CConstaterende datMolenlanden
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Haalbaarheidsstudie randweg GA_def_bijlagen.pdf

Raadsvergadering 21 december 2021, gemeente MolenlandenBij agendapunt: Haalbaarheidsstudie randweg Groot-Ammers23.938 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Randweg Groot-Ammers Haalbaarheidsstudie

projectnummer 0468813.100 definitief 23 november 2021

Randweg Groot-Ammers Haalbaarheidsstudie projectnummer 0468813.100 definitief 23 november 2021

Auteurs K. Spillekom M. Westland J. Kuipers

Opdrachtgever Gemeente Molenlanden Groeneweg 33 4223 ME Hoornaar

Gecontroleerd: S. Zondervan

Foto kaft: Ricardo Smit

datum 23 november 2021

beschrijving Definitief

vrijgave T. Artz

Inhoudsopgave Samenvatting

3

6

Bodem en water

27

1

Inleiding/aanleiding

6

1.1 1.2 1.3 1.4

Aanleiding Achtergrond Doelstelling Leeswijzer

6 6 6 7

7

Landschap en cultuurhistorie

30

8

Conclusie en beschouwing

33

2

Schets van de oplossingen

9

8.1 8.2 8.3

Samenvatting Beschouwing Beoordeling

33 35 37

2.1 2.2 2.3

Variant Noord Variant Zuid 60 Variant Zuid 80

9 12 15

9

Bijlagen

38

3

Verkeer

17

3.1 3.2 3.3

Variant Noord Variant Zuid 60 Variant Zuid 80

17 18 19

4

Natuurwaarden

20

9.1 9.2 9.3 9.4 9.5 9.6 9.7 9.8 9.9

Natura 2000-gebieden (stikstofdepositie) Externe veiligheid Ruimtelijke plannen Geluid Kosten Ontwerpen Verkeer Eigendomskaart Reacties betrokken overheden

40 42 44 45 54 55 56 57 58

4.1 4.2

Natura 2000 en stikstofdepositie Overige natuurwaarden in het plangebied

20 21

5

Leefmilieu

24

2

Samenvatting

De varianten: In het kader van de haalbaarheidsstudie zijn de noordelijke en zuidelijke variant nader uitgewerkt. De noordelijke variant volgt de dijk ten noorden van Groot-Ammers. De zuidelijke variant is ontworpen als 60 en 80 km/uur verbinding. Een 60 km/uur oost-west verbinding kan grotendeels gebruik maken van bestaande wegen, met een nieuwe weg en brug over de Ammersche Boezem tussen de Middenpolderweg en de Essenweg. Vanwege de toename van verkeer is uitgegaan van een vrijliggend fietspad langs de Middenpolderweg, Essenweg en Peppelweg.

In het kort: De gemeente Molenlanden heeft opdracht gegeven voor een haalbaarheidsstudie voor een randweg ten noorden of zuiden van Groot-Ammers. Hiertoe zijn drie varianten (noord, zuid 60 km/uur en zuid 80 km/uur) gelijkwaardig ontworpen, geoptimaliseerd en op doelbereik en effecten onderzocht. De beoordeling is in tabel 1 weergegeven van zeer positief (++) naar zeer negatief/ mogelijk niet haalbaar (-). Tabel 1: beoordeling varianten randweg Groot-Ammers. Doelbereik (verkeers(veiligheid) en leefomgeving Groot-Ammers) Overige effecten leefomgeving (Nieuwe hinder geluid/ stiltegebied) Grondverwerving (aankoop percelen/ nabijheid woningen) Veiligheidsaspecten (transport gevaarlijke stoffen/ evacuatieroute/ hulpdiensten) Water en bodem (zetting, wateropgave, stroomvoerend rivierbed) Landschap en cultuurhistorie (monumenten/ molenbiotoop/ landschap) Natuur (Natura 2000, NNN, soorten en weidevogelgebied) Kosten (indicatie investeringskosten in euro’s, excl btw.)

Noord ++ 0/+

Zuid 60 ++ 0/+

Zuid 80 ++ 0/+

0/0 0 8,5 mln

-/-- /- 17,5 mln

--46 mln

Aanleiding en doel haalbaarheidsstudie. De dorpskern van Groot-Ammers ondervindt hinder van verkeer op de Voorstraat en Sluis. Deze wegen zijn niet toegerust op het verkeer dat er gebruik van maakt. Tussen de Lek en de N214 is er geen alternatieve oost-west route en lokale maatregelen in Groot-Ammers lossen de hinder onvoldoende op. In 2019 heeft een participatieproces geleid tot een advies van de werkgroep aan B&W over het onderzoeken van een randweg. De gemeenteraad heeft vervolgens in het najaar van 2019 de opdracht gegeven een noordelijke en zuidelijke randweg om Groot-Ammers te onderzoeken. In de nu voorliggende notitie worden de bevindingen samengevat, met als doel een keuze te faciliteren over de haalbaarheid van een noordelijke of zuidelijke randweg.

1

Figuur 1 Indicatie ligging van de varianten voor de randweg Groot-Ammers

Een 80 km/uur weg (een N-weg tussen de N480 en N216) kan niet ingepast worden op de Middenpolderweg zonder boerderijen te slopen. Daarom is uitgegaan van een nieuw tracé met parallelwegen voor het landbouw-, bestemmings- en fietsverkeer. Dit tracé ligt ten zuiden van Middenpolderweg, kruist met een nieuwe brug de Ammersche Boezem en loopt ten noorden van de Peppelweg naar de N216. De Peppelweg dient als parallelweg, waarbij de bestaande bomenrij, watergang en waterleiding ongewijzigd blijven. In beide zuidelijke varianten wordt uitgegaan van een lage beweegbare brug, o.a. omdat een hoge brug niet mogelijk is binnen het molenbiotoop en vanwege de hogere kosten. Een aquaduct onder de Ammersche Boezem is niet nader onderzocht vanwege de meerkosten van circa € 70 miljoen1.

Op basis van een 80 km/uur verbinding.

3

Doelbereik. Alle varianten nemen circa 2/3 van het verkeer op Sluis2 en een wezenlijk deel van het verkeer op de Voorstraat3 weg. Het effect op Sluis is het grootst bij variant Zuid 60 (-5.500), gevolgd door Noord (-4.800) en Zuid 80 (- 4.400). De Voorstraat wordt het meest ontlast in Noord (- 3.700), gevolgd door Zuid 60 (- 3.300) en Zuid 80 (2.700). De zuidelijke varianten – en vooral Zuid 80 - leiden ook tot lokale toenamen van verkeer op wegen in Groot- Ammers en trekken meer nieuw (doorgaand) verkeer aan op de nieuwe route.

Legenda:  Doelbereik Voorstraat - Sluis + Bijkomend voordeel of kans ! Aandachtspunt € Budget Noord. Via een nieuwe weg op de dijk worden Sluis en Gelkenes met elkaar verbonden. De dijk wordt verbreed. Sluis, De Gorzen, De Haven en Gelkenes worden aangesloten op de nieuwe verbinding die hiermee zowel doorgaand verkeer als bestemmingsverkeer faciliteert

Een gezamenlijk proces. Deze haalbaarheidsstudie is tot stand gekomen in afstemming met de Provincie Zuid-Holland (beheerder huidige N-wegen raakvlakken provinciale landschappelijke, cultuurhistorische en landschappelijke waarden), het Waterschap Rivierenland (waterkeringen, water en beheerder wegen in het buitengebied), de veiligheidsregio (hulpdiensten, evacuatieroutes, externe veiligheid) en Rijkswaterstaat (stroomvoerend deel van het rivierbed). In essentie komt het erop neer dat; aanpassing van de waterkering geen belemmering vormt voor Noord, geen van deze overheden voor zichzelf een rol ziet in de financiering van een oplossing, waterschap en provincie aandachtspunten zien bij het realiseren van Zuid 60 en vooral Zuid 80, deze partijen graag betrokken blijven bij de uitwerking van het voornemen.

! ! ! !

Groot doelbereik Voorstraat – Sluis

+ +

Vrachtverkeer en transport gevaarlijke stoffen (bestemming De Haven & LPG-tankstation) uit kern Groot-Ammers Enige verbetering hulpdiensten (lokaal)

€

Ca. € 8,5 mln (de goedkoopste).

Aanpassen waterkering Lek (technisch/procedure) Verandering geluidbelasting Voorstraat- Sluis (verschuiving geluid naar achterzijde woningen Sluis en bij De Gorzen, mitigatieopgave) Inpassing bij woningen Sluis 42 – 46 MER-beoordelingsplicht vervolgprocedure vanwege aanpassen van de waterkering.

Voor en nadelen per variant. Elke variant heeft voor- en nadelen. Op de navolgende pagina zijn de voor de afweging meest relevante vooren nadelen per variant weergegeven. Tevens is het benodigde budget voor de investering en beheer en onderhoud opgenomen.

