) in een verkeersgeneratie van 27 lichte verkeersbewegingen per etmaal. Nieuwe situatie Het plan is om een duurzaam en klimaatadaptief bedrijventerrein te ontwikkelen. De exacte verkaveling van het bedrijventerrein en grootten van de bedrijfsgebouwen dient nog nader te worden uitgewerkt (afhankelijk van de behoefte). Daarmee is het op dit moment nog niet mogelijk om het aantal verkeersbewegingen als gevolg van het plan exact uit te rekenen. Om er zeker van te zijn dat het plan niet leidt tot negatieve effecten op de verkeersafwikkeling en verkeerveiligheid in het gebied is een theoretische berekening van de verkeersgeneratie van het plan berekend. Het aantal verkeersbewegingen van het plan is bepaald aan de hand van de kencijfers parkeren en verkeersgeneratie in de ASVV 2021 van het kennisplatform CROW.

Het aantal verkeersbewegingen wordt bepaald aan de hand van het type bedrijventerrein en de omvang daarvan. Voor het bepalen van de verkeersgeneratie is in dit geval uitgegaan van een ‘Gemengd terrein’ (type I). Gemengde terreinen kennen een gevarieerd aanbod aan bedrijvigheid, voornamelijk bestaande uit licht moderne industrie en overige (‘modale’) industrie, bestemd voor reguliere bedrijvigheid. Bij een gemengd bedrijventerrein type I is (gemiddeld) per netto ha sprake van 128 verkeersbewegingen per etmaal voor licht verkeer en 30 verkeersbewegingen per etmaal voor zwaar verkeer. Hierbij geldt dat de netto-oppervlakte circa 77% is van het bruto oppervlak. Voor de theoretische berekening is wat betreft het bruto oppervlak aan bedrijfsbebouwing in de nieuwe situatie uitgegaan van ca. 3,88 ha. Dit betekent dat er naar boven afgerond sprake is van 383 verkeersbewegingen van licht verkeer (128 vtb/ha/etmaal * 3,88 ha * 0,77= 383) en 90 verkeersbewegingen van zwaar verkeer (30 vtb/ha/etmaal * 3,88 ha * 0,77= 90) per etmaal. Daarnaast voorziet de nieuwe (verplaatste) woning in een verkeersgeneratie van 9 lichte verkeersbewegingen per etmaal. Verschil Per saldo is sprake van een beperkte toename van het aantal verkeersbewegingen, 239 licht verkeersbewegingen en 58 zwaar verkeersbewegingen.

De extra verkeersintensiteiten als gevolg van dit plan zijn dermate laag, dat het niet aannemelijk is dat de verkeersafwikkeling en de veiligheid buitenproportioneel wordt benadeeld. Het bedrijventerrein heeft een goede bereikbaarheid (via de Griendweg en de Provincialeweg N216). De Griendweg en de N216 zijn geschikt voor het afwikkelen van grote aantal (transport)verkeersbewegingen. 23

Parkeren Het gemeentelijk parkeerbeleid is vastgelegd in de 'Nota Parkeernormen Molenlanden 2020'. Dit parkeerbeleid is gebaseerd op de CROW-publicatie 381 (Toekomstbestendig parkeren, 2018). In het CROW-beleid wordt uitgegaan van een bandbreedte van een minimale tot een maximale parkeernorm. In de 'Nota Parkeernormen Molenlanden 2020' wordt uitgegaan van het gemiddelde. Stedelijkheidsgraad De gemeente Molenlanden valt qua stedelijkheidsgraad in zijn geheel in de categorie ‘niet stedelijk’. Gebiedstype Het plangebied is gelegen in het gebiedstype ‘Buitengebied’. Parkeernormen Deelgebied 1 Voor de bedrijven zijn de volgende gemiddelde parkeernormen van toepassing: Tabel 1: Parkeernormen bedrijven Parkeernorm Bedrijf arbeidsintensief/ 2,4 bezoekers extensief Bedrijf arbeidsextensief/ 1,1 bezoekers extensief Kantoor (zonder baliefunctie) 2,6 Kantoor (met baliefunctie) / 3,6 Commerciële dienstverlening Bedrijfsverzamelgebouw 2,0

Eenheid Per 100 m2 BVO Per 100 m2 BVO Per 100 m2 BVO Per 100 m2 BVO Per 100 m2 BVO

