Bijlage 1 Document ‘Kaderstelling Integraal Beheerplan Buitenruimte Molenlanden’
Tekst van het document
Kaderstelling Integraal
Beheerplan Buitenruimte Molenlanden
Uitgangspuntennotitie
Juni-Juli 2021
Inhoudsopgave Inleiding
1. Stand van zaken en ontwikkelingen 1.1 Bestaande kaderstelling 1.2 Huidige situatie 1.3 Ontwikkelingen
2. Kaderstelling 2.1 Huidige situatie voortzetten Kwaliteitsniveau Duurzame Buitenruimte Omvormingen 2.2 Ontwikkelingen Basisbeheer 2
Vervangingsinvesteringen Opgaven en ambities
3. Financiële vertaling Bijlage Financieel overzicht meerkosten integraal beheerplan
Inleiding Voor de inrichting en het beheer van de Buitenruimte wordt op dit moment nog gewerkt met beheerplannen van de beide voormalige gemeenten. Vanuit de provincie worden dit jaar (2021) geharmoniseerde beheerplannen verlangd. Om tot harmonisatie en actualisatie te komen is een proces opgestart om te komen tot een nieuw integraal beheerplan Buitenruimte voor de gemeente Molenlanden. Dit proces is hieronder schematisch weergegeven:
3
Bij de totstandkoming van het integraal beheerplan zullen naast een harmonisatie en actualisatie ook nadrukkelijk de raakvlakken met andere beleidsvelden worden verkend en waar nodig vertaald naar uitvoeringsmaatregelen. Deze notitie is erop gericht u aan de hand van uitgangspunten om kaderstelling te vragen welke de basis zullen vormen voor het op te stellen integraal beheerplan. Het is van belang om ons bewust te zijn van het feit dat in tegenstelling tot de kosten de opbrengst die een goed ingerichte en onderhouden Buitenruimte oplevert zich niet makkelijk in geld laat uitdrukken. Gezien de vele (maatschappelijke) functies kan wel gesteld worden dat deze opbrengst enorm is en een positief effect heeft op nagenoeg alle beleidsvelden binnen onze gemeente. Denk hierbij aan het effect van een aantrekkelijke (groene) woon- en verblijfsomgeving op gezondheid en welzijn, een (buiten)ruimte die veilig en toegankelijk is, waar plaats is voor ontmoeting, sport en spel en ook een leefgebied is voor tal van flora en fauna.
1. Stand van zaken en ontwikkelingen 1.1 Bestaande kaderstelling In beide voormalige gemeenten én in Molenlanden zijn voor de Buitenruimte de volgende stukken (of onderwerpen) vastgesteld:
Voormalig Molenwaard:
Integraal Beheerplan Buitenruimte 2018-2022 Speelruimteplan Molenwaard (2017)
Baggerplan Liesveld, Graafstroom en Nieuw-Lekkerland 2011-2021
4
Voormalig Giessenlanden:
Nota kapitaalgoederen 2015-2018 Groenbeleidsplan 2012 2022
Beheerplan groen 2014-2017 Baggerplan 2014-2024
Gemeente Molenlanden:
Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) Molenlanden 2020-2024
1.2 Huidige situatie Uit bovenstaande huidige kaderstelling zijn de volgende hoofdlijnen te filteren die tevens de huidige situatie voor gemeente Molenlanden verwoorden.
Beeldkwaliteitsniveau: Voor het beheer van de Buitenruimte wordt beeldkwaliteitsniveau B gehanteerd. In de systematiek is dit het basis beheerniveau, waarbij beeldkwaliteitsniveau A een hoger ‘netheidsbeeld’ heeft en beeldkwaliteitsniveau C een fors verstoord beeld geeft.
‘Centrumgebieden’ beeldkwaliteitsniveau A: In beide voormalige gemeenten zijn centrumgebieden aangewezen die zowel qua inrichting als beheer een hoger netheidsbeeld en daardoor uitstraling hebben. Het betreft hier gebieden met een publieksfunctie. Voorbeelden hiervan zijn winkelcentra en Nieuwpoort binnen de vesting.
Project Duurzame Buitenruimte: In de voormalig gemeente Giessenlanden is destijds het project duurzame Buitenruimte opgestart. Dit betekent dat voor gebieden in kernen met een Akwaliteit duurzame materialen met een pluskwaliteit worden toegepast.