2

In 2030 rijden er zonder maatregelen circa 8.000 mvt/etm over deze weg.

3

In 2030 rijden er zonder maatregelen circa 5.500 mvt/etm over deze weg.

4

Zuid 60. Een nieuwe 60 km/uur weg met brug verbindt de Middenpolderweg met de Essenweg. Langs wegen met toenamen van verkeer in het buitengebied komen fietspaden. Voor weidevogelgebied, dempen van sloten en nieuwe verharding is een compensatie en mitigatieopgave.

Zuid 80. Een nieuwe 80 km/uur weg is niet in te passen op de Middenpolderweg en Peppelweg, en volgt daarom een nieuw tracé achter de huiskavels ten zuiden van de Middenpolderweg en ten noorden van de watergang langs de Peppelweg. Hiertussen komt een nieuwe brug. Voor het scheiden van snel en langzaam verkeer zijn er parallelwegen. De nieuwe weg wordt met rotondes aangesloten op andere wegen in het gebied.

Groot doelbereik Voorstraat – Sluis

+

Nieuwe oost-west fietsverbinding over de Ammersche Boezem Kans voor verplaatsen LPG-station aan de nieuwe route (wel diverse belemmeringen vanuit o.a. landschap, natuur en cultuurhistorie) Enige verbetering evacuatieroute en hulpdiensten in de regio

 + + +

Ca. € 17,5 mln

€

+ + € ! ! ! ! ! ! ! ! !

+

Doorsnijden molenbiotoop (Rijksmonumentale molens) Doorsnijden stiltegebied, met geluidtoenamen Doorsnijden weidevogelgebied (compensatieopgave) Doorsnijden landschappelijk waarden Doorsnijden dwarssloten en extra verharding (compensatieopgave) Bediende brug Geen oplossing voor vervoer gevaarlijke stoffen en bestemmingsvrachtverkeer Groot-Ammers (bestemmingsverkeer De Haven & LPG tankstation blijft) Verandering geluidbelasting Middenpolderweg/ Peppelweg (mitigatieopgave) Grondverwerving weg en fietspaden (ca. 70 percelen)

! ! ! ! ! ! ! ! ! ! ! ! ! ! 5

Groot doelbereik Voorstraat – Sluis Nieuwe oost-west fietsverbinding over Ammersche Boezem Kans als regionale N-weg (oost -west) Kans voor verplaatsen LPG-station aan de nieuwe route (wel diverse belemmeringen vanuit o.a. landschap, natuur en cultuurhistorie) Enige verbetering evacuatieroute en hulpdiensten in de regio Ca € 46 mln (de duurste). Doorsnijden molenbiotoop (Rijksmonumentale molens) Omvangrijk doorsnijden stiltegebied, met geluidtoenamen Omvangrijk doorsnijden weidevogelgebied (compensatieopgave) Omvangrijk doorsnijden landschappelijk waarden Omvangrijk doorsnijden dwarssloten en extra verharding (compensatieopgave) Bediende brug Verkeersaantrekkende werking Geen oplossing vervoer gevaarlijke stoffen en bestemmings-vrachtverkeer (bestemmingsverkeer De Haven & LPG tankstation blijft) Verandering geluidbelasting Peppelweg (mitigatieopgave) Doorsnijden/omrijden routes Ammerse kade en Molenkade (snel en langzaam verkeer) Omrijden landbouwverkeer/ risico bedrijfsvoering agrarische bedrijven Peppelweg Stikstofdepositie Natura 2000-gebied Grondverwerving weg en parallelwegen (ca. 70 percelen MER-plicht vervolgprocedure vanwege aanleg van een nieuwe autoweg (conform definitie Besluit-m.e.r.)

1

Inleiding/aanleiding

1.1

Aanleiding

Beide oplossingen kenmerken zich door complexiteit in uitvoering, aanzienlijke investeringen en wisselend draagvlak bij bewoners en ondernemers in de omgeving. Dit resulteerde in de opdracht van de gemeenteraad van Molenlanden aan het college voor een nader haalbaarheidsonderzoek.

Bewoners van Groot-Ammers ondervinden hinder van het gemotoriseerd verkeer dat zijn weg zoekt langs de Lekdijk (de wegen Gelkenes-Voorstraat-Sluis). Ondanks de doorgevoerde en nog uit te voeren ingrepen aan de huidige infrastructuur van de wegen Voorstraat en Sluis is deze route niet toegemeten op het bestemmings- en doorgaande verkeer dat gebruikmaakt van deze doorgaande route. De hoeveelheid verkeer veroorzaakt opstoppingen en de menging van diverse verkeertypen ervaren omwonenden als verkeersonveilig. Hiernaast levert het verkeer milieuhinder op. De route van de N497 naar de N216 via Groot-Ammers over Sluis is 6 kilometer in lengte. De omrijdroute voor het vermijden van Sluis via N-wegen is 30 kilometer lang. De kortste (niet geschikte) alternatieve route loopt via Ottoland en is 17 km.

Inmiddels is door voortschrijdend inzicht de zuidelijke variant opgedeeld in twee subvarianten: een 60 km/u oplossing die grotendeels bestaande wegen gebruikt en een 80 km/u variant met een meer vrij tracé, omdat deze niet in te passen is op de Middenpolderweg zonder dat boerderijen moeten verdwijnen. De 80 km/u variant wordt ingericht als N-weg, is gesloten voor landbouwverkeer en daarom voorzien van parallelwegen. Deze haalbaarheidsstudie richt zich daarmee op drie varianten: Noord, Zuid 60 en Zuid 80. De varianten worden verderop in dit document toegelicht.

1.3

Naar aanleiding van de uitkomsten van dit onderzoek wil de gemeente op basis van een helder afwegingskader een besluit kunnen nemen tot een verdere uitwerking van één van de varianten om de verkeersveiligheid en drukte in de kern Groot-Ammers te verbeteren. Mogelijk kan de oplossing daarbij ook een bijdrage leveren aan de bereikbaarheid van de regio. De belangrijkste beslisinformatie uit dit document wordt met het doel een voorkeursbeslissing te faciliteren in een aparte memo samengevat. Het voorkeursalternatief wordt in een navolgende procedure verder uitwerkt en planologisch mogelijk gemaakt.

Bovenstaande vormt de aanleiding voor het onderzoeken van meerdere varianten van een randweg om Groot-Ammers.

1.2

Doelstelling

Achtergrond De gemeente Molenlanden verrichtte eerder de nodige inspanningen de geschetste situatie te verbeteren. Hierin zocht zij samenwerking met andere overheden (politie, veiligheidsregio, regiogemeenten, waterschap, Rijkswaterstaat en provincie Zuid-Holland), waarmee zij diverse onderzoeken liet uitvoeren en verzorgde zij een intensief participatieproces met bewoners uit de dorpskern Groot-Ammers. Daaruit volgden twee opties om de verkeersituatie Voorstraat/Sluis aan te pakken: Een zuidelijke randweg langs Groot-Ammers en een noordelijke randweg via de Lekdijk.

6

1.4

Leeswijzer Dit rapport geeft de uitkomsten van de verschillende onderzoeken en adviezen en vormt daarmee een bijlage bij de samenvattende beslismemo over de varianten voor de randweg Groot-Ammers. In hoofdstuk 2 zijn de varianten geschetst die in hoofdstuk 3 tot en met 7 zijn onderzocht op verschillende aspecten. Hoofdstuk 8 bevat een beschouwing. In de bijlagen is meer achtergrondinformatie gegeven bij enkele aspecten.

Foto; Rick den Besten

7

Figuur 1-1: Locatie van de varianten voor een nieuwe randweg Groot-Ammers

8

2

Schets van de oplossingen

2.1

Variant Noord

2.1.1

Verkeer De randweg langs het noorden van Groot-Ammers is de meest lokale oplossing. De verkeersberekeningen wijzen uit dat er geen wezenlijke neveneffecten plaatsvinden. Er verdwijnen 4.800 verkeersbewegingen van Sluis, de nieuwe randweg trekt 5.300 verkeersbewegingen aan.

De nieuwe verbinding verbindt de route over de dijk ten westen en oosten van Groot-Ammers. De dijk wordt hiervoor voornamelijk binnendijks verbreed. Een buitendijkse verbreding komt op enkele plaatsen voor, alwaar variant Noord conform de verkeersveiligheidsrichtlijn en het wegontwerp in de knikken van de dijk enige ruimte nodig heeft. Verder buitendijks verbreden van de dijk is vanwege het stroomvoerend deel van het rivierbed niet reëel en leidt bovendien tot wezenlijke meerkosten (er is veel meer verbreding nodig en het is technisch complexer). Buitendijkse oplossingen zijn derhalve niet nader onderzocht. De weg verbindt wegen die reeds binnen de bebouwde kom liggen. Daarom is uitgegaan van een maximumsnelheid van 50 km/uur. De wegen Sluis en Gelkenes worden ondergeschikt aangesloten. De nieuwe verbinding kruist de wegen De Gorzen en De Haven. Deze worden aangesloten op de nieuwe weg en blijven als verbinding bestaan. Er is in het ontwerp rekening gehouden met het ruimtebeslag van een eventueel klein gemaal ten westen van Groot-Ammers. De nieuwe weg heeft een lengte van ongeveer 1,5 km.