Parkeerbehoefte De exacte verkaveling van het bedrijventerrein, grootten van de bedrijfsgebouwen en de realisatie van een gezamenlijke parkeergarage dient nog nader te worden uitgewerkt (afhankelijk van de behoefte). Om juridisch te borgen dat er in de uiteindelijke situatie voldoende parkeergelegenheid aanwezig is, is een regeling opgenomen in de regels van het bestemmingsplan (artikel 9.5). De regeling luidt als volgt: a. ‘Een omgevingsvergunning voor het bouwen, het uitbreiden en/of het wijzigen van de functie van gebouwen en/of gronden wordt slechts verleend indien bij de aanvraag om een omgevingsvergunning wordt aangetoond dat gelet op de omvang of de bestemming van het gebouw en/of gronden in voldoende mate wordt voorzien in ruimte voor het parkeren of stallen van motorvoertuigen in het gebouw, dan wel op het onbebouwde terrein dat bij dat gebouw behoort. Hierbij gelden de parkeernormen, zoals vastgelegd in de 'Nota Parkeernormen Molenlanden 2020'. Indien deze beleidsregels gedurende de planperiode worden gewijzigd, dient getoetst te worden aan diens rechtsopvolger.

24

b. Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van het gestelde onder a: 1. Indien het voldoen aan die bepalingen door bijzondere omstandigheden op overwegende bezwaren stuit; 2. Voor zover op andere wijze in de nodige parkeer- of stallingruimte wordt voorzien.’ Deelgebied 2 Voor de woning in deelgebied 2 geldt een parkeernorm van 2,3 parkeerplaatsen per woning. Dit wordt op eigen terrein opgelost. Binnen deelgebied 2 (3.585 m2) worden drie parkeerplaatsen gerealiseerd. Hiermee wordt voldaan 'Nota Parkeernormen Molenlanden 2020'.

25

3.

Verantwoording beleidskader

3.1 Rijksbeleid 3.1.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie in werking getreden. Deze visie bevat de hoofdzaken van het strategisch rijksbeleid voor de fysieke leefomgeving. Dit is een combinatie van beleid uit de bestaande beleidsdocumenten, met en zonder wettelijke grondslag, en nieuw strategisch beleid. De grote en complexe opgaven zoals klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw zullen Nederland gaan veranderen. De NOVI schrijft een toekomstperspectief met de ambities van het rijk. In de NOVI zijn 21 nationale belangen met bijbehorende opgaven geformuleerd. Deze nationale belangen komen samen in vier prioriteiten: • • • •

Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; Duurzaam economisch groeipotentieel; Sterke en gezonde steden en regio's; Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied.

Voor de vier NOVI-prioriteiten geldt steeds dat er zowel maatregelen op korte termijn als maatregelen op lange termijn nodig zijn. Deze maatregelen dienen in de praktijk voortdurend op elkaar in te spelen. Bij de afweging van de belangen staat een evenwichtig gebruik van de fysieke leefomgeving centraal voor zowel de boven als de ondergrond. Het plan is kleinschalig van aard en er worden geen Rijksbelangen geschaad. 3.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Kern van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) is dat alle overheden hun ruimtelijke belangen vooraf kenbaar maken en aangeven via welke weg zij die belangen denken te realiseren. Het Rijk geeft dit aan in de AMvB Ruimte. De nieuwe AMvB Ruimte, het Barro (Besluit algemene regels ruimtelijke ordening) is gebaseerd op enkele hoofdstukken uit de voorgaande AMvB Ruimte en enkele nieuwe toevoegingen. Het Barro omvat alle ruimtelijke rijksbelangen uit eerder uitgebrachte PKB's (planologische kernbeslissingen) die juridisch doorwerken op het niveau van bestemmingsplannen. Het gaat om kaders voor onder meer het bundelen van verstedelijking, de bufferzones, nationale landschappen, de ecologische hoofdstructuur, de kust, grote rivieren, militaire terreinen, mainportontwikkeling van Rotterdam en de Waddenzee.

Met het Barro maakt het Rijk proactief duidelijk waar provinciale verordeningen en gemeentelijke bestemmingsplannen aan moeten voldoen. Het plan is kleinschalig van aard en maakt geen onderdeel uit van de genoemde ruimtelijke rijksbelangen in het Barro.