Zero based raming 5
In het kader van de bezuinigingsopgave 2020 is voor vakteam Buitenruimte een zero based raming opgesteld voor beheer en vervanging o.b.v. het kostenniveau van vergelijkbare gemeenten. Hierbij is gerekend met beeldkwaliteitsniveau B. Uit deze zero based raming zijn de volgende conclusies getrokken: -
De huidige budgetten zitten aan de ondergrens van het minimaal benodigde budget;
-
Investeringsbedragen zijn te laag, waardoor de beheerkosten fors zullen toenemen;
-
Bezuinigen is niet wenselijk omdat het risico op klachten, kapitaalvernietiging en incidenten groter zal worden
Bij de zero based raming is als beoogde bezuinigingsmaatregel ook het zogenaamde ‘omvormen’ in beeld gebracht. Hierbij wordt bekeken op welke manier een wijziging van inrichting kan leiden tot een besparing op beheerkosten. Maatregelen die hiervoor in aanmerking komen hebben in de meeste gevallen betrekking op het taakveld groenvoorzieningen. Voorbeelden hiervan zijn: Het omvormen van sierplantsoen naar gazon, het niet meer terugplanten van bomen bij herinrichtingen, enz.
Afbakening integraal beheerplan Buitenruimte Overdracht wegen waterschap Rivierenland Aangezien het proces tot het al dan niet overnemen van de wegen van het waterschap Rivierenland nog in volle gang is zal dit geen onderdeel uitmaken van het integraal beheerplan. Begraafplaatsen en sportvelden Over de begraafplaatsen en sportvelden heeft respectievelijk vorig jaar (beleidsdocument begraafplaatsen) en 1e kwartaal van dit jaar (accommodatiebeleid) reeds kaderstelling door u plaatsgevonden en zijn dan ook geen onderdeel van het integraal beheerplan. Gemeentelijk Rioleringsplan en baggerplan Molenlanden Het GRP en de baggerplannen van de voormalige gemeenten zijn geactualiseerd en de vertaling hiervan maakt in tegenstelling tot bovengenoemde onderwerpen wél onderdeel uit van het integraal beheerplan.
6
1.3 Ontwikkelingen Basisbeheer en vervangingsinvesteringen Basisbeheer In de gemeente Molenlanden wordt op dit moment voornamelijk beheerd op beeldkwaliteitsniveau B wat conform de conclusies uit de zero based raming gezien kan worden als het minimale basisbeheerniveau. Om dit basisbeheer op orde te hebben zijn 3 componenten van belang, te weten: Areaal, indexatie en capaciteit.
• • • •
Budget is afgestemd op het te beheren areaal Budget is conform actuele marktprijzen met een noodzakelijke indexatie (naar prijsniveau 2021) Voldoende personele capaciteit
Kijkend naar de huidige situatie kan gesteld worden dat op alle componenten een tekort aanwezig is, waardoor het basisbeheer in het gedrang komt.
Areaal:
7
Het te beheren areaal is de afgelopen jaren door uitbreiding van de Buitenruimte (in o.a. uitbreidingswijken) groter geworden, terwijl de budgetten om dit nieuwe areaal te beheren niet zijn toegenomen. Kijkend naar een doorrekening op basis van de meest actuele areaalgegevens waarbij wordt uitgegaan van de hierboven omschreven uitgangssituatie is een tekort van € 323.000,- aanwezig.
(Gezins)uitbreiding betekent een ander ‘huishoudboekje’
Indexatie: De marktprijzen voor uitbesteed werk zijn de afgelopen jaren gestegen, terwijl de budgetten niet zijn geïndexeerd. Zonder het indexeren van budgetten ontstaat het knelpunt dat werkzaamheden niet meer kunnen worden uitgevoerd omdat marktpartijen meer vragen dan de budgetten toelaten. Bij doorrekening van de benodigde indexatie van de beheerbudgetten is gebleken dat een tekort van € 400.000,- aanwezig is.
Hogere kosten voor dezelfde ‘boodschappen’
Capaciteit: Door middels het zogenaamde piepsysteem te werken (reactief i.p.v. pro actief en planmatig handelen) is het visuele beeld buiten nog net acceptabel, waarbij we wel constateren dat op steeds meer plekken achterstallig onderhoud ontstaat. Door een tekort aan capaciteit kan er niet planmatig beheerd worden en zal bij instandhouding van de huidige situatie enerzijds een achteruitgang in kwaliteit zichtbaar worden en anderzijds zullen significant hogere kosten ontstaan om ontstane ‘schade’ achteraf te herstellen.