Figuur 2-2: Verkeersintensiteiten bij variant Noord (zie bijlage 7 voor een grote weergave)

Ook voor de fiets? Voor de haalbaarheid en kosten van deze variant is het niet onderscheidend of fietsers ook worden toegelaten op de weg. Deze keuze kan op een later moment worden gemaakt (op basis van verkeersveiligheid en wenselijkheid). Het leidt tot een andere indeling van de weg, maar niet tot een andere breedte.

Figuur 2-1: Buitendijkse verbreding wordt zoveel mogelijk voorkomen

9

2.1.2

Eigendomssituatie De noordelijke variant loopt grotendeels over een paar grote kadastrale percelen in eigendom van het Waterschap Rivierenland. Alleen nabij Sluis en halverwege waar het tracé De Haven kruist raakt het te verbreden dijklichaam een paar percelen van private eigenaren. In bijlage 8 is een eigendomskaart opgenomen. Bij de buitendijkse aanleg is Rijkswaterstaat eigenaar en bevoegd gezag.

2.1.3

Kosten De kosten van variant Noord bedragen circa € 8,5 mln, voornamelijk bestaande uit de aanleg van de nieuwe weg en aanpassingen aan de dijk, en kosten voor geluidmaatregelen (geen geluidschermen, gezien hiervoor op de dijk technische beperkingen zijn). De kapitaallasten (incl afschrijving en rente) voor de gemeenten komen hiermee op € 0,33 mln/jaar.

10

Nieuwe weg (50 km/u) en verbreden dijk

Figuur 2-3: Ontwerp en dwarsdoorsnede van variant Noord

11

2.2

Variant Zuid 60

Een lage beweegbare brug Voor de nieuwe brug over de Ammersche Boezem zijn een hoge brug en een lage beweegbare brug onderzocht. Vanwege o.a. de wezenlijke meerkosten (€10 mln) en omdat een molenbiotoop van de verderop gelegen Graaflandse molen een brug hoger dan 1,90 meter niet toelaat, wordt in deze studie verder uitgegaan van een lage beweegbare brug. Een hoge brug moet ten minste 2,40 meter boven het water, maar komt indien ook de fiets op de Ammersche Boezen onderlangs moet passeren nog hoger. Rekening houden met ook de dikte van een brug is tenminste 4 meter hoogte nodig. De lage brug kent, behalve de benodigde bediening, geen wezenlijke nadelen ten opzichte van een hoge brug en met de beweegbare brug wordt recreatievaart over de Ammersche Boezem behouden. Bij de uitwerking van de brug dient rekening gehouden te worden met mogelijk toekomstige verbreding van de Ammersche Boezem.

Variant Zuid 60 betreft een randweg aan de zuidzijde van Groot-Ammers. De Middenpolderweg wordt verlengd naar de Essenweg, waarbij een nieuwe brug de Middenpolderweg en Essenweg verbindt. Deze nieuwe verbinding wordt zo nabij het dorp op de Essenweg aangesloten, om voor zoveel mogelijk verkeer van en naar Groot-Ammers een goed alternatief te bieden voor een route via Sluis. De nieuwe weg heeft een lengte van ongeveer 0,8 km. Daarnaast is uitgegaan van circa 6 km fietspaden. Een 80 km/u weg met bijbehorende parallelvoorzieningen is niet in te passen tussen de woningen en bedrijven aan weerszijden van de Middenpolderweg. Om die reden is een verbinding met een maximumsnelheid van 60 km/u onderzocht. Het verkeer op de nieuwe oost-westverbinding maakt ook gebruik van de bestaande Middenpolderweg, Essenweg en de Peppelweg. Vanwege de toename van verkeer op voorgenoemde wegen wordt deze hele verbinding voorzien van een vrijliggende fietsverbinding. Uitgangspunt is het behoud van een grote waterleiding/persleiding langs de Middenpolderweg/Peppelweg en sloten langs de weg. De fietsverbinding komt aan de andere kant van deze sloten en leiding te liggen.

2.2.1

Verkeer Verkeerskundig is deze variant, zeker voor Sluis, een doeltreffende oplossing. Sluis raakt 5.300 verkeersbewegingen kwijt en de nieuwe verbinding krijgt er 7.200. Ten opzichte van Variant Noord neemt de drukte op Sluis iets af, maar is de vermindering van verkeer op de Voorstraat kleiner. De gehele dijk wordt rustiger. Deze verbinding trekt iets meer doorgaand verkeer aan dan variant Noord.

Figuur 2-4: Variant Zuid 60 is voorzien van een brug over de Ammersche Boezem

12

Nieuwe brug

Figuur 2-5: Verkeersintensiteiten bij variant Zuid 60 (zie bijlage 7 voor een grote weergave)

2.2.2

Eigendomssituatie Vanwege de strokenverkaveling van de polder en het feit dat de variant Zuid 60 daar haaks op ligt raakt deze veel verschillende kadastrale percelen (ongeveer 70). In bijlage 8 is de eigendomskaart opgenomen.

2.2.3

Kosten Variant Zuid 60 kost circa €17,5 mln. met een lage brug. Grootste kostenposten hierin zijn het aanleggen van de nieuwe weg, fietspaden, een nieuwe brug en grondaankoop. De kapitaallasten (incl afschrijving en rente) voor de gemeenten komen hiermee op € 0,56 mln/jaar.

13

Nieuwe weg (60 km/u) Vrijliggend fietspad Brug

Vrijliggend fietspad

Vrijliggend fietspad

Vrijliggend fietspad Vrijliggend fietspad

Figuur 2-6: Ontwerp en dwarsdoorsnede van variant Zuid 60

14

2.3

Variant Zuid 80 De derde variant, Zuid 80 is ontworpen als een stroomweg (N-weg). Deze verbindt twee provinciale wegen met elkaar en is geschikt voor snelheden van 80 km/uur is. Landbouwverkeer en fietsverkeer maken gebruik van parallelle verbindingen, waarop ook de omliggende percelen worden aangesloten. Omdat dit niet in te passen is op de Middenpolderweg, komt de nieuwe verbinding daar zuidelijker van te liggen, achter de huiskavels van de agrarische bedrijven. Nieuwe brug

De Peppelweg wordt een parallelweg bij de nieuwe verbinding die daar ten noorden van de bestaande waterleiding, bomenrijen en watergang komt te liggen. Aan de noordzijde van de nieuwe verbinding worden de percelen ontsloten via een parallelweg die ook als fietsvoorziening dient. De nieuwe weg heeft een lengte van ongeveer 6 kilometer, met ongeveer eenzelfde lengte aan parallewegen. Brug of tunnel? Evenals voor variant Zuid 60 is vanwege meerkosten en de beperkingen van het molenbiotoop geopteerd voor een lage, beweegbare brug over de Ammersche Boezem. Omdat fietsers niet gelijkvloers een 80 weg ter hoogte van de Boezem kunnen passeren, dient de hoge brug hier nog hoge te kruisen, met de fietsers onderlangs. Een tunnel voor de 80 km/u-weg is ook onderzocht, maar de meerprijs daarvan was buitenproportioneel groot (€ 67 mln), omdat de tunnelbak onder de Ammersche boezem met een diepte van 3.0 m moet worden aangelegd.

2.3.1

Figuur 2-7: Verkeersintensiteiten bij variant Zuid 60

2.3.2

Eigendomssituatie Vanwege de strokenverkaveling van de polder en het feit dat de variant Zuid 60 daar haaks op ligt raakt deze veel verschillende kadastrale percelen (ongeveer 70). In bijlage 8 is de eigendomskaart opgenomen.

2.3.3

Kosten De totaal geraamde kosten voor variant Zuid 80 bedragen circa € 46 mln. Grootste kostendrijvers zijn de aanleg van de nieuwe weg inclusief parallelwegen, een nieuwe brug en grondaankoop. De kapitaallasten (incl afschrijving en rente) voor de gemeenten komen hiermee op € 1.53 mln/jaar.