26

3.1.3 Besluit ruimtelijke ordening (Bro) In artikel 3.1.6, lid 2 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is de verplichting opgelegd aan gemeenten en provincies om in de toelichting van een bestemmingsplan waarmee een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk wordt gemaakt, een beschrijving op te nemen over de behoefte aan de voorgenomen stedelijke ontwikkeling. Indien het bestemmingsplan een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, dient de toelichting, aanvullend op de beschrijving van de behoefte en het resultaat van het nodige overleg, een motivering te bevatten waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in de behoefte kan worden voorzien. Voordat een stedelijke ontwikkeling plaats kan vinden zal deze moeten worden getoetst aan de ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’. Ladder voor duurzame verstedelijking Of toetsing van het plan aan de hand van de ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’ wettelijk verplicht is hangt af van het feit of er sprake is van een ‘stedelijke ontwikkeling’. Een voorziene ontwikkeling dient voldoende substantieel te zijn om als stedelijke ontwikkeling te kunnen worden aangemerkt.

In artikel 1.1.1, lid 1, onder i van het Bro is de volgende definitie van stedelijke ontwikkeling opgenomen: ‘Ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen’. Het plan betreft de realisatie van een bedrijventerrein met een oppervlakte van ca. 5,9 hectare (per saldo een toename van ca. 4,1 hectare bedrijventerrein). Hiermee is sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling en is toetsing aan de ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’ vereist. Toetsing aan Ladder voor duurzame verstedelijking Bedrijvigheid op bedrijventerreinen is van groot belang voor de werkgelegenheid in de gemeente Molenlanden. Uit gesprekken met ondernemersverenigingen, verschillende disciplines binnen de gemeente en de provincie Zuid-Holland en gesprekken met kenners van de lokale markt, cijfermatige analyse en onderzoekswerk, in het kader van de Visie bedrijventerreinen gemeente Molenlanden (2022), blijkt er op dit moment sprake is van een tekort aan ruimte voor bedrijven in de gemeente. Bedrijven die willen uitbreiden kan de gemeente Molenlanden op dit moment niet goed accommoderen en er is nauwelijks ruimte voor bedrijven die willen verplaatsen. Er zijn op dit geen bedrijfskavels meer te koop in de gemeente, terwijl er vanuit het bedrijfsleven wel vraag is naar meer ruimte.

Daarnaast is er de afgelopen jaren circa 20 hectare aan bedrijfskavels gesaneerd in de gemeente Molenlanden. Inschattingen op basis van cijfermateriaal (werkgelegenheids- en andere prognoses) laten zien dat tot 2030 een vraag is van 6,6 tot 17 hectare, en in de daaropvolgende periode tot 2040 een extra 0 tot 13 hectare. Het gaat dus in totaal om een bandbreedte van 6,6 (minimum scenario) tot 30 hectare (maximum scenario) uitbreiding tot 2040. De gemeente Molenlanden gaat, mede op basis van signalen uit de markt, uit van de bovenste helft van deze bandbreedte, ofwel minimaal 18 hectare en maximaal 30 hectare tot 2040. In eerste instantie is onderzocht of bestaande ruimte (bestaande bedrijventerreinen) beter benut kan worden. Dat levert echter maar zeer beperkte ruimtewinst op. Om aan de vraag te voldoen moet er dus nieuwe ruimte worden gecreëerd. De visie van de gemeente 27

Molenlanden is om bedrijventerrein te creëren op een klein aantal plekken waar dat logisch is vanwege de vraag van ondernemers en waar het zo goed mogelijk aansluit bij de complexe ruimtelijke omstandigheden in Molenlanden. Deze locatie is één van deze locaties. Het plan betreft de uitbreiding van een bestaand bedrijventerrein op gronden waarin in de huidige situatie reeds sprake is van functiemenging (geen onaangetast landschap). Het plangebied grenst aan bestaand stedelijk gebied (BSD). Met deze ontwikkeling ontstaat een logische afronding van het stedelijk gebied. Dit plan speelt in op de behoefte aan bedrijventerrein in de gemeente Molenlanden/de regio Alblasserwaard-Vijfheerenlanden. Er is sprake van discrepantie tussen de praktijk en de papieren werkelijkheid (lees: De Behoefteraming bedrijventerreinen Zuid-Holland (2021)). Cijfermatig lijkt er meer aanbod dan vraag in gemeenten als Molenlanden & Gorinchem. Wanneer op het aanbod in de monitor wordt ingezoomd valt voor deze regio op dat het overgrote deel van het aanbod uit Groote Haar bestaat. Deze kavels zijn naar verwachting pas over enkele jaren daadwerkelijk uit te geven, omdat de ontsluiting nog niet gerealiseerd is en kan worden. De gemeente Molenlanden heeft op papier nog circa 8 hectare aanbod op Schelluinen-West. Dit is aanbod dat specifiek bedoeld is voor transport en logistiek, maar ook toeleverende bedrijven.