8
Uit een recent onderzoek (Rapport voor wederhoor Onderzoek meldingen Openbare Ruimte juni 2021) van de Rekenkamer Molenlanden is gebleken dat het aantal meldingen van inwoners en bedrijven de afgelopen jaren steeds verder is toegenomen. Deze constatering is deels toe te schrijven aan het werken volgens het piepsysteem. Bovendien zal als het aantal meldingen blijft toenemen een knelpunt ontstaan in het behalen van onze servicenormen naar onze inwoners en bedrijven. Ontevreden inwoners en bedrijven zullen het gevolg zijn. Door in te zetten op planmatig beheer kan het basisbeheer op orde worden gebracht en kan de huidige werkwijze van het piepsysteem worden verlaten. Voor planmatig beheer is nodig:
Centrale gegevensbeheerder
Kerntaak en de motor achter goed beheer
Regie op groen- en watertaken
Met name op deze taken is gebrek aan regie
Inbesteden rioolbeheer
Gebiedskennis ‘in eigen huis’ is op dit taakveld een pré De totale (meer)kosten van het op orde brengen van de benodigde capaciteit zijn € 310.000,-. Huidige situatie
Gewenste situatie
Piepsysteem door disbalans
Basisbeheer op orde
Vervangingsinvesteringen De kosten voor het dagelijks (basis)beheer en onderhoud zijn voorzien in de exploitatiebegroting. Daarnaast zijn er binnen Buitenruimte
vervangingsinvesteringen. Dit zijn vervangingen die plaatsvinden wanneer het einde van de levensduur is bereikt. De investering die voor de vervanging wordt gedaan heeft een relatie met de onderhoudskosten. Binnen een levenscyclus van
bijvoorbeeld een weg of een brug wordt onderhoud gepleegd tot het moment van 9
vervanging. Wanneer dit onderhoud niet goed of op tijd wordt uitgevoerd is vervanging eerder noodzakelijk en wanneer dit onderdeel niet tijdig wordt
vervangen nemen de onderhoudskosten en de risico’s sterk toe. De investeringen binnen de Buitenruimte vinden niet allemaal gelijkmatig plaats omdat de
levensduren (=vervangingscycli) per element in de Buitenruimte verschillen. In de doorrekening van de vervangingsinvesteringen is om die reden een gehele
vervangingscyclus doorgerekend welke gebaseerd is op het huidige areaal en prijsniveau. Uit de doorrekening is gebleken dat de huidige budgetten niet toereikend zijn (zie hoofdstuk 3).
Beheer (in dit geval achterstallig…)
Vervanging
Opgaven en ambities Zoals eerder verwoord is een verkenning op andere beleidsvelden van belang om tot een goed en compleet integraal beheerplan te komen. Ambitie is om tot een integraal beheerplan buitenruimte te komen. Van belang zijn de volgende onderwerpen met de daarbij gestelde doelen: Klimaat Op naar een klimaatbestendig Molenlanden 2050 de Ambitiewijzer duurzaam, klimaatbestendig en circulair Duurzaamheid in gebiedsontwikkeling. Motie raad 15 dec. 2020: planten van meer bomen (project: aanplant 2021 bomen) Sportakkoord Iedereen in Molenlanden kan sport en bewegen beleven Toegankelijkheid Een toegankelijke en veilige fysieke leefomgeving (VN-verdrag)
10
Naast opgaven uit andere beleidsvelden zullen ook de ‘eigen’ opgaven en ambities worden vertaald:
Verhogen biodiversiteit Toepassen meer natuurlijke bestrijdingsmiddelen Inrichting en beheer van natuurontwikkelingslocaties Project: aanplant 2021bomen Bestrijding exoten Verstoring en schade door explosieve groei van exoten voorkomen Zettingsproblematiek Inzetten van meer en betere oplossingen om zettingen te verminderen
De meerkosten van de opgaven en ambities worden in hoofdstuk 2.2 per opgave/ambitie in beeld gebracht.
11
2. Kaderstelling In dit hoofdstuk worden de uitgangspunten die de basis (kaderstelling) moeten gaan vormen voor het op te stellen integraal beheerplan Buitenruimte verwoord. Op de uitgangspunten wordt een toelichting en achtergrondinformatie gegeven, zodat de afweging om tot het betreffende uitgangspunt te komen inzichtelijk is.