Verkeer Variant Zuid 80 draagt ook bij aan het ontlasten van de verkeersdrukte in Groot-Ammers, maar van de drie varianten is het effect het kleinst, vanwege de ligging verder van het dorp. Sluis wordt met ongeveer 4.400 verkeersbewegingen ontlast, de nieuwe verbinding krijgt 7.200 verkeersbewegingen per dag. Deze verbinding trekt meer doorgaand verkeer aan, waardoor ook de N480 drukker wordt. 15

Nieuwe weg (80) + parallelweg Nieuwe weg (80) + parallelweg

Nieuwe weg (80) langs Peppelweg Nieuwe brug

Nieuwe weg (80) langs Peppelweg Nieuwe weg (80) langs Peppelweg

Figuur 2-8: Ontwerp en dwarsdoorsnede van variant Zuid 80

16

3

Verkeer

3.1

Variant Noord In variant Noord is uitgegaan van gemotoriseerd verkeer en een maximum snelheid van 50 km/u. In overleg met Waterschap Rivierenland is gekozen voor een wegprofiel van circa 7m (2 rijbanen met smalle berm). Voor deze variant kan in een later stadium worden besloten of fietsers op de dijk wenselijk zijn. Op het ontwerp (anders dan belijning en bebording) heeft dit geen effect. Effecten In figuur 3.1 zijn op het nieuwe wegvak 5300 motorvoertuigen per etmaal (mvt/etm) te zien. Logischerwijs bestaan ook op de aangrenzende wegen toenamen van verkeer, zoals op de Schoonhovenseveer, Gelkenes en Bergstoep/Opperstok, maar de verkeersaantrekkende werking is beperkt. De gewenste lokale verschuiving van verkeer van de Voorstraat/Gelkenes en Sluis naar de nieuw aan te leggen weg is te zien. Zodoende is op onderstaand figuur te zien dat er ter hoogte van Sluis een afname bestaat van ongeveer 4800 mvt/etm. Ter hoogte van de Voorstraat betreft de afname ongeveer 3700 mvt/etm. In het dorp zijn voornamelijk afnamen te zien. Enkele geringe toenamen (tot +400 mvt/etm) bestaan op de Liesveld, Fuutlaan, Merelplantsoen en Molenlaan. Het betreffen beperkte verschillen door verkeer vanuit Groot-Ammers zelf, dat een andere route kiest. Doorgaand vrachtverkeer en vrachtverkeer naar de Haven komt geheel niet meer in het dorp.

Tankauto’s van Den Hartog Olie hoeven daarmee niet meer over de wegen Voorstraat en Sluis te rijden.

Figuur 3-1: Verkeersintensiteiten variant Noord (zie bijlage 7 voor een grote weergave)

Conclusie Variant Noord draagt wezenlijk bij aan de doelstelling, zonder dat dit leidt tot relevante afgeleide verkeerseffecten. De verkeersaantrekkende werking is erg gering.

Doelbereik De noordelijke randweg draagt in belangrijke mate bij aan de doelstelling voor afname van verkeer en vergroten van de leefbaarheid in Sluis en de Voorstraat. Er is een duidelijke verschuiving van verkeer te zien uit Groot-Ammers naar de randweg, waarbij het totale aantal verkeersbewegingen in het dorp afneemt. 17

3.2

Variant Zuid 60 In variant Zuid 60 is uitgegaan van vrijliggende fietspaden en een maximumsnelheid van 60 km/u. Nu maken fietsers en gemotoriseerd verkeer gebruik van dezelfde wegen in het plangebied. Effecten In figuur 3.2 zijn op het nieuwe wegvak 7200 motorvoertuigen (mvt) per etmaal (etm) te zien. Logischerwijs bestaan ook op de aangrenzende wegen toenamen van verkeer, zoals op de Middenpolderweg, Graafland en Essenweg. Afnamen van verkeersbewegingen zijn te zien op de Bergstoep/Opperstok (-3900 mvt/etm), Sluis (-5300 mvt/etm) en Voorstraat (-3300 mvt/etm). In het dorp Groot-Ammers zijn voornamelijk afnamen te zien, maar hierop bestaan enkele uitzonderingen: Molenlaan, Merelplanstoen (+1400 mvt/etm) en de Haarsteeg (+ 1400 mvt/etm). Toenames zijn er doordat de ontsluiting van Groot-Ammers met de nieuwe rondweg meer op het zuiden is gericht. De toename op de Molenlaan/Merelplantsoen is groter dan in variant Noord (daar +400 mvt/etm). Bijkomstig effect van de nieuwe brug is dat ook voor fietsers een nieuwe oost-westverbinding wordt gerealiseerd. Het fietsroutenetwerk van de Alblasserwaard wordt daarbij kwalitatief beter door toevoeging van de vrijliggende fietspaden.

Figuur 3-2: Verkeersintensiteiten variant Zuid 60.

Conclusie Variant Zuid 60 draagt wezenlijk bij aan de projectdoelstellingen. Het verkeer in Groot-Ammers neemt af. De verbinding treft iets meer nieuw verkeer aan dan Noord.

Doelbereik Ook deze zuidelijk variant draagt bij aan de verkeers- en verkeersveiligheidsdoelstelling, maar in iets mindere mate dan variant Noord. Sluis en de Voorstraat worden ontlast, maar minder mate dan in de variant Noord. Er is echter nog steeds een duidelijke verschuiving van verkeer te zien uit Groot-Ammers naar de randweg, waarbij het totaal aantal verkeersbewegingen in het dorp afneemt. In het dorp is echter ook sprake van een aantal toenamen van verkeersbewegingen. Op de aansluitende wegdelen is een grotere verkeersaantrekkende werking te zien dan in variant Noord. Het aanleggen van fietspaden leidt tot een verbetering van de verkeersveiligheid. 18

3.3

Variant Zuid 80

wegen relatief veilig door de inrichting en het scheiden van langzaam en snel verkeer. De aanleg van parallelle wegen verbetert de verkeersveiligheid (met omrijden voor landbouwverkeer als nadeel). Er is echter sprake van een grote verkeersaantrekkende werking, waardoor aansluitende wegen drukker worden. Omdat de huidige N480 hierop niet is ingericht, kan dit vanuit verkeersveiligheid een aandachtpunt zijn.

In variant Zuid 80 is uitgegaan van enkel gemotoriseerd (vracht)autoverkeer en een maximumsnelheid van 80 km/u. Nu maken fietsers, landbouwverkeer en gemotoriseerd verkeer gebruik van dezelfde wegen in het plangebied. Bij een 80 km/u-weg zijn daarom parallelwegen (waaronder de bestaande Peppelweg) aanwezig. Effecten In figuur 3.3 zijn op het nieuwe wegvak 7200 motorvoertuigen (mvt) per etmaal (etm) te zien. Op de aangrenzende wegen bestaan toenamen van verkeer (o.a. Middenpolderweg, Graafland en Essenweg. Afnamen van verkeersbewegingen bestaan op de Bergstoep/Opperstok (-3500 mvt/etm), Sluis (-4400 mvt/etm) en Voorstraat (-2700 mvt/etm). In het dorp Groot-Ammers zijn voornamelijk afnamen te zien, duidend op een afname van sluipverkeer, maar hierop bestaan twee uitzonderingen: Molenlaan, Merelplantsoen (+1000 mvt/etm) en de Haarsteeg (+700 mvt/etm). De toename op de Molenlaan/Merelplantsoen is groter dan in variant Noord (daar +400 mvt/etm). De bijdrage aan de doelstelling (minder gemotoriseerd verkeer op Sluis en Voorstraat) is in deze variant het kleinst van de 3 oplossingen, maar alsnog is er een wezenlijke bijdrage. Bijkomstig effect van de nieuwe brug is dat ook voor fietsers een nieuwe oost-westverbinding wordt gerealiseerd. Het fietsroutenetwerk van de Alblasserwaard wordt daarbij kwalitatief beter door toevoeging van de vrijliggende fietspaden.

Figuur 3-3 Verandering verkeersstromen RVMK-model Zuid 80.

Conclusie Variant Zuid 60 draagt wezenlijk bij aan de projectdoelstellingen, maar iets minder dan variant Noord. Wel biedt deze een volwaardig alternatief voor verkeer tussen de N480 en N216 voor regionaal verkeer.

Doelbereik Deze zuidelijk variant draagt bij aan de verkeersveiligheidsdoelstelling. Er is een duidelijke verschuiving van verkeer te zien naar de randweg, waarbij het aantal verkeersbewegingen in het dorp afneemt. Door deze afname neemt de verkeersveiligheid toe. In het dorp is echter ook sprake van een aantal toenamen van verkeersbewegingen (o.a. op de Molenlaan). Deze toenamen zijn groter dan in variant Noord en gelijkwaardig aan variant Zuid 60. Anderzijds zijn N19

4

Natuurwaarden

4.1

Natura 2000 en stikstofdepositie

AERIUS Calculator (2020) berekent, zonder rekenpunten te gebruiken, voor de varianten Noord en Zuid 60 geen depositiebijdrage. Echter, omdat op de 5 kilometergrens nog wel bijdragen blijken te bestaan uit de aanvullende rekenpunten is een depositiebijdrage (kleiner dan hieronder weergegeven) niet uitgesloten.