In de praktijk is fase I van Schelluinen-West (nagenoeg) uitverkocht en fase II beslaat circa 4 hectare. Er zit in deze regio dus een grote discrepantie tussen de praktijk en de papieren werkelijkheid van het aanbod van bedrijventerrein.

Afbeelding 13: Nabijgelegen bedrijventerreinen (geen uitbreidingsmogelijkheden)

Het plan voorziet daarnaast in een concrete uitbreidingsbehoefte van een aantal lokaal en regionaal gebonden bedrijven. De bedrijven hebben de afgelopen jaren een sterke groei doorgemaakt, waardoor de huidige bedrijfslocaties niet meer toereikend zijn voor de continuïteit van de bedrijven. Er is een concrete behoefte naar meer bedrijfsruimte. De bedrijven hebben een sterke binding met de gemeente Molenlanden. Veel werknemers van de betrokken bedrijven zijn woonachtig in de gemeente Molenlanden. De bedrijven hebben een maatschappelijke functie in de vorm van werkgelegenheid. Het plan geeft een positieve impuls aan de aantrekkelijkheid en leefbaarheid van het dorp Schelluinen.

28

Geen alternatieven binnen bestaand stedelijk gebied (BSD) Het plangebied ligt buiten bestaand stedelijk gebied (BSD). Vanwege de beperkte beschikbare bouwgrond binnen de huidige bedrijventerreinen/bestaand stedelijk gebied is de gemeente Molenlanden al geruime tijd op zoek naar geschikte bedrijfsontwikkelingslocaties om in te spelen op de behoefte naar bedrijfsruimten in de gemeente Molenlanden. Het plan voldoet aan ‘de Ladder voor duurzame verstedelijking’.

3.2 Provinciaal beleid 3.2.1 Omgevingsvisie Zuid-Holland Op 20 februari 2019 hebben de Provinciale staten van Zuid-Holland het Omgevingsbeleid vastgesteld. De Omgevingsvisie is nadien een aantal keer herzien/gewijzigd. De Provinciale Staten heeft op 1 april 2023 de laatste wijziging doorgevoerd in de Omgevingsvisie Zuid-Holland. De Omgevingsvisie van Zuid-Holland biedt een strategische blik op de lange(re) termijn voor de gehele fysieke leefomgeving en bevat de hoofdzaken van het te voeren integrale beleid van de provincie ZuidHolland. De Omgevingsvisie vormt samen met de Omgevingsverordening en het Omgevingsprogramma het provinciale Omgevingsbeleid van de provincie ZuidHolland. Het Omgevingsbeleid beschrijft hoe de provincie werkt aan een goede leefomgeving, welke plannen daarvoor zijn, welke regels daarbij gelden en welke inspanningen de provincie daarvoor levert. De provincie Zuid-Holland heeft in de Omgevingsvisie zeven richtinggevende ambities geformuleerd. Deze ambities dienen als stip op de horizon: 1. Samen werken aan Zuid-Holland: inwoners, organisaties en bedrijven in een vroeg stadium betrekken bij besluiten. 2. Bereikbaar Zuid-Holland: efficiënt, veilig en duurzaam over weg, water en spoor. 3. Schone energie voor iedereen: op zoek naar schone energie, haalbaar en betaalbaar voor iedereen. 4.