2.1 Huidige situatie voortzetten Onderstaand worden de uitgangspunten benoemd die de huidige wijze van inrichting en beheer van onze Buitenruimte verwoorden.
Kwaliteitsniveau Uitgangspunt 1: We blijven de huidige onderhoudsniveaus hanteren: Beeldkwaliteitsniveau B en de reeds aangewezen ‘centrumgebieden’ op beeldkwaliteitsniveau A Een lager kwaliteitsniveau als het basisniveau betekent o.a. de acceptatie van veel onkruid in plantsoenen, in goten en op bestrating, meer scheefstand van paaltjes/verkeersborden en minder vlakke paden en wegen wat zijn weerslag heeft
12
op de veiligheid van de Buitenruimte. Het betekent tevens dat op termijn de (herstel)kosten extreem hoog zullen zijn doordat onherstelbare schade zal ontstaan.
Voorbeelden beeldkwaliteitsniveau C
Voor ontwikkelingen op thema’s als klimaat en biodiversiteit moet overigens gesteld worden dat binnen de groenvoorzieningen onkruid lang niet overal meer een ‘ongewenst kruid’ is, terwijl hiermee wel wordt voldaan aan beeldkwaliteitsniveau B.
Gazon beeldkwaliteitsniveau B
Bloemrijke berm langs gazon: onkruid is hier gewenst kruid.
Duurzame Buitenruimte Uitgangspunt 2: Het project: ‘Duurzame Buitenruimte’ wordt voortgezet in de gemeente Molenlanden. Concreet betekent dit dat in het kader van harmonisatie voor gebieden in kernen met een A-kwaliteit Molenlanden-breed duurzame materialen met een pluskwaliteit worden toegepast.
Omvormingen
13
Uitgangspunt 3: In de Buitenruimte worden geen omvormingsmaatregelen toegepast. Door het toepassen van omvormingsmaatregelen bij tal van eerdere bezuinigingsopgaven in het verleden is de uitstraling en daarmee de belevingswaarde van de Buitenruimte sterk afgenomen; veel plantsoenvakken met sierwaarde zijn veranderd in gazon, bloembakken zijn gesaneerd, enz. Als een vervolg wordt gegeven aan omvormingen zal de variatie aan beheergroepen (o.a. bomen, heesters, vaste planten, bloemperken) nóg verder afnemen en de aantrekkelijkheid van de Buitenruimte als leef- en verblijfsgebied in het geding komen. Daarnaast zijn een aantal neveneffecten te verwachten. Een paar voorbeelden: Omvormen van heesters/bloemperken naar gazon:
Extra speel- en voetbalruimte die niet overal gewenst is
Extra hondenuitlaatplaats
Verdwijnen van leefgebied voor fauna (verlaging biodiversiteit!)
Minder bomen terug planten:
Staat haaks op de klimaatopgave en het verhogen van de biodiversiteit
2.2 Ontwikkelingen Onderstaand worden de uitgangspunten benoemd die het op orde brengen van het basisniveau en de vertaling van opgaven en ambities verwoorden.
Basisbeheer Uitgangspunt 4: We brengen het basisbeheer op orde De pijler van het nieuwe integraal beheerplan Buitenruimte is het uitvoeren van evenwichtig beheer waarbij het basisbeheer op orde komt en blijft. Wanneer
onderdelen van het basisbeheer (areaal, indexering, of capaciteit) niet tot uitvoering worden gebracht of wanneer middelen ontbreken kan het onderhoud niet tijdig of voldoende worden uitgevoerd.
Er kan dan zoals eerder gezegd niet planmatig gewerkt worden, waardoor de kosten sterk zullen toenemen. Daarnaast bestaat het risico dat elementen eerder dan de
geplande cyclus vervangen moeten worden. Wanneer deze vervroegde vervanging 14
niet mogelijk is omdat bijvoorbeeld middelen te kort schieten worden
onderhoudsachterstanden versterkt: de veiligheid komt in het geding en de kosten nemen toe.