Stikstofdepositie levert een bedreiging op voor aanwezige stikstofgevoelige habitattypen in Natura 2000-gebieden. Om deze reden moet de stikstofuitstoot zoveel mogelijk worden beperkt en indien de uitstoot er toch is, moeten oplossingen worden gezocht om de uitstoot te mitigeren en/of compenseren.

Voor variant Zuid 80 wordt al direct een beperkte depositiebijdrage berekend, die mogelijk nog hoger uitvalt zonder afkap van de rekenresultaten op 5 kilometer van Natura 2000 door AERIUS Calculator (2020).

De stikstofdepositie van het gebruik van de nieuwe verbinding op Natura 2000-gebied is berekend met behulp van het verplicht te gebruiken rekenprogramma AERIUS Calculator (2020). De realisatiefase is vrijgesteld voor de verlening van de Wnb-vergunning op basis van de op 9 maart j.l. aangenomen Wet stikstofreductie en natuurverbetering.

Rekenpunt Natura 2000 (Aerius) Rekenpunt a Rekenpunt b

Tabel 4.1: Rekenresultaten AERIUS Calculator 2020 Noord +0,00 mol/ha/j

Zuid 60 +0,00 mol/ha/j

Zuid 80 +0,02 mol/ha/j

+0,14 mol/ha/j +0,01 mol/ha/j

-0,07 mol/ha/j +0,14 mol/ha/j

+0,03 mol/ha/j +0,44 mol/ha/j

Op basis van bovenstaande rekenresultaten kunnen depositiebijdragen op Natura 2000 door variant Noord en Zuid 60 niet worden uitgesloten, ook niet op basis van de rekenresultaten voor rekenpunten. Variant Zuid 80 heeft depositiebijdragen op stikstofgevoelige Natura 2000-habitats.

Recentelijk heeft de Raad van State voor de ViA15 uitspraak gedaan over de rekenwijze in AERIUS Calculator met betrekking tot wegverkeer. In AERIUS Calculator (2020) worden eventuele bijdragen aan de stikstofdepositie van het wegverkeer op een afstand van meer dan 5 kilometer vanaf de weg niet bij het rekenresultaat betrokken. Dit levert onderschattingen van de stikstofdepositiebijdragen op natuur op, indien de bijdragen in werkelijkheid toch verder reiken. Daarom is naast een berekening met AERIUS Calculator ook een aanvullende analyse verricht die inzicht geeft in mogelijk extra depositie.

Conclusie Van varianten Noord en Zuid 60 is een beperkte depositiebijdrage op Natura 2000 gebied niet uit te sluiten, van Zuid 80 is deze sowieso te verwachten. Varianten Noord en Zuid 60 zijn voor wat betreft het aspect stikstof daarmee het gunstigst. De bijdrage van variant Zuid 80 dient nader ecologisch beoordeeld te worden. De depositiebijdrage kan leiden tot een passende beoordeling en zogenaamde ADC-toets. In het kader van een ADC-toets is de verwachting dat Zuid 80 niet als gunstigste alternatief wordt beoordeeld, omdat de stikstofbijdrage van de overige twee varianten lager is en ook deze invulling geven aan het projectdoel. In dat geval is de wetgeving met betrekking tot Natura 2000-gebied een belemmering voor de haalbaarheid van Zuid 80.

Om te kunnen berekenen of er mogelijk stikstofbijdragen bestaan op meer dan 5 kilometer afstand, zijn op een afstand van circa 4,9 km vanaf de uiterste wegvakken en zoveel mogelijk in de richting van stikstofgevoelige natuur eigen rekenpunten geplaatst. Als een berekening op ieder van de geplaatste rekenpunten de uitkomst 0,00 mol N/ha/j geeft, is zeker dat het effect van verkeer volgens AERIUS Calculator niet verder reikt dan 5 km. 20

Meer informatie over Natura 2000 en stikstofdepositie is opgenomen in bijlage 1.

4.2

De EVZ omvat de Ammersche Boezem, de Molenkade en de Polderwetering. Binnen dit deel bevinden zich kleine stukken die een beheertype toebedeeld hebben gekregen. Het gaat om A01.01 Weidevogelgebied en N12.02 Kruiden en faunarijk grasland. Alle delen ten oosten van de Molenkade zijn ingedeeld in beheertypen. Het gaat om de typen: A01.01 Weidevogelgebied, N12.02 Kruiden en faunarijk grasland, en een klein stukje A01.02 Akkerfauna gebied. Als ambitie is hier beheertype N10.01 Nat schraalland benoemd.

Overige natuurwaarden in het plangebied In het studiegebied zijn diverse natuurwaarden aanwezig. Naast Natura 2000 zijn de varianten beschouwd op overige natuurwaarden, zoals Natuurnetwerk Nederland (NNN)-gebieden, gebieden uit de Provinciale Verordening en natuurgegevens uit de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF). De effecten van de varianten op deze gebieden komen hieronder aan bod.

Tot slot liggen varianten Zuid 60 en Zuid 80 in hun totaliteit in gebied dat door Provincie Zuid-Holland is aangeduid als “belangrijk weidevogelgebied” (Provinciale Verordening). Negatieve effecten op dit Weidevogelgebied zijn door het ruimtegebruik van de nieuwe weg in dit gebied te verwachten. In Zuid 60 leiden nieuwe fietsverbindingen en de nieuwe weg (ca 800 meter nieuw tracé) tot een wezenlijke motivatie en compensatieplicht van weidevogelgebied. Deze opgave in Zuid 80, met circa 6 km nieuwe weg met parallelwegen, is wezenlijk groter.

Effecten Aan weerzijden van variant Noord is “bestaande en nieuwe natuur” binnen het Natuurnetwerk Nederland gelegen. De weg, gelegen op de dijk, is echter zelf niet gelegen in dit gebied. Zeker wanneer ecologisch bermbeheer plaatsvindt, zijn wezenlijke effecten niet te verwachten. De NNN kent geen externe werking, waarmee de aanleg van een weg op de bestaande dijk dus op voorhand niet strijdig is met NNN.

In figuur 4-1 zijn in NDFF-ingevoerde waarnemingen van beschermde soorten langs de tracés van varianten Noord, Zuid 60 en Zuid 80 te zien. Langs de verschillende tracés zijn diverse soorten met jaarrond beschermde nesten en andere beschermde dieren aangetroffen. Ooievaars zijn in het gebied talrijk (in NDFF ingevoerd). Langs variant Noord zijn de sperwer, ooievaar, huismus, buizerd en kerkuil aangetroffen. Langs variant Zuid 60 zijn de ooievaar, sperwer, gierzwaluw, buizerd en roek waargenomen die jaarrond beschermde nesten hebben. Ten slotte zijn langs variant Zuid 80 de roek, ooievaar en buizerd waargenomen en bovendien de volgende dieren: de bever, hermelijn, haas, heikikker en bruine kikker. Doordat in alle variant de kap van bomen niet plaats hoeft te vinden of incidenteel is, is niet aannemelijk dat jaarrond beschermde nesten een belemmering vormen voor het voornemen. Soorten in of langs watergangen kunnen wel

Variant Zuid 60 en Zuid 80 doorkruisen beide de Ecologische Verbindingszone (EVZ) Ammersche Boezem, onderdeel van Natuurnetwerk Nederland. In 2015 is een project4 gestart ter verbetering van de regionale keringen, waaronder de kadeverbetering van de Molenkade. Binnen dit project zijn natuurvriendelijke oevers aangelegd en is een ecologische verbindingszone gerealiseerd. Hierin bevinden zich vochtig hooiland en bloemrijk grasland. De Varianten Zuid 60 en Zuid 80 doorkruisen deze Ecologische Verbindingszone, gelegen aan de Ammersche Boezem. Het behoud van de functionaliteit van deze verbindingszone vraagt aandacht bij de uitwerking van de nieuwe oeververbinding, o.a. als het gaat over de ecologische kwaliteit van de oeverzone en de passerbaarheid voor fauna, nat en droog. 4 Grontmij, 2015. Ruimtelijke onderbouwing kadeverbetering Molenkade,

Groot-Ammers

21

belemmerend zijn bij vergunningverlening van de zuidelijke varianten (deze kans is het grootst bij Zuid 80), gezien het kruisen van en parallelle ligging aan diverse watergangen waarin en waarlangs beschermde soorten zijn aangetroffen. Conclusie Variant Noord heeft de minste effecten op NNN-gebied en diersoorten uit de Nationale Databank Flora en Fauna en kan mogelijk uitgevoerd worden zonder natuurcompensatie/-mitigatieplicht. Gezien de aanwezige biotopen worden er geen nestlocaties geraakt. Het gebied waarop deze variant is gelegen is niet aangemerkt als NNN-gebied, maar NNN-gebied is wel aan weerszijden van de weg gelegen. Variant Zuid 60 heeft een veel grotere impact op natuurwaarden als gevolg van ruimtebeslag en verstoring. Verschillende (delen van) sloten worden gedempt en enkele bomen worden gekapt. Een ecologische verbindingszone (NNN-gebied) ter hoogte van de Ammersche Boezem wordt geraakt. Bovendien doorkruist de variant belangrijk Weidevogelgebied, zoals aangeduid in de provinciale verordening. Langs het tracé zijn verschillende beschermde vogels (met potentieel jaarrond beschermde nesten) en overige diersoorten aangetroffen. Naast het mogelijk fysiek raken van deze soorten, heeft de versnippering tussen de waterbiotoop, oeverzone en landbiotoop, die het traject als effect met zich meebrengt, een negatief effect.