Een concurrerend Zuid-Holland: diversiteit, de economische kracht van ZuidHolland. 5. Versterken natuur in Zuid-Holland: een aantrekkelijk landelijk gebied draagt bij aan de kwaliteit van de leefomgeving. 6. Sterke steden en dorpen in Zuid-Holland: versnellen van de woningbouw met behoud van ruimtelijke en sociale kwaliteit. 7. Gezond en veilig Zuid-Holland: beschermen en bevorderen van een gezonde, veilige leefomgeving. De provincie streeft naar een optimale wisselwerking tussen gewenste ruimtelijke ontwikkelingen en een goede omgevingskwaliteit. Onder ‘omgevingskwaliteit’ wordt verstaan het geheel aan kwaliteiten die de waarde van de fysieke leefomgeving bepalen. Hierbij gaat het om een samenvoeging van ruimtelijke kwaliteit (belevingswaarde, gebruikswaarde en toekomstwaarde) en milieukwaliteit (gezondheid en veiligheid). Stedelijke ontwikkelingen De provincie streeft naar een compact, samenhangend en kwalitatief hoogwaardig bebouwd gebied en wil de bebouwde ruimte daarom beter benutten. De provincie zet ten eerste in op verdichting, concentratie, diversiteit en specialisatie binnen

29

het bestaand stads- en dorpsgebied, en ten tweede op een hiërarchie van complementaire knooppunten en centra met een goede onderlinge bereikbaarheid. Niet alle vraag naar wonen en werken kan en hoeft te worden opgevangen binnen bestaand stads- en dorpsgebied (BSD). Stedelijke ontwikkelingen die niet binnen bestaand stads- en dorpsgebied gerealiseerd kunnen worden en kleinschalige stedelijke ontwikkelingen, kunnen in het landelijk gebied plaatsvinden in aansluiting op bestaand stads- en dorpsgebied of in bebouwingslinten. Bij nieuwe stedelijke ontwikkelingen buiten bestaand stads- en dorpsgebied (BSD) dient de Ladder voor duurzame verstedelijking te worden doorlopen en dient het plan te voldoen aan het provinciaal beleid voor ruimtelijke kwaliteit. Stedelijke ontwikkelingen groter dan 3 hectare buiten BSD dienen eerst door Provinciale Staten worden afgewogen en worden op de kaart ‘woningbouwlocaties, bedrijventerreinen en andere stedelijke ontwikkelingen’ (ook wel genoemd: ‘3 ha kaart’) gezet. Het plan betreft de realisatie van een bedrijventerrein met een oppervlakte van ca. 5,9 hectare (per saldo een toename van ca. 4,1 hectare bedrijventerrein). Het plan is door de Provinciale Staten en op de kaart ‘woningbouwlocaties, bedrijventerreinen en andere stedelijke ontwikkelingen’ (ook wel genoemd: ‘3 ha kaart’) gezet.

Het besluit (lees: de Ontwerp Herziening Omgevingsbeleid Wonen, Werken en Werelderfgoed) heeft gedurende zes weken ter inzage gelegen (van 10 maart 2023 tot en met 20 april 2023). Er zijn geen zienswijzen ingediend op de zogenoemde de 3-hectare stippen, waaronder dit plan. De planning van de provincie is om de Herziening Omgevingsbeleid Wonen, Werken en Werelderfgoed eind januari 2024 vast te stellen. Het plan betreft een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Het plan betreft de uitbreiding van bestaand bedrijventerrein Schelluinen-West (grenzend aan bestaand stedelijk gebied). Met deze ontwikkeling ontstaat een logische afronding van het stedelijk gebied. Het plan voldoet aan de ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’ (zie paragraaf 3.1.3).

Ontwikkeling bedrijventerrein

Afbeelding 14: Bestaand stedelijk gebied (BSD)