Door invulling te geven aan het genoemde uitgangspunt kan het basisbeheer op orde worden gebracht doordat de budgetten passen bij de praktijk (areaaluitbreiding en indexering) en meer inzet kan worden gepleegd op planmatig en pro actief beheer. Meerkosten basisbeheer op orde: Exploitatie
Investering
2022
1.085.000
--
2023
1.260.000
--
2024
1.440.000
--
2025
1.625.000
--
2026
1.815.000
--
Alternatief: ‘Ingroeien’ op beheerkosten in 3 jaar. Bij dit alternatief zullen de meerkosten uiteraard de komende 2 jaar vertraagd stijgen. Hierin is een ingroei van maximaal 80% in 2022, 90% in 2023 en 100% in 2024 mogelijk. Deze ingroei wordt gezien als de absolute ondergrens. Een grotere vertraging op ingroei of met lagere percentages zal betekenen dat bepaalde beheertaken niet of onvoldoende worden uitgevoerd, waardoor kapitaalvernietiging ontstaat. Consequenties: De consequentie van ingroeien is dat de komende 2 jaar de huidige situatie deels voortduurt (werken volgens het piepsysteem). Daarnaast zullen actuele marktprijzen in 2022 na aanbestedingen in bijvoorbeeld groenonderhoud betaald moeten worden. Dit heeft consequenties voor het beschikbare budget van andere taakvelden en zou kunnen leiden tot overschrijdingen. Meerkosten ‘ingroeien’ op beheerkosten in 3 jaar: Exploitatie
Investering
2022
870.000
--
2023
1.135.000
--
2024
1.440.000
--
15
2025
1.625.000
--
2026
1.815.000
--
Vervangingsinvesteringen Uitgangspunt 5: We brengen het benodigde basisniveau van vervangingsinvesteringen op orde Het basisbeheer en de vervangingsinvesteringen zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden: niet of onvoldoende beheer betekent eerder vervangen en niet (of niet op tijd) vervangen van onze kapitaalgoederen betekent hogere beheerkosten. Om op tijd (aan einde levensduur) met voldoende middelen tot vervanging over te kunnen gaan zijn in de huidige situatie de vervangingsinvesteringen ontoereikend. Het met lapmiddelen in stand houden van onze kapitaalgoederen is op termijn niet houdbaar en onverstandig; de aanblik van elementen die al vervangen hadden moeten zijn geeft een verpauperde indruk wat een negatieve impact op de belevingswaarde van de Buitenruimte tot gevolg heeft.
Meerkosten basisniveau vervangingsinvesteringen op orde: Het netto-effect (=vertaling in kapitaallasten) wordt in Hoofdstuk 3 nader toegelicht.
Opgaven en ambities Uitgangspunt 6: We vertalen de opgaven en ambities naar uitvoeringsmaatregelen. Uitvoeringsmaatregelen die voortvloeien uit ambities en visies kunnen worden gerealiseerd, waardoor de Buitenruimte aansluit op de diverse programma’s en beleidsvelden. Concrete uitgangspunten, opgaven en ambities vanuit andere beleidsvelden die al bestuurlijk zijn vastgesteld worden logischerwijs in het integraal beheerplan vertaald en opgenomen. Het gaat hierbij om de volgende vijf onderwerpen:
klimaat/biodiversiteit exotenbestrijding
16
zetting
toegankelijkheid sportakkoord
Meerkosten opgaven en ambities uitvoeren: Exploitatie
Investering
2022
75.000
1.105.000
2023
100.000
1.105.000
2024
110.000
995.000
2025
125.000
995.000
2026
135.000
995.000
Het totale netto-effect (=vertaling in kapitaallasten) van de investeringen wordt in Hoofdstuk 3 nader toegelicht. Uitgangspunten uit visiedocumenten die nog ‘in wording zijn’ en dus om nadere verdieping en uitwerking vragen zullen op een later moment na vaststelling worden vertaald en in een separaat voorstel met financiële onderbouwing van investeringsen beheerkosten aan u worden aangeboden.
Naast de keuze om alle opgaven en ambities uit te voeren kan als alternatief ook worden besloten een deel wel en een deel niet uit te voeren. Vanuit deze alternatieven kunnen (willekeurig) combinaties worden afgewogen, waarmee per alternatief de genoemde meerkosten kunnen worden bespaard.