Oftewel; beide varianten Zuid lopen voor een groot deel door cat. 2 beschermd gebied voor weidevogels. Hier geldt dat een vorm van transformatie als de aanleg van een weg in principe niet mogelijk is. Alleen met een zware motivatie en indien er geen mogelijkheden zijn om het doel te bereiken met een andere oplossing kan dit aan de orde zijn. Mocht deze motivatie slagen, dan is er sprake van een forse kwalitatieve en/of kwantitatieve compensatieopgave. Variant Zuid 80 heeft de grootste impact op natuurwaarden van de drie varianten. Van alle bovenstaande effecten is in variant Zuid 80 sprake, en in grotere mate dan in variant Zuid 60. 22

Figuur 4-1: NDFF-ingevoerde waarnemingen van beschermde soorten

23

5

Leefmilieu

doordat ook voor de verkeersaantrekkende werking op aansluitende wegen geluidmaatregelen nodig zijn. Langs variant Zuid 80 bevindingen zich de minste geluidgehinderden. Echter, betrokken woningen ondervinden een flinke verslechtering in geluidkwaliteit.

Geluid Op basis van de meest recente inzichten en ontwerpen heeft nieuw onderzoek naar verkeer en geluid plaatsgevonden (bijlage 4).

Stiltegebied Een groot deel van de Alblasserwaard is bestempeld als stiltegebied. Dit houdt in dat, voor behoud van de heersende stilte, geluiden in de omgeving het grootste deel van de tijd de 40 dB niet mogen overstijgen. Gemotoriseerd verkeer buiten de openbare weg, grootschalige evenementen en andere bronnen van lawaai zijn verboden. Het aanleggen van een nieuwe openbare weg mag dus wel, maar strookt niet met de wens naar stilte. Dit geldt voor beide zuidelijke varianten. De noordelijke variant ligt niet in stiltegebied.

Uit de analyse volgt dat alle varianten vanuit akoestisch perspectief mogelijk zijn. De aantallen gehinderden, mogelijk toepasbare maatregelen en daarmee bijkomende kosten verschillen echter per variant. In het geval van variant Noord liggen alle gehinderden zogenaamd binnenstedelijk gebied. De geluidbelasting van de woningen aan De Gorzen neemt toe en de geluidbelasting verschuift van de voorgevel naar de achtergevel van woningen aan de aan Sluis en de Voorstraat. Geluidsreducerende dienen in overweging te worden genomen en het vaststellen van hogere waarden is hoogstwaarschijnlijk noodzakelijk, evenals woningisolatie. De eventuele toepassing van deze maatregelen blijft echter beperkt tot stil asfalt op de nieuw aan te leggen Noordelijke Randweg. Voor de resterende woningen met een geluidbelasting boven 48 dB moet onderzoek naar gevelgeluidwering worden gedaan. Geluidschermen op de dijk zijn om technische reden niet haalbaar. Hogere waarden kunnen onder de omgevingsweg verleend worden tot 70 dB. Deze waarde wordt niet gehaald en het verlenen van hogere waarden is geen belemmering voor deze variant.

Gevaarlijke stoffen Er gaat vervoer van gevaarlijke stoffen door het dorp naar het LPGtankstation en naar Den Hartog (Olie & Smeermiddelen). Een nieuwe randweg biedt mogelijkheden om transport van gevaarlijke stoffen zonder herkomst en bestemming uit het dorp te houden. Het effect (de verbetering) van een zuidelijke randweg (60 of 80) op verkeersbewegingen met gevaarlijke stoffen is beperkt, doordat (structureel) transport door het dorp nu gerelateerd is aan het tankstation en Den Hartog. Variant Noord ontsluit deze bedrijven aanzienlijk beter.

Variant Zuid 60 leidt tot weinig overschrijdingen van de maximaal toegestane geluidbelasting binnen de direct aanliggende zone. De neveneffecten, door de verkeersaantrekkende werking elders in deze variant, zijn wel verreikend. Op aanliggende wegen dienen geluidmaatreglen in overweging te worden genomen.

De varianten worden niet aangeduid als route gevaarlijke stoffen. Daarvoor is het gebruik en het risico veel te laag. Wel biedt een randweg – vooral variant Noord – kansen om het transport van gevaarlijke stoffen buiten het dorp om te leiden. Zowel de huidige als nieuwe route hebben geen risicocontour. Oftewel; er is geen aanleiding om een transportroute gevaarlijke stoffen te realiseren, maar (m.n. Noord) kan het risico van het transport van gevaarlijke stoffen (dat al laag is) verder doen afnemen.

In het geval van variant Zuid 80 wordt een lang stuk nieuwe weg aangelegd. Hieraan liggen een aantal woningen waarop een wezenlijke toename in geluidbelasting bestaat. Gezien de lengte van de randweg in deze variant zijn eventuele kosten van geluidreducerende maatregelen relatief hoog. Ook is bij deze variant sprake van neveneffecten, 24

Uitplaatsen van het LPG tankstation is hierbij een ‘meekoppelkans’. Er dient rekening gehouden te worden met een risicocontour van 25 meter (station tot 500m3) en 160 meter ten opzichte van gevoelige bestemmingen (zoals woningen). Kortere afstanden zijn gemotiveerd en met maatregelen mogelijk. Bij de zuidelijke varianten is hiervoor meer ruimte dan bij de noordelijke variant. Bovendien is een buitendijkse uitplaatsing van het LPG-station naar de Sportlaan onderzocht. Deze uitplaatsing is niet haalbaar geacht, vanwege de geringe hoogte van het drooggebied en het feit dat LPG-tanks nog dieper in de grond moeten liggen. Hulpdiensten Een randweg (m.n. zuid) draagt bij aan een betere oost-westverbinding voor hulpdiensten voor de omgeving van Groot-Ammers. Die moeten nu nog door het dorp, of via de N214. Met een randweg ontstaat bovendien een tweede oost-westverbinding tussen de Lek en de N214. Gezien de grote onderlinge afstand maakt dit de verbindingen, nu nog via Sluis, aanzienlijk minder kwetsbaar. Het effect op aanrijtijden ín het dorp is marginaal beter. Evacuatieroutes Doordat Sluis de enige oost-westverbinding tussen de N214 en de Lek is en deze bovendien aansluit op een route over de dijk, is deze als evacuatieroute kwetsbaar en mogelijk belemmerend. De route is nauw en bij extreem hoge waterstanden worden dijken mogelijk afgesloten.

Doordat deze kans op afsluiten ook voor de variant Noord geldt, is de meerwaarde hiervan als evacuatieroute beperkt. Een zuidelijke verbinding draagt bij aan het verbeteren van de evacuatieroutes bij overstroming (mits hierin geen tunnel is opgenomen).

25

Figuur 5-1: Verschil in geluidbelasting als gevolg van variant Noord

Figuur 5-2: Verschil in geluidbelasting als gevolg van variant Zuid 60

Figuur 5-3: Verschil in geluidbelasting als gevolg van variant Zuid 80

26

6

Bodem en water Zettingsgevoelig gebied Vanwege de diepere en ondiepere veenlagen is het gebied zettingsgevoelig. In de kostenraming is in alle varianten reeds rekening gehouden met voorbelasting. Zettingsbeperkende maatregelen zijn met name bij de zuidelijke tracés kostenverhogend, zeker wanneer sprake is van een hoge brug. Door de voorbelasting in de realisatiefase moet rekening gehouden worden met een relatief lange bouwperiode. Water Variant Noord heeft volledig behoud van alle watergangen. Varianten Zuid 60 en Zuid 80 kruisen in het polderlandschap veel sloten en hebben een brug over de Ammersche Boezem nodig. Voor het verbinden van gekruiste watergangen en ter invulling van de watercompensatieopgave (vanwege extra verharding) is in de zuidelijke varianten uitgegaan van de aanleg van een nieuwe sloot langs het gehele tracé van de weg, parallelwegen en fietspaden.

Figuur 6-1 ; projectie van Noord (weg omlijnd met roze) samen met het mogelijk toekomstig gemaal (in grijs)

Waterkering De dijk waarop variant Noord is gelegen, is een waterkerend element en draagt daarom de bestemming ‘Waterstaat – Waterkering’. Het waterschap is bevoegd gezag bij aanpassingen aan de dijk. Bij het aanleggen van een weg mag het waterkerend belang niet worden geschaad. Hierover dient vooraf schriftelijk advies ingewonnen te worden bij de waterbeheerder, in dit geval Waterschap Rivierenland. Mede hierom is het waterschap al betrokken in deze haalbaarheidsstudie en gevraagd om een eerste advies (zie bijlage 9).