30

Ruimtelijke kwaliteit De provincie geeft richting en ruimte aan een optimale wisselwerking tussen ruimtelijke ontwikkelingen en gebiedskwaliteit: een evenwicht en samenspel van toekomstwaarde, gebruikswaarde en belevingswaarde. Ruimtelijke kwaliteit speelt op verschillende niveaus: veelal plek gebonden, maar ook op het niveau van de gehele provincie en soms daarbuiten. In de gehele provincie, zowel in het stedelijk gebied als in het landelijk gebied, beoogt het kwaliteitsbeleid een ‘ja, mits-beleid’: ruimtelijke ontwikkelingen zijn mogelijk, met behoud of versterking van de ruimtelijke kwaliteit (waarborg ruimtelijke kwaliteit). De essentie van ‘verbeteren van ruimtelijke kwaliteit’ is dat initiatiefnemers van ruimtelijke ontwikkelingen enerzijds inspelen op de aanwezige kwaliteiten in de omgeving (zeker als de omgeving hoge cultuurhistorische of identiteitsbepalende waarden vertegenwoordigt) en er anderzijds specifieke kwaliteiten aan toevoegen die te maken hebben met de samenleving van vandaag. Om te kunnen bepalen of een ruimtelijke ontwikkeling passend is, is vooral de ruimtelijke impact van belang. Hierin wordt onderscheid gemaakt in drie soorten ontwikkeling: 1. Inpassing. Bij inpassen gaat het om een ontwikkeling die sterk aansluit bij de bestaande identiteit en structuur van het landschap, dorp of stad. De impact op het gebied is klein. 2. Aanpassing.

Een aanpassing betreft een wijziging in de structuur van een gebied die aansluit bij de huidige gebiedsidentiteit. De impact op het gebied is groter. 3. Transformatie. Bij transformatie gaat het om een verandering van een gebied van dusdanige aard en omvang dat een nieuwe gebiedsidentiteit ontstaat. De impact van dit type ontwikkeling op een gebied is enorm. Bij transformatie is het dan ook belangrijk om goed vorm te geven aan de ontwikkeling van een nieuwe ruimtelijke kwaliteit, met vaak ook een nieuwe identiteit. Het plan kan worden geschaard in de categorie ‘transformeren’. Door stedenbouwkundig bureau Kuiper Compagnons is een stedenbouwkundige uitwerking opgesteld. De stedenbouwkundige uitwerking biedt inzicht in welke ontwikkelingen in het plangebied kunnen plaatsvinden. De stedenbouwkundige uitwerking wordt als uitgangspunt genomen bij de nadere inrichting het plangebied. Kwaliteitskaart De kwaliteitskaart is voor de provincie Zuid-Holland een belangrijk instrument om ruimtelijke ontwikkelingen zodanig te sturen dat ze een bijdrage leveren aan de ruimtelijke kwaliteit. De provincie wil de karakteristieken van de Zuid-Hollandse landschappen, herkenbaar en beleefbaar houden en tegelijk ook ruimte bieden voor nieuwe ontwikkelingen.

De kwaliteitskaart geeft een beschrijving van de gebiedskenmerken en kwaliteiten van Zuid-Holland, waar rekening mee gehouden dient te worden in de planvorming. De kwaliteitskaart biedt een middel om vroeg in het planproces een integrale afweging te maken die de ruimtelijke kwaliteit ten goede komt. Het verbinden van nieuwe ontwikkelingen aan de bestaande gebiedskenmerken vormt hierbij uitgangspunt.

31

Het plangebied is gelegen in het ‘veenweidelandschap’ en de ‘Stads- en dorpsranden’. Veenweidegebied De ruimtelijke structuur in het veen(weide)gebied wordt sterk bepaald door de rivieren en veenstromen, de op enige afstand daarvan aangelegde weteringen en andere ontginningsbasissen. Haaks hierop staan de verkavelingspatronen. Kenmerkend voor het veen(weide)landschap is de openheid van het gebied met lange zichtlijnen. Andere kenmerken zijn de smalle kavels omringd door sloten. Voor ontwikkelingen in het veen(weide)landschap heeft de provincie de volgende richtpunten vastgesteld: • Bewaren diversiteit aan verkavelingspatronen. Lengtesloten zijn beeldbepalend en worden behouden; • Ontwikkelingen houden rekening met het behoud van kenmerkende landschapselementen; • Ontwikkelingen dragen bij aan behoud van de maat en weidsheid van de poldereenheden; • Nieuwe bebouwing en bouwwerken worden geplaatst binnen de bestaande structuren/linten en niet in de veenweidepolders; • Nieuwe agrarische bedrijven liggen aan bestaande ruilverkavelingslinten of op een zeer goed bereikbare locatie voor zwaar verkeer. Ze vormen visuele eilanden in het veenweidelandschap door stevige, passende beplanting en een ligging op ruime afstand van elkaar.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Molenlanden&id=12cd7fc8-81bc-4cfc-b034-be2749e9fa51