Alternatief 1: Maatregelen klimaat/biodiversiteit niet uitvoeren Binnen het onderwerp klimaat/biodiversiteit zijn de volgende maatregelen voorzien:
klimaatadaptieve Buitenruimte bij nieuwbouw
aanleg en beheer natuurontwikkelingsgebieden
project: Aanplant 2021 bomen
‘steen eruit en groen erin’ bij herinrichtingen
parkeerplaatsen waterdoorlatend maken
toepassen natuurlijke bestrijdingsmiddelen
ecologisch bermbeheer
17
Consequenties: Het niet uitvoeren van deze maatregelen is ‘uitstel van executie’. De klimaat- en biodiversiteitsopgave overstijgt immers de gemeente Molenlanden: iedereen zal moeten bijdragen. Meerkosten klimaat/biodiversiteit Exploitatie
Investering
2022
64.000
180.000
2023
88.000
180.000
2024
96.000
70.000
2025
109.000
70.000
2026
118.000
70.000
Alternatief 2: Maatregelen exotenbestrijding niet uitvoeren Om te voorkomen dat ernstige verstoring en schade door explosieve groei van exoten optreedt zal bestrijding moeten plaatsvinden. Voorbeelden van exoten zijn de in ons gebied voorkomende Grote Waternavel en Japanse Duizendknoop. Consequenties: Geen bestrijding betekent het ‘oprukken’ van invasieve exoten die wenselijke vegetatie en fauna letterlijk verstikt en verdringt. Daarnaast kan bijvoorbeeld de Japanse Duizendknoop door zijn enorme groeikracht ook schade toebrengen aan verhardingen en zelfs funderingen. Meerkosten exotenbestrijding Exploitatie
Investering
2022
10.000
--
2023
10.000
--
2024
11.000
--
2025
11.000
--
2026
11.000
--
Alternatief 3: (Extra) maatregelen zetting niet uitvoeren
18
In de huidige situaties wordt het inklinken van de veenbodem door verdroging nu vaak versterkt door toepassing van technische constructies die vaak niet zijn toegespitst op de plaatselijke omstandigheden. Door toepassing van meer en betere constructies en methoden kan de (rest)zetting worden teruggebracht, waardoor op de langere termijn een positief effect op de exploitatie kan worden verwacht. Over het moment waarop dit effect zich openbaart is op voorhand nog geen exact antwoord te geven. Consequenties: Vasthouden aan de traditionele werkwijzen betekent dat de Buitenruimte eerder dan de geplande vervangingscyclus aan een herinrichting toe is. Dit brengt meerkosten met zich mee, waarbij bovendien tot de vervanging het risico bestaat dat hogere beheerkosten (lapmiddelen) ontstaan. Meerkosten zetting Exploitatie
Investering
2022
--
800.000
2023
--
800.000
2024
--
800.000
2025
--
800.000
2026
--
800.000
Alternatief 4: Maatregelen toegankelijkheid niet uitvoeren Vanuit het VN-verdrag wordt een toegankelijke en veilige fysieke leefomgeving verlangd. Dit betekent dat minder validen in het gebruik van de Buitenruimte geen obstakels en beperkingen ervaren. Consequenties: Een toegankelijke buitenruimte is een verplichting vanuit het VN verdrag. Het niet uitvoeren van maatregelen om de Buitenruimte (nog beter) toegankelijk te maken betekent dus dat we als gemeente Molenlanden geen gehoor geven aan het verdrag. Meerkosten toegankelijkheid Exploitatie 2022
--
Investering 50.000
19
2023
--
50.000
2024
--
50.000
2025
--
50.000
2026
--
50.000
Alternatief 5: Maatregelen sportakkoord niet uitvoeren Eén van de belangrijkste doelstellingen vanuit het sportakkoord is dat iedereen in Molenlanden sport en bewegen kan beleven.Binnen de Buitenruimte wordt dit vertaald naar de inrichten en beheren van zogenaamde sport- en beweegparken op locaties van huidige trapvelden. Consequenties: Het niet uitvoeren van de beoogde maatregelen betekent dat gezocht moet worden naar een andere manier om binnen de buitenruimte invulling te geven aan de doelstelling(en) uit het sportakkoord. Meerkosten sportakkoord Exploitatie
Investering
2022
1.000
75.000
2023
2.000
75.000
2024
3.000
75.000
2025
5.000
75.000
2026
6.000
75.000
20
3. Financiële vertaling In het vorige hoofdstuk zijn diverse opties en alternatieven beschreven. Met het opstellen van de begroting 2022-2025 is het raadzaam voor te sorteren op de financiële impact die dit meerjarig heeft. Zodoende is in de Kadernota 2022 rekening gehouden met een financieel uitgangspunt om richting te geven. In dit hoofdstuk wordt dit verder toegelicht. Er zijn 2 onderdelen die beide een eigen dekkingsvraagstuk kunnen krijgen : 1. de kosten voor het dag- dagelijkse onderhoud van het integraal beheerplan ( de meerkosten t.o.v. wat we nu beschikbaar hebben); 2. de kosten die de investeringen met zich meebrengen voor de komende 30 jaar die zich dan vertalen in rente en aflossing, de zogenaamde kapitaalslasten.