Ammersche Boezem De bestaande diepte (3 meter) van de Ammersche Boezem dient te worden gehandhaafd. Ook de doorvaarthoogte van 2,4m op de boezem en 1,25m op de naastgelegen watergang is maatgevend, waardoor in combinatie met de molenbiotoop een beweegbare brug in de zuidelijke varianten aannemelijk is. Verbreding van de Boezem is op termijn niet uitgesloten. Bij de uitwerking van het ontwerp voor de bruggen dient hiermee rekening gehouden te worden. Kadeversterking kan een meekoppelkans zijn.

Er is geen dijkverzwaring meer gepland op dit traject van de Lekdijk. Ook is er geen urgentie om de waterkering te verhogen. Indien er echter bij aanpassing van de waterkering tevens een verhoging meegenomen wordt, kan medefinanciering uit het HOBP aan de orde zijn.

Daarbij studeert het waterschap op een mogelijk toekomstig gemaal. Geen van de varianten belemmert deze ontwikkeling. De weg ligt niet op de locatie van de voorziene bouwwerken. De doorlaat van het gemaal gaat – net als bij de bestaande weg – onder de weg door. Mogelijkerwijs is er minimaal grondwerk nodig.

Bij de buitendijkse aanleg is Rijkswaterstaat bevoegd gezag voor het oppervlaktewaterlichaam de Lek. Hierbij geldt naast de waterwet ook de BGR (Beleidsregels Grote Rivieren). 27

De Lekdijk is niet breed genoeg voor de aanleg van de randweg. Verbreding naar de binnenzijde is hierbij het uitgangspunt, vanwege de bouwfase en kosten. Toch is lokaal (bij knikken in de dijk) buitendijkse verbreding nodig. In dat geval raakt het plan lokaal de bestemming/functie ‘Stroomvoerend rivierbed’ en dient de verbruikte ruimte tussen GHW en Hoogwaterreferentie (MHW) in de uiterwaarden van de Lek één op één, in de directe nabijheid te worden gecompenseerd. Tevens dient te worden onderbouwd waarom deze nietriviergebonden activiteit op deze locatie moet worden gerealiseerd. Het grootste deel van de werken in Variant Noord zal echter aan de binnendijkse zijde of in droog gebied plaatsvinden. Bovendien is binnendijks verbreden geotechnisch bezien minder complex, omdat de waterkering er eenzelfde ongelaagde opbouw heeft. Buitendijkse verbreding (deels afgraven, stabiliseren, bijzondere grondlagen en mogelijke verharding) is wezenlijk kostenverhogend ten opzichte van binnendijkse verbreding met voornamelijk grondwerk. Voor de buitendijkse aanpassingen is een motivatie vanuit verkeersveilig ontwerp en inpassing. Grote leidingen Langs de Middenpolderweg en Peppelweg ligt een persleiding. Aanpassingen hieraan zijn sterk kostenverhogend. In de ontwerpen van de zuidelijke varianten wordt de leiding als uitgangspunt behouden.

28

.

Figuur 6-1: Bodem- en waterkaart

29

7

Landschap en cultuurhistorie

afstemming hierover met de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed (tevens wettelijk adviseur bij ruimtelijke plannen) is nodig voor verdere besluitvorming over de haalbaarheid van deze varianten.

Ammersche Boezem en monumentale molens De Ammersche Boezem is een landschappelijk en cultuurhistorisch element uit de 14de eeuw. De molens aan de Ammersche Boezem zijn aangewezen als Rijksmonument; ze zijn opvallende en zichtbepalende elementen in het gebied. Voor de zuidelijke varianten is de Graaflandse molen belangrijk, vanwege de nabije ligging. Deze wipmolen is vóór 1596 gebouwd om de polder Liesveld te bemalen. De molen is nog steeds in werking. Ook het ensemble van vier molens (van noord naar zuid: de Gelkenesmolen, Graaflandse molen, Achtkante molen en Achterlandse molen) is van belang en wordt doorkruist door de randweg. De aanwezigheid van de molens in de gemeente en waardering hiervan, waaronder die aan de Ammersche Boezem, heeft geleid tot de benaming van gemeente Molenlanden.

Archeologie De zuidelijke varianten vallen nagenoeg geheel onder de bestemming ‘Waarde – Archeologie’. Deze gronden hebben een hoge of middelhoge archeologische verwachtingswaarde en zijn bestemd voor de bescherming en veiligstelling van archeologische waarden. Om te kunnen bouwen op deze gronden dient er een archeologisch onderzoek uitgevoerd te worden, waarbij de archeologische waarde van de grond wordt vastgesteld en zodat deze waarden niet worden geschaad door de bouwactiviteiten die gaan plaatsvinden. Eendenkooi Ten zuiden van het plangebied ligt een eendenkooi, een plek waar oorspronkelijk migrerende eenden werden gevangen voor consumptie, maar tegenwoordig gebruikt voor wetenschappelijk onderzoek en als natuurgebied. Activiteiten die de eenden binnen de afpalingskring kunnen verstoren zijn niet toegestaan, maar openbare werken vormen een uitzondering. Variant Zuid 80 doorkruist dit gebied.

Ten aanzien van molenbiotopen geldt dat er enige ruimte is voor maatwerk maar dat GS van de provincie erg streng toeziet op grotere afwijkingen van de formule waarmee de biotoop wordt berekend en dat de laagte van de wieken van veel molens in de Alblasserwaard al snel aanzienlijke beperkingen opleveren.

Provinciaal landschap Het gebied ten noorden en zuiden van variant Noord, tevens begrensd als Natuurnetwerk Nederland, is aangewezen als provinciaal gebied met beschermingscategorie-1 (gebieden met een bijzondere kwaliteit). Dit zijn gebieden met hoge en specifieke natuurwaarden, cultuurhistorische waarden of met belangrijke landschappelijke waarden. Dit gebied valt samen met het Natuurnetwerk Nederland. De dijk maakt zelf geen onderdeel uit van dit gebied. Variant Noord heeft daarmee geen fysieke effecten op dit gebied.

De monumentale molens langs de Ammersche Boezem leggen functionele beperkingen aan het gebied eromheen, via de zogenaamde ‘Vrijwaringszone – Molenbiotoop 400’. Om de windvang van de molens te waarborgen zijn in een straal van 400 meter om de molens heen geen bouwwerken toegestaan hoger dan een hoogte van 1/100e van de afstand van het bouwwerk tot het middelpunt van de molen. Voor de zuidelijke varianten van de randweg betekent dit dat de maximale hoogte ongeveer 1,90m bedraagt. Bij de varianten met een vaste brug komt, uitgaande van een waterstand van -0,75m NAP, de doorvaarthoogte in het geding.

Varianten Zuid 60 en Zuid 80 doorkruisen gebieden die zijn aangemerkt als Beschermingsgebied-1 (gebieden met een bijzondere kwaliteit), en die tevens zijn aangeduid als ecologische verbindingszone. Ook doorkruisen deze varianten in hun totaliteit gebieden die zijn aangemerkt als Beschermingsgebied-2 (gebieden met een specifieke

De (belevings)waarde van de monumentale en cultuurhistorisch waardevolle molens, boezem en het bijbehorende landschap wordt in de varianten Zuid 60 en Zuid 80 wezenlijk geraakt. Nadere 30

waarde). Dit zijn gebieden die de provincie in stand wil houden vanwege specifieke waarden, waaronder landschap, ecologie en/of de gebruikswaarde van het gebied. Het gebied dat langs het tracé is aangemerkt als Beschermingsgebied-2, is tevens aangemerkt als belangrijk Weidevogelgebied in de provinciale verordening. Ook is het gebied stiltegebied. De zuidelijke hebben een wezenlijk negatieve impact op de diverse aan dit landschap gekoppelde waarden.

31

Figuur 7-1: Landschaps-, cultuurhistorie- en archeologiekaart

32

8

Conclusie en beschouwing

8.1

Samenvatting Aanleiding en doel haalbaarheidsstudie De dorpskern van Groot-Ammers ondervindt hinder van verkeer op de Voorstraat en Sluis. Deze wegen zijn niet toegerust op het verkeer dat er gebruik van maakt. Tussen de Lek en de N214 is er geen alternatieve oost-westverbinding en lokale maatregelen in Groot-Ammers lossen de hinder onvoldoende op. In 2019 heeft een participatieproces geleid tot een advies van de werkgroep aan B&W over het onderzoeken van een randweg. De gemeenteraad heeft vervolgens in het najaar van 2019 de opdracht gegeven een noordelijke en zuidelijke randweg om Groot-Ammers te onderzoeken. In dit hoofdstuk zijn de bevindingen samengevat, met als doel een keuze te faciliteren over de haalbaarheid van een noordelijke of zuidelijke randweg.

