Bijlage 1 Mobiliteitsvisie Molenlanden 2040 - concept
Tekst van het document
1. 2. 3. 4. 5. 6.
Verduurzaming van de mobiliteit
1. 2. 3. 4.
1. Gemeente (met waterschap en provincie) 2. Gemeente en Netbeheerders (samen inwoners en ondernemers) 3. Ondernemers (samen met gemeente) 4. Partners RAL regio (samen met gemeente) 5. Gemeente, waterschap en provincie
Stimuleren van actieve mobiliteit Faciliteren van de transitie naar elektrisch rijden Verduurzaming van vracht- en landbouwverkeer Inspelen op duurzame innovaties op het gebied van wegbeheer 5. Water en bodem sturend bij aanleg nieuwe infrastructuur
Gemeente (samen met inwoners) Provincie (samen met waterschap en gemeente) Gemeente (samen met waterschap) Gemeente (samen met politie, waterschap en provincie) Waterschap (samen met gemeente) Gemeente (samen met inwoners en ondernemers)
Provincie en vervoerders (samen met gemeente) Provincie (samen met gemeente en buurgemeenten) Provincie (samen met gemeente en waterschap) Provincie, waterschap en gemeente Gemeente en vervoerders Provincie en buurgemeenten (samen met gemeente)
Mobiliteitsvisie
27
Bijlage 1: Technische analyses Deze bijlage betreft een samenvatting van het achtergrondrapport Technische rapportage (zie bijlage 3). Bereikbaarheid kernen en bedrijventerreinen Uit de analyse van de verkeersstromen en wegennetwerk blijkt dat sommige kernen en bedrijventerreinen worden ontsloten via andere kernen. En voor een aantal kernen geldt dat - zeker in spitsperioden - de snelste routes via 30- en 60 km/uur wegen gaan. Er zijn geen geschikte alternatieven. Voor een aantal (lint)wegen geldt dat de theoretische capaciteit in praktijk vaak niet wordt gehaald omdat het profiel van deze smalle historische wegen te veel afwijkt om die capaciteit te kunnen bieden. Dat een aantal 30- en 60 km/uur wegen nu al tegen de maximaal toelaatbare intensiteit aanzitten heeft ook gevolgen voor de ontsluiting en ontwikkeling van nieuwe woon- en werklocaties. De beperkte capaciteit maakt ook dat de wegen het verkeer niet goed kunnen verwerken in afwijkende situaties, bijvoorbeeld bij werkzaamheden aan rijks- of provinciale wegen of bij calamiteiten (hoog water). Op basis van voorstaande kan gesteld worden dat in de verkeersstructuur geschikte schakels ontbreken, waardoor veiligheids- en leefbaarheidsproblemen ontstaan in de kernen en langs de linten. Doorgaand verkeer Op verschillende locaties in de gemeente is met behulp van het regionaal verkeersmodel onderzoek gedaan naar sluipverkeer.
Deze analyse laat bijvoorbeeld zien dat ca. 20% van het verkeer op de N214 aangemerkt kan worden als doorgaand sluipverkeer. Dit percentage verschilt sterk per tijdstip en traject. Het sluipverkeer draagt bij aan filevorming bij het kruispunt N214-N216, met als gevolg sluipverkeer door kernen. Ook zien we dat door vertragingen op de A15 en de A27 het verkeer uitwijkt naar kernen.
Bereikbaarheid toeristische bestemmingen Uit deze analyse blijkt dat de bereikbaarheid van Kinderdijk verbeterd is, vanwege de realisatie van het transferium op Haven Zuid. Maar er is nog steeds parkeeroverlast in Kinderdijk. Er zijn mogelijkheden om toeristen zo veel mogelijk via de waterbus naar de molens te laten reizen. De Avonturenboerderij Molenwaard is goed te bereiken per auto en per fiets, maar minder goed per openbaar vervoer. Openbaar vervoer Uit de analyse van het OV-netwerk blijkt dat het OV-aanbod voor sommige kernen beperkt is. Voor vrijwel alle Molenlandse kernen geldt dat de reistijd met het openbaar vervoer naar de grote steden (Utrecht, Dordrecht en Rotterdam) veel langer is dan met de auto. In enkele gevallen is de reisduur zelfs ruim twee keer zo lang. Zo rijden lokale bussen relatief weinig en hebben ze een relatief korte dienstregeling. Snelbussen rijden vaker en tot later dan lokale bussen, maar de afstand tot de haltes langs de N214 is relatief groot. Hierdoor moeten reizigers in veel gevallen overstappen. Lokale en regionale bussen sluiten bovendien niet goed op elkaar aan, waardoor er een lange en niet betrouwbare overstaptijd is. Bovendien zijn er in een aantal kernen te weinig bushaltes. Ook voor het fietsnetwerk is er ruimte voor verbetering: de kwaliteit van de fietsvoorzieningen (zoals de breedte, comfort en veiligheid) kan soms beter.