Dag-dagelijks onderhoud De kosten voor het dag-dagelijkse onderhoud is een structurele post waarvan de lasten elk jaar terugkomen en elk jaar steeds iets toenemen door onder meer de
21
inflatiecomponent en areaaluitbreiding. Als we kijken wat we als daadwerkelijke lasten hiervan zullen terugzien in de exploitatie, dan zijn we in de Kadernota uitgegaan van de opties om basisbeheer direct op orde te brengen in budgettaire zin ( dus 100%) en ook de opgaven/ambities uit te voeren. Dit geeft het volgende beeld aan meerkosten : 2022 861.000
2023 1.022.000
2024 1.172.000
2025 1.330.000
Deze bedragen zijn lager dan in de eerdere hoofdstukken omdat we verwachten een aantal kosten te kunnen toerekenen naar onder meer de rioolheffing. De hier genoemde bedragen zijn het netto-effect voor de exploitatie.
Deze lasten kunnen we alleen dekken via de exploitatie. De bedragen kunt u ook terugvinden in de Kadernota 2022 in het cijfermatige overzicht van programma 1.
De investeringen Voor de investeringen is onderzoek gedaan naar wat nodig is voor de komende 30 jaar ter vervanging van onder meer de wegen, de duikers, de bruggen etc. Voor alle investeringen op basis van de huidige systematiek reserveert Molenlanden een bedrag aan kapitaallasten in de huidige begroting binnen de kapitaallastenreserve vanuit de exploitatie. Omdat de benodigde investeringen groter zijn dan dat nu in de huidige plannen stond, neemt de omvang van de investeringslast toe, zodoende ook de jaarlijkse kapitaalasten ( rente en afschrijving). Er zijn per saldo 3 dekkingsmogelijkheden die we als gemeente kunnen toepassen : 1. we belasten de exploitatie met tenminste € 630.000 per jaar om de reserve jaarlijks te vullen om over de hele periode de kapitaallasten te kunnen dragen. Het nadeel hiervan is dat dit een grote wissel trekt op ons financiële perspectief; 2. We onttrekken het volledige bedrag dat we tekort komen over de gehele periode uit de Algemene Reserve, het gaat hier om een bedrag van minimaal € 18 miljoen. Het nadele hiervan is dat er een flinke greep wordt genomen uit de Algemene Reserve en dat op termijn deze constructie mogelijk niet meer wordt geaccepteerd door de Provincie. 3. Een ander optie is ingroeien. Hierbij is het uitgangspunt dat de bestaande kapitaallasten reserve gedurende de hele periode niet negatief mag komen te
22
staan. Om dit uitgangspunt te gebruiken is een minimaal bedrag van € 40.000 per jaar extra nodig om in te groeien. In 2022 is dit dan € 40.000, in 2023 en bedrag van € 80.000, in 2024 een bedrag van € 120.000 enzovoorts. Na 10 jaar is dit dus opgelopen naar € 400.000. Voor de Kadernota hebben we deze optie als uitgangspunt gebruikt omdat optie 1 eigenlijk niet is uit te voeren en optie 2 een absolute uitspraak van uw raad vraagt. 4. Een laatste optie zou een mix van 2 en 3 kunnen zijn. Tot slot : De definitieve bedragen en de totale omvang van de bedragen die we kunnen verrekenen zullen tijdens het opstellen van de begroting 2022-2025 duidelijk worden. De bedragen kunnen daardoor nog wijzigen maar zijn voor nu zeker de richting waaraan gedacht moet worden. Het is daarom noodzakelijk een vertrekpunt te hebben als het gaat over het financiële perspectief dat we in de Kadernota aan u schetsen.
23
Bijlage
Financieel overzicht meerkosten integraal beheerplan
24
25