Figuur 8-1: Indicatie ligging van de varianten voor de randweg Groot-Ammers

Een 80 km/uur weg (een N-weg tussen de N480 en N216) kan niet ingepast worden op de Middenpolderweg zonder boerderijen te slopen. Daarom is uitgegaan van een nieuw tracé met parallelwegen voor het landbouw-, bestemmings- en fietsverkeer. Dit tracé ligt ten zuiden van Middenpolderweg, kruist met een nieuwe brug de Ammersche Boezem en loopt ten noorden van de Peppelweg naar de N216. De Peppelweg dient als parallelweg, waarbij de bestaande bomenrij, watergang en waterleiding ongewijzigd blijven. In beide zuidelijke varianten wordt uitgegaan van een lage beweegbare brug, onder andere omdat een hoge brug niet mogelijk is binnen het molenbiotoop en vanwege de hogere kosten. Een aquaduct onder de Ammersche Boezem is niet nader onderzocht vanwege de meerkosten van circa € 70 miljoen en omdat deze niet kan dienen als evacuatieroute bij overstroming5.

De varianten In het kader van de haalbaarheidsstudie zijn de noordelijke en zuidelijke variant nader uitgewerkt. De noordelijke variant volgt de dijk ten noorden van Groot-Ammers. De zuidelijke variant is ontworpen als 60 en 80 km/uur verbinding. Een 60 km/uur oost-westverbinding kan grotendeels gebruikmaken van bestaande wegen, met een nieuwe weg en brug over de Ammersche Boezem tussen de Middenpolderweg en de Essenweg. Vanwege de toename van verkeer en daarmee effecten op de verkeersveiligheid, is uitgegaan van een vrijliggend fietspad langs de Middenpolderweg, Essenweg en Peppelweg.

5 6

Op basis van een 80 km/uur verbinding. In 2030 rijden er zonder maatregelen circa 8.000 mvt/etm over deze weg.

Doelbereik Alle varianten nemen circa 2/3e van het verkeer op Sluis6 en een wezenlijk deel van het verkeer op de Voorstraat7 weg. Het effect op Sluis is het grootst bij variant Zuid 60 (-5.300), gevolgd door Noord (-4.800) en Zuid 80 (- 4.400). De Voorstraat wordt het meest ontlast in Noord (- 3.700), gevolgd door Zuid 60 (- 3.300) en Zuid 80 (-2.700). De zuidelijke varianten – en vooral Zuid 80 - leiden ook tot lokale toenamen van

7

In 2030 rijden er zonder maatregelen circa 5.500 mvt/etm over deze weg.

33

verkeer op wegen in Groot-Ammers en trekken meer nieuw (doorgaand) verkeer aan op de nieuwe verbinding.

voorgelegd aan de provincie Zuid-Holland, het waterschap Rivierenland en Rijkswaterstaat.

Een gezamenlijk proces Deze haalbaarheidsstudie is tot stand gekomen in afstemming met de Provincie Zuid-Holland (beheerder van de huidige N-wegen, met raakvlakken op het gebied van provinciale landschappelijke, cultuurhistorische en landschappelijke waarden), het Waterschap Rivierenland (waterkeringen, water en beheerder van wegen in het buitengebied), de veiligheidsregio (hulpdiensten, evacuatieroutes en externe veiligheid) en Rijkswaterstaat (stroomvoerend deel van het rivierbed). Met betrekking tot de haalbaarheid van de varianten merken zij samengevat op (zie de volledige reactie in bijlage 9):

Wie betaald? De haalbaarheidsstudie is geïnitieerd door de gemeente Molenlanden. Tijdens de studie is verkend of een bijdrage aan de varianten door partners in de regio aannemelijk is. Ondanks dat de wegtypen Zuid 80 en Zuid 60 in principe onder beheer (en eigendom) vallen van de provincie respectievelijk het waterschap zijn deze vooralsnog niet investeringsbereid gevonden. Aannemelijk is dat (een wezenlijk deel van) de kosten voor elke variant hiermee voor rekening komen van de gemeente. Wel kan nader verkend worden of, bijvoorbeeld vanwege verbetering van de verkeersveiligheid in Groot-Ammers een bijdrage mogelijk is. Dit geldt ook als met de nieuwe verbinding tevens aanvullend invulling gegeven wordt aan beleidsdoelen, bijvoorbeeld op het gebied van waterveiligheid, landschapsdoelen, natuurverbetering etc.

-

-

-

Waterschap Rivierenland; Stelt de vroege betrokkenheid op prijs, vraagt aandacht voor de nadere uitwerking van de varianten met betrekking tot de waterkering, het watersysteem en effecten op omliggende wegen en blijft graag betrokken bij de uitwerking. Ondanks dat een 60 km/uur weg in het buitengebied in de regel onder beheer van het Waterschap komt, is de haalbaarheidsstudie beoordeeld zonder een uitspraak te doen over het uiteindelijke beheer en onderhoud. Rijkswaterstaat; Rijkswaterstaat is bevoegd gezag indien/daar waar bij variant Noord de waterkering buitendijks wordt verbreed. Voor Noord zijn, zoals nu ontworpen, geen belemmeringen voor verlenen van een omgevingsvergunning. Wel is er een compensatieopgave voor maatregelen in het stroomvoerend deel van het rivierbed. Provincie Zuid-Holland; De uitgangspunten voor een 80 km/uur weg zijn afgestemd met de provincie. De onderzochte variant geeft een reëel beeld van een weg die voldoet aan de eisen zoals de provincie die aan een stroomweg stelt. Een dergelijk weg geeft echter geen invulling aan een doelstelling voor het provinciaal wegennet en is niet opgenomen in een investeringsprogramma. Tijdens de studie is ambtelijke afstemming geweest. De vastgestelde haalbaarheidsstudie wordt bestuurlijk 34

8.2

Beschouwing

Variant Zuid 60 Een nieuwe 60 km/uur weg met brug verbindt de Middenpolderweg met de Essenweg. Langs wegen met toenamen van verkeer in het buitengebied komen fietspaden. Voor weidevogelgebied, het dempen van sloten en nieuwe verharding bestaat een compensatie en mitigatieopgave. De kosten bedragen ca € 15 mln.

Elke variant heeft voor- en nadelen. Hieronder zijn de voor de afweging meest relevante voor- en nadelen per variant weergegeven. Tevens is het benodigde budget voor de investering, beheer en onderhoud opgenomen. Legenda:  Doelbereik Voorstraat - Sluis + Bijkomend voordeel of kans ! Aandachtspunt

 + +

Variant Noord Via een nieuwe weg op de dijk worden Sluis en Gelkenes met elkaar verbonden. De dijk wordt verbreed. Sluis, De Gorzen, De Haven en Gelkenes worden aangesloten op de nieuwe verbinding die hiermee zowel doorgaand verkeer als bestemmingsverkeer faciliteert8. De variant kost ca. € 7 mln (de goedkoopste).

+

 + + ! ! ! !

! ! ! ! ! ! !

Groot doelbereik Voorstraat – Sluis Vrachtverkeer en transport gevaarlijke stoffen (bestemming De Haven & LPG-tankstation) uit kern Groot-Ammers Enige verbetering hulpdiensten (lokaal)

!

Aanpassen waterkering Lek (technisch/procedure) Verandering geluidbelasting Voorstraat- Sluis (verschuiving geluid naar achterzijde woningen Sluis en Voorstraat en toename bij De Gorzen, mitigatieopgave) Inpassing bij woningen Sluis 42 – 46 MER-beoordelingsplicht vervolgprocedure vanwege aanpassen van de waterkering

!

Groot doelbereik Voorstraat – Sluis Nieuwe oost-westfietsverbinding over de Ammersche Boezem Kans voor verplaatsen LPG-station aan de nieuwe route (wel diverse belemmeringen vanuit o.a. landschap, natuur en cultuurhistorie) Enige verbetering evacuatieroute en hulpdiensten in de regio Doorsnijden molenbiotoop (Rijksmonumentale molens) Doorsnijden stiltegebied, met geluidtoenamen Doorsnijden weidevogelgebied (compensatieopgave) Doorsnijden landschappelijke waarden Doorsnijden dwarssloten en extra verharding (compensatieopgave) Bediende brug Geen oplossing voor vervoer gevaarlijke stoffen en bestemmingsvrachtverkeer Groot-Ammers (bestemmingsverkeer De Haven & LPG tankstation blijft) Verandering geluidbelasting Middenpolderweg/ Peppelweg (mitigatieopgave) Grondverwerving weg en fietspaden (ca. 70 percelen)

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Molenlanden&id=62af1b27-2f06-4807-bc99-ea81aa8e2bba