Verkeersveiligheid Voor het thema verkeersveiligheid zijn ongevallencijfers en beschikbare risicoanalyse geraadpleegd. Uit de ongevallenanalyse blijkt dat de meeste ongelukken plaatsvinden op de provinciale wegen en het lint langs de Lek. Aanrijdingen tussen fietsers en auto’s komen het vaakst voor. De gemeente wijkt hierin niet af van het landelijke beeld. Daarnaast is gebleken dat niet alle wegen een weginrichting hebben die past bij de functie en snelheidsregime van de weg en de aanwezige verkeerssamenstelling. Dit geldt vooral voor de doorgaande lintwegen, zowel binnen als buiten de bebouwde kom. Op de krappe wegenstructuur met 30- en 60 Mobiliteitsvisie
28
km/uur moeten de (vracht)auto’s, fietsers en voetgangers samen gebruik maken van de smalle kronkelige wegen. De beperkt beschikbare ruimte en de bebouwing kort op de weg in combinatie met slappe bodem, maakt een inrichting die recht doet aan de functie van de weg en de verkeerssamenstelling niet makkelijk. Leefbaarheid De analyse voor leefbaarheid heeft zich gericht op data met betrekking tot de gezonde leefomgeving. Uit deze analyse blijkt dat geluid afkomstig van verkeer niet harder is dan de daarvoor gestelde wettelijke grenswaarden. In de meeste gevallen overschrijdt het geluid ook niet de aangescherpte WHOadvieswaarden. Voor luchtkwaliteit geldt dat de wettelijke normen niet overschreden worden, maar de WHO-waarden in beperkte mate wel. De landelijke trend is ook dat het verkeer stiller, schoner en zwaarder wordt door de toename van elektrische voertuigen. Toegankelijkheid Voor de Molenlandse dorpen en stad is een Inventarisatie Toegankelijkheid uitgevoerd. Uit deze inventarisatie blijkt dat voor een groot deel van de looproutes geldt dat er onvoldoende vrije loopruimte is en de geleiding niet altijd voldoet (geen markering). Bovendien zijn OV-haltes regelmatig niet gebruiksvriendelijk voor mensen met een beperking, bijvoorbeeld omdat er niet voldoende sta- of zitruimte is.
Overige elementen zoals oversteekplaatsen, hellingen en parkeerplaatsen voldoen in de meeste gevallen wel. Om de toegankelijkheid op orde te houden, onderzoeken we ieder jaar enkele kernen tot we alle kernen gehad hebben. Bij dit onderzoek naar toegankelijkheid is aandacht voor herinrichtingen en inrichting bij nieuwbouw. De plannen worden getoetst door het gehandicaptenplatform.
Mobiliteitsvisie
29
Bijlage 2: Participatie Deze bijlage betreft een samenvatting van het achtergrondrapport Participatieverantwoording (zie bijlage 4). Bereikbaarheid Inwoners zijn gevraagd naar hun mening over de bereikbaarheid van de dorpen en stad en bestemmingen in Molenlanden. Hun reacties bevestigen het beeld dat het OV-netwerk in Molenlanden verschraalt. Ze ervaren hinder van de lage frequentie van de bussen, de lange reistijd, het overstappen en de afstand tussen de kernen en de OV-as. Bewoners geven aan behoefte te hebben aan snellere verbindingen met de grote steden (Rotterdam, Dordrecht en Utrecht) en tussen de Molenlandse dorpen en stad. Daarnaast is een vaak gehoorde reactie dat men op sommige plekken looproutes (in de vorm van trottoirs en oversteekplaatsen) mist, vooral binnen de kernen. Tot slot geven inwoners aan een hoge parkeerdruk te ervaren in hun woonwijk door hoog autobezit en door bedrijfsvoertuigen die meer dan één parkeervak in beslag nemen. Verkeersveiligheid Uit de participatie blijkt dat verkeersveiligheid een belangrijk onderwerp is voor inwoners. Ruim de helft van alle binnengekomen reacties gaat over dit thema. Inwoners duiden op een gevoel van onveiligheid bij fietsers en voetgangers.
Dit gevoel van onveiligheid komt voort uit gebrek aan vrijliggende fiets- en wandelroutes, het moeten delen van de rijbaan met (te) hard rijdend vrachtverkeer, landbouwverkeer en auto’s. Veel wegen in Molenlanden zijn erg smal, waardoor fietsers dicht op het gemotoriseerd vervoer rijden. Daarbij maakt men zich vooral zorgen om kwetsbare groepen: kinderen die naar school fietsen en ouderen die de weg willen oversteken. Inwoners geven aan behoefte te hebben aan meer veilige loop- en fietsroutes en roepen op om meer te doen aan het tegengaan van hardrijden.
Leefbaarheid Uit het participatietraject blijkt dat bewoners overlast ervaren van veel en snel rijdend verkeer. Vooral bij landbouwverkeer en vrachtverkeer wordt geluids- en trillingshinder ervaren. Verder geven inwoners aan hinder te ervaren van verkeerd geparkeerde voertuigen, en dat daarmee de doorgang van hulpdiensten in het gedrang komt. In vrijwel alle kernen signaleert men dat auto’s en bedrijfsvoertuigen buiten de parkeervakken parkeren, bijvoorbeeld op de stoep of langs de weg. Hierdoor is er minder ruimte voor fietsers, voetgangers en spelende kinderen. Bovendien worden op sommige plekken campers geparkeerd op plekken die daar niet voor bedoeld zijn. Ook dit veroorzaakt overlast. Toegankelijkheid Aan inwoners is in het participatietraject gevraagd hoe zij de toegankelijkheid van het vervoer en bestemmingen in de gemeente ervaren. Uit hun reacties blijkt dat het voor mensen die slecht ter been zijn soms lastig is om zich in de buitenruimte te verplaatsen. Men geeft aan dat op sommige plekken het trottoir verzakt is, waardoor men er met een rolstoel, rollator of kinderwagen maar moeilijk langs kan. Dit geldt ook voor plekken waar voertuigen op de stoep worden geparkeerd. (Naasten en verzorgers van) mensen die slecht ter been zijn geven aan dat het niet altijd makkelijk is om zich met een rolstoel of rollator te verplaatsen.
Mobiliteitsvisie
30